Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2872(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-1126/2016

Debatten :

PV 27/10/2016 - 3
CRE 27/10/2016 - 3

Stemmingen :

PV 27/10/2016 - 8.8

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0425

Aangenomen teksten
PDF 175kWORD 43k
Donderdag 27 oktober 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Europese vrijwilligersdienst
P8_TA(2016)0425RC-B8-1126/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 27 oktober 2016 over de Europese vrijwilligersdienst en de bevordering van vrijwilligerswerk in Europa (2016/2872(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het besluit van de Raad van 27 november 2009 over het Europees Jaar van het vrijwilligerswerk ter bevordering van actief burgerschap (2011)(1),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 september 2011 getiteld "Herstructureringen en werkgelegenheid: erkenning en bevordering van grensoverschrijdend vrijwilligerswerk in de EU" (COM(2011)0568),

–  gezien de beleidsagenda van de alliantie voor vrijwilligerswerk in Europa (2011) voor het Europees Jaar van het vrijwilligerswerk,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 december 2012 betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren(2),

–  gezien de resolutie van het Europees Parlement van 10 december 2013 over vrijwilligerswerk en vrijwilligersactiviteiten in Europa(3),

–  gezien de definitie van vrijwilligerswerk zoals die door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) is voorgesteld in haar handboek inzake de meting van vrijwilligerswerk (2011),

–  gezien de resolutie van het Europees Parlement van 12 juni 2012 over erkenning en bevordering van grensoverschrijdend vrijwilligerswerk in de EU(4),

–  gezien de resolutie van het Europees Parlement van 22 april 2008 over de rol van vrijwilligerswerk als bijdrage aan de economische en sociale cohesie(5),

–  gezien het Europees Handvest van de rechten en plichten van vrijwilligers(6),

–  gezien de vraag aan de Commissie over vrijwilligerswerk en de Europese vrijwilligersdienst (O-000107/2016 – B8-1803/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese vrijwilligersdienst (European Voluntary Service, EVS) in 2016 zijn 20-jarig bestaan viert en dat in de loop van die twintig jaar 100 000 vrijwilligers werden gesteund;

B.  overwegende dat het Europees Jaar van het vrijwilligerswerk 2011, met grote steun van het Europees Parlement, een belangrijke politieke gelegenheid was om de toegevoegde waarde van vrijwilligerswerk in Europa te belichten en dat vijf jaar nadien het Europees Parlement de gevolgen en toegevoegde waarde van het Europees Jaar van het vrijwilligerswerk voor de beleidsvorming en voor de wijze waarop vrijwilligerswerk is ingebed in belangrijke Europese programma's, zoals Erasmus+ en de Europese vrijwilligersdienst daarvan, moet overdenken;

C.  overwegende dat het Europees Jaar van het vrijwilligerswerk 2011 de stimulans en de context bood voor het opstellen en/of herzien van vele nationale en wettelijke kaders voor vrijwilligerswerk in heel Europa; overwegende dat er in Europa echter nog steeds geen gecoördineerd beleid inzake vrijwilligerswerk met één enkel contactpunt in de EU-instellingen bestaat;

D.  overwegende dat vrijwilligerswerk wordt gedaan uit eigen vrije wil, keuze en motivatie, zonder financieel voordeel na te streven; overwegende dat vrijwilligerswerk als een leerschool in solidariteit kan worden beschouwd en een middel is om menselijke, sociale en milieubehoeften en -zorgen aan te pakken;

E.  overwegende dat vrijwilligerswerk een belangrijke factor is in actief burgerschap en democratie, alsmede in persoonlijke ontwikkeling, en dat het concrete invulling geeft aan Europese waarden als solidariteit en non-discriminatie, en overwegende dat het ook bijdraagt tot de versterking van participatieve democratie en tot de bevordering van de mensenrechten binnen en buiten de EU;

F.  overwegende dat vrijwilligerswerk waardevol en van belang is omdat het op een van de meest zichtbare manieren blijk geeft van solidariteit, maatschappelijke inclusie bevordert en vergemakkelijkt, sociaal kapitaal creëert en een transformerend effect heeft op de samenleving, dat vrijwilligerswerk een bijdrage levert zowel aan de ontwikkeling van een bloeiend maatschappelijk middenveld, dat creatieve en innovatieve oplossingen biedt voor gemeenschappelijke problemen, als aan economische groei en als zodanig specifiek en gericht als economisch en maatschappelijk kapitaal moet worden gewaardeerd;

G.  overwegende dat een ondersteunende omgeving essentieel is om ervoor te zorgen dat meer Europese burgers zich inzetten voor vrijwilligerswerk, waarmee eerlijke financiering voor de infrastructuur voor vrijwilligers, inclusief organisaties die met vrijwilligers werken, wordt gewaarborgd, hetgeen vrijwilligers zelf en hun activiteiten ten goede komt;

H.  overwegende dat vrijwilligerswerk een combinatie vereist van steunmechanismen en/of passende organisatiestructuren waarin de rechten en plichten van vrijwilligers en vrijwilligerswerk worden vastgesteld;

I.  overwegende dat eenieder het recht heeft op gelijke toegang tot mogelijkheden voor vrijwilligerswerk en bescherming tegen alle vormen van discriminatie en het recht zou moeten krijgen om zijn vrijwilligersactiviteit met zijn werk- en privéleven te combineren, zodat hij tijdens de vrijwilligersactiviteit kan beschikken over een zekere mate van flexibiliteit;

J.  overwegende dat erkenning van de sociale en economische waarde van vrijwilligerswerk eveneens cruciaal is om alle belanghebbenden de passende impulsen te geven en daarmee de kwantiteit, kwaliteit en impact van vrijwilligerswerk te verhogen;

K.  overwegende dat de wedstrijd voor de vrijwilligershoofdstad van Europa (European Volunteering Capital Competition) een erkenning vormt van de prestaties van gemeenten in heel Europa op het gebied van de erkenning en bevordering van de inspanningen van vrijwilligers in hun regio;

L.  overwegende dat het nieuwe Erasmus+-programma nog steeds mogelijkheden biedt om vrijwilligersprojecten te financieren en te ondersteunen, met name via het EVS-programma, en dat het EU-vrijwilligersprogramma voor humanitaire hulp (EU Aid Volunteers) door DG ECHO is opgezet om praktische steun te bieden aan humanitaire-hulpprojecten; overwegende dat in het nieuwe MFK 2014-2020 een zekere mate van EU-financiering voor vrijwilligerswerk is gewaarborgd, waarbij in het momenteel door DG HOME beheerde programma "Europa voor de burger" vrijwilligerswerk een prioriteit blijft; overwegende dat de toegang van vrijwilligersorganisaties tot andere grote EU-fondsen, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen, echter zeer beperkt blijft;

M.  overwegende dat de respons van de EU op de huidige vluchtelingencrisis een relevant voorbeeld en zichtbaar symbool is van het belang van vrijwilligers en de manier waarop zij Europese waarden verpersoonlijken, bijdragen tot veerkracht en bereid zijn om flexibele en pragmatische oplossingen te bieden voor gedeelde problemen;

1.  erkent dat vrijwilligerswerk een uitdrukking van solidariteit, vrijheid en verantwoordelijkheid is, die bijdraagt tot een sterker actief burgerschap en persoonlijke menselijke ontwikkeling, en dat het een essentieel instrument is voor sociale inclusie en cohesie alsook voor opleiding, onderwijs en interculturele dialoog en tegelijkertijd sterk bijdraagt tot de verbreiding van Europese waarden; benadrukt dat ook vrijwilligerswerk in samenwerking met derde landen vele voordelen biedt, omdat dit leidt tot beter wederzijds begrip en sterkere interculturele betrekkingen;

2.  benadrukt dat een Europees kader voor vrijwilligersactiviteiten moet worden gecreëerd waarin rechten en plichten worden vastgesteld, en waarin mobiliteit en erkenning van vaardigheden worden gefaciliteerd; spoort de lidstaten die nog geen wettelijk kader voor vrijwilligers hebben vastgesteld aan gebruik te maken van de aanbevelingen in de beleidsagenda voor vrijwilligerswerk in Europa en van het Europees Handvest voor de rechten en plichten van vrijwilligers;

3.  spoort de lidstaten aan om in het kader van de aanbeveling van de Raad van 2012 concrete valideringsprocessen ten uitvoer te leggen om een beter begrip en betere vergelijkbaarheid van vaardigheden en ervaringen te waarborgen; pleit ervoor in elk toekomstig initiatief voor een Europees vaardighedenpaspoort en Europass-initiatieven meer belang te hechten aan vrijwilligerswerk als vorm van informeel en niet-formeel leren; herinnert eraan dat mensen via vrijwilligerswerk vaardigheden en competenties verwerven die hun toegang tot de arbeidsmarkt kunnen vergemakkelijken; benadrukt dat vrijwilligers in geen geval beschouwd of gebruikt moet worden als vervangende arbeidskrachten;

4.  merkt op dat in Europa bijna 100 miljoen burgers van alle leeftijden vrijwilligers zijn, wier werk bijdraagt tot de productie van ongeveer 5 % van het Europese bbp; verzoekt de Commissie rekening te houden met de economische waarde van door vrijwilligers gegenereerde goederen en diensten door beleidsvorming meer op vrijwilligerswerk te richten;

5.  is van mening dat het door de Commissie in het voorstel voor het nieuwe Financieel Reglement geopperde plan om de tijd die aan vrijwilligerswerk wordt besteed in aanmerking te laten komen voor medefinanciering uit EU-subsidies, moet worden gesteund en uitgevoerd;

6.  dringt er bij Eurostat op aan de lidstaten hierbij te ondersteunen om ervoor te zorgen dat in Europa vergelijkbare gegevens worden verzameld, en daarnaast gemeenschappelijke, EU-brede indicatoren en methodologieën te ontwikkelen voor het meten van het maatschappelijke effect van vrijwilligerswerk; dringt er bij de lidstaten op aan het door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) ontwikkelde systeem om de economische waarde van vrijwilligerswerk te meten, over te nemen;

7.  spoort de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan aan om naar behoren gefinancierde nationale vrijwilligerswerkregelingen tot stand te brengen en de toegang tot kwalitatief hoogwaardige informatie over vrijwilligerswerkmogelijkheden op nationaal en lokaal niveau te verbeteren, met name via bestaande informatienetwerken en peer-to-peer-informatie, en om nationale contactpunten voor vrijwillige dienstverlening op te richten, die ook internationale mogelijkheden voor vrijwilligerswerk voor mensen van alle leeftijden zouden stimuleren;

8.  verzoekt de Commissie de ontwikkeling van een meer gecoördineerd Europees vrijwilligersbeleid te bevorderen, met één enkel contactpunt in de Commissie die de afzonderlijke initiatieven en programma's zou moeten verbinden en de toegang tot vrijwilligersprogramma's zou moeten verbeteren;

9.  verzoekt de Commissie een onderzoek te verrichten naar nationale regelingen inzake vrijwilligerswerk, burgerschapsdiensten en solidariteitskorpsen en naar de bestaande situatie in de lidstaten voor potentiële vrijwilligers, teneinde wederzijds begrip en de verspreiding van goede praktijken te bevorderen, alsook naar de mogelijkheid om in aanvulling op bestaande vrijwilligersmogelijkheden een Europese burgerschapsdienst op te richten – dit alles met het oog op de bevordering van EU-burgerschap;

10.  neemt kennis van het plan van de Commissie om een nieuw vrijwilligersinitiatief voor jongeren in het leven te roepen, het Europees Solidariteitskorps; dringt er bij de Commissie op aan de toegevoegde waarde van dit initiatief te beoordelen, zodat het reeds door het maatschappelijk middenveld verrichte werk wordt ondersteund, en te waarborgen dat vrijwilligersorganisaties worden betrokken bij de opzet ervan; onderstreept voorts dat de uitvoering ervan de reeds plaatsgevonden toewijzing van middelen aan andere programma's niet mag ondergraven;

11.  steunt het initiatief van de Commissie en de lidstaten om de twintigste verjaardag van de EVS te vieren; benadrukt nogmaals dat het EVS-programma zowel aan de betrokken individuen en organisaties als de samenleving in haar geheel ten goede moet komen en dat de EVS de dimensie voor engagement door burgers van het Erasmus+-programma moet verstevigen; wijst erop dat het van belang is dat de EVS bij alle jongeren wordt gepromoot, vooral degenen die nog niet in vrijwilligerswerk en mobiliteit geïnteresseerd zijn, zodat motivatie en een mentaliteitswijziging worden bewerkstelligd, zonder de oudere generaties uit te sluiten, aangezien zij een belangrijke bijdrage kunnen leveren, bijvoorbeeld als mentor;

12.  spoort de lidstaten aan de Europese vrijwilligersdienst te promoten in hun onderwijs- en academische systemen als instrument om onderwijs op het gebied van solidariteit en maatschappelijk engagement onder de jongere generatie te verspreiden;

13.  herinnert eraan dat de EVS stoelt op kwalitatief hoogwaardige aanbiedingen voor vrijwilligerswerk alsook op het Handvest van de rechten en plichten van vrijwilligers en de beginselen van het kwaliteitshandvest voor leermobiliteit; wijst er voorts op dat de EVS gebaseerd moet zijn op een structuur die vrijwilligersorganisaties aanmoedigt om als gastorganisaties te fungeren, waarbij deze organisaties adequate financiering en opleiding krijgen, terwijl de rol van coördinerende organisaties die een groot aantal gastorganisaties ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van beheer en training, moet worden versterkt;

14.  herinnert eraan dat de EVS een gemakkelijke en snelle toegang tot het programma mogelijk moet maken en dringt dan ook aan op een vereenvoudiging van het huidige aanmeldingssysteem;

15.  benadrukt dat de follow-up en lokale dimensie na een vrijwilligerservaring in het buitenland moeten worden versterkt door niet alleen voor het vertrek steun te verlenen, maar ook na de terugkeer in de vorm van post-oriëntatie- en post-integratieopleidingen;

16.  dringt er bij de nationale, regionale en lokale autoriteiten op aan adequate financiering ter beschikking te stellen, de administratieve procedures te stroomlijnen en te voorzien in fiscale prikkels voor vrijwilligersorganisaties en -netwerken, met name kleine organisaties met weinig middelen;

17.  benadrukt dat mentoren in de loop van het proces kwalitatieve ondersteuning moeten bieden via verantwoord beheer van vrijwilligerswerk en door vrijwilligers bewust te maken van hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de organisatie en de gemeenschap;

18.  vraagt de Commissie de communicatiestrategie over de Europese vrijwilligersdienst aan te passen en te verbeteren door de sociale, menselijke en maatschappelijke waarde van vrijwilligerswerk te onderstrepen;

19.  benadrukt de rol van actief ouder worden in vrijwilligerswerk en versterkt de rol van zowel jonge als oudere burgers in de maatschappelijke betrokkenheid in Europa, door voort te bouwen op de impuls van het Europees Jaar van vrijwilligerswerk (2011) en het Europees Jaar van actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties (2012);

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 17 van 22.1.2010, blz. 43.
(2) PB C 398 van 22.12.2012, blz. 1.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0549.
(4) PB C 332 E van 15.11.2013, blz. 14.
(5) PB C 259 E van 29.10.2009, blz. 9.
(6) http://ec.europa.eu/citizenship/pdf/volunteering_charter_en.pdf

Juridische mededeling