Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2056(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0294/2016

Ingediende teksten :

A8-0294/2016

Debatten :

PV 21/11/2016 - 13
CRE 21/11/2016 - 13

Stemmingen :

PV 22/11/2016 - 5.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0434

Aangenomen teksten
PDF 209kWORD 55k
Dinsdag 22 november 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Groenboek over financiële diensten voor consumenten
P8_TA(2016)0434A8-0294/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 22 november 2016 over het Groenboek over financiële diensten voor consumenten (2016/2056(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 11 mei 1999 getiteld 'Tenuitvoerlegging van het kader voor financiële markten: een actieplan' (het actieplan voor financiële diensten) (COM(1999)0232,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 31 januari 2007 getiteld 'Sectoraal onderzoek overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1/2003 naar de mededingingssituatie in de sector retailbanking (eindverslag)' (COM(2007)0033),

–  gezien het Groenboek van de Commissie van 30 april 2007 over financiële diensten voor consumenten in de interne markt (COM(2007)0226),

–  gezien Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van de Raad(1),

–  gezien Verordening (EG) nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2560/2001(2),

–  gezien het Groenboek van de Commissie van 11 januari 2012 met als titel 'Naar een geïntegreerde Europese markt voor kaart-, internet- en mobiele betalingen' (COM(2011)0941),

–  gezien het verslag van de Europese Autoriteit over goede praktijken bij vergelijkingswebsites,

–  gezien het advies over een gemeenschappelijk kader voor risicobeoordeling en transparantie voor IBPV's dat de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen in april 2016 aan de EU-instellingen heeft gepresenteerd,

–  gezien Richtlijn 2014/17/ЕU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010(3),

–  gezien Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU(4),

–  gezien Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG(5),

–  gezien Richtlijn 2009/65/EG, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2014/91/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) wat bewaartaken, beloningsbeleid en sancties betreft(6),

–  gezien Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties(7),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten(8),

–  gezien het verslag van de Commissie van 8 augustus 2014 betreffende de werking van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) en het Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS) (COM(2014)0509),

–  gezien Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties(9),

–  gezien Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG(10),

–  gezien Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (herschikking)(11),

–  gezien zijn resolutie van 26 mei 2016 over virtuele valuta(12),

–  gezien het Groenboek van de Commissie van 10 december 2015 over financiële retaildiensten - betere producten, meer keuze en meer mogelijkheden voor consumenten en bedrijven (COM(2015)0630),

–  gezien de reactie van de EBA op het Groenboek van de Commissie over financiële retaildiensten van 21 maart 2016,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0294/2016),

A.  overwegende dat de EU-markt voor financiële retaildiensten nog altijd onderontwikkeld is en uiterst gefragmenteerd, zoals onder meer blijkt uit het geringe aantal grensoverschrijdende transacties, en dat er bijgevolg efficiënte maatregelen nodig zijn om het volledige potentieel van de eengemaakte markt te ontsluiten en innovatie ten voordele van de eindgebruikers aan te moedigen;

B.  overwegende dat de dynamiek van de markt voor financiële retaildiensten, die wordt gekenmerkt door een eerder hoge concentratie en onvoldoende mededinging, tot een beperkte keuze en een tekort aan rendabiliteit kan leiden alsook tot grote verschillen tussen de lidstaten; overwegende dat multinationals met vestigingen in meer dan één lidstaat deze barrières eenvoudiger kunnen omzeilen dan kleine bedrijven;

C.  overwegende dat een Europese markt voor financiële retaildiensten slechts denkbaar is als deze een echte meerwaarde voor de consument biedt, door voor effectieve concurrentie, toegankelijkheid en consumentenbescherming te zorgen, met name in verband met producten die daadwerkelijk nodig zijn voor deelname aan het economische leven;

D.  overwegende dat een verdere ontwikkeling van de markt voor financiële retaildiensten op EU-niveau, met een passend wetgevingskader en bindende regels inzake de nodige consumentenbescherming, niet alleen gunstig zou zijn voor belangrijke en succesvolle grensoverschrijdende activiteiten maar ook meer mogelijkheden zou kunnen bieden voor een grotere mededinging op nationaal niveau; overwegende dat een daadwerkelijke Europese interne markt voor financiële retaildiensten over veel potentieel beschikt om consumenten betere financiële diensten en producten te bieden, de keuzemogelijkheden te vergroten, de toegang tot de diensten en producten in kwestie te vergemakkelijken en de prijzen te verlagen; overwegende dat de weerslag van mededinging op de prijzen naargelang van elke sector en elk product verschilt;

E.  overwegende dat het Groenboek vooral betrekking heeft op grensoverschrijdende financiële retaildiensten; overwegende dat het belangrijk is dat eventuele nieuwe voorstellen alle EU-consumenten ten goede komen, teneinde te bewerkstelligen dat de markt voor financiële retaildiensten voor iedereen van nut is;

F.  overwegende dat we ambitieus moeten blijven bij het slechten van obstakels en bestaande protectionistische tendensen, die innovatie bij financiële retaildiensten tegenhouden; overwegende dat een daadwerkelijke interne markt de EU aantrekkelijk zal maken als draaipunt voor innovatieve financiële diensten;

G.  overwegende dat de snelle veranderingen als gevolg van de digitalisering en de innovatie op het vlak van financiële technologie, indien hier verstandig mee wordt omgegaan, niet alleen voor nieuwe en vaak betere financiële producten voor consumenten kunnen zorgen en kunnen bijdragen tot financiële inclusie, bijvoorbeeld in de vorm van lagere transactiekosten en eenvoudiger toegang tot financiering, maar ook belangrijke uitdagingen stellen op het vlak van veiligheid, gegevens- en consumentenbescherming, belasting, eerlijke mededinging en financiële stabiliteit, die nauw in de gaten moeten worden gehouden teneinde de voordelen voor burgers te maximaliseren;

H.  overwegende dat veel diensten weliswaar online "gaan", maar dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat niemand de boot mist en dat toegang indien nodig ook via niet-digitale kanalen mogelijk is, zodat financiële uitsluiting wordt voorkomen;

I.  overwegende dat iedere poging tot versterking van de EU-markt voor financiële retaildiensten gecoördineerd moet worden met de agenda's voor de digitale interne markt, de kapitaalmarktenunie en de strategie voor de interne markt, en in eerste instantie gericht moet zijn op meer nieuwe werkgelegenheid, duurzame groei, financiële stabiliteit en de rol van de consument in de Europese economie;

J.  onderstreept dat een Europese markt van financiële retaildiensten de kmo's ten goede moet komen zowel aan de aanbod- als aan de vraagzijde; is van oordeel dat dit aan de aanbodzijde een manier is om de toegang van kmo's tot financiering te verbeteren; is van mening dat dit aan de vraagzijde de kmo's in staat moet stellen gemakkelijker toegang tot grensoverschrijdende markten te krijgen;

K.  overwegende dat de voltooiing van de interne markt belangrijk is voor consumenten, maar dat het ook essentieel is om Europese fintechbedrijven in de gelegenheid te stellen de vruchten te plukken van de eengemaakte markt, zodat zij kunnen wedijveren met de traditionele actoren, met als doel tot innovatieve en gebruikersvriendelijke oplossingen te komen en in de hele EU voor nieuwe banen te zorgen;

L.  overwegende dat micro-ondernemingen, kmo's en mid-caps de ruggengraat van de Europese economie vormen en dat zij de werkgelegenheid en de groei stimuleren; overwegende dat elke wetgeving en elk Europees initiatief op de specifieke kenmerken van deze ondernemingen moeten worden afgestemd;

M.  overwegende dat de voltooiing van de Europese interne markt voor consumenten en bedrijven van grote betekenis is, en dat innovatieve nieuwe actoren de concurrentie met het bestaande aanbod aangaan;

1.  is ingenomen met het Groenboek van de Commissie over financiële retaildiensten (verzekeringen inbegrepen) en het levendige en productieve debat dat dit document tot dusver heeft opgeleverd; is verheugd over de openbare raadpleging in verband met het Groenboek over financiële retaildiensten die de betrokken actoren in staat heeft gesteld een advies te geven op basis van hun specifieke situatie en/of bedrijfstak; onderstreept dat één enkele benadering van de financiële retaildiensten gezien de veelheid aan betrokken actoren en producten contraproductief zou zijn;

2.  is van mening dat de digitalisering nieuwe kansen voor de consumenten, investeerders, kmo's en ondernemingen zal blijven bieden op het stuk van mededinging, grensoverschrijdende activiteiten en innovatie; onderstreept het feit dat de digitalisering op zich niet volstaat om een daadwerkelijke Europese markt voor financiële retaildiensten te creëren; herinnert eraan dat talrijke belemmeringen, zoals verschillende stelsels inzake belastingen, sociale diensten, rechtspraak, gezondheid, verbintenissen en consumentenbescherming, alsmede verschillende talen en culturen niet alleen kunnen worden overwonnen via de digitalisering;

3.  is van mening dat het Groenboek precies op tijd komt, aangezien er in alle fasen van het beleidsvormingsproces proactief moet worden opgetreden om efficiënt en adequaat te kunnen reageren op de ontwikkelingen in deze innovatieve en snel veranderende markt;

4.  vindt een vereenvoudiging van de regelgeving, waarbij een afradende houding tegenover buitensporig ingewikkelde producten en diensten van nut is, uiterst belangrijk om producten op de markten van de EU-lidstaten, met name in de verzekeringssector, beter met elkaar te kunnen vergelijken;

5.  geeft aan dat er voor de interne markt voor financiële retaildiensten reeds een brede waaier aan EU-wetgeving bestaat, zoals PSD2, de MIF-verordening, de richtlijn betalingsrekeningen, de antiwitwasrichtlijn, de richtlijn hypothecair krediet en de verzekeringsdistributierichtlijn; dringt er bij de Commissie op aan nauwlettend toe te zien op de omzetting en tenuitvoerlegging van deze wetgeving, waarbij duplicaties en overlappingen worden vermeden;

6.  benadrukt dat het belangrijk is positieve ontwikkelingen in de markt voor financiële retaildiensten te stimuleren door een competitieve omgeving te creëren en voor bestaande actoren en nieuwkomers een gelijk speelveld te bieden en te handhaven, met voorschriften die zo neutraal mogelijk zijn voor wat technologieën en bedrijfsmodellen betreft; wijst erop dat een dergelijke aanpak onder meer noodzakelijk is om start-ups en nieuwe en vernieuwende kmo's te helpen groeien;

7.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat op eenzelfde dienst dezelfde regels van toepassing zijn, opdat geen concurrentievervalsingen ontstaan, met name wanneer nieuwe aanbieders van financiële retaildiensten op de markt komen; benadrukt dat deze regels geen belemmering voor de innovatie mogen vormen; beklemtoont dat ‘contactpunten’, waar betrokken partijen gevallen van onwettige toepassing van de Europese paspoortvoorschriften kunnen melden, de marktintegratie ten goede zouden kunnen komen;

8.  stelt vast dat het volume van de fintechfinanciering in Europa in het eerste kwartaal van 2016 slechts 348 miljoen USD bedroeg, in vergelijking met 1,8 miljard USD in Noord-Amerika en 2,6 miljard USD in China, hetgeen duidelijk maakt dat de technologische ontwikkelingen een snelle mentaliteitsverandering en een passend regelgevingsantwoord behoeven wil Europa op het gebied van innovatie een voortrekkersrol innemen; benadrukt dat een reële eengemaakte markt voor financiële retaildiensten waar een gelijke speelveld wordt gegarandeerd voor nieuwkomers, de EU aantrekkelijk zal maken als een knooppunt voor innovatieve financiële diensten en consumenten een grotere en betere keuze aan lagere prijzen zal verschaffen; beklemtoont dat baanbrekende technologieën wat regelgeving betreft weliswaar een uitdaging vormen, maar ook grote kansen inhouden voor innovatie, ten gunste van de eindgebruiker, en economische groei en het scheppen van banen bevorderen;

9.  benadrukt, met name om het vertrouwen van en de tevredenheid bij consumenten, dat het Groenboek alleen kan slagen als het zich uitdrukkelijk toespitst op de totstandbrenging van een EU-markt waarin goed beschermde consumenten gelijke kansen en toegang hebben tot transparante, eenvoudige en rendabele producten; erkent de waarde van het aan klanten aanbieden van eenvoudige, veilige en gestandaardiseerde producten; vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten regelmatig in kaart te brengen welke impact koppelpraktijken hebben op de prijzen van en de concurrentie tussen financiële retaildiensten; vraagt de Commissie een eenvoudig, overdraagbaar en van veiligheidswaarborgen voorzien kader voor financiële producten te ontwikkelen; vraagt de Commissie eveneens zich te buigen over de mogelijkheid van de uitwerking van een geharmoniseerd wetgevingskader voor uniforme standaardopties voor de financiële producten die in de EU het meest worden gebruikt, naar analogie met de basisbankrekening en de pan-Europese pensioenproducten (PEPP);

10.  beklemtoont dat bij de in het Groenboek bedoelde initiatieven het proportionaliteitsbeginsel in acht moet worden genomen;

11.  herhaalt dat alle op het Groenboek gebaseerde initiatieven verenigbaar moeten zijn met de intensivering van de internationale strijd tegen belastingfraude, -ontwijking en -ontduiking en witwassen, inclusief de grotere inspanningen om tot een gemeenschappelijk fiscaal identificatienummer te komen;

12.  wijst op de toenemende complexiteit van financiële retailproducten; dringt aan op de noodzaak om initiatieven en instrumenten te ontwikkelen die de mededinging stimuleren en consumenten in staat stellen om in de waaier van producten die tot hun beschikking staan, de veilige, duurzame en eenvoudige producten te identificeren en met elkaar te vergelijken; steunt initiatieven zoals het document met essentiële beleggingsinformatie voor instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) en het essentiële-informatiedocument voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP's); onderstreept dat deze informatiemechanismen moeten worden aangepast aan de digitale realiteit; is van oordeel dat de samenvatting van het prospectus op het essentiële-informatiedocument voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP's) moet worden afgestemd, teneinde kleine beleggers in staat te stellen goed te beoordelen welke de met de aan de bevolking aangeboden of tot de handel toegelaten effecten verbonden risico's zijn;

13.  wijst op de recente ontwikkelingen in het wetgevingskader voor de banksector en met name de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en de richtlijn depositogarantiestelsels; wijst erop dat de nieuwe afwikkelingsregeling tot gevolg heeft dat sommige van de aan kleine beleggers aangeboden instrumenten een hoger verliesrisico inhouden; benadrukt dat consumenten volledig in kennis moeten worden gesteld van de voor hun relevante impact van de nieuwe regels, met name wanneer hun deposito's of beleggingen aan het "bail-in"-risico blootgesteld zijn; verzoekt de Commissie de juiste toepassing door de lidstaten van de richtlijn inzake de depositogarantiestelsels te onderzoeken; wijst erop dat de verkoop van bepaalde, voor een bail-in in aanmerking komende instrumenten aan particuliere beleggers zowel wat een adequate consumentenbescherming, alsook wat waarborgen voor de praktische haalbaarheid van een bail-in betreft twijfelachtig is, en roept de Commissie op te onderzoeken hoe dit soort praktijken kunnen worden beperkt;

14.  is van mening dat een Europese markt van financiële retaildiensten slechts kan worden overwogen als aan de consumenten in de gehele Unie dezelfde juridische bescherming wordt geboden; is van oordeel dat het verhaalsnetwerk voor geschillen over financiële diensten FIN-NET moet worden bijgewerkt en bevorderd;

15.  wijst erop dat het in sommige lidstaten ontbreken van een verzekeringsgarantieregeling het consumentenvertrouwen zou kunnen ondermijnen, en roept de Commissie op te overwegen dekking door middel van dergelijke regelingen wettelijk verplicht te stellen;

16.  onderstreept dat er altijd moet worden uitgegaan van financiële insluiting en dat er maatregelen moeten worden genomen om te garanderen dat alle consumenten dezelfde toegang hebben tot op zijn minst de voornaamste financiële diensten, ook via niet-digitale kanalen, met als doel financiële uitsluiting te voorkomen;

17.  is van mening dat de huidige structurele veranderingen in de financiële sector – van de invoering van financiële technologieën tot fusies en overnames – die zouden kunnen leiden tot een vermindering van het aantal werknemers en filialen, zo moeten worden doorgevoerd dat geen verlaging optreedt van de kwaliteit van de dienstverlening aan de kwetsbaarste burgers, vooral bejaarden en mensen die leven in dun bevolkte en plattelandsgebieden;

18.  beklemtoont het belang van financiële educatie als een instrument om consumenten te beschermen en te empoweren; vraagt dat de toegang tot onafhankelijke financiële educatie wordt verruimd en vergemakkelijkt en benadrukt dat de kennis van consumenten over beleggingsmogelijkheden moet worden vergroot;

19.  stelt vast dat digitalisering voordelen voor particuliere beleggers kan inhouden, zoals een grotere vergelijkbaarheid van producten, een betere en gemakkelijkere toegang tot grensoverschrijdende beleggingen en de daaruit voortvloeiende billijker concurrentie tussen aanbieders, alsook snellere en eenvoudigere registratie- en betalingsprocessen en, in het verlengde daarvan, lagere transactiekosten, maar ook niet te veronachtzamen uitdagingen, zoals de inachtneming van het beginsel "know-your-customer" (KYC) en gegevensbeschermingsvoorschriften, alsook risico's zoals kwetsbaarheid van gecentraliseerde systemen voor cyberaanvallen; dringt erop aan de bestaande en nieuwe trends op de financiële markten en de daaruit voortvloeiende risico's en voordelen te identificeren en te volgen, met als benchmark hun mogelijke impact op particuliere beleggers;

20.  stelt vast dat de uit verschillende bronnen verzamelde financiële en niet-financiële gegevens van consumenten door aanbieders van financiële diensten, en in het bijzonder kredietverstrekkers en verzekeraars, steeds vaker voor uiteenlopende doelen worden gebruikt; beklemtoont dat bij het gebruik van persoonsgegevens en big data door aanbieders van financiële diensten de EU-gegevensbeschermingswetgeving in acht moet worden genomen, het gebruik uitsluitend betrekking mag hebben op de verlening van de dienst en gunstig moet zijn voor consumenten; tegen deze achtergrond moet zorgvuldig worden gekeken naar het verschijnsel van demutualisering (verlies van het onderlinge karakter) van risico bij verzekering als gevolg van big data;

21.  benadrukt dat de toegang tot contanten via geldautomaten een essentiële dienst is die zonder discriminatie en wanpraktijken moet worden verleend en dat deze toegeeang bijgevolg niet buitensporig veel mag kosten;

22.  beklemtoont dat we behoefte hebben aan meer consumentenvertrouwen in financiële diensten aangezien dit vertrouwen op dit moment met name ten aanzien van financiële producten met hoge valutawisselrisico's nog laag is, en vraagt de Commissie erop toe te zien dat de bestaande maatregelen voor het vergroten van de kennis van de financiële wereld en het bewustzijn volledig ten uitvoer worden gelegd en dat daar waar nodig nieuwe maatregelen worden genomen om consumenten in staat te stellen weloverwogen beslissingen te nemen, de transparantie van de producten in kwestie te vergroten en de obstakels te elimineren voor consumenten die van product willen veranderen, alsook de ongerechtvaardigde kosten die daarbij eventueel om de hoek komen kijken, of die van een product af willen; beklemtoont dat het Europees gestandaardiseerd informatieblad (ESIS) en de Europese standaardinformatie inzake consumentenkrediet systematisch aan consumenten moeten worden verstrekt vóór de ondertekening van een overeenkomst als onderdeel van een krediet-, lening- of hypotheekaanbod;

23.  merkt op dat het personeel in financiële instellingen en van aanbieders van financiële diensten dat instaat voor het contact met klanten, een essentiële rol speelt bij het beschikbaar maken van retaildiensten voor alle lagen van de samenleving en voor consumenten in heel Europa; wijst erop dat dergelijke werknemers in beginsel de nodige opleiding en tijd moeten krijgen om consumenten naar behoren van dienst te zijn, niet gebonden mogen zijn door verkoopdoelstellingen of onderhevig aan aansporingen die bevooroordeelde of vertekende adviezen tot gevolg kunnen hebben, en te allen tijde in het belang van de klant in overeenstemming met de consumentenbeschermingsbepalingen van MiFID II moeten handelen;

24.  beklemtoont dat toegang tot betaalbaar en onafhankelijk advies cruciaal is voor het nemen van weloverwogen beleggingsbeslissingen; beklemtoont dat de kwaliteit van de advisering met name gebaat is bij een ruimer aanbod van gestandaardiseerde producten voor particuliere beleggers en effectieve informatiedocumenten voor beleggers voor ingewikkelde en eenvoudige producten;

25.  stelt vast dat betaalbaar, gericht financieel advies, van een specifiekere aard dan het eigenlijke beleggingsadvies zoals bedoeld in de MiFID-verordening, op dit moment ontbreekt, hoewel er wel vraag naar bestaat; neemt nota van de reflectie en initiatieven die in de lidstaten plaatsgevonden heeft, respectievelijk ondernomen zijn ten aanzien van de ontwikkeling van een dergelijke dienst; vraagt de Commissie, lidstaten en marktdeelnemers in kaart te brengen welke goede praktijken en initiatieven op dit gebied bestaan, deze te bestuderen en ze te volgen, respectievelijk zich erbij aan te sluiten;

26.  wijst op de tekortkomingen bij de toepassing van de MiFID II-richtlijn in de lidstaten, die in veel gevallen tot arbeidsintensieve rapportagevereisten voor tussenpersonen heeft geleid, de consumentenbescherming niet ten goede komen en verder gaan dan het toepassingsgebied van de richtlijn in kwestie; dringt erop aan lessen te trekken uit deze ervaring;

27.  beklemtoont dat retailbanking een beslissende rol speelt bij het op geëigende wijze aan de markt, en in het bijzonder consumenten, doorgeven van monetairebeleidsvoorwaarden; geeft aan dat een passend monetairebeleidsklimaat belangrijk is voor het aanzwengelen van het langetermijnsparen door consumenten;

28.  benadrukt dat er met het oog op een efficiënte en dynamische interne markt voor financiële retaildiensten geen onnodige of oneerlijke verschillen mogen bestaan tussen lidstaten binnen en buiten de eurozone;

29.  is van mening dat de invoering van de eenheidsmunt door de lidstaten zonder uitzondering de interne markt voor financiële retaildiensten efficiënter en samenhangender zal maken;

30.  stelt vast dat de capaciteit op het niveau van de EU voor de verzameling en analyse van gegevens op dit vlak waarschijnlijk zal moeten worden vergroot; merkt op dat een aantal van de meest veelbelovende ideeën in het Groenboek een grootschalige en relevante empirische grondslag vereisen vooraleer er aan wetgevingsprocedures kan worden gedacht; beklemtoont dat er gepaste openheid moet heersen met betrekking tot de methodologieën in kwestie en de aannames die aan dergelijk empirisch werk ten grondslag liggen, en dat hierbij ten volle gebruik moet worden gemaakt van de resultaten van de monitoringactiviteiten van de ETA's uit hoofde van de EBA-verordening, teneinde de voordelen en risico's van verschillende innovaties en de wetgeving die eventueel nodig is om desbetreffend tot een juist evenwicht te komen, in kaart te brengen;

31.  vraagt de Commissie iets te doen aan misleiding bij de verkoop van financiële producten en diensten; vraagt de Commissie in het bijzonder nauwlettend toe te zien op de toepassing van de nieuwe regels van MiFID II, die vergoedingen voor onafhankelijke financieel adviseurs verbieden en het gebruik van vergoedingen voor niet-onafhankelijke adviseurs aan beperkingen onderwerpen, en op grond van dat toezicht te overwegen of deze beperkingen moeten worden aangescherpt;

Prioriteiten voor de korte termijn

32.  benadrukt dat Europese en nationale wetten met betrekking tot financiën en consumenten strenger moeten worden gehandhaafd, en dat een interne markt voor financiële retaildiensten een kwalitatief hoogwaardige consumentenbeschermingswetgeving en een consistente en robuuste handhaving hiervan in alle lidstaten behoeft; herinnert niettemin aan het feit dat de wetgeving inzake financiële retaildiensten in de afgelopen jaren in volume is toegenomen, met als doel de prudentiële stabiliteit te verbeteren, de consumentenbescherming te versterken en het vertrouwen in de sector te herstellen; onderstreept dat de Europese toezichthoudende autoriteiten hun activiteiten inzake consumenten- en privébeleggerskwesties moeten intensiveren en dat de bevoegde instanties in een aantal lidstaten actiever en competenter moeten beginnen optreden; verzoekt de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten hun goede praktijken te delen teneinde een eerlijke mededinging te waarborgen bij de toepassing van de wetgeving inzake financiële retaildiensten, met inachtneming van de wetgeving inzake consumentenbescherming;

33.  vraagt de Commissie er in het kader van de procedure in verband met het op stapel staande Witboek over de financiering en governance van de ETA's in het bijzonder op toe te zien dat zij over de financieringsmodellen en mandaten beschikken die hen in staat stellen een actievere en meer op consumenten gerichte rol in de markt voor financiële retaildiensten te vervullen, onder waarborging van financiële stabiliteit;

34.  is ingenomen met de inzet van de Commissie betreffende het aanmoedigen van financiering voor duurzame en groene beleggingen, en vraagt de Commissie met klem om op basis van eerdere raadplegingen en in nauwe samenwerking met het Europees Parlement een proactievere houding aan te nemen wanneer zij de kapitaalmarktenunie in het kader van de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst van Parijs gebruikt ter ondersteuning van de groeiende markt voor duurzame en verantwoorde investeringen, door duurzame investeringen te bevorderen, door effectieve en gestandaardiseerde milieu-, sociale en governance (ESG)-informatie te verstrekken aan de hand van criteria voor beursgenoteerde bedrijven en financiële intermediairs, en door dergelijke criteria op adequate wijze in acht te nemen in systemen voor beleggingsbeheer en bij openbaarmakingsnormen, voortbouwend op soortgelijke bepalingen die het Parlement met succes heeft bepleit bij de recente herziening van de IBPV-richtlijn; vraagt de Commissie voorts ESG-"ratingdiensten" en een coherent kader voor de groene-obligatiemarkt te bevorderen, voortbouwend op een studie van de Commissie en de werkzaamheden van de studiegroep van de G20 inzake groene financiering;

35.  vraagt de Commissie haar werkzaamheden ter bestrijding van discriminatie op grond van woonplaats in de Europese financiële retailsector te intensiveren en de geplande algemene voorstellen indien nodig aan te vullen met andere, specifiek op de financiële sector gerichte wetgevingsinitiatieven om een eind te maken aan ongerechtvaardigde geo-blocking, hierbij rekening houdend met het feit dat de prijs van bepaalde producten en diensten afhangt van een reeks factoren (regelgevend of geografisch van aard) die van lidstaat tot lidstaat verschillen;

36.  vraagt de Commissie met klem om, onder meer uitgaand van de structuur van de richtlijn betalingsrekeningen en de analyse van de verzekeringssector door de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, een goed georganiseerd en gemakkelijk te gebruiken EU-vergelijkingsportaal op te richten dat alle of de meeste onderdelen van de markt voor financiële retaildiensten beslaat; onderstreept dat vergelijkingsinstrumenten voor de consumenten precies en steekhoudend moeten zijn en niet uitsluitend gericht mogen zijn op de prijzen van de producten, maar eveneens op de kwaliteit ervan, en dat alleen soortgelijke producten met elkaar mogen worden vergeleken;

37.  vraagt de Commissie, onder meer met de richtlijn betalingsrekeningen in gedachten, om de regels, praktijken en niet-praktijken die van toepassing zijn op binnenlands en grensoverschrijdend overstappen in de relevante segmenten van de Europese markt voor financiële retaildiensten in kaart te brengen en een coherente en veelomvattende strategie voor te stellen om grensoverschrijdend overstappen in de hele EU gemakkelijker te maken voor de consument;

38.  vraagt de Commissie en de lidstaten met klem de regelingen voor alternatieve geschilbeslechting voor de markt voor financiële retaildiensten te verbeteren door ervoor te zorgen dat de organen voor alternatieve geschilbeslechting daadwerkelijk onafhankelijk zijn en alle betrokken partijen omvatten, en door maatregelen te nemen die FIN-NET doeltreffender maken en grotere bekendheid geven bij consumenten; vraagt de Commissie eveneens om na de geplande evaluatie van de implementatie van de aanbeveling betreffende collectief verhaal te onderzoeken of een Europees systeem voor collectief verhaal tot de mogelijkheden behoort;

39.  vraagt dat de Commissie zich buigt over de verwarrende en soms misleidende praktijken waarmee consumenten geconfronteerd worden bij het verrichten van kaartbetalingen en opnames uit geldautomaten met valutawissels, en een coherente oplossing voorstelt die de consument ook in de praktijk in staat stelt de situatie ten volle te begrijpen en meester te zijn, met inbegrip van de betalingscyclus in verband met de digitale markt;

40.  wijst de Commissie erop dat het nog altijd gangbaar is dat betaalkaarten buiten gebruik worden gesteld wanneer de houder naar een andere lidstaat verhuist, en vraagt dat er op dit vlak maatregelen worden getroffen, waaronder waarschuwing van de nationale autoriteiten;

41.  verzoekt de Commissie de wederzijdse erkenning en interoperabiliteit van technieken voor digitale identificatie te bevorderen zonder te raken aan het beveiligingsniveau van de bestaande systemen noch aan de capaciteit van deze systemen om te voldoen aan de voorschriften van het EU-antiwitwaskader; vraagt de Commissie en de lidstaten daarom met klem om zorgvuldig te werk te gaan bij de tenuitvoerlegging van de eIDAS-verordening en de nieuwe antiwitwaswetgeving en zo onder meer te zorgen voor een algemene omgeving waarin strenge veiligheidsvoorschriften gecombineerd worden met eerlijke en eenvoudige identificatieprocedures voor consumenten, hetgeen perfect mogelijk is, in overeenstemming met de beginselen inzake de bescherming van persoonsgegevens; verzoekt de Commissie en de lidstaten tevens de regelgevende belemmeringen voor de aanvraag van financiële diensten middels een elektronische handtekening op te sporen en weg te nemen, en de voorwaarden te scheppen voor EU-brede grensoverschrijdende digitale aanmeldingsprocessen;

42.  wijst erop dat de in potentie transformatieve impact van de "distributed ledger"-technologie de opbouw van regelgevingscapaciteit vereist, teneinde potentiële systeemrisico's en uitdagingen voor consumentenbescherming in een vroeg stadium te kunnen identificeren; vraagt de Commissie bijgevolg een horizontale taskforce in het leven te roepen om de risico's nauwgezet te volgen en deze tijdig te helpen aanpakken;

43.  vraagt de Commissie om in nauwe samenwerking met de lidstaten een plan op te stellen voor de oprichting van een gecoördineerd netwerk van nationale één-loketinstanties, naar analogie met de enige contactpunten, die ondersteuning zouden bieden aan financiële bedrijven die de mogelijkheden van grensoverschrijdende handel beter willen benutten;

44.  onderstreept dat de aanbieders van financiële retaildiensten ertoe moeten worden aangemoedigd projecten inzake innovatie en milieu te financieren; benadrukt dat een aanpak die lijkt op de ondersteuningsfactor voor kmo's, zou kunnen worden bestudeerd;

45.  vraagt de Commissie gevolg te geven aan het voorstel van EIOPA voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijk kader voor risicobeoordeling en transparantie voor IBPV's, teneinde te komen tot een gedegen pijler 2-systeem in de hele Unie en tot vergelijkbaarheid van systemen, en te zorgen voor een beter begrip – bij regelgevers, toezichthouders en consumenten zelf – van de voordelen en risico's voor consumenten;

46.  verzoekt de Commissie nieuwe benaderingen te bestuderen waarmee aan ondernemingen een grotere flexibiliteit in de regelgeving kan worden geboden om hun activiteiten te testen en hen in staat te stellen te innoveren en toch een hoog beschermingsniveau voor de consumenten en een hoog veiligheidsniveau te waarborgen;

47.  vraagt de Commissie een voorstel te presenteren voor de ontwikkeling van een EU-spaarrekening, teneinde de langetermijnfinanciering aan te zwengelen en ter ondersteuning van een ecologische transformatie in Europa;

48.  vraagt de Commissie om verduidelijking van het concept "algemeen belang", dat op dit moment door de lidstaten oneigenlijk kan worden gebruikt om nieuwe producten van hun markten te weren, en de ETA's te mandateren actief te bemiddelen tussen de lidstaten in het geval van verschillen van interpretatie van dit concept;

Langetermijnoverwegingen

49.  vraagt de Commissie om zich nader te buigen over de haalbaarheid, relevantie, voordelen en kosten van het elimineren van bestaande obstakels voor het grensoverschrijdend verlenen van financiële diensten, en daarmee het garanderen van binnenlandse en grensoverschrijdende portabiliteit in verscheidene delen van de markt voor financiële retaildiensten, bijvoorbeeld met betrekking tot individuele pensioenen en verzekeringsproducten;

50.  wijst erop dat de richtlijn hypothecair krediet momenteel in de lidstaten wordt omgezet of ten uitvoer wordt gelegd; moedigt de Commissie ertoe aan de omzetting en tenuitvoerlegging ervan nauwlettend te volgen en de uitwerking van deze wetgeving op de markt van de financiële retaildiensten te analyseren; herinnert eraan dat er nog steeds grote belemmeringen bestaan voor de oprichting van een sterkere interne markt voor hypotheken en consumentenkrediet; spoort de Commissie er daarom toe aan stappen voorwaarts te doen en tegelijk voor financiële stabiliteit te zorgen, een evenwicht te zoeken tussen privacy en gegevensbescherming enerzijds en betere grensoverschrijdende toegang tot beter gecoördineerde kredietgegevensbanken anderzijds, en ervoor te zorgen dat kredietgerelateerde incidenten waarbij consumenten op onredelijke wijze aan wisselkoersrisico's zijn blootgesteld, zich niet herhalen;

51.  verzoekt de Commissie samen met de lidstaten de tenuitvoerlegging en weerslag van de Europese wetten inzake financiële retaildiensten te analyseren; verzoekt de Europese Commissie en de lidstaten een diepgaand onderzoek te verrichten naar de juridische belemmeringen en nog steeds bestaande hinderpalen voor grensoverschrijdende activiteiten en de voltooiing van een Europese markt voor financiële retaildiensten; onderstreept dat in deze analyse rekening moet worden gehouden met de specifieke kenmerken van de kmo's;

52.  vraagt de Commissie te analyseren welke gegevens leningverstrekkers nodig hebben om de kredietwaardigheid van hun klanten te beoordelen en op basis van deze analyse voorstellen te presenteren voor regels voor de beoordeling in kwestie; vraagt de Commissie nader onderzoek te doen naar de huidige praktijken van kredietinstellingen op het gebied van het verzamelen, verwerken en marketen van consumentengegevens, teneinde te waarborgen dat deze adequaat zijn en geen afbreuk doen aan de rechten van consumenten; vraagt de Commissie te overwegen om, indien nodig, actie te ondernemen;

53.  vraagt de lidstaten ervoor te zorgen dat de digitale communicatie en verkoop met betrekking tot financiële diensten voor consumenten beschikbaar zijn in vormen die toegankelijk zijn voor personen met een handicap, waaronder via websites en downloadbare bestandsformaten; is er voorstander van dat alle financiële diensten voor consumenten volledig onder de richtlijn inzake de toegankelijkheidseisen voor producten en diensten (de ‘Europese toegankelijkheidsakte’) vallen;

54.  is opgetogen over het werk dat wordt verricht om de prijzen van autoverhuurdiensten transparanter te maken, met inbegrip van de verkoop van aanvullende verzekeringen en andere vergoedingen; benadrukt dat alle verplichte of optionele vergoedingen of kosten verbonden aan de huur van een voertuig duidelijk en nadrukkelijk zichtbaar moeten zijn voor de consument op de website van het autoverhuurbedrijf of op een vergelijkingswebsite; herinnert de Commissie eraan dat de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken moet worden gehandhaafd en is verheugd over de recente goedkeuring van nieuwe, aan de technologische vooruitgang aangepaste uitvoeringsrichtsnoeren;

55.  herinnert aan het werk dat is verricht met betrekking tot de verordening inzake kredietbeoordelaars; vraagt de Commissie om de effecten van deze regelgeving - in concreto het aantal aan consumenten verkochte producten - te beoordelen;

o
o   o

56.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 133 van 22.5.2008, blz. 66.
(2) PB L 266 van 9.10.2009, blz. 11.
(3) PB L 60 van 28.2.2014, blz. 34.
(4) PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349.
(5) PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73.
(6) PB L 257 van 28.8.2014, blz. 186.
(7) PB L 257 van 28.8.2014, blz. 214.
(8) PB L 352 van 9.12.2014, blz. 1.
(9) PB L 123 van 19.5.2015, blz. 1.
(10) PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35.
(11) PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19.
(12) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0228.

Juridische mededeling