Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2993(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-1276/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/11/2016 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0450

Aangenomen teksten
PDF 161kWORD 43k
Donderdag 24 november 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
De betrekkingen tussen de EU en Turkije
P8_TA(2016)0450RC-B8-1276/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 24 november 2016 over de betrekkingen tussen de EU en Turkije (2016/2993(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties, met name die van 27 oktober 2016 over de situatie van journalisten in Turkije(1) en die van 14 april 2016 over het verslag 2015 inzake Turkije(2),

–  gezien het voortgangsverslag 2016 over Turkije, dat de Commissie op 9 november 2016 heeft gepubliceerd (SWD(2016)0366),

–  gezien het EU-onderhandelingskader voor Turkije van 3 oktober 2005,

–  gezien de conclusies van de Raad van 18 juli 2016 over Turkije,

–  gezien Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II)(3),

–  gezien het recht van vrije meningsuiting, dat is neergelegd in het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), waarbij Turkije partij is,

–  gezien de verklaringen van de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa,

–  gezien de verklaring van 26 juli 2016 van de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa over maatregelen die zijn genomen in het kader van de noodtoestand in Turkije,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie en het Europees Parlement de mislukte militaire staatsgreep in Turkije sterk hebben veroordeeld en de legitieme bevoegdheid van de Turkse autoriteiten hebben erkend om degenen die voor deze poging verantwoordelijk zijn en erbij betrokken waren te vervolgen;

B.  overwegende dat Turkije weliswaar een belangrijke partner is, maar dat het land als kandidaat-lidstaat de strengste democratische normen dient na te leven, met inbegrip van de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat, fundamentele vrijheden en het universele recht op een eerlijk proces; overwegende dat Turkije sinds 1950 lid is van de Raad van Europa en daardoor gebonden aan het EVRM;

C.  overwegende dat de repressieve maatregelen van de Turkse regering in het kader van de noodtoestand disproportioneel zijn en in strijd zijn met de fundamentele rechten en vrijheden die in de Turkse grondwet zijn verankerd, de democratische waarden waarop de Europese Unie is gegrondvest en het IVBPR; overwegende dat de autoriteiten sinds de staatsgreep tien leden van de Turkse Grote Nationale Vergadering hebben gearresteerd, alsook circa 150 journalisten – het hoogste cijfer ter wereld; overwegende dat er 2 386 rechters en openbare aanklagers en 40 000 andere mensen zijn aangehouden, waarvan er meer dan 31 000 zich nog in hechtenis bevinden; overwegende dat 129 000 ambtenaren ofwel geschorst blijven (66 000) ofwel zijn ontslagen (63 000), in de meeste gevallen tot dusver zonder aanklacht;

D.  overwegende dat president Erdoğan en leden van de Turkse regering zich herhaaldelijk hebben uitgelaten over de herinvoering van de doodstraf; overwegende dat de Raad in zijn conclusies van 18 juli 2016 over Turkije nogmaals heeft benadrukt dat de ondubbelzinnige verwerping van de doodstraf een essentieel onderdeel is van het acquis van de Unie;

E.  overwegende dat er grote zorg leeft over de omstandigheden waarin personen die na de couppoging zijn gearresteerd en opgesloten, worden vastgehouden, en over de zware beknotting van de vrije meningsuiting in pers en media in Turkije,

F.  overwegende dat bij ernstige en voortdurende inbreuk op aan de Unie ten grondslag liggende beginselen van vrijheid, democratie, mensenrechten, fundamentele vrijheden en rechtsstaat, de Commissie ingevolge paragraaf 5 van het onderhandelingskader, op eigen initiatief of op verzoek van een-derde van de lidstaten, de opschorting van de onderhandelingen zal aanbevelen en de voorwaarden voor eventuele hervatting daarvan voorstellen;

G.  overwegende dat een tijdelijke stopzetting van de onderhandelingen zou betekenen dat de huidige gesprekken worden bevroren, dat er geen nieuwe hoofdstukken worden geopend en dat er geen nieuwe initiatieven worden genomen met betrekking tot het EU-onderhandelingskader van Turkije;

1.  veroordeelt met klem de disproportionele repressieve maatregelen die sinds de mislukte militaire staatsgreep in juli 2016 in Turkije worden genomen; blijft er aan vasthouden dat Turkije geassocieerd blijft met de EU, verzoekt de Commissie en de lidstaten echter een tijdelijke bevriezing van de lopende toetredingsonderhandelingen met Turkije te initiëren;

2.  neemt zich voor zijn standpunt te herzien zodra de buitenproportionele maatregelen op grond van de noodtoestand in Turkije worden opgeheven; noemt het voor die herziening beslissend in hoeverre de rechtsstaat en de mensenrechten overal in het land worden hersteld; zou opheffing van de noodtoestand als geschikt moment zien om aanstalten te gaan maken met een dergelijke herziening;

3.  benadrukt nogmaals dat de herinvoering van de doodstraf door de Turkse regering een formele opschorting van het toetredingsproces tot gevolg zou hebben;

4.  wijst erop dat Turkije tot nu toe niet voldoet aan 7 van de 72 benchmarks van de routekaart voor visumliberalisering, en dat sommige daarvan erg belangrijk zijn;

5.  wijst erop dat opwaardering van de douane-unie belangrijk is voor Turkije; beklemtoont dat opschorting van de werkzaamheden rond die opwaardering van de douane-unie ernstige economische gevolgen voor het land zou hebben;

6.  is zeer verontrust over uitlatingen waarbij het Verdrag van Lausanne ter discussie wordt gesteld, waarin de grenzen van het moderne Turkije werden getrokken en dat gedurende bijna een eeuw heeft bijgedragen aan vrede en stabiliteit in de regio;

7.  verzoekt de Commissie in het voor 2017 geplande tussentijdse evaluatieverslag over het IPA ook in te gaan op de jongste ontwikkelingen in Turkije; vraagt de Commissie de mogelijkheid na te gaan van verhoogde steun voor het Turkse maatschappelijke middenveld uit het Europese Instrument voor Democratie en Mensenrechten;

8.  moedigt de Commissie, de Raad van Europa en de Commissie van Venetië ertoe aan om de Turkse rechterlijke autoriteiten extra bijstand te verlenen;

9.  onderstreept het strategische belang van de betrekkingen tussen de EU en Turkije voor beide partijen; onderkent dat Turkije weliswaar een belangrijke partner van de EU is, maar is van mening dat beide partners de politieke wil tot samenwerking moeten tonen; meent dat Turkije deze politieke wil niet toont, aangezien het handelen van de regering Turkije verder van het Europese pad af brengt;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van Turkije.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0423.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0133.
(3) PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11.

Juridische mededeling