Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/0028(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0373/2016

Ingediende teksten :

A8-0373/2016

Debatten :

PV 12/12/2016 - 10
CRE 12/12/2016 - 10

Stemmingen :

PV 14/12/2016 - 9.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0497

Aangenomen teksten
PDF 252kWORD 43k
Woensdag 14 december 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Binnenlands passagiersvervoer per spoor ***II
P8_TA(2016)0497A8-0373/2016
Resolutie
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 14 december 2016 betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007 met betrekking tot openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor (11198/1/2016 – C8-0425/2016 – 2013/0028(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (11198/1/2016 – C8-0425/2016),

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door het Litouwse Parlement, de Luxemburgse Kamer van Afgevaardigden, de Nederlandse Eerste en Tweede Kamer, de Oostenrijkse Bondsraad en het Zweedse Parlement, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 11 juli 2013(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 8 oktober 2013(2),

–  gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(3) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0028),

–  gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 76 van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0373/2016),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de bij deze resolutie gevoegde verklaring;

3.  constateert dat het besluit is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;

4.  stelt voor om naar de handeling te verwijzen als "de verordening-van de Camp-Dijksma betreffende de openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor"(4);

5.  verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;

6.  verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen, nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

7.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 327 van 12.11.2013, blz. 122.
(2) PB C 356 van 5.12.2013, blz. 92.
(3) Aangenomen teksten van 26.2.2014, P7_TA(2014)0148.
(4) Wim van de Camp en Sharon Dijksma hebben namens het Parlement respectievelijk de Raad de onderhandelingen over de handeling geleid.


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Verklaring van het Europees Parlement over de overgang van personeel

Volgens overweging 14 en artikel 4, leden 4 bis, 4 ter en 6, moeten de lidstaten Richtlijn 2001/23/EG betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen volledig eerbiedigen en mogen zij verder gaan dan de toepassing van deze richtlijn door extra maatregelen ter bescherming van het personeel te nemen die in overeenstemming zijn met het Unierecht, zoals het eisen van een verplichte overgang van personeel, ook als Richtlijn 2001/23/EG niet van toepassing is.

Juridische mededeling