Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2146(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0366/2016

Ingediende teksten :

A8-0366/2016

Debatten :

PV 15/12/2016 - 3
CRE 15/12/2016 - 3

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0512

Aangenomen teksten
PDF 277kWORD 56k
Donderdag 15 december 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Activiteiten van de Commissie verzoekschriften in 2015
P8_TA(2016)0512A8-0366/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 15 december 2016 over de activiteiten van de Commissie verzoekschriften in 2015 (2016/2146(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de uitkomst van de beraadslagingen van de Commissie verzoekschriften,

–  gezien de artikelen 10 en 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

–  gezien Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien het belang van het recht om verzoekschriften in te dienen en het belang voor het Parlement om onmiddellijk kennis te nemen van de specifieke zorgen van de burgers en ingezetenen van de Unie, zoals bepaald in de artikelen 24 en 227 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien artikel 228 van het VWEU,

–  gezien artikel 44 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie inzake het recht om verzoekschriften in te dienen bij het Europees Parlement,

–  gezien de bepalingen van het VWEU met betrekking tot de inbreukprocedure, en met name de artikelen 258 en 260,

–   gezien artikel 52 en artikel 216, lid 8, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie verzoekschriften (A8-0366/2016),

A.  overwegende dat het jaarverslag over de activiteiten van de Commissie verzoekschriften bedoeld is om een analyse te bieden van de in 2015 ontvangen verzoekschriften en de betrekkingen met andere instellingen, alsook een getrouw beeld te geven van de in 2015 bereikte doelstellingen;

B.  overwegende dat in 2015 1 431 verzoekschriften zijn ontvangen, 47% minder dan in 2014, toen het Parlement 2 714 verzoekschriften ontving; overwegende dat 943 verzoekschriften ontvankelijk zijn verklaard, waarvan 424 verzoekschriften snel zijn afgehandeld en afgesloten nadat de indiener naar behoren is geïnformeerd over de kwestie die hem zorgen baarde, en 519 verzoekschriften nog openstaan en moeten worden besproken in de Commissie verzoekschriften; overwegende dat 483 verzoekschriften niet-ontvankelijk zijn verklaard;

C.  overwegende dat het aantal ontvangen verzoekschriften bescheiden is in verhouding tot het aantal inwoners van de Europese Unie, wat erop wijst dat de meeste burgers en inwoners zich helaas nog niet bewust zijn van het recht om verzoekschriften in te dienen, of van het mogelijke nut ervan als middel om de Europese instellingen en de lidstaten te wijzen op aangelegenheden die hen aangaan en zorgen baren en die tot de werkterreinen van de Unie behoren;

D.  overwegende dat in 2015 483 verzoekschriften niet-ontvankelijk zijn verklaard en dat er nog steeds wijdverbreide verwarring bestaat over de werkterreinen van de EU, zoals blijkt uit het grote aantal ingediende niet-ontvankelijke verzoekschriften (33,8 %); overwegende dat, om daar verandering in te brengen, de communicatie met de burgers moet worden gestimuleerd en verbeterd en de verschillende werkterreinen op Europees, nationaal en plaatselijk niveau aan hen moeten worden uitgelegd;

E.  overwegende dat elk verzoekschrift op nauwgezette, efficiënte en transparante wijze wordt getoetst en behandeld;

F.  overwegende dat degenen die verzoekschriften indienen doorgaans burgers zijn die zich inzetten voor de bescherming van de grondrechten, voor de verbetering en het toekomstige welzijn van onze samenlevingen; overwegende dat de wijze waarop deze burgers de afhandeling van hun verzoekschrift ervaren zeer bepalend is voor hun perceptie van de Europese instellingen en het in het Unierecht verankerde recht om verzoekschriften in te dienen;

G.  overwegende dat het Europees Parlement de enige EU-instelling waarvan de leden rechtstreeks door de burgers worden gekozen, en dat het recht om verzoekschriften in te dienen hun de kans biedt de aandacht van de door hen gekozen vertegenwoordigers te vestigen op aangelegenheden die hen zorgen baren;

H.  overwegende dat in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is bepaald dat, om goed bestuur te bevorderen en de deelneming van het maatschappelijk middenveld te waarborgen, de instellingen, organen en instanties van de Unie in een zo groot mogelijke openheid moeten werken;

I.  overwegende dat het recht om verzoekschriften in te dienen een essentieel onderdeel moet vormen van een participerende democratie om het recht van elke burger om rechtstreeks aan het democratische leven van de Unie deel te nemen daadwerkelijk te beschermen; overwegende dat bij daadwerkelijk democratisch en participerend bestuur volledige transparantie, de doeltreffende bescherming van de grondrechten en de effectieve betrokkenheid van de burgers bij de besluitvormingsprocessen, moeten worden gewaarborgd; overwegende dat door middel van de verzoekschriften, het Parlement naar de burgers kan luisteren, hen kan informeren en hen kan helpen bij het oplossen van de problemen waarmee zij worden geconfronteerd, waarbij het eveneens de andere instellingen van de EU en de instellingen van de lidstaten ertoe oproept om, in het kader van hun respectieve bevoegdheden, de nodige inspanningen te leveren; overwegende dat door middel van de verzoekschriften de impact van de wetgeving van de EU op het dagelijks leven van haar inwoners moet worden geëvalueerd;

J.  overwegende dat de humanitaire vluchtelingencrisis, de zeer ernstige sociale en economische impact van de financiële crisis en de toename van vreemdelingenhaat en racisme in heel Europa het vertrouwen in het systeem en in het Europese project als geheel in gevaar brengen; overwegende dat de Commissie verzoekschriften de verantwoordelijkheid en grote taak heeft om de constructieve dialoog met de Europese burgers en inwoners over Europese aangelegenheden in stand te houden en te versterken;

K.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften het meest aangewezen orgaan is om de burgers te laten zien wat de Europese Unie voor hen doet en welke oplossingen kunnen worden geboden op Europees, nationaal of plaatselijk niveau; overwegende dat de Commissie verzoekschriften significant werk kan verrichten door de successen en voordelen van het Europese project onder de aandacht te brengen en eventueel aan te tonen;

L.  overwegende dat het recht om verzoekschriften in te dienen het vermogen van het Europees Parlement moet vergroten om te reageren op problemen en te helpen deze op te lossen, vooral in verband met de toepassing en omzetting van de EU-wetgeving; overwegende dat verzoekschriften waardevolle, op eigen ervaringen gebaseerde feedback uit de eerste hand opleveren die helpt om potentiële schendingen en lacunes op te sporen in de wijze waarop de EU-wetgeving op nationaal niveau wordt uitgevoerd en ten slotte door de Commissie wordt gemonitord in haar rol van hoedster van de Verdragen; overwegende dat verzoekschriften die betrekking hebben op de activiteitsterreinen van de EU en die voldoen aan de ontvankelijkheidscriteria, een belangrijk middel zijn voor de vroegtijdige vaststelling van achterblijvende omzetting en daadwerkelijke handhaving van de EU-wetgeving door de lidstaten; overwegende dat de EU-burgers door middel van verzoekschriften kunnen klagen over het feit dat EU-wetgeving niet ten uitvoer wordt gelegd en kunnen helpen schendingen van de EU-wetgeving op te sporen;

M.  overwegende dat verzoekschriften dus een belangrijke rol spelen in het wetgevingsproces, omdat ze een nuttige en directe inbreng zijn voor andere commissies van het Parlement bij hun respectieve wetgevende werkzaamheden; overwegende dat verzoekschriften niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Commissie verzoekschriften vallen, maar een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van alle parlementaire commissies zouden moeten zijn;

N.  overwegende dat de burgers en inwoners van de EU via verzoekschriften melding kunnen maken van een verkeerde toepassing van het EU-recht; overwegende dat de burgers aldus een waardevolle bron van informatie vormen waarmee schendingen van het EU-recht kunnen worden opgespoord;

O.  overwegende dat verzoekschriften niet alleen relevante feedback over de toepassing van bestaande wetgeving kunnen leveren, maar ook lacunes in het EU-recht aan het licht kunnen helpen brengen en het effect van het ontbreken van regelgeving op bepaalde gebieden kunnen helpen beoordelen, en zo een impuls kunnen geven tot verdere wetgevingsinspanningen;

P.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften meer gebruik heeft gemaakt van de specifieke instrumenten waarover zij als commissie beschikt, zoals vragen met verzoek om mondeling antwoord en korte resoluties, teneinde zichtbaarheid te geven aan verschillende kwesties die de burgers zorgen baren, en dat zij vragen en resoluties bij de plenaire vergadering van het Parlement heeft ingediend, zoals de resoluties over hypotheekwetgeving en riskante financiële instrumenten in Spanje en over het belang van het kind in Europa;

Q.  overwegende dat de door burgers ingezonden verzoekschriften in 2015 sneller en doeltreffender zijn behandeld, waarbij de correspondentie met de indieners sneller verliep; overwegende dat het secretariaat een opmerkenswaardige inspanning heeft geleverd om deze verbetering te bewerkstelligen;

R.  overwegende dat de indieners van verzoekschriften actief bijdragen aan het werk van de commissie door aanvullende, op eigen ervaring gebaseerde informatie te verstrekken aan haar leden, aan de Commissie en aan de aanwezige vertegenwoordigers van de lidstaten; overwegende dat zij door deel te nemen aan de besprekingen en hun verzoekschrift te presenteren en nader toe te lichten een bijdrage leveren aan een vlotte en constructieve dialoog met de leden van het Europees Parlement en de Europese Commissie; overwegende dat in 2015 191 indieners een vergadering hebben bijgewoond en betrokken waren bij de besprekingen van de commissie; overwegende dat, hoewel dit aantal relatief laag lijkt, niet uit het oog mag worden verloren dat de vergaderingen van de Commissie verzoekschriften worden uitgezonden en indieners de besprekingen zowel rechtstreeks als achteraf kunnen volgen via webstreaming;

S.  overwegende dat er een specifieke procedure is aangenomen voor de behandeling van verzoekschriften die betrekking hebben op het welzijn van kinderen, en dat er op 17 september 2015 een speciale werkgroep voor dit thema in het leven is geroepen waarbij Eleonora Evi tot voorzitter is verkozen; overwegende dat elke werkgroep een duidelijk mandaat dient te hebben om tastbare resultaten te kunnen leveren en elke ongerechtvaardigde vertraging bij de behandeling van verzoekschriften te voorkomen;

T.  overwegende dat verzoekschriften vaak gelijktijdig worden ingediend met een klacht bij de Europese Commissie, wat kan leiden tot de instelling van een inbreukprocedure; overwegende dat het Europees Parlement in 2015 via verzoekschriften en vragen de aandacht van de Commissie heeft gevestigd op tekortkomingen in de uitvoering en toepassing van bepaalde EU-wetgeving door sommige lidstaten;

U.  overwegende dat deze verzoekschriften aanleiding hebben gegeven tot klachten op milieugebied; overwegende dat de Commissie Finland een ingebrekestelling heeft doen toekomen in verband met de omzetting van de richtlijn inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie; overwegende dat de Commissie in vijf andere milieuzaken een bilaterale dialoog is gestart met de betreffende lidstaten; overwegende dat deze zaken verband hielden met schaliegas, het beheer van wolven, een onjuiste toepassing van de richtlijn inzake strategische milieueffectbeoordeling en de conformiteit van de nationale wetgeving met de eisen van de richtlijn inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie;

V.  overwegende dat de burgers ook verzoekschriften over kwesties met betrekking tot rechtspraak en justitiële samenwerking hebben ingediend, en dat de Commissie naar aanleiding van een verzoekschrift een bilaterale dialoog met een lidstaat is gestart over diens beperkingen op naamswijzigingen na het huwelijk;

W.  overwegende dat de Commissie tevens bilaterale besprekingen is gestart met een aantal lidstaten naar aanleiding van diverse verzoekschriften over de belasting op onroerende zaken en de door studenten betaalde woonplaatsbelasting;

X.  overwegende dat de Commissie voornemens is de tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving te versterken op basis van de omzetting en systematische controles van de conformiteit van de nationale wetgeving; overwegende dat de Commissie heeft verklaard dat zij passende maatregelen zal nemen, met inbegrip van de opening van nieuwe EU-Pilot-dossiers en inbreukprocedures, wanneer zij mogelijke inbreuken op de EU-wetgeving vaststelt;

Y.  overwegende dat de betrokkenheid van het Parlement bij deze procedures een aanvullende toetsing oplevert van het onderzoekswerk van de bevoegde EU-instellingen; overwegende dat verzoekschriften niet mogen worden afgehandeld in afwachting van het onderzoek van de Commissie;

Z.  overwegende dat de Commissie in het jaarlijkse verslag over de controle op de toepassing van het EU-recht de maatregelen in verband met inbreuken op het EU-recht publiceert en informatie over de inbreukprocedures verstrekt in de vorm van persberichten; overwegende dat de besluiten met betrekking tot inbreukprocedures kunnen worden geraadpleegd in de gegevensbank van de Commissie op de Europa-website; overwegende dat het de transparantie en de samenwerking tussen de Commissie en de Commissie verzoekschriften ten goede zou komen als de Commissie meer gedetailleerde informatie zou verstrekken in haar tussenkomsten in de Commissie verzoekschriften over zaken die verband houden met verzoekschriften;

AA.  overwegende dat de belangrijkste punten van zorg die in de verzoekschriften aan bod komen uiteenlopende kwesties omvatten, zoals het milieubescherming (met name de behandeling van afvalwater, afvalbeheer, stroomgebiedbeheer, de exploratie naar en ontginning van gas en koolwaterstoffen), inbreuken op de consumentenrechten, rechtspraak (met name het gezagsrecht voor minderjarigen), de grondrechten (met name de rechten van het kind, van personen met een handicap en minderheden), het vrije verkeer van personen, discriminatie, immigratie, werkgelegenheid en dierenwelzijn;

AB.  overwegende dat het eind 2014 in gebruik genomen webportaal van de Commissie verzoekschriften operationeel is, maar nog niet helemaal af is; overwegende dat dit portaal bedoeld is om de burgers en inwoners van de EU een elektronisch instrument te bieden waarmee zij verzoekschriften kunnen indienen en de behandeling daarvan permanent kunnen volgen, alsook hun verzoekschrift elektronisch kunnen ondertekenen en verzoekschriften van andere indieners over thema's die hen interesseren kunnen ondersteunen; overwegende dat de tekortkomingen van een aantal basisfuncties zoals het zoekvenster, die het hele jaar 2015 en tot voor kort bleven bestaan, de rol van het portaal als interactieve ruimte voor uitwisseling met de burger hebben ondermijnd; overwegende dat dit probleem uiteindelijk is opgelost;

AC.  overwegende dat het portaal is ontworpen om de verzoekschriftenprocedure transparanter en interactief te maken en voor meer administratieve efficiëntie zorgt, in het belang van de indieners, de leden en het grote publiek; overwegende dat met de tweede fase van het project vooral tot doel heeft de administratieve afhandeling van de verzoekschriften te verbeteren;

AD.  overwegende dat opeenvolgende vertragingen tijdens de volgende fasen van het project extra werklast voor het secretariaat van de Commissie verzoekschriften hebben veroorzaakt doordat de betreffende dossiers handmatig in de diverse databases moesten worden geüpload; overwegende dat een aantal verzoekschriften nog steeds niet is geüpload, aangezien tot dusver alleen de in 2013, 2014 en 2015 ontvangen openstaande verzoekschriften naar dit portaal zijn geüpload en de in 2016 ontvangen verzoekschriften momenteel worden geüpload;

AE.  overwegende dat bepaalde tekortkomingen zijn verholpen, namelijk wat de zoekfunctie en de geheimhouding van de gegevens van indieners betreft, en dat sinds de tweede helft van 2016 inspanningen worden geleverd om de dienst nuttiger en zichtbaarder te maken voor de burgers;

AF.  overwegende dat de ontvankelijkheid van verzoekschriften is gebaseerd op de criteria van artikel 227 VWEU; overwegende dat het concept van werkterreinen van de Unie veel verder gaat dan de lange lijst van bevoegdheden; overwegende dat een niet-ontvankelijkverklaring voor rechterlijke toetsing vatbaar is als ze niet naar behoren overeenkomstig deze criteria is gemotiveerd;

AG.  overwegende dat nationale rechtbanken de primaire verantwoordelijkheid hebben om te waarborgen dat EU-wetgeving in de lidstaten deugdelijk ten uitvoer wordt gelegd; overwegende dat een prejustitiële beslissing van het Europees Hof van Justitie in dit verband een nuttig instrument voor nationale rechtsstelsels is; overwegende dat in sommige lidstaten weinig of helemaal geen gebruik is gemaakt van deze procedure; overwegende dat deze primaire verantwoordelijkheid niet mag uitsluiten dat de Commissie een proactievere rol op zich neemt, in haar hoedanigheid van hoedster van de Verdragen, als het gaat om het waarborgen van de naleving van de EU-wetgeving; overwegende dat verzoekschriften een alternatieve en onafhankelijke manier zijn om informatie in te winnen en de naleving van EU-wetgeving te controleren, en overwegende dat deze twee alternatieve procedures elkaar daarom niet zouden mogen uitsluiten;

AH.  overwegende dat het Europees burgerinitiatief (EBI) een belangrijk instrument moet zijn om de burgers in staat te stellen rechtstreeks deel te nemen aan de ontwikkeling van het EU-beleid, dat het potentieel ervan volledig moet worden benut, en dat ervoor moet worden gezorgd dat de burgers volledig op de hoogte zijn van welke zaken onder de bevoegdheid van de EU, respectievelijk de lidstaten vallen; overwegende dat de voornaamste verschillen tussen het EBI en het recht om verzoekschriften in te dienen, beter aan de burger moeten worden uitgelegd; overwegende dat het Parlement een specifieke verantwoordelijkheid heeft om van dit instrument een echt succes te maken; overwegende dat, zoals tot uitdrukking kwam in de verklaringen tijdens de openbare hoorzitting van 22 februari 2015, onder de organisaties die een EBI hebben geregistreerd het algemene gevoel heerst dat de administratieve obstakels moeten worden weggenomen om de best mogelijke resultaten met betrekking tot burgerparticipatie te kunnen realiseren;

AI.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften van oordeel is dat de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 211/2011, meer dan drie jaar na de datum van toepassing ervan op 1 april 2012, moet worden geëvalueerd om eventuele tekortkomingen op te sporen en haalbare concrete oplossingen voor te stellen voor een snelle herziening, met het oog op een beter functioneren;

AJ.  overwegende dat er in 2015 vanwege de werklast van de Commissie verzoekschriften slechts één informatiebezoek is afgelegd voor de verzoekschriften waarvoor er in 2015 een onderzoek liep; overwegende dat het op 5 en 6 november 2015 afgelegde informatiebezoek aan het Verenigd Koninkrijk over de kwestie adoptie zonder ouderlijke toestemming de delegatieleden in staat heeft gesteld meer inzicht te krijgen in de situatie, omdat zij de problemen hebben besproken met vertegenwoordigers van de verschillende betrokken instanties van het Verenigd Koninkrijk;

AK.  overwegende dat de bezoeken een specifieke bevoegdheid van de commissie en een essentieel onderdeel van haar werkzaamheden zijn, waaronder ook de interactie met indieners en autoriteiten van de betrokken lidstaten valt; overwegende dat de leden van deze delegaties op gelijke voet aan alle activiteiten deelnemen, met inbegrip van de opstelling van het eindverslag;

AL.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften verantwoordelijkheden heeft met betrekking tot het Bureau van de Europese Ombudsman, dat bevoegd is om klachten van burgers en inwoners van de EU over mogelijk wanbeheer binnen de instellingen en organen van de Europese Unie te onderzoeken, waarover de commissie ook een jaarverslag opstelt op basis van het jaarverslag van de Europese Ombudsman zelf;

AM.  overwegende dat Emily O’Reilly, de Europese Ombudsman, haar jaarverslag van 2014 op 26 mei 2015 heeft voorgelegd aan Martin Schulz, Voorzitter van het Europees Parlement; overwegende dat zij op 23 juni 2015 haar verslag heeft gepresenteerd in de vergadering van de Commissie verzoekschriften, die verantwoordelijk is voor de betrekkingen met haar instelling;

AN.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften lid is van het Europees netwerk van ombudsmannen, dat bestaat uit nationale en regionale ombudsmannen, verzoekschriftencommissies en soortgelijke organen van de lidstaten van de Europese Unie, de kandidaat-landen voor het EU-lidmaatschap en andere landen uit de Europese Economische Ruimte en/of het Schengengebied; overwegende dat de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement een volwaardig lid van dit netwerk is, dat momenteel 94 kantoren in 36 landen telt;

AO.  overwegende dat ieder verzoekschrift zorgvuldig wordt beoordeeld en behandeld en dat iedere indiener het recht heeft om binnen een redelijke termijn een antwoord te ontvangen; overwegende dat elke indiener van een verzoekschrift geïnformeerd moet worden over de redenen waarom een verzoekschrift wordt afgesloten;

AP.  overwegende dat alle indieners de kans moeten krijgen om hun zaak rechtstreeks voor de Commissie verzoekschriften te presenteren;

1.  benadrukt dat het recht om verzoekschriften in te dienen het responsvermogen van het Europees Parlement moet vergroten door een bijdrage te leveren aan het oplossen van problemen die met name verband houden met de omzetting en toepassing van de EU-wetgeving, aangezien verzoekschriften die betrekking hebben op de activiteitsterreinen van de EU zijn gebaseerd en aan de ontvankelijkheidscriteria voldoen, waardevolle feedback opleveren waardoor potentiële schendingen en tekortkomingen van de EU-wetgeving kunnen worden opgespoord; verzoekt de Commissie meer van haar bevoegdheden gebruik te maken als het erom gaat te zorgen voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving, bijvoorbeeld door sneller gebruik te maken van de inbreukprocedure overeenkomstig de artikelen 258 en 260 VWEU;

2.  wijst op de inspanningen die de Commissie verzoekschriften levert door aandacht te besteden en een bijdrage te leveren aan het oplossen van de problemen waarmee burgers worden geconfronteerd; is van oordeel dat door middel van de verzoekschriften de impact van de communautaire wetgeving op het dagelijks leven van mensen beter kan worden geëvalueerd, omdat verzoekschriften een brug slaan tussen de burgers en de instellingen;

3.  benadrukt dat de Commissie verzoekschriften de kans en grote taak heeft om een betrouwbare en vruchtbare dialoog met de burgers aan te gaan, samen met de mogelijkheid om de EU-instellingen dichter bij haar burgers te brengen; merkt op dat zij moet helpen participatieve democratie te bevorderen; is van mening dat het voor het realiseren van deze doelstelling van cruciaal belang is een passend antwoord op verzoekschriften te bieden, zowel wat de timing als wat de kwaliteit van het antwoord betreft;

4.  herinnert eraan dat de nationaliteiten van de indieners gelijk en evenredig vertegenwoordigd moeten zijn in de openbare debatten van de commissie; om de Europese dimensie van de commissie te versterken, moet een correcte en billijke vertegenwoordiging van alle lidstaten in de openbare debatten van de commissie worden aangemoedigd; benadrukt dat de Commissie verzoekschriften aan alle ontvankelijke verzoekschriften evenveel belang moet toekennen en ze alle even objectief moet behandelen; benadrukt dat verzoekschriften die verband houden met een verkiezingscampagne in een lidstaat niet volgens de spoedprocedure moeten worden behandeld;

5.  benadrukt dat verzoekschriften ook een belangrijke rol spelen in het wetgevingsproces, omdat hiermee bestaande mazen en lacunes in de omzetting van de communautaire wetgeving kunnen worden opgespoord en ze een nuttige en directe inbreng zijn voor andere commissies van het Parlement bij hun respectieve wetgevende werkzaamheden; is verheugd over de toegenomen interactie tussen de Commissie verzoekschriften en de overige parlementaire commissies; is van mening dat verzoekschriften niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Commissie verzoekschriften vallen, maar een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van alle parlementaire commissies moeten zijn; juicht het voornemen toe om een informeel netwerk voor verzoekschriften binnen het Parlement op te zetten, met deelname van leden die alle parlementaire commissies vertegenwoordigen, om te zorgen voor een soepele en doeltreffende coördinatie van de werkzaamheden met betrekking tot verzoekschriften; meent dat het netwerk zal bijdragen tot een betere begrip van de rol van verzoekschriften in de werkzaamheden van het Parlement en tot nauwere samenwerking tussen de commissies in zaken die door de indieners aan de orde worden gesteld; verzoekt alle bevoegde parlementaire commissies passende aandacht te besteden aan de naar hen doorgestuurde verzoekschriften en de nodige inspanningen te doen om de informatie te verschaffen voor de correcte afhandeling van de verzoekschriften;

6.  onderkent dat voor het Parlement ook een essentiële politieke rol is weggelegd bij het uitoefenen van toezicht op de handhavingsactiviteiten van de Commissie, in concreto middels het controleren van de jaarverslagen over het toezicht op de toepassing van het EU-recht en het opstellen van relevante EP-resoluties; verzoekt de Commissie rekening te houden met de door de PETI-commissie in het Parlement ingediende resoluties, waarin op specifieke lacunes in de toepassing en omzetting van EU-wetgeving wordt gewezen en waarin de Commissie wordt verzocht passende actie te ondernemen en bij het Parlement verslag uit te brengen over de follow-up; verzoekt de Raad en het Parlement voorts om bij de vaststelling van Verordening (EU) …/…[procedure 2013/0140(COD)] specifieke actie te ondernemen om Drosophila melanogaster vrij te stellen van veterinaire controles aan de buitengrenzen van de EU, zoals in verzoekschrift 1358/2011 is voorgesteld door een aantal Nobelprijswinnaars (hoogleraren biochemie);

7.  is verheugd over het feit dat de tijd die de behandeling van verzoekschriften in beslag neemt in 2015 is verminderd, maar wijst er wel op dat het secretariaat van de Commissie verzoekschriften onmiddellijk moet worden uitgerust met meer technische middelen en personeel om te waarborgen dat verzoekschriften behoorlijk worden onderzocht en dat de voor de behandeling ervan benodigde tijd verder wordt verminderd, terwijl de kwaliteit van de behandeling gegarandeerd blijft; verzoekt om digitalisering van de verzoekschriftenprocedure, met name door middel van de invoering van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën om een doeltreffende en tijdige behandeling en een optimaal gebruik van menselijke hulpbronnen te waarborgen, onverminderd het recht van de burgers om verzoekschriften via de traditionele post in te dienen;

8.  blijft het beschouwen als een bijzondere verplichting om tegenover de indieners de niet-ontvankelijkheid respectievelijk het afsluiten van de behandeling van een verzoekschrift wegens ongegrondheid zorgvuldig moet worden gemotiveerd;

9.  is ingenomen met het feit dat de Commissie deelneemt aan en zich inzet voor de verzoekschriftenprocedure en zo snel mogelijk reageert op de nieuwe verzoekschriften die het Parlement naar haar doorstuurt; wijst erop dat de antwoorden van de Commissie gewoonlijk gedetailleerd zijn en alle verzoekschriften betreffen die onder haar bevoegdheid vallen; herinnert eraan dat de Commissie echter in vele gevallen geen nieuwe elementen toevoegt aan de antwoorden op verzoekschriften ten aanzien waarvan om een herziening wordt gevraagd vanwege een wijziging van de status of context ervan; betreurt het dat de Commissie zich in sommige gevallen voornamelijk op procedurele aspecten concentreert en niet op de kern van de zaak ingaat; herinnert de Commissie eraan dat verzoekschriften waarin een mogelijke inbreuk op het EU-recht aan de orde wordt gesteld, pas kunnen worden afgerond als de grondige analyse ervan is afgerond; is ingenomen met het engagement van de Commissie om algemeen bevoegde ambtenaren naar de vergaderingen van de Commissie verzoekschriften te sturen, nu de kwaliteit van de algemene behandeling van verzoekschriften toeneemt, wanneer de Commissie tijdens de debatten wordt vertegenwoordigd door de hoogste geplaatste ambtenaren die beschikbaar zijn; betreurt het feit dat de antwoorden van de Commissie tijdens de commissievergaderingen meestal beperkt blijven tot de inhoud van het officiële antwoord dat aan de commissie is toegezonden en dat geen nieuwe of relevante informatie wordt verstrekt waarmee de aan de orde gestelde kwesties kunnen worden opgelost; merkt op dat met de schriftelijke antwoorden ernstig rekening wordt gehouden, net als met de uitleg die wordt verstrekt tijdens de door de Commissie verzoekschriften georganiseerde mondelinge debatten;

10.  is van mening dat de Commissie in haar rol als hoedster van de Verdragen, in het bijzonder als het om milieuaangelegenheden gaat, verder moet gaan dan een louter formeel onderzoek van de procedurele vereisten, en zich meer moet concentreren op de eigenlijke inhoud van de kern van de zaak; herinnert aan het voorzorgsbeginsel en de achterliggende bedoeling van de EU-milieuwetgeving om onherstelbare schade aan ecologisch gevoelige gebieden te voorkomen, en vraagt de Commissie een benadering te volgen die het mogelijk maakt ex ante gebruik te maken van haar bevoegdheden en prerogatieven;

11.  is het oneens met de door de Commissie steeds vaker herhaalde interpretatie van het zevenentwintigste jaarlijkse verslag over de controle op de toepassing van het EU-recht (2009) dat zij gemachtigd zou zijn dossiers waarvoor nog geen officiële maatregelen in de richting van een inbreukprocedure zijn genomen, te sluiten, of actieve inbreukprocedures met betrekking tot bij nationale rechtbanken lopende rechtszaken op te schorten; bekrachtigt de oorspronkelijke gedachte in genoemd verslag dat de Commissie haar inspanningen om een consequente tenuitvoerlegging van EU-wetgeving te waarborgen, voor zover het in haar macht ligt zou moeten opvoeren en daarbij gebruik zou moeten maken van inbreukmechanismen, ongeacht de vraag of er op nationaal niveau rechtszaken lopen;

12.  zal er in de toekomst sterker op letten dat de Commissie regelmatig verslag aan het Parlement uitbrengt over de ontwikkeling van tegen afzonderlijke lidstaten opgestarte inbreukprocedures, zodat er betere samenwerking mogelijk is en de indieners in kwestie in een vroeg stadium van de ontwikkelingen in kennis kunnen worden gesteld;

13.  is van mening dat, omwille van de transparantie en in de geest van loyale samenwerking tussen de verschillende EU-instellingen en uit hoofde van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, de Commissie het Parlement op verzoek een samenvatting moet doen toekomen van afzonderlijke gevallen met betrekking tot EU-Pilot-procedures; herhaalt de eerdere verzoeken van de Commissie verzoekschriften om toegang tot documenten over EU Pilot- en inbreukprocedures te geven, aangezien verzoekschriften er vaak toe leiden dat er een inbreukprocedure wordt ingeleid; verzoekt de Commissie nogmaals de Commissie verzoekschriften te informeren over de voortgang van de inbreukprocedures die rechtstreeks verband houden met verzoekschriften; stelt vast dat maximale transparantie moet worden gewaarborgd bij de verspreiding van informatie over EU-Pilot-procedures en over reeds afgesloten inbreukprocedures;

14.  is van mening dat het Parlement tijdig de nodige informatie moet krijgen over inbreukprocedures die naar aanleiding van vragen over verzoekschriften zijn ingeleid, met name als de Commissie verzoekschriften daarom vraagt;

15.  acht het van essentieel belang dat de samenwerking met de nationale parlementen en hun bevoegde commissies, alsook met de regeringen van de lidstaten, wordt verbeterd, met name om ervoor te helpen zorgen dat het verzoekschrift door de bevoegde instanties wordt behandeld; vraagt nogmaals dat er een gestructureerde dialoog met de lidstaten wordt aangegaan in de vorm van regelmatige vergaderingen met de bevoegde parlementaire commissies; is ingenomen met het feit dat een delegatie van de verzoekschriftencommissie van de Duitse Bundestag aanwezig was bij de vergadering van de Commissie verzoekschriften van 4 mei 2015; hoopt dat een dergelijke dialoog kan bijdragen tot loyale samenwerking bij het zoeken naar nuttige oplossingen voor bij herhaling voorgelegde gevallen, zoals de verzoekschriften over het Jugendamt; pleit voor de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de lidstaten en de betrokken plaatselijke en/of regionale autoriteiten tijdens de vergaderingen van de Commissie verzoekschriften; herhaalt dat het belangrijk is dat vertegenwoordigers van de Raad en de Commissie de vergaderingen en hoorzittingen van de Commissie verzoekschriften bijwonen;

16.  onderkent dat daadwerkelijke toepassing van het EU-recht een positief effect heeft op de geloofwaardigheid van de EU-instellingen; herinnert eraan dat het in het Verdrag van Lissabon vastgelegde recht om een verzoekschrift in te dienen een belangrijk aspect van het Europees burgerschap is en een echte barometer is om toezicht te houden op toepassing van het EU-recht en mogelijke mazen in de wetgeving op te sporen; vraagt de Commissie verzoekschriften regelmatig een vergadering met de nationale verzoekschriftencommissies te houden om in de EU en in de lidstaten aan bewustmaking te doen over de zorgen van de Europese burgers en om hun rechten te versterken door betere Europese wetgeving en een betere toepassing daarvan;

17.  herhaalt het in zijn resolutie van 11 maart 2014 over de werkzaamheden van de Commissie verzoekschriften 2013(1) geformuleerde verzoek om een versterkte gestructureerde dialoog aan te gaan met de lidstaten, namelijk door met regelmaat vergaderingen met leden van nationale verzoekschriftencommissies of andere bevoegde instanties te houden; verzoekt de lidstaten kennis te nemen van de aanbevelingen die worden geformuleerd in verslagen van informatiebezoeken en in het kader van dialogen;

18.  is verheugd over het feit dat in 2015 191 burgers hun verzoekschrift rechtstreeks aan de Commissie verzoekschriften hebben gepresenteerd; herinnert aan en pleit voor het gebruik van videoconferenties of andere middelen waarmee indieners actief aan de werkzaamheden van de Commissie verzoekschriften kunnen deelnemen indien zij niet fysiek aanwezig kunnen zijn;

19.  neemt kennis van de strikte en enge interpretatie door de Europese Commissie van artikel 51, lid 1, van het Handvest van de grondrechten, waarin onder meer wordt bepaald dat het Handvest uitsluitend tot de lidstaten is gericht "wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen"; neemt ter kennis dat in artikel 51, lid 2, van het Handvest wordt bepaald dat het Handvest "het toepassingsgebied van het recht van de Unie niet verder [uitbreidt] dan de bevoegdheden van de Unie reiken"; herinnert eraan dat de verwachtingen van de EU-burgers vaak verder gaan dan het Handvest reikt en verzoekt de Commissie na te denken over een nieuwe aanpak die beter bij deze verwachtingen aansluit; vraagt dat het toepassingsgebied van het Handvest ruimer wordt geïnterpreteerd en dat de toepasselijkheid van dit artikel uiteindelijk bij toekomstige herzieningen van het Handvest en de Verdragen wordt herbeoordeeld; onderstreept dat niets de lidstaten ervan weerhoudt de bepalingen van het Handvest volledig toe te passen in hun nationale wetgeving om de grondrechten van hun burgers ook te beschermen wanneer het niet om de toepassing van het recht van de Unie gaat, en herinnert eraan dat zij ook door andere internationale verplichtingen gebonden zijn;

20.  betreurt het dat indieners nog steeds niet voldoende worden geïnformeerd over de redenen waarom een verzoekschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard;

21.  betreurt de strikte en restrictieve uitlegging door de Europese Commissie van artikel 51 van het Handvest van de grondrechten dat bepaalt dat "de bepalingen van dit Handvest zijn gericht tot de instellingen, organen en instanties van de Unie met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, alsmede, uitsluitend wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen, tot de lidstaten"; wijst erop dat, vanwege artikel 51 van het Handvest, de verwachtingen van de burgers vaak verder gaan dan hetgeen op grond van de zuiver juridische bepalingen van het Handvest kan worden waargemaakt en dat deze verwachtingen juist vanwege de strikte en restrictieve uitlegging ervan vaak niet worden waargemaakt; verzoekt de Commissie een nieuwe aanpak te volgen die meer op deze verwachtingen is afgestemd;

22.  betreurt het dat de burgers van Polen en het Verenigd Koninkrijk nog steeds niet worden beschermd door het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie;

23.  onderstreept dat twee leden in januari 2015 zijn benoemd als vertegenwoordigers van de Commissie verzoekschriften binnen de structuur van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en hebben meegewerkt aan een analyse van het initieel verslag van de Europese Unie en het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap in Genève, Zwitserland, van 27 t/m 28 augustus 2015; wijst; wijst op het belangrijke werk dat de Commissie verzoekschriften onafgebroken heeft verricht in het kader van de tenuitvoerlegging van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap; neemt kennis van het feit dat 2015 een zeer belangrijk jaar was omdat voor de eerste keer de naleving van de mensenrechtenverplichtingen in de EU werd geëvalueerd door een orgaan van de Verenigde Naties; is verheugd over het feit dat een VN-comité in de gelegenheid is gesteld alle details te horen over de beschermende functie van de Commissie verzoekschriften; benadrukt dat de Commissie is begonnen met het integreren van de slotopmerkingen van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap in de verzoekschriftenprocedure(2); is verheugd over het feit dat de op 15 oktober 2015 door de Commissie verzoekschriften georganiseerde openbare hoorzitting "Bescherming van de rechten van personen met een handicap, vanuit het perspectief van ontvangen verzoekschriften" een hoge mate van toegankelijkheid had; vestigt de aandacht op het belang van de conclusies van de studie in opdracht van beleidsondersteunende afdeling C getiteld "De beschermingsopdracht van de Commissie verzoekschriften binnen de context van de uitvoering van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap"; is van oordeel dat de Commissie verzoekschriften evenementen moet blijven organiseren die gericht zijn op verzoekschriften met betrekking tot invaliditeit; verzoekt om een vergroting van de capaciteit van de Commissie verzoekschriften en haar secretariaat, zodat de commissie haar beschermende rol naar behoren kan vervullen; wenst dat er een ambtenaar wordt aangewezen die verantwoordelijk is voor de behandeling van problemen met betrekking tot invaliditeit; neemt kennis van de wezenlijke follow-upmaatregelen die het comité in 2015 heeft genomen met betrekking tot specifiekere thema's op het gebied van invaliditeit, zoals de bekrachtiging van het Verdrag van Marrakesh, de deblokkering van de anti-discriminatierichtlijn, vrijstelling van de douaneheffingen voor bepaalde voorwerpen die zijn ontworpen voor de opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele ontwikkeling van personen met een handicap en mantelzorgers;

24.  dringt aan op een snelle ratificatie van het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, ongeacht het bevoegdheidsconflict voor het Hof van Justitie van de Europese Unie; herinnert eraan dat het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap er in september 2015 in zijn slotopmerkingen op heeft gewezen dat het verdrag in de EU op een aantal punten niet volledig in acht wordt genomen; merkt op dat de EU snel een gewijzigde Europese toegankelijkheidswet moet aannemen, met effectieve en toegankelijke handhavings- en klachtenmechanismen; merkt op dat de rol van de Commissie moet worden ontdubbeld door haar uit het onafhankelijke toezichtskader te verwijderen, om ervoor te zorgen dat het kader over voldoende middelen beschikt om zijn taken uit te voeren;

25.  benadrukt dat in de verzoekschriften van burgers de meest uiteenlopende vraagstukken aan bod komen, zoals de grondrechten, kinderwelzijn, de rechten van personen met een handicap, de rechten van personen die tot minderheden behoren, kinderrechten, de interne markt, het milieurecht, arbeidsverhoudingen, het migratiebeleid, handelsovereenkomsten, volksgezondheidsvraagstukken, vervoer, dierenrechten en discriminatie;

26.  betreurt de zeer restrictieve benadering van de Commissie in haar antwoorden op verzoekschriften in verband met verschillende aspecten van dierenwelzijn, wanneer het erom gaat haar verantwoordelijkheden krachtens artikel 13 VWEU te interpreteren; dringt er bij de Commissie op aan haar huidige benadering te herzien en verder te onderzoeken over welke rechtsgrondslag zij beschikt om een rol te spelen bij het garanderen van een betere bescherming van de dierenrechten in de hele EU;

27.  wijst op het gevoelige karakter van de verzoekschriften in verband met kinderrechten, aangezien in dergelijke gevallen snel en adequaat moet worden gereageerd op de zorgen van de indieners, zonder afbreuk te doen aan het belang van het kind, in het kader van de informatiebezoeken die de PETI-commissie bij het onderzoek van verzoekschriften kan organiseren;

28.  is van mening dat het houden van openbare hoorzittingen een nuttig middel is om door de burgers aan de orde gestelde problemen in verband met de activiteitsterreinen van de EU, alsook algemene aspecten van het functioneren van de EU en onderliggende tekortkomingen daarbij, grondiger te onderzoeken; vestigt de aandacht op de openbare hoorzittingen met de Commissie constitutionele zaken van 26 februari 2015 over het Europees burgerinitiatief, van 23 juni 2015 over het recht om een verzoekschrift in te dienen, van 15 oktober 2015 over de bescherming van de rechten van personen met een handicap en van 11 mei 2015, met drie andere commissies, over het EBI "Stop vivisectie" en acht ook de op 1 december 2015 samen met de Commissie juridische zaken georganiseerde workshop over grensoverschrijdende adopties nuttig;

29.  is van mening dat het EBI een nieuw politiek burgerrecht is, alsook een belangrijk agendabepalend instrument van participatieve democratie in de Europese Unie, waardoor burgers rechtstreeks en actief kunnen worden betrokken bij projecten en processen die hen betreffen, waarvan het potentieel zeker volledig moet worden uitgebuit en dat nog aanzienlijk moet worden verbeterd teneinde tot de best mogelijke resultaten te komen en zo veel mogelijk EU-burgers aan te sporen om bij te dragen aan de verdere vorming van het Europese integratieproces; is tevens van oordeel dat de versterking van de bescherming van de grondrechten, van de democratische legitimiteit en van de transparantie van de instellingen tot de belangrijkste doelstellingen van de EU moeten worden gerekend; herinnert de Commissie eraan dat de aanbevelingen in de resolutie van het Europees Parlement van 28 oktober 2015 over het EBI(3) moeten worden opgevolgd om te zorgen voor een daadwerkelijke uitoefening van het recht om een Europees burgerinitiatief in te dienen; bevestigt nogmaals dat het vastbesloten is proactief deel te nemen aan de organisatie van openbare hoorzittingen voor succesvolle initiatieven; verbindt zich ertoe om op institutioneel niveau prioriteit te verlenen aan de doeltreffendheid van dit participatief proces en ervoor te zorgen dat voor passende wetgevende follow-up wordt gezorgd;

30.  betreurt dat de Commissie van mening is dat het nog te vroeg is om de meer dan drie jaar geleden in werking getreden Verordening (EU) nr. 211/2011 van 1 april 2012 te herzien; is van mening dat de tenuitvoerlegging ervan grondig moet worden geëvalueerd om alle vastgestelde tekortkomingen weg te nemen en haalbare oplossingen voor te stellen voor een snelle herziening, waarbij wordt gewaarborgd dat de procedures en de noodzakelijke voorwaarden voor het EBI daadwerkelijk helder, eenvoudig, gemakkelijk toepasbaar en evenredig zijn; verwelkomt het verslag van de Commissie van 31 maart 2015 over het Europees burgerinitiatief en het besluit van de Europese Ombudsman OI/9/2013/TN en verzoekt de Commissie bij de herziening van dit instrument te garanderen dat het Europees burgerinitiatief een reële input in de Unie oplevert overeenkomstig het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en dat alle passende wettelijke maatregelen worden uitgevoerd om te zorgen voor een behoorlijke follow-up, wanneer een Europees burgerinitiatief wordt beschouwd als met succes afgerond; verzoekt de Commissie om, gezien de diverse vastgestelde tekortkomingen, zo snel mogelijk met een voorstel voor de herziening van Verordening (EU) nr. 211/2011 te komen;

31.  wijst op zijn resolutie van 8 oktober 2015 over hypotheekwetgeving en riskante financiële instrumenten in Spanje(4), gebaseerd op ontvangen verzoekschriften, waarin het Parlement een aantal aanbevelingen doet voor de correcte tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving inzake hypotheekrecht en de bestrijding van wanpraktijken van banken; verzoekt de Commissie nauw toezicht te houden op de toepassing in alle lidstaten van Richtlijn 2014/17/EU inzake hypothecair krediet en Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, alsook optimale werkwijzen uit te wisselen om de bescherming van burgers in financiële moeilijkheden te verbeteren;

32.  is bezorgd over de aanwijzingen van tekortkomingen op het vlak van passende toegang tot de rechter die in een aantal lidstaten aan het licht zijn gekomen als gevolg van de behandeling van verzoekschriften; is van mening dat dit een essentieel probleem is dat onverwijld moet worden aangepakt om ervoor te zorgen dat de Unie naar behoren democratisch functioneert en dat haar burgers en inwoners hun grondrechten kunnen uitoefenen; is van mening dat de Unie een voorbeeld moet stellen door de pijler van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot de rechter in milieuzaken ten uitvoer te leggen;

33.  wijst op zijn resolutie van 21 januari 2016 over de activiteiten van de Commissie verzoekschriften in 2014(5), alsook op zijn resolutie van 25 februari 2016 over het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2014(6);

34.  is verheugd dat op het vlak van informatiebezoeken een normaal niveau van activiteit is hervat, en verwacht dat het volledige potentieel van deze specifieke bevoegdheid van de Commissie verzoekschriften de komende jaren helemaal tot het einde van de zittingsperiode zal worden benut; onderstreept het belang van de werkdocumenten met specifieke aanbevelingen die na elk bezoek worden opgesteld, en vraagt de verschillende betrokken instanties er rekening mee te houden; meent dat periodiek moet worden geëvalueerd in welke mate aan deze aanbevelingen gehoor wordt gegeven;

35.  wijst op de in 2015 door de Commissie verzoekschriften geleverde inspanningen om de indieners een webportaal ter beschikking te stellen waar zij zich kunnen inschrijven, een verzoekschrift kunnen indienen, aanvullende documenten kunnen bijvoegen en openstaande verzoekschriften kunnen ondersteunen; benadrukt dat dit portaal is bijgewerkt, waarbij de in 2013, 2014 en 2015 geregistreerde verzoekschriften zijn geüpload; juicht het toe dat de nieuwe functies met betrekking tot de zoekfunctie, de ondersteuning van verzoekschriften en de geheimhouding van de gegevens van indieners zijn vernieuwd en verbeterd;

36.  herinnert aan de maatregelen die nog nodig zijn om de resterende projectfasen van het webportaal voor verzoekschriften te voltooien, zodat de indieners in real time informatie over de status van hun verzoekschrift kunnen ontvangen en automatisch op de hoogte kunnen worden gebracht van veranderingen in de verwerkingsprocedure, zoals de ontvankelijkheidsverklaring, de ontvangst van een antwoord van de Commissie of de opname van hun verzoekschrift in de agenda van een commissievergadering met een webstreaminglink, en hun op deze manier duidelijke, directe informatie wordt verstrekt door het secretariaat van de Commissie verzoekschriften; onderstreept dat het webportaal voor de EU-burgers een cruciale informatiebron is, en dat daarom informatie over de levenscyclus van het verzoekschrift moet worden verstrekt;

37.  vestigt de aandacht op de vaststelling van Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt; vraagt dat met een elektronische handtekening ondertekende indieningsdocumenten uit alle 28 lidstaten door de Commissie verzoekschriften en alle EU-instellingen worden geaccepteerd;

38.  benadrukt de belangrijke rol van het Solvit-netwerk, een netwerk voor het oplossen van problemen tussen de lidstaten, waarvan het potentieel volledig moet worden ontwikkeld in samenwerking met de lidstaten en hun nationale Solvit-centra die deel uitmaken van de nationale overheden, en verzoekt om meer middelen voor dit netwerk en een meer systematische analyse van de via Solvit opgespoorde problemen, aangezien dit netwerk ertoe bijdraagt dat er een getrouw beeld ontstaat van de tekortkomingen van de interne markt;

39.  verzoekt het Verenigd Koninkrijk nota te nemen van de aanbevelingen in het verslag van het informatiebezoek aan Londen op 5 en 6 november 2015 dat de commissie op 19 april 2016 heeft goedgekeurd;

40.  benadrukt het belang van samenwerking met de Europese Ombudsman, alsook van de betrokkenheid van het Parlement bij het Europees netwerk van ombudsmannen; juicht de goede betrekkingen binnen het institutionele kader tussen de Ombudsman en de Commissie verzoekschriften toe; looft het werk dat de Ombudsman heeft verzet om het behoorlijk bestuur in de EU te verbeteren, en waardeert in het bijzonder haar regelmatige bijdragen aan de werkzaamheden van de Commissie verzoekschriften in de loop van het jaar;

41.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, en het verslag van de Commissie verzoekschriften, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Ombudsman, de regeringen en parlementen van de lidstaten, hun verzoekschriftencommissies en hun nationale ombudsman of soortgelijke bevoegde organen.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0204.
(2) Aangenomen door het VN-comité tijdens zijn veertiende bijeenkomst (17 augustus t/m 4 september 2015), zie: http://tbinternet.ohchr.org/_layouts/treatybodyexternal/Download.aspx?symbolno=CRPD%2fC%2fEU%2fCO%2f1&Lang=en
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0382.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0347.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0021.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0062.

Juridische mededeling