Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2313(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0026/2017

Ingediende teksten :

A8-0026/2017

Debatten :

PV 14/02/2017 - 17
CRE 14/02/2017 - 17

Stemmingen :

PV 15/02/2017 - 7.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0037

Aangenomen teksten
PDF 286kWORD 58k
Woensdag 15 februari 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Verslag 2016 over Bosnië en Herzegovina
P8_TA(2017)0037A8-0026/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 15 februari 2017 over het verslag 2016 van de Commissie over Bosnië en Herzegovina (2016/2313(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina (BiH), anderzijds,

–  gezien het op 18 juli 2016 geparafeerde en op 15 december 2016 ondertekende Protocol tot aanpassing van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie,

–  gezien het verzoek om toetreding tot de Europese Unie van Bosnië en Herzegovina van 15 februari 2016,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 19 en 20 juni 2003 over de Westelijke Balkan en de bijlage daarbij met als titel "De agenda van Thessaloníki voor de Westelijke Balkan: op weg naar Europese integratie",

–  gezien de conclusies van de Raad van 20 september 2016 over het verzoek om toetreding tot de Europese Unie van Bosnië en Herzegovina,

–  gezien de conclusies van het voorzitterschap van de EU van 13 december 2016,

–  gezien de eerste bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité EU‑Bosnië en Herzegovina, die op 5 en 6 november 2015 in Sarajevo werd gehouden, en de eerste bijeenkomsten van de Stabilisatie- en associatieraad en het Stabilisatie- en associatiecomité tussen Bosnië en Herzegovina en de EU, die respectievelijk op 11 en 17 december 2015 werd gehouden,

–  gezien de slotverklaring van de voorzitter van de Westelijke Balkan-top in Parijs van 4 juli 2016 en de aanbevelingen van maatschappelijke organisaties in aanloop naar de top in Parijs in 2016,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 1 augustus 2016 van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de commissaris voor het Europees Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen over de overeenkomst met de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina over cruciale maatregelen voor het land op weg naar toetreding tot de EU,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 17 september 2016 van de VV/HV en de commissaris voor het Europees Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen naar aanleiding van het besluit van het Grondwettelijk Hof van Bosnië en Herzegovina inzake de Dag van de Republika Srpska,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 9 november 2016 getiteld "Mededeling over het EU‑uitbreidingsbeleid 2016" (COM(2016)0715), vergezeld van het werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld "Verslag 2016 over Bosnië en Herzegovina" (SWD(2016)0365),

–  gezien het speciaal verslag van de Europese Rekenkamer getiteld "Pretoetredingssteun van de EU voor het versterken van de bestuurlijke capaciteit in de Westelijke Balkan: een metacontrole"(1),

–  gezien het vijftigste verslag aan de VN‑Veiligheidsraad van de hoge vertegenwoordiger voor de uitvoering van het vredesakkoord betreffende Bosnië en Herzegovina(2),

–  gezien de verklaring die Z.E. de heer João Vale de Almeida, hoofd van de delegatie van de Europese Unie bij de Verenigde Naties, in november 2016 namens de Europese Unie en haar lidstaten heeft afgelegd tijdens het debat in de Veiligheidsraad over "De situatie in Bosnië en Herzegovina",

–  gezien de in juli 2015 goedgekeurde hervormingsagenda 2015‑2018 voor Bosnië en Herzegovina en het coördinatiemechanisme dat op 23 augustus 2016 door de Raad van ministers en de regeringen van de Federatie van Bosnië en Herzegovina werd vastgesteld,

–  gezien zijn eerdere resoluties over het land,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0026/2017),

A.  overwegende dat de EU gehecht blijft aan het Europees perspectief van Bosnië en Herzegovina en aan de territoriale integriteit, soevereiniteit en eenheid van het land; overwegende dat er vooruitgang is geboekt op weg naar integratie in de EU; overwegende dat de Raad de Commissie heeft verzocht advies uit te brengen over het verzoek om toetreding van Bosnië en Herzegovina;

B.  overwegende dat de commissaris voor Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen op 9 december 2016 in Sarajevo de vragenlijst heeft overhandigd aan de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina;

C.  overwegende dat de opschorting van de autonome handelsmaatregelen zal worden opgeheven zodra het Protocol tot aanpassing van de stabilisatie- en associatieovereenkomst is ondertekend en voorlopig wordt toegepast;

D.  overwegende dat de autoriteiten op alle niveaus met de hervormingsagenda 2013-2018 voor BiH de dringende noodzaak hebben erkend om een proces van herstel en modernisering van de economie te initiëren teneinde nieuwe banen te scheppen en duurzame, efficiënte, sociaal rechtvaardige en gestage economische groei tot stand te brengen; overwegende dat Bosnië en Herzegovina blijk heeft gegeven van inzet en bereidheid om over te gaan tot verdere sociaaleconomische hervormingen die nodig zijn om de jeugdwerkloosheid, die nog steeds veel te hoog is, terug te dringen;

E.  overwegende dat een onafhankelijk, goed functionerend en stabiel rechtsstelsel belangrijk is om de rechtsstaat en de vooruitgang op weg naar EU‑toetreding te verzekeren;

F.  overwegende dat er uitdagingen blijven bestaan wat betreft de duurzaamheid van het verzoeningsproces; overwegende dat de voortgang in het EU‑toetredingsproces verdere verzoening zal faciliteren;

G.  overwegende dat Bosnië en Herzegovina nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraken van het Europees Hof voor de rechten van de mens (EHRM) in de zaken Sejdić-Finci, Zornić en Pilav;

H.  overwegende dat corruptie, ook op het hoogste niveau, nog steeds wijdverspreid is;

I.  overwegende dat er nog steeds 74 000 binnenlandse ontheemden zijn, dat een aanzienlijk aantal vluchtelingen uit BiH nog steeds in buurlanden en andere landen in Europa en de wereld verblijft en dat nog 6 808 personen worden vermist;

J.  overwegende dat onderwijs essentieel is voor het tot stand brengen en bevorderen van een tolerante en inclusieve samenleving en het stimuleren van onderling begrip tussen culturele, religieuze en etnische groepen in het land;

K.  overwegende dat Bosnië en Herzegovina het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband (Espoo, 1991) heeft ondertekend;

L.  overwegende dat (potentiële) kandidaat-lidstaten worden beoordeeld op hun eigen merites, en overwegende dat het tijdschema voor toetreding wordt bepaald door de snelheid en kwaliteit van de vereiste hervormingen;

1.  is verheugd dat de Raad het verzoek om toetreding tot de EU van Bosnië en Herzegovina in behandeling heeft genomen en dat de vragenlijst is overhandigd, en kijkt uit naar het advies van de Commissie over de ontvankelijkheid van dit verzoek; verzoekt de bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina zich op alle niveaus actief in te zetten voor dit proces, en samen te werken en op gecoördineerde wijze deel te nemen aan het evaluatieproces van de Commissie, door één enkele coherente reeks antwoorden te verstrekken op de verzoeken om informatie van de Commissie; wijst erop dat dit ook bewijs zal vormen voor het goed functioneren van de staat; herhaalt dat toetreding tot de EU een inclusief proces is waarbij alle belanghebbenden betrokken zijn;

2.  heeft waardering voor en is verheugd over de rol van het tripartiete voorzitterschap als belangrijke initiator van de stimulans voor alle andere institutionele actoren op alle niveaus om hun functie in het totale proces van de toenadering van het land tot de EU te vervullen;

3.  verwelkomt de vooruitgang die is geboekt bij de tenuitvoerlegging van de hervormingsagenda 2015-2018 en de vastbeslotenheid van het land om verdere institutionele en sociaaleconomische hervormingen door te voeren; herinnert eraan dat de nieuwe EU-benadering van Bosnië en Herzegovina een reactie is op de moeilijke sociaaleconomische situatie en de groeiende ontevredenheid onder de burgers; merkt op dat de situatie nu enigszins verbeterd is, maar onderstreept dat een geharmoniseerde en doeltreffende tenuitvoerlegging van de hervormingsagenda overeenkomstig het actieplan noodzakelijk is om tot echte verandering te komen in het land en tastbare verbeteringen tot stand te brengen in het leven van alle burgers in Bosnië en Herzegovina;

4.  dringt erop aan dat de hervormingen gestaag worden voortgezet om Bosnië en Herzegovina om te vormen tot een doeltreffende, inclusieve en goed functionerende staat, die gegrondvest is op de rechtsstaat en die de gelijkheid en democratische vertegenwoordiging van al zijn bevolkingsgroepen en burgers garandeert; betreurt dat gemeenschappelijke hervormingsinspanningen nog vaak worden gehinderd door etnische en politieke tegenstellingen, veroorzaakt door diepgewortelde desintegrerende tendensen die de normale democratische ontwikkeling hinderen en door de verdere politisering van overheden; benadrukt tevens dat Bosnië en Herzegovina geen succesvolle kandidaat voor het EU-lidmaatschap zal zijn zolang nog de passende institutionele omstandigheden nog niet zijn verwezenlijkt; dringt er bij alle politieke leiders op aan te werken aan de noodzakelijke veranderingen, waaronder de hervorming van het kiesrecht, en de beginselen in acht te nemen die het Parlement in eerdere resoluties heeft verwoord, zoals de beginselen van federalisme, decentralisatie en legitieme vertegenwoordiging, om te waarborgen dat alle burgers zich op voet van gelijkheid kandidaat kunnen stellen, kunnen worden gekozen en op elk politiek niveau een functie kunnen vervullen; acht het van essentieel belang om de consensus over EU‑integratie te bewaren en op gecoördineerde wijze vooruitgang te boeken op de weg van de rechtsstaat, met inbegrip van de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, alsook de hervorming van de rechterlijke macht en de overheidsadministratie; onderstreept ook dat een voortdurende en effectieve focus op sociale en economische hervormingen een prioriteit moet blijven;

5.  verwelkomt de oprichting van een coördinatiemechanisme voor EU-aangelegenheden dat de werking en efficiëntie van het toetredingsproces, waaronder de financiële bijstand van de EU, moet verbeteren, evenals de interactie met de EU; dringt aan op snelle tenuitvoerlegging hiervan; roept daarnaast op tot effectieve samenwerking en communicatie tussen alle bestuursniveaus onderling en met de EU, teneinde de aanpassing en toepassing van het acquis te faciliteren, en om de Commissie tijdens de opstelling van haar advies afdoende antwoorden te verstrekken; acht het onaanvaardbaar dat de regering van de Republika Srpska probeert parallelle communicatiekanalen te openen door bepalingen inzake rechtstreekse rapportage aan de Commissie vast te stellen; pleit voor een verdere uitbreiding van de rol en capaciteiten van het Directoraat voor Europese Integratie, zodat dit zijn coördinerende rol bij de tenuitvoerlegging van de stabilisatie- en associatieovereenkomst en bij het toetredingsproces in het algemeen ten volle kan vervullen;

6.  geeft uiting aan zijn tevredenheid over de ondertekening van het Protocol tot aanpassing van de stabilisatie- en associatieovereenkomst, dat met ingang van 1 februari 2017 voorlopig zal worden toegepast, waardoor de autonome handelsmaatregelen die sinds 1 januari 2016 waren opgeschort, automatisch weer in werking zullen treden; ziet uit naar een snelle en soepele ratificatie van het protocol;

7.  betreurt dat het reglement van orde van het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité nog niet kon worden vastgesteld vanwege pogingen om in reglement van het comité etnische blokkeermogelijkheden in te voeren, met als gevolg dat BiH het enige kandidaatland is waar een dergelijk orgaan nog niet naar behoren kon worden opgericht; dringt er bij de organen die het parlement van Bosnië en Herzegovina voorzitten op aan onverwijld een oplossing te vinden die voldoet aan de vereisten van het institutioneel en wettelijk kader van de EU en om betekenisvol parlementair toezicht op het toetredingsproces mogelijk te maken; brengt in herinnering dat krachtens de stabilisatie- en associatieovereenkomst een reglement van orde dient te worden vastgesteld, en dat niet-vaststelling de tenuitvoerlegging ervan rechtstreeks schendt;

8.  verwelkomt bepaalde verbeteringen van de kieswet in overeenstemming met de aanbevelingen van OVSE/ODIHR; merkt op dat de lokale verkiezingen van 2 oktober 2016 grotendeels ordelijk zijn verlopen; betreurt dat de burgers van Mostar als gevolg van aanhoudende twisten tussen politieke leiders na zes jaar nog steeds geen gebruik kunnen maken van hun democratische recht om hun lokale vertegenwoordigers te kiezen; dringt aan op een snelle tenuitvoerlegging van de uitspraak van het Grondwettelijk Hof inzake Mostar door de kieswet en het statuut van de stad te amenderen; veroordeelt het onaanvaardbare geweld tegen verkiezingsfunctionarissen in Stolac en roept de bevoegde autoriteiten op de situatie op te lossen door de rechtsstaat te eerbiedigen, onder meer door alle gewelddaden en verkiezingsonregelmatigheden te onderzoeken en de daders te vervolgen; neemt kennis van de nietigverklaring van de verkiezingen door de centrale kiescommissie van BiH en roept op tot het houden van nieuwe verkiezingen volgens democratische normen, op vreedzame wijze en in een sfeer van tolerantie;

9.  betreurt dat de politieke toezegging om corruptie te bestrijden niet tot tastbare resultaten heeft geleid; onderstreept dat een voorgeschiedenis van zaken tegen personen met een hoog profiel ontbreekt en dat het wettelijk en institutioneel kader voor de bestrijding van systemische corruptie, bijvoorbeeld op het gebied van partijfinanciering, openbare aanbestedingen, belangenconflicten en belangenverklaringen, zwak en ontoereikend is; erkent de vooruitgang die is geboekt met de aanneming van actieplannen tegen corruptie en het opzetten van instanties ter preventie van corruptie op verschillende bestuursniveaus en vraagt om een consistente en snelle tenuitvoerlegging van deze besluiten; constateert met bezorgdheid dat fragmentering en zwakke onderlinge samenwerking de doeltreffendheid van anticorruptiemaatregelen belemmeren; pleit voor verdere professionele specialisatie binnen de politie en de rechterlijke macht via passende coördinatie; onderstreept de noodzaak om resultaten te boeken bij de effectieve toetsing van de financiering van politieke partijen en verkiezingscampagnes, transparante wervingsprocedures in de bredere publieke sector te ontwikkelen en corruptie in de openbareaanbestedingscyclus uit te roeien;

10.  wijst erop dat de resultaten van de volkstelling van 2013 een belangrijke basis vormen voor een adequaat antwoord op de vragen van de Commissie en essentieel zijn voor een doeltreffende sociaaleconomische planning; verwelkomt het eindoordeel van het Internationaal Monitoringbureau, waarin wordt geconcludeerd dat de volkstelling in Bosnië en Herzegovina als geheel is uitgevoerd in overeenstemming met internationale normen; betreurt dat de Republika Srpska heeft geweigerd de resultaten als rechtmatig te erkennen en dat de autoriteiten van de Republika Srpska hun eigen resultaten hebben gepubliceerd, die afwijken van de resultaten die zijn bevestigd door het statistiekbureau van Bosnië en Herzegovina; dringt er bij de autoriteiten van de Republika Srpska op aan hun benadering te heroverwegen; verzoekt de statistiekbureaus van Bosnië en Herzegovina op dit essentiële terrein naar significante vooruitgang te streven en hun statistieken en methodologieën in overeenstemming te brengen met Eurostat-normen;

11.  herinnert eraan dat voor elk land dat het EU-lidmaatschap ambieert, een professionele, effectieve en op verdienste gebaseerde overheid de ruggengraat van het integratieproces vormt; is bezorgd over de aanhoudende fragmentering en politisering van de overheidsdiensten, die institutionele en wetgevingshervormingen belemmeren en de openbare dienstverlening aan de burgers moeizaam en duur maken; dringt met klem aan op een geharmoniseerde aanpak van beleidsontwikkeling en coördinatie tussen alle bestuursniveaus, depolitisering van de overheid en de publieke sector, een betere planning op de middellange termijn en een duidelijke strategie voor het beheer van de openbare financiën;

12.  geeft opnieuw uiting aan zijn bezorgdheid over de aanhoudende opsplitsing in vier verschillende rechtsstelsels; onderstreept de noodzaak om in het oog springende tekortkomingen van de rechterlijke macht onverwijld aan te pakken, de efficiëntie en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te versterken, onder meer door depolitisering van de rechterlijke macht, corruptie in het rechtsstelsel te bestrijden en adequate procedures voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken toe te passen; dringt aan op de spoedige goedkeuring van het actieplan voor de tenuitvoerlegging van de hervorming van het rechtswezen 2014-2018; roept op tot volledige tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake de bescherming van en een doeltreffende toegang tot justitie voor kinderen; verwelkomt de goedkeuring van de nieuwe wet op gratis rechtsbijstand op staatsniveau en de invoering door de Hoge Raad voor Justitie en Rechtsvervolging van richtsnoeren voor de preventie van belangenconflicten, de opstelling van integriteitsplannen en disciplinaire maatregelen;

13.  vraagt om verbetering van de algehele efficiëntie van de rechterlijke macht, een grotere transparantie en objectiviteit in het selectieproces voor nieuwe rechters en openbaar aanklagers, en om versterking van de verantwoordings- en integriteitsmechanismen binnen de rechterlijke macht; onderstreept de noodzaak om mechanismen voor het voorkomen van belangenconflicten te versterken en om mechanismen voor transparantie van financiële verslagen en vermogensaangiften in de rechterlijke macht in te stellen; wijst op het belang van de gestructureerde dialoog over justitie bij het aanpakken van de tekortkomingen in het rechtsstelsel van Bosnië en Herzegovina; vraagt om een wettelijke oplossing waarmee de efficiëntie van de behandeling van zaken op het hele grondgebied van BiH kan worden gevolgd;

14.  betreurt dat een groot aantal besluiten van het Grondwettelijk Hof niet wordt uitgevoerd, waaronder het besluit betreffende de eerbiediging van het fundamentele democratische recht van de burgers van Mostar om bij lokale verkiezingen te mogen stemmen; dringt aan op snelle tenuitvoerlegging van al deze besluiten; vestigt de aandacht met name op het besluit van het Grondwettelijk Hof inzake de Dag van de Republika Srpska, dat in het op 25 september 2016 gehouden referendum werd betwist; beschouwt dit als een ernstige schending van de vredesakkoorden van Dayton en als een aanval op de rechterlijke macht en de rechtsstaat; wijst op de noodzaak van een dialoog in plaats van unilaterale initiatieven; benadrukt dat nationalistische en populistische retoriek en acties ernstige hindernissen vormen voor ontwikkeling en dat eerbiediging van de rechtsstaat en het grondwettelijk kader van het land van essentieel belang is om vooruitgang te boeken op de weg naar toetreding tot de EU en om de vrede en stabiliteit in BiH te handhaven;

15.  veroordeelt ten strengste de wet inzake de openbare orde in de Republika Srpska, die nog steeds van kracht is en een aantasting inhoudt van fundamentele democratische vrijheden als de vrijheid van vergadering, de vrijheid van vereniging en de persvrijheid, alsmede de bepaling inzake de doodstraf in de RS; dringt aan op de volledige tenuitvoerlegging van de wet inzake toegang tot informatie; dringt er bij de autoriteiten op aan het aanvullend protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, betreffende de strafbaarstelling van handelingen van racistische of xenofobische aard verricht via computersystemen, snel ten uitvoer te leggen;

16.  dringt er bij alle partijen op aan zich te onthouden van tweedracht zaaiende, nationalistische en secessionistische retoriek die de samenleving polariseert, en van acties die een uitdaging voor de samenhang, soevereiniteit en integriteit van het land vormen; dringt erop aan om in plaats daarvan serieus werk te maken van hervormingen die de sociaaleconomische situatie van alle burgers van Bosnië en Herzegovina zullen verbeteren, een democratische, inclusieve en goed functionerende staat tot stand zullen brengen en het land dichter bij de EU zullen brengen;

17.  benadrukt het belang van de recente beslissing van het Grondwettelijk Hof inzake het beginsel van de constituerende status en gelijkheid van de drie constituerende bevolkingsgroepen om hun eigen rechtmatige politieke vertegenwoordigers te kiezen op basis van legitieme en evenredige vertegenwoordiging in het Huis van het Volk van het parlement van de Federatie van Bosnië en Herzegovina;

18.  neemt nota van de bevredigende samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië inzake oorlogsmisdrijven (ICTY) en pleit voor meer regionale samenwerking met betrekking tot de vervolging van oorlogsmisdrijven; geeft uiting aan zijn bezorgdheid dat er uiteenlopende juridische normen worden toegepast bij de vervolging van oorlogsmisdrijven; is verheugd over de inspanningen om de achterstand bij de vervolging van binnenlandse oorlogsmisdrijven aan te pakken en over de voortgang die is geboekt bij de succesvolle vervolging van oorlogsmisdrijven waarbij seksueel geweld is gebruikt; verwelkomt de overeenkomst tussen de EU-delegatie en het ministerie van Financiën van Bosnië en Herzegovina over de financiering van de activiteiten van de openbaar aanklagers en rechtbanken in Bosnië en Herzegovina met betrekking tot de vervolging van oorlogsmisdrijven;

19.  veroordeelt met klem het besluit van het parlement van de Republika Srpska van oktober 2016 om lof uit te spreken over voormalige leiders van de Republiek die veroordeeld zijn wegens oorlogsmisdrijven; roept dringend op tot respect voor de slachtoffers van oorlogsmisdrijven en tot de bevordering van verzoening; herinnert alle politiek leiders en instellingen in Bosnië en Herzegovina eraan dat zij een verantwoordelijkheid hebben om oorlogsgebeurtenissen objectief te beoordelen, in het belang van waarheid en verzoening, en om misbruik van de rechterlijke macht voor politieke doeleinden te vermijden;

20.  prijst de voortgang die is geboekt bij de vervolging van oorlogsmisdrijven waarbij seksueel geweld is gebruikt en dringt er bij de bevoegde autoriteiten op aan om de toegang tot justitie voor slachtoffers van conflictgerelateerd seksueel geweld verder te verbeteren, onder meer door gratis rechtshulp en psychosociale en gezondheidsdiensten beschikbaar te stellen en te voorzien in betere compensatie en follow-up; dringt aan op garanties dat de rechten op compensatie van dergelijke slachtoffers consequent worden erkend;

21.  constateert een zekere vooruitgang met betrekking tot vluchtelingen en als gevolg van de Bosnische oorlog ontheemde personen wat betreft de teruggave van eigendom en herstel van bewonersrechten, alsook de wederopbouw van huizen; vraagt de bevoegde autoriteiten de blijvende terugkeer van deze mensen te faciliteren en hun toegang tot gezondheidszorg, werkgelegenheid, sociale bescherming en onderwijs te verzekeren en meer aandacht te besteden aan schadevergoeding voor eigendommen die niet kunnen worden teruggegeven;

22.  is verontrust over het blijvend grote aantal personen dat als gevolg van de oorlog vermist is; verzoekt de bevoegde autoriteiten het vraagstuk van hun onbekende lot met meer nadruk aan te pakken, onder meer door de samenwerking tussen de beide entiteiten op te voeren; benadrukt dat het oplossen van deze kwestie van het allergrootste belang is voor verzoening en stabiliteit in de regio;

23.  is bezorgd over de situatie van het gezondheidsstelsel in Bosnië en Herzegovina, een van de stelsels in het land waarin het sterkst sprake is van corruptie; vraagt de autoriteiten om ervoor te zorgen dat er niet wordt gediscrimineerd bij de toegang tot medische zorg;

24.  constateert een zekere vooruitgang bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad; is echter bezorgd over het ontbreken van een consistente aanpak bij deze bestrijding als gevolg van de vele actieplannen van de diverse rechtshandhavingsinstanties op verschillende niveaus; wijst op de noodzaak om het kader voor samenwerking tussen deze instanties verder te versterken; verwelkomt gezamenlijke onderzoeken, maar pleit voor meer gecoördineerde operaties en betere uitwisseling van informatie; pleit voor uitbreiding van de capaciteit van rechtshandhavingsinstanties, onder meer voor terrorismebestrijding; roept de autoriteiten op om maatregelen te treffen in de strijd tegen de financiering van terrorisme en het witwassen van geld en de capaciteit voor het uitvoeren van financiële onderzoeken op te voeren; is verheugd over de ondertekening van de overeenkomst voor operationele en strategische samenwerking met Europol, die ten doel heeft grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden door onder meer uitwisseling van informatie en gezamenlijke planning van operationele activiteiten; beveelt aan om ook een samenwerkingsovereenkomst met Eurojust te sluiten;

25.  onderstreept de noodzaak om de strijd tegen mensenhandel te verbeteren; verzoekt de Federatie-entiteit om het wetboek van strafrecht snel te wijzigen zodat alle vormen van mensenhandel, waarvan de slachtoffers voor 80 % vrouwen en meisjes zijn, worden verboden;

26.  vraagt om versterking van de mechanismen voor het verzamelen, delen en analyseren van gegevens over migratie, aangezien de statistieken erop wijzen dat steeds meer personen uit landen met een hoog migratierisico naar Bosnië en Herzegovina komen; verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina om alle vluchtelingen en migranten die asiel aanvragen of over het grondgebied reizen, te behandelen conform het internationaal en EU-recht, en om het regelgevingskader voor migratie en asiel verder te ontwikkelen, voor meer interinstitutionele coördinatie te zorgen en de noodzakelijke capaciteit op te bouwen; verzoekt de Commissie om met alle landen van de Westelijke Balkan te blijven samenwerken aan migratiegerelateerde vraagstukken om ervoor te zorgen dat de Europese en internationale normen worden nageleefd;

27.  wijst erop dat de polarisatie van het land, in combinatie met de verslechterende sociaaleconomische situatie, met name voor jongeren, het gevaar van een zich verspreidende radicalisering vergroot; vraagt met klem dat de inspanningen worden opgevoerd om radicalisering tegen te gaan en dat bijkomende maatregelen worden genomen om de stroom van buitenlandse strijders en de kanalen voor niet-traceerbare financiering van verdere radicalisering te identificeren, te voorkomen en te doorbreken, onder meer door nauwe samenwerking met de bevoegde diensten van de lidstaten en landen in de regio en door handhaving van de desbetreffende wetgeving; pleit voor een betere coördinatie tussen veiligheids- en inlichtingendiensten en de politie; moedigt ertoe aan gevallen van haatzaaien en het verspreiden van extremistische ideologieën via sociale media krachtdadig aan te pakken en te bestraffen; pleit voor snelle invoering van programma's voor deradicalisering en preventie van radicalisering van jongeren, in samenwerking met het maatschappelijk middenveld, door middel van uitgebreide mensenrechteneducatie om radicaliserende propaganda te helpen ontmantelen en sociale cohesie onder kinderen en jongeren tot stand te brengen; spoort in dit opzicht aan tot een grotere deelname van jongeren aan het democratische politieke proces; dringt er bij de bevoegde autoriteiten op aan religieus extremisme te bestrijden; neemt met bezorgdheid kennis van de aanwezigheid van geradicaliseerde gemeenschappen in het hele land en wijst in dit verband op de belangrijke rol van religieuze leiders, docenten en het onderwijsstelsel als geheel; wijst voorts op de noodzaak om te voorzien in instrumenten voor de rehabilitatie en re-integratie van de betrokken personen in de samenleving en om instrumenten voor deradicalisering te verbeteren en gerichter in te zetten;

28.  wijst op de actieve betrokkenheid van de gemengde parlementaire commissie voor veiligheid en defensie bij de democratische controle op de strijdkrachten van Bosnië en Herzegovina; wijst met bezorgdheid op de grote voorraden ongeregistreerde vuurwapens en munitie die illegaal in het bezit zijn van burgers en dringt aan op de volledige verwijdering van deze wapens; is eveneens bezorgd over de aanwezigheid van grote ondeskundig opgeslagen voorraden munitie en wapens die onder de verantwoordelijkheid van de strijdkrachten vallen; onderstreept het belang van het aan banden leggen van de wapenhandel en vraagt om versterking van de samenwerking tussen de EU en Bosnië en Herzegovina op dit terrein; dringt aan op een brede benadering van de resterende problemen wat betreft het voornemen om het land tegen 2019 te ontmijnen;

29.  acht het van essentieel belang om de participatie van het publiek in de besluitvorming te verbeteren en de burgers – waaronder jongeren – doeltreffender te betrekken bij het EU‑toetredingsproces; herhaalt zijn oproep om transparante en inclusieve openbareraadplegingsmechanismen met organisaties van het maatschappelijk middenveld in te stellen op alle overheidsniveaus en transparante en niet-discriminerende procedures in te voeren voor de toewijzing van overheidsmiddelen aan maatschappelijke organisaties; merkt op dat het maatschappelijk middenveld gefragmenteerd is en zowel institutioneel als financieel zwak staat, met alle gevolgen van dien voor de duurzaamheid en onafhankelijkheid van deze organisaties; dringt aan op meer EU-steun, betere samenwerkingsmechanismen tussen de regering en maatschappelijke organisaties, met inbegrip van de ontwikkeling van een strategisch samenwerkingskader, en een meer concrete betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij het EU-integratieproces; veroordeelt de herhaaldelijke lastercampagnes en gewelddadige aanvallen tegen vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenactivisten;

30.  onderstreept dat een substantiële verbetering van het strategische, wettelijke, institutionele en beleidskader voor de eerbiediging van de mensenrechten nodig is; dringt aan op de vaststelling van een strategie met betrekking tot mensenrechten en non-discriminatie voor het gehele land en op aanvullende maatregelen voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van de internationale mensenrechteninstrumenten die Bosnië en Herzegovina heeft ondertekend en geratificeerd; wenst dat de wet inzake de hervorming van de diensten van de BiH-ombudsman binnen afzienbare tijd wordt aangenomen; dringt erop aan dat de aanbevelingen van het Internationale Coördinatiecomité en de Commissie van Venetië bij het vaststellen van deze wet worden opgevolgd; maakt zich zorgen over het feit dat het kantoor van de Ombudsman niet naar behoren functioneert, voornamelijk als gevolg van het ontbreken van toereikende personele middelen en ernstige financiële beperkingen; verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op federaal niveau en in de Republika Srpska om het werk van de Ombudsman voor de mensenrechten te vergemakkelijken;

31.  is bezorgd over de aanhoudende discriminatie van mensen met een handicap wat betreft werkgelegenheid, onderwijs en toegang tot gezondheidszorg; vraagt om de vaststelling van één nationaal actieplan voor de rechten van personen met een handicap; dringt aan op de ontwikkeling van een alomvattende en geïntegreerde strategie met het oog op de sociale inclusie en vertegenwoordiging van de Roma-gemeenschap; dringt aan op beter afstemming van de sociale bijstand zodat deze ook de meest kwetsbare groepen bereikt; is verheugd dat enkele regeringen en parlementen een begin hebben gemaakt met het debat over LGBTI-rechten en het opstellen van specifieke maatregelen om deze te beschermen; dringt erop aan dat de veiligheid en het recht op samenkomsten van LGBTI-groepen gewaarborgd wordt; verwelkomt de wijzigingen van de antidiscriminatiewet van Bosnië en Herzegovina waarbij de gronden voor discriminatie worden uitgebreid tot leeftijd, handicap, seksuele geaardheid en genderidentiteit; dringt aan op werkelijke handhaving hiervan; verwelkomt de invoering van een verbod op haatmisdrijven bij wijzigingen van het wetboek van strafrecht van de Federatie van Bosnië en Herzegovina; spoort ertoe aan om onderwijs op het gebied van haatmisdrijven in te voeren in de les- en opleidingsprogramma's voor politiefunctionarissen, openbaar aanklagers en rechters en om de samenwerking tussen politiële en justitiële organen bij de vervolging van haatmisdrijven te verbeteren; dringt opnieuw aan op de intrekking van de bepaling over de doodstraf in de grondwet van de deelstaat Republika Srpska;

32.  dringt aan op verdere versterking van de kinderbeschermingssystemen om geweld tegen en misbruik, verwaarlozing en exploitatie van kinderen te voorkomen; beveelt aan om meer middelen uit te trekken voor preventie en om de coördinatie tussen gemeenschappen en de regering op het gebied van kinderbescherming verder te verbeteren; vraagt om de tenuitvoerlegging van het actieplan inzake kinderen 2015-2018 van Bosnië en Herzegovina;

33.  merkt op dat het wettelijk kader voor de bescherming van minderheden grotendeels is vastgesteld en in overeenstemming is met de Kaderovereenkomst van de Raad van Europa inzake de bescherming van nationale minderheden; verwelkomt de reactivering van de Raad van nationale minderheden van de deelstaat van de Federatie van Bosnië en Herzegovina; is bezorgd dat door een gebrek aan coördinatie tussen de staat en de deelstaten bestaande wetten niet worden toegepast en dat het strategisch platform inzake nationale minderheden op staatsniveau nog niet is vastgesteld; betreurt dat nationale minderheden nog altijd in beperkte mate aanwezig zijn bij en deelnemen aan politieke en openbare debatten en in de media;

34.  roept op tot extra inspanningen om gendergelijkheid te bevorderen en de participatie van vrouwen in het politieke en openbare leven en op de arbeidsmarkt te vergroten, hun sociaaleconomische situatie te verbeteren en vrouwenrechten in het algemeen te versterken; merkt op dat grotendeels is voorzien in wettelijke bepalingen die moeten zorgen voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen, maar dat de tenuitvoerlegging daarvan nog steeds niet effectief is; merkt met bezorgdheid op dat er nog steeds moederschapsgerelateerde discriminatie plaatsvindt op de arbeidsmarkt en dat de deelstaten en kantons geen geharmoniseerde wetgeving inzake zwangerschaps- en ouderschapsverlof kennen; wijst er voorts op dat de bestaande actieve arbeidsmarktmaatregelen die bedoeld zijn om langdurig werklozen aan het werk te krijgen en banen te scheppen voor kwetsbare groepen, zoals personen met een handicap, niet op doeltreffende wijze worden uitgevoerd; onderstreept dat het belangrijk is om het aantal meisjes dat de lagere en middelbare school afmaakt, met name meisjes uit de Roma-gemeenschap, te laten stijgen;

35.  wijst op het belang van een doeltreffende tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake preventie van en bescherming tegen gendergerelateerd geweld in overeenstemming met de internationale verdragen betreffende preventie van en bescherming tegen huiselijk geweld die Bosnië en Herzegovina heeft ondertekend en geratificeerd; is ingenomen met de toezegging van de bevoegde autoriteiten en instellingen van Bosnië en Herzegovina om de Overeenkomst van Istanbul van de Raad van Europa betreffende preventie en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld; verzoekt om afstemming van de wetgeving en het overheidsbeleid op het Verdrag van Istanbul; roept ertoe op vrouwelijke overlevenden van geweld te informeren over de beschikbare vormen van ondersteuning en bijstand, crisiscentra voor slachtoffers van verkrachting of andere vormen van seksueel geweld; maakt zich zorgen over het ontbreken van systematische registratie van gendergerelateerd geweld;

36.  betreurt dat Bosnië en Herzegovina nog steeds in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens handelt door geen uitvoering te geven aan de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaken Sejdić-Finci, Zornić en Pilav; dringt er met klem op aan dat op dit gebied onverwijld vooruitgang wordt geboekt, teneinde het EU-perspectief van het land te verbeteren; stelt dat tenuitvoerlegging van deze uitspraken zou helpen om een goed functionerende democratische samenleving tot stand te brengen waarin gelijke rechten voor allen worden gegarandeerd; herhaalt dat het geen uitvoering geven aan deze uitspraken openlijke discriminatie van burgers in Bosnië en Herzegovina aanmoedigt en onverenigbaar is met de waarden van de EU;

37.  uit zijn bezorgdheid over gevallen van politieke druk en intimidatie jegens journalisten, inclusief fysieke en verbale aanvallen, ook door hooggeplaatste of voormalige ambtenaren, alsook over het gebrek aan transparantie inzake de media-eigendom; maakt zich tevens zorgen over het gebruik van civielrechtelijke smaadzaken tegen kritische mediabedrijven en journalisten; onderstreept dat aanvallen op journalisten moeten worden onderzocht en dat hieraan een passend gerechtelijk gevolg moet worden gegeven; verzoekt de autoriteiten alle aanvallen op journalisten en mediabedrijven ondubbelzinnig te veroordelen en ervoor te zorgen dat dergelijke gevallen grondig worden onderzocht en dat de daders te berechten; vraagt om alle aanvullende maatregelen die nodig zijn om de volledige eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de toegang tot informatie, zowel online als offline, te garanderen; verzoekt de BiH-autoriteiten met spoed maatregelen te treffen om te voorkomen dat de openbare omroepdiensten volledig ineenstorten; verzoekt de bevoegde autoriteiten de onafhankelijkheid en financiële stabiliteit van de drie openbare omroepdiensten alsook de politieke, operationele en financiële onafhankelijkheid en transparantie van de toezichthoudende autoriteit voor communicatie te verzekeren; verzoekt de bevoegde autoriteiten de onafhankelijkheid en financiële stabiliteit van de drie openbare omroepdiensten te waarborgen en te zorgen voor de uitzending van programma's in alle officiële talen van Bosnië en Herzegovina; dringt aan op voltooiing van de digitale omschakeling en op de vaststelling van een breedbandstrategie;

38.  blijft bezorgd over de aanhoudende fragmentering, segregatie, ondoeltreffendheid en complexiteit in het onderwijssysteem; dringt aan op de vaststelling van een gemeenschappelijk kernprogramma voor scholen in het hele land dat bijdraagt tot de cohesie in het land; dringt aan op betere coördinatie tussen de verschillende bestuursniveaus voor onderwijs om een inclusief en niet-discriminerend onderwijsstelsel te bevorderen, waarin samenwerking over culturele, religieuze en etnische grenzen heen wordt gestimuleerd; roept de autoriteiten op de beginselen van tolerantie, dialoog en intercultureel begrip tussen de verschillende etnische groepen te promoten; dringt aan op de vaststelling van concrete maatregelen om de doelmatigheid van het onderwijsstelsel te verbeteren en segregatiepraktijken af te schaffen, onder eerbiediging van een gelijk recht op onderwijs in alle officiële talen van Bosnië en Herzegovina; blijft bezorgd over het hoge percentage voortijdige schoolverlaters in onderwijs en opleiding en het aanhoudend grote aantal voortijdige schoolverlaters onder Roma-leerlingen; betreurt dat er slechts langzaam vooruitgang wordt geboekt bij de aanpak van de kwestie "twee scholen onder een dak", mono-etnische scholen en andere vormen van segregatie en discriminatie op scholen;

39.  verwelkomt de maatregelen om de arbeidswetgeving te moderniseren, het ondernemingsklimaat te verbeteren en tekortkomingen in de financiële sector weg te werken in het kader van de hervormingsagenda; is positief over de toename van de geregistreerde werkgelegenheid en de stappen die zijn gezet om de coördinatie van het economisch beleid te versterken; is verheugd over de met het IMF overeengekomen driejarige uitgebreide Fondsfaciliteit die ertoe moet bijdragen het ondernemingsklimaat verder te verbeteren, de omvang van de overheid te beperken en de financiële sector te beschermen; betreurt het ontbreken van een eengemaakte economische ruimte, wat het ondernemingsklimaat en directe buitenlandse investeringen bemoeilijkt en het midden- en kleinbedrijf belemmert; wenst dat deze problemen worden aangepakt door middel van een geharmoniseerd en gecoördineerd industrie- en kmo-beleid voor het gehele land; verzoekt de bevoegde autoriteiten dringend gecoördineerde maatregelen vast te stellen om de rechtsstaat te versterken, de procedures voor de handhaving van contracten te vereenvoudigen en de corruptie in de economie te bestrijden;

40.  is verheugd dat de werkloosheid licht is verminderd; blijft echter bezorgd over het feit dat nog steeds sprake is van structurele werkloosheid en dat de jongerenwerkloosheid hoog blijft, hetgeen leidt tot een aanzienlijke braindrain; spoort Bosnië en Herzegovina aan om actief deel te nemen aan verschillende programma's voor jongeren in de regio, zoals de programma's in het kader van de positieve agenda voor jongeren in de Westelijke Balkan of het regionale bureau voor jongerensamenwerking (RYCO); verzoekt de bevoegde autoriteiten de bestaande wetgeving verder te versterken en een actief arbeidsmarktbeleid te voeren dat met name gericht is op jongeren, vrouwen, kwetsbare groepen met inbegrip van de Roma, en langdurig werklozen, en de capaciteit van de diensten voor arbeidsbemiddeling uit te breiden;

41.  betreurt het dat de arbeidswetgeving in beide deelstaten is vastgesteld door middel van de spoedprocedure en zonder een behoorlijke dialoog met de sociale partners; wijst erop dat arbeids- en vakbondsrechten nog steeds een beperkte reikwijdte hebben, en benadrukt het belang van een verdere versterking en harmonisering van deze wetgeving op landelijk niveau; herinnert eraan dat Bosnië en Herzegovina een aantal IAO-verdragen heeft ondertekend die onder meer de beginselen van sociale dialoog en het belang van samenwerking met de sociale partners erkennen; benadrukt het belang van een verdere versterking en harmonisering van de gezondheids- en veiligheidswetgeving op landelijk niveau; wijst ook op de noodzaak om de gefragmenteerde sociale beschermingsstelsels te hervormen en te harmoniseren, sociale cohesie te bevorderen en te voorzien in sociale bescherming voor de meest kwetsbare groepen;

42.  merkt op dat er enige vooruitgang is geboekt bij het verder afstemmen van beleid en wetgeving op het gebied van milieubescherming; vraagt om krachtige inspanningen voor een goede en systematische tenuitvoerlegging en handhaving van bestaande wetgeving; benadrukt de noodzaak van een nationale strategie voor aanpassing aan het milieu-acquis, verbetering van het wettelijk kader en versterking van administratieve en toezichtcapaciteiten; wijst erop dat de wetgeving die de toegang tot milieu-informatie en de deelname aan besluitvormingsprocessen door het publiek regelt, in overeenstemming met het EU-acquis moet worden gebracht; dringt aan op onverwijlde afstemming op het EU-acquis op het gebied van natuurbescherming; onderstreept dat de planning en aanleg van waterkrachtcentrales en -projecten de naleving van internationale en EU-milieuwetgeving vereist; dringt erop aan dat waterkrachtprojecten niet in beschermde natuurgebieden worden aangelegd en dat zij de natuur geen schade toebrengen; benadrukt de noodzaak van participatie van het publiek in en raadpleging van het maatschappelijk middenveld over relevante projecten; geeft uiting aan zijn ongerustheid om het feit dat er geen vooruitgang wordt geboekt bij het vinden van een oplossing voor het probleem van de buitensporige grensoverschrijdende verontreiniging door de raffinaderij in Bosanski Brod;

43.  wijst erop dat overeengekomen prioritaire EU-projecten voor elektriciteits- en gastransmissie-interconnecties met aangrenzende landen stilliggen als gevolg van het ontbreken van politieke overeenstemming over een energiestrategie voor het hele land; onderstreept in dit verband de noodzaak van een energiestrategie voor het hele land en van de vaststelling van een wettelijk kader voor gas, in overeenstemming met het derde energiepakket, zodat de sancties van de Europese energiegemeenschap kunnen worden opgeheven; dringt erop aan een aardgaswet aan te nemen zodat de voorzieningszekerheid toeneemt; dringt bij de autoriteiten aan op afstemming op internationale en EU-normen en beleidsdoelstellingen op het gebied van energie en klimaatverandering;

44.  wijst op de tekortkomingen van BiH op het gebied van infrastructuur en pleit voor verdere investeringen in infrastructuurprojecten om de vervoersverbindingen in het land en met buurlanden te verbeteren; moedigt de volledige betrokkenheid van Bosnië en Herzegovina bij de tenuitvoerlegging van de connectiviteitsagenda van de EU aan; spreekt zijn waardering uit voor de vaststelling van de nationale kadervervoersstrategie voor de periode 2015-2030 in juli 2016; wijst erop dat BiH hierdoor in aanmerking komt voor middelen van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II); vraagt de autoriteiten het wettelijk kader voor vervoer in overeenstemming te brengen met de toepasselijke EU-wetgeving, functionele vervoersketens tot stand te brengen, de knelpunten in corridor Vc aan te pakken en aanbestedingsregels en het beginsel van transparantie bij de selectie van contractanten na te leven om misbruik en corruptie te voorkomen;

45.  is verheugd over de voortdurende constructieve en proactieve houding van Bosnië en Herzegovina ten aanzien van bilaterale en regionale samenwerking; dringt aan op verdere inspanningen om tot een oplossing te komen voor hangende bilaterale kwesties, zoals de afbakening van de grenzen met Servië en Kroatië en kwesties in verband met grensoverschrijdende milieuvervuiling; is verheugd dat Bosnië en Herzegovina wat de aanpassing aan de relevante verklaringen en besluiten in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) betreft, de mate van vooruitgang heeft verbeterd van 62 % naar 77 %; betreurt het besluit van de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina om de EU-sancties tegen Rusland na de illegale annexatie van de Krim door Rusland niet te steunen; herinnert Bosnië en Herzegovina aan de noodzaak van een eendrachtig buitenlands beleid en aan het feit dat onderlinge afstemming van het buitenlands beleid een essentieel onderdeel van het EU-lidmaatschap is; acht het belangrijk om het buitenlands beleid van Bosnië en Herzegovina en van de EU op elkaar af te stemmen en meent dat de EU zich actief moet blijven inzetten om de veiligheid in Bosnië en Herzegovina in stand te houden; is verheugd over de blijvende aanwezigheid van operatie Althea, die het vermogen behoudt om bij te dragen tot de afschrikkingscapaciteit van de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina indien de situatie daarom vraagt en zich ondertussen kan richten op capaciteitsopbouw en opleiding; verwelkomt tevens de verlenging van het mandaat van EUFOR met een jaar door de VN-Veiligheidsraad in november 2016;

46.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de VV/HV, de Raad, de Commissie, het presidentschap van Bosnië en Herzegovina, de ministerraad van Bosnië en Herzegovina, de Parlementaire Vergadering van Bosnië en Herzegovina, de regeringen en parlementen van de Federatie van Bosnië en Herzegovina en de entiteiten van de Republika Srpska en het District Brčko, alsook aan de besturen van de tien kantons.

(1) ECA 2016 nr. 21.
(2) S/2016/911.

Juridische mededeling