Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2563(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0156/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/02/2017 - 6.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0043

Aangenomen teksten
PDF 257kWORD 45k
Donderdag 16 februari 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
De situatie op het gebied van de mensenrechten en democratie in Nicaragua, de kwestie Francisca Ramirez
P8_TA(2017)0043RC-B8-0156/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 16 februari 2017 over de situatie op het gebied van de mensenrechten en democratie in Nicaragua – de kwestie Francisca Ramirez (2017/2563(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn voorgaande resoluties over Nicaragua, met name die van 18 december 2008 over aanvallen op verdedigers van mensenrechten, burgerlijke vrijheden en democratie in Nicaragua(1), en die van 26 november 2009(2),

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) Federica Mogherini van 16 augustus 2016 over het recente rechterlijke besluit in Nicaragua om leden van het parlement te ontslaan, en de verklaring van de VV/HV van 19 november 2016 over de eindresultaten van de verkiezingen in Nicaragua,

–  gezien het verslag van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie naar Nicaragua over de wetgevende en presidentsverkiezingen van 6 november 2011,

–  gezien de verklaring van het secretariaat-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) van 16 oktober 2016 over het verkiezingsproces in Nicaragua,

–  gezien het verslag van het secretariaat-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten en Nicaragua van 20 januari 2017,

–  gezien de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika van 2012, die in augustus 2013 in werking is getreden, met inbegrip van de mensenrechtenclausules,

–  gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenactivisten van juni 2004,

–  gezien de richtsnoeren voor het EU-grondbeleid van 2004 ter sturing van de ontwikkeling van het grondbeleid en de programmering in ontwikkelingslanden,

–  gezien de verklaring van de VN over mensenrechtenverdedigers van december 1998,

–  gezien de verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volkeren (UNDRIP),

–  gezien het Verdrag betreffende inheemse en in stamverband levende volken in onafhankelijke landen van de Internationale Arbeidsorganisatie (Verdrag nr. 169 van de IAO) uit 1989, dat door Nicaragua werd geratificeerd,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de ontwikkeling en consolidering van de democratie en de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden integraal deel moeten uitmaken van het extern beleid van de EU, met inbegrip van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika van 2012;

B.  overwegende dat democratie en de rechtsstaat in Nicaragua de voorbije jaren zijn verslechterd;

C.  overwegende dat Nicaragua in 2013 Wet 840 heeft aangenomen, waardoor aan een Chinees privé-bedrijf, HK Nicaragua Canal Development Investment Company Ltd (HKND), een concessie van 100 jaar wordt gegeven voor een kanaal door Nicaragua dat de oceanen verbindt;

D.  overwegende dat deze wet HKND de bevoegdheid gaf land te onteigenen en dat het bedrijf werd vrijgesteld van lokale belastingen en handelsreguleringen; overwegende dat aan HKND tevens werd gegarandeerd dat er geen criminele sanctie zou zijn voor contractbreuk;

E.  overwegende dat tussen 27 november en 1 december 2016 manifestanten vanuit heel Nicaragua in de hoofdstad zijn bijeengekomen om de bouw van het kanaal dat de oceanen verbindt, een megaproject waardoor duizenden kleine boeren en inheemse volkeren in de gebieden langs het kanaalproject worden ontheemd, af te wijzen alsook het gebrek aan transparantie tijdens de presidentsverkiezingen van 6 november 2016 aan de kaak te stellen; overwegende dat mensenrechtenverdedigers meldden dat de politie traangas en rubberen en loden kogels heeft gebruikt tegen de demonstranten;

F.  overwegende dat geen milieueffectbeoordeling werd uitgevoerd en dat, in strijd met IAO-verdrag 169, de inheemse bevolking niet op voorhand werd geraadpleegd; overwegende dat het voorgestelde traject van het kanaal door land van de inheemse volkeren zal gaan en tussen 30 000 en 120 000 inheemse bewoners zou verdrijven;

G.  overwegende dat wetenschappelijke organisaties de alarmbel hebben geluid, omdat het kanaal het Meer van Nicaragua dwars zou doorsnijden en zo de grootste zoet waterbron van Midden-Amerika in gevaar zou brengen; overwegende dat wetenschappelijke organisaties aan de Nicaraguaanse regering hebben gevraagd het project op te schorten totdat onafhankelijke studies afgerond zijn en openbaar worden besproken;

H.  overwegende dat Francisca Ramirez, coördinator van de nationale raad ter verdediging van het land, het meer en de soevereiniteit, in december 2016 een formele klacht indiende met betrekking tot daden van repressie en agressie in Nueva Guinea; overwegende dat Francisca Ramirez werd geïntimideerd en willekeurig vastgehouden en dat haar familieleden met geweld werden aangevallen uit wraak voor haar activisme;

I.  overwegende dat journalisten in Nicaragua met pesterijen, intimidatie en arrestatie worden geconfronteerd en met de dood werden bedreigd;

J.  overwegende dat het bezoek van Michel Forst, de speciale VN-rapporteur over de situatie van mensenrechtenverdedigers, aan Nicaragua in augustus 2016 werd geannuleerd ten gevolge van door de Nicaraguaanse regering opgelegde obstakels;

K.  overwegende dat de strikte uitsluiting van kandidaten van de oppositie aantoont dat de voorwaarden voor vrije en eerlijke verkiezingen duidelijk ontbraken en dat de vrijheid van vereniging, politieke concurrentie en pluralisme ernstig worden ondermijnd;

L.  overwegende dat de speciaal rapporteur voor de onafhankelijkheid van rechters en advocaten in het kader van een procedure voor de universele periodieke doorlichting van 2014 de aandacht vestigde op benoemingen van rechters bij het hooggerechtshof, die onder sterke invloed van de politiek staan; overwegende dat in 2013 de wet op een niet-transparante wijze werd omzeild om constitutionele wijzigingen door te voeren waardoor de president herverkozen kon worden; overwegende dat artikel 147 van de grondwet van Nicaragua verbiedt dat personen die door bloedband of door affiniteit met de president verbonden zijn, zich kandidaat stellen voor de functie van president of vice-president;

M.  overwegende dat corruptie in de openbare sector, waaronder door verwanten van de president, een van de grootste uitdagingen blijft; overwegende dat omkoping van ambtenaren, onwettige inbeslagname en willekeurige beoordelingen door douane- en belastingsautoriteiten zeer vaak voorkomen;

1.  uit zijn bezorgdheid over de gestaag verslechterende mensenrechtensituatie in Nicaragua en betreurt het dat mensenrechtenorganisaties en hun leden en onafhankelijke journalisten het slachtoffer zijn geweest van aanvallen en pesterijen van personen, politieke krachten en aan de staat gelinkte organen;

2.  dringt er bij de regering op aan geen intimidatie en represaillemaatregelen te gebruiken tegen Francisca Ramirez en andere mensenrechtenverdedigers voor de uitvoering van hun legitieme werk; vraagt de Nicaraguaanse autoriteiten een eind te maken aan de straffeloosheid van daders van misdaden tegen mensenrechtenverdedigers; steunt het recht van milieu- en mensenrechtenverdedigers om hun onvrede te uiten zonder represailles; vraagt Nicaragua daadwerkelijk een onafhankelijke milieueffectbeoordeling te starten alvorens verdere stappen te ondernemen en het hele proces openbaar te maken;

3.  vraagt de regering van Nicaragua haar internationale verplichtingen op het vlak van mensenrechten na te komen, in het bijzonder de in 2008 ondertekende verklaring van de VN over de rechten van inheemse volkeren en IAO-verdrag 169;

4.  vraagt de regering van Nicaragua het land van inheemse volkeren te beschermen tegen de impact van enorme ontwikkelingsprojecten die het levensondersteunend vermogen van hun grondgebieden aantasten, inheemse samenlevingen in conflictsituaties brengen en hen aan de praktijk van geweld blootstellen;

5.  is uiterst bezorgd over het ontslag van de oppositieleden uit de nationale vergadering van Nicaragua en de beslissing waardoor de leiderschapsstructuur van de oppositiepartij is gewijzigd;

6.  dringt er bij Nicaragua op aan democratische waarden, zoals de scheiding der machten, volledig te eerbiedigen en de positie van alle politieke oppositiepartijen te herstellen door kritische stemmen in het politieke stelsel en de samenleving in het algemeen toe te laten; herinnert eraan dat de volledige participatie van de oppositie, de depolarisering van de rechterlijke macht, het einde van de straffeloosheid en een onafhankelijk maatschappelijk middenveld essentiële factoren zijn voor het succes van een democratie;

7.  herinnert aan de illegale maatregelen die in strijd met het rechtsstelsel werden genomen om de grondwet te wijzigen teneinde de beperkingen van de presidentiële ambtstermijnen op te heffen, waardoor Daniel Ortega jaren aan de macht kon blijven;

8.  wijst erop dat de instellingen van de Europese Unie en de Organisatie van Amerikaanse staten veel kritiek hebben geuit op onregelmatigheden tijdens de verkiezingen in 2011 en 2016; wijst erop dat er momenteel een dialoogproces met de Organisatie van Amerikaanse staten loopt en dat tegen 28 februari 2017 een memorandum van overeenstemming moet worden getekend, waardoor de situatie kan verbeteren;

9.  herhaalt dat de vrijheid van pers en media essentiële onderdelen van een democratie en een open samenleving vormen; vraagt de Nicaraguaanse autoriteiten de pluraliteit van de media te herstellen;

10.  wijst erop dat Nicaragua er, gezien de onderhandelingen over de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika, aan moet worden herinnerd dat het de beginselen van de rechtsstaat, democratie en mensenrechten, die door de Europese Unie nageleefd en bevorderd worden, moet eerbiedigen; dringt er bij de EU op aan de situatie op de voet te volgen en te beoordelen welke maatregelen moeten worden genomen;

11.  verzoekt zijn Voorzitter om deze resolutie te laten toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse staten, de Euro-Latijns-Amerikaanse parlementaire vergadering, het Midden-Amerikaans parlement en de regering en het parlement van de Republiek Nicaragua.

(1) PB C 45 E van 23.2.2010, blz. 89.
(2) PB C 285 E van 21.10.2010, blz. 74.

Juridische mededeling