Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2145(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0006/2017

Ingediende teksten :

A8-0006/2017

Debatten :

PV 15/02/2017 - 16
CRE 15/02/2017 - 16

Stemmingen :

PV 16/02/2017 - 6.10

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0052

Aangenomen teksten
PDF 234kWORD 62k
Donderdag 16 februari 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Europees cloudinitiatief
P8_TA(2017)0052A8-0006/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 16 februari 2017 over het Europees cloudinitiatief (2016/2145(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld ‘Het Europese cloudinitiatief – bouwen aan een concurrerende data- en kenniseconomie in Europa’ (COM(2016)0178) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0106),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 getiteld "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2015)0100),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 juli 2014 getiteld "Naar een bloeiende data-economie" (COM(2014)0442),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2012 met als titel "Een sterkere Europese industrie om bij te dragen tot groei en economisch herstel" (COM(2012)0582),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 27 september 2012 over het aanboren van het potentieel van cloud computing in Europa (COM(2012)0529),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 15 februari 2012 getiteld ‘Geavanceerde computing: de positie van Europa in de wereldwijde wedloop’ (COM(2012)0045),

–  gezien de conclusies van de Raad van 27 mei 2016 over de overgang naar een systeem van open wetenschap,

–  gezien de conclusies van de Raad van 29 mei 2015 over open, gegevensintensief en in een netwerk ondergebracht onderzoek als aanjager van snellere en ruimere innovatie,

–  gezien zijn resolutie van 5 mei 2010 over een nieuwe digitale agenda voor Europa: 2015.eu(1),

–  gezien het Besluit (EU) 2015/2240 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 tot vaststelling van een programma inzake interoperabiliteitsoplossingen en gemeenschappelijke kaders voor Europese overheidsdiensten, bedrijven en burgers (ISA² programma) als middel om de overheidssector te moderniseren (2),

–  gezien Richtlijn 2013/37/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot wijziging van Richtlijn 2003/98/EG inzake het hergebruik van overheidsinformatie(3) (PSI-richtlijn),

–  gezien zijn resolutie van 10 maart 2016 getiteld "Naar een bloeiende data-economie"(4),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 "Naar een akte voor een digitale interne markt"(5),

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2014 over de herindustrialisering van Europa ter bevordering van concurrentievermogen en duurzaamheid(6),

–  gezien zijn resolutie van 10 december 2013 over het aanboren van het potentieel van cloud computing in Europa(7),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 16 januari 2013 over de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Het aanboren van het potentieel van cloud computing in Europa (TEN/494),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité "Europees cloudinitiatief – Bouwen aan een concurrerende data- en kenniseconomie in Europa” (2016 TEN/592 EESC-2016),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's over het Europees cloudinitiatief en normalisatieprioriteiten op ICT-gebied voor de digitale eengemaakte markt 02016 (SEDEC-VI-012),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 juni 2016 getiteld "Een nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa: Samenwerken ter versterking van het menselijk kapitaal, de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en het concurrentievermogen", COM(2016)0381,

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)(8),

–  gezien Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie(9) (richtlijn inzake netwerk- en informatiebeveiliging),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 14 september 2016 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de Connecting Europe Facility (COM(2016)0590),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 mei 2016 getiteld "Online platforms en de digitale eengemaakte markt – Kansen en uitdagingen voor Europa" (COM(2016)0288),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 9 december 2015 getiteld "Naar een modern, meer Europees kader voor auteursrechten" (COM(2015)0626),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016, getiteld "Normalisatieprioriteiten op ICT-gebied voor de digitale eengemaakte markt" (COM(2016)0176),

–  gezien het rapport "Open Innovation, open science, open to the world – a vision for Europe" van het directoraat-generaal voor Onderzoek en Innovatie (RTD) van de Europese Commissie, gepubliceerd in mei 2016,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie interne mark t en consumentenbescherming en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0006/2017),

A.  overwegende dat de huidige cloudcapaciteit in de EU onvoldoende is en dat gegevens die door onderzoeksinstellingen en de industrie in de EU zijn geproduceerd om die reden vaak elders worden verwerkt, waardoor Europese onderzoekers en innovatoren naar plaatsen buiten het EU-grondgebied vertrekken waar grote gegevenscapaciteit en rekenkracht sneller beschikbaar zijn;

B.  overwegende dat het gebrek aan een duidelijke structuur van prikkels voor de uitwisseling van gegevens, het gebrek aan interoperabiliteit van wetenschappelijke informatiesystemen en de fragmentatie van grens- en disciplineoverschrijdende wetenschappelijke gegevensinfrastructuren beletten om het potentieel van gegevensgestuurde wetenschap ten volle te benutten;

C.  overwegende dat de EU een achterstand heeft met betrekking tot de ontwikkeling van HPC als gevolg van een laag investeringsniveau voor de oprichting van een volledig HPC-systeem, terwijl landen als de VS, China, Japan en Rusland juist veel investeren in dergelijke systemen, en deze tot strategische prioriteit verheffen met nationale programma's om ze te ontwikkelen;

D.  overwegende dat het volledige potentieel van cloudcomputing voor Europa alleen gerealiseerd kan worden wanneer gegevens volgens duidelijke regels vrij kunnen worden doorgegeven binnen de hele Unie en internationale gegevensstromen een steeds belangrijkere rol spelen in de Europese en wereldeconomie;

E.  overwegende dat het vermogen om "big data" te analyseren en te gebruiken de manier verandert waarop wetenschappelijk onderzoek wordt uitgevoerd;

F.  overwegende dat de mededeling van de Commissie getiteld "Europees cloudinitiatief - Bouwen aan een concurrerende data- en kenniseconomie in Europa" het transformatieve potentieel van open wetenschap en cloudcomputing erkent als onderdeel van de Europese digitale economie;

G.  overwegende dat de toegangsprotocollen met betrekking tot netwerken, gegevensopslag en computing per lidstaat verschillen, hetgeen silo's creëert en kennisverspreiding vertraagt;

H.  overwegende dat de algemene verordening gegevensbescherming, de richtlijn inzake netwerk- en informatiebeveiliging en de strategie voor een digitale eengemaakte markt, de basis kunnen vormen voor een concurrerende en welvarende Europese digitale economie, die openstaat voor alle marktdeelnemers die zich aan de regels houden;

I.  overwegende dat gegevens de grondstof zijn voor de digitale economie en het gebruik van gegevens essentieel is voor de digitalisering van de Europese wetenschap en industrie, de ontwikkeling van nieuwe technologieën en voor het scheppen van nieuwe banen;

J.  overwegende dat de onlangs aangenomen algemene verordening gegevensbescherming doeltreffende bescherming van persoonsgegeven biedt en om een geharmoniseerde aanpak vraagt om de uitvoering ervan te verzekeren;

K.  overwegende dat er in de strategie van de Europese Commissie van 2015 voor een digitale eengemaakte markt is toegezegd om zowel de beperkingen met betrekking tot het vrije verkeer van gegevens aan te pakken als de ongerechtvaardigde beperkingen met betrekking tot de plaats waar de gegevens worden opgeslagen en verwerkt;

L.  overwegende dat het noodzakelijk is dat de Commissie concrete voorstellen doet om de beperkingen met betrekking tot het vrije verkeer van gegevens op te heffen om de digitale eengemaakte markt zo goed mogelijk te kunnen realiseren;

M.  overwegende dat men bij de invoering en ontwikkeling van clouddiensten met uitdagingen wordt geconfronteerd, aangezien de breedbandinfrastructuur en hogesnelheidsnetwerken in Europa ontoereikend zijn;

N.  overwegende dat door de uitvoering en duurzaamheid van de onderzoeks- en gegevensinfrastructuren te vergemakkelijken en ondersteunen, waaronder ook High Performance Computing Centers van wereldklasse en andere onderzoekinfrastructuurnetwerken, en door intensievere samenwerking en uitwisseling van resultaten, de grote uitdagingen op wetenschappelijk, industrieel en maatschappelijk gebied kunnen worden aangegaan;

O.  overwegende dat de hoeveelheid data in een ongekend tempo toeneemt, zodat er tegen 2020 16 biljoen gigabyte aan gegevens zal zijn, wat overeenkomt met een jaarlijkse groei van de gegenereerde gegevens van 236 %;

P.  overwegende dat een datagestuurde economie afhankelijk is van een uitgebreid ICT-ecosysteem om succesvol te kunnen zijn, met inbegrip van het "internet der dingen" om de bevoorrading te regelen, breedbandnetwerken met zeer hoge snelheid voor het gegevensverkeer en cloudcomputing voor de gegevensverwerking alsmede competente wetenschappers en arbeidskrachten;

Q.  overwegende dat de samenwerking tussen Europese wetenschappers, het gebruik en de uitwisseling van gegevens – altijd met instemming van de autoriteiten voor gegevensbescherming – en het gebruik van nieuwe technologische oplossingen, met inbegrip van cloudcomputing en de digitalisering van de Europese wetenschap, cruciaal zijn voor de ontwikkeling van de interne digitale markt; overwegende dat de Europese openwetenschapscloud positieve effecten zal hebben op de wetenschappelijke ontwikkeling in Europa; en overwegende dat deze cloud moet worden ontwikkeld en gebruikt en dat daarbij terdege rekening moet worden gehouden met de in het Handvest van de grondrechten verankerde grondrechten;

Algemeen

1.  verwelkomt de Europese open wetenschapscloud als model voor een cloud in de particuliere en publieke sector; is verheugd over het plan van de Commissie om de gebruikersbasis zo spoedig mogelijk uit te breiden naar de industrie en overheid;

2.  staat positief tegenover de mededeling van de Commissie getiteld "Europees cloudinitiatief - Bouwen aan een concurrerende data- en kenniseconomie in Europa" en is van mening dat dit een eerste stap is naar een goede basis voor open en concurrerende Europese acties op het gebied van cloudcomputing en high performance computing;

3.  verwelkomt het Europees cloudinitiatief van de Commissie als onderdeel van de tenuitvoerlegging van de strategie voor de digitale interne markt en het pakket voor de digitalisering van de Europese industrie, omdat het bijdraagt aan de groei van de Europese digitale economie, aan het concurrentievermogen van de Europese ondernemingen en dienstverleners, en aan Europa's mondiale marktpositie. vraagt de Commissie er middels duidelijk omlijnde maatregelen voor te zorgen dat dit initiatief doelmatig, naar buiten gericht en toekomstbestendig is, en geen onevenredige of ongerechtvaardigde belemmeringen creëert;

4.  onderstreept hoe belangrijk het is om de Europese Unie tot mondiaal onderzoekscentrum te maken, door kritische massa te bereiken en uitmuntendheidscentra in te richten; benadrukt dat capaciteit in termen van middelen en een aantrekkelijke omgeving nodig zijn om de Unie tot wereldleider te maken op onderzoeksgebied; wijst er bovendien op dat wil de EU de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld worden, openstaan voor internationale onderzoekers, en aantrekken van internationale investeringen, van essentieel belang zijn;

5.  benadrukt dat normalisatiewerkzaamheden op het gebied van cloudcomputing moeten worden versneld; onderstreept dat betere normen en interoperabiliteit communicatie tussen verschillende cloudgebaseerde systemen mogelijk maken en de gevolgen van afhankelijkheid van één verkoper van cloudproducten en -diensten voorkomen; verzoekt de Commissie om nauw samen te werken met commerciële cloudproviders bij de ontwikkeling van open normen voor dit gebied;

6.  benadrukt dat de meerwaarde van dit Europees initiatief gebaseerd is op de uitwisseling van open data, om een vertrouwde en open omgeving te ontwikkelen voor de gemeenschap met betrekking tot de opslag, de uitwisseling en het hergebruik van wetenschappelijke gegevens en resultaten;

7.  benadrukt dat het creëren van meer bewustzijn omtrent de voordelen van cloudcomputing zeer belangrijk is omdat er nog steeds weinig vraag is naar clouddiensten in Europa; wijst erop dat cloudcomputing als gevolg van zijn kostenefficiëntie en uitbreidbaarheid tot economische groei zal leiden; herhaalt dat mkb-bedrijven de belangrijkste motor zijn voor werkgelegenheid en groei in Europa; onderstreept dat mkb-bedrijven enorm kunnen profiteren van de voordelen van cloudcomputing, aangezien deze vaak over onvoldoende middelen beschikken om te investeren in omvangrijke fysieke IT-systemen op locatie;

8.  is verheugd over de open wetenschapsbenadering, en over de rol die deze speelt bij het tot stand brengen van een Europese kenniseconomie en bij het verder stimuleren van de kwaliteit van onderzoek en ontwikkeling in de Europese Unie; onderstreept dat de waarde van de verzamelde onderzoeksgegevens momenteel door het bedrijfsleven, en met name kmo's, niet ten volle wordt benut bij gebreke van vrij grensoverschrijdend gegevensverkeer en van vrije toegang tot een gemeenschappelijk platform of portaal, en neemt er nota van dat de Commissie van plan is alle in het kader van het programma Horizon 2020 gegenereerde wetenschappelijke gegevens in principe openbaar te maken;

9.  benadrukt dat de Europese open wetenschapscloud gepaard moet gaan met een allesomvattende strategie inzake cyberveiligheid, aangezien de wetenschappelijke gemeenschap behoefte heeft aan een betrouwbare data-infrastructuur die gebruikt kan worden zonder het onderzoekswerk bloot te stellen aan dataverlies, datacorruptie of gegevensinbreuk; verzoekt de Commissie om vanaf het begin rekening te houden met de cyberveiligheid met betrekking tot alle IT-initiatieven;

10.  spoort de Commissie aan om op dit gebied het voorbeeld te geven en alle onderzoeksgegevens en -resultaten die door Europese programma's als Horizon 2020, EFSI, ESI enz. gefinancierd worden, standaard openbaar te maken, gebaseerd op de FAIR-principes van vindbaarheid, toegankelijkheid, interoperabiliteit en geschiktheid voor hergebruik;

11.  is bezorgd over het financieringstekort van 4,7 miljard EUR voor het Europees cloudinitiatief; verzoekt de Commissie om passende financieringsmechanismen vast te stellen voor de Europese open wetenschapscloud en de Europese data-infrastructuur; roept de Commissie tevens op om voor dit beleidsterrein voldoende middelen ter beschikking te stellen in Horizon 2020 en in haar voorstel voor het negende kaderprogramma;

12.  beveelt de Commissie aan ervoor te zorgen dat alle regio’s van Europa profijt hebben van de Europese open wetenschapscloud, door het gebruik van regionale ontwikkelingsfondsen te onderzoeken ter verbreding van het initiatief;

13.  Beklemtoont dat momenteel slechts 12 % van de vastleggingskredieten voor het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) naar maatregelen voor digitalisering gaat. Vraagt de Commissie met klem in te zetten op gerichte stappen die erin resulteren dat meer middelen van alle EU‑fondsen, en met name het EFSI, kunnen worden ingezet voor projecten die aan de digitale interne markt gerelateerd zijn, waaronder initiatieven voor het delen van gegevens, digitale toegankelijkheid, infrastructuur en pan‑Europese digitale verbindingen, en meer geld ter beschikking te stellen voor het bevorderen van Europees onderzoek, en ontwikkeling en innovatie, waaronder op het gebied van technologieën die voor meer privacy zorgen en opensourcebeveiliging. Is van mening dat dit initiatief moet worden ontwikkeld in synergie met andere programma's van Horizon 2020, waaronder op het gebied van particuliere cloud computing en e‑overheidsdiensten;

14.  is van mening dat de particuliere sector vanaf het begin betrokken moet worden bij de gebruikersbasis van de Europese open wetenschapscloud, bijvoorbeeld door Software as a Service (SaaS) aan te bieden; merkt op dat de Europese bedrijfswereld naar verwachting het financieringstekort van 4,7 miljard EUR voor het Europees cloudinitiatief zal dekken; wijst erop dat het niet waarschijnlijk is dat bedrijven in het programma investeren als ze niet van de voordelen ervan kunnen profiteren;

15.  onderstreept dat een moderne supercomputerinfrastructuur cruciaal is voor het concurrentievermogen van de EU; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de exaschaalcomputers in 2022 operationeel zijn in Europa;

16.  verzoekt de Commissie om de deelname van Europese mkb-bedrijven en industrieën aan te moedigen met betrekking tot de productie van hardware en software voor de Europese data-infrastructuur, om de Europese economie te stimuleren en bij te dragen aan duurzame groei en het scheppen van nieuwe banen;

17.  verzoekt de Commissie om samen te werken met de lidstaten en met andere onderzoeksfinanciers bij het ontwerp en de uitvoering van een stappenplan voor financiering en bestuur, om ervoor te zorgen dat er voldoende middelen worden toegekend aan het initiatief en om de coördinatie van nationale inspanningen te vergemakkelijken, om onnodige overlapping en uitgaven te voorkomen;

18.  beaamt dat interoperabiliteit en gegevensportabiliteit van cruciaal belang zijn om grote maatschappelijke uitdagingen aan te kunnen pakken, hetgeen een efficiënte gegevensuitwisseling en een multidisciplinaire en multipartiete aanpak vergt; merkt op dat het actieplan als bedoeld in de Mededeling over het Europees cloudinitiatief (COM(2016)0178 noodzakelijk is om versnippering tegen te gaan en te zorgen dat onderzoeksgegevens volgens de FAIR-principes worden gebruikt;

19.  vraagt de Commissie om een actieplan voor te leggen, gebaseerd op de beginselen van volledige transparantie en openheid, met duidelijke werkpakketten en tijdschema's, waarin het volgende wordt vastgelegd: de te bereiken resultaten, de financieringsbronnen en de belanghebbenden die bij het gehele proces betrokken blijven;

20.  steunt de Europese open wetenschapscloud als onderdeel van het Europees cloudinitiatief omdat die een virtuele omgeving creëert waar wetenschappers en professionals uit alle regio's hun onderzoeksgegevens interdisciplinair en grensoverschrijdend kunnen opslaan, delen, analyseren en hergebruiken, zodat er een einde komt aan de fragmentering van de interne markt. vraagt de Commissie met klem de open wetenschapsgemeenschap en onafhankelijke wetenschappers hier middels een alomvattende benadering volledig bij te betrekken, voor meer duidelijk te zorgen over de in de mededeling gebruikte definities en – meer in het bijzonder – een duidelijk onderscheid aan te brengen tussen het Europees cloudinitiatief en de Europese open wetenschapscloud, en de wetgeving dienovereenkomstig te actualiseren om het hergebruik van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken;

21.  is van mening dat het Europees cloudinitiatief voor investeringen zorgt op het gebied van wetenschap en onderzoek teneinde instrumenten en stimulansen te creëren om gegevens zo wijd mogelijk te verspreiden en gebruiken, ondersteund door een sterke cloud en data-infrastructuur in de Europese Unie;

22.  benadrukt dat het mkb het kloppend hart is van de Europese economie en dat er meer acties nodig zijn om de wereldwijde concurrentiekracht van mkb-bedrijven en start-ups te bevorderen om de best mogelijke omgeving te creëren met gegevens van hoge kwaliteit, data-analyse, veilige diensten en verwachte kostenefficiëntie voor nieuwe en veelbelovende technologische ontwikkelingen;

23.  verzoekt de Commissie om een economisch levensvatbare basis te creëren voor een Europese cloud en duidelijke stappen te zetten om het mkb aan te moedigen concurrerende oplossingen te bieden met betrekking tot de verwerking en opslag van gegevens, in voorzieningen die gevestigd zijn in lidstaten;

24.  wijst nog eens op de positieve resultaten die met de pan‑Europese structuren en de open gegevens in de nationale faciliteiten voor de opslag van gegevens bereikt zijn. erkent dat er op de interne markt nog steeds veel beperkingen zijn die de volledige tenuitvoerlegging van dit initiatief in de weg staan. vraagt de Commissie en de lidstaten te onderzoeken wat het potentieel van de reeds beschikbare gegevens is en te zorgen voor een coherente strategie inzake open gegevens en de herbruikbaarheid van deze gegevens in de lidstaten. is van oordeel dat de Commissie en de lidstaten in kaart moeten brengen welke verdere investeringen in grensoverschrijdende fysieke infrastructuur nodig zijn, met bijzondere aandacht voor het combineren van supercomputers, breedbandnetwerken met een hoge snelheid en faciliteiten voor massale gegevensopslag, teneinde een bloeiende Europese data‑economie tot stand te brengen. verzoekt de Commissie door het bedrijfsleven geïnitieerde en andere internationale partnerschappen op dit gebied te onderzoeken;

25.  merkt op dat de invoering van clouddiensten verder moet worden aangemoedigd onder Europese mkb-bedrijven; merkt op dat Europese cloudproviders meer gecoördineerde steun vereisen met betrekking tot hun deelname op digitaal gebied, voor meer vertrouwen aan de gebruikerskant en bewustmaking van de voordelen van overnemen van cloudcomputing;

26.  benadrukt dat de toegang tot breedbandinternet voor bedrijven en burgers een onmisbaar bestanddeel is van een concurrerende data- en kenniseconomie in Europa; is daarom van mening dat er voor de ontwikkeling van de cloud initiatieven moeten worden genomen om de toegang tot breedbandinternet voor bedrijven en burgers te verbeteren, met name in plattelandsgebieden;

27.  merkt op dat educatieve acties op digitaal gebied, met inbegrip van cybervaardigheden, van cruciaal belang zijn voor de ontwikkeling van cloudcomputing, om hiaten vast te stellen met betrekking tot technische vaardigheden en effectiviteit om de doelstellingen op digitaal gebied te behalen; staat positief tegenover de voorstellen van de Commissie in het kader van de onlangs aangenomen agenda voor nieuwe vaardigheden voor Europa en onderstreept de noodzaak voor voldoende financiële middelen;

28.  is van mening dat cloud-start-ups nicheoplossingen bieden om cloudcomputing sneller, eenvoudiger, betrouwbaarder, flexibeler en veiliger te maken;

29.  benadrukt dat High Performance Computing, hetgeen belangrijk is voor de ontwikkeling van cloudcomputing, moet worden beschouwd als integraal onderdeel van de Europese data-infrastructuur met betrekking tot het volledige ecosysteem en dat de voordelen ervan op brede schaal moeten worden gepromoot;

30.  merkt op dat de betrokkenheid van de academische wereld, onderzoekscentra en universiteiten en andere belanghebbenden aangemoedigd moet worden om geïntegreerde infrastructuren voor wetenschappelijke gegevens en High Performance Computing in stand te houden en te ondersteunen;

31.  merkt op dat de Europese open wetenschapscloud, met de bestaande en toekomstige diensten die door de particuliere sector en landen buiten de EU worden aangeboden, stimuleringsmaatregelen en diensten moet verschaffen om te breken met de hardnekkige gewoonte om steeds op bestaande onderzoekspraktijken terug te vallen;

32.  verzoekt de Commissie en lidstaten om ervoor te zorgen dat de nadruk in de toekomst op Europese groei ligt om een concurrerende cloudsector in Europa te creëren; onderstreept de noodzaak om ervoor te zorgen dat de marktvraag naar cloudoplossingen blijft toenemen en dat de toepassing van cloudcomputing wordt aangemoedigd in verticale industrieën, zoals de financiële branche, belasting- en uitkeringsstelsels, productie-industrie, banksector, zorgsector, media- en entertainmentsector en landbouwsector;

33.  is van mening dat de algemene verordening gegevensbescherming een kader biedt voor de bescherming van persoonsgegevens; merkt evenwel op dat een over de lidstaten versnipperde uitvoering het werk en de onderlinge communicatie van onderzoekers bemoeilijkt hetgeen ook de nagestreefde samenwerking tussen hen via cloudcomputing frustreert; dringt daarom aan op een deugdelijke omzetting en handhaving van deze verordening;

34.  benadrukt dat oplossingen met betrekking tot het Europees cloudinitiatief ontwikkeld moeten worden met inachtneming van de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerde grondrechten, in het bijzonder de rechten betreffende gegevensbescherming, privacy, vrijheid en veiligheid;

35.  merkt op dat de data-economie zich nog in de beginfase bevindt, bedrijfsmodellen in ontwikkeling zijn en dat bestaande bedrijfsmodellen reeds verstoord en gewijzigd worden; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de wetgeving op dit terrein in overeenstemming is met het technologisch neutrale "principe van innovatie" en de innovatie, digitalisering van de sector en ontwikkeling van nieuwe technologieën als IoT (internet der dingen) en AI in Europa niet in de weg zal staan;

36.  verzoekt de Commissie samen te werken met lidstaten en alle belanghebbenden met betrekking tot de identificatie van noodzakelijke maatregelen voor de uitvoering, teneinde maximaal gebruik te maken van de mogelijkheden die het Europees cloudinitiatief biedt; is van mening dat voor open innovatie en open wetenschap veel meer actoren betrokken moeten worden in het innovatieproces, van onderzoekers tot ondernemers, gebruikers, regeringen en burgermaatschappijen;

De open wetenschapscloud

37.  wijst erop dat belangrijke belanghebbenden in het debat en bij grootschalige proefprojecten ondervertegenwoordigd zijn. is van mening dat de actieve participatie van publieke en private belanghebbenden en van het maatschappelijk middenveld op plaatselijk, regionaal, nationaal en Europees niveau een voorwaarde is voor een doeltreffende uitwisseling van informatie, met vermijding van administratieve overlast; beklemtoont dat het Europees cloudinitiatief niet alleen ten goede moet komen aan en in het belang moet zijn van de wetenschappelijke gemeenschap, maar ook van het bedrijfsleven, inclusief kmo's en start‑ups, overheden en consumenten;

38.  benadrukt dat bij de ontwikkeling van de Europese openwetenschapscloud terdege rekening moet worden gehouden met de in het Handvest van de grondrechten verankerde grondrechten, in het bijzonder met het recht op gegevensbescherming, privacy, vrijheid en beveiliging, en dat deze cloud moet voldoen aan de beginselen van ingebouwde privacy en standaardprivacy, en de beginselen van evenredigheid, noodzakelijkheid, minimale gegevensverwerking en doelbinding; onderkent dat met het hanteren van extra waarborgen, zoals pseudonimisering, anonimisering of cryptografie, met inbegrip van versleuteling, de risico’s beperkt kunnen worden en de bescherming van personen kan worden verbeterd wanneer persoonsgegevens worden gebruikt in bigdatatoepassingen of cloudcomputing; wijst erop dat anonimisering een onomkeerbaar proces is, en verzoekt de Commissie richtsnoeren op te stellen voor de manier waarop gegevens geanonimiseerd kunnen worden; herhaalt dat er speciale bescherming nodig is voor gevoelige gegevens, overeenkomstig de bestaande wetgeving; benadrukt dat bovengenoemde beginselen, samen met hoge normen voor kwaliteit, betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid, nodig zijn om het vertrouwen van consumenten te winnen voor het Europees cloudinitiatief;

39.  benadrukt dat het cloudinitiatief inzake open wetenschap moet leiden tot een cloud die door iedereen aanvaard wordt: wetenschappers, bedrijven en openbare diensten;

40.  wijst op de noodzaak om een open en betrouwbaar samenwerkingsplatform in het leven te roepen voor het beheren, analyseren, delen, hergebruiken en bewaren van onderzoeksgegevens, waarop onder bepaalde voorwaarden innovatieve diensten kunnen worden ontwikkeld en geleverd;

41.  verzoekt de Commissie en lidstaten om zich te beraden op een passend raamwerk voor governance en financiering, en zich daarbij terdege rekenschap te geven van bestaande initiatieven en de duurzaamheid ervan, alsook van de noodzaak om op Europees niveau een gelijk speelveld te creëren; benadrukt dat de lidstaten moeten overwegen hun nationale financieringsprogramma's in de financieringsprogramma’s van de EU te integreren;

42.  verzoekt de Commissie om alle financiële bronnen onder de loep te nemen met betrekking tot de oprichting van de Europese wetenschapscloud en om bestaande instrumenten te versterken voor snellere ontwikkelingen, door zich met name op beste praktijken te richten;

43.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat alle wetenschappelijk onderzoeksgegevens die verstrekt worden door het programma Horizon 2020, standaard vrijgegeven worden, en vraagt de lidstaten om hun nationale onderzoeksprogramma's overeenkomstig aan te passen;

44.  begrijpt dat de Europese open wetenschapscloud de digitale wetenschap in staat stelt om de mainstreaming van IT als dienst met betrekking tot de openbare onderzoekssector in Europa te stimuleren; verzoekt om een "federaal model voor de wetenschapscloud" dat publieke onderzoeksinstellingen, belanghebbenden, mkb-bedrijven, start-ups, e-infrastructuren en commerciële leveranciers samenbrengt om een gemeenschappelijk platform te creëren, waarin een scala aan diensten wordt aangeboden aan Europese onderzoeksgemeenschappen;

45.  verzoekt de Commissie en lidstaten om, in samenwerking met belanghebbenden, een stappenplan te maken om zo snel mogelijk met een helder tijdsschema te komen voor de uitvoering van de in de Europese open wetenschapscloud voorziene acties;

46.  verzoekt de Commissie om de behoeften van Europese publieke onderzoekers zorgvuldig te onderzoeken om mogelijke hiaten op te sporen wat betreft het leveren van cloudinfrastructuur in Europa; meent dat de Commissie bij constatering van zulke hiaten de Europese providers van cloudinfrastructuur moet vragen om hun stappenplannen te delen om te kunnen beoordelen of particuliere investeringen toereikend zijn om dergelijke hiaten te kunnen overbruggen of dat verdere overheidsfinanciering nodig is;

47.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat alle wetenschappelijke onderzoeken en gegevens die verstrekt worden door het programma Horizon 2020, ten goede komen aan Europese bedrijven en burgers; pleit ervoor dat wetenschappers, de industrie en openbare diensten op een andere manier worden gestimuleerd om hun data te delen, en om databeheer, opleiding, technische vaardigheden en geletterdheid te verbeteren;

48.  stelt met voldoening vast dat de focus van het cloudinitiatief uitgaat naar de totstandbrenging van netwerken met hoge bandbreedte, grootschalige opslagfaciliteiten, high performance computing en een Europees "big data"-ecosysteem;

49.  benadrukt dat de ontwikkeling van 5G alsmede de Europese regels voor elektronische communicatie, de open wetenschapscloud aantrekkelijker zullen maken door middel van geavanceerd internet en nieuwe, hoogstaande infrastructuur;

50.  staat positief tegenover de ambitie van de Commissie om de vereiste infrastructuur en voorwaarden mogelijk te maken om grote hoeveelheden gegevens te kunnen verwerken, beheerd door diensten die gebruikmaken van realtimegegevens van sensoren of applicaties om gegevens afkomstig van verschillende bronnen aan elkaar te koppelen; merkt op dat het Europees cloudinitiatief leidt tot een betere en meer geharmoniseerde aanpak met betrekking tot infrastructuurontwikkeling;

51.  ondersteunt verdere ontwikkeling van het GEANT-netwerk, om het meest geavanceerde internationale netwerk te worden en de leiderspositie van Europa op het gebied van onderzoek te handhaven;

52.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om samen te werken met belanghebbenden om de fragmentatie van digitale infrastructuren te beperken, door een stappenplan te maken voor maatregelen en een robuuste governancestructuur, waarbij financiers, aanbesteders en gebruikers betrokken worden, en onderstreept de noodzaak om de beginselen van open wetenschap te promoten voor het beheer en de uitwisseling van gegevens, met inachtneming van innovatieprikkels, privacy en intellectueel eigendom in het digitale tijdperk;

53.  benadrukt dat het belangrijk is dat het Europees cloudinitiatief gebaseerd is op de bouwstenen van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, met name wat betreft elektronische identiteitskaarten en e‑handtekeningen, teneinde het vertrouwen van gebruikers te vergroten met betrekking tot de veilige, interoperabele en naadloze uitwisseling van elektronische gegevens in heel Europa;

54.  verzoekt de Commissie om meer middelen in te zetten om onderzoek, ontwikkeling, innovatie en opleiding op het gebied van cloudcomputing in Europa te bevorderen, en legt de nadruk op de behoefte aan infrastructuur en processen die de open data en privacy van gebruikers veiligstellen;

55.  benadrukt dat de normen gemakkelijke en volledige overdraagbaarheid en een grote interoperabiliteit tussen clouddiensten mogelijk moeten maken;

56.  is er sterk van overtuigd dat het initiatief inzake de open wetenschapscloud gebaseerd moet zijn op open normen om interoperabiliteit en naadloos geïntegreerde communicatie te garanderen en afhankelijkheid te voorkomen;

57.  benadrukt dat het gebruik van open normen en gratis opensourcesoftware vooral belangrijk is bij het waarborgen van de nodige transparantie bij de manier waarop persoons- en andere soorten gevoelige gegevens in feite worden beschermd;

58.  merkt op dat de Europese economie steeds meer afhankelijk is van het vermogen van supercomputers om tot innovatieve oplossingen te komen, de kosten terug te dringen en om producten en diensten sneller op de markt te brengen; staat positief tegenover de inspanningen van de Commissie om exaschaalcomputersystemen te creëren op basis van Europese hardwaretechnologie;

59.  is van mening dat Europa behoefte heeft aan een volledig HPC-ecosysteem om toonaangevende supercomputers te verwerven, de levering van HPC-systemen te garanderen en HPC-diensten aan te bieden binnen de industrie en onder mkb-bedrijven voor simulatie, visualisatie en prototypeontwikkeling; is van mening dat het van het allergrootste belang is dat de EU in 2022 tot de wereldtop van supercomputing behoort;

60.  is van mening dat het Europese technologieplatform en de cPPP met betrekking tot HPC van cruciaal belang zijn om de onderzoeksprioriteiten van Europa te definiëren voor de ontwikkeling van Europese technologie in alle segmenten van de HPC- leveringsketen;

61.  staat positief tegenover het voorstel van de Commissie om een grootschalig vlaggeschipinitiatief van 1 miljard EUR te lanceren voor kwantumtechnologie, in overeenstemming met de Quantum Manifesto;

62.  herinnert de Commissie eraan dat de clouddienstensector reeds miljarden euro's heeft geïnvesteerd in de totstandbrenging van een toonaangevende infrastructuur in Europa; merkt op dat Europese wetenschappers en onderzoekers nu gebruik kunnen maken van een cloudinfrastructuur die hun de mogelijkheid biedt te experimenteren en snel te innoveren dankzij de toegang tot een grote variëteit aan diensten, terwijl ze alleen betalen voor wat ze gebruiken, wat een betere tijdsbesteding oplevert; merkt op dat de kritische steun van de EU voor onderzoek en ontwikkeling niet mag leiden tot overlapping met bestaande middelen, maar daarentegen doorbraken in nieuwe wetenschappelijke gebieden moet stimuleren om de groei en het concurrentievermogen te bevorderen;

63.  benadrukt dat de wetenschappelijke wereld beveiligde, veilige opensource-infrastructuur met een hoge capaciteit nodig heeft om het onderzoek vooruit te helpen en eventuele cyberaanvallen, gevallen van misbruik en inbreuken op de beveiliging van persoonsgegevens te voorkomen, met name als grote hoeveelheden gegevens worden verzameld, opgeslagen en verwerkt; verzoekt de Commissie en de lidstaten de ontwikkeling van de benodigde technologie, onder meer cryptografische technologieën, te steunen en te bevorderen, en daarbij ook te letten op methode van ingebouwde beveiliging; Stelt zich achter het streven van de Commissie om de samenwerking tussen overheidsinstanties, het Europese bedrijfsleven, met inbegrip van kmo’s en start-ups, onderzoekers en academici op het gebied van big data en cyberveiligheid vanaf de prille stadia van het onderzoeks- en innovatieproces te bevorderen, om innovatieve en betrouwbare Europese oplossingen en marktmogelijkheden te kunnen creëren maar daarbij wel een toereikend veiligheidsniveau te garanderen;

64.  is van mening dat de ontwikkeling van duidelijke normen voor cloudinteroperabiliteit, gegevensportabiliteit en overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau voor zekerheid en transparantie zorgt met betrekking tot cloudproviders en eindgebruikers;

65.  benadrukt dat betrouwbaarheid, veiligheid en bescherming van persoonsgegevens noodzakelijk is voor het consumentenvertrouwen, de basis voor een gezonde concurrentiepositie;

66.  merkt op dat de industrie een belangrijke rol moet spelen bij de ontwikkeling van algemeen aanvaarde normen voor het digitale tijdperk, en dat die normen de cloudproviders het vertrouwen geven om te blijven innoveren en de gebruikers om op clouddiensten op Europees niveau over te gaan;

67.  verzoekt de Commissie het voortouw te nemen bij de bevordering van intersectorale, meertalige en grensoverschrijdende interoperabiliteit en cloudnormen en de ondersteuning van privacyvriendelijke, betrouwbare, veilige en energiezuinige clouddiensten als een integraal onderdeel van een gemeenschappelijke strategie, door te focussen op het maximaliseren van de mogelijkheden om normen te ontwikkelen die kans maken om de wereldnorm te worden;

68.  merkt op dat een actieplan voor gegevensinteroperabiliteit nodig is met het oog op verwerking van de grote hoeveelheid data die Europese wetenschappers produceren en beter hergebruik van die data in wetenschap en industrie; verzoekt de Commissie samen te werken met belangrijke wetenschappelijke belanghebbenden om doeltreffende systemen te produceren, om gegevens vindbaar, toegankelijk, interoperabel en geschikt te maken voor hergebruik, met inbegrip van metagegevens, gemeenschappelijke specificaties en dataobjectidentifiers;

69.  merkt op dat Europa niet zoveel investeert in het ecosysteem van High Performance Computing (HPC) als andere regio’s in de wereld, wat niet strookt met haar economische en kennispotentieel;

70.  verzoekt de Commissie om interoperabiliteit te stimuleren en om afhankelijkheid van één verkoper te voorkomen, door aan te moedigen dat meerdere Europese providers van cloudinfrastructuur een scala aan concurrerende, interoperabele en draagbare infrastructuurdiensten vertegenwoordigen;

71.  roept op tot maatregelen om een hoogwaardig normalisatiesysteem veilig te stellen om belangrijke technologische bijdragen aan te trekken; vraagt de Commissie om beleid te voeren waardoor onnodige belemmeringen voor innovatieve sectoren verdwijnen, om investeringen in onderzoek en ontwikkeling te stimuleren en Uniebrede normalisatie te versterken;

72.  spoort de Commissie aan om er direct alles aan te doen om afhankelijkheid van één verkoper op de digitale markt te voorkomen, met name met betrekking tot nieuwe terreinen zoals het Europees cloudinitiatief;

73.  erkent het belang van interoperabiliteit en normen om het concurrentievermogen binnen de ICT -sector te verhogen en vraagt de Commissie om de hiaten in de normen voor de Europese wetenschapscloud vast te stellen, ook met betrekking tot mkb-bedrijven, start-ups en belangrijke Europese sectoren; steunt de ontwikkeling van door de markt aangezwengelde, vrijwillige, technologisch neutrale, transparante, wereldwijd compatibele en voor de markt relevante normen;

74.  is van mening dat het ISA2-programma een kans biedt om interoperabiliteitsnormen te ontwikkelen voor het beheer van "big data" binnen overheidsdiensten en tussen deze diensten en de bedrijven en de burgers;

75.  onderkent dat normen aan moeten sluiten op een aangetoonde behoefte van het bedrijfsleven en de andere belanghebbenden. benadrukt dat het met het oog op de toegang tot het doeltreffende gebruik en de uitwisseling van gegevens – óver disciplines, instellingen en nationale grenzen heen – absoluut noodzakelijk is om gemeenschappelijke hoge normen te ontwikkelen en overeen te komen. vraagt de Commissie in kaart te brengen wat er – in voorkomend geval – nu in de lidstaten reeds bestaat op het vlak van goede certificeringsregelingen, in samenspraak met de relevante belanghebbenden een op de vraag vanuit de markt stoelend pan-Europees pakket normen te ontwikkelen, teneinde het delen van gegevens te faciliteren, en daarbij – daar waar gerechtvaardigd – de voorkeur te geven aan open en algemene normen. onderstreept dat bij maatregelen en acties ten aanzien van het Europees cloudinitiatief te allen tijde rekening moet worden gehouden met de behoeften van de interne markt, en ervoor moet worden gezorgd dat het breed toegankelijk blijft en steeds aan de technologische ontwikkelingen kan worden aangepast;

76.  steunt het voornemen van de Commissie om met name de technische en juridische obstakels voor het vrij verkeer van gegevens en gegevensdiensten, alsmede de disproportionele vereisten inzake gegevenslokalisering, te elimineren en de interoperabiliteit van gegevens te bevorderen door het Europees cloudinitiatief te koppelen aan het voorstel voor het vrij verkeer van gegevens is van oordeel dat een digitale samenleving alleen tot stand kan worden gebracht indien het vrij verkeer van gegevens als vijfde vrijheid binnen de interne markt wordt beschouwd. merkt op dat een duidelijk rechtskader, voldoende vaardigheden en middelen voor het beheer van "big data", alsook de erkenning van de relevante beroepskwalificaties, noodzakelijke voorwaarden zijn om het potentieel van cloud computing volledig te realiseren. vraagt de Commissie met klem samen met de belanghebbenden, en in het bijzonder het bedrijfsleven, opleidingsmogelijkheden op het gebied van "big data" en codering in kaart te brengen, waaronder in het kader van de nieuwe vaardighedenagenda, en voor de belanghebbenden, en met name kmo's en start‑ups, stimulansen te creëren voor het gebruiken, openstellen en delen van gegevens in de interne markt;

77.  staat positief tegenover het voorstel van de Commissie om een grootschalig vlaggeschipinitiatief van 1 miljard EUR te lanceren voor kwantumtechnologie, in overeenstemming met de Quantum Manifesto; benadrukt echter dat transparante en openbare raadpleging van belanghebbenden cruciaal is om ontwikkeling te stimuleren en commerciële producten naar publieke en private gebruikers te brengen;

Uitwisseling van open data, uitwisseling van onderzoeksgegevens

78.  stelt verheugd vast dat de ontwikkeling van een Europese open wetenschapscloud onderzoekers en wetenschappers een omgeving zal bieden waarin ze hun data kunnen opslaan, delen, gebruiken en hergebruiken en waardoor de basis kan worden gelegd voor datagestuurde innovatie in Europa; benadrukt dat de voordelen van gegevensuitwisseling breed erkend worden;

79.  merkt op dat gegevens van wezenlijk belang zijn geworden voor besluitvorming op lokaal, nationaal en mondiaal niveau; merkt op dat lokale en regionale autoriteiten ook sterk kunnen profiteren van gegevensuitwisseling en dat het openstellen van overheidsgegevens de democratie versterkt en nieuwe mogelijkheden voor het bedrijfsleven schept;

80.  ondersteunt de inspanningen van de Commissie in samenwerking met Europese onderzoekers uit zowel de academische wereld als het bedrijfsleven voor de ontwikkeling van Big Data Value PPP in synergie met de cPPP met betrekking tot HPC, hetgeen gemeenschapsvorming stimuleert rond data en HPC en de basis legt voor een welvarende, datagestuurde economie in Europa; ondersteunt de cyberveiligheid PPP die de samenwerking tussen publieke en private actoren bevordert gedurende de eerste stadia van het onderzoeks- en innovatieproces om toegang te krijgen tot innovatieve en betrouwbare Europese oplossingen;

81.  benadrukt dat de EC nauw moet samenwerken met industriepartners en dit zo snel mogelijk moet doen, met name met het mkb en start-ups om erop toe te zien dat er rekening gehouden wordt met de eisen van het bedrijfsleven en de industrie en ervoor te zorgen dat deze op een goede manier geïntegreerd worden in een later stadium van het initiatief;

82.  roept de overheidsinstanties op om betrouwbare en veilige clouddiensten te overwegen door in een duidelijk rechtskader te voorzien en certificeringsregelingen voor cloudcomputing verder te ontwikkelen; wijst erop dat bedrijven en consumenten vertrouwen moeten hebben in het toepassen van nieuwe technologieën;

83.  is van mening dat overheidsdiensten standaard open overheidsgegevens moeten hebben; dringt aan op vooruitgang met de mate en het tempo waarop informatie wordt vrijgegeven als open data, de aanwijzing van belangrijke datasets die beschikbaar moeten komen en de bevordering van het hergebruik van open data in open vorm;

84.  merkt op dat de ongekende groei van digitale technologieën de belangrijkste motor is voor massale ruwe datastromen in cloudomgevingen, en dat door deze enorme verzameling van ruwe datastromen in "big data"-systemen de computationele complexiteit toeneemt, evenals het grondstofgebruik voor dataminingsystemen die voor de cloud geschikt zijn; wijst erop dat het concept van patroongebaseerde gegevensuitwisseling lokale dataverwerking mogelijk maakt nabij de databronnen en de ruwe datastromen omzet in bruikbare kennispatronen; hierdoor kunnen lokale kennispatronen beschikbaar worden gemaakt voor onmiddellijke maatregelen alsmede voor participerende gegevensuitwisseling in cloudomgevingen;

85.  onderschrijft de conclusies van de Raad van mei 2016 over de overgang naar een systeem van open wetenschap en met name de conclusie dat het onderliggend beginsel inzake het optimale hergebruik van onderzoeksgegevens "zo open mogelijk, gesloten indien nodig" moet zijn;

Tekst- en datamining

86.  benadrukt dat de volledige beschikbaarheid van overheidsgegevens binnen de Europese open wetenschapscloud niet voldoende is om alle belemmeringen weg te nemen met betrekking tot datagebaseerd onderzoek;

87.  stelt vast dat het initiatief moet worden aangevuld met een modern kader voor auteursrechten om een einde te maken aan de fragmentatie en het gebrek aan interoperabiliteit met betrekking tot het Europese dataonderzoeksproces;

88.  is van mening dat het initiatief het evenwicht moet bewaren tussen de rechten van onderzoekers, rechthebbenden en andere actoren in de wetenschappelijke wereld en de rechten van auteurs en uitgevers volledig moet respecteren, en tegelijk steun moet verlenen voor innovatief onderzoek in Europa;

89.  is van mening dat onderzoeksgegevens gedeeld kunnen worden binnen de Europese open wetenschapscloud zonder af te doen aan de auteursrechten van onderzoekers of onderzoeksinstellingen, door licentiemodellen vast te leggen waar nodig; is van mening dat de beste praktijken in dit verband worden vastgelegd binnen het proefproject voor openbare onderzoeksgegevens van Horizon 2020;

90.  is van mening dat Richtlijn 96/9/EG betreffende de rechtsbescherming van databanken, die aan herziening toe is, het gebruik van gegevens beperkt zonder aantoonbaar enige economische of wetenschappelijke meerwaarde op te leveren;

Gegevensbescherming, grondrechten en gegevensbeveiliging

91.  dringt er bij de Commissie op aan actie te ondernemen om te komen tot verdere harmonisatie van wetgeving in de lidstaten ter voorkoming van verwarring en fragmentering op het gebied van jurisdictie en ter waarborging van de transparantie op de gemeenschappelijke digitale markt;

92.  is van mening dat Europa een leidende rol vervult met betrekking tot privacybescherming en pleit wereldwijd voor een hoog niveau van gegevensbescherming;

93.  benadrukt dat een gecoördineerde aanpak tussen gegevensbeschermingsautoriteiten, beleidsvormers en industrie vereist is om organisaties te helpen bij deze omschakeling, door de uniforme uitlegging en toepassing van de verplichtingen, toolkits voor naleving van de afspraken en bewustmaking van de belangrijkste kwesties voor burgers en bedrijven;

94.  benadrukt dat Europa een mondiale importeur en exporteur van digitale diensten is en dat cloudcomputing en een krachtige datagestuurde economie vereist zijn om concurrerend te kunnen zijn; verzoekt de Commissie om het voortouw te nemen bij de ontwikkeling van uniforme, wereldwijd aanvaarde normen voor de bescherming van persoonsgegevens;

95.  is van mening dat globale gegevensstromen van vitaal belang zijn voor de internationale handel en de economische groei en dat het initiatief van de Commissie voor het vrije verkeer van gegevens Europese bedrijven, met name in de groeiende sector cloudcomputing, in staat moet stellen om een prominentere plek in te nemen bij de wereldwijde jacht naar innovatie; benadrukt dat het initiatief ook moet strekken tot opheffing van alle arbitraire beperkingen van de plaatsen waar ondernemingen infrastructuur of gegevensopslag mogen onderbrengen, omdat zulke beperkingen de ontwikkeling van de Europese economie hinderen;

96.  is van mening dat de huidige EU-wetgeving inzake gegevensbescherming, met name de onlangs aangenomen algemene verordening gegevensbescherming en de richtlijn gegevensbescherming inzake rechtshandhaving (Richtlijn (EU) 2016/680)(10), krachtige waarborgen biedt voor de bescherming van persoonsgegevens, waaronder de gegevens die verzameld, samengevoegd en gepseudonimiseerd zijn met het oog op wetenschappelijk onderzoek, en gevoelige medische gegevens, samen met specifieke voorwaarden voor de bekendmaking ervan, het recht van personen om bezwaar te maken tegen verdere verwerking van hun gegevens, en regels voor de toegang tot ordehandhavingsautoriteiten in het kader van strafrechtelijk onderzoek; verzoekt de Commissie rekening te houden met deze waarborgen bij de ontwikkeling van de Europese openwetenschapscloud en de tenuitvoerlegging van de regels voor de toegang tot de gegevens die daarin opgeslagen zijn; ziet in dat een geharmoniseerde aanpak van de tenuitvoerlegging van de algemene verordening gegevensbescherming, waaronder richtsnoeren, toolkits voor naleving van de afspraken en bewustmakingscampagnes voor burgers, onderzoekers en bedrijven cruciaal is, vooral voor de ontwikkeling van de Europese openwetenschapscloud en bevordering van de samenwerking op onderzoeksgebied, onder andere door middel van supercomputers;

97.  is van mening dat het vrije verkeer van gegevens gunstig is voor de digitale economie en de ontwikkeling van wetenschap en onderzoek; onderstreept dat het initiatief van de Commissie voor het vrije verkeer van gegevens de groeiende Europese sector voor cloudcomputing in staat moet stellen om een prominentere plek in te nemen bij de wereldwijde innovatiewedloop, zo ook voor wetenschappelijke en innovatieve doeleinden; wijst erop dat elke doorgifte van persoonsgegevens naar de cloudinfrastructuur of andere ontvangers buiten de Unie moet voldoen aan de regels voor doorgifte als vastgelegd in de algemene verordening gegevensbescherming, en dat het initiatief van de Commissie voor het vrije verkeer van gegevens in overeenstemming moet zijn met deze bepalingen; benadrukt dat het initiatief ook gericht moet zijn op de opheffing van beperkingen voor de locatie waar bedrijven de infrastructuur of de gegevensopslag moeten vestigen, zodat deze geen belemmering vormen voor de ontwikkeling van de Europese economie, en wetenschappers geheel en al de vruchten kunnen plukken van datagestuurde wetenschap, maar dat beperkingen uit hoofde van de wetgeving inzake gegevensbescherming wel gehandhaafd moeten blijven om mogelijke toekomstige gevallen van misbruik van de Europese openwetenschapscloud te voorkomen;

98.  is ervan overtuigd dat de Unie voorop moet lopen bij de beveiliging en bescherming van persoonsgegevens, waaronder gevoelige gegevens, en moet pleiten voor een hoog niveau van gegevensbescherming en -beveiliging wereldwijd; is van mening dat het EU-kader voor gegevensbescherming, samen met een inclusieve strategie voor cyberveiligheid waarmee een betrouwbare gegevensinfrastructuur wordt gewaarborgd die is beschermd tegen het verlies van, inbreuken en aanvallen op gegevens, een concurrentievoordeel kan opleveren voor Europese bedrijven op het vlak van privacy; dringt er bij de Commissie op aan te garanderen dat de Europese cloud zijn wetenschappelijke onafhankelijkheid en objectiviteit zal behouden en het werk van de wetenschappelijke gemeenschap binnen de Unie zal beschermen;

99.  vraagt de Commissie bij het oplossen van de aspecten in verband met de grondrechten, privacy, gegevensbescherming, intellectuele-eigendomsrechten en gevoelige informatie de algemene verordening gegevensbescherming en de richtlijn gegevensbescherming (95/46/EG) volledig in acht te nemen. onderstreept dat de veiligheidsdreigingen voor de cloudinfrastructuur internationaler, diffuser en complexer zijn geworden, en het intensievere gebruik ervan bemoeilijken, hetgeen nauwere Europese samenwerking noodzakelijk maakt. vraagt de Commissie en de nationale autoriteiten in overleg met het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging samen te werken bij de ontwikkeling van een veilige en betrouwbare digitale infrastructuur en een hoog niveau van cyberveiligheid tot stand te brengen overeenkomstig de richtlijn inzake beveiliging van de netwerk- en informatiesystemen;

100.  roept de Commissie op ervoor te zorgen dat dit initiatief passend is voor het doel, naar buiten gericht, toekomstbestendig en technologisch neutraal en benadrukt dat de Commissie en lidstaten zich moeten oriënteren op de markt en de sector cloudcomputing om zo goed mogelijk te kunnen voldoen aan de bestaande en toekomstige eisen van de sector en om innovatie te stimuleren met betrekking tot cloudgebaseerde technologieën;

101.  vestigt de aandacht op het potentieel van "big data" om technologische innovatie te stimuleren en op de opbouw van de kenniseconomie; merkt op dat het verminderen van de obstakels voor kennisuitwisseling het concurrentievermogen van bedrijven ten goede komt, en dat lokale en regionale autoriteiten hier ook van profiteren; benadrukt hoe belangrijk het is om gegevensportabiliteit te vereenvoudigen;

102.  verzoekt de Commissie en lidstaten om met sectorgestuurde normalisatie-initiatieven te werken om ervoor te zorgen dat de eengemaakte markt toegankelijk blijft voor derde landen en in kan spelen op technologische evolutie, door hindernissen te vermijden die concurrentiekracht en innovatie in Europa in de weg staan; merkt op dat normalisatie met betrekking tot gegevensbeveiliging en privacy nauw samenhangt met de kwestie van de rechterlijke bevoegdheid en dat voor de nationale autoriteiten een sleutelrol is weggelegd;

103.  onderstreept dat er aandacht moet worden besteed aan bestaande initiatieven om dubbel werk te voorkomen, hetgeen openheid, competitie en groei in de weg kan staan en dat marktgedreven, pan-Europese normen voor gegevensuitwisseling in overeenstemming moeten zijn met internationaal geldende normen;

104.  benadrukt dat een evenwicht moet worden gevonden tussen legitieme zorgen over de gegevensbescherming en de noodzaak om te zorgen voor een veilig "vrij gegevensverkeer"; verzoekt om de bestaande regels inzake gegevensbescherming in acht te nemen met betrekking tot de markt van openbare "big data";

105.  steunt het voorstel om onderzoeksgegevens van nieuwe Horizon 2020-projecten standaard vrij te geven, aangezien onderzoeksgegevens die door de overheid gefinancierd worden een publiek goed zijn en in het belang van het publiek tijdig en op verantwoorde wijze openbaar moeten worden gemaakt en daarbij zo min mogelijk worden beperkt;

106.  merkt op dat het Europees cloudinitiatief zich toespitst op potentieel kwetsbare onderzoeks- en ontwikkelingssectoren en e-overheidsportalen; herhaalt dat cyberveiligheid voor clouddiensten het best wordt geregeld in het kader van de richtlijn inzake netwerk- en informatiebeveiliging;

107.  merkt het belang op van de bevordering van de interoperabiliteit van verschillende apparatuur binnen netwerken, teneinde de beveiliging te garanderen en de onderdelenleverketens te bevorderen, die allemaal belangrijk zijn voor de commercialisering van de technologie.

o
o   o

108.  Verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB C 81 E van 15.3.2011, blz. 45.
(2) PB L 318 van 4.12.2015, blz. 1.
(3) PB L 175 van 27.6.2013, blz. 1.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0089.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0009.
(6) PB C 482 van 23.12.2016, blz. 89.
(7) PB C 468 van 15.12.2016, blz. 19.
(8) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(9) PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1.
(10) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.

Juridische mededeling