Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2295(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0047/2017

Ingediende teksten :

A8-0047/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 02/03/2017 - 6.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0056

Aangenomen teksten
PDF 161kWORD 44k
Donderdag 2 maart 2017 - Brussel Definitieve uitgave
Verzoek om opheffing van de immuniteit van Marine Le Pen
P8_TA(2017)0056A8-0047/2017

Besluit van het Europees Parlement van 2 maart 2017 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Marine Le Pen (2016/2295(IMM))

Het Europees Parlement,

–  gezien het verzoek om opheffing van de immuniteit van Marine Le Pen, dat is toegezonden op 5 oktober 2016 door Jean-Jaques URVOAS, grootzegelbewaarder, minister van Justitie, in het kader van een onderzoeksprocedure tegen Marine Le Pen bij de rechtbank van eerste aanleg van Nanterre wegens verspreiding via haar Twitteraccount van islamistische beelden met een gewelddadig karakter,

–  na Jean-François Jalkh als vertegenwoordiger van Marine Le Pen te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 8 en 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

–  gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 mei 1964, 10 juli 1986, 15 en 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011 en 17 januari 2013(1),

–  gezien artikel 26 van de Grondwet van de Franse Republiek,

–  gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8-0047/2017),

A.  overwegende dat de Franse gerechtelijke instanties hebben verzocht om opheffing van de immuniteit van Marine Le Pen, lid van het Europees Parlement en voorzitter van het Front National (FN), in het kader van een procedure wegens verspreiding door middel van haar Twitteraccount van beelden met een gewelddadig karakter waarin de terechtstellingen te zien zijn van drie gijzelaars van de terroristische groep ISIS, met als begeleidende commentaar "Zie, dit is ISIS", d.d. 16 december 2015, aansluitend bij een interview op radiozender RMC waar de opkomst van het FN vergeleken was met de actie van de terroristische groep ISIS;

B.  overwegende dat uit de vaste praktijk van het Europees Parlement blijkt dat de immuniteit van een lid van deze assemblee kan worden opgeheven, als de meningen die zijn uitgebracht en/of beelden waarop het geding betrekking heeft, geen rechtstreeks of vanzelfsprekend verband houden met de uitoefening door het vervolgde lid van zijn functies als lid van het Europees Parlement en zij geen uiting zijn van meningen of stemmen die zijn uitgebracht in het kader van deze functies in de zin van artikel 8 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie en artikel 26 van de Grondwet van de Franse Republiek;

C.  voorts overwegende dat artikel 9 van Protocol nr. 7 bepaalt dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied dezelfde immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend;

D.  overwegende dat de verspreiding van beelden met een gewelddadig karakter die de menselijke waardigheid kunnen schenden, een misdrijf is dat strafbaar is op grond van de artikelen 227-24, 227-29 en 227-31 van het strafwetboek van de Franse Republiek;

E.  overwegende dat artikel 6-1 van Franse wet nr. 2004-575 van 21 juni 2004 ter bevordering van het vertrouwen in de digitale economie ("Pour la Confiance dans l'Économie Numérique"), waarmee de omzetting is gerealiseerd van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel ("richtlijn inzake elektronische handel"), betrekking heeft op de activiteiten van dienstverleners van de informatiemaatschappij en niet op activiteiten met een individueel karakter;

F.  overwegende dat, hoewel de beelden die door Marine Le Pen zijn gepubliceerd, voor iedereen toegankelijk zijn op de zoekmachine Google en veelvuldig overgenomen zijn op het net na de oorspronkelijke publicatie ervan, het gewelddadige karakter van deze beelden niettemin nog steeds de menselijke waardigheid kan schenden;

G.  overwegende dat om de verwijdering van de drie foto's is verzocht door de familie van gijzelaar James Foley op 17 december 2015, d.i. na een optreden van de gerechtelijke instanties, en dat Marine Le Pen na dit verzoek uitsluitend de foto van James Foley heeft verwijderd;

H.  overwegende dat de timing van de gerechtelijke procedure tegen Marine Le Pen overeenkomt met de gangbare timing van procedures op het gebied van pers en andere communicatiemiddelen en dat er dus geen reden is om een geval te vermoeden van fumus persecutionis, d.w.z. een situatie waarin sprake is van aanwijzingen of bewijzen voor een intentie om schade toe te brengen aan de politieke activiteit van een lid;

I.  overwegende dat artikel 26 van de Grondwet van de Franse Republiek bepaalt dat leden van het Parlement niet in een strafrechtelijke zaak kunnen worden aangehouden of anderszins aan vrijheidsbenemende of -beperkende maatregelen worden onderworpen zonder toestemming van het Parlement;

J.  overwegende dat het niet toekomt aan het Europees Parlement om zich uit te spreken over de vraag of het lid schuldig is, noch over de wenselijkheid het lid wegens de handelingen die het lid worden verweten, strafrechtelijk te vervolgen;

1.  besluit de immuniteit van Marine Le Pen op te heffen;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van de Franse Republiek en aan Marine Le Pen.

(1) Arrest van het Hof van Justitie van 12 mei 1964, Wagner/Fohrmann en Krier, 101/63, ECLI:EU:C:1964:28; arrest van het Hof van Justitie van 10 juli 1986, Wybot/Faure e.a., 149/85, ECLI:EU:C:1986:310; arrest van het Gerecht van 15 oktober 2008, Mote/Parlement, T-345/05, ECLI:EU:T:2008:440; arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23.

Juridische mededeling