Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2054(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0012/2017

Ingediende teksten :

A8-0012/2017

Debatten :

PV 02/03/2017 - 4
CRE 02/03/2017 - 4

Stemmingen :

PV 02/03/2017 - 6.9
CRE 02/03/2017 - 6.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0064

Aangenomen teksten
PDF 185kWORD 48k
Donderdag 2 maart 2017 - Brussel Definitieve uitgave
Gemeenschappelijk handelsbeleid in de context van duurzaamheidsvereisten voor natuurlijke fauna
P8_TA(2017)0064A8-0012/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 2 maart 2017 over het gemeenschappelijk handelsbeleid van de EU in de context van duurzaamheidsvereisten voor natuurlijke fauna (2016/2054(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 191 en 207,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 21, lid 2,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Handel voor iedereen – Naar een meer verantwoordelijk handels- en investeringsbeleid" (COM(2015)0497),

–  gezien het EU-tekstvoorstel voor een hoofdstuk inzake handel en duurzame ontwikkeling in het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP), en met name de artikelen 10 en 16,

–  gezien het einddocument van de VN-Top inzake duurzame ontwikkeling van 2015 getiteld "Transforming our World: the 2030 Agenda for Sustainable Development", en met name de paragrafen 9 en 33, en doelstelling 15,

–  gezien de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (GATT), en met name artikel XX, onder a) en g),

–  gezien het EU-actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten van 2016 (COM(2016)0087) (hierna genoemd het “Actieplan”),

–  gezien de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over het EU-actieplan en de illegale handel in wilde dieren en planten,

–  gezien Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer(1) en Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht(2),

–  gezien resolutie 69/314 van de Algemene Vergadering van de VN inzake de strijd tegen de illegale handel in wilde dieren en planten, en resolutie 1/3 van de Milieuvergadering van de VN over de illegale handel in wilde dieren en planten,

–  gezien de conclusies van de 17e bijeenkomst van de Conferentie van de partijen (CoP 17) bij de CITES-overeenkomst in Johannesburg,

–  gezien de conclusies van de in februari 2014 gehouden Conferentie van Londen over de illegale handel in wilde dieren en planten, en het overzicht van de vooruitgang van Kasane van maart 2015,

–  gezien de resultaten van het World Conservation Congress 2016 van de Internationale Unie voor het behoud van de natuur en de natuurlijke hulpbronnen (IUCN) in Hawaii,

–  gezien het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad,

–  gezien het Wereldprogramma voor wilde dieren en planten (GWP) van het Wereldmilieufonds van de Wereldbank,

–  gezien het verslag inzake misdrijven wereldwijd betreffende wilde dieren en planten (World Wildlife Crime Report) uit 2016 van het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC),

–  gezien de verklaring van juni 2014 van de Internationale Douaneraad van de Werelddouaneorganisatie (WDO) over de illegale handel in wilde dieren en planten,

–  gezien de verklaring die in Buckingham Palace (Londen) is afgelegd door de adviesgroep Verenigd voor het vervoer van wilde dieren en planten (United for Wildlife Transport Taskforce) (hierna genoemd "Verklaring van Buckingham Palace"),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A8-0012/2017),

A.  overwegende dat de illegale handel in wilde dieren en planten wereldwijd nog nooit zo sterk is toegenomen, en dat in dit verband biologische crises ontstaan ten gevolge van de voortdurende illegale en niet-duurzame verwerving en het illegale en niet-duurzame in de handel brengen van dieren en planten wereldwijd;

B.  overwegende dat het ongecontroleerde en overmatige gebruik van wilde dier- en plantensoorten op de vernietiging van hun habitats na de grootste bedreiging vormt voor hun voortbestaan in het wild;

C.  overwegende dat de illegale handel in wilde dieren en planten volgens schattingen de op drie na winstgevendste criminele activiteit is, met een geschatte omzet van 20 miljard EUR;

D.  overwegende dat de laatste ontwikkelingen duiden op een toenemende betrokkenheid van grootschalige criminele en georganiseerde netwerken die gebruik maken van steeds geavanceerdere methodes;

E.  overwegende dat de illegale handel in wilde dieren en planten bijdraagt tot het aanwakkeren van conflicten, en terroristische netwerken ervan verdacht worden hun financiering onder andere te ontlenen aan de illegale handel in wilde dieren en planten, waar zij aanzienlijke winsten mee genereren;

F.  overwegende dat de hiermee gepaard gaande problemen van corruptie en zwakke bestuursstructuren de bestaande zwakheden in de kaders voor de handel in wilde dieren en planten verergeren;

G.  overwegende dat de Europese Unie momenteel een afzetmarkt is voor deze soorten, evenals een hub voor de doorvoer naar andere regio's en een gebied waaruit bepaalde soorten afkomstig zijn die illegaal worden verhandeld;

H.  overwegende dat het waarborgen dat plattelandsgemeenschappen in de landen van oorsprong worden betrokken bij en de vruchten plukken van het behoud van wilde dieren en planten essentieel is voor het aanpakken van de onderliggende oorzaken van de illegale handel in wilde dieren en planten;

I.  overwegende dat cybercriminaliteit met betrekking tot wilde dieren en planten een ernstig gevaar vormt voor bedreigde diersoorten, met inbegrip van olifanten, neushoorns, schubdieren, reptielen, amfibieën, vogels en giraffen;

J.  overwegende dat een handelsbeleid dat gekoppeld is aan ontwikkelingssamenwerking een sterke drijvende kracht kan vormen achter economische groei in ontwikkelingslanden;

K.  overwegende dat de toename in de illegale handel in talrijke flora- en faunasoorten leidt tot een verlies aan biodiversiteit en de aantasting van het ecosysteem, waarbij steeds meer soorten bedreigd raken of zelfs uitsterven;

L.  overwegende dat duurzame handel in wilde dieren en planten van wezenlijk belang kan zijn voor bepaalde gemarginaliseerde gemeenschappen, die afhankelijk zijn van rechtskaders voor het behoud van lokale hulpbronnen en de bestrijding van armoede;

Tendensen, beginselen en algemene overwegingen

1.  constateert met grote bezorgdheid dat de illegale handel in en de criminaliteit in verband met wilde dieren en planten recentelijk is toegenomen en dat als deze trend niet wordt gestopt en gekeerd de gevolgen voor het behoud van de biodiversiteit en de milieuduurzaamheid zeer ernstig en blijvend kunnen zijn;

2.  merkt op dat de EU als partij bij vele mondiale verdragen voor de bescherming van het milieu, wettelijk verplicht is ervoor te zorgen dat haar beleid en internationale verdagen tot deze doelstelling bijdragen;

3.  is van mening dat sterkere economische ontwikkeling door deelname aan wereldmarkten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen voor duurzame economische ontwikkeling elkaar niet uitsluiten, maar versterken;

4.  ondersteunt dan ook ten sterkste een aanpak voor vraagstukken betreffende wilde dieren en planten waarbij niet alleen de milieubeschermingsdoelstellingen van de EU en haar handelspartners worden geëerbiedigd, maar waarbij eveneens duurzame en legale handelskaders tot stand kunnen worden gebracht die de positieve bijdrage van handelsbeleid aan duurzame ontwikkeling versterken;

5.  benadrukt bezorgd dat de EU, samen met de VS, een belangrijke afzetmarkt en doorvoerroute blijft voor illegale producten op basis van wilde dieren en planten;

6.  is ingenomen met het actieplan van de EU tegen de illegale handel in wilde dieren en planten, dat een cruciale rol zal spelen bij de bestrijding van de alarmerende toename van die uiterst lucratieve handel, die economieën en gemeenschappen destabiliseert die voor hun levensonderhoud van wilde dieren en planten afhankelijk zijn en de vrede en veiligheid van kwetsbare regio's van handelspartners van de EU in gevaar brengen door illegale routes te versterken;

7.  is van mening dat alleen een geïntegreerde aanpak van criminaliteit in verband met wilde dieren en planten er uiteindelijk toe kan leiden dat de illegale handel een halt wordt toegeroepen, en dat de EU een voortrekkersrol moet spelen bij de inspanningen om niet alleen problemen aan de aanbodzijde, met inbegrip van ontwikkelingsvraagstukken in derde landen, aan te pakken, maar ook de vraag naar illegale producten op binnenlandse markten, met inbegrip van online platforms;

Internationale instellingen en regeringen

8.  brengt in herinnering dat op grond van de WTO-regels, landen uitzonderingen mogen vaststellen op de in artikel XX, onder g), van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (GATT) opgenomen algemene regels, om uitputbare natuurlijke hulpbronnen te reglementeren en op de in artikel XX, onder a), opgenomen algemene regels om de openbare zeden te beschermen; merkt op dat de WTO-beroepsinstantie "uitputbare natuurlijke hulpbronnen" breed heeft geïnterpreteerd zodat hier ook levende soorten die vatbaar zouden kunnen zijn voor uitsterving onder vallen, en dat in WTO-jurisprudentie specifiek de opname van soorten in de bijlagen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) wordt genoemd als bewijs voor het feit dat deze uitputbaar zijn; merkt voorts op dat de WTO-beroepsinstantie "openbare zeden" breed heeft geïnterpreteerd zodat hieronder ook zorgen met betrekking tot de preventie van wreedheden jegens dieren vallen;

9.  is ingenomen met de inspanningen van de EU binnen de WTO om schadelijke visserijsubsidies te beperken die het duurzame beheer van de visserij kunnen ondermijnen en het behoud van soorten zoals schildpadden, haaien, zeevogels en zeezoogdieren in gevaar kunnen brengen;

10.  verklaart opnieuw veel waarde te hechten aan de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling van de VN en aan de uiteindelijke verwezenlijking van doelstelling 15, die een verbintenis omvat om een einde te maken aan stroperij en handel in beschermde dier- en plantensoorten, en om zowel de vraag- als de aanbodzijde van illegaal verhandelde producten aan te pakken;

11.  is verheugd over de lopende werkzaamheden van het Internationaal Consortium ter bestrijding van criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten, een initiatief waarbij het CITES, Interpol, het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC), de Wereldbank en de Werelddouaneorganisatie (WDO) betrokken zijn;

Douane en onlinehandel

12.  is verheugd over het INAMA-project van de WDO, waarmee wordt beoogd de mogelijkheden van douaneautoriteiten uit te breiden om de capaciteitsopbouw te verbeteren ter bestrijding van criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten; roept op tot sterkere deelname van douaneautoriteiten aan handhavingsoperaties ter bestrijding van de illegale handel in wilde dieren en planten, en tot meer bewustmakingsactiviteiten met als doel de opleiding en het functioneren van douaneautoriteiten te verbeteren;

13.  is van mening dat onlinecriminaliteit in verband met wilde dieren en planten een ernstig gevaar vormt voor bedreigde dieren, waaronder olifanten, neushoorns, amfibieën, reptielen en vogels, en dat regeringen, ondernemingen en non-gouvernementele organisaties moeten samenwerken om deze criminaliteit te bestrijden;

14.  is van mening dat de douanedimensie verder moet worden versterkt binnen het actieplan van de Europese Unie, zowel als het gaat om de samenwerking met de partnerlanden als om een betere en doeltreffendere tenuitvoerlegging binnen de Unie; ziet de evaluatie van de Commissie van 2016 van de tenuitvoerlegging en handhaving van het huidige rechtskader van de EU derhalve met belangstelling tegemoet en verzoekt de Commissie in deze evaluatie tevens een beoordeling van de douaneprocedures op te nemen;

15.  verzoekt de Commissie te onderzoeken in hoeverre de EU-wetgeving inzake de handel in wilde dieren en planten op uniforme wijze wordt toegepast in de verschillende lidstaten door de voor de controle verantwoordelijke douanebeambten;

16.  verzoekt de Commissie en de lidstaten inspanningen te verrichten op het gebied van informatie-uitwisseling en capaciteitsopbouw, met inbegrip van specifieke opleidingen voor douanebeambten;

De rol van de particuliere sector en non-gouvernementele organisaties

17.  benadrukt dat het van het grootste belang is dat de particuliere sector betrokken wordt bij de bestrijding van de handel in wilde dieren en planten, met inbegrip van online marktplaatsen en de sociale media;

18.  spreekt zich uit voor werkbare oplossingen die, eenmaal opgenomen in de bestaande systemen voor toeleveringsketens en handelsbeheer, de particuliere sector in staat zullen stellen een daadwerkelijke partnerrol te vervullen bij regeringen en internationale organen bij het zorgen voor het verantwoordelijke beheer van de mondiale toeleveringsketens; benadrukt echter dat het gemeenschappelijke handelsbeleid bindende normen voor de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven moet bevorderen en de private sector moet begeleiden en ondersteunen met betrekking tot maatschappelijk verantwoorde praktijken; is van mening dat deze normen voor de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven bijzonder belangrijk zijn binnen vervoersnetwerken;

19.  is ingenomen met nieuwe benaderingen van nultolerantie waarbij deskundigen op het gebied van de handel in wilde dieren en planten en logistiekbedrijven met elkaar samenwerken; is van mening dat de Commissie zich moet bezinnen op de vraag hoe het best kan worden gewaarborgd dat risico's in verband met e-handel en online en offline reclame beter kunnen worden gedekt door het toepasselijke rechtskader;

20.  is verheugd over de rol die non-gouvernementele organisaties en het maatschappelijk middenveld spelen in de strijd tegen de illegale handel in wilde dieren en planten, onder meer door bewustmaking en het verminderen van de vraag zowel in de EU als op het grondgebied van de derde landen waar deze wilde dieren en planten leven, maar ook via binnenlandse adviesgroepen waarin is voorzien in de vrijhandelsovereenkomsten van de EU om de tenuitvoerlegging van de bepalingen inzake handel en duurzame ontwikkeling te controleren;

21.  is ingenomen met de op Buckingham Palace afgegeven verklaring van de United for Wildlife Transport Taskforce van maart 2016, die erop is gericht actoren uit de particuliere sector te betrekken bij het aanpakken van kwetsbaarheden op het gebied van vervoer en douaneprocedures die worden misbruikt door handelaren, en de uitwisseling van informatie te verbeteren binnen alle mondiale toeleveringsketens en handelsroutes;

22.  verzoekt de Commissie en de lidstaten non-gouvernementele organisaties te betrekken bij het beperken van de illegale handel in en de vraag naar producten op basis van wilde dieren en planten en bij het veranderen van het consumentengedrag, door middel van campagnes gericht op bewustmaking van kwesties in verband met de uitdaging van het bestrijden van de illegale handel in wilde dieren en planten, met name in landen waar deze vraag hoger is;

EU-rechtskader en handelsovereenkomsten

23.  is van mening dat in het bestaande binnenlandse rechtskader de belangrijkste uitdaging en prioriteit voor de EU-lidstaten in dit stadium bestaat in de tenuitvoerlegging van de bestaande regels; erkent echter dat aanvullende bepalingen, waarin rekening wordt gehouden met bestaande regels in andere landen, moeten worden bekeken om het in de handel of op de markt brengen, het vervoer en de aanschaf van wilde dieren en planten die illegaal zijn verhandeld of verkregen in derde landen te verbieden, overeenkomstig het rechtskader van dat land; is van mening dat het huidige rechtskader eveneens onder de loep moet worden genomen teneinde de gevaren in verband met e-handel beter het hoofd te kunnen bieden;

24.  steunt de benadering om bepalingen op te nemen in toekomstige handelsovereenkomsten van de EU die gericht zijn op het aanpakken van de illegale handel in wilde dieren en planten;

25.  is verheugd over het voorstel van de Commissie voor een hoofdstuk inzake handel en duurzame ontwikkeling in TTIP, als onderdeel van haar lopende verbintenis inzake duurzame ontwikkeling; merkt op dat de VS hebben geprobeerd om in hun handelsovereenkomsten normen op te nemen betreffende handel in wilde dieren en planten, onder meer door visserijsubsidies te beperken; benadrukt dat krachtige bepalingen inzake de bescherming van wilde dieren en planten, inclusief bepalingen en verbintenissen voor een correcte tenuitvoerlegging van multilaterale milieuovereenkomsten, moeten worden opgenomen in alle toekomstige vrijhandelsovereenkomsten van de EU, als onderdeel van de hoofdstukken inzake handel en duurzame ontwikkeling;

26.  is verheugd over de ambitieuzere EU-benadering van de bescherming van wilde dieren en planten in de vrijhandelsovereenkomst EU-Vietnam, waarin niet alleen verbintenissen voor de correcte tenuitvoerlegging en handhaving van multilaterale milieuovereenkomsten zoals CITES, het biodiversiteitsverdrag (CBD) en het walvisvangstverdrag (ICRW) zijn opgenomen, maar ook bepalingen met betrekking tot de opbouw van handelscapaciteiten, de uitwisseling van informatie en bewustmaking; dringt bij de EU en de lidstaten aan op de correcte tenuitvoerlegging van deze verbintenissen en bepalingen; is van mening dat deze verbintenissen afdwingbaar moeten zijn, teneinde de effectieve en voortdurende toepassing ervan te waarborgen, onder meer door te voorzien in een passende rol voor niet-gouvernementele en maatschappelijke organisaties;

27.  ondersteunt de aanpak, zoals omschreven in de strategie "Handel voor iedereen", bestaande uit de opname van corruptiebestrijdingsbepalingen in toekomstige handelsovereenkomsten, gezien het feit dat het bekend is dat corruptie bijdraagt aan de illegale handel in wilden dieren en planten, evenals de toezegging van de EU om handelsbeleid uit te voeren dat duurzame ontwikkeling bevordert, wat zal bijdragen tot het behalen van de mondiale doelstellingen die zijn overeengekomen als onderdeel van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling;

Aanbevelingen

28.  ondersteunt een aanpak van het EU-handelsbeleid waarbij niet alleen prioriteit wordt verleend aan de bestrijding van de illegale handel in wilden dieren en planten, maar waarbij tevens in alle toekomstige overeenkomsten bepalingen worden opgenomen om deze handel te beperken en er uiteindelijk een einde aan te maken, in combinatie met robuuste en doeltreffende aanvullende maatregelen, met name met betrekking tot opleiding, preventie en het opleggen van sancties op het gebied van bosbeheer, gezondheid en douane;

29.  onderstreept dat het EU-handelsbeleid op geen enkele wijze de EU of haar handelspartners ervan moet weerhouden besluiten te nemen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van wilde dieren en planten en natuurlijke hulpbronnen, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen legitieme openbare-beleidsdoelstellingen blijven dienen en niet tot arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie leiden;

30.  is van mening dat er geen kant-en-klare oplossing voor mondiale duurzaamheid van wilde dieren en planten en de bestrijding van illegale handel bestaat; herinnert er in dit verband aan dat volledige flexibiliteit moet worden gewaarborgd en dat informatie, gegevens en beste praktijken moeten worden uitgewisseld, teneinde de dialoog te vergemakkelijken met het oog op een versterkte samenwerking, rekening houdend met de grensoverschrijdende aard van dit soort overtredingen;

31.  beveelt aan dat de lidstaten beleidsoplossingen overwegen die het mogelijk maken om alle bestaande mazen in de wetgeving te dichten die het "witwassen" van illegaal verkregen producten op basis van wilde dieren en planten kunnen vergemakkelijken; beveelt daarnaast aan in dit verband uitvoerig toezicht uit te oefenen en op doeltreffende wijze gebruik te maken van de bestaande middelen en agentschappen om deze doelstelling te bereiken;

32.  dringt er bij de EU en de lidstaten op aan om een mogelijk verbod op EU-niveau te overwegen op de handel in en de uitvoer of wederuitvoer van olifantivoor binnen en buiten de EU, met inbegrip van ivoor "van voor het verdrag", op een wijze die volledig in overeenstemming is met de WTO-regels;

33.  verzoekt om de toewijzing van voldoende middelen voor beleid en maatregelen ter verwezenlijking van de EU-doelstellingen voor de bestrijding van de illegale handel in wilde dieren en planten, met inbegrip van middelen voor derde landen voor capaciteitsopbouw, in het bijzonder voor douaneprocedures, autoriteiten, transparantie en goed bestuur;

34.  verzoekt de Commissie en de lidstaten te blijven samenwerken met alle betrokken actoren om te zorgen voor een geïntegreerde benadering die niet alleen de bronnen van de illegale handel in wilde dieren en planten en producten op basis hiervan aanpakt, maar ook de vraag terugdringt en het bewustzijn op de vraagmarkten vergroot;

35.  vraagt de lidstaten en de Commissie meer te doen om ervoor te zorgen dat de illegale criminele netwerken en syndicaten die actief zijn op het gebied van de illegale handel in wilde dieren en planten worden ontwricht, afgeschaft en vervolgd en vraagt de lidstaten ervoor te zorgen dat de straffen en vonnissen voor criminaliteit in verband met wilde dieren en planten evenredig en afschrikkend zijn en overeenstemmen met de verbintenissen, indien passend, zoals vastgesteld in het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad;

36.  verzoekt de EU binnen het toepassingsgebied van het WTO-kader te onderzoeken hoe mondiale handels- en milieuregelingen elkaar beter kunnen ondersteunen, vooral ook in verband met lopende werkzaamheden ter versterking van de samenhang tussen WTO-regels en multilaterale milieuovereenkomsten, alsook in het licht van de handelsfacilitatieovereenkomst;

37.  is van oordeel dat moet worden onderzocht of de samenwerking tussen de WTO en CITES kan worden uitgebouwd, met name wat betreft technische bijstand en capaciteitsopbouw met betrekking tot handels- en milieuaangelegenheden ten behoeve van functionarissen uit ontwikkelingslanden; vraagt de Commissie dit te blijven evalueren als onderdeel van de besprekingen na de top van Nairobi en toekomstige aspecten die in overweging zullen worden genomen tijdens de volgende Ministeriële Conferentie in Buenos Aires in 2017;

o
o   o

38.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, het CITES, het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding, de WDO, de WTO en Interpol.

(1) PB L 61 van 3.3.1997, blz. 1.
(2) PB L 328 van 6.12.2008, blz. 28.

Juridische mededeling