Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/0275(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0034/2017

Ingediende teksten :

A8-0034/2017

Debatten :

PV 14/03/2017 - 4
CRE 14/03/2017 - 4
PV 16/04/2018 - 21
CRE 16/04/2018 - 21

Stemmingen :

PV 14/03/2017 - 6.6
CRE 14/03/2017 - 6.6
Stemverklaringen
PV 18/04/2018 - 12.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0070
P8_TA(2018)0114

Aangenomen teksten
PDF 938kWORD 124k
Dinsdag 14 maart 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Afvalstoffen ***I
P8_TA(2017)0070A8-0034/2017

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 14 maart 2017 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (COM(2015)0595 – C8-0382/2015 – 2015/0275(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging -1 (nieuw)
(-1)   Deze richtlijn heeft tot doel maatregelen vast te stellen ter bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid door preventie of beperking van de negatieve gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen, ter beperking van gevolgen in het algemeen van het gebruik van hulpbronnen en ter verbetering van de efficiëntie van het gebruik ervan en door ervoor te zorgen dat afval wordt gezien als hulpbron, met het oog op het bijdragen tot een circulaire economie in de Unie.
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging -1 bis (nieuw)
(-1 bis) Gezien de afhankelijkheid van de EU van de invoer van grondstoffen en de snelle uitputting van een aanzienlijk aantal natuurlijke hulpbronnen op de korte termijn is het regenereren van zoveel mogelijk hulpbronnen in de Unie een belangrijke uitdaging, evenals het verbeteren van de overgang naar een circulaire economie.
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging -1 ter (nieuw)
(-1 ter) De circulaire economie biedt belangrijke kansen voor lokale economieën en biedt het potentieel om een win-winsituatie te creëren voor alle betrokken belanghebbenden.
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging -1 quater (nieuw)
(-1 quater) Afvalbeheer moet worden omgevormd tot duurzaam materialenbeheer. De herziening van Richtlijn 2008/98/EG biedt daartoe gelegenheid.
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging -1 quinquies (nieuw)
(-1 quinquies) Voor de succesvolle overgang naar een circulaire economie is de volledige uitvoering van het actieplan "Maak de cirkel rond – Een EU-actieplan voor de circulaire economie" noodzakelijk, naast de herziening en volledige uitvoering van de richtlijnen inzake afvalstoffen. Het actieplan moet bovendien de samenhang, consistentie en synergieën tussen de circulaire economie en het beleid op het gebied van energie, klimaat, landbouw, industrie en onderzoek verbeteren.
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging -1 sexies (nieuw)
(-1 sexies) Op 9 juli 2015 heeft het Parlement een resolutie aangenomen over "Hulpbronnenefficiëntie: de overgang naar een circulaire economie"1 bis, waarin met name wordt benadrukt dat er bindende streefcijfers voor afvalvermindering moeten worden vastgesteld, maatregelen moeten worden ontwikkeld ter voorkoming van afval, en eenduidige en duidelijke definities moeten worden opgesteld.
_______________
1 bis Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0266.
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1
(1)  Het afvalbeheer in de Unie dient te worden verbeterd met het oog op de bescherming, het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het milieu, de bescherming van de gezondheid van de mens, een behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de bevordering van een meer circulaire economie.
(1)  Het afvalbeheer in de Unie dient te worden verbeterd met het oog op de bescherming, het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het milieu, de bescherming van de gezondheid van de mens, het behoedzaam en efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de bevordering van de beginselen van de circulaire economie, de bredere verspreiding van hernieuwbare energie, de verhoging van de energie-efficiëntie en de vermindering van de afhankelijkheid van de Unie van ingevoerde hulpbronnen, zodat er nieuwe economische kansen ontstaan en het concurrentievermogen op lange termijn bevorderd wordt. Om de economie werkelijk circulair te maken, moeten er aanvullende maatregelen worden genomen ten behoeve van duurzame productie en consumptie die gericht zijn op de totale levenscyclus van producten, en wel op zodanige wijze dat hulpbronnen behouden blijven en de kring wordt gesloten. Een efficiënter gebruik van hulpbronnen zou ook aanzienlijke nettobesparingen met zich meebrengen voor ondernemingen, overheden en consumenten in de Unie, evenals een vermindering van de totale jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen.
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis)   Meer inspanningen om over te gaan op een circulaire economie kunnen zorgen voor een beperking van de uitstoot van broeikasgassen met 2-4 % per jaar, wat een duidelijke prikkel is voor investeringen in een circulaire economie. Vergroting van de hulpbronnenproductiviteit ten gevolge van verbeterde efficiëntie en vermindering van hulpbronnenafval kunnen zowel het hulpbronnenverbruik als de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk verminderen. Circulaire economie moet derhalve integraal deel uitmaken van het klimaatbeleid, aangezien ze synergieën creëert, zoals benadrukt in de verslagen van het Internationale Panel voor hulpbronnen.
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1 ter (nieuw)
(1 ter)  De circulaire economie moet rekening houden met expliciete bepalingen van het 7e milieuactieprogramma waarin wordt verzocht om de ontwikkeling van niet-toxische materiaalcycli, om ervoor te zorgen dat gerecycleerd afval kan worden gebruikt als belangrijke, betrouwbare bron van grondstoffen in de Unie.
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)  De streefdoelen voor de voorbereiding op hergebruik en recycling van afvalstoffen die zijn vastgelegd in Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad14 moeten worden gewijzigd, zodat zij beter beantwoorden aan de ambities van de Unie om zich te ontwikkelen tot een circulaire economie.
(2)  De streefdoelen voor de voorbereiding op hergebruik en recycling van afvalstoffen die zijn vastgelegd in Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad14 moeten worden verhoogd, zodat zij beter beantwoorden aan de ambities van de Unie om zich te ontwikkelen tot een hulpbronnenefficiënte circulaire economie, door de nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat afval als een nuttig middel wordt gezien.
__________________
__________________
14 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
14 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
(3)  Veel lidstaten moeten nog de nodige infrastructuur voor afvalverwerking ontwikkelen. Het is daarom van groot belang beleidsdoelstellingen op de lange termijn te bepalen om maatregelen en investeringen te sturen, met name door te voorkomen dat structurele overcapaciteit ontstaat voor de verwerking van restafval en dat recycleerbare materialen onderaan de afvalhiërarchie vast blijven zitten.
(3)  Veel lidstaten moeten nog de nodige infrastructuur voor afvalverwerking ontwikkelen. Het is daarom van groot belang beleidsdoelstellingen op de lange termijn te bepalen en zowel financiële als politieke steun te verstrekken om maatregelen en investeringen te sturen, met name door te voorkomen dat structurele overcapaciteit ontstaat voor de verwerking van restafval en dat recycleerbare materialen van de lagere niveaus van de afvalhiërarchie vast blijven zitten. Teneinde deze doelstellingen te verwezenlijken is het in dit verband ook van wezenlijk belang om de Europese structuur- en investeringsfondsen in te zetten voor het financieren van de ontwikkeling van de infrastructuur voor afvalverwerking die nodig is voor preventie, hergebruik en recycling. Het is verder van essentieel belang dat de lidstaten hun bestaande programma's voor afvalpreventie in overeenstemming brengen met de nieuwe bepalingen van deze richtlijn en hun investeringen dienovereenkomstig aanpassen.
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4
(4)  Stedelijk afval vormt ongeveer 7-10 % van de totale hoeveelheid afval die in de Unie wordt geproduceerd; dit is echter een van de meest complexe afvalstromen om te beheren, en de manier waarop deze wordt beheerd is een goede indicatie van de kwaliteit van het algehele systeem voor afvalbeheer in een land. De uitdagingen op het gebied van het beheer van stedelijk afval vloeien voort uit de zeer complexe en gemengde samenstelling, het feit dat het afval in de directe nabijheid van burgers wordt geproduceerd, en de zeer hoge zichtbaarheid voor het publiek. Het beheer vraagt dan ook om een zeer complex afvalbeheersysteem, waaronder een efficiënt inzamelingssysteem, actieve betrokkenheid van burgers en bedrijven, infrastructuur die is aangepast aan de specifieke samenstelling van het afval, en een uitgebreid financieringsstelsel. Landen die beschikken over efficiënte systemen voor het beheer van stedelijk afval presteren vaak beter op het gebied van afvalbeheer in het algemeen.
(4)  Stedelijk afval vormt ongeveer 7-10 % van de totale hoeveelheid afval die in de Unie wordt geproduceerd; dit is echter een van de meest complexe afvalstromen om te beheren, en de manier waarop deze wordt beheerd is een goede indicatie van de kwaliteit van het algehele systeem voor afvalbeheer in een land. De uitdagingen op het gebied van het beheer van stedelijk afval vloeien voort uit de zeer complexe en gemengde samenstelling, het feit dat het afval in de directe nabijheid van burgers wordt geproduceerd, de zeer hoge zichtbaarheid voor het publiek en de gevolgen ervan voor het milieu en de menselijke gezondheid. Het beheer ervan vraagt dan ook om een zeer complex afvalbeheersysteem, waaronder een efficiënt inzamelingssysteem, een doeltreffend sorteersysteem, het behoorlijk traceren van afvalstromen, actieve betrokkenheid van burgers en bedrijven, infrastructuur die is aangepast aan de specifieke samenstelling van het afval, en een uitgebreid financieringsstelsel. Landen die beschikken over efficiënte systemen voor het beheer van stedelijk afval presteren vaak beter op het gebied van afvalbeheer in het algemeen, onder meer door het bereiken van hun recyclingdoelstellingen. Een goed beheer van stedelijk afval alleen is echter ontoereikend om de overgang naar een circulaire economie te bevorderen, waarbij afval wordt gezien als hulpbron. Een levenscyclusbenadering van producten en afval is noodzakelijk om deze overgang op gang te brengen.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)   Uit ervaring is gebleken dat zowel publiek als privaat beheerde systemen kunnen bijdragen tot de totstandbrenging van een circulaire economie en dat het besluit om een bepaald systeem al dan niet te gebruiken afhankelijk is van geografische en structurele omstandigheden. Op basis van de in deze richtlijn vastgestelde regels is zowel een systeem waarbij de gemeente de algemene verantwoordelijkheid heeft voor het ophalen van het stedelijk afval als een systeem waarbij dergelijke diensten worden uitbesteed aan particuliere exploitanten mogelijk. De keuze om over te gaan van het ene op het andere systeem moet onder de verantwoordelijkheden van de lidstaten vallen.
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
(5)  Definities van stedelijk afval, bouw- en sloopafval, het eindproces van recycling, en opvulling moeten worden opgenomen in Richtlijn 2008/98/EG om de reikwijdte van deze begrippen te verduidelijken.
(5)  Definities van stedelijk afval, commercieel en industrieel afval, bouw- en sloopafval, exploitant van installatie voor voorbereiding voor hergebruik, organische recycling, eindproces van recycling, opvulling, sortering, zwerfafval en levensmiddelenafval moeten worden opgenomen in Richtlijn 2008/98/EG om de reikwijdte van deze begrippen te verduidelijken.
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)   Op basis van de kennisgevingen van de lidstaten en de ontwikkeling van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie moet de Commissie de richtsnoeren voor de interpretatie van de belangrijkste bepalingen van Richtlijn 2008/98/EG op gezette tijden evalueren, om de concepten van afval en bijproducten in de lidstaten te verbeteren, op elkaar af te stemmen en te harmoniseren.
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5 ter (nieuw)
(5 ter)   De coherentie tussen Richtlijn 2008/98/EG en de relevante wetgevingshandelingen van de Unie zoals Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis en Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad1 ter moet worden gewaarborgd. Er moet met name worden gezorgd voor een coherente interpretatie en toepassing van de definities van "afval", "afvalhiërarchie" en "bijproduct" in deze wetgevingshandelingen.
_________________
1 bis Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 16).
1 ter Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) en tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5 quater (nieuw)
(5 quater)   Gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval moet worden geïdentificeerd overeenkomstig Besluit 2014/955/EU van de Commissie1 bis en Verordening (EU) nr. 1357/2014 van de Commissie 1 ter.
______________
1 bis Besluit 2014/955/EU van de Commissie van 18 december 2014 tot wijziging van Beschikking 2000/532/EG betreffende de lijst van afvalstoffen overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 370 van 30.12.2014, blz. 44).
1 ter Verordening (EU) nr. 1357/2014 van de Commissie van 18 december 2014 ter vervanging van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 365 van 19.12.2014, blz. 89).
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6
(6)  Om ervoor te zorgen dat de doelstellingen voor recycling zijn gebaseerd op betrouwbare en vergelijkbare gegevens en om een doeltreffender toezicht op de voortgang met de verwezenlijking van deze doelstellingen mogelijk te maken, moet de definitie van stedelijk afval in Richtlijn 2008/98/EG in overeenstemming zijn met de definitie die voor statistische doeleinden wordt gebruikt door het Europees Bureau voor de statistiek en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, op basis waarvan de lidstaten sinds enkele jaren gegevens rapporteren. De definitie van stedelijk afval in deze richtlijn is neutraal wat betreft de publieke of private status van de exploitant die het afval beheert.
(6)  Om ervoor te zorgen dat de doelstellingen voor recycling zijn gebaseerd op betrouwbare en vergelijkbare gegevens en om een doeltreffender toezicht op de voortgang met de verwezenlijking van deze doelstellingen mogelijk te maken, moet de definitie van stedelijk afval in Richtlijn 2008/98/EG in overeenstemming worden gebracht met de definitie die voor statistische doeleinden wordt gebruikt door het Europees Bureau voor de statistiek en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, op basis waarvan de lidstaten sinds enkele jaren gegevens rapporteren. De definitie van stedelijk afval in deze richtlijn is neutraal wat betreft de publieke of private status van de exploitant die het afval beheert.
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7
(7)  De lidstaten moeten zorgen voor passende prikkels voor de toepassing van de afvalhiërarchie, met name financiële prikkels gericht op de doelstellingen inzake de preventie en recycling van afval van deze richtlijn, zoals stort- en verbrandingsheffingen, gedifferentieerde tarieven voor afval, regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, en prikkels voor lokale overheden.
(7)  De lidstaten moeten zorgen voor passende prikkels voor de toepassing van de afvalhiërarchie, met name financiële, economische en regelgevingsprikkels gericht op de doelstellingen inzake de preventie en recycling van afval van deze richtlijn, zoals stort- en verbrandingsheffingen, gedifferentieerde tarieven voor afval, regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, het faciliteren van het doneren van voedsel en prikkels voor lokale overheden. Om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn kunnen de lidstaten gebruik maken van economische instrumenten of maatregelen als vermeld in de indicatieve lijst in de bijlage bij deze richtlijn. De lidstaten moeten eveneens maatregelen nemen die hen helpen een hoge kwaliteit van gesorteerd materiaal te bereiken.
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)   Om een juiste toepassing van de afvalhiërarchie te vergemakkelijken, moeten de lidstaten maatregelen invoeren die het ontwikkelen, vervaardigen en het in de handel brengen van producten aanmoedigen die geschikt zijn voor meervoudig gebruik, technisch duurzaam en eenvoudig te repareren zijn en, zodra ze afval zijn geworden en zijn voorbereid voor hergebruik, weer in de handel kunnen worden gebracht. Bij deze maatregelen moet rekening worden gehouden met de effecten van producten gedurende hun volledige levenscyclus en de afvalhiërarchie.
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
(8)  Om exploitanten in markten voor secundaire grondstoffen meer zekerheid te verschaffen bij het vaststellen of stoffen of voorwerpen afval of niet-afval zijn en gelijke mededingingsvoorwaarden te bevorderen, is het van belang dat er op het niveau van de Unie geharmoniseerde voorwaarden worden vastgesteld voor de erkenning van stoffen of voorwerpen als bijproducten en de erkenning dat afval dat een behandeling voor nuttige toepassing heeft ondergaan niet langer afval is. Voor zover nodig voor de goede werking van de interne markt en een hoog niveau van milieubescherming in de hele Unie, moet de Commissie bevoegd zijn gedelegeerde handelingen vast te stellen tot bepaling van gedetailleerde criteria betreffende de toepassing van dergelijke geharmoniseerde voorwaarden op bepaalde afvalstoffen, waaronder voor een specifiek gebruik.
(8)  Om exploitanten in markten voor secundaire grondstoffen meer zekerheid te verschaffen bij het vaststellen of stoffen of voorwerpen afval of niet-afval zijn en gelijke mededingingsvoorwaarden te bevorderen, is het van belang dat er duidelijke regels worden vastgesteld voor de erkenning van stoffen of voorwerpen als bijproducten en de erkenning dat afval dat een behandeling voor nuttige toepassing heeft ondergaan niet langer afval is.
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis)   Om een soepele werking van de interne markt te waarborgen moet een stof of een voorwerp dat het resultaat is van een productieproces met als hoofddoel niet de productie van het betreffende voorwerp of de betreffende stof, als algemene regel worden beschouwd als bijproduct, indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan en een hoog niveau van milieubescherming en de bescherming van de volksgezondheid in de hele Unie wordt gegarandeerd. De Commissie moet de bevoegdheid hebben gedelegeerde handelingen vast te stellen tot bepaling van gedetailleerde criteria voor de toepassing van de status van bijproduct, waarbij de voorkeur wordt gegeven aan bestaande en repliceerbare praktijken van industriële en landbouwkundige symbiose. Bij het ontbreken van dergelijke criteria moeten de lidstaten, uitsluitend per geval, gedetailleerde criteria kunnen vaststellen voor de toepassing van de status van bijproduct.
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8 ter (nieuw)
(8 ter)   Om de soepele werking van de interne markt en een hoog niveau van milieubescherming en de bescherming van de volksgezondheid in de hele Unie te waarborgen moet de Commissie als algemene regel de bevoegdheid hebben gedelegeerde handelingen vast te stellen ter vaststelling van geharmoniseerde bepalingen in verband met de status van eindafval voor bepaalde soorten afval. Specifieke criteria voor de „einde-afvalfase” moeten ten minste worden overwogen voor granulaten, papier, glas, metaal, banden en textiel. Indien geen criteria op Unieniveau zijn vastgesteld, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben op nationaal niveau gedetailleerde criteria voor de status van einde-afval voor bepaalde soorten afval vast te stellen, overeenkomstig op Unieniveau vastgestelde voorwaarden. Indien dergelijke gedetailleerde criteria evenmin op nationaal niveau zijn vastgesteld, dienen de lidstaten erop toe te zien dat afval dat een behandeling voor nuttige toepassing heeft ondergaan niet langer als afval wordt beschouwd, indien het voldoet aan op Unieniveau vastgestelde voorwaarden die per geval moeten worden geverifieerd door de bevoegde autoriteit in de lidstaat. De Commissie moet de bevoegdheid hebben om gedelegeerde handelingen aan te nemen ter aanvulling op deze richtlijn door algemene vereisten vast te stellen die de lidstaten moeten volgen wanneer zij uit hoofde van artikel 6 technische voorschriften vaststellen.
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8 quater (nieuw)
(8 quater)   Wanneer gerecycleerd materiaal de economie opnieuw binnenkomt doordat het de einde-afvalfase heeft bereikt, hetzij omdat het beantwoordt aan de specifieke criteria voor de einde-afvalfase, hetzij omdat het wordt opgenomen in een nieuw product, moet het volledig in overeenstemming zijn met EU-recht inzake chemische stoffen.
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8 quinquies (nieuw)
(8 quinquies)   Bij de overgang naar een circulaire economie moeten de mogelijkheden van digitale innovatie optimaal worden benut. Daartoe moeten er elektronische instrumenten worden ontwikkeld, zoals een onlineplatform voor de handel in afvalstoffen als nieuwe grondstoffen, teneinde de handel te vergemakkelijken, de administratieve lasten voor exploitanten te verlagen en zodoende de industriële symbiose te bevorderen.
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8 sexies (nieuw)
(8 sexies)   De bepalingen over uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in deze richtlijn moeten ertoe bijdragen dat bij het ontwerpen en produceren van goederen het efficiënte gebruik van grondstoffen gedurende de gehele levenscyclus van de goederen, met inbegrip van reparatie, hergebruik, demontage en recycling, ten volle in aanmerking wordt genomen en wordt gefaciliteerd, zonder dat het vrij verkeer van goederen op de interne markt in het gedrang komt. Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is een individuele verplichting voor producenten die inhoudt dat zij verantwoordelijk zijn voor het beheer van afgedankte, door hen op de markt gebrachte producten. De producenten moeten echter hun verantwoordelijkheid individueel of collectief kunnen nemen. De lidstaten moeten de invoering waarborgen van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, in ieder geval voor verpakkingen, elektrische en elektronische apparatuur, batterijen en accu's en autowrakken.
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8 septies (nieuw)
(8 septies)   De regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten worden gezien als een reeks door de lidstaten vastgestelde regels die ervoor moeten zorgen dat producenten van producten de financiële en/of operationele verantwoordelijkheid dragen voor het beheer van het stadium van het product na de consumptiefase. Deze regels mogen de producenten er niet van weerhouden individueel of collectief aan die verplichtingen te voldoen.
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9
(9)  Regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zijn een essentieel onderdeel van efficiënt afvalbeheer, maar de doeltreffendheid en prestaties daarvan verschillen aanzienlijk tussen de lidstaten. Daarom moeten minimale operationele vereisten voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden vastgesteld. Deze vereisten moeten leiden tot lagere kosten en betere prestaties en zorgen voor gelijke mededingingsvoorwaarden, ook voor kleine en middelgrote ondernemingen, en belemmeringen voor de goede werking van de interne markt voorkomen. Zij moeten er ook toe bijdragen dat kosten aan het einde van de levensduur van producten worden meegenomen in de prijs ervan en producenten stimuleren om beter rekening te houden met recycleerbaarheid en hergebruik bij het ontwerp van hun producten. De vereisten moeten van toepassing zijn op zowel nieuwe als bestaande regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Een overgangsperiode is echter noodzakelijk om de structuren en procedures van de bestaande regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aan te passen aan de nieuwe vereisten.
(9)  Regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zijn een essentieel onderdeel van efficiënt afvalbeheer, maar de doeltreffendheid en prestaties daarvan verschillen aanzienlijk tussen de lidstaten. Daarom moeten minimale operationele vereisten voor individuele of collectieve regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden vastgesteld. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen die minimale vereisten die op alle regelingen van toepassing zijn en die die alleen op collectieve regelingen van toepassing zijn. Niettemin moeten al deze vereisten leiden tot lagere kosten en betere prestaties door maatregelen zoals het faciliteren van een betere uitvoering van gescheiden afvalinzameling en afvalsortering, het waarborgen van recycling van hoge kwaliteit, het bijdragen tot een kostenefficiënte toegang tot secundaire grondstoffen, en zorgen voor gelijke mededingingsvoorwaarden, ook voor kleine en middelgrote ondernemingen en e-handelsondernemingen, en belemmeringen voor de goede werking van de interne markt voorkomen. Deze vereisten moeten er ook toe bijdragen dat kosten aan het einde van de levensduur van producten worden meegenomen in de prijs ervan en producenten stimuleren om slimme bedrijfsmodellen te ontwikkelen en bij het ontwerp van hun producten rekening te houden met de afvalhiërarchie door de duurzaamheid, recycleerbaarheid, hergebruik en repareerbaarheid te stimuleren. Zij moeten aanzetten tot de progressieve vervanging van zeer zorgwekkende stoffen, zoals gedefinieerd in artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006, als er geschikte alternatieve stoffen of technologieën zijn die economisch en technisch levensvatbaar zijn. De invoering van minimumvereisten voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moet plaatsvinden onder toezicht van onafhankelijke autoriteiten en mag geen onevenredige financiële of administratieve last opleveren voor overheidsorganen, marktdeelnemers en consumenten. De vereisten moeten van toepassing zijn op zowel nieuwe als bestaande regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Een overgangsperiode is echter noodzakelijk om de structuren en procedures van de bestaande regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aan te passen aan de nieuwe vereisten.
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 bis (nieuw)
(9 bis)   De bepalingen van deze richtlijn over uitgebreide producentenverantwoordelijkheid laten de in andere rechtshandelingen van de Unie opgenomen bepalingen betreffende uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onverlet, in het bijzonder deze met betrekking tot specifieke afvalstromen.
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 ter (nieuw)
(9 ter)   De Commissie moet onverwijld richtsnoeren aannemen over de regeling van bijdragen van producenten in het kader van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid teneinde de lidstaten bij te staan bij de uitvoering van deze richtlijn voor de ontwikkeling van de interne markt. Ter garantie van de samenhang in de interne markt moet de Commissie hiertoe ook geharmoniseerde criteria kunnen aannemen door middel van gedelegeerde handelingen.
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 quater (nieuw)
(9 quater)   Indien regelingen worden opgezet voor de collectieve uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, moeten de lidstaten waarborgen invoeren tegen belangenconflicten tussen contractanten en organisaties voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
(10)  Afvalpreventie is de efficiëntste manier om de hulpbronnenefficiëntie te verbeteren en het milieueffect van afval te verminderen. Daarom is het belangrijk dat de lidstaten passende maatregelen nemen om afvalproductie te voorkomen en de voortgang met de uitvoering van deze maatregelen te volgen en te beoordelen. Teneinde ervoor te zorgen dat de algehele voortgang in de uitvoering van de maatregelen voor afvalpreventie uniform worden gemeten, moeten gemeenschappelijke indicatoren worden vastgesteld.
(10)  Afvalpreventie is de efficiëntste manier om de hulpbronnenefficiëntie te verbeteren, het milieueffect van afval te verminderen, duurzame, recycleerbare en herbruikbare materialen van hoge kwaliteit te bevorderen en de afhankelijkheid van de invoer van steeds zeldzamer wordende grondstoffen te verkleinen. In dit verband is de ontwikkeling van innovatieve bedrijfsmodellen van groot belang. Daarom is het belangrijk dat de lidstaten preventiedoelstellingen vastleggen en passende maatregelen nemen om afvalproductie en zwerfafval te voorkomen, met inbegrip van het gebruik van economische instrumenten en andere maatregelen die zeer zorgwekkende stoffen, zoals gedefinieerd in artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006, progressief vervangen als er geschikte alternatieve stoffen of technologieën zijn die economisch en technisch levensvatbaar zijn, geplande veroudering bestrijden, hergebruik stimuleren, empowerment van consumenten bevorderen door middel van betere productinformatie, en stimuleren tot voorlichtingscampagnes over afvalpreventie. De lidstaten moeten ook de voortgang met de uitvoering van deze maatregelen volgen en beoordelen, alsmede de voortgang met de vermindering van afvalproductie, en moeten ernaar streven de afvalproductie los te koppelen van economische groei. Teneinde ervoor te zorgen dat de algehele voortgang die is geboekt bij de uitvoering van de maatregelen voor afvalpreventie uniform wordt gemeten, moeten gemeenschappelijke indicatoren en methodologieën worden vastgesteld.
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis)   Het bevorderen van duurzaamheid bij productie en verbruik kan een belangrijke bijdrage leveren tot afvalpreventie. De lidstaten moeten maatregelen nemen om consumenten dienovereenkomstig bewust te maken en aan te sporen een actieve bijdrage te leveren om de hulpbronnenefficiëntie te verbeteren.
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10 ter (nieuw)
(10 ter)   Er is voor de initiële producent van afvalstoffen een sleutelrol weggelegd bij de preventie van afval en in de eerste fase van de afvalscheiding.
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 11 bis (nieuw)
(11 bis)   Teneinde voedselverlies te beperken en levensmiddelenafval te voorkomen in de gehele toeleveringsketen wordt een hiërarchie voor levensmiddelenafval ingevoerd, zoals neergelegd in artikel 4 bis.
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
(12)  De lidstaten moeten maatregelen nemen om de preventie van levensmiddelenafval te bevorderen zoals is bepaald in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 25 oktober 2015 heeft goedgekeurd, en met name de doelstelling om tegen 2030 de hoeveelheid levensmiddelenafval te halveren. Deze maatregelen moeten gericht zijn op de preventie van levensmiddelenafval in de primaire productie, de verwerkende industrie, de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants, in de catering en in huishoudens. Gezien de voordelen van de preventie van levensmiddelenafval voor het milieu en de economie moeten de lidstaten specifieke preventieve maatregelen nemen om levensmiddelenafval tegen te gaan en de voortgang met de reductie van levensmiddelenafval meten. Om de uitwisseling van goede praktijken in de EU te vergemakkelijken, zowel tussen lidstaten als tussen exploitanten van levensmiddelenbedrijven, moeten uniforme methoden voor die metingen worden vastgesteld. Er moet elke twee jaar verslag worden uitgebracht over de niveaus van levensmiddelenafval.
(12)  De lidstaten moeten maatregelen nemen om de preventie en vermindering van levensmiddelenafval te bevorderen zoals is bepaald in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 25 september 2015 heeft goedgekeurd, en met name de doelstelling om tegen 2030 de hoeveelheid levensmiddelenafval met 50 % te verminderen. Deze maatregelen moeten gericht zijn op de preventie en vermindering van de totale productie van levensmiddelenafval en op de vermindering van voedselverlies in de gehele toeleveringsketen, met inbegrip van de primaire productie, vervoer en opslag. Gezien de voordelen van de preventie van levensmiddelenafval voor het milieu, de samenleving en de economie moeten de lidstaten specifieke preventieve maatregelen nemen om levensmiddelenafval tegen te gaan, met inbegrip van bewustmakingscampagnes om te tonen hoe levensmiddelenafval kan worden voorkomen in hun afvalpreventieprogramma's. Met deze maatregelen moeten de lidstaten beogen het streefdoel van een vermindering van levensmiddelenafval in de EU met 30 % tegen 2025 en met 50 % tegen 2030 te bereiken. De lidstaten moeten ook de voortgang met de reductie van levensmiddelenafval en voedselverliezen meten. Om deze vooruitgang te meten en de uitwisseling van beste praktijken in de EU te vergemakkelijken, zowel tussen lidstaten als tussen exploitanten van levensmiddelenbedrijven, moet een gemeenschappelijke methode voor die metingen worden vastgesteld. Er moet elk jaar verslag worden uitgebracht over de niveaus van levensmiddelenafval.
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis)   Om voedselverspilling te voorkomen, moeten de lidstaten via prikkels de inzameling van onverkochte voedselproducten in de detailhandel en levensmiddeleninrichtingen en de verdeling onder liefdadigheidsorganisaties bevorderen. Om de verspilling van levensmiddelen te beperken, moet ook een betere bewustmaking van consumenten plaatsvinden over de betekenis van de minimumhoudbaarheidsdatum.
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
(13)  Industrieel afval, bepaalde delen van commercieel afval en mijnbouwafval zijn sterk gediversifieerd qua samenstelling en volume en lopen sterk uiteen naargelang de economische structuur van de lidstaat, de structuur van de industriële of commerciële sector die het afval produceert en de industriële of commerciële dichtheid in een bepaald geografisch gebied. Daarom is voor het meeste industrie- en winningsafval een industriegerichte aanpak, waarbij gebruik wordt gemaakt van referentiedocumenten betreffende de beste beschikbare technieken (BBT’s) en vergelijkbare instrumenten om de specifieke kwesties met betrekking tot het beheer van een bepaald soort afval aan te pakken, een geschikte oplossing. Industrieel en commercieel verpakkingsafval moeten echter blijven vallen onder de vereisten van Richtlijn 94/62/EG en Richtlijn 2008/98/EG, met inbegrip van de respectieve verbeteringen ervan.
(13)  Industrieel afval, bepaalde delen van commercieel afval en mijnbouwafval zijn sterk gediversifieerd qua samenstelling en volume en lopen sterk uiteen naargelang de economische structuur van de lidstaat, de structuur van de industriële of commerciële sector die het afval produceert en de industriële of commerciële dichtheid in een bepaald geografisch gebied. Voor het meeste industrie- en winningsafval is een industriegerichte aanpak, waarbij gebruik wordt gemaakt van referentiedocumenten betreffende de beste beschikbare technieken (BBT’s) en vergelijkbare instrumenten om de specifieke kwesties met betrekking tot het beheer van een bepaald soort afval aan te pakken, een tijdelijke oplossing voor het bereiken van de doelstellingen van de circulaire economie. Aangezien industrieel en commercieel verpakkingsafval vallen onder de vereisten van Richtlijn 94/62/EG en Richtlijn 2008/98/EG, moet de Commissie de mogelijkheid overwegen om uiterlijk 31 december 2018 doelstellingen vast te stellen voor recycling en voorbereiding voor hergebruik van commercieel afval en niet-gevaarlijk industrieel afval, die in 2025 en 2030 moeten worden bereikt.
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis)   De Commissie moet deelplatforms actief promoten als een zakelijk model van de circulaire economie. Zij moet een sterkere integratie tussen het EU-actieplan voor de circulaire economie en de richtsnoeren voor een deeleconomie ontwikkelen en alle mogelijke maatregelen onderzoeken om dit te stimuleren.
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 ter (nieuw)
(13 ter)   De overgang naar een circulaire economie moet erop gericht zijn de doelstellingen van slimme, duurzame en inclusieve groei uit de Europa 2020-strategie te verwezenlijken, met specifieke aandacht voor de doelstellingen op het gebied van milieubescherming, overschakeling naar schone energie, duurzame regionale ontwikkeling en toename van de werkgelegenheid in de lidstaten. De ontwikkeling van een circulaire economie moet dus ook de betrokkenheid van bepaalde groepen bevorderen, zoals kleine en middelgrote ondernemingen, ondernemingen uit de sociale economie, verenigingen zonder winstoogmerk en instanties die zich op regionale en lokale schaal bezighouden met afvalbeheer, proces- en productinnovatie stimuleren en de werkgelegenheid in de betrokken gebieden doen toenemen.
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14
(14)  De doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval moet worden verhoogd om belangrijke economische, sociale en milieuvoordelen te realiseren.
(14)  De doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval moeten tegen 2025 met minstens 60 % en tegen 2030 met minstens 70 % worden verhoogd om belangrijke economische, sociale en milieuvoordelen te realiseren en de overgang naar een circulaire economie te versnellen.
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14 bis (nieuw)
(14 bis)   De lidstaten moeten de invoering steunen van systemen ter bevordering van activiteiten op het vlak van hergebruik en verlenging van de levensduur van producten, op voorwaarde dat de kwaliteit en veiligheid van producten niet op het spel worden gezet. Dergelijke systemen moeten worden ingevoerd met name voor elektrische en elektronische apparatuur, textiel, meubelen, bouwmaterialen en banden, zoals gedefinieerd in artikel 5 van Richtlijn 94/62/EG.
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14 ter (nieuw)
(14 ter)   Ter bevordering van hergebruik moeten de lidstaten kwantitatieve doelstellingen kunnen vaststellen en bij de producenten de nodige maatregelen nemen zodat de organisaties voor hergebruik beter toegang hebben tot de handleidingen, wisselstukken en technische informatie die voor hergebruik nodig zijn.
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14 quater (nieuw)
(14 quater)   De rol van ondernemingen van de sociale economie in de sector voor hergebruik en de voorbereiding voor hergebruik moet worden erkend en geconsolideerd. De lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen om de rol van de ondernemingen van de sociale economie in deze sector te bevorderen, met inbegrip van, indien passend, economische instrumenten, openbare aanbesteding, een vergemakkelijkte toegang tot afvalinzamelpunten en andere geschikte economische of regelgevende stimulansen. Het door het pakket circulaire economie vastgestelde nieuwe regelgevingskader moet ervoor zorgen dat deze belanghebbenden hun werkzaamheden in de sector hergebruik en voorbereiding voor hergebruik kunnen voortzetten.
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14 quinquies (nieuw)
(14 quinquies)   De overgang naar een circulaire economie biedt talrijke positieve aspecten, zowel op economisch (zoals optimalisering van het gebruik van grondstoffen) en milieu- (zoals bescherming van het milieu en terugdringing van vervuiling door afval) als op sociaal vlak (zoals potentieel voor het scheppen van sociaal-inclusieve werkgelegenheid en ontwikkeling van sociale banden). De circulaire economie is in overeenstemming met de moraal van de sociale en solidaire economie en de uitvoering van de circulaire economie moet in de eerste plaats de mogelijkheid bieden om milieu- en sociale voordelen te genereren.
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14 sexies (nieuw)
(14 sexies)   Door hun activiteiten, met name de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik zelf, helpen de actoren van de sociale en solidaire economie deze economie bevorderen. Het voortbestaan van die activiteiten binnen de Unie moet worden verzekerd.
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
(15)  Een geleidelijke verhoging van de bestaande doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval moet waarborgen dat economisch waardevolle afvalmaterialen worden hergebruikt en effectief worden gerecycleerd, en dat waardevolle materialen uit afval terugvloeien in de Europese economie, en bevordert derhalve het grondstoffeninitiatief17 en de ontwikkeling van een circulaire economie.
(15)  Een geleidelijke verhoging van de bestaande doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval moet waarborgen dat economisch waardevolle afvalmaterialen effectief worden voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd, terwijl een hoog niveau van milieubescherming en de bescherming van de volksgezondheid wordt gewaarborgd, en dat waardevolle materialen uit afval terugvloeien in de Europese economie, en bevordert derhalve het grondstoffeninitiatief17 en de ontwikkeling van een circulaire economie.
__________________
__________________
17 COM(2008)0699 en COM(2014)0297.
17 COM(2008)0699 en COM(2014)0297.
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16
(16)  Er bestaan grote verschillen tussen de prestaties van de lidstaten op het gebied van afvalbeheer, met name wat betreft de recycling van stedelijk afval. Om rekening te houden met deze verschillen moeten die lidstaten die volgens de gegevens van Eurostat in 2013 minder dan 20 % van hun stedelijk afval hebben gerecycleerd, meer tijd krijgen om de doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en recycling voor 2025 en 2030 te behalen. Gezien de gemiddelde jaarlijkse toename die de afgelopen vijftien jaar in de lidstaten is waargenomen, zouden die lidstaten hun recyclingcapaciteit veel sterker moeten opvoeren dan zij in het verleden hebben gedaan willen zij die streefcijfers behalen. Om een gestage voortgang in de richting van de doelstellingen te waarborgen en te zorgen dat hiaten in de uitvoering tijdig worden aangepakt, zouden de lidstaten die extra tijd krijgen aan tussentijdse doelstellingen moeten voldoen en een uitvoeringsplan moeten vaststellen.
(16)  Er bestaan grote verschillen tussen de prestaties van de lidstaten op het gebied van afvalbeheer, met name wat betreft de recycling van stedelijk afval. Om rekening te houden met deze verschillen moeten die lidstaten die volgens de gegevens van Eurostat in 2013 minder dan 20 % van hun stedelijk afval hebben gerecycleerd en die naar verwachting niet het risico lopen de doelstelling van minstens 50 % van hun stedelijk afval voor te bereiden voor hergebruik of te recyclen tegen 2025, niet te halen, meer tijd krijgen om de doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en recycling voor 2025 te behalen. Diezelfde lidstaten kunnen ook meer tijd krijgen om de doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en recycling voor 2030 te behalen, als zij naar verwachting niet het risico lopen de doelstelling van minstens 60 % van hun stedelijk afval voor te bereiden voor hergebruik of te recyclen tegen 2030, niet te halen. Gezien de gemiddelde jaarlijkse toename die de afgelopen vijftien jaar in de lidstaten is waargenomen, zouden die lidstaten hun recyclingcapaciteit veel sterker moeten opvoeren dan zij in het verleden hebben gedaan willen zij die streefcijfers behalen. Om een gestage voortgang in de richting van de doelstellingen te waarborgen en te zorgen dat hiaten in de uitvoering tijdig worden aangepakt, zouden de lidstaten die extra tijd krijgen aan tussentijdse doelstellingen moeten voldoen en uitvoeringsplannen moeten vaststellen, waarvan de doeltreffendheid door de Commissie moet worden beoordeeld op basis van vastgestelde criteria.
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16 bis (nieuw)
(16 bis)   Ter garantie van het gebruik van secundaire grondstoffen van hoge kwaliteit, moet de output van het eindproces van recycling aan kwaliteitsnormen voldoen. Derhalve moet de Commissie de Europese normalisatie-instellingen verzoeken om op basis van de beste beschikbare werkwijzen kwaliteitsnormen te ontwikkelen voor afvalstoffen die in het eindproces van recycling belanden en voor secundaire grondstoffen, met name kunststoffen.
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 17
(17)  Met het oog op de betrouwbaarheid van de verzamelde gegevens over de voorbereiding voor hergebruik moeten gemeenschappelijke voorschriften voor de verslaglegging worden vastgesteld. Tevens moeten duidelijkere voorschriften worden vastgesteld over de wijze waarop de lidstaten verslag moeten leggen over wat daadwerkelijk wordt gerecycleerd en kan worden meegeteld voor het bereiken van de recyclingdoelstellingen. Daarom moet de verslaglegging over de verwezenlijking van de recyclingdoelstellingen als algemene regel gebaseerd zijn op de input voor het eindproces van recycling. Om de administratieve lasten te beperken, moet het de lidstaten onder strikte voorwaarden worden toegestaan recyclingpercentages op te geven op basis van de output van sorteerinstallaties. Het verlies aan gewicht van materialen of stoffen als gevolg van fysische en/of chemische verwerkingsprocessen die deel uitmaken van het eindproces van recycling mag niet worden afgetrokken van het gewicht van het als gerecycleerd opgegeven afval.
(17)  Met het oog op de betrouwbaarheid van de verzamelde gegevens over de voorbereiding voor hergebruik moeten gemeenschappelijke voorschriften voor de verslaglegging worden vastgesteld, zonder dat dit buitensporige administratieve lasten met zich meebrengt voor kleine en middelgrote exploitanten. Tevens moeten duidelijkere voorschriften worden vastgesteld over de wijze waarop de lidstaten verslag moeten leggen over wat daadwerkelijk wordt gerecycleerd en kan worden meegeteld voor het bereiken van de recyclingdoelstellingen. De berekening van gerecycleerd stedelijk afval moet plaatsvinden aan de hand van één deugdelijke geharmoniseerde methode die voorkomt dat lidstaten verwijderd afval rapporteren als gerecycleerd afval. Daarom moet de verslaglegging over de verwezenlijking van de recyclingdoelstellingen gebaseerd zijn op de input voor het eindproces van recycling. Het verlies aan gewicht van materialen of stoffen als gevolg van fysische en/of chemische verwerkingsprocessen die deel uitmaken van het eindproces van recycling mag niet worden afgetrokken van het gewicht van het als gerecycleerd opgegeven afval.
Amendement 52
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 18
(18)  Bij het berekenen of de doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en recycling worden bereikt, moeten de lidstaten rekening kunnen houden met producten en componenten die worden voorbereid voor hergebruik door erkende exploitanten van installaties voor hergebruik en door statiegeldregelingen en de recycling van metalen die plaatsvindt in samenhang met verbranding. Om te zorgen voor een uniforme berekening van deze gegevens zal de Commissie gedetailleerde voorschriften vaststellen voor de bepaling van erkende exploitanten van installaties voor voorbereiding voor hergebruik en statiegeldregelingen, voor de kwaliteitscriteria voor gerecycleerde metalen, alsmede voor het verzamelen, verifiëren en rapporteren van gegevens.
(18)  Om te zorgen voor een uniforme berekening van gegevens inzake voorbereiding voor hergebruik en recycling moet de Commissie gedetailleerde voorschriften vaststellen voor de bepaling van erkende exploitanten van installaties voor voorbereiding voor hergebruik, statiegeldregelingen en recycling-eindbedrijven, met inbegrip van regels over het verzamelen, traceren, verifiëren en rapporteren van gegevens alsook voor kwaliteitscriteria voor gerecycleerde metalen die werden gerecycleerd in samenhang met verbranding of meeverbranding. Om te kunnen berekenen of de doelstellingen inzake voorbereiding voor hergebruik en recycling zijn bereikt, en na de goedkeuring van de geharmoniseerde berekeningsmethode, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben rekening te houden met de recycling van metalen die plaatsvindt in verband met verbranding of meeverbranding, zoals energieterugwinning.
Amendement 53
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20
(20)  Naleving van de verplichting tot het opzetten van systemen voor de gescheiden inzameling van papier, metaal, plastic en glas is essentieel om de mate van voorbereiding voor hergebruik en recycling in de lidstaten te verhogen. Daarnaast moet bioafval gescheiden worden ingezameld om bij te dragen tot hogere percentages van voorbereiding voor hergebruik en van recycling en de preventie van verontreiniging van droog recycleerbaar materiaal.
(20)  Naleving van de verplichting tot het opzetten van systemen voor de gescheiden inzameling van papier, metaal, plastic, glas, textiel en bioafval is essentieel om de mate van voorbereiding voor hergebruik en recycling in de lidstaten te verhogen. Daarnaast moet bioafval gescheiden worden ingezameld en worden gerecycleerd om bij te dragen tot hogere percentages van voorbereiding voor hergebruik en van recycling, de preventie van verontreiniging van droog recycleerbaar materiaal en de preventie van het verbranden en storten ervan. Daarnaast moet onderzoek naar mogelijke inzamelings- en recyclingsystemen voor andere stromen en nieuwe materialen worden aangemoedigd en geïntensiveerd.
Amendement 54
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20 bis (nieuw)
(20 bis)   De bio-economie speelt een cruciale rol bij het waarborgen van de beschikbaarheid van grondstoffen in de Unie. Een doeltreffender gebruik van stedelijk afval kan zorgen voor een krachtige stimulans voor de toeleveringsketen van de bio-economie. Met name biedt een duurzaam beheer van bioafval de mogelijkheid om op fossiele brandstoffen gebaseerde grondstoffen te vervangen door hernieuwbare bronnen voor de productie van grondstoffen en goederen.
Amendement 55
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20 ter (nieuw)
(20 ter)   Om afvalverwerking waarbij grondstoffen op de lagere niveaus van de afvalhiërarchie worden geblokkeerd, te vermijden, om hoogstaande recycling mogelijk te maken en het gebruik van secundaire grondstoffen te stimuleren, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat bioafval gescheiden wordt ingezameld en aan een proces van organische recycling wordt onderworpen op een wijze die een hoge mate van milieubescherming biedt en waarvan de output aan de relevante strenge kwaliteitsnormen voldoet.
Amendement 56
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20 quater (nieuw)
(20 quater)   Ondanks de gescheiden inzameling komen nog steeds veel recycleerbare stoffen in gemengd afval terecht. Met sortering van hoge kwaliteit, en met name optische sortering, kan een aanzienlijke hoeveelheid materialen worden gescheiden van het restafval en vervolgens worden gerecycleerd en opnieuw worden bewerkt tot secundaire grondstoffen. De lidstaten moeten derhalve maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat ook afval dat niet gescheiden wordt ingezameld toch wordt gesorteerd.
Amendement 57
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20 quinquies (nieuw)
(20 quinquies)   Ter voorkoming van besmetting van stedelijk afval met gevaarlijke stoffen die de recyclingkwaliteit kunnen aantasten en daarmee het gebruik van secundaire grondstoffen kunnen belemmeren, moeten de lidstaten systemen voor de gescheiden inzameling van gevaarlijk huishoudelijk afval opzetten.
Amendement 58
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 21
(21)  Een behoorlijk beheer van gevaarlijke afvalstoffen is nog steeds een probleem in de Unie en er ontbreken gegevens over de verwerking. Daarom moeten registratie- en traceerbaarheidsmechanismen worden versterkt door in de lidstaten elektronische registers voor gevaarlijke afvalstoffen op te zetten. Elektronische gegevensverzameling moet waar nodig worden uitgebreid tot andere afvalstromen om de registratie voor bedrijven en overheden te vereenvoudigen en het toezicht op de afvalstromen in de Unie te verbeteren.
(21)  Een behoorlijk beheer van gevaarlijke afvalstoffen is nog steeds een probleem in de Unie en er ontbreken gegevens over de verwerking. Daarom moeten registratie- en traceerbaarheidsmechanismen worden versterkt door in de lidstaten elektronische registers voor gevaarlijke afvalstoffen op te zetten. Elektronische gegevensverzameling moet worden uitgebreid tot andere afvalstromen om de registratie voor bedrijven en overheden te vereenvoudigen en het toezicht op de afvalstromen in de Unie te verbeteren.
Amendement 59
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 21 bis (nieuw)
(21 bis)   De gescheiden inzameling en de regeneratie van afvaloliën hebben aanzienlijke economische en milieuvoordelen, waaronder ten aanzien van de voorzieningszekerheid. Er moet worden gezorgd voor een gescheiden inzameling, evenals voor doelstellingen voor de regeneratie van afvaloliën.
Amendement 60
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 22
(22)  Deze richtlijn stelt langetermijndoelstellingen voor het afvalbeheer van de Unie vast en geeft de economische actoren en de lidstaten een duidelijke richting voor de investeringen die nodig zijn om die doelstellingen te verwezenlijken. Bij het ontwikkelen van hun nationale strategieën voor afvalbeheer en het plannen van investeringen in de infrastructuur voor afvalbeheer moeten de lidstaten terdege gebruikmaken van de Europese structuur- en investeringsfondsen door de voorbereiding voor hergebruik en de recycling te bevorderen in overeenstemming met de afvalhiërarchie.
(22)  Deze richtlijn stelt langetermijndoelstellingen voor het afvalbeheer van de Unie vast en geeft de economische actoren en de lidstaten een duidelijke richting voor de investeringen die nodig zijn om die doelstellingen te verwezenlijken. Bij het ontwikkelen van hun nationale strategieën voor afvalbeheer en het plannen van investeringen in de infrastructuur voor afvalbeheer en de circulaire economie moeten de lidstaten terdege gebruikmaken van de Europese structuur- en investeringsfondsen door in de eerste plaats preventie en hergebruik, gevolgd door recycling te bevorderen, in overeenstemming met de afvalhiërarchie. De Commissie moet, in overeenstemming met de afvalhiërarchie, het gebruik van Horizon 2020 en de Europese structuur- en investeringsfondsen mogelijk maken om een doeltreffend financieel kader te ontwikkelen dat de lokale autoriteiten helpt bij de uitvoering van de vereisten van deze richtlijn en de invoering van innovatieve technologieën en innovatief afvalbeheer financieren.
Amendement 61
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 23
(23)  Bepaalde grondstoffen zijn van groot belang voor de economie van de Unie en de aanvoer ervan gaat gepaard met een hoog risico. Om te zorgen voor continuïteit in het aanbod van die grondstoffen en in overeenstemming met het grondstoffeninitiatief en de doelstellingen en streefdoelen van het Europese Innovatiepartnerschap inzake grondstoffen, moeten de lidstaten maatregelen nemen om te komen tot een optimaal afvalbeheer dat aanzienlijke hoeveelheden van die grondstoffen bevat, waarbij rekening wordt gehouden met de economische en technologische haalbaarheid en milieuvoordelen. De Commissie heeft een lijst van kritieke grondstoffen voor de EU opgesteld18. Deze lijst wordt regelmatig door de Commissie geëvalueerd.
(23)  Bepaalde grondstoffen zijn van groot belang voor de economie van de Unie en de aanvoer ervan gaat gepaard met een hoog risico. Om te zorgen voor continuïteit in het aanbod van die grondstoffen en in overeenstemming met het grondstoffeninitiatief en de doelstellingen en streefdoelen van het Europese Innovatiepartnerschap inzake grondstoffen, moeten de lidstaten maatregelen nemen ter bevordering van het hergebruik van producten en de recycling van afval die aanzienlijke hoeveelheden kritieke grondstoffen bevatten en om ervoor te zorgen dat deze op doeltreffende wijze worden beheerd, waarbij rekening wordt gehouden met de economische en technologische haalbaarheid en milieu- en gezondheidsvoordelen. De Commissie heeft een lijst van kritieke grondstoffen voor de EU opgesteld18. Deze lijst wordt regelmatig door de Commissie geëvalueerd.
__________________
__________________
18 COM(2014)0297.
18 COM(2014)0297.
Amendement 62
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 24
(24)  Om een doeltreffende uitvoering van het grondstoffeninitiatief verder te ondersteunen, moeten de lidstaten ook het hergebruik bevorderen van producten die de belangrijkste bronnen van grondstoffen vormen. Zij moeten tevens in hun afvalbeheerplannen nationale maatregelen opnemen voor de inzameling en nuttige toepassing van afval dat aanzienlijke hoeveelheden van deze grondstoffen bevat. De maatregelen moeten worden opgenomen in de afvalbeheerplannen wanneer deze voor de eerste keer na de inwerkingtreding van deze richtlijn worden geactualiseerd. De Commissie zal informatie verstrekken over de desbetreffende productgroepen en afvalstromen op EU-niveau. Deze bepaling belet de lidstaten niet maatregelen te nemen voor andere grondstoffen die zij als belangrijk voor hun nationale economie beschouwen.
(24)  Om een doeltreffende uitvoering van het grondstoffeninitiatief verder te ondersteunen, moeten de lidstaten in hun afvalbeheerplannen ook nationale maatregelen opnemen voor de inzameling, sortering en nuttige toepassing van afval dat aanzienlijke hoeveelheden van deze grondstoffen bevat De maatregelen moeten worden opgenomen in de afvalbeheerplannen wanneer deze voor de eerste keer na de inwerkingtreding van deze richtlijn worden geactualiseerd. De Commissie zal informatie verstrekken over de desbetreffende productgroepen en afvalstromen op EU-niveau. Deze bepaling belet de lidstaten niet maatregelen te nemen voor andere grondstoffen die zij als belangrijk voor hun nationale economie beschouwen.
Amendement 63
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25
(25)  Zwerfafval heeft rechtstreekse negatieve gevolgen voor het milieu en het welzijn van de burgers en de hoge saneringskosten leveren een onnodige economische lastenverzwaring voor de maatschappij op. Het opnemen van specifieke maatregelen in afvalbeheerplannen en krachtige handhaving door de bevoegde instanties moeten helpen dit probleem op te lossen.
(25)  Zwerfafval heeft directe en indirecte negatieve gevolgen voor het milieu, het welzijn van de burgers en de economie. Hoge saneringskosten leveren een onnodige economische lastenverzwaring voor de maatschappij op. Het opnemen van specifieke maatregelen in afvalbeheerplannen en krachtige handhaving door de bevoegde instanties moeten helpen dit probleem op te lossen. De preventie van zwerfafval verdient de voorkeur boven sanering. De preventie van zwerfafval moet een gedeelde inspanning zijn van de bevoegde autoriteiten, producenten en consumenten. Het is van essentieel belang verkeerd consumentengedrag te veranderen om zwerfafval te vermijden. Producenten van producten die de kans lopen zwerfafval te worden moeten het duurzame gebruik van hun producten bevorderen om zwerfafval te voorkomen. Bovendien spelen voorlichting en bewustmaking een cruciale rol bij het stimuleren van gedragsverandering.
Amendement 64
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25 bis (nieuw)
(25 bis)   Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad1a is het bindende rechtsinstrument op Unieniveau voor het beoordelen, monitoren en vaststellen van milieudoelen voor het bereiken van een goede milieutoestand met betrekking tot zwerfvuil op zee. De belangrijkste bronnen van zwerfvuil op zee zijn echter activiteiten op het land, omdat het beheer van vast afval tekortschiet, er sprake is van een tekort aan infrastructuur en de bevolking zich niet bewust is van het probleem. Om die reden moeten de lidstaten maatregelen vaststellen ter vermindering van de hoeveelheid zwerfvuil van het land dat in het mariene milieu terecht kan komen, overeenkomstig de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 25 september 2015 heeft goedgekeurd, en met name de doelstelling om tegen 2030 de hoeveelheid zwerfvuil op zee met 50 % te verminderen op Unieniveau. Gezien de voordelen van de preventie van zwerfvuil op zee voor het milieu en de economie moeten de lidstaten in hun afvalpreventieprogramma's specifieke preventieve maatregelen nemen om zwerfvuil op zee tegen te gaan. Met deze maatregelen moeten de lidstaten beogen het streefdoel van een vermindering van zwerfvuil op zee in de EU met 30 % tegen 2025 en met 50 % tegen 2030 te bereiken. Om de vooruitgang naar deze streefdoelen te meten en de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten in de hele EU te vergemakkelijken, moeten uniforme methoden voor het meten van van het land afkomstig zwerfvuil op zee worden vastgesteld. Er moet elk jaar verslag worden uitgebracht over de niveaus van van het land afkomstig zwerfvuil op zee.
______________
1 bis Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).
Amendement 65
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25 ter (nieuw)
(25 ter)   De onjuiste verwijdering van afval in de vorm van zwerfafval en het lozen van afvalwater en vaste afvalstoffen zoals plastic heeft negatieve gevolgen voor het mariene milieu en de menselijke gezondheid, evenals aanzienlijke economische en sociale kosten. Dergelijk afval ondermijnt bovendien de prioritaire volgorde van de afvalhiërarchie, met name door de vermijding van de voorbereiding voor hergebruik, recycling en andere nuttige toepassing voorafgaande aan de verwijdering. Gezien het grensoverschrijdende karakter van zwerfvuil op zee en de noodzaak te zorgen voor de harmonisatie van de inspanningen, moeten de lidstaten maatregelen nemen om een doelstelling voor de beperking hiervan te behalen, met gebruik van de controle-instrumenten van artikel 11 van Richtlijn 2008/56/EG.
Amendement 66
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25 quater (nieuw)
(25 quater)   Microkorrels van kunststof in afspoelbare cosmetische en lichaamsverzorgingsproducten die na gebruik in huishoudelijke, commerciële en industriële afwateringssystemen terechtkomen, zijn een van de meest vermijdbare directe bronnen van vervuiling door microbestanddelen van kunststof. Om bij te dragen tot de streefdoelen in deze richtlijn moeten de lidstaten maatregelen nemen om te voorkomen dat microkorrels en microbestanddelen van kunststof in waterzuiveringsinstallaties terecht komen en in het mariene milieu worden geloosd.
Amendement 67
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 27
(27)  De uitvoeringsverslagen die de lidstaten om de drie jaar opstellen, zijn geen doeltreffend instrument gebleken voor het toezicht op de naleving en het waarborgen van een goede uitvoering, maar leverden wel onnodige administratieve lasten op. Daarom is het passend bepalingen in te trekken die de lidstaten ertoe verplichten om dergelijke verslagen op te stellen. In plaats daarvan moet de monitoring van de naleving uitsluitend worden gebaseerd op de statistische gegevens die de lidstaten elk jaar bij de Commissie rapporteren.
(27)  De uitvoeringsverslagen die de lidstaten om de drie jaar opstellen, zijn geen doeltreffend instrument gebleken voor het toezicht op de naleving en het waarborgen van een goede uitvoering, maar leverden wel onnodige administratieve lasten op. Daarom is het passend bepalingen in te trekken die de lidstaten ertoe verplichten om dergelijke verslagen op te stellen. In plaats daarvan moet de monitoring van de naleving worden gebaseerd op de statistische gegevens die de lidstaten elk jaar bij de Commissie rapporteren. Niettemin moeten de lidstaten de Commissie op verzoek onverwijld alle gegevens verstrekken die noodzakelijk zijn voor de beoordeling door de Commissie van de tenuitvoerlegging van deze richtlijn in haar geheel en het effect ervan op het milieu en de volksgezondheid.
Amendement 68
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 28
(28)  Door de lidstaten gerapporteerde statistische gegevens zijn noodzakelijk voor de Commissie om de naleving van de wetgeving inzake afval te kunnen beoordelen. De kwaliteit, de betrouwbaarheid en de vergelijkbaarheid van de statistieken moeten worden verbeterd door de invoering van één toegangspunt voor alle gegevens over afval, het schrappen van achterhaalde verslagleggingsvereisten, de benchmarking van nationale verslagleggingsmethoden en de invoering van een verslag over de gegevenskwaliteitscontrole. Bij de verslaglegging over de verwezenlijking van de doelstellingen van de wetgeving inzake afval moeten de lidstaten gebruikmaken van de recentste methodologie die is ontwikkeld door de Commissie en de nationale bureaus voor de statistiek van de lidstaten.
(28)  Door de lidstaten gerapporteerde gegevens en informatie zijn noodzakelijk voor de Commissie om de naleving van de wetgeving inzake afval te kunnen beoordelen. De kwaliteit, de betrouwbaarheid en de vergelijkbaarheid van de gerapporteerde gegevens moeten worden verbeterd door de invoering van een gemeenschappelijke methode voor de verzameling en verwerking van gegevens op basis van betrouwbare bronnen en door de invoering van één toegangspunt voor alle gegevens over afval, het schrappen van achterhaalde verslagleggingsvereisten, de benchmarking van nationale verslagleggingsmethoden en de invoering van een verslag over de gegevenskwaliteitscontrole. Bij de verslaglegging over de verwezenlijking van de doelstellingen van de wetgeving inzake afval moeten de lidstaten gebruikmaken van de gezamenlijke methodologie die is ontwikkeld door de Commissie, in samenwerking met de nationale bureaus voor de statistiek van de lidstaten en de nationale, regionale en lokale autoriteiten die belast zijn met afvalbeheer.
Amendement 69
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 28 bis (nieuw)
(28 bis)   Om de drie jaar moet de Commissie een verslag publiceren op basis van de gegevens en informatie gerapporteerd door de lidstaten, teneinde bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang bij het bereiken van de recyclingdoelstellingen en de nakoming van nieuwe verplichtingen vastgelegd in deze richtlijn. Deze driejaarlijkse verslagen moeten tevens een evaluatie bevatten van de effecten van Richtlijn 2008/98/EG in haar geheel op het milieu en de menselijke gezondheid, alsmede een beoordeling van de eventuele noodzaak om Richtlijn 2008/98/EG te wijzigen, om te waarborgen dat deze richtlijn blijft beantwoorden aan de doelstellingen van de circulaire economie.
Amendement 70
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 28 ter (nieuw)
(28 ter)   Om bij te dragen tot een adequaat bestuur, naleving, grensoverschrijdende samenwerking en de uitwisseling van beste praktijken en innovatie op het vlak van afval en een effectieve en consistente uitvoering van de streefdoelen in Richtlijn 2008/98/EG te verzekeren, moet de Commissie een platform oprichten voor de uitwisseling van informatie en het delen van beste praktijken tussen de Commissie en de lidstaten over de praktische uitvoering van deze richtlijn. De resultaten van het werk van dat platform moeten openbaar beschikbaar worden gemaakt.
Amendement 71
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 28 quater (nieuw)
(28 quater)   Het economische potentieel en de milieuvoordelen van de overgang naar een circulaire economie en een verhoogde hulpbronnenefficiëntie zijn beproefd. Stappen om de cirkel rond te maken worden gepresenteerd in verschillende beleidsdocumenten en -voorstellen, van het manifest van het Europees platform voor efficiënt hulpbronnengebruik (EREP) en aanbevelingen voor een hulpbronnenefficiënter Europa, gepubliceerd op 17 december 2012, en latere beleidsaanbevelingen tot het initiatiefverslag van het Europees Parlement over de overgang naar een circulaire economie van 25 juni 2015 en het actieplan van de Commissie voor de circulaire economie van 2 december 2015. In al deze documenten worden maatregelen gepresenteerd die niet alleen betrekking hebben op afval, maar op de gehele cyclus, en deze maatregelen moeten niet alleen dienen als richtsnoer voor het niveau van ambitie van het afvalrecht van de Unie, maar er ook voor zorgen dat ambitieuze maatregelen worden genomen om de gehele cirkel rond te maken.
Amendement 72
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 28 quinquies (nieuw)
(28 quinquies)   Onderzoek en innovatie alsook het creëren van slimme bedrijfsmodellen op basis van hulpbronnenefficiëntie zijn van wezenlijk belang voor het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie in de Unie, waarbij afval wordt beschouwd als nieuwe hulpbron. Om dat doel te bereiken is het belangrijk om binnen Horizon 2020 bij te dragen aan projecten op het gebied van onderzoek en innovatie waarmee de economische en ecologische duurzaamheid van een circulaire economie in de praktijk kan worden gedemonstreerd en getest. Tegelijkertijd kunnen deze projecten, met een systemische aanpak, bijdragen aan de ontwikkeling van wetgeving die innovatiebevorderend is en die gemakkelijk ten uitvoer kan worden gelegd, door het opsporen van mogelijke gevallen van regelgevende onzekerheden, obstakels en lacunes die de ontwikkeling van op hulpbronnenefficiëntie gebaseerde zakelijke modellen kunnen hinderen.
Amendement 73
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 28 sexies (nieuw)
(28 sexies)   Op 2 december 2015 heeft de Commissie een EU-actieplan voor de circulaire economie gepresenteerd om de overgang van Europa naar een circulaire economie te stimuleren. Aangezien de Commissie een concreet en ambitieus actieprogramma heeft opgesteld, met maatregelen voor de gehele levenscyclus, zijn aanvullende maatregelen nodig om die overgang te bespoedigen.
Amendement 74
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 28 septies (nieuw)
(28 septies)   Verbetering van het gebruik van hulpbronnen kan aanzienlijke nettobesparingen opleveren voor ondernemingen, overheden en consumenten in de Unie, en kan zorgen voor een vermindering van de totale jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen. Om die reden moet de Commissie uiterlijk eind 2018 een voorstel doen voor een hoofdindicator en een overzicht van subindicatoren voor hulpbronnenefficiëntie, om de voortgang te meten met het bereiken van de doelstelling van verbetering van de hulpbronnenefficiëntie op Unieniveau met 30 % tegen 2030, ten opzichte van de niveaus van 2014.
Amendement 75
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 29
(29)  Met het oog op de aanvulling of wijziging van Richtlijn 2008/98/EG moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag worden gedelegeerd aan de Commissie ten aanzien van artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 1, artikel 11 bis, leden 2 en 6, artikel 26, artikel 27, leden 1 en 4, en artikel 38, leden 1, 2 en 3. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.
(29)  Met het oog op de aanvulling of wijziging van Richtlijn 2008/98/EG moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag worden gedelegeerd aan de Commissie ten aanzien van:
—   gedetailleerde criteria voor de toepassing van voorwaarden waaronder stoffen of voorwerpen beschouwd moeten worden als bijproducten of niet langer als afval moeten worden beschouwd,
—   algemene vereisten die de lidstaten moeten volgen wanneer zij technische voorschriften over de einde-afvalfase vaststellen,
—   de vaststelling van de lijst van afvalstoffen,
—   geharmoniseerde criteria die moeten worden gevolgd om de financiële bijdragen te bepalen die producenten betalen om hun uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen op basis van de kosten aan het einde van de productlevenscyclus,
—   indicatoren voor het meten van de voortgang met de vermindering van de afvalproductie en met de uitvoering van maatregelen voor afvalpreventie,
—   een gezamenlijke methodologie, met inbegrip van minimum kwaliteitseisen, voor een uniforme meting van de niveaus van levensmiddelenafval,
—   een gezamenlijke methodologie, met inbegrip van minimum kwaliteitseisen, voor een uniforme meting van de hoeveelheid zwerfvuil op zee dat afkomstig is van het land,
—   kwalitatieve en operationele minimumvereisten voor de bepaling van erkende bedrijven voor de voorbereiding voor hergebruik, statiegeldregelingen en voor recycling-eindbedrijven, met inbegrip van specifieke regels voor de verzameling en verificatie van gegevens en de verslaglegging hierover,
—   een gemeenschappelijke methodologie voor de berekening van het gewicht van de metalen die zijn gerecycleerd in samenhang met verbranding of meeverbranding, met inbegrip van de kwaliteitscriteria voor de gerecycleerde metalen,
—   technische criteria en operationele procedures met betrekking tot de verwijderingshandelingen D2, D3, D4, D6, D7 en D12, zoals vermeld in bijlage I bij Richtlijn 2008/98/EG, en, indien gepast, een verbod op deze handelingen als zij niet aan bepaalde criteria met betrekking tot de bescherming van de volksgezondheid en het milieu voldoen,
—   technische minimumnormen voor verwerkingsactiviteiten waarvoor uit hoofde van Richtlijn 2008/98/EG een vergunning vereist is indien er bewijs is dat dergelijke normen een voordeel ten aanzien van de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu zouden opleveren,
—   minimumnormen voor activiteiten waarvoor uit hoofde van Richtlijn 2008/98/EG registratie vereist is indien er bewijs is dat dergelijke normen een voordeel zouden opleveren ten aanzien van de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu of door verstoring van de interne markt te voorkomen,
—   nadere bepaling van de wijze waarop de in bijlage II, punt R1 van Richtlijn 2008/98/EG bedoelde formule voor verbrandingsinstallaties moet worden toegepast,
—   de methode voor de verzameling en verwerking, de organisatie van de gegevensverzameling en de gegevensbronnen alsmede de vorm voor het rapporteren van gegevens door de lidstaten aan de Commissie inzake de uitvoering van de doelstellingen voor de vermindering van levensmiddelenafval en zwerfvuil op zee, voorbereiding voor hergebruik, recycling en opvulling, en afvaloliën, en
—   de aanpassing van de bijlagen I tot en met V van Richtlijn 2008/98/EG aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.
Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden zorgt voor passende raadpleging, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
Amendement 76
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30
(30)  Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van Richtlijn 2008/98/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend in verband met artikel 9, leden 4 en 5, artikel 33, lid 2, artikel 35, lid 5, en artikel 37, lid 6. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad19.
(30)  Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van Richtlijn 2008/98/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend in verband met:
—   de vorm van de kennisgeving over de aanneming en de belangrijke wijzigingen van afvalbeheerplannen en afvalpreventieprogramma’s, en
—   minimumvoorwaarden voor de exploitatie van registers van gevaarlijk afval.
Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad19.
__________________
__________________
19 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
19 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
Amendement 77
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 33
(33)  Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het verbeteren van het afvalbeheer in de Unie en aldus bijdragen aan de bescherming, het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het milieu, de gezondheid van de oceanen en de veiligheid van visserijproducten door zwerfvuil op zee tegen te gaan, en het behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de gehele Unie, niet voldoende kan worden verwezenlijkt door de lidstaten, maar vanwege de omvang of de gevolgen beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Europese Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,
(33)  Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het verbeteren van het afvalbeheer in de Unie en aldus bijdragen aan de bescherming, het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het milieu, de gezondheid van de oceanen en de veiligheid van visserijproducten door zwerfvuil op zee tegen te gaan, en het behoedzaam, beperkt en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de gehele Unie, niet voldoende kan worden verwezenlijkt door de lidstaten, maar vanwege de omvang of de gevolgen beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Europese Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,
Amendement 78
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 33 bis (nieuw)
(33 bis)   De lidstaten moeten enerzijds ervoor zorgen dat in de sectoren productie, recycling, reparatie, voorbereiding voor hergebruik en afvalverwerking strikte normen voor gezondheid en veiligheid op het werk gelden, die rekening houden met de specifieke risico's waarmee werknemers in deze sector te maken hebben, en anderzijds waarborgen dat het bestaande Unierecht op dit gebied naar behoren wordt uitgevoerd en gehandhaafd.
Amendement 79
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 33 ter (nieuw)
(33 ter)   Deze richtlijn is vastgesteld met inachtneming van de verbintenissen in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven en moet worden uitgevoerd en toegepast overeenkomstig de richtsnoeren die in dat akkoord zijn vervat.
Amendement 80
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 1 – alinea 1
-1)   Artikel 1, alinea 1, wordt vervangen door:
Bij deze richtlijn worden maatregelen vastgesteld ter bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid door preventie of beperking van de negatieve gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen, ter beperking van gevolgen in het algemeen van het gebruik van hulpbronnen en ter verbetering van de efficiëntie van het gebruik ervan.
"Bij deze richtlijn worden maatregelen vastgesteld ter bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid door preventie of beperking van de afvalproductie en van de negatieve gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen, ter beperking van gevolgen in het algemeen van het gebruik van hulpbronnen en ter verbetering van de efficiëntie van het gebruik ervan, die van cruciaal belang zijn voor de overgang naar een circulaire economie en voor het waarborgen van het concurrentievermogen van de Unie op de lange termijn.";
Amendement 81
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 1 bis (nieuw)
"1 bis. "stedelijk afval":
"1 bis. "stedelijk afval":
a)  gemengd afval en gescheiden ingezameld afval van huishoudens, met inbegrip van:
a)  gemengd afval en gescheiden ingezameld afval van huishoudens, met inbegrip van:
–  papier en karton, glas, metaal, plastic, bioafval, hout, textiel, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte batterijen en accu’s;
–  papier en karton, glas, metaal, plastic, bioafval, hout, textiel, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte batterijen en accu’s;
–  grofvuil, met inbegrip van witgoed, matrassen, meubels;
–  grofvuil, met inbegrip van matrassen en meubels;
–  tuinafval, met inbegrip van bladeren, gemaaid gras;
–  tuinafval, met inbegrip van bladeren, gemaaid gras;
b)  gemengd afval en gescheiden ingezameld afval uit andere bronnen dat in aard, samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afval.
b)  gemengd afval en gescheiden ingezameld afval van kleine bedrijven, kantoorgebouwen en instellingen, met inbegrip van scholen, ziekenhuizen en overheidsgebouwen, dat in aard en samenstelling vergelijkbaar is met huishoudelijk afval.
c)  afval van het schoonmaken van markten en afval van reinigingsdiensten, met inbegrip van straatvuil, de inhoud van vuilnisbakken en afval van park- en tuinonderhoud.
c)  afval van het schoonmaken van markten en afval van reinigingsdiensten, met inbegrip van straatvuil, de inhoud van vuilnisbakken en afval van park- en tuinonderhoud.
Stedelijk afval omvat niet afval van het riolerings- en zuiveringsstelsel, met inbegrip van zuiveringsslib en bouw- en sloopafval;";
Stedelijk afval omvat niet afval van het riolerings- en zuiveringsstelsel, met inbegrip van zuiveringsslib en bouw- en sloopafval.
De definitie van stedelijk afval in deze richtlijn is van toepassing ongeacht de publieke of private status van de exploitant die het afval beheert;";
Amendement 82
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 1 ter (nieuw)
a bis)   het volgende punt wordt ingevoegd:
"1 ter. "commercieel en industrieel afval": gemengd afval en gescheiden ingezameld afval van commerciële en industriële activiteiten en/of gebouwen.
Stedelijk afval, bouw- en sloopafval en afval van het riolerings- en zuiveringsstelsel, met inbegrip van zuiveringsslib, vallen niet onder commercieel en industrieel afval;";
Amendement 83
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 2 bis (nieuw)
2 bis.  "niet-gevaarlijke afvalstof": een afvalstof die geen van de in bijlage III genoemde gevaarlijke eigenschappen bezit;";
2 bis.  "niet-gevaarlijke afvalstof": een afvalstof die niet onder punt 2 van dit artikel valt;
Amendement 84
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter c
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 4
4.  "bioafval": biologisch afbreekbaar tuin- en plantsoenafval, levensmiddelen- en keukenafval van huishoudens, restaurants, cateringfaciliteiten en winkels en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie en ander afval met vergelijkbare biologische afbreekbaarheid dat in aard, samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar is;
4.  "bioafval": biologisch afbreekbaar tuin- en plantsoenafval, levensmiddelen- en keukenafval van huishoudens, restaurants, cateringfaciliteiten en winkels en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie en ander afval met vergelijkbare biologische afbreekbaarheid en composteerbaarheid;
Amendement 85
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter d bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 9
d bis)   punt 9 wordt vervangen door:
9.  „afvalstoffenbeheer”: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars;
"9. „afvalstoffenbeheer”: inzameling, vervoer, sortering, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars;
Amendement 86
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter d ter (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 11
d ter)   punt 11 wordt vervangen door:
11.  „gescheiden inzameling”: de inzameling waarbij een afvalstroom gescheiden wordt naar soort en aard van het afval om een specifieke behandeling te vergemakkelijken;
"11. „gescheiden inzameling”: de inzameling waarbij een afvalstroom gescheiden wordt naar soort en aard van het afval om een specifieke behandeling te vergemakkelijken, met name de voorbereiding voor hergebruik en recycling;";
Amendement 87
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter e
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 16
16.  "voorbereiding voor hergebruik": elke terugwinningshandeling bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten die zijn ingezameld door een erkende exploitant van installaties voor voorbereiding voor hergebruik of statiegeldregeling worden voorbereid zodat zij kunnen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is;";
16.  "voorbereiding voor hergebruik": elke terugwinningshandeling bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten die afval zijn geworden en die zijn ingezameld door een erkende exploitant van installaties voor voorbereiding voor hergebruik worden voorbereid zodat zij kunnen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is;
Amendement 88
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter e bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 16 bis (nieuw)
e bis)   het volgende punt wordt ingevoegd:
"16 bis. "exploitant van installatie voor voorbereiding voor hergebruik": een onderneming die afval behandelt en werkzaam is binnen de procesketen voor voorbereiding voor hergebruik in overeenstemming met de toepasselijke regels;";
Amendement 89
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter e ter (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 16 ter (nieuw)
e ter)   het volgende punt wordt ingevoegd:
“16 ter. "herfabricage": het proces om een product als nieuw te maken middels hergebruik, herstel en vervanging van componenten;";
Amendement 90
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter e quater (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 17
e quater)   punt 17 wordt vervangen door:
17.  „recycling”: elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal;
"17. "recycling": elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat organische recycling, maar niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal;”;
Amendement 91
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter e quinquies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt -17 bis (nieuw)
e quinquies)   het volgende punt wordt ingevoegd:
"- 17 bis. "organische recycling": recycling in de vorm van een aerobe of anaerobe behandeling, of een andere behandeling van de biologisch afbreekbare bestanddelen van afval, waarbij producten, materialen of stoffen tot stand komen; biomechanische behandeling en storten worden niet als organische recycling beschouwd;";
Amendement 92
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter f
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 17 bis (nieuw)
17 bis.  "eindproces van recycling": het proces dat begint wanneer geen verdere mechanische sortering nodig is en afvalmaterialen in een productieproces worden ingebracht en effectief opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen;
17 bis.  "eindproces van recycling": het proces dat begint wanneer geen verdere sortering nodig is en afvalmaterialen in een productieproces effectief opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen;
Amendement 93
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter f
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 17 ter
17 ter.  "opvulling": terugwinningshandeling waarbij geschikt afval wordt gebruikt voor het herstel van afgegraven terreinen of voor civieltechnische toepassingen bij de landschapsaanleg of de bouw in plaats van andere niet-afvalmaterialen die anders voor dat doel waren gebruikt;";
17 ter.  "opvulling": terugwinningshandeling, niet zijnde recycling, waarbij geschikt niet-gevaarlijk inert of ander niet-gevaarlijk afval wordt gebruikt voor het herstel van afgegraven terreinen of voor civieltechnische toepassingen bij de landschapsaanleg of de bouw in plaats van andere niet-afvalmaterialen die anders voor dat doel waren gebruikt, en wordt gebruikt in hoeveelheden die niet de werkelijke behoeften van het herstel van afgegraven terreinen of van civieltechnische toepassingen overschrijden;
Amendement 94
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter f bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 17 quater (nieuw)
f bis)   het volgende punt wordt ingevoegd:
"17 quater. "verdunning": de vermenging van een afvalstof met een of meer andere materialen of afvalstoffen teneinde zonder chemische omzetting de concentratie van een of meer componenten in de afvalstof te verlagen, zodat de verdunde afvalstof voor een verwerkings- of recyclinghandeling kan worden gebruikt die voor de niet-verdunde afvalstof niet is toegestaan.";
Amendement 95
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 2 – letter f ter (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 20 bis (nieuw)
f ter)   het volgende punt wordt toegevoegd:
"20 bis. "sanering": een bewerking waarbij ongewenste gevaarlijke componenten of verontreinigende stoffen uit de afvalstoffen worden verwijderd of worden behandeld, met als doel om ze te vernietigen.";
Amendement 96
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter f quater (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 20 ter (nieuw)
f quater)   het volgende punt wordt toegevoegd:
"20 ter. "sortering": een afvalbeheershandeling waarbij ingezameld afval wordt gescheiden in verschillende fracties en subfracties;";
Amendement 97
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter f quinquies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 20 quater (nieuw)
f quinquies)   het volgende punt wordt toegevoegd:
"20 quater. "zwerfafval": klein afval in openbaar toegankelijke gebieden dat opzettelijk of onopzettelijk op onjuiste wijze in het milieu is weggegooid;";
Amendement 98
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter f sexies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 20 quinquies (nieuw)
f sexies)   het volgende punt wordt toegevoegd:
"20 quinquies. "levensmiddelenafval": voor menselijke consumptie bestemde, eetbare en niet-eetbare levensmiddelen die worden verwijderd van de productie- of toeleveringsketen om te worden weggegooid, met inbegrip van tijdens de primaire productie, de vervaardiging, de verwerking, het vervoer, de opslag, de verkoop en het verbruik, met uitzondering van verliezen tijdens de primaire productie;";
Amendement 99
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter f septies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 3 – punt 20 sexies (nieuw)
f septies)   het volgende punt wordt toegevoegd:
"20 sexies. “restafval”: afvalstoffen die ontstaan bij een behandeling of een nuttige toepassing, waaronder recycling, waarvoor geen verdere nuttige toepassing is en die bijgevolg moeten worden verwijderd;";
Amendement 101
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1
2 bis)   In artikel 4, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:
2.  Bij het toepassen van de in lid 1 bedoelde afvalhiërarchie nemen de lidstaten maatregelen om de opties te stimuleren die over het geheel genomen het beste milieuresultaat opleveren. Dit kan betekenen dat voor bepaalde specifieke afvalstromen van de hiërarchie moet worden afgeweken indien dit op grond van het levenscyclusdenken met betrekking tot de algemene effecten van het produceren en beheren van dergelijke afvalstoffen gerechtvaardigd is.
"2. Bij het toepassen van de in lid 1 bedoelde afvalhiërarchie nemen de lidstaten maatregelen om de opties te stimuleren die over het geheel genomen het beste milieuresultaat opleveren. Dit kan betekenen dat voor bepaalde specifieke afvalstromen van de hiërarchie moet worden afgeweken indien dit op grond van het levenscyclusdenken met betrekking tot de algemene effecten van het produceren en beheren van dergelijke afvalstoffen gerechtvaardigd is. Dit kan betekenen dat bepaalde soorten afval een proces van sanering moeten ondergaan voordat verdere behandeling kan plaatsvinden.";
Amendement 102
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 4 – lid 3 – alinea 1
3.  De lidstaten maken gebruik van passende economische instrumenten om prikkels te bieden voor de toepassing van de afvalstoffenhiërarchie.
3.  De lidstaten maken gebruik van passende economische instrumenten en nemen andere maatregelen om prikkels te bieden voor de toepassing van de afvalstoffenhiërarchie. Hierbij kan het gaan om de instrumenten en maatregelen die zijn vermeld in bijlage IV bis om de uitvoering te bevorderen van de in artikel 29 bedoelde afvalpreventieprogramma's en ter ondersteuning van de activiteiten voor het bereiken van de in artikel 11, lid 2, vermelde doelstellingen voor recycling en voorbereiding voor hergebruik teneinde het gebruik van secundaire grondstoffen te maximaliseren en de kostenverschillen met onbewerkte grondstoffen te compenseren.
Amendement 103
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 4 – lid 3 – alinea 2
De lidstaten brengen uiterlijk [datum achttien maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn invullen] en elke vijf jaar daarna de Commissie verslag uit over de specifieke instrumenten die overeenkomstig dit lid zijn opgezet.
De lidstaten brengen uiterlijk [datum achttien maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn invullen] en elke drie jaar daarna de Commissie verslag uit over de specifieke instrumenten die overeenkomstig dit lid zijn opgezet.
Amendement 104
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 4 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis)   Aan artikel 4 wordt het volgende lid toegevoegd:
"3 bis. De lidstaten zetten heffingssystemen op om te zorgen voor de financiering van de infrastructuur voor afvalbeheer voor stedelijk afval die voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn is vereist.";
Amendement 105
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 ter (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 4 – lid 3 ter (nieuw)
3 ter)   Aan artikel 4 wordt het volgende lid toegevoegd:
"3 ter. De lidstaten passen de afvalstoffenhiërarchie toe, teneinde de overgang naar een circulaire economie te bevorderen. Hiertoe en in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad1 bis passen de lidstaten de afvalhiërarchie toe bij de toewijzing van alle middelen van de Unie en geven zij bij investeringen in de infrastructuur voor afvalbeheer de voorkeur aan afvalpreventie, hergebruik, voorbereiding voor hergebruik en recycling.
_________________
1 bis Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).";
Amendement 107
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 quater (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 4 bis (nieuw)
3 quater)   Het volgende artikel wordt ingevoegd:
"Artikel 4 bis
Hiërarchie voor levensmiddelenafval
1.   Bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van levensmiddelenafval wordt als prioriteitsvolgorde de volgende specifieke hiërarchie voor levensmiddelenafval gehanteerd:
a)   preventie aan de bron;
b)   het veilig stellen van eetbaar voedsel, waarbij menselijke voeding de prioriteit krijgt boven diervoeding en het opnieuw bewerken in niet voor de voeding bestemde producten;
c)   organische recycling;
d)   energieterugwinning;
e)   verwijdering.
2.   De lidstaten bieden stimulansen voor de preventie van levensmiddelenafval, zoals de opstelling van vrijwillige overeenkomsten, het faciliteren van het doneren van voedsel of, waar relevant, financiële en fiscale maatregelen.";
Amendement 108
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter a
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 5 – lid 1 – inleidende formule
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat een stof die of een voorwerp dat het resultaat is van een productieproces dat niet in de eerste plaats bedoeld is voor de productie van die stof of dat voorwerp, wordt beschouwd als een bijproduct en niet als een afvalstof indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:";
1.  Een stof die of een voorwerp dat het resultaat is van een productieproces dat niet in de eerste plaats bedoeld is voor de productie van die stof of dat voorwerp, wordt beschouwd als een bijproduct en niet als een afvalstof indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Amendement 109
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 5 – lid 2
2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van gedetailleerde criteria betreffende de toepassing van de in lid 1 vastgelegde voorwaarden op specifieke stoffen of voorwerpen.
2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling op deze richtlijn door gedetailleerde criteria vast te stellen betreffende de toepassing van de in lid 1 vastgelegde voorwaarden op specifieke stoffen of voorwerpen. De Commissie geeft bij de opstelling van de gedetailleerde criteria de voorkeur aan bestaande en repliceerbare praktijken van industriële symbiose.
Amendement 110
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter b bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)
b bis)   Het volgende lid wordt ingevoegd:
"2 bis. Indien geen criteria op het niveau van de Unie zijn vastgesteld overeenkomstig de in lid 2 vastgestelde procedure, kunnen de lidstaten van geval tot geval gedetailleerde criteria vaststellen voor de toepassing van de in lid 1 vastgelegde voorwaarden op specifieke stoffen of voorwerpen, met inbegrip van grenswaarden voor verontreinigende stoffen, indien nodig.";
Amendement 111
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter c
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 5 – lid 3
3.  De lidstaten stellen de Commissie overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (*) in kennis van uit hoofde van lid 1 vastgestelde technische voorschriften, voor zover die richtlijn zulks voorschrijft.
3.  De lidstaten stellen de Commissie overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad* in kennis van de uit hoofde van lid 2 bis vastgestelde technische voorschriften.
_______________
______________
(*) PB L 241 van 17.9.2015, blz. 1.";
* Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB L 241 van 17.9.2015, blz. 1).
Amendement 112
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a – punt i
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 6 – lid 1 – inleidende formule
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat afval dat een behandeling voor nuttige toepassing heeft ondergaan niet langer als afval wordt beschouwd indien het aan de volgende voorwaarden voldoet:
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat afval dat een behandeling voor recycling of andere nuttige toepassing heeft ondergaan niet langer als afval wordt beschouwd indien het aan de volgende voorwaarden voldoet:
Amendement 113
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 6 – lid 2
2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van gedetailleerde criteria betreffende de toepassing van de in lid 1 vastgestelde voorwaarden op bepaalde afvalstoffen. Die gedetailleerde criteria omvatten, indien nodig, grenswaarden voor verontreinigende stoffen, en houden rekening met eventuele nadelige milieugevolgen van de stof of het voorwerp.
2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen op basis van het toezicht op de situatie in de lidstaten ter aanvulling op deze richtlijn door gedetailleerde criteria vast te stellen betreffende de toepassing van de in lid 1 vastgelegde voorwaarden op specifieke afvalstoffen. Die gedetailleerde criteria omvatten, indien nodig, grenswaarden voor verontreinigende stoffen, en houden rekening met eventuele nadelige gevolgen van de stof of het voorwerp voor de volksgezondheid en het milieu.
Amendement 114
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 6 – lid 3
3.  Afval dat overeenkomstig lid 1 niet langer als afvalstof wordt beschouwd, mag worden beschouwd als voorbereid voor hergebruik, gerecycleerd of nuttig toegepast bij de berekening van de mate van verwezenlijking van de doelstellingen die zijn vastgelegd in respectievelijk deze richtlijn en de Richtlijnen 94/62/EG, 2000/53/EG, 2006/66/EG en 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad (*), indien het overeenkomstig die richtlijnen voorbereiding voor hergebruik, recycling of behandeling voor nuttige toepassing heeft ondergaan.
3.  Afval dat overeenkomstig lid 1 niet langer afvalstof is, mag in aanmerking worden genomen bij de berekening van de mate van verwezenlijking van de doelstellingen van voorbereiding voor hergebruik, recycling of behandeling voor nuttige toepassing die zijn vastgelegd in deze richtlijn en de Richtlijnen 94/62/EG, 2000/53/EG, 2006/66/EG en 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad (*), indien het overeenkomstig die richtlijnen een operatie heeft ondergaan voor respectievelijk voorbereiding voor hergebruik, recycling of behandeling voor nuttige toepassing. Het gewicht van afval dat niet langer als afvalstof wordt beschouwd, mag worden opgegeven als gerecycleerd wanneer de materialen of stoffen die niet langer afval zijn, opnieuw bewerkt werden, uitgezonderd energieterugwinning en opwerking tot materialen die zullen worden gebruikt als brandstoffen of voor opvulling.
Amendement 115
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.   Indien geen criteria op het niveau van de Unie zijn vastgesteld overeenkomstig de in lid 2 vastgestelde procedure, kunnen de lidstaten gedetailleerde criteria vaststellen voor de toepassing van de in lid 1 vastgelegde voorwaarden op specifiek afval, met inbegrip van grenswaarden voor verontreinigende stoffen.
Amendement 116
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 6 – lid 3 ter (nieuw)
3 ter.   Indien dergelijke criteria evenmin op nationaal niveau zijn vastgesteld, zien de lidstaten erop toe dat afval dat een behandeling voor nuttige toepassing heeft ondergaan niet langer als afval wordt beschouwd, indien het voldoet aan de voorwaarden in lid 1 die per geval worden geverifieerd door de nationale bevoegde autoriteit.
Amendement 117
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 6 – lid 3 quater (nieuw)
3 quater.   Met het oog op samenhang in de interne markt moet de Commissie de bevoegdheid hebben om overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen aan te nemen ter aanvulling op deze richtlijn door algemene vereisten vast te stellen die de lidstaten moeten volgen wanneer zij uit hoofde van leden 3 bis en 3 ter technische voorschriften vaststellen.
Amendement 118
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 6 – lid 4
4.  De lidstaten stellen de Commissie overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad in kennis van de uit hoofde van lid 1 vastgestelde technische voorschriften, voor zover die richtlijn zulks voorschrijft.
4.  De lidstaten stellen de Commissie overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535 in kennis van de uit hoofde van leden 3 bis en 3 ter vastgestelde technische voorschriften.
Amendement 119
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter a bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 7 – lid 4
a bis)   lid 4 wordt vervangen door:
4.  De herindeling van gevaarlijke afvalstoffen als niet-gevaarlijke afvalstoffen mag niet plaatsvinden na verdunning of vermenging met het oogmerk om de oorspronkelijke concentraties van gevaarlijke stoffen onder de drempelwaarde voor kenmerking als gevaarlijk te brengen.
"4. De herindeling van gevaarlijke afvalstoffen als niet-gevaarlijke afvalstoffen of een wijziging van de gevaarlijke eigenschappen mogen niet plaatsvinden na verdunning of vermenging met het oogmerk om de oorspronkelijke concentraties van gevaarlijke stoffen onder de drempelwaarde voor kenmerking als gevaarlijk te brengen of voor het vaststellen van een gevaarlijke eigenschap.";
Amendement 120
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter -a (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 – lid 1 – alinea 1
-a)   in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:
1.  Ter stimulering van hergebruik en de preventie, recycling en andere nuttige toepassing van afvalstoffen kunnen de lidstaten wetgevende of andere maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat iedere natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig producten ontwikkelt, vervaardigt, behandelt, verwerkt, verkoopt of invoert (producent van het product) een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid draagt.
"1. Ter stimulering van hergebruik en de preventie, recycling en andere nuttige toepassing van afvalstoffen nemen de lidstaten wetgevende of andere maatregelen om ervoor te zorgen dat iedere natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig producten ontwikkelt, vervaardigt, behandelt, verwerkt, verkoopt of invoert (producent van het product) een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid draagt.";
Amendement 121
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter a
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 – lid 1 – alinea 3
Die maatregelen kunnen ook bestaan in het opzetten van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid waarin de specifieke operationele en financiële verplichtingen voor producenten van producten zijn gedefinieerd.
Die maatregelen kunnen ook bestaan in het opzetten van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, die betrekking hebben op de individuele of collectieve naleving van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Deze regelingen bestaan uit een aantal regels waarin de specifieke operationele en/of financiële verplichtingen voor producenten van producten zijn gedefinieerd en waarin de verantwoordelijkheid van de producent wordt verlengd tot de fase na consumptie in de levenscyclus van een product. De lidstaten zetten dergelijke regelingen op voor in ieder geval verpakking als gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Richtlijn 94/62/EG, elektrische en elektronische apparatuur als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, onder a), van Richtlijn 2012/19/EU, batterijen en accu's als gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2006/66/EG en autowrakken als gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Richtlijn 2000/53/EG.
Amendement 122
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter a bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1
a bis)   in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:
2.  De lidstaten kunnen passende maatregelen nemen die stimuleren om producten zodanig te ontwerpen dat de milieueffecten en de afvalproductie zowel bij de vervaardiging als bij het latere gebruik van de producten worden verminderd, en om ervoor te zorgen dat de nuttige toepassing en verwijdering van producten die afval zijn geworden, geschieden overeenkomstig de artikelen 4 en 13.
"2. De lidstaten nemen passende maatregelen die producenten ertoe aanmoedigen het ontwerp van producten en bestanddelen van producten te verbeteren om de hulpbronnenefficiëntie te verhogen, de milieueffecten en de afvalproductie zowel bij de vervaardiging als bij het latere gebruik van de producten te verminderen, en om ervoor te zorgen dat de nuttige toepassing en verwijdering van producten die afval zijn geworden, geschieden overeenkomstig de artikelen 4 en 13.";
Amendement 123
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 – lid 2 – alinea 2
Dergelijke maatregelen kunnen onder meer aanmoedigen tot het ontwikkelen, vervaardigen en in de handel brengen van producten die geschikt zijn voor meervoudig gebruik, technisch duurzaam zijn en, zodra afval geworden, geschikt zijn voor voorbereiding voor hergebruik en voor recycling om een juiste toepassing van de afvalhiërarchie te faciliteren. Bij de maatregelen moet rekening worden gehouden met de effecten van producten gedurende hun volledige levenscyclus.
Dergelijke maatregelen dienen ter aanmoediging van het ontwikkelen, vervaardigen en in de handel brengen van producten en materialen die geschikt zijn voor meervoudig gebruik, technisch duurzaam en eenvoudig te repareren zijn en, zodra ze afval geworden zijn en voorbereid zijn voor hergebruik of gerecycleerd, in de handel gebracht te worden om een juiste toepassing van de afvalhiërarchie te faciliteren. Bij de maatregelen wordt rekening gehouden met de effecten van producten gedurende hun volledige levenscyclus, met inbegrip van het potentieel voor meervoudige recycling, indien gepast, en de afvalhiërarchie.
Amendement 124
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)
b bis)   Het volgende lid wordt ingevoegd:
"2 bis. De lidstaten brengen uiterlijk [datum zesendertig maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn invullen] en elke drie jaar daarna de Commissie op de hoogte van de krachtens leden 1 en 2 genomen maatregelen. De Commissie maakt de ontvangen mededelingen bekend.";
Amendement 125
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b ter (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 – lid 4
b ter)   lid 4 wordt vervangen door:
4.  De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt toegepast onverminderd de verantwoordelijkheid voor afvalbeheer als bedoeld in artikel 15, lid 1, en onverminderd de bestaande specifieke wetgeving inzake afvalstromen en producten.
“4. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt toegepast onverminderd de verantwoordelijkheid voor afvalbeheer als bedoeld in artikel 15, lid 1. De bepalingen van de artikelen 8 en 8 bis laten de in andere rechtshandelingen van de Unie opgenomen bepalingen betreffende uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onverlet.";
Amendement 126
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter c
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 – lid 5
5.  De Commissie organiseert een informatie-uitwisseling tussen de lidstaten en de actoren die betrokken zijn bij de regelingen voor producentenverantwoordelijkheid over de praktische uitvoering van de vereisten van artikel 8 bis en over de beste praktijken om te zorgen voor adequaat bestuur en grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Dit omvat onder andere de uitwisseling van informatie over organisatorische aspecten en de monitoring van organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, de selectie van afvalbeheerders en de preventie van zwerfafval. De Commissie publiceert de resultaten van de informatie-uitwisseling.
5.  Uiterlijk [datum invullen: zes maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] richt de Commissie een platform op voor informatie-uitwisseling tussen de lidstaten, het maatschappelijk middenveld, regionale en lokale autoriteiten en de actoren die betrokken zijn bij de regelingen voor producentenverantwoordelijkheid over de praktische uitvoering van de vereisten van artikel 8 bis en over de beste praktijken om te zorgen voor adequaat bestuur en grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en een soepele werking van de interne markt. Dit omvat onder andere de uitwisseling van informatie over organisatorische aspecten en de monitoring van organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, de ontwikkeling van geharmoniseerde criteria voor de financiële bijdragen zoals opgenomen in artikel 8 bis, lid 4, punt b), de selectie van afvalbeheerders en de preventie van afvalproductie en zwerfafval. De Commissie publiceert de resultaten van de informatie-uitwisseling en kan richtsnoeren aanreiken met betrekking tot relevante aspecten.
Uiterlijk [datum invullen: twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] neemt de Commissie, op basis van een studie en rekening houdend met de input van het platform, richtsnoeren aan voor de bepaling van de financiële bijdragen zoals opgenomen in artikel 8 bis, lid 4, punt b). Met het oog op samenhang in de interne markt kan de Commissie overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen aannemen ter aanvulling op deze richtlijn door geharmoniseerde criteria vast te stellen die de lidstaten moeten volgen wanneer zij uit hoofde van artikel 8 bis, lid 4, punt b), financiële bijdragen vaststellen.
Amendement 127
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – titel
Algemene vereisten voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
Algemene minimumvereisten voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
Amendement 128
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 1 – alinea 1
—  duidelijk de taken en verantwoordelijkheden omschrijven van de producenten van producten die goederen in de Unie in de handel brengen, de organisaties die namens hen uitgebreide producentenverantwoordelijkheid toepassen, de private of publieke afvalverwerkers, de plaatselijke instanties en, waar van toepassing, de erkende exploitanten van installaties voor voorbereiding voor hergebruik;
—  duidelijk de taken en verantwoordelijkheden omschrijven van alle betrokken actoren, onder wie de producenten van producten die goederen in de Unie in de handel brengen, de organisaties die namens hen in het kader van collectieve regelingen uitgebreide producentenverantwoordelijkheid toepassen, de private of publieke afvalverwerkers, de distributeurs, de regionale en plaatselijke instanties en, waar van toepassing, de hergebruik- en reparatienetwerken, de ondernemingen van de sociale economie en de erkende exploitanten van installaties voor voorbereiding voor hergebruik;
Amendement 129
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 1 – streepje 2
—  meetbare doelstellingen voor afvalbeheer vaststellen in overeenstemming met de afvalhiërarchie, met als doel ten minste de kwantitatieve doelstellingen te bereiken die relevant zijn voor de regeling zoals vastgelegd in deze richtlijn en de Richtlijnen 94/62/EG, 2000/53/EG, 2006/66/EG en 2012/19/EU;
—  meetbare doelstellingen voor afvalvermindering en afvalbeheer vaststellen in overeenstemming met de afvalhiërarchie, met als doel ten minste de kwantitatieve doelstellingen te bereiken die relevant zijn voor de regeling zoals vastgelegd in deze richtlijn en de Richtlijnen 94/62/EG, 2000/53/EG, 2006/66/EG en 2012/19/EU;
Amendement 130
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 1 – streepje 3
—   een verslagleggingssysteem opzetten om gegevens te verzamelen over de producten die de producenten in de Unie in de handel brengen en waarop uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing is. Zodra deze producten afval worden, zorgt het verslagleggingssysteem ervoor dat gegevens worden verzameld over de inzameling en verwerking van dat afval, waar van toepassing met vermelding van de materiaalstromen;
—  een verslagleggingssysteem opzetten om betrouwbare en accurate gegevens te verzamelen over de producten die de producenten in de Unie in de handel brengen en waarop uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing is. Zodra deze producten afval worden, zorgt het verslagleggingssysteem ervoor dat betrouwbare en accurate gegevens worden verzameld over de inzameling en verwerking van dat afval, waar van toepassing met vermelding van de materiaalstromen;
Amendement 131
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 1 – streepje 4
–  zorgen voor gelijke behandeling en non-discriminatie tussen producenten van producten en ten opzichte van kleine en middelgrote ondernemingen.
–  zorgen voor gelijke behandeling en non-discriminatie tussen producenten van producten en tussen verleners van inzamelings-, vervoers- en verwerkingsdiensten en ten opzichte van kleine en middelgrote ondernemingen.
Amendement 132
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 2
2.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de afvalstoffenhouders op wie de overeenkomstig artikel 8, lid 1, vastgestelde regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid betrekking hebben, worden geïnformeerd over de beschikbare afvalinzamelingssystemen en de preventie van zwerfafval. De lidstaten nemen tevens maatregelen om prikkels voor de afvalhouders te creëren om deel te nemen aan de bestaande systemen voor gescheiden inzameling, met name economische prikkels of regelgeving, waar passend.
2.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de afvalstoffenhouders op wie de overeenkomstig artikel 8, lid 1, vastgestelde regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid betrekking hebben, worden geïnformeerd over de beschikbare terugnamesystemen, hergebruiks- en reparatienetwerken, erkende exploitanten van installaties voor voorbereiding voor hergebruik, afvalinzamelingssystemen en de preventie van zwerfafval. De lidstaten nemen tevens maatregelen om prikkels voor de afvalhouders te creëren zodat zij hun verantwoordelijkheid nemen om hun afval af te leveren bij de bestaande systemen voor gescheiden inzameling, met name economische prikkels of regelgeving, waar passend.
Amendement 133
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 3 – letter a
a)  een duidelijk omschreven geografisch gebied, product en materiaal bestrijkt;
a)  een duidelijk omschreven geografisch gebied, product en materiaal bestrijkt, op basis van het afzetgebied en zonder dit gebied te beperken tot de gebieden waar de inzameling en het beheer van afval winstgevend is;
Amendement 134
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 3 – letter b
b)  over de nodige operationele en financiële middelen beschikt om aan haar verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te voldoen;
b)  over de nodige operationele en/of financiële middelen beschikt om aan haar verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te voldoen;
Amendement 135
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 3 – letter d – streepje 2
—  de financiële bijdragen van de producenten;
—   in het kader van de collectieve regelingen, de door de producenten betaalde financiële bijdragen per verkochte eenheid of per ton in de handel gebracht product;
Amendement 136
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 3 – letter d – streepje 3
—  de selectieprocedure voor afvalbeheerders.
—  in het kader van de collectieve regelingen, de selectieprocedure voor afvalbeheerders;
Amendement 137
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 3 – letter d – streepje 3 bis (nieuw)
—   de verwezenlijking van de onder het tweede streepje van lid 1 bedoelde doelstellingen voor afvalvermindering en afvalbeheer.
Amendement 139
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 4 – letter a – inleidende formule en streepje 1
a)  alle kosten van afvalbeheer dekken voor de producten die hij in de Unie in de handel brengt, met inbegrip van:
a)  alle volgende kosten van afvalbeheer dekken voor de producten die hij in de Unie in de handel brengt:
–  de kosten van de gescheiden inzameling, sortering en verwerking die nodig zijn om te voldoen aan de doelstellingen voor afvalbeheer als bedoeld in lid 1, tweede streepje, rekening houdend met de inkomsten uit het hergebruik of de verkoop van secundaire grondstoffen van hun producten;
–  de kosten van de gescheiden inzameling, sortering, het vervoer en verwerking die nodig zijn om een behoorlijk beheer van afval te garanderen, rekening houdend met de inkomsten uit het hergebruik of de verkoop van secundaire grondstoffen van hun producten;
Amendement 140
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 4 – letter b
b)  worden gedifferentieerd op basis van de werkelijke kosten aan het einde van de levensduur van afzonderlijke afgedankte producten of groepen van soortgelijke producten, met name door rekening te houden met herbruikbaarheid en recycleerbaarheid;
b)  in het kader van collectieve regelingen, worden gedifferentieerd op basis van de werkelijke kosten aan het einde van de levensduur van afzonderlijke afgedankte producten of groepen van soortgelijke producten, met name door rekening te houden met duurzaamheid, repareerbaarheid, herbruikbaarheid en recycleerbaarheid en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen waarbij wordt uitgegaan van de gehele levenscyclus, in afstemming met de in het relevante Unierecht opgenomen vereisten, en, wanneer beschikbaar, op basis van geharmoniseerde criteria om ervoor te zorgen dat de interne markt goed functioneert;
Amendement 141
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 4 – letter c
c)  zijn gebaseerd op de geoptimaliseerde kosten van de geleverde diensten in gevallen waarin publieke afvalbeheerders verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van operationele taken uit hoofde van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
c)  zijn gebaseerd op de geoptimaliseerde kosten van de geleverde diensten in gevallen waarin publieke afvalbeheerders verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van operationele taken uit hoofde van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De geoptimaliseerde kosten van de dienst zijn transparant en geven de kosten weer die publieke afvalbeheerders moeten maken bij de uitvoering van operationele taken uit hoofde van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
Amendement 142
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 5 – alinea 1
De lidstaten stellen een passend kader vast voor de monitoring en handhaving om te waarborgen dat de producenten van producten aan hun verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voldoen, dat de financiële middelen correct worden gebruikt en dat alle actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van de regeling betrouwbare gegevens rapporteren.
De lidstaten stellen een passend kader vast voor de monitoring en handhaving om te waarborgen dat de producenten van producten aan hun verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voldoen, ook in geval van verkoop op afstand, dat de financiële middelen correct worden gebruikt en dat alle actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van de regeling betrouwbare gegevens rapporteren.
Amendement 143
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 5 – alinea 2
Indien in een lidstaat meerdere organisaties de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid namens de producenten uitvoeren, stelt de lidstaat een onafhankelijke instantie in die toezicht houdt op de uitvoering van de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
De lidstaten richten een onafhankelijke autoriteit op of wijzen één aan die toezicht houdt op de uitvoering van de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, en in het bijzonder verifieert of de organisaties voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voldoen aan de vereisten als vastgelegd in deze richtlijn.
Amendement 144
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 8 bis – lid 6
6.  De lidstaten creëren een platform voor een regelmatige dialoog tussen de belanghebbenden die betrokken zijn bij de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, waaronder private of publieke afvalverwerkers, lokale instanties en, waar van toepassing, erkende exploitanten van installaties voor voorbereiding voor hergebruik."
6.  De lidstaten creëren een platform of wijzen één aan voor een regelmatige dialoog tussen alle belanghebbenden die betrokken zijn bij de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, waaronder producenten en distributeurs, private of publieke afvalverwerkers, actoren van de sociale economie, lokale instanties, het maatschappelijk middenveld en, waar van toepassing, hergebruiks- en reparatienetwerken en erkende exploitanten van installaties voor voorbereiding voor hergebruik.
Amendement 145
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 – lid -1 (nieuw)
-1.   Teneinde bij te dragen tot de preventie van afval beogen de lidstaten ten minste de volgende doelstellingen te halen:
a)   een aanzienlijke vermindering van de afvalproductie;
b)   ontkoppeling van de afvalproductie van de economische groei;
c)   een progressieve vervanging van zeer zorgwekkende stoffen, zoals gedefinieerd in artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006, als er geschikte alternatieve stoffen of technologieën zijn die economisch en technisch levensvatbaar zijn;
d)   een vermindering van levensmiddelenafval in de Unie met 30 % tegen 2025 en met 50 % tegen 2030, in vergelijking met het niveau van 2014;
e)   een vermindering van zwerfvuil op zee in de Unie met 30 % tegen 2025 en met 50 % tegen 2030, in vergelijking met het niveau van 2014.
Amendement 146
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 – lid 1
1.  De lidstaten nemen maatregelen om afvalproductie te voorkomen. Deze maatregelen:
1.  Om de doelstellingen in lid -1 te bereiken nemen de lidstaten ten minste de volgende maatregelen:
–  moedigen het gebruik van producten aan die hulpbronnenefficiënt, duurzaam, herstelbaar en recycleerbaar zijn;
–  bevorderen en ondersteunen duurzame productie- en consumptiemodellen en het gebruik van producten die hulpbronnenefficiënt, duurzaam, herbruikbaar, herstelbaar en recycleerbaar zijn en gemakkelijk gedeeld kunnen worden;
—  ontmoedigen het in de handel brengen van producten met geplande veroudering;
—  brengen de producten in kaart die de voornaamste bronnen zijn van grondstoffen die belangrijk zijn voor de economie van de Unie en waarvan de levering gepaard gaat met een hoog risico en richten zich op deze producten, teneinde te voorkomen dat die materialen afval worden;
—  brengen de producten in kaart die de voornaamste bronnen zijn van grondstoffen die belangrijk zijn voor de economie van de Unie en waarvan de levering gepaard gaat met een hoog risico en richten zich op deze producten, teneinde te voorkomen dat die materialen afval worden;
–  moedigen de invoering van systemen aan die activiteiten op het gebied van voorbereiding voor hergebruik stimuleren, met name voor elektrische en elektronische apparatuur, textiel en meubelen;
–   moedigen de verlenging van de levensduur van producten aan en steunen de invoering van systemen die activiteiten op het gebied van reparatie, hergebruik, herfabricage en herstel van producten, als bedoeld in artikel 9 bis, stimuleren;
–  verminderen de afvalproductie in processen in verband met de industriële productie, de winning van mineralen en bouw- en sloopwerkzaamheden, rekening houdend met de beste beschikbare technieken;
–  verminderen de afvalproductie in processen in verband met de industriële productie, verwerking, winning van mineralen, bouw- en sloopwerkzaamheden, met inbegrip van door middel van afvalverwerkingsbeoordelingen voorafgaand aan sloop ("pre-demolition audits"), en in processen in verband met handel en diensten, rekening houdend met de beste beschikbare technieken en praktijken;
–  verminderen de productie van levensmiddelenafval in de primaire productie, de verwerkende industrie, de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants, in de catering en in huishoudens.
–  verminderen de totale productie van levensmiddelenafval;
—   verminderen voedselverlies in de gehele toeleveringsketen, met inbegrip van de primaire productie, vervoer en opslag;
–   zwerfafval voorkomen door vast te stellen welke producten de belangrijkste bronnen van zwerfafval in het milieu, met inbegrip van het mariene milieu, vormen en verminderen de hoeveelheid zwerfafval afkomstig uit deze bronnen;
—   zorgen voor communicatie over zeer zorgwekkende stoffen van de toeleveringsketen tot consumenten en afvalbehandelingsoperatoren;
–   ontwikkelen en steunen voorlichtingscampagnes om de bewustwording inzake afvalpreventie en zwerfafval te bevorderen.
Amendement 147
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 – lid 2
2.  De lidstaten bewaken en evalueren de uitvoering van de afvalpreventiemaatregelen. Daartoe maken zij gebruik van passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren en doelstellingen, met name voor de hoeveelheid stedelijk afval per hoofd van de bevolking die wordt verwijderd of energieterugwinning ondergaat.
2.  De lidstaten bewaken en evalueren de uitvoering van de afvalpreventiemaatregelen. Daartoe maken zij gebruik van passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren en doelstellingen, met name voor de hoeveelheid geproduceerd stedelijk afval per hoofd van de bevolking en de hoeveelheid stedelijk afval die wordt verwijderd of energieterugwinning ondergaat.
Amendement 148
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast ter aanvulling op deze richtlijn door indicatoren vast te stellen om de voortgang met de vermindering van de afvalproductie en met de uitvoering van de in lid 1 van dit artikel bedoelde afvalpreventiemaatregelen te meten. Die gedelegeerde handelingen worden binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn vastgesteld.
Amendement 149
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 – lid 3
3.  De lidstaten bewaken en evalueren de uitvoering van hun maatregelen ter preventie van levensmiddelenafval door het levensmiddelenafval te meten aan de hand van methoden die zijn vastgesteld in overeenstemming met lid 4.
3.  De lidstaten bewaken en evalueren de uitvoering van hun maatregelen ter preventie van levensmiddelenafval door de niveaus van levensmiddelenafval te meten aan de hand van een gemeenschappelijke methode. Uiterlijk 31 december 2017 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 38 bis een gedelegeerde handeling vast ter aanvulling op deze richtlijn om de methode vast te stellen, met inbegrip van minimale kwaliteitseisen, voor een uniforme meting van de niveaus van levensmiddelenafval. Deze methode houdt rekening met de preventiemaatregelen die zijn genomen via schenkingen of andere methoden om ervoor te zorgen dat levensmiddelen geen afval worden.
Amendement 236
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.   Uiterlijk 31 december 2020 onderzoekt de Commissie de mogelijkheid van het vaststellen van bindende doelstellingen voor de vermindering van levensmiddelenafval voor de hele Unie, te behalen in 2025 en 2030, op basis van metingen berekend aan de hand van de overeenkomstig lid 3 vastgestelde gemeenschappelijke methode. Hiertoe stelt de Commissie een verslag op, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel, dat aan het Europees Parlement en de Raad wordt toegezonden.
Amendement 150
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 – lid 3 ter (nieuw)
3 ter.   De lidstaten bewaken en evalueren de uitvoering van hun maatregelen ter preventie van zwerfvuil op zee afkomstig van het land door de niveaus van dit zwerfvuil te meten aan de hand van een gemeenschappelijke methode. Uiterlijk 31 december 2017 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 38 bis een gedelegeerde handeling vast teneinde de methode vast te stellen, met inbegrip van minimum kwaliteitseisen, voor een uniforme meting van de niveaus van zwerfvuil op zee afkomstig van het land.
Amendement 151
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 – lid 3 quater (nieuw)
3 quater.   Uiterlijk 31 december 2018 onderzoekt de Commissie de mogelijkheid van het vaststellen van afvalpreventiedoelstellingen voor de hele Unie, te behalen in 2025 en 2030, op basis van een gemeenschappelijke indicator, berekend aan de hand van de totale hoeveelheid per hoofd van de bevolking geproduceerd stedelijk afval. Hiertoe stelt de Commissie een verslag op, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel, dat aan het Europees Parlement en de Raad wordt toegezonden.
Amendement 152
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 – lid 4
4.   De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen teneinde indicatoren vast te stellen om de algehele voortgang met de uitvoering van de afvalpreventiemaatregelen te meten. Met het oog op een uniforme meting van de niveaus van levensmiddelenafval stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast ter vaststelling van een gemeenschappelijke methodologie, met inbegrip van minimale kwaliteitseisen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 39, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.
Schrappen
Amendement 153
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 – lid 5
5.   Elk jaar publiceert het Europees Milieuagentschap een verslag over de ontwikkelingen op het gebied van de preventie van afvalproductie voor elke lidstaat en voor de gehele Unie, waarin onder andere wordt ingegaan op de ontkoppeling van de afvalproductie van de economische groei en op de overgang naar een circulaire economie.
Schrappen
Amendement 154
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 bis (nieuw)
9 bis)   Het volgende artikel wordt ingevoegd:
"Artikel 9 bis
Hergebruik
1.   De lidstaten steunen de invoering van systemen ter bevordering van activiteiten op het vlak van hergebruik en verlenging van de levensduur van producten, op voorwaarde dat de kwaliteit en veiligheid van producten niet op het spel worden gezet.
2.   De lidstaten nemen maatregelen ter bevordering van het hergebruik van producten, in het bijzonder producten die aanzienlijke hoeveelheden kritieke grondstoffen bevatten. Bij deze maatregelen kan het gaan om het stimuleren van het opzetten en ondersteunen van erkende hergebruiksnetwerken, statiegeldregelingen en statiegeld- en hervulsystemen en het stimuleren van herfabricage, revisie en herbestemming van producten.
De lidstaten maken gebruik van economische instrumenten en maatregelen en mogen kwantitatieve doelstellingen vastleggen.
3.   De lidstaten nemen de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat exploitanten van installaties voor voorbereiding voor hergebruik toegang hebben tot gebruikershandleidingen, reserve-onderdelen, technische informatie, of elk ander instrument of elke andere apparatuur of software noodzakelijk voor het hergebruik van producten, zonder afbreuk te doen aan intellectuele-eigendomsrechten.";
Amendement 155
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 ter (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 9 ter (nieuw)
9 ter)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:
"Artikel 9 ter
Deelplatforms
1.  De Commissie bevordert het bedrijfsmodel van deelplatforms actief. De Commissie zorgt voor een nauwe samenhang tussen deze platforms en de nieuwe richtsnoeren voor de deeleconomie en verkent alle mogelijke maatregelen voor het bieden van stimulansen voor dergelijke platforms, met inbegrip van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, overheidsopdrachten en ecologisch ontwerp.
2.  De lidstaten ondersteunen de invoering van systemen ter bevordering van deelplatforms in alle sectoren.";
Amendement 156
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 quater (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 10 – lid 2
9 quater)   Artikel 10, lid 2, wordt vervangen door:
2.  Met het oog op de naleving van het bepaalde in lid 1 en om nuttige toepassing te faciliteren of te verbeteren, worden afvalstoffen gescheiden ingezameld indien zulks uitvoerbaar is op technisch, milieu- en economisch gebied, en niet gemengd met afvalstoffen of materialen die niet dezelfde eigenschappen hebben.
"2. Met het oog op de naleving van het bepaalde in lid 1 en om nuttige toepassing te faciliteren of te verbeteren, worden afvalstoffen gescheiden ingezameld en niet gemengd met afvalstoffen of materialen die niet dezelfde eigenschappen hebben.
Bij wijze van uitzondering op de eerste alinea, mogen de lidstaten dunbevolkte gebieden uitsluiten waarvan werd aangetoond dat gescheiden inzameling er over het geheel genomen niet tot het beste milieuresultaat zou leiden, met inachtneming van het levenscyclusdenken.
De lidstaten stellen de Commissie in kennis van hun voornemen om gebruik te maken van deze uitzondering. De Commissie onderzoekt de kennisgeving en beoordeelt of de uitzondering gerechtvaardigd is, rekening houdend met de doelstellingen van deze richtlijn. Als de Commissie binnen 9 maanden geen bezwaar heeft gemaakt tegen de kennisgeving, wordt de uitzondering geacht te zijn aanvaard. Als de Commissie bezwaar aantekent, zal zij een besluit vaststellen en de lidstaat hiervan op de hoogte brengen.";
Amendement 157
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 quinquies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 10 – lid 2 bis (nieuw)
9 quinquies)   Aan artikel 10 wordt het volgende lid toegevoegd:
"2 bis. De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat afval dat gescheiden is ingezameld overeenkomstig artikel 11, lid 1, of artikel 22, niet wordt aanvaard door een afvalverbrandingsinstallatie met uitzondering van restafval afkomstig van de sortering van dat afval.";
Amendement 158
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 sexies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 10 – lid 2 ter (nieuw)
9 sexies)   Aan artikel 10 wordt het volgende lid toegevoegd:
"2 ter. De lidstaten nemen waar passend de nodige maatregelen om gevaarlijk afval te saneren alvorens nuttige toepassing plaatsvindt.";
Amendement 159
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter -a (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – titel
-a)   de titel wordt vervangen door:
Hergebruik en recycling
"Voorbereiding voor hergebruik en recycling"
Amendement 160
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter a
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 1 – alinea 1
1.  De lidstaten nemen passende maatregelen ter bevordering van activiteiten op het gebied van voorbereiding voor hergebruik, met name door het aanmoedigen van het opzetten en ondersteunen van hergebruiks- en reparatienetwerken, het vergemakkelijken van de toegang van deze netwerken tot afvalinzamelpunten, en het stimuleren van de toepassing van economische instrumenten, aanbestedingscriteria, kwantitatieve doelstellingen of andere maatregelen.
1.  De lidstaten nemen maatregelen ter bevordering van activiteiten op het gebied van voorbereiding voor hergebruik, onder meer door het faciliteren van het oprichten en erkennen van exploitatiebedrijven en -netwerken voor voorbereiding voor hergebruik, in het bijzonder diegene die als sociale ondernemingen actief zijn, het vergemakkelijken van de toegang van deze erkende exploitatiebedrijven en -netwerken tot afvalinzamelpunten alsook het stimuleren van de toepassing van economische instrumenten, aanbestedingscriteria, kwantitatieve doelstellingen of andere maatregelen.
Amendement 161
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter a
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 1 – alinea 2
De lidstaten nemen maatregelen om recycling van hoge kwaliteit te bevorderen en voeren hiertoe gescheiden afvalinzameling in waar dat technisch, milieuhygiënisch en economisch haalbaar is en geschikt om aan de noodzakelijke kwaliteitsnormen voor de desbetreffende recyclingsectoren te voldoen en de in lid 2 beschreven doelstellingen te behalen.";
De lidstaten nemen maatregelen om recycling van hoge kwaliteit te bevorderen en voeren hiertoe gescheiden afvalinzameling in, zoals vermeld in artikel 10, lid 2, om aan de noodzakelijke kwaliteitsnormen voor de desbetreffende recyclingsectoren te voldoen.
Amendement 162
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter a bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)
a bis)   in lid 1 wordt de volgende alinea ingevoegd:
"De lidstaten maken gebruik van regelgevings- en economische instrumenten om prikkels te bieden voor de toepassing van secundaire grondstoffen.";
Amendement 164
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter a ter (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 1 – alinea 3
a ter)   in lid 1 wordt de derde alinea vervangen door:
"Overeenkomstig het bepaalde in artikel 10, lid 2, wordt tegen 2015 een gescheiden inzameling ingevoerd voor ten minste het volgende: papier, metaal, kunststof en glas."
"Overeenkomstig het bepaalde in artikel 10, lid 2, wordt tegen 2015 een gescheiden inzameling ingevoerd voor ten minste het volgende: papier, metaal, kunststof en glas. Daarnaast voeren de lidstaten verplichte gescheiden inzameling van textiel in tegen 2020.";
Amendement 165
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 1 – alinea 4
De lidstaten nemen maatregelen ter bevordering van sorteersystemen voor bouw- en sloopafval en voor ten minste het volgende: hout, granulaten, metaal, glas, en pleister.
De lidstaten nemen maatregelen om te zorgen voor de sortering van bouw- en sloopafval voor ten minste het volgende: hout, minerale bestanddelen (beton, bakstenen, tegels en keramische producten), metaal, plastic, gips, glas, en pleister. De lidstaten mogen gebruik maken van maatregelen die zijn opgenomen in bijlage IV bis.
De lidstaten moedigen het uitvoeren van controles voorafgaand aan de sloop aan om de aanwezigheid van verontreinigde stoffen of andere ongewenste materialen in bouw- en sloopafval tot een minimum te beperken en zo bij te dragen tot recycling van hoge kwaliteit.
Amendement 166
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 1 – alinea 4 bis (nieuw)
b bis)   In lid 1 wordt de volgende alinea ingevoegd:
"De lidstaten nemen maatregelen ter bevordering van sorteersystemen voor commercieel en industrieel afval voor ten minste het volgende: metaal, plastic, papier en karton, bioafval, glas en hout.";
Amendement 167
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b ter (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 2 – inleidende formule
b ter)   het inleidende zinsdeel van lid 2 wordt vervangen door:
Om de in deze richtlijn gestelde doelstellingen te bereiken en zich te ontwikkelen in de richting van een Europese recyclingmaatschappij met een hoge grondstoffenefficiëntie, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de volgende doelstellingen worden gehaald:
Om de in deze richtlijn gestelde doelstellingen te bereiken en zich te ontwikkelen in de richting van een Europese circulaire economie met een hoge grondstoffenefficiëntie, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de volgende doelstellingen worden gehaald:";
Amendement 168
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter d
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 2 – letter c
c)  tegen 2025 wordt de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimaal 60 gewichtsprocent;
c)  tegen 2025 wordt de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimaal 60 gewichtsprocent van het geproduceerde stedelijk afval, waarvan ten minste 3 % van het totale stedelijk afval moet worden voorbereid voor hergebruik;
Amendement 169
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter d
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 2 – letter d
d)  tegen 2030 wordt de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimaal 65 gewichtsprocent.";
d)  tegen 2030 wordt de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimaal 70 gewichtsprocent van het geproduceerde stedelijk afval, waarvan ten minste 5 % van het totale stedelijk afval moet worden voorbereid voor hergebruik;
Amendement 170
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter e
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 3 – alinea 1
3.  Estland, Griekenland, Kroatië, Letland, Malta, Roemenië en Slowakije kunnen vijf jaar extra krijgen voor de verwezenlijking van de in lid 2, onder c) en d) bedoelde doelstellingen. De lidstaat stelt de Commissie uiterlijk 24 maanden vóór het verstrijken van de desbetreffende termijnen die zijn vastgelegd in lid 2, onder c) en d), in kennis van zijn voornemen om van deze bepaling gebruik te maken. In het geval van een verlenging neemt de lidstaat de nodige maatregelen om de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval tegen respectievelijk 2025 en 2030 te verhogen tot minimaal 50 en 60 gewichtsprocent.
3.  Een lidstaat kan om vijf jaar extra verzoeken voor de verwezenlijking van de in lid 2, onder c), bedoelde doelstelling als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a)   zij voorbereidden voor hergebruik of recycleerden in 2013 minder dan 20 % van hun stedelijk afval; en
b)   zij staan niet op de lijst van lidstaten die het risico lopen de in artikel 11 ter, lid 2, onder b), vastgestelde doelstelling van minstens 50 % van hun stedelijk afval voor te bereiden voor hergebruik of te recyclen tegen 2025, niet te halen.
De lidstaat dient bij de Commissie een verzoek in om deze verlenging aan te vragen uiterlijk 24 maanden vóór het verstrijken van de termijn die is vastgelegd in lid 2, onder c), maar niet vóór de publicatie van het in artikel 11 ter vermelde verslag over de verwezenlijking van de in dit lid vastgestelde doelstelling.
Amendement 171
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter e
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 3 – alinea 2
De kennisgeving gaat vergezeld van een uitvoeringsplan met de maatregelen die nodig zijn om te zorgen voor naleving van de doelstellingen vóór het verstrijken van de nieuwe termijn. Het plan omvat tevens een gedetailleerd tijdschema voor de uitvoering van de voorgestelde maatregelen en een beoordeling van de te verwachten effecten.
Het verzoek om verlenging gaat vergezeld van een uitvoeringsplan met de maatregelen die nodig zijn om te zorgen voor naleving van de doelstellingen vóór het verstrijken van de nieuwe termijn. Het plan wordt opgesteld op basis van een evaluatie van de bestaande afvalbeheerplannen en omvat tevens een gedetailleerd tijdschema voor de uitvoering van de voorgestelde maatregelen en een beoordeling van de te verwachten effecten.
Ook voldoet het in de derde alinea bedoelde plan ten minste aan de volgende criteria:
a)   het gebruikt passende economische instrumenten om prikkels te bieden voor de toepassing van de afvalstoffenhiërarchie als bedoeld in artikel 4, lid 1, van deze richtlijn;
b)   het geeft blijk van een efficiënt en doeltreffend gebruik van de structuurfondsen en het Cohesiefonds en andere maatregelen door aantoonbare langetermijninvesteringen ter financiering van de ontwikkeling van de infrastructuur voor afvalbeheer die nodig is om de relevante doelen te behalen;
c)   het verstrekt statistieken van hoge kwaliteit en genereert duidelijke vooruitzichten van de afvalverwerkingscapaciteiten en de afstand tot de doelstellingen die zijn vermeld in artikel 11, lid 2, van deze richtlijn, artikel 6, lid 1, van Richtlijn 94/62/EG en artikel 5, leden 2 bis, 2 ter en 2 quater, van Richtlijn 1999/31/EG;
d)   het bevat afvalpreventieprogramma's als bedoeld in artikel 29 van deze richtlijn.
De Commissie beoordeelt of aan de vereisten wordt voldaan die in de vierde alinea, onder a) tot en met d), zijn vastgesteld. Tenzij de Commissie binnen vijf maanden na de datum van ontvangst bezwaar aantekent tegen het ingediende plan, wordt het verzoek tot verlenging geacht te zijn aanvaard.
Indien de Commissie bezwaar aantekent tegen het gepresenteerde plan, eist zij dat de betrokken lidstaat binnen twee maanden na ontvangst van deze bezwaren een herzien plan indient.
De Commissie beoordeelt het herziene plan binnen twee maanden na de ontvangst ervan en aanvaardt of verwerpt het verzoek om verlenging schriftelijk. Indien de Commissie binnen deze termijn geen besluit neemt, wordt het verzoek om verlenging geacht te zijn aanvaard.
De Commissie stelt de Raad en het Europees Parlement binnen twee maanden nadat de besluiten genomen zijn in kennis van deze besluiten.
Als de in de eerste alinea vermelde verlenging wordt toegekend, maar de lidstaat niet minstens 50 % van zijn stedelijk afval heeft voorbereid voor hergebruik of heeft gerecycleerd tegen 2025, wordt bovengenoemde verlenging geacht automatisch te zijn ingetrokken.
Amendement 172
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter e
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.   Een lidstaat kan om vijf jaar extra verzoeken voor de verwezenlijking van de in lid 2, onder d), bedoelde doelstelling als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a)   de lidstaat voldoet aan de voorwaarden in de punten a) en b) van de eerste alinea van lid 3; en
b)   de lidstaat staat niet op de lijst van lidstaten die het risico lopen de in artikel 11 ter, lid 2, onder b), vastgestelde doelstelling van minstens 60% van hun stedelijk afval voor te bereiden voor hergebruik of te recyclen tegen 2030, niet te halen.
Om de in de eerste alinea van dit artikel vermelde verlenging te krijgen dient de lidstaat bij de Commissie een verzoek in overeenkomstig lid 3 van dit artikel uiterlijk 24 maanden vóór het verstrijken van de termijn die is vastgelegd in lid 2, onder d), maar niet vóór de publicatie van het in artikel 11 ter vermelde verslag over de verwezenlijking van de in dit lid vastgestelde doelstelling.
Als dergelijke verlenging wordt toegekend, maar de lidstaat niet minstens 60 % van zijn stedelijk afval heeft voorbereid voor hergebruik of heeft gerecycleerd tegen 2030, wordt bovengenoemde verlenging geacht automatisch te zijn ingetrokken.
Amendement 173
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter e
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 4
4.  Uiterlijk 31 december 2024 beziet de Commissie de in lid 2, onder d), vastgelegde doelstelling opnieuw om deze zo nodig te verhogen en de vaststelling van doelen voor andere afvalstromen te overwegen. Hiertoe wordt een verslag van de Commissie, dat indien nodig vergezeld gaat van een voorstel, aan het Europees Parlement en de Raad gezonden.
4.  Uiterlijk 31 december 2024 beziet de Commissie de in lid 2, onder d), vastgelegde doelstelling opnieuw om deze zo nodig te verhogen en neemt hierbij de beste praktijken en maatregelen van lidstaten om deze doelstelling te behalen in overweging Hiertoe wordt een verslag van de Commissie, dat indien nodig vergezeld gaat van een voorstel, aan het Europees Parlement en de Raad gezonden.
Amendement 174
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter e
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.   De Commissie onderzoekt de mogelijkheid van het vaststellen van doelstellingen voor recycling en voorbereiding voor hergebruik van commercieel afval, niet-gevaarlijk industrieel afval en andere afvalstromen, die in 2025 en 2030 behaald moeten worden. Hiertoe stelt de Commissie uiterlijk 31 december 2018 een verslag op, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel, dat aan het Europees Parlement en de Raad wordt toegezonden.
Amendement 175
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter e
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 – lid 4 ter (nieuw)
4 ter.   De Commissie onderzoekt de mogelijkheid van het vaststellen van doelstellingen voor recycling en voorbereiding voor hergebruik van bouw- en sloopafval, die in 2025 en 2030 behaald moeten worden. Hiertoe stelt de Commissie uiterlijk 31 december 2018 een verslag op, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel, dat aan het Europees Parlement en de Raad wordt toegezonden.
Amendement 176
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 bis – lid 1
1.  Bij het berekenen of de in artikel 11, lid 2, onder c) en d), en artikel 11, lid 3, bedoelde doelstellingen zijn bereikt:
1.  Bij het berekenen of de in artikel 11, lid 2, onder c) en d), en artikel 11, lid 3, bedoelde doelstellingen zijn bereikt:
a)  wordt onder het gewicht van gerecycleerd stedelijk afval verstaan: het gewicht van het afval dat is ingebracht in het eindproces van recycling;
a)  wordt het gewicht van gerecycleerd stedelijk afval berekend als het gewicht van het afval dat is ingebracht in een eindproces van recycling in een bepaald jaar;
b)  wordt onder het gewicht van stedelijk afval dat wordt voorbereid voor hergebruik verstaan: het gewicht van stedelijk afval dat nuttig is toegepast of is ingezameld door een erkende exploitant van een installatie voor voorbereiding voor hergebruik en de nodige controles, schoonmaak en reparaties heeft ondergaan om zonder verdere sortering of voorbehandeling te kunnen worden hergebruikt;
b)  wordt het gewicht van stedelijk afval dat wordt voorbereid voor hergebruik berekend als het gewicht van stedelijk afval dat in een bepaald jaar nuttig is toegepast of is ingezameld door een erkende exploitant van een installatie voor voorbereiding voor hergebruik en de nodige controles, schoonmaak en reparaties heeft ondergaan om zonder verdere sortering of voorbehandeling te kunnen worden hergebruikt;
c)   de lidstaten kunnen producten en componenten meerekenen die zijn voorbereid voor hergebruik door erkende exploitanten van installaties voor hergebruik of erkende statiegeldregelingen. Om het aangepaste percentage stedelijk afval dat wordt voorbereid voor hergebruik en wordt gerecycleerd te berekenen, maken de lidstaten, rekening houdend met het gewicht van de voor hergebruik voorbereide producten en componenten, gebruik van geverifieerde gegevens van de exploitanten en passen zij de in bijlage VI opgenomen formule toe.
Amendement 177
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 bis – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.   Uiterlijk 31 december 2018 verzoekt de Commissie de Europese normalisatie-instellingen om op basis van de beste beschikbare werkwijzen Europese kwaliteitsnormen te ontwikkelen voor afvalstoffen die in het eindproces van recycling belanden en voor secundaire grondstoffen, met name kunststoffen.
Amendement 178
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 bis – lid 2
2.  Om geharmoniseerde voorwaarden voor de toepassing van lid 1, onder b) en c), en van bijlage VI te waarborgen, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast tot nadere bepaling van kwalitatieve en operationele minimumvereisten voor de bepaling van erkende exploitanten van installaties voor voorbereiding voor hergebruik en erkende statiegeldregelingen, met inbegrip van specifieke voorschriften voor het verzamelen, verifiëren en rapporteren van gegevens.
2.  Om geharmoniseerde voorwaarden voor de toepassing van lid 1, onder a) en b), en van bijlage VI te waarborgen, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast tot nadere bepaling van kwalitatieve en operationele minimumvereisten voor de bepaling van erkende exploitanten van installaties voor voorbereiding voor hergebruik en erkende statiegeldregelingen en recycling-eindbedrijven, met inbegrip van specifieke voorschriften voor het verzamelen, traceren, verifiëren en rapporteren van gegevens.
Amendement 179
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 bis – lid 3
3.  In afwijking van lid 1 mag het gewicht van de output van de sortering worden vermeld als het gewicht van het gerecycleerde stedelijk afval, op voorwaarde dat:
3.  De lidstaten zorgen ervoor dat gegevens over het gewicht van producten en materialen die de installatie voor nuttige toepassing of recycling/voorbereiding voor hergebruik verlaten (d.i. output) worden geregistreerd.
a)   dergelijke output wordt ingebracht in een eindproces van recycling;
b)   het gewicht van materialen of stoffen die geen eindproces van recycling ondergaan en die worden verwijderd of energieterugwinning ondergaan, onder 10 % blijft van het totale gewicht dat wordt vermeld als gerecycleerd.
Amendement 180
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 bis – lid 4
4.  De lidstaten zetten een doeltreffend systeem op voor de kwaliteitscontrole en traceerbaarheid van stedelijk afval om te waarborgen dat aan de voorwaarden van lid 3, onder a) en b) wordt voldaan. Het systeem kan bestaan uit elektronische registers die zijn opgezet krachtens artikel 35, lid 4, technische specificaties voor de kwaliteitseisen voor gesorteerd afval of een gelijkwaardige maatregel om de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de verzamelde gegevens over gerecycleerd afval te verzekeren.
4.  In overeenstemming met lid 2 zetten de lidstaten een doeltreffend systeem op voor de kwaliteitscontrole en traceerbaarheid van stedelijk afval om naleving van de in lid 1 vastgestelde regels te waarborgen. Het systeem kan bestaan uit elektronische registers die zijn opgezet krachtens artikel 35, lid 4, technische specificaties voor de kwaliteitseisen voor gesorteerd afval of een gelijkwaardige maatregel om de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de verzamelde gegevens over gerecycleerd afval te verzekeren. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de gekozen methode voor kwaliteitscontrole en traceerbaarheid.
Amendement 181
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 bis – lid 5
5.  Bij het berekenen of de in artikel 11, lid 2, onder c) en d), en artikel 11, lid 3, bedoelde doelstellingen zijn bereikt, kunnen de lidstaten rekening houden met de recycling van metalen die plaatsvindt in samenhang met de verbranding in verhouding tot het aandeel stedelijk afval dat wordt verbrand, mits de gerecycleerde metalen voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen.
5.  Bij het berekenen of de in artikel 11, lid 2, onder c) en d), en artikel 11, lid 3, bedoelde doelstellingen zijn bereikt, kunnen de lidstaten, na vaststelling door de Commissie van de in lid 6 van dit artikel bedoelde gedelegeerde handeling, rekening houden met de recycling van metalen die plaatsvindt in samenhang met de verbranding of meeverbranding in verhouding tot het aandeel stedelijk afval dat wordt verbrand of meeverbrand, mits de gerecycleerde metalen voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen en het afval voorafgaand aan de verbranding gesorteerd is of is voldaan aan de verplichting tot gescheiden inzameling van papier, metaal, kunststoffen, glas en biologisch afval.
Amendement 182
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 bis – lid 6
6.  Om geharmoniseerde voorwaarden voor de toepassing van lid 5 te waarborgen, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast tot nadere bepaling van een gemeenschappelijke methodologie voor de berekening van het gewicht van de metalen die zijn gerecycleerd in samenhang met verbranding, met inbegrip van de kwaliteitscriteria voor de gerecycleerde metalen.
6.  Om geharmoniseerde voorwaarden voor de toepassing van lid 5 te waarborgen, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast tot nadere bepaling van een gemeenschappelijke methodologie voor de berekening van het gewicht van de metalen die zijn gerecycleerd in samenhang met verbranding of meeverbranding, met inbegrip van de kwaliteitscriteria voor de gerecycleerde metalen.
Amendement 183
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 ter – lid 1
1.  De Commissie stelt in samenwerking met het Europees Milieuagentschap uiterlijk drie jaar vóór elk van de in artikel 11, lid 2, onder c) en d), en artikel 11, lid 3, vastgestelde termijnen verslagen op over de voortgang in de richting van de in die bepalingen vastgelegde doelstellingen.
1.  De Commissie stelt in samenwerking met het Europees Milieuagentschap uiterlijk drie jaar vóór elk van de in artikel 11, lid 2, onder c) en d), en artikel 11, leden 3, en 3 bis, en artikel 21, lid 1 bis, vastgestelde termijnen verslagen op over de voortgang in de richting van de in die bepalingen vastgelegde doelstellingen.
Amendement 184
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 ter – lid 2 – letter b bis (nieuw)
b bis)   voorbeelden van beste praktijken die in de hele Unie worden toegepast en die kunnen dienen als leidraad om vooruitgang te boeken met de verwezenlijking van de doelstellingen.
Amendement 185
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 11 ter – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.   Waar nodig wordt in de in lid 1 bedoelde verslagen ingegaan op de tenuitvoerlegging van andere vereisten van deze richtlijn, zoals de raming van de verwezenlijking van de doelstellingen in de afvalpreventieprogramma's als bedoeld in artikel 29 en het percentage en de hoeveelheid stedelijk afval per hoofd van de bevolking die wordt verwijderd of die energiewinning ondergaat.
Amendement 186
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 12 – lid 1 bis (nieuw)
12 bis)   Aan artikel 12 wordt het volgende lid toegevoegd:
"1 bis. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de hoeveelheid verwijderd stedelijk afval tegen 2030 tot maximaal 10 % van de totale geproduceerde hoeveelheid stedelijk afval wordt verminderd.";
Amendement 187
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 ter (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 12 – lid 1 ter (nieuw)
12 ter)   Aan artikel 12 wordt het volgende lid toegevoegd:
"1 ter. De Commissie herziet de in bijlage I vermelde verwijderingshandelingen. Met het oog op deze herziening neemt de Commissie ter aanvulling op deze richtlijn gedelegeerde handelingen aan met daarin technische criteria en operationele procedures met betrekking tot de verwijderingshandelingen D2, D3, D4, D6, D7 en D12. Indien gepast, wordt in deze gedelegeerde handelingen een verbod ingevoerd op de verwijderingshandelingen die niet voldoen aan de in artikel 13 bedoelde vereisten.";
Amendement 188
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 quater (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 12 – lid 1 quater (nieuw)
12 quater)   Aan artikel 12 wordt de volgende alinea toegevoegd:
"1 quater. De lidstaten nemen gerichte maatregelen om de lozing van afvalstoffen in het mariene milieu, zowel direct als indirect, te voorkomen. De lidstaten brengen uiterlijk achttien maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn en daarna om de twee jaar verslag uit bij de Commissie over de maatregelen die overeenkomstig dit lid zijn genomen. De Commissie publiceert om de twee jaar een verslag op basis van deze informatie, binnen een termijn van zes maanden nadat de informatie verstrekt werd.
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast teneinde modaliteiten en indicatoren voor de tenuitvoerlegging van dit lid te bepalen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 39, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.";
Amendement 189
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 quinquies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 15 – lid 4 bis (nieuw)
12 quinquies)   Aan artikel 15 wordt het volgende lid toegevoegd:
"4 bis. Krachtens Richtlijn 2014/24/EU kunnen de lidstaten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de selectieprocedure voor afvalbeheerders, die wordt uitgevoerd door lokale autoriteiten en organisaties die namens producenten van producten uitgebreide producentenverantwoordelijkheid toepassen, sociale clausules bevat die gericht zijn op de ondersteuning van de rol van sociale en solidaire ondernemingen en platforms.";
Amendement 190
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 sexies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 18 – lid 3
12 sexies)   Artikel 18, lid 3, wordt vervangen door:
3.  Indien gevaarlijke afvalstoffen in strijd met lid 1 gemengd zijn zal, afhankelijk van technische en economische haalbaarheidscriteria, een scheiding moeten worden uitgevoerd waar dat mogelijk is en voor de naleving van artikel 13 nodig is.
"3. Indien gevaarlijke afvalstoffen in strijd met lid 1 gemengd zijn, zorgen de lidstaten, onverminderd artikel 36, ervoor dat een scheiding wordt uitgevoerd waar dat technisch haalbaar is.
Wanneer deze scheiding niet technisch haalbaar is, zal het gemengde afval verwerkt worden in een installatie die een vergunning heeft om een dergelijk mengsel en de individuele componenten ervan te verwerken.";
Amendement 191
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 septies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 20 – lid 1 bis (nieuw)
12 septies)   In lid 20 wordt het volgende lid ingevoegd:
"Uiterlijk 1 januari 2020 voeren de lidstaten systemen in voor de gescheiden inzameling en ontvangst van gevaarlijk huishoudelijk afval, om te waarborgen dat dit afval op correcte wijze wordt verwerkt en andere stedelijke afvalstromen niet kan vervuilen.";
Amendement 192
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 octies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 20 – lid 1 ter (nieuw)
12 octies)   In artikel 20 wordt het volgende lid ingevoegd:
"Uiterlijk … [achttien maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie richtsnoeren op om de lidstaten bij te staan en te faciliteren bij de inzameling en het veilige beheer van gevaarlijk huishoudelijk afval.";
Amendement 193
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 nonies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 21 – lid 1 – letter a
12 nonies)   In artikel 21, lid 1, wordt letter a) vervangen door:
a)  afgewerkte olie gescheiden wordt ingezameld, indien technisch haalbaar;
"a) afgewerkte olie gescheiden wordt ingezameld;";
Amendement 194
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 decies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 21 – lid 1 – letter c
12 decies)   In artikel 21, lid 1, wordt letter c) vervangen door:
c)   indien technisch haalbaar en economisch leefbaar, afgewerkte oliën met uiteenlopende eigenschappen niet worden gemengd en dat afgewerkte olie niet wordt gemengd met andere soorten afvalstoffen of stoffen, indien dit de verwerking ervan belemmert.
"c) afgewerkte oliën met uiteenlopende eigenschappen niet worden gemengd en dat afgewerkte olie niet wordt gemengd met andere soorten afvalstoffen of stoffen, indien dit de regeneratie ervan belemmert.";
Amendement 195
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 undecies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 21 – lid 1 bis (nieuw)
12 undecies)  In artikel 21 wordt het volgende lid ingevoegd:
"1 bis. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te verwezenlijken dat tegen 2025 de regeneratie van afgewerkte olie wordt verhoogd tot ten minste 85 % van de geproduceerde afgewerkte olie.
Afgewerkte olie die naar een andere lidstaat wordt overgebracht met het oog op regeneratie ervan in die andere lidstaat, mag alleen worden meegerekend voor de verwezenlijking van de doelstellingen door de lidstaat waarin die afgewerkte olie is verzameld en als werd voldaan aan de relevante vereisten van Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen.
Afgewerkte olie die voor regeneratie, voorbereiding voor hergebruik of recycling uit de Unie wordt uitgevoerd, wordt alleen meegerekend voor de verwezenlijking van de doelstellingen door de lidstaat waarin de afgewerkte olie is verzameld, indien de exporteur, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1013/2006, kan aantonen dat de overbrenging van afvalstoffen voldoet aan de vereisten van die verordening en dat de regeneratie van afgewerkte olie buiten de Unie plaatsvond onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de vereisten van het relevante milieurecht van de Unie.";
Amendement 196
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 duodecies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 21 – lid 2
12 duodecies)  Artikel 21, lid 2, wordt vervangen door:
2.  Ten behoeve van de gescheiden inzameling van afgewerkte olie en de goede verwerking ervan, mogen de lidstaten, overeenkomstig hun nationale voorwaarden, aanvullende maatregelen hanteren zoals technische eisen, producentenverantwoordelijkheid, economische instrumenten of vrijwillige overeenkomsten.
"2. Om te voldoen aan de verplichtingen in leden 1 en 1 bis mogen de lidstaten, overeenkomstig hun nationale voorwaarden, aanvullende maatregelen hanteren zoals technische eisen, producentenverantwoordelijkheid, economische instrumenten of vrijwillige overeenkomsten.”;
Amendement 197
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 terdecies (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 21 – lid 3
12 terdecies)  Artikel 21, lid 3, wordt vervangen door:
3.  Indien voor afgewerkte olie volgens de nationale wetgeving regeneratie-eisen gelden, mogen de lidstaten voorschrijven dat dergelijke olie moet worden geregenereerd indien dit technisch haalbaar is, en mogen zij, indien artikel 11 of artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van toepassing is, de grensoverschrijdende overbrenging van afgewerkte olie vanaf hun grondgebied naar verbrandings- of meeverbrandingsinstallaties beperken, teneinde voorrang te geven aan de regeneratie van afgewerkte olie.
"3. Indien artikel 11 of artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van toepassing is, mogen lidstaten de grensoverschrijdende overbrenging van afgewerkte olie vanaf hun grondgebied naar verbrandings- of meeverbrandingsinstallaties beperken, teneinde voorrang te geven aan de regeneratie van afgewerkte olie.";
Amendement 198
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 13
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 22 – lid 1
"De lidstaten zorgen voor de gescheiden inzameling van bioafval waar dat technisch, milieuhygiënisch en economisch haalbaar is en geschikt om ervoor te zorgen dat aan de desbetreffende kwaliteitsnormen voor compost wordt voldaan en om de in artikel 11, lid 2, onder a), c) en d) en artikel 11, lid 3, beschreven doelstellingen te behalen.
1.   De lidstaten zorgen voor de gescheiden inzameling aan de bron van bioafval, overeenkomstig artikel 10, lid 2.
Amendement 199
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 13
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 22 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.   De lidstaten moedigen thuis composteren aan.
Amendement 237
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 13
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 22 – lid 2
De lidstaten nemen passende maatregelen en bevorderen overeenkomstig de artikelen 4 en 13, het volgende:
2.  De lidstaten nemen passende maatregelen, met inbegrip van traceerbaarheid en input- en outputgerelateerde systemen voor kwaliteitsborging, overeenkomstig de artikelen 4 en 13, om ervoor te zorgen dat bioafval aan een proces van organische recyclage wordt onderworpen op een wijze die een hoge mate van milieubescherming biedt en waarvan de output aan de relevante strenge kwaliteitsnormen voldoet.
a)   recycling, met inbegrip van het composteren en vergisten van bioafval;
b)   de verwerking van bioafval op een wijze die een hoge mate van milieubescherming biedt;
c)   het gebruik van met bioafval geproduceerd milieuveilig materiaal.
Amendement 242
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 13
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 22 – alinea 2 bis (nieuw)
2 bis.  Onder het gewicht van gerecycleerd bioafval wordt verstaan: het gewicht van het afval dat is ingebracht in een proces van organische recycling in een bepaald jaar.
Het gewicht van materialen of stoffen die geen eindproces van recycling ondergaan en die worden verwijderd of energieterugwinning ondergaan, wordt niet als gerecycleerd vermeld.
Amendement 201
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 13
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 22 – lid 2 ter (nieuw)
2 ter.   Uiterlijk 31 december 2018 stelt de Commissie een wijziging voor op Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad1 bis teneinde Europese afvalcodes in te stellen voor aan de bron gescheiden stedelijk bioafval.
_______________
1 bis Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2002 betreffende afvalstoffenstatistieken (PB L 332 van 9.12.2002, blz. 1).
Amendement 238
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 13
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 22 – lid 2 quater (nieuw)
2 quater.  Uiterlijk op 31 december 2018 verzoekt de Commissie de Europese normalisatie-instellingen om op basis van de beste beschikbare werkwijzen Europese kwaliteitsnormen te ontwikkelen voor bioafval dat in organische recyclageprocessen terechtkomt, voor compost en voor digestaat.
Amendement 202
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 13 bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 24 – alinea 1 – letter b
13 bis)   In artikel 24 wordt punt b) vervangen door:
b)  nuttige toepassing van afvalstoffen.
"b) nuttige toepassing van niet-gevaarlijke afvalstoffen.";
Amendement 203
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 14
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 26 – alinea 3
De lidstaten kunnen de bevoegde instanties vrijstellen van het bijhouden van een register van inrichtingen of ondernemingen die jaarlijks niet meer dan 20 ton niet-gevaarlijke afvalstoffen inzamelen of vervoeren.
De lidstaten kunnen de bevoegde instanties vrijstellen van het bijhouden van een register van inrichtingen of ondernemingen die jaarlijks niet meer dan 20 ton niet-gevaarlijke afvalstoffen en niet meer dan 2 ton gevaarlijke afvalstoffen inzamelen of vervoeren.
Amendement 204
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 14
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 26 – alinea 4
De Commissie kan overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vaststellen tot nadere bepaling van de drempels voor niet-gevaarlijke afvalstoffen.";
Schrappen
Amendement 205
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 15 – letter a
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 27 – lid 1
1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van technische minimumnormen voor verwerkingsactiviteiten waarvoor uit hoofde van artikel 23 een vergunning vereist is indien er bewijs is dat dergelijke minimumnormen een voordeel ten aanzien van de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu zouden opleveren.";
1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van technische minimumnormen voor alle verwerkingsactiviteiten, met name voor gescheiden inzameling, sortering en recycling van afval, waarvoor uit hoofde van artikel 23 een vergunning vereist is indien er bewijs is dat dergelijke minimumnormen een voordeel ten aanzien van de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu zouden opleveren.
Amendement 206
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16 – letter a – punt ii
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 28 – lid 3 – letter f
f)  maatregelen ter bestrijding van alle vormen van zwerfafvalproductie en voor het opruimen van alle soorten zwerfafval.";
f)  maatregelen ter bestrijding en preventie van alle vormen van zwerfafvalproductie en voor het opruimen van alle soorten zwerfafval.
Amendement 207
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16 – letter a – punt ii bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 28 – lid 3 – letter f bis (nieuw)
ii bis)  het volgende punt wordt toegevoegd:
"f bis) voldoende financieringsmogelijkheden voor lokale autoriteiten om afvalpreventie te bevorderen en optimale regelingen en infrastructuur voor gescheiden inzameling te ontwikkelen, teneinde de in deze richtlijn bepaalde doelstellingen te halen.";
Amendement 208
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 28 – lid 5
5.  De afvalbeheerplannen zijn in overeenstemming met de eisen inzake afvalbeheerplanning van artikel 14 van Richtlijn 94/62/EG, de doelstellingen van artikel 11, leden 2 en 3, van deze richtlijn en de vereisten van artikel 5 van Richtlijn 1999/31/EG.";
5.  De afvalbeheerplannen zijn in overeenstemming met de eisen inzake afvalbeheerplanning van artikel 14 van Richtlijn 94/62/EG, de doelstellingen van artikel 11, lid 2, van deze richtlijn en de vereisten van artikel 5 van Richtlijn 1999/31/EG.
Amendement 209
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 17 – letter a
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 29 – lid 1 – alinea 1
1.  De lidstaten zetten afvalpreventieprogramma's op waarin afvalpreventiemaatregelen overeenkomstig de artikelen 1, 4 en 9 worden beschreven.
1.   Om bij te dragen aan het verwezenlijken van ten minste de in artikel 1, artikel 4 en artikel 9, lid -1, genoemde doelstellingen, zetten de lidstaten afvalpreventieprogramma’s op waarin ten minste de afvalpreventiemaatregelen overeenkomstig artikel 9, lid 1 worden beschreven.
Amendement 210
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 17 – letter a bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 29 – lid 1 – alinea 2
a bis)   in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:
Dergelijke programma’s worden — al naargelang — ofwel geïntegreerd in de in artikel 28 bedoelde afvalbeheerplannen, ofwel geïntegreerd in andere milieubeleidsprogramma’s of zijn op zichzelf staande programma’s. Indien een dergelijk programma wordt geïntegreerd in het afvalbeheerplan of in andere programma’s, moeten de afvalpreventiemaatregelen duidelijk worden aangegeven.
Dergelijke programma’s worden — al naargelang — ofwel geïntegreerd in de in artikel 28 bedoelde afvalbeheerplannen, ofwel geïntegreerd in andere milieubeleidsprogramma’s of zijn op zichzelf staande programma’s. Indien een dergelijk programma wordt geïntegreerd in het afvalbeheerplan of in andere programma’s, moeten de afvalpreventiedoelstellingen en -maatregelen duidelijk worden aangegeven.
Amendement 211
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 17 – letter a ter (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 29 – lid 2
a ter)   in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:
2.  In de in lid 1 bedoelde programma’s worden afvalpreventiedoelstellingen vastgesteld. De lidstaten beschrijven bestaande preventiemaatregelen en evalueren het nut van de voorbeelden van maatregelen in bijlage IV of andere passende maatregelen.
"2. In de in lid 1 bedoelde programma's beschrijven de lidstaten ten minste de tenuitvoerlegging van de preventiemaatregelen als bedoeld in artikel 9, lid 1, en hun bijdrage aan de verwezenlijking van de in artikel 9, lid -1, omschreven doelstellingen. De lidstaten beschrijven, indien relevant, de bijdrage van instrumenten en maatregelen in bijlage IV bis en evalueren het nut van de voorbeelden van maatregelen in bijlage IV of andere passende maatregelen.
Amendement 212
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 17 – letter a quater (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 29 – lid 2 bis (nieuw)
a quater)   Het volgende lid wordt ingevoegd:
"2 bis. De lidstaten stellen in het kader van de in dit artikel genoemde afvalpreventieprogramma’s specifieke programma’s vast voor de preventie van levensmiddelenafval.";
Amendement 213
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 17 bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 30 – lid 2
17 bis)   Artikel 30, lid 2, wordt vervangen door:
2.  Het Europees Milieuagentschap wordt uitgenodigd een overzicht van de vooruitgang op het gebied van de voltooiing en uitvoering van deze programma’s in zijn jaarverslag op te nemen.
"2. Het Europees Milieuagentschap publiceert elk twee jaar een verslag met daarin een evaluatie van de vooruitgang die geboekt werd bij de voltooiing en uitvoering van afvalpreventieprogramma's en de resultaten die bereikt werden met betrekking tot de doelstellingen van de afvalpreventieprogramma's in elke lidstaat en in de Unie als geheel, met inbegrip van de ontkoppeling van de afvalproductie van de economische groei en de overgang naar een circulaire economie.";
Amendement 214
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 19 – letter b
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 35 – lid 4
4.  De lidstaten zetten een elektronisch register of gecoördineerde registers op om de gegevens over de in lid 1 bedoelde gevaarlijke afvalstoffen te registreren, die het gehele geografische grondgebied van de betrokken lidstaat bestrijken. De lidstaten kunnen dergelijke registers voor andere afvalstromen opzetten, met name die afvalstromen waarvoor doelstellingen in de wetgeving van de Unie zijn vastgesteld. De lidstaten maken gebruik van de gegevens over afval die worden gerapporteerd door de industriële exploitanten in het Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad (*).
4.  De lidstaten zetten een elektronisch register of gecoördineerde registers op, of maken gebruik van reeds opgezette elektronische registers of gecoördineerde registers, om de gegevens over de in lid 1 bedoelde gevaarlijke afvalstoffen te registreren, die het gehele geografische grondgebied van de betrokken lidstaat bestrijken. De lidstaten zetten dergelijke registers op voor ten minste de afvalstromen waarvoor doelstellingen in de wetgeving van de Unie zijn vastgesteld. De lidstaten maken gebruik van de gegevens over afval die worden gerapporteerd door de industriële exploitanten in het Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad (*).
Amendement 215
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 21
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 37 – lid 1
1.  De lidstaten rapporteren de gegevens betreffende de uitvoering van artikel 11, lid 2, onder a) tot en met d), en artikel 11, lid 3, voor elk kalenderjaar aan de Commissie. Zij rapporteren deze gegevens via elektronische weg binnen 18 maanden na afloop van het verslagjaar waarvoor de gegevens zijn verzameld. De gegevens worden gerapporteerd in de vorm die door de Commissie in overeenstemming met lid 6 is vastgesteld. De eerste rapportage bestrijkt de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020.
1.  De lidstaten rapporteren de gegevens betreffende de voortgang met de verwezenlijking van de in artikel 9, lid -1, artikel 11, lid 2, onder a) tot en met d), artikel 11, leden 3 en 3 bis, en artikel 21 vastgestelde doelstellingen voor elk kalenderjaar aan de Commissie. Zij verzamelen en verwerken deze gegevens volgens de in lid 6 van dit artikel bedoelde gemeenschappelijke methode en dienen ze uiterlijk 12 maanden na afloop van het verslagjaar waarvoor de gegevens zijn verzameld elektronisch in. De gegevens worden gerapporteerd in de vorm die door de Commissie in overeenstemming met lid 6 is vastgesteld. De eerste rapportage in verband met de in artikel 11, lid 2, onder c) en d), en artikel 11, lid 3, bepaalde doelstellingen bestrijkt de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020.
Amendement 216
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 21
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 37 – lid 2
2.   De lidstaten rapporteren de gegevens betreffende de uitvoering van artikel 9, lid 4, om de twee jaar aan de Commissie. Zij rapporteren deze gegevens via elektronische weg binnen 18 maanden na afloop van de verslagperiode waarvoor de gegevens zijn verzameld. De gegevens worden gerapporteerd in de vorm die door de Commissie in overeenstemming met lid 6 is vastgesteld. De eerste rapportage bestrijkt de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2021.
Schrappen
Amendement 217
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 21
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 37 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.   Om de naleving van artikel 11, lid 2, onder c) en d), te controleren, wordt de hoeveelheid afval die is voorbereid voor hergebruik apart gerapporteerd van de hoeveelheid afval die is gerecycleerd.
Amendement 218
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 21
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 37 – lid 5
5.  De Commissie evalueert de overeenkomstig dit artikel gerapporteerde gegevens en publiceert een verslag over de resultaten van de evaluatie. Het verslag bevat een beoordeling van de organisatie van de gegevensverzameling, de bronnen van de gegevens en de in de lidstaten gebruikte methodologie alsmede van de volledigheid, betrouwbaarheid, tijdigheid en consistentie van de gegevens. De beoordeling kan specifieke aanbevelingen voor verbetering bevatten. Het verslag wordt om de drie jaar opgesteld.
5.  De Commissie evalueert de overeenkomstig dit artikel gerapporteerde gegevens en publiceert een verslag over de resultaten van de evaluatie. Totdat de in lid 6 bedoelde gedelegeerde handeling is vastgesteld, bevat het verslag een beoordeling van de organisatie van de gegevensverzameling, de bronnen van de gegevens en de in de lidstaten gebruikte methodologie. De Commissie beoordeelt in elk geval de volledigheid, betrouwbaarheid, tijdigheid en consistentie van de gegevens. De beoordeling kan specifieke aanbevelingen voor verbetering bevatten. Het verslag wordt negen maanden na de eerste rapportage van de gegevens door de lidstaten en daarna om de drie jaar opgesteld.
Amendement 219
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 21
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 37 – lid 5 bis (nieuw)
5 bis.   In het in lid 5 bedoelde verslag neemt de Commissie informatie op over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn in haar geheel en beoordeelt zij het effect daarvan op de menselijke gezondheid en het milieu. Zo nodig kan dit verslag vergezeld gaan van een voorstel tot wijziging van deze richtlijn.
Amendement 220
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 21
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 37 – lid 6
6.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van de vorm voor het rapporteren van gegevens overeenkomstig de leden 1 en 2 en voor de rapportage van opvulactiviteiten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 39, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.
6.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast om deze richtlijn aan te vullen door de gemeenschappelijke methode vast te stellen voor de verzameling en verwerking van gegevens, de organisatie van de gegevensverzameling en de gegevensbronnen alsmede de vorm voor het rapporteren van gegevens in overeenstemming met lid 1 en voor de rapportage van de voorbereiding voor hergebruik en opvulactiviteiten.
Amendement 221
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 21 bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 37 bis (nieuw)
21 bis)   Het volgende artikel wordt ingevoegd:
"Artikel 37 bis
Kader voor de circulaire economie
Ter ondersteuning van de maatregelen in artikel 1, en uiterlijk 31 december 2018 zal de Commissie:
a)   een verslag opstellen om te beoordelen of behoefte bestaat aan doelstellingen op Unieniveau, met name aan een doelstelling van de Unie voor hulpbronnenefficiëntie, en aan horizontale regelgevingsmaatregelen op het gebied van duurzame consumptie en productie. Zo nodig gaat dit verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel;
b)   een verslag opstellen over de samenhang tussen de regelgevingskaders van de Unie voor producten, afvalstoffen en chemische stoffen, om na te gaan welke obstakels de overgang naar een circulaire economie belemmeren;
c)   een verslag opstellen om de interacties tussen wetgeving te identificeren die de ontwikkeling van synergieën tussen de verschillende industrieën belemmeren en die bijgevolg het gebruik van bijproducten verhinderen, alsook de voorbereiding van afval voor hergebruik en recycling voor specifieke toepassingen. Dit verslag zal, indien passend, vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel, of van richtsnoeren over hoe de geïdentificeerde belemmeringen kunnen worden weggewerkt, en hoe het marktpotentieel van bijproducten en secundaire grondstoffen ten volle benut kan worden;
d)   een grondige evaluatie van Uniewetgeving inzake eco-ontwerp presenteren, met als doel het uitbreiden van de toepassing van deze richtlijn tot alle belangrijke productgroepen, met inbegrip van niet met energie verband houdende productgroepen, en het geleidelijk opnemen van alle relevante kenmerken inzake energie-efficiëntie in de verplichte vereisten voor productontwerp en het aanpassen van de bepalingen inzake milieu-etikettering.";
Amendement 222
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 21 bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 38 – titel
21 bis)   de titel van artikel 38 wordt vervangen door:
Interpretatie en aanpassing aan de technische vooruitgang
"Uitwisseling van informatie en beste praktijken, interpretatie en aanpassing aan de technische vooruitgang"
Amendement 223
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 22
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 38 – lid -1 (nieuw)
—  1. De Commissie richt een platform in voor een regelmatige en gestructureerde uitwisseling van informatie en het delen van beste praktijken tussen de Commissie en de lidstaten, met inbegrip van regionale en lokale autoriteiten, over de praktische uitvoering van de voorschriften van deze richtlijn teneinde te zorgen voor goed bestuur, handhaving, grensoverschrijdende samenwerking en de verspreiding van beste praktijken en innovaties op het vlak van afvalbeheer.
In het bijzonder wordt het platform gebruikt om:
—   informatie uit te wisselen en beste praktijken te delen ten aanzien van de overeenkomstig artikel 4, lid 3, gebruikte instrumenten en prikkels om een impuls te geven aan het bereiken van de in artikel 4 vastgestelde doelstellingen;
—   informatie uit te wisselen en beste praktijken te delen ten aanzien van de overeenkomstig artikel 8, leden 1 en 2, vastgestelde maatregelen;
—   informatie uit te wisselen en beste praktijken te delen ten aanzien van preventie en de invoering van systemen ter bevordering van activiteiten op het vlak van hergebruik en verlenging van de levensduur van producten;
—   informatie uit te wisselen en beste praktijken te delen ten aanzien van de uitvoering van de verplichtingen met betrekking tot gescheiden inzameling;
—   informatie uit te wisselen en beste praktijken te delen ten aanzien van de instrumenten en stimulansen om de doelstellingen te bereiken zoals vastgesteld in artikel 11, lid 2, onder c) en d), en artikel 21;
—   beste praktijken te delen bij de ontwikkeling van maatregelen en systemen om stromen van stedelijk afval te traceren van de sortering tot het eindproces van recycling, wat van essentieel belang is om de kwaliteit van het afval te controleren en de verliezen in de afvalstromen en recyclingprocessen te meten.
De Commissie maakt de resultaten van de informatie-uitwisseling en het delen van beste praktijken openbaar beschikbaar.
Amendement 224
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 22
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 38 – lid 1 – alinea 1
De Commissie kan richtsnoeren opstellen voor de interpretatie van de definities van nuttige toepassing en verwijdering.
De Commissie stelt richtsnoeren op voor de interpretatie van de definities van afvalstof, stedelijk afval, preventie, hergebruik, voorbereiding voor hergebruik, nuttige toepassing en verwijdering.
Amendement 225
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 22
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 38 – lid 3
3.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VI.";
Schrappen
Amendement 226
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 23
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 38 bis – lid 2
2.  De bevoegdheden om de in artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 1, artikel 11 bis, leden 2 en 6, artikel 26, artikel 27, leden 1 en 4, en artikel 38, leden 1, 2 en 3, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, worden aan de Commissie verleend voor een onbepaalde periode met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze richtlijn invullen].
2.  De bevoegdheden om de in artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 2, artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 1, artikel 8, lid 5, artikel 9, leden 2 bis, 3 en 3 bis, artikel 11 bis, leden 2 en 6, artikel 12, lid 1 ter, artikel 27, leden 1 en 4, artikel 37, lid 6, en artikel 38, leden 1 en 2, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, worden aan de Commissie verleend voor een onbepaalde periode met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze richtlijn invullen].
Amendement 227
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 23
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 38 bis – lid 3
3.  De in artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 1, artikel 11 bis, leden 2 en 6, artikel 26, artikel 27, leden 1 en 4, artikel 38, leden 1, 2 en 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere daarin genoemde datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
3.  De in artikel 5, lid 2, artikel 6, leden 2 en 4, artikel 7, lid 1, artikel 8, lid 5, artikel 9, leden 2 bis, 3 en 3 bis, artikel 11 bis, leden 2 en 6, artikel 12, lid 1 ter, artikel 27, leden 1 en 4, artikel 37, lid 6, en artikel 38, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere daarin genoemde datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
Amendement 228
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 23
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 38 bis – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
Amendement 229
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 23
Richtlijn 2008/98/EG
Artikel 38 bis – lid 5
5.  Een krachtens artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 1, artikel 11 bis, leden 2 en 6, artikel 26, artikel 27, leden 1 en 4, artikel 38, leden 1, 2 en 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van deze termijn de Commissie heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad met twee maanden verlengd.
5.  Een krachtens artikel 5, lid 2, artikel 6, leden 2 en 4, artikel 7, lid 1, artikel 8, lid 5, artikel 9, leden 2 bis, 3 en 3 bis, artikel 11 bis, leden 2 en 6, artikel 12, lid 1 ter, artikel 27, leden 1 en 4, artikel 37, lid 6, en artikel 38, leden 1 en 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van deze termijn de Commissie heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad met twee maanden verlengd.
Amendement 230
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 24 bis (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Bijlage II – punt R 13 bis (nieuw)
24 bis)   In bijlage II wordt het volgende punt ingevoegd:
"R 13 bis: voorbereiding voor hergebruik.";
Amendement 231
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 24 ter (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Bijlage IV bis (nieuw)
24 ter)   Bijlage IV bis wordt ingevoegd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.
Amendement 232
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 25
Richtlijn 2008/98/EG
Bijlage VI (nieuw)
25)   Bijlage VI wordt toegevoegd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.
Schrappen
Amendement 233
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I
Richtlijn 2008/98/EG
Bijlage VI
Berekeningsmethode voor de voorbereiding voor hergebruik van producten en componenten voor de toepassing van artikel 11, lid 2, onder c) en d), en artikel 11, lid 3
Schrappen
Voor het berekenen van het aangepaste percentage van recycling en voorbereiding op hergebruik overeenkomstig artikel 11, lid 2, onder c) en d), en artikel 11, lid 3, gebruiken de lidstaten de volgende formule:
E: aangepast percentage voor recycling en hergebruik in een bepaald jaar;
A: gewicht van het in een bepaald jaar gerecycleerd of voor hergebruik voorbereid stedelijk afval;
R: gewicht van de in een bepaald jaar voor hergebruik voorbereide producten en componenten;
P: gewicht van het in een bepaald jaar geproduceerd stedelijk afval.
Amendement 234
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage -I (nieuw)
Richtlijn 2008/98/EG
Bijlage IV bis (nieuw)
Bijlage -I
De volgende bijlage IV bis wordt ingevoegd:
"Bijlage IV bis
Indicatieve lijst van instrumenten om een omschakeling naar een circulaire economie te bevorderen
1.   Economische instrumenten:
1.1   progressieve stijging van de heffingen en/of vergoedingen voor stortplaatsen voor alle afvalcategorieën (stedelijk, inert, overig);
1.2   invoering of verhoging van de heffingen en/of tarieven voor verbranding;
1.3   invoering van systemen op grond van het "de vervuiler betaalt"-beginsel;
1.4   maatregelen om de kostenefficiëntie van bestaande en aankomende regelingen voor producentenverantwoordelijkheid te verbeteren;
1.5   uitbreiding van het toepassingsgebied van de financiële en/of operationele producentenverantwoordelijkheid naar nieuwe afvalstromen;
1.6   economische stimulansen voor lokale instanties om preventie te bevorderen en afzonderlijke inzamelingsregelingen te ontwikkelen en te versterken;
1.7   maatregelen om de ontwikkeling van de hergebruiksector te ondersteunen;
1.8   maatregelen om subsidies af te schaffen die niet in overeenstemming zijn met de afvalhiërarchie;
2.   Andere maatregelen:
2.1   duurzame openbare aanbestedingen om duurzame productie en consumptie te bevorderen;
2.2   technische en fiscale maatregelen om de ontwikkeling van markten voor hergebruikte producten en gerecycleerde (inclusief gecomposteerde) materialen te ondersteunen en om de kwaliteit van gerecycleerde materialen te verbeteren;
2.3   de beste beschikbare technieken voor afvalbeheer met het oog op de verwijdering van zeer zorgwekkende stoffen, indien dit technisch en economisch haalbaar is;
2.4   maatregelen om het bewustzijn van goed afvalbeheer en zwerfvuilvermindering bij het publiek te vergroten, met inbegrip van ad-hoccampagnes om afvalvermindering bij de bron en een hoog participatieniveau in de afzonderlijke inzamelingsregelingen te garanderen;
2.5   maatregelen om te zorgen voor passende coördinatie, onder meer met digitale middelen, tussen alle bevoegde publieke instanties die betrokken zijn bij afvalbeheer, en voor de betrokkenheid van andere belangrijke belanghebbenden;
2.6   gebruik van de Europese structuur- en investeringsfondsen voor de financiering van de ontwikkeling van de infrastructuur voor afvalbeheer die nodig is om de relevante doelen te behalen.".

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0034/2017).

Juridische mededeling