Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2624(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0236/2017

Ingediende teksten :

B8-0236/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/04/2017 - 9.21

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0123

Aangenomen teksten
PDF 288kWORD 51k
Woensdag 5 april 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Genetisch gemodificeerde mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21
P8_TA(2017)0123B8-0236/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 5 april 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee, drie of vier van de events Bt11, 59122, MIR604, 1507 en GA21, ingevolge Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (D049280 – 2017/2624(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee, drie of vier van de events Bt11, 59122, MIR604, 1507 en GA21, ingevolge Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (D049280),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders(1), en met name artikel 7, lid 3, artikel 9, lid 2, en artikel 21, lid 2,

–  gezien de stemming op 27 januari 2017 van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, waarbij geen advies is geformuleerd, en gezien de stemming op 27 maart 2017 van het comité van beroep, dat evenmin een advies heeft opgeleverd,

–  gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(2),

–  gezien het advies dat op 15 juli 2016(3) is geformuleerd door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), dat een minderheidsstandpunt omvat, en de eerdere EFSA-adviezen inzake maissoorten die gedeeltelijk bestaan uit de afzonderlijke events Bt11 (dat de Cry1Ab- en PAT-eiwitten tot expressie brengt), 59122 (dat de Cry34Ab1-, Cry35Ab1- en PAT-eiwitten tot expressie brengt), MIR604 (dat de mCry3A- en PMI-eiwitten tot expressie brengt), 1507 (dat de Cry1F- en PAT-eiwitten produceert) en GA21 (dat het mEPSPS-eiwit tot expressie brengt),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (COM(2017)0085, COD(2017)0035),

–  gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemanipuleerde organismen(4),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 106, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

De aanvraag

A.  overwegende dat Syngenta op 1 juli 2011 bij de nationale bevoegde instantie van Duitsland een aanvraag heeft ingediend om levensmiddelen, levensmiddeleningrediënten en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21 in de handel te brengen, overeenkomstig de artikelen 5 en 17 van Verordening (EG) nr. 1829/2003; overwegende dat deze aanvraag ook betrekking heeft op het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21 in producten die er geheel of gedeeltelijk uit bestaan, voor andere toepassingen dan als levensmiddel of als diervoeder die ook voor andere maissoorten zijn toegelaten, met uitzondering van de teelt;

B.  overwegende dat Syngenta het toepassingsgebied van de aanvraag op 21 februari 2014 heeft uitgebreid naar alle subcombinaties van de afzonderlijke genetische-modificatie-events die samen mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21 vormen, met uitzondering van de subcombinatie 1507 × 59122, waarvoor reeds een vergunning was verkregen uit hoofde van Besluit 2010/432/EU van de Commissie(5);

C.  overwegende dat Syngenta het toepassingsgebied van de aanvraag op 31 maart 2016 heeft aangepast door de volgende vier subcombinaties, die in het toepassingsgebied van een andere aanvraag waren ondergebracht, te schrappen: mais Bt11 × GA21, mais MIR604 × GA21, mais Bt11 × MIR604 en mais Bt11 × MIR604 × GA21(6);

D.  overwegende dat de aanvrager over geen enkele van de twintig subcombinaties specifieke gegevens heeft verstrekt(7);

E.  overwegende dat het gebruik van de met vijf events gemodificeerde plant bedoeld is om schadelijke lepidoptera en coleoptera te bestrijden bij mais en om te zorgen voor tolerantie voor herbiciden die glufosinaatammonium of glyfosaat bevatten(8); overwegende dat het beoogde gebruik vergelijkbaar is bij de verschillende subcombinaties, naargelang de combinatie;

Het advies van de EFSA

F.  overwegende dat de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) op 26 augustus 2016 overeenkomstig de artikelen 6 en 18 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 een gunstig advies heeft uitgebracht met betrekking tot genetisch gemodificeerde mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21 en alle subcombinaties die tot het toepassingsgebied van de aanvraag behoren; overwegende dat het EFSA-advies een minderheidsstandpunt omvatte;

G.  overwegende dat de EFSA bevestigt dat er voor geen enkele van de twintig subcombinaties specifieke gegevens zijn ingediend, dat vele van deze combinaties nog niet zijn gecreëerd en dat het literatuuronderzoek geen wetenschappelijke informatie over deze combinaties heeft opgeleverd, maar niettemin concludeert dat alle twintig subcombinaties "even veilig zouden moeten zijn als de met vijf events gemodificeerde maisplant";

H.  overwegende dat de EFSA monitoring na het in de handel brengen van de betrokken genetische-modificatie-events niet nodig acht; overwegende dat de EFSA zich beperkt tot de verklaring dat de monitoringverplichting moet worden overwogen op basis van de nieuwe verstrekte eiwitexpressiegegevens, indien deze subcombinaties zouden worden gecreëerd door middel van gerichte veredelingsmethoden en in de Unie zouden worden ingevoerd;

Punten van zorg

I.  overwegende dat de lidstaten gedurende de overlegperiode van drie maanden honderden kritische opmerkingen hebben ingediend(9); overwegende dat in deze opmerkingen onder meer wordt verwezen naar ontbrekende informatie en gegevens, slecht uitgevoerde studies, ontbrekende studies, ontbrekende bewijzen om bepaalde blootstellingsroutes uit te sluiten, een ontoereikende gegevensbasis, bijv. met betrekking tot verteerbaarheid, het feit dat geen rekening is gehouden met de gecombineerde effecten van de verschillende Bt-toxine-eiwitten bij de beoordeling van de allergeniciteits- en toxiciteitsgrens, tekortkomingen met betrekking tot de proefopzet van de veldproeven en de statistische analyse, ontbrekende verslagen over de resultaten van de monitoring, gebrek aan bewijzen dat het product geen schadelijke gevolgen heeft voor het milieu, gebrek aan verdere beoordeling van aan het licht gekomen statistisch significante verschillen, bijv. in de nutritionele samenstelling, en het verzuim om immunologische tests te verrichten met betrekking tot een mogelijk hogere allergeniciteitsgrens;

J.  overwegende dat er een minderheidsstandpunt werd geformuleerd door Jean-Michel Wal, lid van het ggo-panel van de EFSA(10), waarin hij verklaart dat: "de aanvrager over geen enkele van deze twintig subcombinaties specifieke gegevens heeft verstrekt en evenmin een bevredigende motivering heeft gegeven waarin wordt uitgelegd waarom deze gegevens ontbreken en/of waarom ze volgens de aanvrager niet nodig zijn voor de risicobeoordeling. Dit is meer dan reden genoeg om dit minderheidsstandpunt te formuleren, ervan uitgaande dat er geen sprake kan zijn van twee soorten risicobeoordeling, een uitgebreide beoordeling op basis van volledige gegevens en een andere beoordeling waarvoor helemaal geen specifieke gegevens voorhanden zijn en die gebaseerd is op veronderstellingen en indirecte overwegingen van het panel, afgeleid aan de hand van de zogenaamde "op bewijskracht gebaseerde benadering" en extrapolatie van beschikbare gegevens voor de afzonderlijke events, de met vijf events gemodificeerde plant en andere gemodificeerde planten die in andere aanvragen zijn ingediend en beoordeeld. Bovenop deze princiepskwestie kan er in dit geval ook sprake zijn van onbeheerste risico's voor de gezondheid van menselijke consumenten in bepaalde segmenten van de bevolking.";

K.  overwegende dat hij zich in het minderheidsstandpunt meer bepaald afvraagt waarom de gekozen vorm van extrapolatie om de mogelijke schadelijke effecten te beoordelen niet nauwkeurig omschreven wordt: "De criteria, procedure en het betrouwbaarheidsniveau die voor deze extrapolatie vereist zouden moeten zijn, zijn nergens te bespeuren en er wordt evenmin een kritische evaluatie gegeven van de beperkingen van de extrapolatie. Er is geen beoordeling verricht van de onzekerheid die dit met zich meebrengt, bijv. aan de hand van een probabilistische analyse, zoals aanbevolen in de ontwerprichtsnoeren betreffende onzekerheid bij het uitvoeren van wetenschappelijke beoordelingen van de EFSA (herziene versie voor interne tests), opgesteld door het wetenschappelijk comité van de EFSA. Deze tekortkomingen maken de algemene conclusie mogelijk ongeldig.";

L.  overwegende dat in het EFSA-minderheidsstandpunt ook wordt gewezen op verscheidene tekortkomingen en contradictorische argumenten met betrekking tot de aanvraag, bijvoorbeeld dat de aanvrager enerzijds doet uitschijnen dat alle subcombinaties werden geproduceerd en dat het eiwitexpressieniveau werd geanalyseerd(11), maar anderzijds over geen enkele van de subcombinaties gegevens verstrekt;

M.  overwegende dat de betrokken genetisch gemodificeerde maisvariëteiten SYN-BTØ11-1, DAS-59122-7 en DAS-Ø15Ø7-1 een PAT-eiwit tot expressie brengen dat tolerantie geeft voor glufosinaatammoniumherbiciden; overwegende dat glufosinaat is ingedeeld als toxisch voor de voortplanting en derhalve onder de uitsluitingscriteria van Verordening (EG) nr. 1107/2009 valt; overwegende dat de goedkeuring van glufosinaat afloopt op 31 juli 2018(12);

N.  overwegende dat de in de aanvragen beschreven genetisch gemodificeerde mais MON-ØØØ21-9 het mEPSPS-eiwit tot expressie brengt dat tolerantie geeft voor glyfosaatherbiciden; overwegende dat glyfosaat door het Internationaal Agentschap voor kankeronderzoek (IARC) – het gespecialiseerde kankeragentschap van de Wereldgezondheidsorganisatie – op 20 maart 2015 is ingedeeld als waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen(13);

De procedure

O.  overwegende dat de stemming op 27 januari 2017 van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 geen advies heeft opgeleverd; overwegende dat amper tien lidstaten, goed voor slechts 38,43 % van de EU-bevolking, voor stemden, tegenover dertien lidstaten die tegen stemden, bij vier onthoudingen; overwegende dat bij de stemming op 27 maart 2017 van het comité van beroep evenmin een advies is uitgebracht;

P.  overwegende dat de Commissie zowel in de toelichting van haar wetsvoorstel van 22 april 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 wat betreft de mogelijkheid voor de lidstaten het gebruik van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders op hun grondgebied te beperken of te verbieden, als in de toelichting van het wetgevingsvoorstel van 14 februari 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011, haar ongenoegen heeft laten blijken over het feit dat vergunningsbesluiten sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1829/2003 worden vastgesteld door de Commissie zonder gesteund te worden door het advies van het Comité lidstaten, en dat de terugzending van het dossier naar de Commissie voor een definitieve beslissing, bedoeld als uitzondering voor de procedure in zijn geheel, de norm is geworden voor de besluitvorming rond het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders; overwegende dat Commissievoorzitter Juncker meermaals zijn ongenoegen heeft geuit over het povere democratisch gehalte van deze werkwijze(14);

Q.  overwegende dat het wetgevingsvoorstel van 22 april 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 op 28 oktober 2015 door het Parlement is verworpen met als argument dat, hoewel de teelt noodzakelijkerwijs plaatsvindt op het grondgebied van een lidstaat, de handel in ggo's grensoverschrijdend is, wat betekent dat een nationaal verbod op verkoop en gebruik, zoals de Commissie voorstelt, onmogelijk kan worden gehandhaafd zonder opnieuw grenscontroles op import in te voeren; overwegende dat het Parlement het wetgevingsvoorstel niet alleen heeft verworpen, maar de Commissie er ook toe heeft opgeroepen haar voorstel in te trekken en een nieuw in te dienen;

R.  overwegende dat in overweging 14 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren, reeds duidelijk het volgende wordt bepaald: "Wanneer de Commissie overweegt uitvoeringshandelingen vast te stellen op bijzonder gevoelige terreinen zoals belastingheffing, gezondheid van de consument, voedselveiligheid en milieubescherming, zal zij, omwille van een evenwichtige oplossing, zoveel mogelijk dusdanig handelen dat wordt voorkomen dat wordt ingegaan tegen een eventueel meerderheidsstandpunt binnen het comité van beroep dat afwijzend staat tegenover de gepastheid van een uitvoeringshandeling."(15);

1.  is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie een overschrijding inhoudt van de uitvoeringsbevoegdheden waarin is voorzien in Verordening (EG) nr. 1829/2003;

2.  is van mening dat het uitvoeringsbesluit van de Commissie niet in overeenstemming is met het recht van de Unie, omdat het niet verenigbaar is met het doel van Verordening (EG) nr. 1829/2003, namelijk, overeenkomstig de algemene beginselen die in Verordening (EG) nr. 178/2002(16) zijn vastgesteld, de basis te leggen voor het waarborgen van een hoog beschermingsniveau voor het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt wordt gewaarborgd;

3.  is meer bepaald van oordeel dat het in strijd is met de beginselen van de algemene levensmiddelenwetgeving als vastgelegd in Verordening (EG) nr. 178/2002 om variëteiten goed te keuren waarvoor geen veiligheidsinformatie is verstrekt, die zelfs niet getest zijn of die nog niet eens tot stand zijn gebracht;

4.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.
(2) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(3) Ggo-panel van de EFSA (Panel van de EFSA voor genetisch gemodificeerde organismen), 2016. Wetenschappelijk advies over een aanvraag van Syngenta (EFSA-GMO-DE-2011-99) om mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21 en twintig subcombinaties in de handel te brengen, waarvoor eerder geen vergunning is verleend ongeacht hun herkomst voor gebruik als levensmiddel en diervoeder, invoer en verwerking, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003; EFSA Journal 2016;14(8):4567 [31 blz.]; doi:10.2903/j.efsa.2016.4567.
(4)——————————— - resolutie van 16 januari 2014 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het in de handel brengen voor de teelt, overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad, van een maisproduct (Zea mays L., lijn 1507), genetisch gemodificeerd met het oog op resistentie tegen bepaalde schadelijke schubvleugelige insecten (PB C 482 van 23.12.2016, blz. 110),resolutie van 16 december 2015 over Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2279 van de Commissie van 4 december 2015 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais NK603 × T25 (P8_TA(2015)0456),resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87705 × MON 89788 (P8_TA(2016)0040),resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87708 × MON 89788 (P8_TA(2016)0039),resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja FG72 (MST-FGØ72-2) (P8_TA(2016)0038),resolutie van 8 juni 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × MIR604 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee of drie van de "events" Bt11, MIR162, MIR604 en GA21 (P8_TA(2016)0271),resolutie van 8 juni 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen van een genetisch gemodificeerde anjer (Dianthus caryophyllus L., lijn SHD-27531-4) (P8_TA(2016)0272),resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van genetisch gemodificeerde mais MON 810 (P8_TA(2016)0388),resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten van genetisch gemodificeerde maïs MON 810 (P8_TA(2016)0389),resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van genetisch gemodificeerde mais Bt11 (P8_TA(2016)0386),resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor de teelt van zaden van genetisch gemodificeerde mais 1507 (P8_TA(2016)0387),resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd katoen 281-24-236 × 3006-210-23 × MON 88913 (P8_TA(2016)0390).
(5) Besluit 2010/432/EU van de Commissie van 28 juli 2010 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais 1507x59122 (DAS-Ø15Ø7-1xDAS-59122-7) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 202 van 4.8.2010, blz. 11).
(6) Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1685 van de Commissie van 16 september 2016 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × MIR604 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die twee of drie van de transformatiestappen Bt11, MIR162, MIR604 en GA21 combineren, en tot intrekking van de Besluiten 2010/426/EU, 2011/892/EU, 2011/893/EU en 2011/894/EU (PB L 254 van 20.9.2016, blz. 22).
(7) Zoals wordt bevestigd in het eerder vermelde EFSA-advies (EFSA Journal 2016;14(8):4567 [31 blz.]).
(8) Mais SYN-BTØ11-1 brengt het Cry1Ab-eiwit tot expressie, dat bescherming biedt tegen bepaalde schadelijke lepidoptera, alsook een PAT-eiwit dat tolerantie geeft voor glufosinaatammoniumherbiciden.Mais DAS-59122-7 brengt de Cry34Ab1- en Cry35Ab1-eiwitten tot expressie, die bescherming bieden tegen bepaalde schadelijke coleoptera, alsook het PAT-eiwit, dat tolerantie geeft tegen glufosinaatammoniumherbiciden.Mais SYN-IR6Ø4-5 brengt het gemodificeerde Cry3A-eiwit tot expressie, dat bescherming biedt tegen bepaalde schadelijke coleoptera, alsook het PMI-eiwit, dat als selecteerbare merker werd gebruikt.Mais DAS-Ø15Ø7-1 brengt het Cry1F-eiwit tot expressie, dat bescherming biedt tegen bepaalde schadelijke lepidoptera, alsook het PAT-eiwit, dat werd gebruikt als selecteerbare merker en tolerantie geeft voor glufosinaatammoniumherbiciden.Mais MON-ØØØ21-9 brengt het mEPSPS-eiwit tot expressie, dat tolerantie geeft voor glyfosaatherbiciden.
(9) Zie EFSA-vragenregister, bijlage G bij vraag nr. EFSA-Q-2011-00894, online beschikbaar op: http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/questionDocumentsLoader?question=EFSA-Q-2011-00894 (laatste punt).
(10) Zie aanhangsel A bij het EFSA-advies.
(11) In de aanvraag staat te lezen dat "mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21 en alle subcombinaties ervan ongeacht hun herkomst zijn geproduceerd volgens conventionele kruisingsmethoden [...] (punt ii)" en dat "de analyse van het eiwitexpressieniveau bevestigt dat de kruising van de genetisch gemodificeerde afzonderlijke events van de mais [...] geen onderlinge interactie tot gevolg heeft in mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21 of de subcombinaties met een kleiner aantal van deze events ongeacht hun herkomst (punt x)".
(12) http://ec.europa.eu/food/plant/pesticides/eu-pesticides-database/public/?event=activesubstance.detail&language=EN&selectedID=1436
(13) IARC Monographs, deel 112: evaluation of five organophosphate insecticides and herbicides, 20 maart 2015, (http://monographs.iarc.fr/ENG/Monographs/vol112/mono112.pdf).
(14) Hij deed dit onder meer in zijn Openingstoespraak voor de plenaire zitting van het Europees Parlement, opgenomen in de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie (Straatsburg, 15 juli 2014) of in zijn State of the Union van 2016 (Straatsburg, 14 september 2016).
(15) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(16) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

Juridische mededeling