Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/0259(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0340/2016

Ingediende teksten :

A8-0340/2016

Debatten :

PV 26/04/2017 - 18
CRE 26/04/2017 - 18

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0140

Aangenomen teksten
PDF 249kWORD 44k
Donderdag 27 april 2017 - Brussel Definitieve uitgave
Europees Jaar van het cultureel erfgoed ***I
P8_TA(2017)0140A8-0340/2016
Resolutie
 Tekst
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 27 april 2017 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad over het Europees Jaar van het cultureel erfgoed (COM(2016)0543 – C8-0352/2016 – 2016/0259(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0543),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 167 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0352/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 12 oktober 2016(1),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 15 februari 2017 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs en het advies van de Begrotingscommissie (A8-0340/2016),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;

3.  neemt kennis van de verklaring van de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;

4.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 88 van 21.3.2017, blz. 7.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 27 april 2017 met het oog op de vaststelling van Besluit (EU) 2017/... van het Europees Parlement en de Raad over het Europees Jaar van het cultureel erfgoed (2018)
P8_TC1-COD(2016)0259

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Besluit (EU) 2017/864.)


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Overeenkomstig artikel 9 van dit besluit bedragen de financiële middelen voor de tenuitvoerlegging van het Europees Jaar van het cultureel erfgoed (2018) 8 miljoen EUR. Om de voorbereiding van het Europees Jaar van het cultureel erfgoed te financieren, wordt 1 miljoen EUR gehaald uit de bestaande middelen van de begroting voor 2017. In de begroting voor 2018 wordt 7 miljoen EUR gereserveerd voor het Europees Jaar van het cultureel erfgoed en zichtbaar gemaakt in een begrotingslijn. Van dat bedrag is 3 miljoen EUR afkomstig uit de middelen die thans zijn voorzien voor het programma Creatief Europa, en 4 miljoen EUR wordt gehaald uit andere bestaande middelen en geherprioriteerd, zonder dat de beschikbare marges worden benut en zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit.

VERKLARING VAN DE COMMISSIE

De Commissie neemt ter kennis dat de medewetgevers overeengekomen zijn om in artikel 9 van het besluit van het Europees Parlement en de Raad over een Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed (2018) financiële middelen vast te leggen ter waarde van 8 miljoen EUR. De Commissie brengt in herinnering dat het overeenkomstig artikel 314 VWEU uitsluitend voorbehouden is aan de begrotingsautoriteit om het bedrag aan kredieten in de jaarlijkse begroting goed te keuren.

Juridische mededeling