Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2160(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0122/2017

Ingediende teksten :

A8-0122/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.21

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0152

Aangenomen teksten
PDF 303kWORD 49k
Donderdag 27 april 2017 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2015: algemene begroting van de EU - Europese Dienst voor extern optreden
P8_TA(2017)0152A8-0122/2017
Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling X – Europese Dienst voor extern optreden (2016/2160(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 (COM(2016)0475 – C8-0278/2016)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015, vergezeld van de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name de artikelen 55, 99 en 164 tot en met 167,

–  gezien Speciaal verslag nr. 7/2016 van de Rekenkamer: "Het wereldwijde gebouwenbeheer van de Europese Dienst voor extern optreden",

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0122/2017),

1.  verleent de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Dienst voor extern optreden voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Dienst voor extern optreden, de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB L 69 van 13.3.2015.
(2) PB C 380 van 14.10.2016, blz. 1.
(3) PB C 375 van 13.10.2016, blz. 1.
(4) PB C 380 van 14.10.2016, blz. 147.
(5) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.


2. Resolutie van het Europees Parlement van 27 april 2017 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling X – Europese Dienst voor extern optreden (2016/2160(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling X – Europese Dienst voor extern optreden,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0122/2017),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

1.  verneemt met instemming dat het totale foutenpercentage in rubriek 5 (Administratie), met inbegrip van de begroting van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), volgens de Rekenkamer relatief laag blijft, naar schatting 0,6 % in 2015;

2.  stelt vast dat de Rekenkamer geen significante tekortkomingen heeft geïdentificeerd met betrekking tot het jaarlijks activiteitenverslag en het internecontrolesysteem van de EDEO;

3.  roept de EDEO op om de tekortkomingen op te lossen die de Rekenkamer geïdentificeerd heeft in de aanwervingsprocedure voor plaatselijke functionarissen in delegaties (bijvoorbeeld te weinig transparantie over bepaalde stappen in de procedure) en in door de delegaties georganiseerde procedures voor openbare aanbesteding (met name onjuiste beoordeling van aanbiedingen met betrekking tot technische specificaties of gebruik van de foute aanbestedingsprocedure);

4.  is het met de Rekenkamer eens dat het verbeteren van de begeleiding, het ontwerp, de coördinatie en de uitvoering van procedures voor openbare aanbesteding voor contracten van geringe waarde belangrijk is, aangezien deze contracten goed zijn voor 4,5 % van de totale waarde van in 2015 afgesloten contracten; ondersteunt het voornemen van de EDEO om regionale seminars te houden en administratieve ondersteuning te bieden bij aanbestedingen voor het volledige netwerk van delegaties;

5.  roept de EDEO op om de kwaliteit van zijn selectieprocedures te verbeteren door alle benodigde ondersteunende documentatie samen te brengen; vraagt de EDEO de aanbestedingsprocedures in de delegaties meer te harmoniseren; herhaalt zijn verzoek om de resterende tekortkomingen op dit gebied op te lossen door administratieve ondersteuning te blijven bieden aan de delegaties waar de situatie het meest acuut is;

6.  verheugt zich over het feit dat er in het kader van het toezichtsverslag externe steun (External Assistance Monitoring Report, EAMR) voor 2015 verbeterde en duidelijker richtsnoeren zijn verstrekt waarmee het toezicht op de hoofden van delegaties is versterkt en die betrekking hebben op zowel verantwoordingsplicht als rapportagevereisten;

7.  betreurt dat het gemiddelde afwijkingspercentage voor vastleggingen in 2015 op het niveau van de verificaties vooraf tot 22,4 % gestegen is (in vergelijking met 18,3 % in 2014);

8.  merkt op dat de volledige begroting van de EDEO in 2015 602,8 miljoen EUR bedroeg, wat een stijging is van in totaal 16,2 % ten opzichte van 2014, dankzij de overdracht van 71,5 miljoen EUR uit de administratieve begroting van de Commissie (25,2 miljoen EUR) en uit andere begrotingslijnen (tot 46,3 miljoen EUR) om de gemeenschappelijke kosten van de EU-delegaties, zoals huur, kosten voor de beveiliging van kantoren en IT te dekken; stelt vast dat de EOF-fondsen niet opgenomen werden;

9.  wijst erop dat de uitvoering van de administratieve begroting van de EDEO een punt van bezorgdheid blijft, aangezien bepaalde delegaties van de Commissie begrotingsbijdragen uit 33 verschillende begrotingslijnen ontvangen, bovenop de EDEO-begroting; nodigt alle stakeholders uit om de begrotingsbronnen en -regelingen verder te verfijnen en te vereenvoudigen om de uitvoering van de begroting te vergemakkelijken; verwelkomt de recente begrotingsafspraak met betrekking tot de administratiekosten van het EOF, die vanaf 2016 ten laste van de EDEO-begroting zullen komen op basis van een berekend standaardbedrag per persoon;

10.  verneemt dat de begroting van het hoofdkwartier 218,9 miljoen EUR bedroeg, waarvan 140,5 miljoen EUR (of 64,7 %) bestemd was voor de uitbetaling van lonen en andere vergoedingen voor statutair en extern personeel, 30 miljoen EUR (of 13,7 %) voor huisvesting en 30,7 miljoen EUR voor IT-systemen, uitrusting en meubels;

11.  merkt op dat de begroting van de delegaties, die 383,9 miljoen EUR bedroeg, opgesplitst werd in 155,8 miljoen EUR (of 40,6 %) voor huisvesting en daarmee verband houdende kosten, 105,5 miljoen EUR (of 27,5 %) voor de vergoeding van statutair personeel, 60,1 miljoen EUR (of 15,7 %) voor extern personeel en externe dienstverlening, 20,6 miljoen EUR (of 5,4 %) voor andere personeelskosten en 41,9 miljoen EUR (of 10,9 %) voor andere administratieve uitgaven; merkt eveneens op dat de Commissie 204,7 miljoen EUR heeft bijgedragen voor de administratieve kosten van het personeel van de Commissie in de EU-delegaties;

12.  herhaalt zijn verzoek om vooral in de delegaties aandacht te besteden aan de "bedrijfscontinuïteit" en het "documentbeheer" als essentiële normen voor interne controle maar ook als belangrijke onderdelen van het beheer, met name voor de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van informatie die voor verschillende beheersdoeleinden gebruikt wordt, namelijk het toezicht op, beoordeling van en verslaglegging over activiteiten en projecten;

13.  stelt vast dat slechts twee delegaties bezwaar maakten tegen het gebrek aan een behoorlijke aanbestedingsprocedure en het ontbreken van beheersinformatie die essentieel is voor de betrouwbaarheidsverklaring;

14.  ondersteunt de regelmatige contacten over de preventie en het opsporen van fraude tussen de EDEO en de diensten van de Commissie die zich bezighouden met extern beleid;

15.  ondersteunt het opzetten van het regionaal centrum Europa, dat een initiatief is gericht op het bieden van betere administratieve ondersteuning aan de EU-delegaties op het gebied van financieel beheer, aanbestedingen en personeelsbeleid; kijkt ernaar uit in 2017 de evaluatie van het proefproject te ontvangen; moedigt de EDEO aan om, waar passend, door te gaan met deze werkwijze van het bundelen van kennis in andere regio's, teneinde de administratieve lasten en kosten in delegaties te verminderen;

16.  acht het essentieel dat de hoofden van de delegaties regelmatig worden herinnerd aan hun cruciale rol voor de algemene versterking van toetsing, beheer en verantwoordingsplicht, met name wat betreft de weging van verschillende onderdelen die waarschijnlijk tot de afgifte van een voorbehoud leiden, in aanvulling op hun politieke taken; moedigt de EDEO aan om opleidingen te verstrekken en expertise te bieden aan de hoofden van de delegaties, vooral aan de diplomaten van de lidstaten;

17.  wijst op de veranderingen en stroomlijning van de organisatie van de EDEO om het aantal hiërarchische niveaus te beperken, met minder directoraten, en om de verslagleggingslijnen en informatiestromen te vereenvoudigen, waardoor de EDEO vlotter antwoorden zal kunnen formuleren op crises of politieke uitdagingen;

18.  erkent dat het personeelsbeleid cruciaal is voor de EDEO, die uit drie "bronnen" aanwerft en verantwoordelijk is voor het personeelsbestand in de delegaties, maar die eveneens de jaarlijkse doelstellingen voor personeelsinkrimping moet halen, wat in het hoofdkwartier in 2015 neerkomt op 17 posten;

19.  merkt dat de diplomaten van de lidstaten 32,9 % van alle personeelsleden uit de AD-groep in de EDEO uitmaken (307 personen), in vergelijking met 33,8 % in 2014; wijst erop dat dit aandeel groter is in de delegaties, met 43,1 % of 166 diplomaten uit de lidstaten, in vergelijking met 25,7 % op het hoofdkwartier; roept op tot een meer evenwichtige verdeling van het personeel en herinnert de EDEO aan het belang van het bundelen van de deskundigheid van de lidstaten en van EDEO-personeel op elk niveau;

20.  benadrukt dat in 63 van de 134 gevallen een diplomaat van een lidstaat aan het hoofd van een delegatie staat, wat neerkomt op 47 %; wijst erop dat deze 63 posten werden verdeeld met een genderonevenwicht van 16 % / 84 % en dat slechts 16 van de 63 posten werden bekleed door een onderdaan van een lidstaat die in 2004 of daarna toetrad tot de Unie; merkt ook op dat bij de 29 adjunct-hoofden van de delegatie er een genderonevenwicht van 24 % / 76 % is en dat 6 van de adjunct-hoofden van de delegatie diplomaten uit een lidstaat waren;

21.  stelt vast dat het aantal gedetacheerde nationale deskundigen van de lidstaten in 2015 is gestegen (8 % meer dan in 2014) tot een totaal van 434 (waarvan 376 in het hoofdkwartier en 58 in de delegaties); stelt vast dat 40 % van de 376 gedetacheerde nationale deskundigen (of 151 personen) in Brussel betaald wordt door hun nationale administratie;

22.  herinnert de EDEO aan de noodzaak om de formule voor de verhouding tussen het personeel afkomstig van de lidstaten en van de EU-instellingen volledig te eerbiedigen, zoals bepaald in het besluit van de Raad tot vaststelling van de EDEO;

23.  merkt op dat bijna een genderevenwicht is bereikt onder het personeel, namelijk 47 % / 53 %, maar dat het verschil in de AD-functiegroep 31,7 % / 68,3 % is (in vergelijking met 31 % / 69 % in 2014); stelt vast dat dit aandeel van 30 % sinds 2011 stabiel is gebleven;

24.  herhaalt zijn bezorgdheid over het genderonevenwicht in managementfuncties, dat op dit niveau momenteel 21,4 % / 78,6 % bedraagt; betreurt het feit dat slechts 16 % van de sollicitanten voor een managementfunctie van het andere geslacht is; is van mening dat vooruitgang op dit gebied belangrijk is en roept de EDEO daarom op om zijn voorwaarden en aanwervingsbeleid te herzien om beide geslachten in dezelfde mate aan te trekken voor managementfuncties;

25.  herhaalt dat geografisch evenwicht, met name met betrekking tot de nationaliteit van het personeel en de grootte van de lidstaten, een belangrijk element in het personeelsbeleid van de EDEO dient te zijn, met name met betrekking tot de lidstaten die in 2004 of daarna tot de Unie zijn toegetreden; is ernstig bezorgd over de aanhoudende ondervertegenwoordiging van deze lidstaten op zowel werknemers- als managementniveau; roept daarom de EDEO op deze situatie aanzienlijk te verbeteren; benadrukt dat de nieuwe lidstaten vooral op een hoger bestuursniveau en in leidinggevende functies ondervertegenwoordigd zijn, en dat in dit opzicht nog duidelijke vooruitgang wordt verwacht;

26.  verwelkomt de belofte van de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger aan het Parlement om het huidige onevenwicht, met een overwicht aan nationale diplomaten als hoofd van een delegatie, recht te zetten, en roept de EDEO op om in de loop van 2017 een herziening van het personeelsbeleid voor te stellen, waarin kwesties zoals genderevenwicht en mobiliteit van personeel tussen de instellingen aangepakt worden, en waarbij de EDEO ook rekening dient te houden met de impact van het personeelsbeleid op het versterken van het buitenlands beleid en de zichtbaarheid van de Unie door de globale Uniestrategie;

27.  moedigt de EDEO aan om de rol van de EU-delegaties verder te ontwikkelen, met name het faciliteren en ondersteunen van coördinatie tussen de lidstaten door het verstrekken van consulaire bijstand;

28.  herinnert de EDEO eraan dat er een dunne grens is tussen economische diplomatie en lobbying; roept de EDEO daarom op om zich aan te sluiten bij het toekomstige Interinstitutioneel Akkoord voor een verplicht transparantieregister, ook voor de delegaties van de Unie, voor zover dit wettelijk mogelijk is;

29.  neemt kennis van de jaarlijkse uitgaven van 160 miljoen EUR voor het netwerk van EU-delegaties, wat een stijging is met meer dan 50 % in vergelijking met het vorige begrotingsjaar; merkt op dat 80 % van de delegaties gehuurd wordt, waardoor de huurkosten in 2015 oplopen tot 53,04 miljoen EUR; verwelkomt de leenfaciliteit van 200 miljoen EUR om het huisvestingsbeleid te verbeteren en de aankoopkosten voor delegaties te verminderen; betreurt dat ondanks de leenfaciliteit en de toegenomen begroting slechts enkele gebouwen van delegaties eigendom van de EDEO zijn; verzoekt de EDEO om niet alleen de contracten voor huisvesting van de delegaties van het huidige jaar over te leggen, maar in het jaarlijkse activiteitenverslag ook een overzicht te geven van de toestand van alle gebouwen van de delegaties;

30.  vraagt de EDEO om zijn huisvestingsbeleid grondig op de schop te nemen in overeenstemming met de aanbevelingen van de Rekenkamer in haar speciaal verslag nr. 7/2016, met name op het vlak van:

   de behoefte aan samenhang en volledige terugverdiening van de kosten betaald door de lidstaten, andere instellingen van de Unie of instanties die in kantoorgebouwen van delegaties gehuisvest zijn;
   betere selectie van delegatiegebouwen;
   directe betrokkenheid van het hoofdkantoor voordat er kantoorgebouwen worden gehuurd (of een huurovereenkomst wordt verlengd) of aangekocht;
   verbetering van het informatiesysteem voor vastgoedbeheer, opdat de EDEO betrouwbaardere en relevantere informatie krijgt als input voor het planningsproces;

31.  roept de EDEO op om het gebruik van oppervlakte verder te ontwikkelen, met name door zo spoedig mogelijk de individuele situatie te beoordelen van ongebruikte of onnodig grote gebouwen evenals de daaraan verbonden extra kosten die de Rekenkamer vastgesteld heeft (7,8 miljoen EUR), met inachtneming van de uitdagingen van gebouwenbeheer in vaak complexe omstandigheden;

32.  benadrukt dat de EDEO en de lidstaten allebei belang hebben in het in kaart brengen van het gebruik van gebouwen en het verder ontwikkelen van plaatselijke samenwerkingen voor gebouwenbeheer, met specifieke en blijvende aandacht voor kosteneffectiviteit, veiligheid en het imago van de Unie;

33.  verwelkomt de toename van projecten voor gezamenlijke huisvesting van EU-delegaties en lidstaten: in 2015 werden zes memoranda van overeenstemming ondertekend, waardoor er eind 2015 in totaal 86 projecten van deze aard zijn; spoort de EDEO aan verder te zoeken naar manieren om deze goede praktijk uit te breiden; is van mening dat dit beleid ook innovatieve benaderingen moet bevatten om een gecoördineerde colocatiestrategie vast te stellen met de lidstaten die hieraan willen meewerken, alsook passende regelingen voor de verdeling van de kosten in verband met gebouwen en logistiek; benadrukt dat regelingen voor gezamenlijke huisvesting ook andere entiteiten die zich bezighouden met buitenlands beleid betreffen, zoals de Europese Investeringsbank, het ECHO, missies in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en speciale vertegenwoordigers van de EU;

34.  betreurt de ontoereikende verslaglegging en de onjuistheden in het informatiesysteem voor het beheer van kantoorgebouwen en residenties van delegaties; vraagt om de volledigheid en betrouwbaarheid van door EU-delegaties ingegeven data regelmatig te controleren en de algemene planning van oppervlakte, locaties en kostenrecuperatie te verbeteren;

35.  spoort de EDEO aan om meer controle uit te oefenen op het beheer van de kosten in het kader van het gebouwenbeleid en hiervoor versterkte toezichtsinstrumenten in te zetten, teneinde een correct overzicht en goede opvolging van alle uitgaven op dit gebied te verzekeren; is van oordeel dat nadruk gelegd moet worden op het controleren van de in het gebouwenbeleid vastgelegde maxima, teneinde de totale jaarlijkse huurkosten van de kantoren van de delegaties en de daarmee verband houdende vaste kosten te verminderen, en teneinde de toereikendheid van de bijdragen van partners te verzekeren, alsook de dekking van de lopende kosten voor gezamenlijke huisvesting en de overeenstemming van de kosten met de plaatselijke markt;

36.  is van oordeel dat dringend juridische en technische expertise inzake vastgoed moet worden ontwikkeld, en dat hiervoor kostenefficiënte alternatieve opties overwogen moeten worden, zoals het inhuren van externe expertise (bijvoorbeeld plaatselijke makelaars) om de markt te verkennen en eventueel met eigenaars te onderhandelen;

37.  verzoekt de EDEO om een jaarlijkse lijst van alle in de delegaties verrichte inspecties;

38.  verzoekt de EDEO de laatste vijf overeenkomsten over de huur resp. aankoop van residenties voor EU-ambassadeurs, met inbegrip van de residentie in Tirana, Albanië, door de inspectie van de delegaties te laten controleren en hierover verslag uit te brengen aan het Parlement;

39.  ondersteunt de tenuitvoerlegging van een strategie op middellange en lange termijn om alle mogelijkheden op dit gebied te identificeren, gaande van investeringsprioriteiten of -mogelijkheden tot het verlengen van huurovereenkomsten of het delen van gebouwen met lidstaten, met inachtneming van de verwachte ontwikkelingen van het personeelsbestand, beleidsplanning en -ontwikkeling;

40.  moedigt de EDEO aan om het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) en het beginsel van groene overheidsaanbestedingen verder toe te passen in zijn gebouwenbeleid, maar begrijpt dat de plaatselijke omstandigheden van de 139 delegaties een zekere mate van flexibiliteit vergen;

41.  is van oordeel dat de beveiliging van de EDEO en van de delegaties verbeterd moet worden, en roept de EDEO op hier prioritair rekening mee te houden bij de keuze voor gebouwen en ruimten voor de delegaties; is van oordeel dat de beveiliging van gebouwen een integraal onderdeel van het gebouwenbeleid moet zijn en dat het EDEO-evacuatieschema en de beslissing om te evacueren indien nodig gecoördineerd dienen te worden met de vertegenwoordigingen van de betreffende lidstaten;

42.  is verheugd dat de EDEO voornemens is een project met een gemeenschappelijke visie en gezamenlijke actie uit te voeren dat tot doel heeft te komen tot een sterker Europa dat bijdraagt aan de vrede en veiligheid in de regio en overal ter wereld;

43.  verzoekt de EDEO zijn communicatiebeleid ten aanzien van de burgers van de Unie te verbeteren.

Juridische mededeling