Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2158(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0142/2017

Ingediende teksten :

A8-0142/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.22

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0153

Aangenomen teksten
PDF 259kWORD 46k
Donderdag 27 april 2017 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2015: algemene begroting van de EU - Europese ombudsman
P8_TA(2017)0153A8-0142/2017
Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling VIII – Europese Ombudsman (2016/2158(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 (COM(2016)0475 – C8-0276/2016)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015, vergezeld van de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0142/2017),

1.  verleent de Europese Ombudsman kwijting voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Ombudsman, de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB L 69 van 13.3.2015.
(2) PB C 380 van 14.10.2016, blz. 1.
(3) PB C 375 van 13.10.2016, blz. 1.
(4) PB C 380 van 14.10.2016, blz. 147.
(5) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.


2. Resolutie van het Europees Parlement van 27 april 2017 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling VIII – Europese Ombudsman (2016/2158(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling VIII – Europese Ombudsman,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0142/2017),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

1.  stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer geen significante tekortkomingen heeft vastgesteld met betrekking tot de gecontroleerde aspecten in verband met personeelsbeheer en aanbestedingen bij de Europese Ombudsman (hierna de "Ombudsman");

2.  onderstreept dat de Rekenkamer op basis van haar controlewerkzaamheden heeft geconcludeerd dat de betalingen als geheel over het per 31 december 2015 afgesloten jaar met betrekking tot de administratieve uitgaven van de Ombudsman geen materiële fouten vertonen;

3.  benadrukt dat de begroting van de Ombudsman louter administratief is en in 2015 in totaal 10 346 105 EUR bedroeg (in 2014 was dat 9 857 002 EUR); onderstreept echter dat de invoering van resultaatgericht begroten niet enkel geldt voor de begroting van de Ombudsman in haar geheel, maar ook voor het bepalen van specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdgebonden (SMART) doelstellingen voor individuele afdelingen, eenheden en jaarplannen voor personeelsbeleid; roept de Ombudsman in dit verband op om het beginsel van resultaatgericht begroten breder in te voeren in de dagelijkse werking;

4.  merkt op dat 92,32 % van alle kredieten vastgelegd was (in vergelijking met 97,87 % in 2014) en 86,19 % betaald werd (in vergelijking met 93,96 % in 2014) met een benuttingspercentage van 92,32 % (in vergelijking met 97,87 % in 2014); merkt op dat het benuttingspercentage ook in 2015 is blijven dalen;

5.  stelt vast dat de daling van het benuttingspercentage in 2015 een invloed had op de beslissing van de Ombudsman om te besparen op verschillende begrotingslijnen, te weten dienstreizen, representatiekosten en publicaties, en vertalingen, waardoor hier minder begrotingsmiddelen aan werden toegekend;

6.  erkent dat de Ombudsman onder de EU-instellingen een koploper is inzake transparantie; dringt desalniettemin aan op verdere verbetering van de transparantie met betrekking tot de aanwervingsvoorwaarden en -procedures; verzoekt de Ombudsman te verduidelijken wat de taken van de bijzonder adviseur zijn, en wat zijn/haar positie in het organigram is; vraagt de Ombudsman om een geüpdatete versie van het organigram op de website te zetten, aangezien er een aantal veranderingen hebben plaatsgevonden door de invoering van een nieuwe organisatiestructuur in november 2015;

7.  is ingenomen met de voortzetting van de onderzoeken van de Ombudsman naar "draaideur"-gevallen in de Commissie; uit zijn bezorgdheid over de "interne draaideur" tussen de Ombudsman en de andere instellingen, mogelijk onder toezicht van de Ombudsman, of tussen de andere instellingen die mogelijk toezicht op elkaars werk houden; roept de Ombudsman op om de situatie te onderzoeken en, indien dit noodzakelijk wordt geacht, regels uit te werken zodat belangenconflicten vermeden kunnen worden;

8.  verwelkomt de efficiënte implementatie van het jaarlijkse beheerplan voor 2015 in het kader van de strategie naar 2019; constateert dat een grote meerderheid van de doelstellingen die door de Ombudsman waren vastgesteld om de prestaties van de dienst via kernprestatie-indicatoren te evalueren, werden gehaald; heeft er vertrouwen in dat deze tendens zich de komende jaren zal voortzetten;

9.  erkent dat de Ombudsman een sleutelrol heeft gespeeld bij de invoering van de interne regels ter bescherming van klokkenluiders onder de artikelen 22 bis, 22 ter en 22 quater van het Statuut van de ambtenaren in EU-instellingen eind 2015; vraagt de Ombudsman om toezicht te blijven uitoefenen op de tenuitvoerlegging van deze regels en om te evalueren of zij voldoende bescherming bieden voor de geaccrediteerde parlementaire assistenten van het Parlement;

10.  moedigt de Ombudsman aan bij de voorbereiding van regels ter voorkoming en bestrijding van pesterij;

11.  erkent het belang van de strategische initiatieven en onderzoeken op eigen initiatief van de Ombudsman en nodigt de Ombudsman uit om de kwijtingsautoriteit regelmatig in kennis te stellen van de gevolgen van onderzoeken; herinnert eraan dat de Ombudsman allereerst de taak heeft de klachten van de burgers binnen een redelijke termijn te behandelen; nodigt de Ombudsman uit om wanbeheer zo breed mogelijk te interpreteren bij de uitvoering van taken en om nauwer samen te werken met de Commissie begrotingscontrole van het Parlement voor strategische werkzaamheden;

12.  erkent de nieuwe, in de uitvoeringsbepalingen ingevoerde definities van publiek en niet-publiek belang voor het sorteren van binnenkomende klachten; verzoekt de Ombudsman om de kwijtingsautoriteit te informeren over het effect dat deze definities hebben gehad op de prestaties;

13.  verneemt met instemming dat de identiteit van en andere gegevens over de externe stakeholders waarmee ontmoetingen plaatsvinden op de website van de Ombudsman worden gepubliceerd;

14.  merkt de resultaten op die geboekt zijn bij de verwerking van klachten in 2015 en verneemt met instemming dat de EU-instellingen in 90 % van de gevallen instemden met de voorstellen van de Ombudsman; roept de Ombudsman op om in het jaarlijkse activiteitenverslag een overzicht te geven waarin de naleving van de voorstellen door de EU-instellingen uitgesplitst wordt; vraagt de Ombudsman om een analyse uit te voeren van de mogelijke redenen voor niet-naleving en verzoekt de EU-instellingen om hun nalevingspercentage nog te verbeteren;

15.  verneemt met instemming dat in 2015 een genderevenwicht op managementniveau is bereikt; hecht zijn goedkeuring aan de steun van de Ombudsman voor maatregelen ter bevordering van een evenwichtige participatie van mannen en vrouwen in het personeelsbestand;

16.  betreurt echter het duidelijke geografische onevenwicht op midden- en topmanagementniveau, vooral het overwicht aan managers uit de lidstaat waarvan de Ombudsman onderdaan is; roept de Ombudsman op om deze situatie blijvend recht te zetten;

17.  stelt vast dat de Ombudsman een plan heeft om, zoals bepaald werd in een interinstitutionele overeenkomst, het personeelsbestand met 5 % te verminderen over een periode van vijf jaar; vraagt op de hoogte gehouden te worden over hoe deze inkrimping zal worden verenigd met de raming om in 2016 vijf nieuwe posten te creëren;

18.  is bezorgd over de twee klachten die in 2015 tegen de Ombudsman zijn ingediend bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en vraagt dat details over deze klachten verstrekt worden aan de Commissie begrotingscontrole van het Parlement;

19.  verwelkomt de consequente toepassing van de regels op grond van het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), het feit dat sommige documenten uitsluitend in digitale vorm beschikbaar zijn, de invoering van een permanent groen mobiliteitsschema en het gebruik van videoconferencing voor vergaderingen; dringt aan op verdere toepassing van de beginselen van groene overheidsopdrachten en vraagt de Ombudsman om regels en een begroting voor koolstofcompensatie vast te stellen;

20.  verwelkomt de verduidelijking van de Ombudsman over het ontbreken van een gebouwenbeleid, aangezien de diensten door het Parlement gehuisvest worden, en vraagt om op de hoogte gehouden te worden als er ontwikkelingen of veranderingen in de huidige situatie zouden zijn;

21.  verneemt met instemming dat de Ombudsman alle ter beschikking zijnde informatie over het personeelsbestand heeft verstrekt, opgesplitst per graad, geslacht en nationaliteit, en vraagt de Ombudsman om deze informatie automatisch op te nemen in het jaarlijkse activiteitenverslag;

22.  verwacht dat de Ombudsman blijft streven naar consistente kwaliteit in het jaarlijkse activiteitenverslag en vraagt de Ombudsman een algemeen jaarlijks impactverslag te verstrekken, dat een belangrijk instrument is voor de beoordeling van zijn werk;

23.  spreekt de wens uit dat de nationale ombudsmannen, de overheden in de lidstaten en de instellingen van de Unie de Ombudsman beter steunen door de aandacht van de burgers van de Unie te vestigen op de mogelijkheid de hulp van de Ombudsman in te roepen in het geval van wanbeheer door een instelling of orgaan van de Unie;

Juridische mededeling