Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2159(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0140/2017

Ingediende teksten :

A8-0140/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.23

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0154

Aangenomen teksten
PDF 268kWORD 48k
Donderdag 27 april 2017 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2015: algemene begroting van de EU - Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming
P8_TA(2017)0154A8-0140/2017
Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling IX - Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (2016/2159(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 (COM(2016)0475 – C8-0277/2016)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015, vergezeld van de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0140/2017),

1.  verleent de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming, de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese Ombudsman en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB L 69 van 13.3.2015.
(2) PB C 380 van 14.10.2016, blz. 1.
(3) PB C 375 van 13.10.2016, blz. 1.
(4) PB C 380 van 14.10.2016, blz. 147.
(5) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.


2. Resolutie van het Europees Parlement van 27 april 2017 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling IX – Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (2016/2159(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling IX - Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0140/2017),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

1.  is verheugd over de conclusie van de Rekenkamer dat de betalingen als geheel over het per 31 december 2015 afgesloten jaar met betrekking tot de administratieve en andere uitgaven van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (de "Toezichthouder") geen materiële fouten vertonen en dat de onderzochte toezicht- en controlesystemen voor de administratieve en andere uitgaven doeltreffend waren;

2.  stelt vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag van 2015 opmerkt dat er geen ernstige tekortkomingen zijn vastgesteld met betrekking tot de gecontroleerde aspecten inzake personele middelen en aanbesteding door de Toezichthouder (vijf aanwervingsprocedures, vijf aanbestedingsprocedures en één financiële transactie); benadrukt dat dit het vierde opeenvolgende jaar is dat de Rekenkamer geen ernstige tekortkomingen heeft gevonden;

3.  stelt vast dat de Toezichthouder in 2015 over een totaalbedrag van 8 760 417 EUR aan toegekend budget beschikte (tegenover 8 012 953 EUR in 2014) en dat de uitvoeringsgraad ervan 96 % bedroeg (tegenover 92 % in 2014); is ingenomen met de verbeterde resultaten;

4.  is van oordeel dat de begroting van de Toezichthouder voornamelijk administratief is, waarbij het grootste deel wordt gebruikt voor uitgaven met betrekking tot het personeel dat voor de instelling werkzaam is en de rest voor gebouwen, meubilair, uitrusting en diverse werkingskosten; onderstreept echter dat de invoering van resultaatgericht begroten niet enkel geldt voor de begroting van de Toezichthouder in haar geheel, maar ook voor het bepalen van specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdgebonden (SMART) doelstellingen voor individuele afdelingen, eenheden en jaarplannen voor personeelsbeleid; roept de Toezichthouder in dit verband op om het beginsel van resultaatgericht begroten breder in te voeren in de dagelijkse werking;

5.  stelt bezorgd vast dat van drie indicatoren van het internecontrolesysteem wordt gesteld dat zij aanzienlijke bijkomende inspanningen nodig hebben, in het bijzonder de "doelstellingen en prestatie-indicatoren" die worden aanbevolen om SMART-doelstellingen en relevante, aanvaarde, geloofwaardige, eenvoudige en robuuste indicatoren te ontwikkelen; is tevreden met de toezegging van de Toezichthouder om alle aanbevelingen met betrekking tot deze indicatoren uit te voeren;

6.  merkt op dat de Toezichthouder slechts één hogere leidinggevende post heeft en dat de genderbalans in middenmanagementfuncties 40 %/60 % bedraagt; vraagt de Toezichthouder inspanningen te blijven leveren om ervoor te zorgen dat bij de aanwerving en promotie zoveel mogelijk wordt gekeken naar genderevenwicht;

7.  is zeer tevreden dat de personeelsleden van de Toezichthouder gemiddeld slechts 6,6 dagen niet werkte wegens ziekteverlof;

8.  benadrukt dat de Toezichthouder na de kantooruren verschillende activiteiten heeft georganiseerd; vraagt de Toezichthouder manieren te zoeken om de afzonderlijke personeelsleden die het meest bijdragen tot de activiteiten rond welzijn van de instelling, te belonen, deze activiteiten voort te zetten en zoveel mogelijk personeelsleden erbij te betrekken; vraagt de Toezichthouder de ervaringen hieromtrent te delen met de instellingen van de Unie en andere organen van de Unie;

9.  stelt tevreden vast dat de Toezichthouder twee vertrouwelijke adviseurs ter preventie van pesterijen heeft aangesteld, die vertrouwelijk bijstand kunnen verstrekken en deel uitmaken van het netwerk van de Commissie; stelt vast dat er geen melding van pesterijen is geweest;

10.  stelt vast dat de Toezichthouder op 16 december 2015 een gedragscode voor de toezichthouders heeft goedgekeurd; benadrukt evenwel dat de code veeleer een beleidsverklaring is en dat ze geen regels bevat inzake belangenconflicten; vindt het jammer dat de cv's en belangenverklaringen van de leden en het personeel van de Toezichthouder niet door het publiek kunnen worden geraadpleegd; verzoekt de Toezichthouder een overzicht van de vastgestelde gevallen van belangenconflicten op te stellen en bij de kwijtingsautoriteit in te dienen;

11.  uit zijn tevredenheid over de praktijk van de Toezichthouder om het personeel regelmatig in te lichten over vergaderingen van het management en de uitkomsten daarvan;

12.  merkt tevreden op dat elke aanwezigheid van de Toezichthouder op professionele vergaderingen met organisaties of zelfstandig werkzame personen buiten de instellingen van de Unie (onder wie lobbyisten) minstens op de eigen website wordt gepubliceerd; stelt eveneens tevreden vast dat alle conferenties waaraan de Toezichthouder deel neemt, op de website worden gepubliceerd, samen met formele speaking notes; herhaalt zijn verzoek aan de Toezichthouder om gedetailleerde gegevens over de missies van de leden en het personeel van de Toezichthouder in het jaarlijkse activiteitenverslag op te nemen, aangezien de verstrekte informatie niet voldoende gedetailleerd was wat betreft de waarborgen voor transparantie en kosteneffectiviteit;

13.  verzoekt de Toezichthouder zich aan te sluiten bij het interinstitutioneel akkoord inzake een verplicht transparantieregister, dat werd opgericht;

14.  neemt kennis van de oprichting van een kleine taskforce in juli 2015 die moet nagaan welke juridische, operationele en budgettaire middelen noodzakelijk zijn voor de oprichting van het Europees Comité voor gegevensbescherming, dat de Groep artikel 29 zal opvolgen; is ingenomen met de in 2015 bereikte benuttingsgraad voor de in de relevante titels ingevoerde kredieten; verzoekt de Toezichthouder de bevindingen van de taskforce op te nemen in zijn jaarverslag;

15.  is met name tevreden met de door de Toezichthouder voor gegevensbescherming gespeelde adviesrol met betrekking tot de ontwikkeling van de wetgeving in verband met het gegevensbeschermingspakket (de algemene verordening gegevensbescherming(1) en de richtlijn gegevensbescherming(2)), de hervorming van Europol(3), de PNR-richtlijn (Passenger Name Record)(4), het privacyschild tussen de EU en de VS(5) alsook zijn advies over het eerste hervormingspakket inzake het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (Eurodac, EASO en de Dublinverordeningen)(6), alsook met zijn betrokkenheid bij de oprichting van het Europees Comité voor gegevensbescherming;

16.  is ingenomen met de samenwerking van de Toezichthouder met de instellingen van de Unie en met andere organen van de Unie, voornamelijk op het vlak van administratie, aanbestedingen, financiën, boekhouden en begroting; vraagt de Toezichthouder in het jaarlijkse activiteitenverslag informatie over alle overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau en de resultaten van die samenwerking op te nemen;

17.  is tevreden met de ontwikkelde strategie van de Toezichthouder van 2015 tot 2019 en de hieraan gekoppelde essentiële prestatie-indicatoren om het gebruik van zijn middelen te controleren en indien nodig aan te passen; erkent dat de geselecteerde essentiële prestatie-indicatoren tonen dat de tenuitvoerlegging van deze strategie grotendeels op koers ligt; verzoekt de Toezichthouder het scorebord in het jaarlijkse activiteitenverslag te blijven verschaffen en het onderscheid tussen externe en interne indicatoren te verduidelijken;

18.  is ingenomen met de verduidelijking voor de afwezigheid van een gebouwenbeleid, aangezien de diensten worden gehuisvest in een van de gebouwen van het Parlement, en vraagt om op de hoogte gehouden te worden van eventuele ontwikkelingen of veranderingen van de huidige situatie;

19.  verneemt met instemming dat de Toezichthouder alle ter beschikking zijnde informatie over het personeelsbestand heeft verstrekt, opgesplitst per graad, geslacht en nationaliteit, vraagt dat deze informatie automatisch wordt opgenomen in het jaarlijkse activiteitenverslag van de Toezichthouder;

20.  neemt kennis van het voornemen van de Toezichthouder zich te houden aan de interinstitutionele overeenkomst(7) om het personeelsbestand met 5 % te verminderen over een periode van vijf jaar; is zich zeer bewust van de toekomstige uitdagingen om de instellingen en organen van de Unie voor te bereiden voor de toepassing van de nieuwe verordening gegevensbescherming, die vanaf 25 mei 2018 van toepassing zal zijn; stelt voor dat de Toezichthouder het Parlement op de hoogte brengt van eventuele alternatieve besparingen die werden gedaan ter compensatie van de mogelijke vertraging van de personeelsinkrimping;

21.  herhaalt de oproep aan de Commissie om de agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, alsook de Toezichthouder, vrij te stellen van de algemene personeelsinkrimping van 5 %, aangezien in het huidige politieke klimaat van deze agentschappen wordt gevraagd dat zij steeds meer werk op zich nemen;

22.  neemt kennis van de verwijzing naar specifieke onderdelen over het beheer van aanbestedingen en missies in de inleiding tot het jaarlijks activiteitenverslag van de Toezichthouder voor 2015; vraagt dat het volgende jaarlijks activiteitenverslag een overzicht bevat van dezelfde gegevens voor de voorbije drie of vier jaar;

23.  stelt vast dat de Toezichthouder uitvoering heeft gegeven aan de aanbeveling die in het kwijtingsverslag van het Parlement van 2014 is geformuleerd en een overzicht van de toegekende contracten heeft gepubliceerd; beveelt, met het oog op transparantie en het vertrouwen van het publiek, de Toezichthouder aan het verslag van de Rekenkamer te publiceren samen met zijn jaarverslag en zijn jaarlijks activiteitenverslag;

24.  verzoekt de Toezichthouder zich te houden aan het bepaalde in artikel 16 van het personeelsstatuut en duidelijke, bindende regels voor "draaideuren" vast te leggen in overeenstemming met de door de Commissie gepubliceerde richtsnoeren;

25.  neemt met tevredenheid kennis van de publicatie op 16 juni 2016 van het besluit van de Toezichthouder voor gegevensbescherming tot vaststelling van regels voor klokkenluiders;

26.  verzoekt de Toezichthouder zijn communicatiebeleid ten aanzien van de burgers van de Unie te verbeteren;

27.  moedigt de toenemende bijdrage aan van de Toezichthouder voor gegevensbescherming aan oplossingen ter bevordering van innovatie en ter verbetering van de privacy en gegevensbescherming, met name door meer transparantie, gebruikerscontrole en aflegging van rekenschap met betrekking tot de verwerking van big data; merkt de opstelling op van diverse adviezen waarin wordt verzocht om actie om ervoor te zorgen dat nieuwe technologieën zo groot mogelijke voordelen opleveren zonder dat de grondrechten worden aangetast.

(1) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(2) Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).
(3) Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53) Zie PB C 38 van 8.2.2014, blz. 3.
(4) Richtlijn (EU) 2016/681 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 132) Zie PB C 392 van 25.11.2015, blz. 11.
(5) Zie PB C 257 van 15.7.2016, blz. 8.
(6) Zie PB C 9 van 12.1.2017, blz. 3.
(7) Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1).

Juridische mededeling