Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2182(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0086/2017

Ingediende teksten :

A8-0086/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.34

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0165

Aangenomen teksten
PDF 194kWORD 51k
Donderdag 27 april 2017 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2015: Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA)
P8_TA(2017)0165A8-0086/2017
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2182(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen betreffende het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0068/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie(4), en met name artikel 97,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0086/2017),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 82.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 82.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2182(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen betreffende het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0068/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie(4), en met name artikel 97,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0086/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2015;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 82.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 82.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 27 april 2017 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2182(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien artikel 94 van en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0086/2017),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (het "Agentschap") voor het begrotingsjaar 2015 volgens zijn financiële staten 114 412 841 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 0,26 % ten opzichte van 2014 betekent;

B.  overwegende dat het Agentschap subsidies van de Unie heeft ontvangen ter waarde van 7 318 792 EUR, alsook 300 000 EUR in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun, maar geen andere bijdragen of financiering van de Commissie;

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2015 ("het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2015 betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

D.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, de nadruk legt op het bijzondere belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

1.  herinnert eraan dat het Agentschap een geconsolideerde entiteit is overeenkomstig artikel 185 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(1) ("het Financieel Reglement"), en dat het onder de regelgevende instanties de drijvende kracht vormt achter de tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake chemische stoffen ten behoeve van de volksgezondheid en het milieu alsook van innovatie en concurrentievermogen; wijst erop dat het Agentschap bedrijven helpt wetgeving na te leven, dat het in samenwerking met internationale organisaties en belanghebbenden het veilige gebruik van chemische stoffen bevordert, dat het voorziet in informatie over chemische stoffen en zich bezighoudt met chemische stoffen die aanleiding geven tot bezorgdheid;

Follow-up van de kwijting voor 2014

2.  verneemt van het Agentschap dat, in overeenstemming met de aanbeveling van de kwijtingsautoriteit van het afgelopen jaar, het in het volgende jaarverslag een afzonderlijk hoofdstuk opneemt over transparantie, verantwoording en integriteit;

Wettigheid en regelmatigheid van verrichtingen

3.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Agentschap 50 % betaalt van de kosten voor naschoolse opvang van de kinderen van personeelsleden op de Europese School in Helsinki; stelt voorts vast dat deze bijdrage is beperkt tot 1 000 EUR per kind per jaar, en in totaal ongeveer 95 000 EUR bedraagt in 2015; verneemt van de Rekenkamer dat deze maatregel niet was medegedeeld aan de begrotingsautoriteit in het kader van de begrotingsprocedure; stelt vast dat het Agentschap deze maatregel zal mededelen aan de begrotingsautoriteit in zijn programmeringsdocument 2018-2020 en in zijn financieel memorandum van 2018; erkent voorts dat het Agentschap de opmerkingen over de toepasselijke begrotingslijn al heeft bijgewerkt door de informatie over deze maatregel in de eerste wijziging van de begroting 2016 van het Agentschap op te nemen;

Financieel en begrotingsbeheer

4.  wijst erop dat, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad(2) ("REACH-verordening"), het Agentschap wordt gefinancierd uit de vergoedingen die worden betaald door het bedrijfsleven en uit een compenserende subsidie van de Unie, als bedoeld in artikel 208 van het Financieel Reglement; is ingenomen met het feit dat het Agentschap in 2015 en tegen de aanvankelijke verwachtingen in volledig werd gefinancierd uit hoger dan verwachte vergoedingen en de reserves van de inkomsten van het voorgaande jaar voor activiteiten op het gebied van REACH/indeling, etikettering en verpakking (CLP);

5.  wijst er uit hoofde van artikel 208 van het Financieel Reglement op dat het Agentschap met betrekking tot biociden in 2015 vergoedingen inde van in het totaal 5 423 667 EUR (tegen 1 265 774 EUR in 2014), terwijl de subsidies van de Unie 5 789 000 EUR bedroegen (tegen 5 064 194 EUR in 2014) en dat in aanvulling daarop de ontvangen bijdragen van de EVA-lidstaten, inclusief van Zwitserland, in 2015 in het totaal 307 791 EUR bedroegen;

6.  merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2015 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 98,48 %, een stijging van 1,4 %; stelt voorts vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 87,84 % bedroeg, een lichte stijging van 0,38 % ten opzichte van 2014;

7.  erkent dat met betrekking tot Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad(3) ("PIC-verordening") en uit hoofde van artikel 208 van het Financieel Reglement DG Milieu in 2015 1,22 miljoen euro aan subsidies aan het Agentschap heeft verstrekt voor acties in verband met bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in internationale handel;

Overschrijvingen

8.  merkt op dat het Agentschap in totaal 44 overschrijvingen heeft verricht voor een bedrag van 1 395 000 EUR; merkt met voldoening op dat zowel uit het jaarverslag van het Agentschap als uit de controlebevindingen van de Rekenkamer blijkt dat het niveau en de aard van de overschrijvingen in 2015 binnen de grenzen van de financiële voorschriften zijn gebleven;

Vastleggingen en overdrachten

9.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het bedrag aan overdrachten van vastgelegde kredieten voor titel IV (beleidsuitgaven biociden) 1 500 000 EUR (74 %) was; onderkent dat deze overdrachten voornamelijk betrekking hadden op een grootschalig IT-project (1 400 000 EUR), dat pas in de tweede helft van 2015 van start is gegaan toen er voldoende inkomsten uit vergoedingen waren geïnd voor de financiering ervan; stelt vast dat het Agentschap erop zal blijven toezien dat ongerechtvaardigde overdrachten worden vermeden;

10.  merkt op dat overdrachten vaak geheel of gedeeltelijk gerechtvaardigd kunnen worden door het meerjarige karakter van de operationele programma's van de agentschappen, dat zij niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten in de begrotingsplanning en -uitvoering wijzen, en dat zij niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van de jaarperiodiciteit, met name indien ze van tevoren gepland en aan de Rekenkamer doorgegeven zijn;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

11.  verneemt dat in 2015 de doelstelling voor aanwervingen van het Agentschap is behaald, waarbij aan het einde van dat jaar sprake was van een bezetting van 98 % van de posten voor REACH/CLP (classificatie, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels) en PIC (export en import van gevaarlijke chemische stoffen); verneemt voorts van het Agentschap dat dit percentage niet hoger kan zijn dan 98 % aangezien het Agentschap verplicht is om de omvang van het personeelsbestand met 2 % (10 posten) te verminderen, teneinde te voldoen aan het formatieplan 2016; stelt vast dat het percentage van de posten voor biociden 83 % was, vanwege onzekerheid omtrent de inkomstenniveaus uit vergoedingen en de toegestane personeelsomvang van het Agentschap voor 2016;

12.  benadrukt dat aangezien de werklast van het Agentschap gedurende 2015 niet is gedaald, voldoende financiële en personele middelen moeten worden toegewezen;

13.  stelt vast dat, volgens het jaarverslag van het Agentschap, in 2015 739 contracten zijn gesloten, waarvan 540 contracten onder raamcontracten vallen en 199 contracten het resultaat waren van nieuwe aanbestedingsprocedures; merkt op dat 25 contracten van de laatste categorie werden ondertekend als gevolg van een buitengewone onderhandelingsprocedure gebaseerd op de toepasselijke regels van het Financieel Reglement;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

14.  stelt met tevredenheid vast dat de cv's en de belangenverklaringen goed georganiseerd, zichtbaar en op een gebruiksvriendelijke manier toegankelijk zijn op de website van het Agentschap;

15.  neemt er nota van dat het Agentschap de richtsnoeren voor klokkenluiders heeft vastgesteld in december 2015; constateert dat, na de vaststelling van de fraudebestrijdingsstrategie van het Agentschap in december 2014 voor de periode 2015-2016, het Agentschap al verschillende maatregelen heeft uitgevoerd die in het actieplan voor fraudebestrijding zijn opgenomen; stelt vast dat de interne beoordeling van het frauderisico die voorafgaande aan de vaststelling van de strategie is uitgevoerd, het risicoprofiel van het Agentschap als laag inschatte; merkt bovendien op dat de belangrijkste doelstelling van die strategie de ontwikkeling is van een wijdverspreide antifraudecultuur in het Agentschap, met de nadruk op bewustmaking;

16.  stelt vast dat het Agentschap in 2015 interne richtsnoeren heeft vastgesteld voor zijn personeel; verneemt voorts dat in deze richtsnoeren potentiële voorwaarden zijn opgenomen die door het tot aanstelling bevoegd gezag aan voormalige personeelsleden kunnen worden opgelegd met betrekking tot een nieuwe indiensttreding voor een periode van twee jaar na de actieve dienst; neemt er kennis van dat het Agentschap over een adviescommissie voor belangenconflicten beschikt die aanbevelingen doet aan de uitvoerend directeur en de raad van bestuur over individuele gevallen van vermeende belangenconflicten; erkent dat als gevolg van de geldende strikte regels ter voorkoming van belangenconflicten geen gevallen van belangenconflicten hebben voorgedaan in 2015;

17.  constateert dat het Agentschap een solide beleid inzake belangenconflicten en een uitgebreide fraudebestrijdingsstrategie heeft ingevoerd, teneinde bij te dragen aan een cultuur van boven elke kritiek verheven gedrag van het personeel en de deskundigen die voor het Agentschap werken;

18.  constateert dat de comités van het Agentschap zijn samengesteld uit nationale afgevaardigden, benoemd door de autoriteiten van de lidstaten of de raad van bestuur van het Agentschap; stelt voorts vast dat de comités van het Agentschap in totaal negen gecoöpteerde leden hebben op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zoals in de verordening tot oprichting van het Agentschap is toegestaan; constateert dat deze gecoöpteerde leden kunnen handelen als rapporteur maar geen stemrechten hebben, alsook dat het beleid van het Agentschap inzake belangenconflicten op hen volledig van toepassing is; is in afwachting van het verslag van de raad van bestuur van het Agentschap over de ervaringen met gecoöpteerde leden, dat is gepland voor 2017;

19.  stelt vast dat het Agentschap in 2015 volledige toegang heeft verleend tot 27 % en gedeeltelijke toegang tot 68 % van zijn documenten na verzoeken daartoe op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001(4); constateert dat gedeeltelijke weigering van toegang voornamelijk plaatsvond om redenen van privacybescherming, integriteit van personen, alsook bescherming van bedrijfsinformatie; stelt vast dat, in beginsel, in geval van gedeeltelijke toegang het grootste deel van de inhoud van de documenten aan de verzoekers openbaar wordt gemaakt; stelt vast dat in 2015 het Agentschap de toegang tot 5 % van de verzochte documenten heeft geweigerd, voornamelijk ter bescherming van het lopende besluitvormingsproces, van gevoelige bedrijfsinformatie en van gerechtelijke procedures;

Prestaties

20.  stelt vast dat het Agentschap het kader voor en de aanpak van evaluaties in december 2015 aan zijn raad van bestuur heeft voorgelegd; constateert dat in deze benadering een reeks evaluatie-instrumenten en -controles zijn opgenomen, waaronder een kader voor governance, een functie voor de coördinatie van de evaluatie om methodologische consistentie te waarborgen, verificatielijsten voor evaluatie en een voortschrijdend plan voor evaluaties vooraf en achteraf; onderkent de inspanningen van het Agentschap om het governancekader en de aanpak van evaluaties voor- en achteraf te versterken;

21.  neemt kennis van het feit dat het Agentschap een nieuwe geïntegreerde regelgevingsstrategie heeft ontwikkeld waarin alle REACH- en CLP-processen samen worden gebracht teneinde de doelstellingen van de desbetreffende verordeningen te verwezenlijken, evenals de 2020-doelstellingen en de doelstellingen van de wereldtop inzake duurzame ontwikkeling van 2002;

22.  wijst erop dat de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5) (biocidenverordening) heeft geleid tot onverwacht hoge activiteit in 2015, hetgeen aangeeft dat bedrijven vertrouwd raken met de veranderingen en de mogelijkheden die het nieuwe toelatingsproces van de Unie biedt; merkt tegelijk bezorgd op dat het Agentschap de werklast soms moeilijk aankon door de bevroren personeelsbezetting voor biociden;

23.  wijst erop dat in 2015 circa 8 200 registratiedossiers (hoofdzakelijk actualiseringen) en 250 product- en procesgeoriënteerde onderzoeks- en ontwikkelingsmeldingen werden ontvangen en dat het totale aantal indieningen een daling van 10 % liet zien in vergelijking met 2014;

24.  beveelt het Agentschap aan effectindicatoren te ontwikkelen; is van mening dat deze effectindicatoren essentiële instrumenten zijn om de effectiviteit van het Agentschap te meten;

Interne audit

25.  merkt op dat de dienst Interne audit van de Commissie (IAS) in 2015 een audit heeft uitgevoerd van de prognose, berekening, en ontvangsten van de inkomsten uit vergoedingen en kosten uit hoofde van REACH, CLP en BPR; merkt voorts op dat de controle heeft geleid tot aanbevelingen van IAS waarvan twee zijn aangemerkt als "zeer belangrijk" en een als "belangrijk", en dat geen "kritieke" aanbevelingen zijn afgegeven; stelt vast dat het Agentschap een actieplan heeft opgesteld om gevolg te geven aan de aanbevelingen;

26.  merkt op dat de controles (in verband met de betrouwbaarheidsverklaring) inzake prestatie-indicatoren in het algemeen verslag, ECHA helpdesk en contractbeheer en betalingen, door de interne auditdienst van het Agentschap (IAC) zijn uitgevoerd; stelt vast dat de controles hebben geleid tot vijf "zeer belangrijke" en vijf "belangrijke" aanbevelingen; constateert dat het actieplan dat door het beheer van het Agentschap is ontwikkeld om de aanbevelingen van IAC op te volgen, door de IAC als adequaat is beoordeeld;

Overige opmerkingen

27.  stelt tevreden vast dat er sprake is van genderevenwicht in de raad van bestuur van het Agentschap;

28.  merkt op dat in 2015 453 personeelsleden hebben deelgenomen aan buitendagen waarvan de totale kosten 113 975 EUR bedroegen, d.w.z. 251,60 EUR per persoon, en 565 personeelsleden aan "besloten conferenties", waarvan de totale kosten 31 468 EUR bedroegen, d.w.z. 54,25 EUR per persoon;

29.  is ingenomen met de verbetering van de manier waarop informatie over chemische stoffen wordt gepresenteerd op de website van het Agentschap, die ertoe bijdraagt dat bedrijven en consumenten er meer gebruik van maken;

30.  merkt op dat het discussieplatform tussen het Agentschap en niet-gouvernementele organisaties een nuttig forum is voor het bespreken van de belangrijkste kwesties waarin maatschappelijke organisaties geïnteresseerd zijn;

31.  is tevreden met de vooruitgang die is geboekt bij de ontwikkeling van het toelatingsproces in het kader van de REACH-verordening en wijst op de conclusies van het Agentschap dat nog meer verbeteringen kunnen worden aangebracht; is in verband hiermee tevreden met de proactieve aanpak waarvoor het Agentschap kiest door te streven naar een dialoog met het Parlement om de kwesties aan te pakken die ter sprake zijn gebracht in zijn resolutie van 25 november 2015 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit XXX van de Commissie voor het verlenen van toestemming voor het gebruik van bis(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad(6);

o
o   o

32.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 27 april 2017(7) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) en tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
(3) Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 60).
(4) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(5) Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0409.
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0155.

Juridische mededeling