Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2184(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0107/2017

Ingediende teksten :

A8-0107/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.53

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0184

Aangenomen teksten
PDF 186kWORD 49k
Donderdag 27 april 2017 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2015: Europese Politiedienst (Europol)
P8_TA(2017)0184A8-0107/2017
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politiedienst (Europol) voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2184(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Politiedienst betreffende het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van de Dienst(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 over de aan de Dienst te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0070/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol)(4), en met name artikel 43,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0107/2017),

1.  verleent de directeur van de Europese Politiedienst kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Dienst voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese politiedienst, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 198.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 198.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Politiedienst (Europol) voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2184(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Politiedienst betreffende het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van de Dienst(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 over de aan de Dienst te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0070/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese Politiedienst (Europol)(4), en met name artikel 43,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0107/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2015;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Politiedienst, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 198.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 198.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 27 april 2017 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politiedienst (Europol) voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2184(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien artikel 94 van en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0107/2017),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Politiedienst (hierna "de Dienst") voor het begrotingsjaar 2015 volgens zijn jaarrekening 94 926 894 EUR bedroeg, hetgeen een stijging met 12,55 % ten opzichte van 2014 betekent; overwegende dat de toename toe te schrijven was aan nieuwe of extra taken vanwege de uitbreiding van zijn mandaat;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Dienst voor het begrotingsjaar 2015 ("het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Dienst betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

C.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

Follow-up van de kwijting voor 2014

1.  wijst erop dat de opmerking over de doeltreffendheid van de aanbestedingsprocedures die in het verslag van de Rekenkamer over 2013 werd gemaakt, in het verslag van de Rekenkamer over 2015 als "afgerond" staat aangemerkt;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2015 hebben geresulteerd in een hoog uitvoeringspercentage van de begroting van 99,80 %, hetgeen aangeeft dat de vastleggingen tijdig zijn gedaan; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 89 % bedroeg, een stijging met 4 % ten opzichte van 2014;

Vastleggingen en overdrachten

3.  merkt op dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, de overgedragen vastgelegde kredieten voor titel II (administratieve uitgaven) 42 000 000 EUR (41 %) bedroegen, in vergelijking met 1 900 000 EUR (27 %) in 2014; merkt op dat deze overdrachten voornamelijk verband hielden met bouwkundige werkzaamheden die eind 2015 nog niet afgerond waren of waarvoor nog geen facturen ontvangen waren; neemt ter kennis dat de Dienst zich zal blijven inspannen voor een efficiënte begrotingsuitvoering in overeenstemming met de Europese begrotingsvoorschriften, in het bijzonder wat de overdrachten met betrekking tot administratieve uitgaven betreft; merkt op dat overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel gerechtvaardigd kunnen zijn als gevolg van het meerjarige karakter van de operationele programma's, niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten in de begrotingsplanning en -uitvoering wijzen en niet altijd in strijd zijn met het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, vooral niet als ze van tevoren gepland en aan de Rekenkamer meegedeeld zijn;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

4.  stelt vast dat de Dienst eind 2015 in totaal 627 personeelsleden in dienst had, onder wie 483 ambtenaren, 140 arbeidscontractanten en 4 plaatselijke functionarissen; stelt voorts vast dat er 386 personeelsleden aan de slag waren die niet tot de Dienst behoren (gedetacheerde nationale deskundigen, verbindingsfunctionarissen en personeelsleden van de verbindingsbureaus, stagiairs en externe arbeidscontractanten); stelt vast dat de Dienst in 2015 86 nieuwe personeelsleden (45 tijdelijke functionarissen en 41 arbeidscontractanten) heeft aangenomen en dat 62 personeelsleden (49 tijdelijke functionarissen en 13 arbeidscontractanten) de organisatie hebben verlaten;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

5.  constateert dat de cv's en verklaringen met betrekking tot de afwezigheid van belangenconflicten van de directeur en adjunct-directeuren sinds september 2015 op de website van de Dienst zijn gepubliceerd; stelt met bezorgdheid vast dat de cv's en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur van de Dienst niet op de website zijn gepubliceerd; wijst erop dat Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad(1) (de nieuwe Europol-verordening) op 1 mei 2017 in werking zal treden; stelt vast dat de raad van bestuur van de Dienst regels inzake de preventie van en omgang met belangenconflicten met betrekking tot zijn leden, alsook met betrekking tot hun belangenverklaringen zal vaststellen zodra de nieuwe Europol-verordening van toepassing is; verzoekt de Dienst de cv's en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur op zijn website te publiceren en het publiek elk nodig overzicht te geven van het hoger management, en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de vaststelling en de uitvoering van zijn regels inzake belangenconflicten;

6.  stelt tevreden vast dat de Dienst een streng regelgevingskader hanteert om de feitelijke juistheid van de belangenverklaringen van deskundigen, leden van de raad van bestuur en personeelsleden te controleren, in overeenstemming met de bijzondere aard en rol van de Dienst, en dat de Dienst zo nodig samenwerkt met het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF);

7.  stelt met tevredenheid vast dat er, om te waarborgen dat er geen belangenconflicten bestaan, op essentiële gebieden (aanwerving, plaatsen van opdrachten, en personeel dat de organisatie verlaat) per geval open-brononderzoek wordt ingesteld en dat voor aanbestedingen in het kader van bestaande raamovereenkomsten inzake ICT(-consultancy) en voor onderhandelingsprocedures in het kader van artikel 134 van de uitvoeringsvoorschriften voor het Financieel Reglement(2), de verklaringen omtrent de afwezigheid van belangenconflicten van de betrokken personeelsleden stelselmatig worden gecontroleerd op mogelijke banden met de bedrijven die aan de aanbestedingen deelnemen, en per geval extra controles worden uitgevoerd;

8.  stelt tevreden vast dat de Dienst eind 2016 extra regelingen met betrekking tot klokkenluiders heeft getroffen;

9.  constateert dat de Dienst momenteel de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie toepast; merkt op dat de Dienst wettelijk verplicht zal zijn zijn eigen fraudebestrijdingsstrategie vast te stellen zodra in mei 2017 de nieuwe Europol-verordening in werking treedt; merkt tevens op dat de Dienst van plan is zijn raad van bestuur een ontwerpstrategie voor te leggen om ervoor te zorgen dat die wordt aangenomen voordat de nieuwe Europol-verordening van kracht wordt; verzoekt de Dienst om aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de ontwikkelingen in verband met zijn fraudebestrijdingsstrategie;

Interne controles

10.  stelt vast dat de risicobeheersactiviteiten bij de Dienst in de loop van 2015 gericht waren op de aanpak van interne risico's en op gebieden waarop verbetering nodig is, zoals vastgesteld door de Rekenkamer, de dienst Interne audit (IAS), de interneauditfunctie en de Ombudsman; stelt verder vast dat in het kader van de risicobeheersactiviteiten ook de risico's in verband met de doelstellingen voor de kernactiviteiten zoals vastgesteld in het werkprogramma voor 2015 in de gaten werden gehouden; neemt ter kennis dat in het logboek voor bedrijfsrisico's van de Dienst eind 2015 12 bedrijfsrisico's waren opgenomen, waarvoor 19 mitigatiemaatregelen zijn getroffen, waarvan 84 % in 2015 is uitgevoerd of aangepakt;

Interne audit

11.  neemt ter kennis dat 75 % van alle openstaande en als kritiek of erg belangrijk aangemerkte auditaanbevelingen van de Rekenkamer, de IAS, het gemeenschappelijk controleorgaan van Europol, de gegevensbeschermingsfunctionaris van de Commissie en de interneauditfunctie in 2015 is aangepakt; verzoekt de Dienst aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de voortgang bij de tenuitvoerlegging van de overige aanbevelingen, of uit te leggen waarom de Dienst besloten heeft er geen gevolg aan te geven;

12.  stelt vast dat de IAS in 2015 een auditonderzoek naar omgang met belanghebbenden heeft verricht; constateert voorts dat de IAS vier aanbevelingen heeft gedaan, waarvan er geen enkele als kritiek of erg belangrijk is aangemerkt;

Overige opmerkingen

13.  constateert dat de bevoegde autoriteiten van Nederland, waar het hoofdkwartier van de Dienst gevestigd is, de huidige dreiging als aanzienlijk hebben ingeschaald (niveau 4 op een schaal van 5); merkt op dat de Dienst in nauw contact staat met de bevoegde autoriteiten van Nederland om de daaraan verbonden gevolgen voor de Dienst voortdurend te beoordelen, met inbegrip van situatiegebonden veiligheidsmaatregelen en de bijstelling van bedrijfscontinuïteitsregelingen;

14.  stelt vast dat de voortschrijdende capaciteiten van de Dienst, met name het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit en, sinds 2016, het Europees Centrum voor terrorismebestrijding, het profiel van de Dienst inzake cyberdreigingen hebben aangescherpt; stelt voorts vast dat de Dienst over een beheersysteem voor informatiebeveiliging beschikt dat voortdurend wordt aangepast, overeenkomstig de desbetreffende internationale normen en voorbeelden van goede praktijken uit de sector;

15.  stelt vast dat de Dienst in 2016 zijn ICT-netwerkarchitectuur heeft geactualiseerd om de gegevens betreffende zijn kernactiviteiten en de gerelateerde systemen beter te beschermen, met inbegrip van een uitbreiding van de mogelijkheden voor informatie-uitwisseling met de lidstaten en derde partijen; constateert bovendien dat het netwerk waarop de gegevens en systemen betreffende de kernactiviteiten zijn ondergebracht, in het kader van die maatregelen is gerubriceerd als CONFIDENTIEL UE/EU CONFIDENTIAL;

16.  stelt met tevredenheid vast dat het nieuwe rechtskader betreffende de Dienst, dat in mei 2017 in werking zal treden, in extra maatregelen voorziet om de kwijtingsautoriteit gerichte informatie te verschaffen over de werkzaamheden van de Dienst, ook over gevoelige operationele aangelegenheden;

17.  stelt tevreden vast dat de Dienst beschikt over uitgebreide regelingen en overeenkomsten inzake het delen van diensten en capaciteiten, met inbegrip van gezamenlijke inschrijvingsprocedures met zijn gastland, verscheidene operationele en strategische overeenkomsten met diverse andere agentschappen, en een subsidieovereenkomst met het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie, en dat de Dienst nauw met Frontex samenwerkt in verband met de hotspotaanpak;

18.  neemt er kennis van dat de Dienst 16 dienstwagens heeft, waaronder een gespecialiseerd voertuig voor politie-operaties, waarvan de kosten 73 000 EUR bedroegen (37 000 EUR voor onderhoud, 16 000 EUR voor verzekeringen/vergunningen en 20 000 EUR voor brandstof);

19.  neemt er met zorg kennis van dat de Dienst gebruik maakt van de controversiële private databank WorldCheck, waarin individuen en organisaties vaak in verband worden gebracht met terrorisme uitsluitend op basis van openbare bronnen, zonder dat hierbij sprake is van deugdelijk onderzoek, transparantie of effectieve mogelijkheden om in beroep te gaan; verzoekt de Dienst aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Parlement uit te leggen op welke wijze hij bij zijn werkzaamheden gebruik maakt van deze private databank, zodat zij kan beoordelen of het relevant is dat publieke middelen worden gebruikt om licenties voor WorldCheck te verwerven;

20.  is verheugd over het feit dat de Dienst effectief en op efficiënte wijze de producten en diensten levert die door de bevoegde wetshandhavingsinstanties van de lidstaten en de samenwerkingspartners worden verwacht; neemt kennis van het feit dat meer dan 732 000 operationele berichten zijn verwerkt via de Secure Information Exchange Network Application (SIENA) en dat bijna 40 000 hieraan gekoppelde zaken zijn geïnitieerd, dat het Europol Information System (EIS) meer dan 633 000 opzoekingen heeft verwerkt en dat de Dienst 812 operaties heeft ondersteund, meer dan 4 000 operationele verslagen heeft geproduceerd en 98 gezamenlijke acties heeft gecoördineerd;

21.  wijst erop dat, als reactie op de terroristische aanvallen en de migratiecrisis en in het licht van de Commissieagenda inzake veiligheid en migratie, het mandaat van de Dienst versterkt, zijn begroting verhoogd en zijn personeelsbestand uitgebreid is; is tevreden met de succesvolle inspanningen van de Dienst voor de oprichting van de EU-eenheid voor de melding van internetuitingen, het Europees Centrum tegen migrantensmokkel (EMSC) en het Europees Centrum voor terrorismebestrijding (ECTC); spoort de Dienst aan zich op de ontwikkeling van deze drie nieuwe instrumenten te concentreren;

22.  spoort de Dienst aan de procedures met betrekking tot de analysebestanden en de totstandbrenging van het nieuwe analysesysteem van Europol te stroomlijnen en hiervoor de nodige middelen uit te trekken, teneinde een hoog niveau van gegevensbeveiliging, privacy en gegevensbescherming te waarborgen;

23.  moedigt de Dienst aan voort te gaan met het verbeteren van de informatiedeling met zijn partners, alsook met de samenwerking met de lidstaten, nationale rechtshandhavingsinstanties en Eurojust, in het kader van terrorismebestrijding, en daarbij de gegevensbeschermings- en privacyregels, met inbegrip van het doelbindingsbeginsel, volledig te eerbiedigen; roept de Dienst op meer aandacht te besteden aan het uitdragen van zijn werkzaamheden via online-platformen;

o
o   o

24.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 27 april 2017(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1).
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0155.

Juridische mededeling