Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2243(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0176/2017

Ingediende teksten :

A8-0176/2017

Debatten :

PV 16/05/2017 - 16
CRE 16/05/2017 - 16

Stemmingen :

PV 17/05/2017 - 10.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0211

Aangenomen teksten
PDF 216kWORD 59k
Woensdag 17 mei 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Fintech: de invloed van technologie op de toekomst van de financiële sector
P8_TA(2017)0211A8-0176/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 17 mei 2017 over fintech: de invloed van technologie op de toekomst van de financiële sector (2016/2243(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 26 mei 2016 over virtuele valuta(1),

–  gezien zijn resolutie van 15 september 2016 over toegang tot financiering voor kmo's en vergroting van de financieringsdiversiteit voor kmo's in een kapitaalmarktunie(2),

–  gezien zijn resolutie van 22 november 2016 over het Groenboek over financiële diensten voor consumenten(3),

–  gezien het verslag van de Commissie van 14 september 2016, getiteld "Kapitaalmarktenunie – Versnellen van de hervorming" (COM(2016)0601),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 3 mei 2016 getiteld "Crowdfunding in de EU-kapitaalmarktenunie" (SWD(2016)0154),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 januari 2017, getiteld "Bouwen aan een Europese data-economie" (COM(2017)0009),

–  gezien het verslag van de Europese toezichthoudende autoriteiten van 16 december 2016 over de automatisering in financieel advies,

–  gezien de discussienota van de Europese toezichthoudende autoriteiten van 19 december 2016 over het gebruik van big data door financiële instellingen (JC 2016 86),

–  gezien het advies van de Europese Bankautoriteit van 26 februari 2015 over op kredietverstrekking gebaseerde crowdfunding (EBA/Op/2015/03),

–  gezien de discussienota van de Europese Bankautoriteit van 4 mei 2016 over het innovatieve gebruik van consumentengegevens door financiële instellingen (EBA/DP/2016/01),

–  gezien het advies van de Europese Autoriteit voor effecten en markten van 18 december 2014 over op investeringen gebaseerde crowdfunding (ESMA/2014/1378),

–  gezien het verslag van de Europese Autoriteit voor effecten en markten van 7 januari 2017 over de toepassing van de "distributed ledger"-technologie op de effectenmarkten,

–  gezien het verslag van het gezamenlijke comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten van 7 september 2016 over de risico's en kwetsbaarheden van het financiële systeem van de EU,

–  gezien het risicodashbord van de Europese Bankautoriteit gebaseerd op gegevens van het derde kwartaal van 2016,

–  gezien het risicodashbord van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) van maart 2016,

–  gezien het vijfde consumententrendrapport van de Eiopa van 16 december 2016 (EIOPA-BoS-16-239),

–  gezien het risicodashbord van de Europese Autoriteit voor effecten en markten van het vierde kwartaal van 2016,

–  gezien Occasional Paper nr. 172 van de ECB van april 2016, getiteld "Distributed ledger technologies in securities post-trading: Revolution or evolution?",

–  gezien het verslag van het Comité betalingen en verrekeningen van februari 2017, getiteld "Distributed ledger technology in payment, clearing and settlement: An analytical framework",

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0176/2017),

A.  overwegende dat onder fintech financiering moet worden verstaan die mogelijk wordt gemaakt door of wordt verstrekt door middel van nieuwe technologieën, met een effect op de gehele financiële sector in al zijn onderdelen, van het bank- en verzekeringswezen tot pensioenfondsen, beleggingsadvies, betalingsdiensten en marktinfrastructuur;

B.  overwegende dat financiële diensten altijd op technologie hebben vertrouwd en in overeenstemming met de technologische innovatie zijn geëvolueerd;

C.  overwegende dat iedere actor fintech kan zijn, ongeacht het soort rechtspersoon; overwegende dat de waardeketen van financiële diensten in toenemende mate alternatieve actoren omvat, zoals start-ups of technologiereuzen (tech giants); overwegende dat deze term dus een breed scala aan bedrijven en diensten omvat die sterk van elkaar afwijken, verschillende uitdagingen met zich brengen en andere regels vereisen;

D.  overwegende dat veel ontwikkelingen op fintechgebied steunen op nieuwe technologieën, zoals applicaties van de "distributed ledger"-technologie (DLT), innovatieve betalingen, robotadvies, big data, het gebruik van cloudcomputing, innovatieve oplossingen op het gebied van aanmelding en identificatie van cliënten, crowdfundingplatforms en nog veel meer;

E.  overwegende dat de investeringen in de toepassing van fintech miljarden euro's bedragen en elk jaar toenemen;

F.  overwegende dat de toepassingen van de technologieën in verschillende tempo's tot volle wasdom komen en dat de schaal en de impact van hun ontwikkeling onduidelijk blijven, maar dat ze het potentieel hebben om de financiële sector ingrijpend te veranderen; overwegende dat sommige fintechtoepassingen op een bepaald moment van systeembelang zouden kunnen worden;

G.  overwegende dat fintechontwikkelingen moeten bijdragen tot de ontwikkeling en het concurrentievermogen van het Europese financiële stelsel en de Europese economie, met inbegrip van het welzijn van de Europese burgers, en tegelijk de financiële stabiliteit moeten verhogen en het hoogst niveau van consumentenbescherming moeten handhaven;

H.  overwegende dat fintech aanzienlijke voordelen kan opleveren, zoals snellere, goedkopere, meer op maat gemaakte, meer inclusieve, veerkrachtigere en transparantere en betere financiële diensten voor consumenten en bedrijven, en Europese ondernemers veel nieuwe bedrijfsmogelijkheden kan bieden; overwegende dat de consumentenervaring de belangrijkste drijfveer is voor marktdeelnemers op het gebied van financiële retaildiensten; overwegende dat vooruitgang en innovatie in de financiële sector contant geld niet mogen uitsluiten als betaalmiddel;

I.  overwegende dat de ontwikkeling van nieuwe financiële diensten en de digitalisering van bestaande diensten de marktdynamiek in de financiële sector zal veranderen door de invoering van nieuwe vormen van concurrentie, innovatie, partnerschappen en outsourcing door en tussen actoren;

J.  overwegende dat het bevorderen van eerlijke concurrentie, het neutraliseren van economische rente waar die bestaat en het creëren van een gelijk speelveld voor financiële diensten in de EU noodzakelijke voorwaarden zijn om fintech in Europa te stimuleren en samenwerking tussen alle actoren te bewerkstelligen;

K.  overwegende dat uit economisch onderzoek blijkt dat een kostenefficiënt financieel stelsel kan leiden tot lagere consumentenprijzen van financiële producten en diensten; overwegende dat fintech tot deze prijsdaling kan bijdragen;

L.  overwegende dat fintechoplossingen de toegang tot kapitaal kunnen vergroten, in het bijzonder voor kmo's, door middel van grensoverschrijdende financiële diensten en alternatieve kredietverstrekkings- en investeringskanalen zoals crowdfunding en peer-to-peerlenen, waardoor de kapitaalmarktenunie wordt versterkt;

M.  overwegende dat fintechontwikkelingen ook grensoverschrijdende financiële stromen en de integratie van de kapitaalmarkten in Europa kunnen vergemakkelijken en zo grensoverschrijdende business kunnen aanmoedigen, waardoor de voltooiing van de kapitaalmarktenunie mogelijk wordt;

N.  overwegende dat fintechontwikkelingen, met name op het vlak van binnenlandse en grensoverschrijdende betalingsoplossingen, ook de verdere ontwikkeling van een interne markt voor goederen en diensten kunnen ondersteunen en de "5x5-doelstellingen" van de G20 en G8 om de kosten van overmakingen te verminderen, kan helpen verwezenlijken;

O.  overwegende dat fintech een effectief middel kan zijn om financiële inclusie te bewerkstelligen en financiële dienstverlening op maat kan openstellen voor mensen die daar eerder geen toegang tot hadden, zodat groei inclusiever wordt; overwegende dat fintech pas echte financiële inclusie kan bewerkstelligen als de problemen met de financiële educatie en de digitale vaardigheden van Europese burgers worden aangepakt;

P.  overwegende dat de wet- en regelgeving en het toezicht aan innovatie moeten worden aangepast en dat het juiste evenwicht moet worden gevonden tussen het stimuleren van innovatieve bescherming van consumenten en beleggers en financiële stabiliteit; overwegende dat fintech een meer evenwichtige attitude vergt tussen "regulering van de instelling" en "regulering van de activiteit"; overwegende dat de complexe wisselwerking tussen fintech en de huidige regelgeving tot mismatches kan leiden, waarbij bedrijven en dienstverleners anders worden gereguleerd hoewel zij fundamenteel dezelfde activiteiten uitoefenen en waarbij bepaalde activiteiten niet goed binnen de definities en/of het toepassingsgebied van de huidige regelgeving passen; overwegende dat niet alle fintechinnovaties naar behoren aan bod komen in het huidige EU-kader ter bescherming van consumenten en beleggers op het gebied van financiële diensten;

Q.  overwegende dat de Europese toezichthoudende autoriteiten zijn begonnen met het in kaart brengen van de potentiële risico's en voordelen van innovatie financiële technologieën; overwegende dat de nationale bevoegde autoriteiten deze technologische ontwikkelingen in de gaten houden en met verschillende benaderingen zijn gekomen; overwegende dat de ontwikkeling van een fintechecosysteem in Europa tot nog toe wordt belemmerd door uiteenlopende regels in de verschillende lidstaten en een gebrek aan samenwerking tussen markten; is van mening dat een besluitvaardig optreden van de EU met het oog op de bevordering van een gemeenschappelijke benadering van fintech belangrijk is voor de ontwikkeling van een sterk fintechecosysteem in Europa;

R.  overwegende dat fintech kan bijdragen aan risicobeperking in het financiële stelsel door decentralisatie en deconcentratie van risico's, snellere clearing en afwikkeling van contante betalingen en effectentransacties, beter zekerhedenbeheer en optimalisatie van kapitaal;

S.  overwegende dat fintech waarschijnlijk vooral gevolgen zal hebben voor de posttransactionele waardeketen, die diensten omvat zoals clearing, afwikkeling, bewaarneming van activa en verslaggeving uit hoofde van regelgeving, waar technologieën zoals DLT de hele sector kunnen omvormen; overwegende dat sommige tussenpersonen in deze waardeketen, zoals bewaarnemers, centrale tegenpartijen (CTP's) en centrale effectenbewaarinstellingen, op de lange termijn overbodig zouden kunnen worden, terwijl bepaalde andere functies nog steeds zullen moeten worden uitgevoerd door onafhankelijke, gereguleerde entiteiten;

T.  overwegende dat regtech financiële instellingen en toezichthouders aanzienlijke voordelen kan bieden door het mogelijk te maken dat nieuwe technologieën worden gebruikt om regelgevings- en nalevingseisen op transparantere en efficiëntere wijze en realtime te vervullen;

U.  overwegende dat onder insurtech verzekeringsdiensten worden verstaan die mogelijk worden gemaakt door of worden verleend via nieuwe technologieën, bijvoorbeeld geautomatiseerd advies, risicobeheer en big data, maar ook verzekeringen tegen nieuwe risico's zoals cyberaanvallen;

V.  overwegende dat bedrijven die aan fintechproducten en ‑diensten werken en de innovatieve zakenpartners die hun het nodige technologische materiaal leveren om deze producten en diensten te kunnen leveren, dringend meer toegang tot financiering moeten krijgen om financiële innovatie in Europa te stimuleren, en met name om start-ups in staat te stellen door te groeien; overwegende dat de beschikbaarheid van durfkapitaal als financieringsbron en de aanwezigheid van een sterke technologiesector in dit verband belangrijke factoren zijn om een dynamisch fintechecosysteem in Europa te bevorderen;

W.  overwegende dat cyberaanvallen een groeiende bedreiging voor alle digitale infrastructuur vormen, en dus ook voor financiële infrastructuur; overwegende dat de financiële sector drie keer meer risico loopt op aanvallen dan andere sectoren; overwegende dat de veiligheid, betrouwbaarheid en continuïteit van de financiële sector noodzakelijke voorwaarden zijn opdat het publiek zijn vertrouwen in de sector behoudt; overwegende dat ook consumenten van financiële diensten zeer kwetsbaar zijn voor soortgelijke aanvallen en voor identiteitsdiefstal;

X.  overwegende dat verbonden apparaten integraal deel uitmaken van fintechdiensten; overwegende dat het internet der dingen bijzonder gevoelig is voor cyberaanvallen en daarom een bijzondere uitdaging vormt voor cyberbeveiliging; overwegende dat een verbonden systeem slechts zo veilig is als zijn zwakste schakel;

Y.  overwegende dat consumenten en beleggers ook nu fintech opkomt, een beroep moeten kunnen blijven doen op strenge normen inzake bescherming van consumenten en beleggers, gegevensbescherming en privacyrechten en wettelijke aansprakelijkheid van aanbieders van financiële diensten;

Z.  overwegende dat het om fintech te faciliteren, van belang is een samenhangend en ondersteunend regelgevingskader en een concurrerend klimaat tot stand te brengen die fintech in staat stellen allerlei innovatieve tools voor veilige encryptie en online-identificatie en ‑authenticatie met een eenvoudige interface te ontwikkelen en te gebruiken;

AA.  overwegende dat automatisering in de financiële sector, net zoals in andere sectoren, bestaande arbeidspatronen kan verstoren; overwegende dat opleiding en omscholing om vaardigheden te verbeteren en te ontwikkelen, een centrale plaats moeten krijgen in een Europese fintechstrategie;

AB.  overwegende dat de marktstructuur in veel onderdelen van de digitale economie als gevolg van netwerkeffecten tendeert naar een klein aantal marktdeelnemers, wat uitdagingen op het gebied van mededingings- en antitrustrecht met zich brengt;

Vaststelling van een EU-kader voor fintech

1.  verwelkomt de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van fintech en vraagt de Commissie in het kader van de strategieën voor de kapitaalmarktenunie en de digitale eengemaakte markt een alomvattend fintechactieplan op te stellen dat een efficiënt, concurrerend, diepgaander en sterker geïntegreerd Europees financieel stelsel tot stand kan helpen brengen, voordelen op lange termijn voor de reële economie kan opleveren, in de nodige bescherming voor consumenten en beleggers kan voorzien en de nodige rechtszekerheid kan bieden;

2.  is verheugd dat er onlangs een fintechtaskforce is opgericht, die tot taak heeft innovatie op dit gebied te evalueren en tegelijk strategieën te ontwikkelen om de potentiële uitdagingen die fintech met zich brengt, het hoofd te bieden, en dat de Commissie met een openbare raadpleging is begonnen; verzoekt de Commissie het Parlement bij de werkzaamheden van de fintechtaskforce te betrekken; beschouwt deze recente initiatieven van de Commissie als fundamentele stappen in de richting van de opstelling van een alomvattende fintechstrategie door de Commissie en minder rechtsonzekerheid voor fintech;

3.  is van mening dat fintech initiatieven in het kader van de kapitaalmarktenunie kan helpen slagen, bijvoorbeeld door de financieringsmogelijkheden in de EU te diversifiëren, en moedigt de Commissie aan om de voordelen van fintech aan te wenden ter bevordering van de kapitaalmarktenunie;

4.  verzoekt de Commissie bij haar werkzaamheden inzake fintech een proportionele, sectoroverschrijdende en holistische aanpak te volgen, lessen te trekken uit wat er in andere rechtsgebieden wordt gedaan en zich aan te passen aan de verscheidenheid aan actoren en gebruikte bedrijfsmodellen; vraagt de Commissie zo nodig het voortouw te nemen om een gunstig klimaat te creëren waarin Europese fintechhubs en ‑bedrijven kunnen groeien;

5.  benadrukt dat de wetgeving inzake financiële diensten op zowel EU- als nationaal niveau zo nodig moet worden gewijzigd en voldoende innovatievriendelijk moet zijn, zodat een gelijk speelveld tussen de actoren kan worden bewerkstelligd en gehandhaafd; beveelt met name aan om, overeenkomstig het "innovatiebeginsel", de potentiële effecten van wetgeving op innovatie naar behoren te beoordelen in het kader van een effectbeoordeling, zodat deze ontwikkelingen ten volle "aanzienlijke economische en maatschappelijke voordelen" opleveren;

6.  benadrukt dat om een gelijk speelveld te garanderen, nieuwe marktdeelnemers makkelijk toegang te bieden en regelgevingsarbitrage tussen lidstaten en rechtsvormen te voorkomen, de wetgeving en het toezicht op het gebied van fintech op de volgende beginselen gebaseerd moeten zijn:

   (a) dezelfde diensten en dezelfde risico's: dezelfde regels moeten gelden ongeacht om welke soort rechtspersoon het gaat of waar in de Unie die gevestigd is;
   (b) technologieneutraliteit;
   (c) een op risico's gebaseerde benadering, rekening houdend met de evenredigheid van de wetgeving en het toezicht met de risico's en de materialiteit van de risico's;

7.  beveelt de bevoegde autoriteiten aan om zowel nieuwe als bestaande marktdeelnemers toe te staan en aan te moedigen om gecontroleerd te experimenteren met nieuwe technologieën; merkt op dat een dergelijke gecontroleerde omgeving voor experimenten de vorm kan aannemen van een "regelgevingszandbak" voor fintechdiensten met potentiële baten voor de maatschappij, waarin een hele reeks marktdeelnemers worden samengebracht, en die in verscheidene lidstaten al met succes bestaat; benadrukt dat een proactieve en toekomstgerichte betrokkenheid van de overheid, in overleg met de marktdeelnemers en alle andere belanghebbenden, noodzakelijk is en de toezichthoudende en regelgevende instanties kan helpen om technologische deskundigheid te verwerven; verzoekt de bevoegde autoriteten om, in aanvulling op de werkzaamheden van de ESRB, financiële en/of operationele stresstestinstrumenten te ontwikkelen voor fintechtoepassingen die systeemrisico's met zich zouden kunnen brengen;

8.  wijst erop dat sommige centrale banken reeds experimenteren met een eigen digitale valuta (CBDC – central bank digital currency) en andere nieuwe technologieën; moedigt de bevoegde autoriteiten in Europa aan om het effect van de potentiële risico's en voordelen van een "distributed ledger"-versie van een CBDC en de nodige vereisten inzake consumentenbescherming en transparantie die daaraan verbonden zijn, te beoordelen; moedigt hen aan om ook te experimenteren, teneinde gelijke tred te houden met de marktontwikkelingen;

9.  benadrukt dat het van groot belang is dat de regelgevende en toezichthoudende instanties voldoende technische deskundigheid ontwikkelen om steeds complexere fintechdiensten te controleren; onderstreept dat de regelgevende instanties dankzij deze doorlopende controle in staat zullen zijn specifieke risico's van verschillende technologieën te detecteren en vóór te zijn, en wanneer dat nodig is, onmiddellijk en met een duidelijke agenda zullen kunnen ingrijpen;

10.  benadrukt daarom hoe belangrijk het is dat er bij de regelgevende en toezichthoudende instanties één loket voor aanbieders en gebruikers van fintechdiensten komt; erkent dat verkokering van het toezicht op verschillende sectoren moet worden tegengegaan, en beveelt aan dat de toezichthouders op de financiële sector nauw gaan samenwerken met andere bevoegde nationale en Europese instanties die over de nodige technologische deskundigheid beschikken;

11.  vraagt de Commissie en de lidstaten meer onderzoeksprojecten in verband met de fintechsector aan te moedigen en te steunen;

12.  onderstreept hoe belangrijk het is financiële innovatie in Europa te bevorderen; vraagt om betere toegang tot financiering voor innovatieve financiële dienstverleners en de innovatieve ondernemingen die hen het nodige materiaal leveren om deze diensten te kunnen verrichten;

13.  benadrukt dat fintechbedrijven op positieve wijze bijdragen aan de ontwikkeling van financiële bemiddeling, maar ook nieuwe risico's voor de financiële stabiliteit creëren; merkt op dat de regelgevende en toezichthoudende instanties via de balansen van gevestigde financiële instellingen veel informatie ontvangen over de toepassing van allerlei regelgeving zoals kapitaalvereisten, hefboomratio, liquiditeitsratio enz., maar dat het in het geval van niet-bancaire kredietverleners, bijvoorbeeld crowdfunding en peer-to-peer (P2P), moeilijk is om via hun balansen voldoende informatie te verkrijgen over hun activiteiten als financiële intermediairs; vraagt de regelgevende en toezichthoudende instanties daarom na te denken over de vraag hoe ze de nodige toezichtinformatie kunnen verkrijgen om de financiële stabiliteit te handhaven en zo nodig hun balansen aan regelgevende beperkingen te onderwerpen teneinde financiële stabiliteit te bewerkstelligen en te handhaven;

14.  benadrukt dat regtech mogelijkheden biedt om de nalevingsprocedures, en met name de kwaliteit en de actualiteit van de toezichtinformatie, te verbeteren door die procedures minder ingewikkeld en kostenefficiënter te maken; vraagt de autoriteiten te verduidelijken onder welke wettelijke voorwaarden een entiteit die onder hun toezicht staat, nalevingsactiviteiten mag uitbesteden aan derden, en ervoor te zorgen dat derden aan passend toezicht worden onderworpen en dat de onder toezicht staande entiteit wettelijk aansprakelijk blijft voor de naleving; vraagt de bevoegde autoriteiten, en met name de Commissie in het kader van haar werkzaamheden met betrekking tot het Europese Post-Trade Forum, proactief te trachten meer inzicht te krijgen in de belemmeringen voor het gebruik van nieuwe fintech- en regtechoplossingen bij processen vóór en na transacties die onder de richtlijn markten voor financiële instrumenten (MiFID), de verordening Europese marktinfrastructuur (EMIR) en de verordening centrale effectenbewaarinstellingen (CSDR) vallen, en als er geen belemmeringen zijn, te verduidelijken in welke mate actoren het recht hebben dergelijke oplossingen te gebruiken om aan hun verplichtingen krachtens die wetteksten te voldoen;

15.  herinnert eraan dat innovatieve financiële diensten in de hele EU beschikbaar moeten zijn en dat de grensoverschrijdende verlening ervan binnen de Unie daarom niet overmatig mag worden belemmerd; vraagt de Commissie en de Europese toezichthoudende autoriteiten overlappingen van regelgeving, nieuwe belemmeringen voor toegang tot de markt en nationale belemmeringen ten aanzien van deze diensten te monitoren en te voorkomen; vraagt de Commissie barrières tussen de lidstaten als gevolg van een gebrek aan samenhang tussen de nationale stelsels te voorkomen en best practices in de regelgevingsaanpak van de lidstaten te bevorderen; vraagt de Commissie en de Europese toezichthoudende autoriteiten voorts om in voorkomend geval paspoortregelingen in te voeren voor nieuwe financiële diensten die in de hele Unie worden aangeboden; steunt de inspanningen van de Commissie om te onderzoeken hoe de EU ten behoeve van de Europese consumenten kan bijdragen tot betere keuzemogelijkheden, transparantie en concurrentie in financiële retaildiensten, en benadrukt dat deze doelstellingen een aanvulling moet zijn op de doelstelling om het financiële stelsel efficiënter te maken;

16.  is verheugd dat er in de hele EU een aantal levendige fintechgemeenschappen zijn ontstaan; vraagt de Commissie en de gerelateerde Europese autoriteiten voor economisch bestuur nauw met de fintechhubs samen te werken en het slimme ondernemerschap van deze gemeenschappen en hun inspanningen te bevorderen door innovatie aan te moedigen en te financieren en door ze als bron van toekomstig concurrentievoordeel van de EU in de financiële sector te aanvaarden;

17.  merkt op dat fintechstart-ups bijzonder kwetsbaar zijn voor octrooimisbruikers, d.w.z. entiteiten die octrooien kopen met als doel ze tegen bedrijven die reeds van de technologierechten gebruikmaken, te doen gelden door te dreigen met rechtszaken wegens octrooi-inbreuk; verzoekt de Commissie deze situatie te onderzoeken en maatregelen voor te stellen om misbruik van octrooien op het gebied van fintech tegen te gaan;

18.  wijst erop dat voor fintech een mogelijke rol is weggelegd bij de digitalisering van overheidsdiensten om die efficiënter te helpen maken, bijvoorbeeld op het gebied van belastinginning en preventie van belastingfraude;

19.  benadrukt dat de marktstructuur in veel onderdelen van de digitale economie als gevolg van netwerkeffecten tendeert naar een klein aantal marktdeelnemers, wat uitdagingen op het gebied van mededingings- en antitrustrecht met zich brengt; verzoekt de Commissie opnieuw te beoordelen of de mededingingsregelgeving geschikt is met het oog op de uitdagingen van de digitale economie in het algemeen en fintech in het bijzonder;

20.  benadrukt dat er nog ruimte voor verdere verbetering is wat betreft de middelen die voor grensoverschrijdende betalingen kunnen worden gebruikt; pleit voor de ontwikkeling van zulke betaalmiddelen binnen Europa en betreurt de hoge mate van versnippering van de markt voor onlinebankieren in de EU en het ontbreken van een EU-brede krediet- of debetkaartregeling in Europese handen; meent dat dit van essentieel belang is voor de goede werking van de kapitaalmarktunie en een wezenlijk onderdeel vormt van de digitale eengemaakte markt, en dat dit de e‑commerce in Europa en de grensoverschrijdende concurrentie op het gebied van financiële diensten zou bevorderen; verzoekt de Commissie na te gaan welke stappen nodig zijn om een omgeving tot stand te brengen die de ontwikkeling van een dergelijk systeem ten goede zou komen; erkent dat een dergelijk systeem, in het belang van de mededinging, moet bestaan naast en in voorkomend geval interoperationeel moet zijn met andere innoverende betalingsoplossingen;

21.  benadrukt dat consumenten de drijvende kracht zijn achter de opkomst van fintechbedrijven; onderstreept dat eventuele toekomstige wetswijzigingen tot doel moeten hebben consumenten bij deze transformatie te steunen;

Gegevens

22.  herinnert eraan dat het verzamelen en analyseren van gegevens een centrale rol spelen bij fintech, en wijst daarom op de noodzaak van een consistente, technologisch neutrale toepassing van de bestaande gegevenswetgeving, waaronder de algemene verordening gegevensbescherming (GDPR), de herziene richtlijn betalingsdiensten (PSD2), de verordening elektronische identificatie- en authenticatiediensten (e-IDAS), de vierde antiwitwasrichtlijn (AMLD4) en de richtlijn beveiliging netwerk- en informatiesystemen (NIS); onderstreept dat, teneinde innovatieve financiering in Europa te stimuleren, een vrije gegevensstroom binnen de Unie nodig is; verzoekt de Commissie maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat in het kader van de verlening van financiële diensten alleen objectieve en relevante data-elementen worden gebruikt; is ingenomen met de openbare raadpleging van de Commissie van 10 januari 2017 over de data-economie (COM(2017)0009), die bewijsmateriaal moet verstrekken over het al dan niet bestaan van belemmeringen voor een vrije stroom van gegevens in de hele Unie;

23.  benadrukt de noodzaak van duidelijke regels inzake eigendom, toegang en doorgifte van gegevens; benadrukt dat steeds grotere hoeveelheden gegevens worden gegenereerd door machines of processen die gebaseerd zijn op opkomende technologieën, zoals machinaal leren; benadrukt dat de algemene verordening gegevensbescherming in een duidelijk rechtskader voorziet voor persoonsgegevens, maar dat er meer rechtszekerheid nodig is voor andere categorieën gegevens; is daarom van mening dat er een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen ruwe gegevens en gegevens die uit verdere verwerking resulteren;

24.  benadrukt dat open bankieren en het delen van gegevens ervoor helpen zorgen dat alle fintechbedrijfsmodellen samen kunnen groeien, wat de consument ten goede komt; wijst in dit verband op de recente verwezenlijkingen van de herziene richtlijn betalingsdiensten wat betalingsinitiatie en toegang tot rekeninggegevens betreft;

25.  benadrukt de voordelen die cloudcomputing voor consumenten en aanbieders van financiële diensten kan hebben op het vlak van kosteneffectiviteit, een kortere marktintroductietijd en een betere benutting van ICT-middelen; wijst erop dat er met betrekking tot de financiële sector geen duidelijke, alomvattende Europese regels of richtsnoeren bestaan voor gegevensopslag in de cloud; benadrukt de noodzaak van de ontwikkeling van dergelijke richtsnoeren en een gemeenschappelijke aanpak van het gebruik van cloudcomputing bij alle nationale bevoegde autoriteiten; benadrukt dat dergelijke regels of richtsnoeren noodzakelijk zijn om de cloud soepeler en sneller ingang te laten vinden; benadrukt dat strenge normen inzake gegevensbescherming en consumentenbescherming deel moeten uitmaken van deze richtsnoeren; verzoekt de Commissie en de toezichthoudende autoriteiten in dit verband verscheidene mogelijkheden te onderzoeken, zoals vooraf goedgekeurde overeenkomsten tussen aanbieders van clouddiensten en financiële instellingen;

26.  merkt op dat de consumenten beter bewust moeten worden gemaakt van de waarde van hun persoonsgegevens; merkt op dat consumenten contracten kunnen aangaan om digitale content te delen in ruil voor een vergoeding; benadrukt dat dit economische voordelen kan opleveren, maar ook op discriminerende wijze kan worden gebruikt; verzoekt de Commissie te onderzoeken of er een Europese strategie inzake het delen van gegevens kan worden ontwikkeld om consumenten controle te geven over hun gegevens; is van mening dat een duidelijke, consumentgerichte aanpak het vertrouwen in op de cloud gebaseerde diensten zal vergroten en nieuwe innovatieve diensten van diverse actoren in de financiële waardeketen zal stimuleren, bijvoorbeeld door "application programming interfaces" (API's) te gebruiken of door de rechtstreekse toegang tot gegevens voor elektronische betaaldiensten te vergemakkelijken; vraagt de Commissie om het toekomstige potentieel van systemen voor het beheer van persoonlijke informatie (personal information management systems – PIMS) te onderzoeken als technische hulpmiddelen waarmee consumenten hun persoonsgegevens kunnen beheren;

27.  herinnert, nu financiële instellingen steeds vaker consumentengegevens of big data gebruiken, aan de bepalingen van de algemene verordening gegevensbescherming, dat de betrokkene het recht geeft om uitleg te krijgen over een op geautomatiseerde verwerking gebaseerd besluit en dat besluit aan te vechten(4); benadrukt dat er moet worden gegarandeerd dat onjuiste gegevens kunnen worden gewijzigd en dat alleen verifieerbare en relevante gegevens worden gebruikt; verzoekt alle belanghebbenden extra inspanningen te leveren om de handhaving van deze rechten te garanderen; is van mening dat toestemming voor het gebruik van persoonsgegevens dynamisch moet zijn en dat de betrokkenen hun toestemming moeten kunnen wijzigen en aanpassen;

28.  merkt op dat het toenemende gebruik van consumentengegevens of big data door financiële instellingen voordelen voor de consument kan opleveren, zoals de ontwikkeling van een meer op maat gemaakt, gesegmenteerd en goedkoper aanbod op basis van een efficiëntere allocatie van risico en kapitaal; wijst er anderzijds op dat dynamische prijsstelling in opmars is en mogelijk tot het omgekeerde zou kunnen leiden, wat nadelig zou zijn voor de vergelijkbaarheid van het aanbod, effectieve concurrentie en onderlinge risicoverdeling, bijvoorbeeld in de verzekeringssector;

29.  constateert dat persoonsgegevens en algoritmen in toenemende mate worden gecombineerd met het oog op dienstverlening zoals robotadvies; benadrukt de efficiëntiemogelijkheden van robotadvies en de mogelijke positieve effecten ervan op financiële inclusiviteit; benadrukt dat (al dan niet systematische) fouten in algoritmen of in de onderliggende gegevens mogelijk systeemrisico's kunnen veroorzaken en consumenten schade kunnen berokkenen, bijvoorbeeld door meer uitsluiting; vraagt de Commissie en de Europese toezichthoudende autoriteiten deze risico's te monitoren om ervoor te zorgen dat de automatisering van financieel advies echt beter, transparant, toegankelijk en kostenefficiënt advies kan opleveren, en iets te doen aan het probleem dat het in het huidige kader voor wettelijke aansprakelijkheid voor het gebruik van gegevens steeds moeilijker is te achterhalen wie aansprakelijk is voor schade die door dergelijke risico's wordt veroorzaakt; onderstreept dat voor robotadvies dezelfde vereisten inzake consumentenbescherming gelden als voor persoonlijk aan de klant verstrekt advies;

Cyberbeveiliging en ICT-risico's

30.  benadrukt de noodzaak van "end-to-end"-beveiliging in de hele waardeketen van financiële diensten; wijst op de grote en diverse risico's van cyberaanvallen, die gericht zijn op de infrastructuur van onze financiële markten, het internet der dingen, valuta en gegevens; vraagt de Commissie om van cyberbeveiliging de eerste prioriteit van het fintechactieplan te maken, en vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten en de ECB – als toezichthouder van de banken – cyberbeveiliging centraal te stellen in hun regelgevings- en toezichtprogramma's;

31.  vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten om, in samenwerking met de nationale regelgevende instanties, de bestaande operationele normen inzake de ICT‑risico's van financiële instellingen te herzien; vraagt, gezien het uiteenlopende beschermingsniveau in de cyberbeveiligingsstrategieën van de lidstaten, ook dat de Europese toezichthoudende autoriteiten richtsnoeren opstellen voor het toezicht op deze risico's; benadrukt hoe belangrijk het is dat de Europese toezichthoudende autoriteiten over de nodige technologische knowhow beschikken om hun taken te kunnen vervullen; moedigt meer onderzoek op dit gebied aan;

32.  wijst op de noodzaak van uitwisseling van gegevens en best practices tussen toezichthouders alsook regelgevende instanties en regeringen op hun respectieve niveaus, tussen onderzoekers en marktdeelnemers en tussen marktdeelnemers onderling; vraagt de Commissie, de lidstaten, de marktdeelnemers en het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) het potentieel van transparantie en gegevensuitwisseling als instrumenten tegen cyberaanvallen te onderzoeken; stelt in dit verband voor om de mogelijke voordelen te onderzoeken van één centraal contactpunt voor marktdeelnemers en een meer gecoördineerde aanpak te overwegen van onderzoeken naar cybercriminaliteit op het gebied van financiële diensten, aangezien die steeds meer grensoverschrijdend zijn;

33.  benadrukt dat regelgeving inzake de verstrekking van infrastructuur voor financiële diensten in passende stimuleringsstructuren moet voorzien opdat providers voldoende in cyberbeveiliging investeren;

34.  verzoekt de lidstaten de richtlijn beveiliging netwerk- en informatiesystemen tijdig om te zetten; is verheugd over het nieuwe publiek-private partnerschap inzake cyberbeveiliging dat de Commissie onlangs in samenwerking met de sector heeft opgezet; verzoekt de Commissie een reeks nieuwe en concrete initiatieven te ontwikkelen om fintechbedrijven in deze sector, in het bijzonder kmo's en start-ups, weerbaarder te maken tegen cyberaanvallen;

35.  merkt op dat het voor de toekomstige groei van fintech essentieel is dat het publiek vertrouwen heeft in de betreffende technologieën, en wijst op de noodzaak van betere educatie en bewustmaking over het positieve effect van fintech op dagelijkse activiteiten, maar ook over de risico's op het gebied van netwerk- en informatieveiligheid voor zowel burgers als bedrijven, en met name kmo's;

36.  is ingenomen met de voortdurende inspanningen op het gebied van standaardisatie om verbonden apparaten veiliger maken; benadrukt echter dat veiligheid verder moet gaan dan een minimumniveau van standaardisatie, met name omdat uniforme gestandaardiseerde veiligheidsmaatregelen het risico op grote beveiligingsinbreuken vergroten door een mogelijk domino-effect; moedigt bedrijven aan om heterogene eigen strategieën te ontwikkelen om hun apparaten en activiteiten te beveiligen;

Blockchains

37.  wijst op het potentieel van blockchaintoepassingen voor de overdracht van geld en effecten en voor het faciliteren van "slimme contracten", die beide partijen bij financiële contracten een hele reeks mogelijkheden bieden, met name regelingen voor handelsfinanciering en kredietverlening aan bedrijven, die complexe commerciële en financiële contractuele betrekkingen tussen bedrijven onderling (B2B) en tussen bedrijven en consumenten (B2C) eenvoudiger kunnen maken; benadrukt dat blockchainplatforms ook geschikt zijn om complexe B2B- en B2C-transacties te vereenvoudigen;

38.  herinnert aan de voordelen en risico's van niet-toegestane blockchaintoepassingen; verzoekt de Commissie hierover jaarlijks een conferentie met de verschillende belanghebbenden te organiseren; is bezorgd over het toegenomen gebruik van niet-toegestane blockchaintoepassingen voor criminele activiteiten, belastingontduiking, belastingontwijking en witwaspraktijken; vraagt de Commissie deze kwesties, onder meer de rol van zogenoemde "mixers" of "tumblers" in dit proces, nauwlettend te volgen en er verslag over uit te brengen;

Interoperabiliteit

39.  onderkent het belang van API's, als aanvulling op andere tools die door de consument kunnen worden gebruikt, om nieuwe actoren toegang te geven tot financiële infrastructuur; beveelt aan om een reeks gestandaardiseerde API's te creëren die verkopers bijvoorbeeld voor open bankieren kunnen gebruiken, terwijl ze daarnaast ook de mogelijkheid hebben om hun eigen software te ontwerpen;

40.  is van mening dat de interoperabiliteit van fintechdiensten, zowel binnen Europa als in samenwerking met rechtsgebieden van derde landen en met andere economische sectoren, een belangrijke voorwaarde is voor de toekomstige ontwikkeling van de Europese fintechsector en voor de volledige verwezenlijking van de mogelijkheden die deze kan scheppen; pleit ervoor om gegevensformaten waar mogelijk te standaardiseren, zoals in het geval van de herziene richtlijn betreffende betalingsdiensten, om dit te faciliteren;

41.  vraagt de Commissie de werkzaamheden van de lidstaten en de marktdeelnemers te coördineren om ervoor te zorgen dat de verschillende nationale regelingen voor elektronische identificatie interoperabel zijn; benadrukt dat deze regelingen ook door de particuliere sector moeten kunnen worden gebruikt; is van mening dat middelen voor identificatie op afstand die niet in de e‑IDAS-verordening zijn opgenomen, ook aanvaardbaar moeten zijn, mits ze qua veiligheidsniveau gelijkwaardig zijn met het substantiële betrouwbaarheidsniveau van e‑IDAS, en dus zowel veilig als interoperabel zijn;

42.  benadrukt dat het belangrijk is dat traditionele en nieuwe betaaloplossingen interoperabel zijn om tot een geïntegreerde en innovatieve Europese betaalmarkt te komen;

43.  vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten na te gaan in welke gevallen gerichte of risicogebaseerde authenticatie een alternatief kan zijn voor versterkte authenticatie; vraagt de Commissie verder te onderzoeken in hoeverre de versterkte authenticatieprocessen ook door andere entiteiten dan banken kunnen worden gebruikt;

44.  vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten om, in samenwerking met de nationale regelgevende instanties, technologisch neutrale normen en licenties op te stellen voor zowel ken-uw-cliënt-technieken als technieken voor identificatie op afstand, bijvoorbeeld op basis van biometrische criteria, met respect voor de privacy van de gebruikers;

Financiële stabiliteit en bescherming van consumenten en beleggers

45.  vraagt de Commissie om bij het opstellen van haar fintechactieplan bijzondere aandacht te besteden aan de behoeften van retailconsumenten en kleine beleggers en de risico's waarvoor zij kwetsbaar kunnen zijn, aangezien fintech steeds meer ingang vindt in diensten voor niet-professionele cliënten, bijvoorbeeld bij crowdfunding en peer-to-peerleningen; benadrukt dat voor fintech dezelfde normen voor consumentenbescherming gelden als voor andere financiële diensten, ongeacht welk distributiekanaal wordt gebruikt of waar de consument zich bevindt;

46.  vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten hun huidige werkzaamheden met betrekking tot het monitoren van technologische ontwikkelingen en het analyseren van de voordelen en mogelijke risico's daarvan voort te zetten en te bespoedigen, in het bijzonder wat de bescherming van consumenten en beleggers en financiële inclusie betreft;

47.  verzoekt de Commissie te onderzoeken in hoeverre fintech kan helpen om consumenten financieel advies van betere kwaliteit te bieden en of het gefragmenteerde EU-regelgevingskader inzake advisering toereikend is om daarin te voorzien;

48.  meent dat er nog steeds veel onzekerheid bestaat rond de regelgeving inzake insurtech, en benadrukt dat dit moet worden verholpen om beveiliging, privacy, eerlijke concurrentie en financiële stabiliteit te garanderen; benadrukt dat een grotere rechtszekerheid kan helpen voorkomen dat consumenten van gebrekkig gereguleerde insurtechbedrijven het slachtoffer worden van verliezen of misleidende verkooppraktijken, en zowel bedrijven als consumenten kan helpen beter gebruik te maken van insurtechoplossingen;

49.  benadrukt dat tegelijk met de ontwikkeling van fintechoplossingen ook de financiële stabiliteit moet worden vergroot; pleit voor onderzoek naar open source, door vakgenoten beoordeelde technologie als een manier om dit doel te bereiken; vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten met particuliere actoren samen te werken bij het ontwikkelen en evalueren van innovatieve technologieën die de financiële stabiliteit kunnen waarborgen en de consumentenbescherming kunnen verbeteren, bijvoorbeeld door systematische fouten in algoritmen te beperken of door consumenten beter bewust te maken van cyberaanvallen;

50.  merkt op dat diversiteit en concurrentie tussen de marktdeelnemers essentiële factoren zijn die bijdragen tot financiële stabiliteit; vraagt de regelgevende en toezichthoudende instanties het effect van de digitalisering op de concurrentiesituatie in alle relevante segmenten van de financiële sector te monitoren en instrumenten te ontwikkelen en in te zetten om concurrentieverstorende gedragingen of concurrentievervalsing te voorkomen of te verhelpen;

Financiële educatie en IT-vaardigheden

51.  benadrukt dat zowel financiële als digitale geletterdheid van cruciaal belang zijn voor een efficiënt gebruik van fintech en voor lagere risico's in de fintechomgeving;

52.  benadrukt dat een goede financiële educatie van retailconsumenten en kleine beleggers noodzakelijk is opdat fintech een echt instrument voor financiële inclusie wordt en opdat die consumenten en beleggers, die steeds meer direct te maken krijgen met onmiddellijk beschikbare financiële beleggingsproducten en ‑diensten, zelfstandig oordeelkundige beslissingen over dat aanbod kunnen nemen en alle risico's kunnen begrijpen die aan het gebruik van deze innovatieve technologieën verbonden zijn; vraagt de Commissie en de Europese toezichthoudende autoriteiten meer steun uit te trekken voor initiatieven om de financiële educatie te verbeteren; benadrukt dat beroepsopleiding en voorlichting over de rechten van consumenten en beleggers volt toegankelijk moeten zijn;

53.  herinnert aan de prognose van de Commissie dat Europa in 2020 mogelijk zal worden geconfronteerd met een tekort aan 825 000 ICT-professionals; is van mening dat er meer informatici nodig zijn, en moedigt de lidstaten aan om zich voor te bereiden op veranderingen op de arbeidsmarkt die veel sneller zouden kunnen voordoen dan verwacht;

54.  onderstreept de noodzaak van betere digitale educatie vaardigheden in de financiële sector, bij de regelgevende instanties en in de samenleving als geheel, ook wat de beroepsopleiding betreft; vraagt de Commissie in de context van haar coalitie voor digitale vaardigheden en banen best practices te presenteren;

o
o   o

55.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0228.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0358.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0434.
(4) Zie overweging 71 van de algemene verordening gegevensbescherming.

Juridische mededeling