Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2798(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0298/2017

Ingediende teksten :

B8-0298/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/05/2017 - 10.9
CRE 17/05/2017 - 10.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0217

Aangenomen teksten
PDF 182kWORD 48k
Woensdag 17 mei 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren
P8_TA(2017)0217B8-0298/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 17 mei 2017 over het Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren (2016/2798(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel voor een aanbeveling van de Raad inzake het Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren en tot intrekking van de aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren (COM(2016)0383),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 10 juni 2016 getiteld "Een nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa" (COM(2016)0381),

–  gezien de aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren(1),

–  gezien Beschikking nr. 2241/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende een enkel communautair kader voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties (Europass)(2), waardoor mensen hun vaardigheden en kwalificaties kunnen presenteren,

–  gezien de nieuwe prioriteiten voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding tot 2020, zoals vastgesteld in het gezamenlijk verslag van 2015 van de Raad en de Commissie over de uitvoering van het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020)(3),

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 december 2012 betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren(4),

–   gezien het Eurydice-overzicht inzake de erkenning van eerdere niet-formele en informele leerresultaten in het hoger onderwijs,

–  gezien de meertalige Europese classificatie van vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen (ESCO), die samen met het Europees kwalificatiekader (EKK) een gezamenlijk formaat zal gebruiken voor de elektronische publicatie van de informatie over kwalificaties (te vinden in bijlage VI bij het voorstel),

–  gezien de aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van een Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding(5) (Eqavet),

–  gezien het Europees register voor kwaliteitsborging in het hoger onderwijs(6), een lijst van organisaties voor kwaliteitsborging die hun aanzienlijke naleving van de Europese normen en richtsnoeren voor kwaliteitsborging in de Europese ruimte voor hoger onderwijs hebben aangetoond,

–  gezien het Europees systeem voor het verzamelen en overdragen van studiepunten (ECTS)(7), dat is ontwikkeld in het kader van de Europese ruimte voor hoger onderwijs, en het Europees systeem voor studiepuntenoverdracht voor beroepsonderwijs en -opleiding (Ecvet), dat is vastgesteld door middel van de aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009(8),

–  gezien het proces van Bologna over hoger onderwijs, het ministerieel communiqué van Jerevan uit 2015 en het verslag "European Higher Education Area in 2015: Bologna process implementation report",

–  gezien Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van "Erasmus+": het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport(9),

–  gezien het Verdrag inzake de erkenning van kwalificaties betreffende hoger onderwijs in de Europese regio van de Raad van Europa (Erkenningsovereenkomst van Lissabon) en de aanbeveling over het gebruik van kwalificatiekaders bij de erkenning van buitenlandse kwalificaties, die uitdrukkelijk verwijst naar het EKK als instrument dat moet worden gebruikt voor academische erkenning,

–   gezien de strategie "Verbreding van de deelname voor gelijkheid en groei: een strategie voor de ontwikkeling van de sociale dimensie en een leven lang leren in de Europese ruimte voor hoger onderwijs tot 2020", die voor alle aan het EKK deelnemende landen geldt,

–   gezien het verslag van de UNESCO uit 2015 over de erkenning, validering en accreditering van niet-formeel en informeel leren in de UNESCO-lidstaten,

–  gezien Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties(10), zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013(11),

–  gezien de vraag aan de Commissie over het Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren (O-000038/2017 – B8‑0218/2017),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat een correct begrip en een correcte erkenning en evaluatie van vaardigheden meer omvatten dan alleen de vraag vanuit de arbeidsmarkt; overwegende dat de beschikbare en de op de arbeidsmarkt gevraagde vaardigheden profiteren van een EKK waarmee die vaardigheden kunnen worden geïdentificeerd en op elkaar afgestemd, zodat sociaaleconomische voordelen ontstaan; overwegende dat het van fundamenteel belang is om personen te helpen in de loop van hun leven competenties en vaardigheden te verwerven en bij te werken;

B.  overwegende dat een betere vergelijkbaarheid van de kwalificaties de mogelijkheden op het gebied van banen en professionele groei verbetert van alle migrerende werknemers;

C.  overwegende dat het accent o.a. op digitale competenties moet worden gelegd en dat er structurele maatregelen worden genomen om mensen te helpen deze te verwerven en te valideren;

D.  overwegende dat de verdere ontwikkeling van het Europees kwalificatiekader (EKK), gezien de nieuwe uitdagingen die de maatschappij stelt en de technologische en demografische veranderingen, een basis kan bieden voor een leven lang leren ter ondersteuning van gelijke kansen, eerlijk onderwijs en een betere doorlaatbaarheid tussen de onderwijs- en opleidingsstelsels; overwegende dat onderwijs en opleiding de mensen moeten helpen bij de aanpassing aan eventueel nieuwe omstandigheden door hun vaardigheden en onderwijsniveau op holistische wijze te verbeteren, zodat zij kritisch, zelfverzekerd en onafhankelijk worden en de vaardigheden verwerven die voor de 21e eeuw nodig zijn;

E.  overwegende dat het continu ontwikkelen van kennis, vaardigheden en competenties – ook wel bekend als een leven lang leren – ertoe kan bijdragen dat mensen betere keuzes kunnen maken ten aanzien van hun werk en hun leven, hen kan helpen persoonlijke ontwikkeling te bereiken en hun volledige potentie te benutten en zo een voordeel vormen voor de samenleving alsook hun kansen om werk te vinden en hun loopbanen te beschermen verbeteren;

F.  overwegende dat het EKK onder meer tot doel heeft onderwijsstelsels onderling gemakkelijker te kunnen vergelijken en daarmee de aanzet te geven tot verandering en hervormingen op nationaal en sectoraal niveau, zodat uiteindelijk de doelstellingen van de Europa 2020-strategie en het ET 2020-kader kunnen worden verwezenlijkt;

G.  overwegende dat, als gevolg van het gebrek aan ambitie bij de lidstaten en ondanks het tot nu toe getoonde engagement, weinig transparante kwalificaties blijven bestaan; overwegende dat aanpassingen van het EKK om kwalificaties transparanter en vergelijkbaarder te maken, noodzakelijk zijn;

H.  overwegende dat het EKK een metakader voor gebruikers moet verstrekken en de samenwerking tussen de autoriteiten van de lidstaten, sociale partners, onderwijs- en opleidingsverstrekkers, de vakbonden, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden op internationaal niveau moet vergemakkelijken;

I.  overwegende dat alleen Nederland en Zweden in hun NKK specifieke procedures hebben opgenomen voor het aanrekenen van niet-formele kwalificaties; overwegende dat geen enkele lidstaat in zijn NKK specifieke procedures heeft voor informeel leren;

J.  overwegende dat de lidstaten, zo spoedig mogelijk en ten laatste in 2018, in overeenstemming met het EKK regelingen moeten treffen voor de validatie van niet-formeel en informeel leren in verband met nationale kwalificatiekaders, met inbegrip van vaardigheden die tijdens vrijwilligersactiviteiten zijn verworven;

K.  overwegende dat de lidstaten zich in 2015 in het communiqué van Jerevan uitdrukkelijk hebben verbonden tot een herziening van hun nationale wetgeving met het oog op volledige naleving van de Erkenningsovereenkomst van Lissabon alsmede tot een herziening van de nationale kwalificatiekaders om te garanderen dat leertrajecten binnen het kader voldoende mogelijkheden bieden voor de erkenning van eerdere leerresultaten;

L.  overwegende dat het een verplichting en exclusieve bevoegdheid van de lidstaten is om toe te zien op de kwaliteit van de inhoud van het onderwijs en de organisatie van de onderwijssystemen; overwegende dat het EKK deze bevoegdheden niet aantast;

M.  overwegende dat er momenteel op het vlak van erkenning van certificeringen verschillen bestaan tussen regio's, met name grensregio's, en dat dit leidt tot verschillen met betrekking tot de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt;

N.  overwegende dat openbare en niet-openbare bibliotheken in aanzienlijke mate bijdragen tot een leven lang leren en een verbetering van de lees- en digitale vaardigheden;

O.  overwegende dat momenteel in totaal 39 landen aan het EKK deelnemen: de EU-lidstaten, EER-landen, kandidaat-lidstaten van de EU, potentiële kandidaat-lidstaten (Bosnië en Herzegovina, en Kosovo) en Zwitserland;

1.  erkent het initiatief van de Commissie voor de hervorming van het EKK en voor de verdere steun voor de modernisering van de Europese onderwijs- en opleidingsstelsels en het feit dat de Commissie de nationale bevoegdheden op het gebied van onderwijsstelsels eerbiedigt en ervoor zorgt dat de specifieke kenmerken van de opleidingssystemen van de lidstaten behouden blijven;

2.  wijst erop dat het voor de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden waar in de toekomst vraag naar is, cruciaal is dat het kritisch denken en het denken buiten de geijkte kaders wordt bevorderd;

3.  pleit voor het behoud van het uiterst rijke patrimonium van vakkennis dat wordt gevormd door de overlevering van vaardigheden, niet alleen technische, maar ook manuele, die de ontwikkeling en groei mogelijk hebben gemaakt van ambachtelijke productiesectoren, die moeten worden behouden, om de eigen identiteit van de lidstaten te beschermen;

4.  herinnert eraan dat het EKK onder meer als opdracht heeft de vergelijkbaarheid van kwalificaties in de lidstaten te vergroten en tegelijk de specifieke nationale kenmerken op onderwijsgebied te eerbiedigen;

5.  wijst erop dat de Unie iedereen, ongeacht leeftijd of status, in staat moet stellen hun vaardigheden en competenties, ook wanneer zij die via vrijwilligerswerk hebben verworven, op een duidelijke en toegankelijke manier te laten appreciëren en erkennen en daarmee zichtbaarder te maken, met name in grensgebieden, ongeacht waar of hoe zij die hebben opgedaan; onderstreept het feit dat de lidstaten meer inspanningen moeten leveren voor een snellere en effectievere erkenning van kwalificaties en met betrekking tot de koppeling aan het overeenkomstige EKK-niveau;

6.  herinnert eraan dat de nadruk moet liggen op de tenuitvoerlegging van het EKK om de kwaliteit en het potentieel van het kader te verhogen;

7.  beveelt meer flexibiliteit aan wanneer het erom gaat dat de lidstaten de referenties in hun nationale kader naar het EKK actueel houden;

8.  herinnert eraan dat een van de voornaamste taken van het EKK een vereenvoudiging en bevordering van de overdracht van kwalificaties, maar ook de validering van formeel en informeel onderwijs en opleiding, tussen de diverse onderwijs- en opleidingssystemen moet zijn om transnationale beroeps- en leermobiliteit mogelijk te maken, de scheefgroei op de Europese arbeidsmarkt beter aan te pakken en beter in te spelen op de persoonlijke behoeften van de burgers en van de samenleving in het algemeen;

9.  vraagt de Commissie na te gaan of de drie horizontale domeinen (kennis, vaardigheden en competenties) verder moeten worden herzien om ze begrijpelijker en duidelijker te maken; dringt erop aan dat het Europees kader voor sleutelcompetenties uit 2006 wordt gebruikt als waardevolle hulpbron en als voornaamste referentiedocument om meer terminologische samenhang tussen verschillende EU-kaders te realiseren en zo tot een benadering te komen waarin het werkelijk om leerresultaten gaat;

10.  wijst erop dat het van belang is instrumenten te analyseren en te ontwikkelen waarmee prognoses over de in de toekomst vereiste vaardigheden kunnen worden gedaan; moedigt daarom de lidstaten en alle relevante belanghebbenden, zoals werkgevers, aan om de goede praktijken op dit gebied te delen;

11.  onderstreept het belang van opleidingsprogramma's en leerplekken voor de ontwikkeling van vaardigheden; benadrukt daarom dat in de lidstaten duale onderwijsstelsels met een combinatie van leerplekken bij bedrijven en onderwijs op beroepsinstituten moeten worden bevorderd; brengt in herinnering dat werkgevers en ondernemers een cruciale rol spelen doordat ze mensen opleiden op de werkvloer en stages bieden, en is van mening dat hun rol verder moet worden ondersteund en ontwikkeld;

12.  pleit ervoor het EKK nauw te laten samenhangen met de behoeften van de samenleving, waaronder de arbeidsmarkt, om het concurrentievermogen van de Europese economie te verbeteren en mensen te helpen om hun potentieel te benutten, in overeenstemming met de Europa 2020-doelstellingen;

13.  onderstreept dat ten volle gebruik moet worden gemaakt van de mogelijkheden die het EKK biedt, om de mobiliteit van studenten en werknemers in de EU te stimuleren en te vergemakkelijken en zo het levenslang leren te bevorderen en in heel Europa de ontwikkeling van een mobiele en flexibele beroepsbevolking aan te moedigen in een tijd van economische uitdagingen en mondialisering van de markten;

14.  benadrukt dat een aantal lidstaten zich nog in het beginstadium bevindt bij de uitvoering van hun NKK, dat gebaseerd is op de acht niveaus in het EKK; verzoekt de Commissie de lidstaten aan te moedigen om door te gaan met dit uitvoeringsproces;

15.  wijst op het belang van het ESCO-initiatief (Europese vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen), een beschrijving in 25 talen en indeling van de voor de EU-arbeidsmarkt relevante vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen alsmede de bijbehorende onderwijs- en opleidingsvereisten;

16.  dringt aan op krachtige steun voor en bevordering van de gemeenschappelijke Europese beginselen inzake het bieden van mogelijkheden voor niet-formeel en informeel leren en een snelle validatie en erkenning van leerresultaten, omdat dit met name van belang is voor de inclusie van "atypische" lerenden; wijst in dit verband op het toenemende aantal door het bedrijfsleven verzorgde opleidingen, die in het valideringsproces moeten worden meegenomen, en benadrukt dat daarbij bijzondere aandacht moet uitgaan naar de certificeringen van ouderen, mensen met een handicap, langdurig werklozen, oudere werknemers en andere groepen; moedigt de Commissie aan na te gaan of Ecvet-punten kunnen worden gebruikt voor het valideren en erkennen van informele en niet-formele leerresultaten; merkt in dit verband op dat de waarde van formele prestaties niet lager mag worden aangeslagen;

17.  benadrukt dat er behoefte is aan een betere coördinatie tussen het EKK en andere bestaande erkennings- en transparantie-instrumenten, zoals Ecvet, ECTS en Europass, met de steun van kwaliteitsborgingssystemen, om synergieën te realiseren en de transparantie-instrumenten efficiënter te maken;

18.  beveelt aan dat de Commissie voor werkgevers een instrument voor zelfevaluatie ontwikkelt dat voor een efficiënter gebruik van het EKK moet zorgen; moedigt de werkgevers aan om kritisch na te denken over de vaardigheden en het kwalificatieniveau die vereist zijn om in dienst te worden genomen;

19.  wijst nadrukkelijk op de potentiële risico's – in de vorm van gevolgen voor de curricula – die kleven aan het vastleggen van leerresultaten in het EKK; onderstreept het belang van de diversiteit van de onderwijsstelsels in de EU en de deelnemende landen;

20.  verzoekt de resterende lidstaten om hun NKK op korte termijn te koppelen aan het EKK; dringt aan op een hoger tempo bij het verwijderen van alle resterende hindernissen die erkenning in de weg staan;

21.  beveelt aan dat de Commissie de kosten in verband met de verbetering van het EKK opnieuw evalueert, omdat er momenteel geen bijkomende kosten zijn voorzien; is bezorgd dat de omvang van de werkzaamheden rond de herziening van het EKK wordt onderschat;

22.  dringt erop aan dat de lidstaten een strategie uitvoeren ten behoeve van de sociale dimensie van hun onderwijs- en opleidingsstelsel, teneinde gelijke kansen sterker te ondersteunen, rechtvaardigheid in het onderwijs te verbeteren, ongelijkheid tegen te gaan en de overstap tussen het onderwijs- en het opleidingsstelsel te vergemakkelijken; dringt er bij de Commissie op aan de lidstaten hierbij te ondersteunen;

23.  verzoekt de Commissie terug te komen op haar plan om financiering op prestatiebasis in het beroeps- en hoger onderwijs alsmede inschrijvingsgelden in het kader van de moderniseringsagenda te bevorderen, teneinde de sociale rol van het onderwijs- en opleidingsstelsel en de toegang tot kwalificaties te waarborgen;

24.  dringt erop aan dat de Commissie voor duidelijkheid zorgt rond de geplande rolverdeling tussen Ecvet en ECTS, zodat de herziening voor de belanghebbenden transparanter wordt;

25.  verzoekt de Commissie en de lidstaten bijzondere aandacht te besteden aan de toezegging om informeel en niet-formeel leren, dat momenteel van de meeste NKK's uitgesloten is, daarin op te nemen en vervolgens ook in het EKK, met name informeel leren, dat op dit moment volledig buiten de boot valt;

26.  benadrukt dat er duidelijk behoefte is aan een beter inzicht in de kwalificaties die buiten de EU worden toegekend met het oog op validering en erkenning teneinde de integratie van migranten en vluchtelingen in de Europese samenleving, op de arbeidsmarkt en in het onderwijs- en opleidingsstelsel te bevorderen; is in dit verband ingenomen met de aanbeveling waarin de basis wordt gelegd voor verbanden tussen nationale en regionale kwalificatiekaders uit derde landen, NKK's van de lidstaten en het EKK, met name de mogelijkheid van een gestructureerde dialoog met buurlanden van de EU die een associatieovereenkomst met de EU hebben, met als mogelijk resultaat dat zij hun nationale kwalificatiekader ijken aan het EKK, en de steun van de EU (bijv. via ontwikkelingshulp) aan derde landen voor de ontwikkeling van een nationaal kwalificatiekader optrekken;

27.  steunt de belangstelling van derde landen om hun kwalificatiesystemen te koppelen aan het EKK en tegelijk een effectieve wijziging van de EKK-bepalingen om ervoor te zorgen dat een eenvoudigere formele vergelijking kan worden uitgevoerd van kwalificaties die zijn verworven in derde landen met kwalificaties die zijn verworven in de EU;

28.  dringt erop aan dat op EU- en nationaal niveau de relevante belanghebbenden, waaronder de openbare diensten voor arbeidsvoorziening, de sociale partners, de onderwijs- en opleidingsinstanties en het maatschappelijk middenveld, betrokken moeten zijn en nauw moeten samenwerken bij de opstelling, uitvoering, bevordering van en het toezicht op het EKK om ervoor te zorgen dat het breed wordt gesteund;

29.  is van mening dat een instrument zoals het EKK constant moet worden bijgewerkt en aangepast en dat het derhalve moet worden ondersteund en verbeterd door regelmatige monitoring, in het bijzonder wat de gebruiksvriendelijkheid, doorlaatbaarheid en transparantie betreft; benadrukt dat het EKK alleen een succes kan worden als de lidstaten zich er werkelijk toe verplichten om het uit te voeren en te gebruiken;

30.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB C 111 van 6.5.2008, blz. 1.
(2) PB L 390 van 31.12.2004, blz. 6.
(3) PB C 417 van 15.12.2015, blz. 25.
(4) PB C 398 van 22.12.2012, blz. 1.
(5) PB C 155 van 8.7.2009, blz. 1.
(6) https://www.eqar.eu
(7) http://ec.europa.eu/education/library/publications/2015/ects-users-guide_nl.pdf_nl
(8) PB C 155 van 8.7.2009, blz. 11.
(9) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50.
(10) PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22.
(11) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 132.

Juridische mededeling