Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2545(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0290/2017

Ingediende teksten :

B8-0290/2017

Debatten :

PV 17/05/2017 - 19
CRE 17/05/2017 - 19

Stemmingen :

PV 18/05/2017 - 11.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0228

Aangenomen teksten
PDF 198kWORD 48k
Donderdag 18 mei 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Wegvervoer in de Europese Unie
P8_TA(2017)0228B8-0290/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 18 mei 2017 over het wegvervoer in de Europese Unie (2017/2545(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 91 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (Eurovignet-richtlijn)(1),

–  gezien Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen(2),

–  gezien Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer(3),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen(4),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg(5),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten(6),

–  gezien Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer(7),

–  gezien het witboek van de Commissie getiteld "Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte – werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem" (COM(2011)0144),

–  gezien zijn resolutie van 9 september 2015 over de tenuitvoerlegging van het Witboek over vervoer uit 2011: inventarisatie en te nemen maatregelen voor duurzame mobiliteit(8),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2017 over logistiek in de EU en multimodaal vervoer in de nieuwe TEN-T-corridors(9),

–  gezien zijn resolutie van 24 november 2016 over nieuwe opportuniteiten voor kleine vervoersondernemingen, met inbegrip van deeleconomiemodellen(10),

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de stand van de communautaire markt voor vervoer over de weg (COM(2014)0222),

–  gezien Richtlijn (EU) 2015/413 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen(11),

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Een Europese strategie voor emissiearme mobiliteit" (COM(2016)0501) en de mededeling van de Commissie getiteld "Vervoer en CO2" (COM(1998)0204),

–  gezien de Overeenkomst van Parijs en de verbintenis die daarin is aangegaan om de opwarming van de aarde tijdens deze eeuw ver onder 2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau te houden en om te streven naar een maximale temperatuurstijging van 1,5 graden Celsius,

–  gezien de Verklaring van Amsterdam van 14 april 2016 over samenwerking op het gebied van geconnecteerd en geautomatiseerd rijden – Naar geconnecteerde en geautomatiseerde voertuigen op de Europese wegen,

–  gezien zijn resolutie van 14 september 2016 over sociale dumping in de Europese Unie(12),

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Een Europese strategie betreffende ITS, op weg naar de introductie van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen" (COM(2016)0766),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Commissie dringend wetgevingsvoorstellen moet indienen over de markt voor goederenvervoer over de weg (hierna "initiatieven voor het wegvervoer" genoemd) om de problemen in deze sector in kaart te brengen en aan te pakken;

B.  overwegende dat de sector van het wegvervoer in de EU zorgt voor 5 miljoen rechtstreekse banen en een bijdrage van bijna 2 % levert aan het bbp van de EU, met 344 000 ondernemingen voor personenvervoer over de weg en meer dan 560 000 ondernemingen voor vrachtvervoer over de weg(13);

C.  overwegende dat in 2013 de activiteiten voor personenvervoer over de weg in de EU goed waren voor 5 323 miljard passagierskilometers, waarbij personenwagens 72,3 % en bussen en touringcars 8,1 % van de totale personenvervoersactiviteiten in de EU-28 voor hun rekening namen(14);

D.  overwegende dat verkeersveiligheid voor de EU een actueel thema blijft, met 135 000 zwaargewonden en 26 100 dodelijke slachtoffers in 2015;

E.  overwegende dat wegvervoer een drijvende kracht is achter de economie van de EU en een koploper moet blijven in het genereren van verdere economische groei en werkgelegenheid en het bevorderen van de concurrentiekracht en territoriale cohesie, en overwegende dat het tegelijk nodig is dat de sector duurzamer wordt en dat behoorlijke arbeidsomstandigheden gegarandeerd en sociale rechten gerespecteerd worden;

F.  overwegende dat wegvervoer een sector is waarin Europa een wereldleider is, zowel wat betreft productie- als vervoersactiviteiten, en overwegende dat het van essentieel belang is dat het Europese wegvervoer zich blijft ontwikkelen, blijft investeren en zichzelf blijft vernieuwen op een duurzame en milieuvriendelijke wijze, zodat deze sector zijn technologische leiderspositie op wereldniveau kan behouden in een wereldwijde economie die steeds meer wordt gekenmerkt door de opkomst van sterke nieuwe actoren en nieuwe bedrijfsmodellen;

G.  overwegende dat het wegvervoer fossiele brandstoffen geleidelijk blijft afbouwen, gezien de dringende noodzaak om de energie-efficiëntie en de duurzaamheid van deze sector te verbeteren, met name door middel van alternatieve brandstoffen, alternatieve aandrijfsystemen en digitalisering, op een kostenefficiënte manier zonder aan concurrentiekracht in te boeten;

H.  overwegende dat het vervoer een aanzienlijke rol speelt in de klimaatverandering aangezien het verantwoordelijk is voor 23,2 % van de totale broeikasgasemissies van de EU, en overwegende dat het vervoer over de weg in 2014 verantwoordelijk was voor 72,8 % van de broeikasgasemissies uit vervoer;

I.  overwegende dat verkeersfiles de EU-economie naar schatting het equivalent van 1 % van haar bbp kosten in termen van tijdverlies, extra brandstofverbruik en vervuiling;

J.  overwegende dat het internationaal goederenvervoer over de weg geconfronteerd wordt met steeds meer door de lidstaten ingestelde regelgevende belemmeringen;

K.  overwegende dat multimodale netwerken en de integratie van de verschillende vervoerswijzen en -diensten gunstig zouden kunnen zijn voor de verbetering van de verbindingen in het passagiers- en vrachtvervoer en de efficiëntie daarvan, zodat koolstofemissies en andere schadelijke uitstoot worden verminderd;

L.  overwegende dat de lidstaten de EU-wetgeving inzake cabotage niet handhaven;

M.  overwegende dat er in de Unie enorm grote verschillen zijn in de handhaving van de bestaande wetgeving betreffende arbeidsvoorwaarden, sociale rechten en verkeersveiligheid;

Het concurrentievermogen en de innovatie in de sector wegvervoer verbeteren

1.  meent dat de initiatieven voor het wegvervoer moeten zorgen voor de hoognodige impuls voor een meer duurzame, veilige, innovatieve en concurrerende Europese wegvervoersector, voor de verdere ontwikkeling van de Europese wegeninfrastructuur om de efficiëntie van het wegvervoer en de logistiek te verbeteren, voor een gelijk speelveld voor ondernemers op de wereldwijde markt, alsook voor de voltooiing en de verbeterde werking van de interne markt voor vervoer over de weg van passagiers en goederen, en dat zij een langetermijnstrategie moeten vastleggen voor het Europese wegvervoer;

2.  vindt ook dat de initiatieven voor het wegvervoer de technologische ontwikkeling van voertuigen moeten stimuleren, alternatieve brandstoffen moeten bevorderen, de interoperabiliteit van vervoerssystemen en ‑modaliteiten moeten verhogen en moeten zorgen voor toegang tot de markt voor kleine en middelgrote vervoersondernemingen;

3.  vraagt dat de Commissie bij de opstelling van de initiatieven voor het wegvervoer rekening houdt met de resolutie van het Parlement van 9 september 2015 over de tenuitvoerlegging van het Witboek over vervoer uit 2011; onderstreept dat het wegvervoer moet worden bekeken binnen een holistische en langetermijnaanpak in het kader van het EU-beleid voor intermodaal en duurzaam vervoer;

4.  verzoekt de Commissie bij de opstelling van het initiatiefpakket "mobiliteit op de weg" rekening te houden met de resolutie van het Parlement van 14 september 2016 over sociale dumping in de Europese Unie;

5.  benadrukt dat de sector wegvervoer in grote mate bijdraagt tot banen en groei in de EU en dat de toestand van de economie nauw verbonden is met het concurrentievermogen in de sector van het wegvervoer van de EU; dringt dan ook aan op proactieve maatregelen voor de ondersteuning en ontwikkeling van een duurzame wegvervoersector met eerlijke concurrentie, vooral voor kmo's, met name in het licht van de toekomstige digitale, technologische en ecologische ontwikkelingen in deze sector, waarbij tegelijk de bijscholing van de beroepsbevolking wordt gestimuleerd;

6.  vraagt dat de Europese wegvervoersector de kansen aangrijpt die de digitalisering biedt; verzoekt de Commissie infrastructuur te ontwikkelen voor communicatie tussen voertuigen of tussen voertuig en infrastructuur, om de verkeersveiligheid en de verkeersefficiëntie te verbeteren en om de toekomst van de mobiliteit op de weg voor te bereiden; onderstreept dat het nodig is technologieoverdracht voor voertuigen te ontwikkelen, de logistieke ondersteuning te vergroten en passende definities en voorschriften voor deze kwestie op te stellen; vraagt de Commissie dat zij zorgt voor een passend regelgevingskader voor geconnecteerd en geautomatiseerd rijden alsook voor nieuwe bedrijfsmodellen van de deeleconomie;

7.  dringt bij de Commissie aan op een verdere harmonisering van het passagiers- en goederenvervoer, en met name van de elektronische tolheffingsystemen in de EU, aangezien het huidige gebrek aan harmonisering bijkomende kosten voor het vervoer creëert; stimuleert in dit verband het gebruik van digitale technologieën (papierloze en gestandaardiseerde documenten, e‑CMR, slimme tachograaf, enz.) om een volledig werkende interne markt te waarborgen;

Grensoverschrijdende mobiliteit over de weg faciliteren

8.  dringt er bij de lidstaten op aan de desbetreffende EU-voorschriften beter toe te passen en verzoekt de Commissie nauwer toe te zien op deze tenuitvoerlegging, onder meer wat betreft de grensoverschrijdende samenwerking, de interpretatie en de correcte en niet-discriminerende handhaving van de bestaande wetgeving en van start te gaan met de harmonisering van de nationale wetgevingen; meent dat de Commissie, in gevallen waarin dit legitiem is, inbreukprocedures moet inleiden tegen wetten en maatregelen die de markt verstoren;

9.  dringt er bij de lidstaten op aan nauwer samen te werken met Euro Contrôle Route en TISPOL, met het oog op een betere handhaving in Europa van wetgeving inzake wegvervoer en een sterk mechanisme te ontwikkelen om een gelijke en gepaste uitvoering van het bestaande acquis te waarborgen, d.w.z. door het ondersteunen van lidstaten bij taken met betrekking tot certificering, normalisatie, technische deskundigheid, het verzamelen van gegevens, opleiding en inspectie en door het beheer van platformen voor informatie‑uitwisseling tussen nationale deskundigen en autoriteiten;

10.  vraagt de lidstaten de controles te verscherpen, vooral ten aanzien van de naleving van rij- en rusttijden en van de cabotagevoorschriften, en efficiënte, evenredige en afschrikkende sancties toe te passen; vraagt de Commissie dat zij het gebruik van digitale apparatuur aan boord, zoals slimme tachografen, sneller verplicht maakt, alsook het gebruik van digitale vrachtbrieven (e‑CMR) teneinde beter toe te zien op de naleving van de relevante EU-voorschriften en de administratieve kosten te drukken;

11.  vraagt de Commissie dat zij werk maakt van de verdere harmonisering van de bestaande regelgeving voor verplichte veiligheidsuitrustingen in lichte en zware voertuigen, zoals gevarendriehoeken, reflectorjasjes, extra lampjes of alcoholtests;

12.  verzoekt de Commissie na te gaan hoe de bureaucratische en financiële lasten van verschillende nationale wetgevingen kunnen worden verminderd teneinde de vrijheid om vervoersdiensten te leveren in de hele EU te bevorderen;

13.  benadrukt dat een coherent, eerlijk, transparant, niet-discriminerend en niet-bureaucratisch tolheffingssysteem dat in de EU toegepast wordt en dat evenredig is aan het gebruik van de weg en aan de externe kosten die gegenereerd worden door vrachtwagens, bussen en auto's (de beginselen "de gebruiker betaalt" en "de vervuiler betaalt"), een positief effect zou hebben omdat op die manier iets kan worden gedaan aan de verslechterende toestand van de wegeninfrastructuur, de verkeersfiles en de vervuiling; verzoekt de Commissie een kader te creëren dat waarborgt dat niet wordt gediscrimineerd en waarmee de versnippering van tolstelsels voor passagiersauto's in de EU wordt vermeden;

14.  vraagt dat de Commissie een voorstel indient voor de herziening van de richtlijn over een Europese dienst voor elektronische tolheffing (EETS); meent dat dit voorstel onder meer een externekostenelement moet omvatten op basis van het "de vervuiler betaalt"-beginsel, volledig interoperabel moet zijn teneinde bij te dragen aan de ontwikkeling van geharmoniseerde technische EU-normen voor tolheffing, gebaseerd moet zijn op transparantie, betere ontwikkeling en integratie van de verschillende in de voertuigen geïnstalleerde ITS-uitrustingen alsook moet zorgen voor een betere toelichting van de wetgeving om de rechten van de EETS-aanbieders beter te definiëren en te beschermen en hun verplichtingen minder zwaar te maken;

15.  meent dat perifere lidstaten en landen die geen echt alternatief hebben voor wegvervoer, het moeilijker hebben om door te dringen tot het centrum van de interne markt van de EU; vraagt de Commissie dat zij in haar initiatieven voor het wegvervoer een mechanisme inbouwt om de lasten van wegvervoeractiviteiten uit de periferie te verlichten;

16.  onderstreept dat huurvoertuigen doorgaans de nieuwste en schoonste voertuigen op de markt zijn en als zodanig bijdragen aan de efficiëntie van de wegvervoersector; dringt dan ook bij de Commissie aan op een herziening van de huidige regels inzake huurvoertuigen, op grond waarvan de lidstaten momenteel het gebruik van dergelijke voertuigen voor internationale vervoersactiviteiten kunnen verbieden;

17.  maakt zich zorgen over de gebrekkige handhaving door de nationale autoriteiten ten aanzien van fraude met tachografen en cabotagevervoer en verzoekt daarom de Commissie deze problemen aan te pakken, onder meer door middel van het gebruik van nieuwe technologieën, vereenvoudiging en toelichting van de cabotagevoorschriften en een betere uitwisseling van informatie tussen de autoriteiten, met het oog op een betere handhaving van de voorschriften in de hele EU en een betere controle op de cabotageverrichtingen;

18.  is van mening dat wettelijke eisen in verhouding moeten staan tot de aard en de omvang van de onderneming; vraagt zich echter af of er nog steeds redenen zijn om lichte bedrijfsvoertuigen uit te zonderen van de toepassing van een aantal Europese regels, aangezien dit soort voertuigen steeds vaker gebruikt wordt bij het internationale goederenvervoer, en verzoekt de Commissie om een verslag waarin de gevolgen van dit toegenomen gebruik voor de economie, het milieu en de veiligheid worden beoordeeld;

19.  benadrukt dat grensoverschrijdende mobiliteit op wegen met betrekking tot naburige toetredingslanden vergemakkelijkt moet worden door een betere harmonisering van normen inzake wegeninfrastructuur, elektronische en signaleringssystemen teneinde flessenhalzen weg te werken, vooral op het TEN-T-kernnetwerk;

De sociale voorwaarden en de veiligheidsvoorschriften verbeteren

20.  onderstreept dat het vrij verrichten van vervoersdiensten in de EU geen rechtvaardiging mag vormen voor eender welke schendingen van de fundamentele rechten van werknemers, noch mag leiden tot de afzwakking van bestaande wetgeving inzake arbeidsvoorwaarden, zoals rusttijden, werkpatronen, periodes in het buitenland, toegang tot vaardigheden, bijscholing en loopbaanontwikkeling, gezondheid en veiligheid, zorg en sociale hulpverlening en minimumlonen;

21.  acht het van het grootste belang om de Commissie te herinneren aan haar eigen toezeggingen in het voorstel voor een Europese pijler van sociale rechten, in het bijzonder met betrekking tot:

   veilige en flexibele werkgelegenheid, beginsel 5d: "Arbeidsrelaties die leiden tot onzekere arbeidsvoorwaarden worden voorkomen, onder meer door een verbod op misbruik van atypische arbeidsovereenkomsten. Een proeftijd moet een redelijke tijdsduur hebben.";
   billijke lonen, beginsel 6a: "Werknemers hebben recht op een billijk loon waarmee zij een fatsoenlijke levensstandaard kunnen genieten";

herinnert eraan dat initiatieven van de Commissie ten aanzien van het wegvervoer niet tegen deze beginselen mogen indruisen en de rechten van de werknemers in deze sector niet in gevaar mogen brengen;

22.  maakt zich zorgen over sociaal twijfelachtige bedrijfspraktijken die ook een risico vormen op het gebied van verkeersveiligheid en die vooral betrekking hebben op cabotagevoorschriften en de zogenaamde brievenbusmaatschappijen (met name problemen inzake schijnzelfstandigheid en opzettelijke misbruiken of ontwijking van Europese en nationale wetgeving, waardoor oneerlijke concurrentie kan ontstaan doordat de arbeids- en werkingskosten op illegale wijze zo laag mogelijk worden gehouden en wat kan leiden tot schendingen van de rechten van de werknemers als gevolg van een gebrek aan duidelijkheid in de Europese voorschriften en uiteenlopende interpretaties en handhavingspraktijken op nationaal niveau);

23.  verzoekt de Commissie de vereisten inzake het recht van vestiging te herzien om de brievenbusmaatschappijen in de wegvervoersector uit te bannen;

24.  verzoekt de Commissie en de lidstaten dringend een oplossing te zoeken voor de problemen rond de vermoeidheid van bestuurders, onder meer door ervoor te zorgen dat er in alle investeringen in wegeninfrastructuur aandacht is voor het verbeteren van de faciliteiten voor bestuurders, met name vrachtwagenbestuurders, en dat de wetgeving inzake rusttijden volledig wordt nageleefd;

25.  vraagt dat de Commissie de cabotagevoorschriften en de regels inzake toegang tot vervoersactiviteiten toelicht en zorgt voor een betere uitvoering ervan om fraude en misbruik efficiënt aan te pakken;

26.  verwerpt elke verdere liberalisering van het wegvervoer, en met name onbeperkte cabotageverrichtingen binnen een bepaald aantal dagen;

27.  verzoekt de Commissie om toelichtingen bij de toepassing van de bepalingen van de richtlijn betreffende de detachering van werknemers in de wegvervoersector en vraagt dat zij zorgt voor een betere uitvoering en handhaving van deze bepalingen;

28.  benadrukt dat Europa te kampen heeft met een tekort aan beroepsbestuurders als gevolg van de stijgende vraag naar vervoersdiensten, de snelle ontwikkeling van de internationale handel en de demografische situatie; vraagt dan ook aan de Commissie dat zij de toegang van jonge mannen en vrouwen tot het beroep faciliteert en dat zij het probleem van de slechte arbeidsomstandigheden van bestuurders aanpakt alsook het gebrek aan kwaliteitsvolle infrastructuur langs de weg;

29.  wijst erop dat de verschillen in de nationale wetgevingen inzake sociale voorwaarden en rechten in de wegvervoersector in de Unie de oorzaak zijn van aanzienlijke en onevenredige administratieve belemmeringen voor de ondernemers, vooral voor kmo's, dat ze het juridische kader ingewikkelder maken en de instelling van een interne markt in de wegvervoersector in de Unie ondermijnen, en dat ze leiden tot belemmeringen voor het vrij verkeer van diensten en goederen;

30.  verzoekt de Commissie voorstellen te formuleren voor toekomstige initiatieven in de wegvervoersector, die een duidelijker onderscheid mogelijk maken tussen de vrijheid van dienstverlening en de vrijheid van vestiging, met als doel te waarborgen dat bedrijfsactiviteiten in een lidstaat waarin een onderneming niet gevestigd is, van tijdelijke aard zijn en om ervoor te zorgen dat werknemers vallen onder de wetgeving van het land waarin zij gewoonlijk werkzaam zijn of het merendeel van hun professionele activiteiten uitvoeren;

31.  verzoekt de Commissie en de lidstaten zich bezig te houden met de kwaliteit van het werk in de wegvervoersector, met name met betrekking tot opleiding, certificering, arbeidsvoorwaarden en loopbaanontwikkeling met het oog op het creëren van kwalitatieve banen, het ontwikkelen van de nodige vaardigheden en het versterken van het concurrentievermogen van de wegvervoerondernemingen in de EU teneinde dit werk aantrekkelijker te maken voor jongeren en tegelijk aandacht te besteden aan een goed evenwicht tussen werk en privéleven voor bestuurders;

32.  verzoekt de Commissie de richtlijn gecombineerd vervoer (Richtlijn 92/106/EEG) te herzien om het multimodaal vervoer te doen toenemen, een einde te maken aan oneerlijke praktijken en ervoor te zorgen dat de sociale wetgeving op het gebied van gecombineerd vervoer wordt nageleefd;

33.  verzoekt de Commissie te kijken wat de mogelijkheden zijn om een "geïntegreerd elektronisch bestand van vervoersondernemers" op te zetten dat alle vervoerders met een communautaire vergunning omvat en waarin alle tijdens wegcontroles verzamelde relevante gegevens over vervoersondernemers, voertuigen en chauffeurs worden opgenomen;

34.  onderstreept dat het systeem van de stopplaatsen in de EU onvoldoende en ontoereikend is; vraagt daarom dat de lidstaten in overleg met de Commissie een plan opstellen voor het bouwen/leveren van capaciteit en gebruiksvriendelijke, veilige en zekere stopplaatsen met een voldoende aantal parkeerplaatsen, sanitaire voorzieningen en transithotels, met name op strategische punten/knooppunten waar er druk verkeer kan zijn;

35.  verzoekt de Commissie en de lidstaten een oplossing te zoeken voor de huidige problemen inzake de onpraktische aspecten van de rij- en rusttijden – er doen zich bijvoorbeeld vaak situaties voor waarin bestuurders gedwongen worden een aantal uren te rusten ook al zijn ze nog slechts een paar kilometers van hun thuisbasis of woonplaats verwijderd; vraagt de Commissie hiermee rekening te houden bij de herziening van Verordening (EG) nr. 561/2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer;

36.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om het verminderen van ernstige verkeersongelukken als een doelstelling voor de hele EU vast te stellen;

37.  verzoekt de Commissie in de gehele EU een wetenschappelijke studie uit te voeren naar de gevolgen van vermoeidheid bij chauffeurs van bussen en reisbussen en in het vrachtvervoer per bestelwagen en vrachtwagen;

38.  verzoekt de Commissie om onverwijld van start te gaan met de herziening van de Verordening (EG) nr. 661/2009 betreffende de algemene veiligheid en rekening te houden met de rol van nieuwe technologieën en normen, onder meer gegevensrecorders voor noodgevallen, normen inzake het directe zicht, intelligente rijassistentie en, in ieder geval, bandenspanningscontrole;

39.  wijst erop dat de veiligheid op de wegen van de EU beter moet worden en dat de doelstelling om het aantal doden en ernstig gewonden tegen 2020 te halveren, moet worden gehaald; steunt de effectevaluatie die door de Commissie is toegepast in een herziening van het wetgevend kader voor het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur;

Emissiearm wegvervoer bevorderen

40.  stelt vast dat de bronnenefficiëntie van het wegvervoer moet worden verbeterd, alsook de rol ervan in een modern synchromodaal vervoersnetwerk, met het oog op een efficiënter gebruik van de bestaande capaciteit, waarbij de bezettingsgraad van voertuigen wordt verhoogd, het gebruik van kleinere en lichtere voertuigen, autodelen en carpooling worden bevorderd, alsook de overstap van vier naar twee wielen; beschouwt digitalisering als een essentieel element om de doelstelling van betere bronnenefficiëntie te halen;

41.  onderstreept dat om de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs van 2015 (COP21) inzake klimaatverandering te realiseren, het koolstofvrij maken van de vervoerssector en de verbetering van de luchtkwaliteit verwezenlijkt moeten worden door het stimuleren van mobiliteit op basis van elektrisch vervoer, brandstofcellen en andere geavanceerde aandrijfsystemen, met name die waarbij Europa een groot technologisch voordeel heeft;

42.  verzoekt de Commissie ambitieuze voorstellen voor CO2-normen voor vrachtwagens en bussen in te dienen om de broeikasgasemissies in de wegvervoersector te verminderen; vraagt de Commissie verder onderzoek te doen naar de mogelijkheden om sneller over te gaan naar emissiearm vervoer door stimulansen voor aanpassing te introduceren;

43.  dringt aan op concrete maatregelen om te zorgen voor de toepassing van de beginselen "de gebruiker betaalt" en "de vervuiler betaalt" in het wegvervoer, onder meer richtsnoeren en optimale praktijken, en vraagt dat gezorgd wordt voor een gelijk speelveld in alle EU-regio's;

44.  onderstreept dat de herziening van de richtlijn over een Europese dienst voor elektronische tolheffing (EETS) kan bijdragen aan de bevordering van schonere voertuigen en autodelen;

45.  wijst op het groot belang van een passende infrastructuur voor het gebruik van alternatieve brandstoffen in het wegvervoer en vraagt daarom aan de Commissie en de lidstaten stimuleringsmodellen te creëren om het distributienetwerk voor alternatieve brandstoffen te vervolledigen;

46.  dringt aan op efficiënte nationale beleidskaders ter stimulering van het ruimere gebruik van voertuigen die op alternatieve brandstoffen rijden (bijvoorbeeld elektrische voertuigen, hybride voertuigen, waterstofvoertuigen, CNG-voertuigen) en roept op tot een snelle ontwikkeling van de benodigde infrastructuur voor bijtanken/opladen;

47.  erkent dat innovatieve en emissiearme wegvoertuigen en wegvervoersinfrastructuur zullen bijdragen tot het bevorderen van overstappen en verbindingen tussen wegen, spoor en havens, en zo zullen aanzetten tot een algemene verschuiving naar meer milieuvriendelijke vormen van vervoer voor individuele personen, passagiers en goederen;

48.  meent dat carpoolen en autodelen een belangrijke bron zijn voor de duurzame ontwikkeling van verbindingen, onder meer in de ultraperifere, berg- en plattelandsgebieden; verzoekt de Commissie, de lidstaten en de plaatselijke autoriteiten om de ontwikkeling van deeleconomiemodellen in dit gebied te bevorderen;

49.  vraagt dat de Commissie zich buigt over de introductie van lage-emissiezones in een aantal lidstaten en dat zij nagaat of er gemeenschappelijke criteria/regels voor de introductie en werking van deze zones kunnen worden opgesteld;

50.  stelt vast dat intelligente vervoerssystemen (ITS) zoals coöperatieve intelligente vervoerssystemen (C‑ITS) en innovaties zoals de elektrische snelweg (elektrische trucks met trolleytechnologie) en platooning een belangrijke rol kunnen spelen om de efficiëntie, de veiligheid en de milieuprestatie van het vervoersysteem te verbeteren; roept de Commissie dan ook op om de ontwikkeling en het gebruik van ITS te stimuleren en innovaties te bevorderen;

51.  stelt vast dat het aantal leegritten in het wegvervoer hoog blijft, wat negatieve gevolgen heeft voor het milieu; herinnert eraan dat in 2012 bijna een kwart (23,2 %) van alle voertuigkilometers van zware vrachtvoertuigen betrekking had op een leeg voertuig en dat het hoge aantal leegritten het gevolg is van de huidige restricties op cabotageverrichtingen die vervoerders verhinderen om meer vracht te laden en zo milieu-efficiënter te zijn; onderstreept dan ook dat het openstellen van de markt positieve gevolgen zal hebben voor de milieu-efficiëntie van het wegvervoer;

52.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om met het oog op het koolstofvrij maken van de wegvervoersector, sneller werk te maken van de overgang van traditionele voertuigen met fossiele brandstoffen naar duurzame, elektrisch aangedreven voertuigen, zoals waterstofauto's;

53.  spoort de Commissie aan haar handleiding inzake de externe kosten van transport bij te werken, met inbegrip van de nieuwe gegevens over emissies onder reële rijomstandigheden, alsook de economische en sociale schade van klimaatverandering;

54.  benadrukt dat de doelstellingen die zijn vastgelegd voor de transitie naar alternatieve en hernieuwbare energieën voor wegvervoer verwezenlijkt moeten worden door toepassing van een bepaalde energiemix en van de reeds bestaande mogelijkheden tot energiebesparing; wijst erop dat voor deze transitie bijbehorende stimulerende maatregelen nodig zijn en dat de reductiedoelstellingen geformuleerd moeten worden op een technologieneutrale wijze;

55.  merkt op dat om de transitie gemakkelijker te doen verlopen, gebruik kan worden gemaakt van alternatieve brandstoffen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot gecomprimeerd aardgas, vloeibaar aardgas en biobrandstoffen van de tweede generatie;

o
o   o

56.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 187 van 20.7.1999, blz. 42.
(2) PB L 80 van 23.3.2002, blz. 35.
(3) PB L 102 van 11.4.2006, blz. 1.
(4) PB L 300 van 14.11.2009, blz. 51.
(5) PB L 300 van 14.11.2009, blz. 72.
(6) PB L 300 van 14.11.2009, blz. 88.
(7) PB L 60 van 28.2.2014, blz. 1.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0310.
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0009.
(10) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0455.
(11) PB L 68 van 13.3.2015, blz. 9.
(12) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0346.
(13) Bron: EU-vervoer in cijfers 2016, gebaseerd op Eurostat.
(14) Bron: EU-vervoer in cijfers 2016, gebaseerd op Eurostat.

Juridische mededeling