Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2688(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0349/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/05/2017 - 11.15
CRE 18/05/2017 - 11.15

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0231

Aangenomen teksten
PDF 175kWORD 46k
Donderdag 18 mei 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Tenuitvoerlegging van de LGBTI-richtsnoeren van de Raad, met name wat betreft de vervolging van (vermeende) homoseksuele mannen in Tsjetsjenië, Rusland
P8_TA(2017)0231RC-B8-0349/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 18 mei 2017 over de uitvoering van de LGBTI-richtsnoeren van de Raad, met name in verband met de vervolging van (vermeende) homoseksuele mannen in Tsjetsjenië, Rusland (2017/2688(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Rusland,

–  gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de protocollen daarbij,

–  gezien de grondwet van de Russische Federatie, met name hoofdstuk 2 over de rechten en vrijheden van de mens en de burger,

–  gezien de richtsnoeren van de Europese Raad van 24 juni 2013 voor de bevordering en de bescherming van het genot van alle mensenrechten door lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen (LGBTI),

–  gezien de conclusies van de Raad over LGBTI-gelijkheid van 16 juni 2016,

–  gezien de richtsnoeren van de Europese Unie inzake mensenrechten, inzake foltering en mishandeling en inzake verdedigers van de mensenrechten,

–  gezien zijn resolutie van 4 februari 2014 over de EU-routekaart tegen homofobie en discriminatie wegens seksuele gerichtheid of genderidentiteit(1),

–  gezien de verklaring van mensenrechtendeskundigen van de VN van 13 april 2017 over de mishandeling en gevangenneming van homoseksuele mannen in Tsjetsjenië,

–  gezien het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2015-2019,

–  gezien zijn resolutie van 14 december 2016 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake 2015(2),

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, van 6 april 2017 over de schendingen van de mensenrechten van homoseksuele mannen in Tsjetsjenië,

–  gezien de plaatselijke verklaring van de EU van 19 april 2017 over de schendingen van de mensenrechten van homoseksuele mannen in Tsjetsjenië,

–  gezien de verklaring van de EU in de Permanente Raad van de OVSE van 27 april 2017 over de aanhoudende berichten over het arresteren en vermoorden van homoseksuele mannen door de Tsjetsjeense regering,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken van 7 april 2017,

–  gezien de verklaring van de directeur van het OVSE-Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) van 13 april 2017,

–  gezien de gezamenlijke persconferentie in Moskou op 24 april 2017 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Federica Mogherini en de Russische minister van Buitenlandse zaken Sergej Lavrov,

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de onafhankelijke Russische krant Novaja Gazeta op 1 april 2017 berichtte dat in de autonome Republiek Tsjetsjenië, in de Russische Federatie, meer dan honderd mannen – homoseksuelen en mannen over wie de overtuiging of perceptie bestaat dat ze homoseksueel zijn – werden ontvoerd en vastgehouden in het kader van een gecoördineerde campagne die naar verluidt op rechtstreeks bevel van de Tsjetsjeense president, Ramzan Kadyrov, was opgezet door de autoriteiten en veiligheidstroepen van de republiek;

B.  overwegende dat de ontvoerde mannen volgens de Novaja Gazeta werden mishandeld, gefolterd en gedwongen namen te noemen van andere LGBTI's; overwegende dat er tevens berichten kwamen dat ten minste drie mannen zijn gedood, waarvan twee zijn overleden aan de gevolgen van hun behandeling in gevangenschap en één het slachtoffer was van een zogenaamde "eermoord" door zijn familie;

C.  overwegende dat Human Rights Watch en de International Crisis Group (internationale crisisgroep) de oorspronkelijke berichten los van elkaar hebben bevestigd en dat beide organisaties bronnen ter plaatse aanhalen die bevestigen dat de politie en de veiligheidstroepen doelgericht mannen hebben aangehouden die voor homoseksueel werden aangezien;

D.  overwegende dat de autoriteiten in Tsjetsjenië deze beweringen naar verluidt van de hand wijzen en zich onwillig tonen om een onderzoek en vervolging in te stellen;

E.  overwegende dat de meeste slachtoffers geen aangifte doen uit angst voor represailles van de lokale autoriteiten; overwegende dat homo's en lesbiennes en vermeende homo's of lesbiennes zich in een bijzonder kwetsbare positie bevinden door de sterke homofobie in de samenleving en het risico lopen het slachtoffer te worden van eermoord door hun familie;

F.  overwegende dat er in de noordelijke Kaukasus, na jaren van bedreigingen en repressie en een dramatische verslechtering van de mensenrechtensituatie in de regio, vrijwel geen onafhankelijke journalisten of mensenrechtenactivisten in staat zijn te werken; overwegende dat journalisten van de Novaja Gazeta die dit politieoptreden aan het licht hebben gebracht doodsbedreigingen zouden hebben gekregen vanwege hun verslaggeving; overwegende dat de Tsjetsjeense autoriteiten al deze beschuldigingen ontkennen en eisen dat journalisten de namen van de geïnterviewde slachtoffers bekendmaken;

G.  overwegende dat de politie in Sint-Petersburg en Moskou LGBTI-activisten heeft aangehouden die aandacht vroegen voor de vervolging van homoseksuele mannen in Tsjetsjenië en eisten dat hiernaar een onderzoek zou worden ingesteld;

H.  overwegende dat de Russische Federatie partij is bij verscheidene internationale mensenrechtenverdragen en, als lid van de Raad van Europa, ook bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, en dus de plicht heeft de veiligheid te waarborgen van iedereen die mogelijk gevaar loopt, onder andere wegens zijn seksuele gerichtheid; overwegende dat Rusland de verplichting en de middelen heeft om de misdaden van de Tsjetsjeense autoriteiten te onderzoeken; overwegende dat homoseksualiteit in de Russische Federatie in 1993 uit het strafrecht is gehaald;

I.  overwegende dat president Poetin de Russische mensenrechtenombudsman, Tatjana Moskalkova, heeft opgedragen een werkgroep op te richten om de beschuldigingen te onderzoeken;

J.  overwegende dat LGBTI's worden beschermd krachtens de bestaande internationale mensenrechtenwetgeving en Russische nationale wetgeving; overwegende dat er echter vaak specifieke maatregelen nodig zijn opdat LGBTI's hun mensenrechten ten volle kunnen uitoefenen, aangezien seksuele gerichtheid en genderidentiteit extra risico's met zich mee kunnen brengen op het gebied van discriminatie, pesterijen en vervolging, op school, op het werk en in de bredere maatschappij, maar ook binnen families; overwegende dat het de taak en de verantwoordelijkheid van politie, justitie en autoriteiten is om deze vormen van discriminatie te bestrijden en negatieve maatschappelijke attitudes tegen te gaan;

K.  overwegende dat de LGBTI-richtsnoeren van de Raad van de EU aan EU-delegaties en ambassades van de lidstaten een proactieve houding voorschrijven inzake de bevordering van de rechten van LGBTI's; overwegende dat de bestrijding van LGBTI-foob geweld en de ondersteuning van verdedigers van de mensenrechten van LGBTI's in deze richtsnoeren als prioriteitsgebieden zijn aangemerkt;

L.  overwegende dat Rusland op 7 maart 2017 wetgeving heeft aangenomen waardoor huiselijk geweld niet langer strafbaar wordt gesteld en "aanranding binnen het gezin" niet langer een misdrijf, maar slechts een bestuursrechtelijke overtreding is, met lichtere straffen voor de daders; overwegende dat het Europees Parlement over deze kwestie heeft gedebatteerd tijdens de vergaderperiode van 13 t/m 16 maart 2017 in Straatsburg;

1.  toont zich diep verontrust over de berichten van willekeurige gevangenneming en foltering van mannen die voor homoseksueel worden aangezien in de Republiek Tsjetsjenië in de Russische Federatie; roept de autoriteiten op deze campagne van vervolging te staken, al wie illegaal opgesloten zit onmiddellijk vrij te laten, juridische en fysieke bescherming te bieden aan slachtoffers en aan de mensenrechtenactivisten en journalisten die zich met deze kwestie hebben beziggehouden, en internationale mensenrechtenorganisaties toe te staan een geloofwaardig onderzoek te verrichten naar de vermeende misdrijven;

2.  veroordeelt alle verklaringen van de Tsjetsjeense autoriteiten waarin geweld jegens LGBTI's wordt vergoelijkt en aangewakkerd, met inbegrip van de verklaring van de woordvoerder van de Tsjetsjeense regering waarin het bestaan van homoseksuelen in Tsjetsjenië werd ontkend en de verslaggeving werd afgedaan als "leugens en totale desinformatie"; betreurt de onwil van plaatselijke autoriteiten om een onderzoek en vervolging in te stellen met betrekking tot deze ernstige schendingen waarbij men het specifiek gemunt heeft op individuen op basis van hun seksuele gerichtheid, en herinnert de autoriteiten eraan dat het recht op vrijheid van vergadering, vereniging en meningsuiting een universeel recht is en voor iedereen geldt; dringt erop aan dat al wie nog steeds illegaal wordt vastgehouden onmiddellijk wordt vrijgelaten; vraagt de Russische autoriteiten in te staan voor de juridische en fysieke bescherming van de slachtoffers, alsook van de mensenrechtenactivisten en journalisten die aan deze zaak hebben gewerkt;

3.  neemt er nota van dat president Poetin het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken en de federale aanklager heeft opgedragen de gebeurtenissen in Tsjetsjenië te onderzoeken, en vraagt de Commissie, de lidstaten en de Raad van Europa de Russische autoriteiten bij dit onderzoek materiële steun en advies te bieden;

4.  vraagt de Tsjetsjeense en Russische autoriteiten hun eigen nationale wetgeving in acht te nemen, hun internationale verplichtingen na te komen, de rechtsstaat en de universele mensenrechtennormen te handhaven en gelijkheid en non-discriminatie te bevorderen, ook ten aanzien van LGBTI's, en verzoekt ondersteunende maatregelen te nemen zoals bewustmakingscampagnes ter bevordering van een cultuur van tolerantie, respect en inclusie op basis van gelijkheid en non-discriminatie; dringt aan op onmiddellijke maatregelen ter bescherming van personen die kwetsbaar zijn als potentiële slachtoffers en op de volledige rehabilitatie van slachtoffers van foltering;

5.  betreurt de wijdverbreide mensenrechtenschendingen en het klimaat van straffeloosheid dat deze daden mogelijk heeft gemaakt, en dringt erop aan dat er in samenwerking met het maatschappelijk middenveld juridische en andere maatregelen worden getroffen om dergelijk geweld te voorkomen en hier toezicht op te houden, en de daders daadwerkelijk te vervolgen; onderstreept dat Rusland en de Russische regering de uiteindelijke verantwoordelijkheid hebben om deze daden te onderzoeken, de daders te berechten en alle Russische burgers te beschermen tegen wederrechtelijke mishandeling;

6.  vraagt dringend om een onmiddellijk, onafhankelijk, objectief en grondig onderzoek naar de gevangennemingen, folteringen en moorden, zodat de bedenkers en uitvoerders van deze misdaden voor het gerecht kunnen worden gebracht en er een einde wordt gemaakt aan de straffeloosheid; is in dit verband verheugd dat er een werkgroep onder leiding van de Russische mensenrechtenombudsman is opgericht die de zaak onderzoekt; verzoekt de Russische autoriteiten het bureau van de procureur-generaal de opdracht te geven de slachtoffers en getuigen van de antihomozuivering in Tsjetsjenië en hun familieleden daadwerkelijke anonimiteit en andere vormen van bescherming te bieden, zodat ze kunnen meewerken aan het onderzoek; verzoekt de EU-delegatie en de ambassades en consulaten van de lidstaten in Rusland om het onderzoek actief te volgen, en vraagt dat er nog meer inspanningen worden gedaan om slachtoffers, LGBTI's, journalisten en mensenrechtenactivisten die momenteel gevaar lopen de hand te reiken;

7.  vraagt de Commissie samen te werken met internationale mensenrechtenorganisaties en het Russische maatschappelijk middenveld, hulp te bieden aan degenen die Tsjetsjenië zijn ontvlucht en deze campagne van geweld onder de aandacht te brengen; vraagt de lidstaten bovendien de asielprocedures voor deze slachtoffers, journalisten en mensenrechtenverdedigers te vergemakkelijken, in overeenstemming met het Europees en internationaal recht;

8.  toont zich verheugd en erkentelijk ten aanzien van de inspanningen van vele hoofden van EU-delegaties en hun personeel, en van ambassadeurs van de lidstaten en hun personeel, om verdedigers van de mensenrechten van LGBTI's te ondersteunen en te pleiten voor non-discriminatie en gelijke rechten; verzoekt de hoofden van EU-delegaties en ander personeel van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) overleg te plegen met het Parlement en betrokken EP-leden wanneer ze informatie nodig hebben of het Parlement informatie willen verstrekken, zoals tijdens de jaarlijkse ambassadeursconferentie in september; onderstreept hoe belangrijk het is dat EU-delegaties en de vertegenwoordigingen van de lidstaten op de hoogte zijn van de LGBTI-richtsnoeren en deze ten uitvoer leggen; verzoekt de EDEO en de Commissie in dit verband aan te dringen op een meer strategische en systematische toepassing van de richtsnoeren, onder meer door bewustmaking en opleiding van EU-personeel in derde landen, zodat de kwestie van LGBTI-rechten op doeltreffende wijze ter sprake wordt gebracht in politieke en mensenrechtendialogen met derde landen en in multilaterale fora, en om de inspanningen van het maatschappelijk middenveld te ondersteunen;

9.  onderstreept nadrukkelijk hoe belangrijk het is de uitvoering van de richtsnoeren voortdurend te evalueren aan de hand van duidelijke benchmarks; vraagt de Commissie een grondige evaluatie van de uitvoering van de richtsnoeren door de EU-delegaties en de diplomatieke vertegenwoordigingen van de lidstaten in alle derde landen te verrichten en te publiceren, teneinde mogelijke verschillen en lacunes in de uitvoering op te sporen en te verhelpen;

10.  noemt het zeer betreurenswaardig dat de Russische Federatie in de VN-mensenrechtenraad heeft gestemd tegen de resolutie van juni 2016 inzake bescherming tegen geweld en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit;

11.  herinnert de Russische en Tsjetsjeense autoriteiten eraan dat regionale, culturele en religieuze waardestelsels niet mogen worden ingezet als voorwendsel voor het vergoelijken van of het zich inlaten met discriminatie, geweld, foltering en/of gevangenneming van personen of groepen op grond van onder meer seksualiteit of genderidentiteit;

12.  stelt met bezorgdheid vast dat de aanneming van de nieuwe Russische wetgeving inzake huiselijk geweld, ook tegen kinderen, een stap achteruit vormt; wijst erop dat wetgeving die geweld binnen het gezin gedoogt ernstige gevolgen dreigt te hebben, zowel voor de slachtoffers als voor de hele samenleving; vraagt de Commissie en de EDEO zich te blijven inspannen om een eind te helpen maken aan geweld op grond van gender in al zijn vormen, waaronder huiselijk geweld, om kwetsbare personen te beschermen en de slachtoffers te steunen, zowel binnen als buiten Europa;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad en de Commissie, de secretaris-generaal van de Raad van Europa, de Hoge VN-Commissaris voor de mensenrechten, de regering en het parlement van de Russische Federatie en de Tsjetsjeense autoriteiten.

(1) PB C 93 van 24.3.2017, blz. 21.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0502.

Juridische mededeling