Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2271(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0183/2017

Ingediende teksten :

A8-0183/2017

Debatten :

PV 31/05/2017 - 20
CRE 31/05/2017 - 20

Stemmingen :

PV 01/06/2017 - 7.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0240

Aangenomen teksten
PDF 230kWORD 62k
Donderdag 1 juni 2017 - Brussel Definitieve uitgave
De digitalisering van de Europese industrie
P8_TA(2017)0240A8-0183/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 1 juni 2017 over de digitalisering van de Europese industrie (2016/2271(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 173 (titel XVII) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat betrekking heeft op het industriebeleid van de EU en onder meer verwijst naar het concurrentievermogen van de industrie van de Unie,

–  gezien de artikelen 9, 11 en 16 VWEU,

–   gezien Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

–   gezien Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "De digitalisering van het Europese bedrijfsleven – De voordelen van een digitale eengemaakte markt ten volle benutten" (COM(2016)0180),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "Europees cloudinitiatief – Bouwen aan een concurrentiële data- en kenniseconomie in Europa" (COM(2016)0178),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "Normalisatieprioriteiten op ICT-gebied voor de digitale eengemaakte markt" (COM(2016)0176),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "Quantum technologies" (SWD(2016)0107),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "Advancing the Internet of Things in Europe" (SWD(2016)0110),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 juli 2014 getiteld "Naar een bloeiende data-economie" (COM(2014)0442),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 getiteld "Naar een akte voor een digitale interne markt"(1),

–  gezien zijn resolutie van 9 maart 2011 getiteld "Een industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering"(2),

–  gezien zijn resolutie van 16 juni 2010 over EU 2020(3),

–  gezien zijn resolutie van 15 juni 2010 over het communautaire innovatiebeleid in een veranderende wereld(4),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 oktober 2010 getiteld "Een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering – Concurrentievermogen en duurzaamheid centraal stellen" (COM(2010)0614),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010 getiteld "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2010 getiteld "Europa 2020-kerninitiatief: Innovatie-Unie" (COM(2010)0546),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 4 juli 2007 getiteld "Tussentijdse evaluatie van het industriebeleid – Een bijdrage tot de EU-strategie voor groei en werkgelegenheid" (COM(2007)0374),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 getiteld "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192), het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2015)0100) en de daaropvolgende wetgevings- en niet-wetgevingsvoorstellen,

–  gezien het voorstel van 11 september 2013 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen alsmede tot wijziging van Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/22/EG en Verordeningen (EG) nr. 1211/2009 en (EU) nr. 531/2012 (COM(2013)0627),

–  gezien het voorstel van 26 maart 2013 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot maatregelen om de kosten van de aanleg van elektronische hogesnelheidscommunicatienetwerken te verlagen (COM(2013)0147),

–  gezien het voorstel van 7 februari 2013 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende maatregelen om een hoog gemeenschappelijk niveau van netwerk- en informatiebeveiliging in de Unie te waarborgen (COM(2013)0048),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2012 met als titel "Een sterkere Europese industrie om bij te dragen tot groei en economisch herstel" (COM(2012)0582),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 januari 2014 getiteld "Voor een heropleving van de Europese industrie" (COM(2014)0014),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 3 oktober 2012 getiteld "Akte voor de interne markt II – Samen voor nieuwe groei" (COM(2012)0573),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 april 2011 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld "Akte voor de interne markt: Twaalf hefbomen voor het stimuleren van de groei en het versterken van het vertrouwen" (COM(2011)0206),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 27 oktober 2010 aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld "Naar een Single Market Act: Voor een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen – 50 voorstellen om beter samen te werken, te ondernemen en zaken te doen" (COM(2010)0608),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 10 januari 2017 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld "Bouwen aan een Europese data-economie" (COM(2017)0009),

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2014 over de herindustrialisering van Europa ter bevordering van concurrentievermogen en duurzaamheid(5),

–  gezien zijn resolutie van 10 december 2013 over het aanboren van het potentieel van cloud computing in Europa(6),

–  gezien zijn resolutie van 12 september 2013 getiteld "De digitale agenda voor groei, mobiliteit en werkgelegenheid: tijd voor een hogere versnelling"(7),

–  gezien zijn resolutie van 12 juni 2012 getiteld "Bescherming van kritieke informatie-infrastructuur – bereikte resultaten en volgende stappen: naar mondiale cyberveiligheid"(8),

–   gezien zijn resolutie van 13 december 2016 over een coherent EU-beleid voor de culturele en creatieve sector(9),

–  gezien zijn resolutie van 5 mei 2010 getiteld "Een nieuwe digitale agenda voor Europa: 2015.eu"(10),

–  gezien zijn resolutie van 15 juni 2010 over het internet van de dingen(11),

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 juli 2016 getiteld "Industrie 4.0 en digitale transformatie: de weg vooruit",

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie vervoer en toerisme en de Commissie cultuur en onderwijs (A8-0183/2017),

A.  overwegende dat er met concrete maatregelen, acties en stimulansen energieke inspanningen moeten worden geleverd om de EU en haar lidstaten te herindustrialiseren, met als doel concurrentievermogen en duurzaamheid, bevordering van kwalitatief hoogwaardige werkgelegenheid en inclusiviteit te combineren en het streefdoel van de EU te behalen, namelijk dat 20 % van het bbp van de Unie tegen 2020 gebaseerd moet zijn op industrie, waarbij noodzakelijkerwijs rekening moet worden gehouden met de structurele transformatie van de industrie als gevolg van de digitale ontwrichting en de opkomst van nieuwe bedrijfsmodellen;

B.  overwegende dat de Europese industrie de grondslag vormt van de Europese economie en rijkdom en dat zij voor grote uitdagingen staat als gevolg van snellere globalisering en innovatietrends;

C.  overwegende dat de digitalisering van de industriële productie de veerkracht, energie en hulpbronnenefficiëntie, innovatie, duurzaamheid en concurrentiekracht van onze economieën doet toenemen en aldus bedrijfsmodellen, productie, producten, processen en waardecreatie aan het transformeren is en een grote impact heeft op het evenwicht tussen kansen en uitdagingen voor de Europese industrie en de Europese werknemers;

D.  overwegende dat de EU, gezien haar industrieel erfgoed, haar netwerk van industriële sectoren en waardeketens, haar innovatieve troeven, haar strategische overheidsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling (O&O), de beschikbaarheid van particuliere investeringen, haar doeltreffend bestuur, haar hoogopgeleide arbeidskrachten en de inachtneming van maatschappelijke uitdagingen bij de industriële ontwikkeling, alsook het feit dat zij over meer dan dertig nationale en regionale initiatieven voor de digitalisering van de industrie beschikt, een stevige basis heeft van waaruit zij een leidende positie kan verwerven in de digitale transformatie; overwegende dat er een mogelijkheid bestaat om de EU-industrie te versterken als we erin slagen volledig geïntegreerde waardeketens aan te leggen voor digitaal verbeterde industriële producten en product-dienstcombinaties;

E.  overwegende dat 5G onze economieën grondig zal transformeren en de digitalisering in het centrum van de industriële ontwikkeling en sociale dienstverlening zal plaatsen;

F.  overwegende dat de Europese industriestrategie alleen kan slagen als er een digitale interne markt tot stand wordt gebracht die economische groei en werkgelegenheid op maatschappelijk verantwoorde wijze bevordert;

G.  overwegende dat een goed doordachte, technologieneutrale strategie voor de digitalisering van de industriële productie, die mensen en machines alsook grensoverschrijdende diensten binnen de gehele wereldwijde waardeketen nauwer met elkaar verbindt, een belangrijke troef kan zijn bij het vergroten van de veerkracht, duurzaamheid en concurrentiekracht van onze economie en nieuwe banen kan scheppen;

H.  overwegende dat de digitalisering gebruik moet maken van het potentieel van een doeltreffender gebruik van hulpbronnen, energie en kapitaal, hetgeen een meer geïntegreerde circulaire economie, lagere materiaalintensiteit en grotere industriële symbiose ten goede komt;

I.  overwegende dat de digitalisering de toerisme-industrie kan bevorderen ten gunste van reizigers en hun mobiliteit, onder meer door gemakkelijk toegang te verlenen tot realtime-informatie en een brede waaier aan diensten;

J.  overwegende dat goed ontwikkelde taaltechnologieën de industrie kunnen helpen bij het wegwerken van taalbarrières die de ontwikkeling van de digitale markt belemmeren;

K.  overwegende dat de digitalisering nieuwe mogelijkheden creëert in de vervoerssector voor producenten, exploitanten, investeerders, werknemers en passagiers en een voorwaarde is om ervoor te zorgen dat de vervoersindustrie zowel concurrerend als operationeel blijft en haar efficiëntie verbetert en dat vervoersdiensten duurzamer worden en beter gaan presteren;

L.  overwegende dat de digitalisering kan bijdragen tot veiligere arbeidsomstandigheden, grotere productveiligheid alsook individualisering en decentralisatie van de productie;

M.  overwegende dat er sprake is van een grote genderkloof wat betreft werkgelegenheid en opleiding in de ICT-sector, met ernstige negatieve gevolgen voor de gelijkheid op de arbeidsmarkt;

N.  overwegende dat de digitalisering en de individualisering en decentralisatie van de productie zullen leiden tot andere arbeidsomstandigheden en uiteenlopende maatschappelijke gevolgen zullen hebben; overwegende dat veilige, fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en hoge productveiligheidsnormen een gedeeld punt van zorg moeten blijven;

O.  overwegende dat in tal van studies wordt benadrukt dat de digitalisering van de industriële productie verandering zal brengen in de vraag op de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid in Europa; overwegende dat dit impact kan hebben op de bestaande regels inzake de rechten en medezeggenschap van werknemers; overwegende dat er duidelijk behoefte is aan aanpassing aan deze veranderingen door arbeidskrachten op te leiden in nieuwe ICT-vaardigheden en de digitale vaardigheden in de gehele samenleving te verbeteren;

Ontwikkelen van een geïntegreerde strategie voor industriële digitalisering voor de EU

1.  is ingenomen met de mededeling van de Commissie over de digitalisering van het Europese bedrijfsleven;

2.  is er sterk van overtuigd dat een strategie voor industriële digitalisering van cruciaal belang is voor de aanpak van de meest urgente economische en maatschappelijke uitdagingen voor Europa, d.w.z.:

   (a) versterking van de economische dynamiek, sociale en territoriale cohesie en veerkracht ten aanzien van technologische transformaties en verstoringen, door de modernisering en onderlinge verbinding van de Europese industrieën en economische waardeketens en door het verhogen van particuliere en overheidsinvesteringen in de reële economie en het bieden van investeringskansen in een context van duurzame modernisering;
   (b) bevordering van het scheppen van kwalitatief hoogwaardige banen en het terughalen van banen, verbetering van de arbeidsnormen en de aantrekkelijkheid van banen in de industriesector, vergroting van het aanbod van mogelijkheden en informatie voor de consument, nastreving van een maatschappelijk verantwoorde transformatie en een inclusieve arbeidsmarkt met meer diverse vormen van werk en werktijdregelingen, en betere arbeidsvoorwaarden en integratie van werkgelegenheid en een leven lang leren;
   (c) efficiënter hulpbronnengebruik en beperking van de materiaalintensiteit van de be- en verwerkende industrie dankzij een versterkte Europese circulaire economie, hetgeen van cruciaal belang is voor de materiële voorwaarden van een Europese hightechsector en voor de gedigitaliseerde industriële productie en de producten daarvan;
   (d) versterking van de Europese cohesie door middel van een betrouwbaar en ambitieus Europees investeringsbeleid (met bijzondere aandacht voor de uitrol van geavanceerde digitale infrastructuur), waarbij gebruik wordt gemaakt van diverse Europese financieringsinstrumenten, onder meer het EFSI, regionale fondsen, Horizon 2020 en andere, en een gecoördineerd, technologieneutraal Europees industriebeleid op basis van eerlijke concurrentie tussen een veelheid aan partijen, innovatie en duurzame modernisering, en technologische en maatschappelijke vernieuwing en nieuwe bedrijfsmodellen waardoor de digitale interne markt en de integratie en modernisering van de gehele Europese industrie worden bevorderd;
   (e) ondersteuning van de doelstellingen van Europa op het gebied van klimaatbeleid door de energie- en hulpbronnenefficiëntie en de circulariteit van de industriële productie te vergroten, de uitstoot te verminderen en de duurzaamheid van de industrie hand in hand te laten gaan met concurrentiekracht;
   (f) versterking van economische, beleids- en sociale innovatie via de beginselen van openheid en toegankelijkheid van openbare en particuliere gegevens en informatie, waarbij gevoelige gegevens in de gegevensuitwisseling tussen bedrijven, werknemers en consumenten altijd worden beschermd en een betere integratie van allerlei economische sectoren en beleidsterreinen, met inbegrip van de creatieve en culturele sector, mogelijk wordt gemaakt;
   (g) verbetering van het levensonderhoud van burgers in stedelijke en niet-stedelijke gebieden en verhoging van hun bewustzijn en hun vermogen om de mogelijkheden van digitalisering te benutten;
   (h) bevordering van technologische en sociale innovatie in EU-onderzoek door een doelgericht digitaliseringsbeleid voor de industrie met een duidelijke visie;
   (i) verhoging van de energiezekerheid en verlaging van het energieverbruik door middel van een gedigitaliseerde, flexibelere en efficiëntere industriële productie die een beter beheer van de energievraag mogelijk zal maken;
   (j) samenwerking met andere macroregio's in de wereld bij de ontwikkeling van innovatieve en eerlijke digitale open markten;
   (k) besef van de noodzaak van een eerlijker en doeltreffender Europees fiscaal beleid dat vraagstukken zoals de belastinggrondslag in een tijdperk van wereldwijd verbonden digitale markten en gedigitaliseerde productie opheldert;
   (l) investeringen en onderzoekers en knowhow van wereldformaat aantrekken en zo bijdragen tot economische groei en Europese concurrentiekracht;
   (m) ondersteuning van nieuwe bedrijfsmodellen en innovatieve start-ups aangestuurd door de digitalisering en technologische ontwikkeling;

3.  benadrukt het belang van de totstandkoming van een concurrerende bedrijfsomgeving die particuliere investeringen vergemakkelijkt, een gunstig regelgevingskader dat bureaucratische belemmeringen vermijdt, de aanleg van geavanceerde Europese digitale infrastructuur en een op EU-niveau gecoördineerde structuur voor de digitalisering van de industrie om de coördinatie van nationale, regionale en EU-brede initiatieven en platforms inzake industriële digitalisering te vergemakkelijken; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het streefdoel voor 2020, namelijk dat het aandeel van de industrie in het bbp dan 20 % zal bedragen, wordt gehaald; benadrukt dat de digitalisering van de industrie moet worden gekoppeld aan een bredere EU-strategie voor de industrie, zodat de EU wereldwijd een voortrekkersrol op industriegebied kan vervullen; benadrukt dat het belangrijk is de digitalisering met name te bevorderen in de lidstaten, regio's en sectoren die een achterstand hebben en onder degenen die zijn getroffen door de digitale kloof; is in dit verband ingenomen met de voorgestelde rondetafelconferentie op hoog niveau en het Europees forum van belanghebbenden; onderstreept het belang van samenwerking tussen de betrokken actoren en verwacht dat naast de kopstukken van de industrie en sociale partners ook de academische wereld, kmo's, normalisatieorganisaties, beleidsmakers, nationale en lokale overheidsniveaus en het maatschappelijk middenveld zullen worden uitgenodigd om een actieve rol te spelen;

4.  verzoekt de Commissie haar belangrijke werkzaamheden inzake het onderzoek van trends op het gebied van productie en digitalisering, alsmede trends in niet-technische disciplines (zoals recht, beleid, administratie, communicatie, enz.) voort te zetten, belangrijke ontwikkelingen in andere regio's te bestuderen, nieuwe cruciale technologieën in kaart te brengen en ernaar te streven dat het Europees leiderschap op deze gebieden wordt gehandhaafd en nieuwe trends worden geïntegreerd in beleid en maatregelen, waarbij rekening wordt gehouden met de concepten van beveiliging door ontwerp en privacy door ontwerp en door standaardinstellingen, en na te gaan of dit werk kan worden gedaan via een specifieke afdeling voor industriële perspectieven die ook nationale organisaties voor onderzoek en technologie (RTO's) omvat;

5.  is ingenomen met de mededeling van de Commissie getiteld "De digitalisering van het Europese bedrijfsleven – De voordelen van een digitale eengemaakte markt ten volle benutten" (COM(2016)0180), maar betreurt het feit dat, doordat de focus op de vervoerssector ervan beperkt is tot geconnecteerd en geautomatiseerd rijden, alle bestaande uitdagingen hiermee onvoldoende worden aangepakt; herinnert eraan dat, hoewel geconnecteerd en geautomatiseerd rijden een van de spannendste toekomstige digitale transformaties in de sector is, er potentieel is voor digitalisering in alle vervoersmodi, zowel in de operationele als in de administratieve processen, en in de hele waardeketen van producenten tot passagiers en vracht, alsmede voor coördinatie met alle nieuwe technologieën die in de sector worden gebruikt, zoals de Europese mondiale satellietnavigatiesystemen Egnos en Galileo, waar in de nabije toekomst resultaten kunnen worden verwacht; vraagt de Commissie zich te richten op digitale transformaties in alle vervoersmodi, inclusief aan vervoer en toerisme gerelateerde diensten;

6.  wijst erop dat het digitaliseringsproces niet overal in de vervoerssector evenveel voordelen heeft opgeleverd en dat dit een schadelijke fragmentering heeft veroorzaakt binnen de interne markt, zowel tussen diverse vervoersmodi als binnen één modus; beklemtoont dat er significante en toenemende verschillen zijn tussen de lidstaten wat concurrentievermogen en digitalisering van de vervoerssector betreft, die ook terug te vinden zijn tussen regio's, bedrijven en kmo's; is van mening dat de ontwikkeling van een gecoördineerde strategie voor industriële digitalisering (Industrial Digitalisation Strategy, IDS) voor de EU kan helpen deze fragmentering en verschillen te overwinnen en investeringen in digitale projecten kan helpen aantrekken; beklemtoont dat het doel niet het schrijven van een zoveelste beleidsdocument moet zijn, maar het formuleren van een serieuze strategie die een weerspiegeling vormt van innovatietrends en marktpotentieel, en waarvan de toepassing voortdurend moet worden beoordeeld;

7.  is van mening dat een IDS zal bijdragen tot het oplossen van een aantal van de meest nijpende uitdagingen in de vervoers- en de toeristische sector; verzoekt de Commissie derhalve digitalisering verder te ondersteunen om:

   (a) de algemene veiligheids-, kwaliteits- en milieuprestaties van de vervoerssector te verbeteren;
   (b) onbelemmerde toegang te verbeteren voor iedereen, inclusief ouderen en personen met een beperkte mobiliteit of met handicaps, bekendheid te ontwikkelen met alternatieve mobiliteitsoplossingen en passagiers meer keuzemogelijkheden, meer gebruikersvriendelijke en op maat gemaakte producten en meer informatie te bieden, in de hele EU, zowel in stedelijke als in minder ontwikkelde regio's;
   (c) de vervoerskosten, bijvoorbeeld de onderhoudskosten, te verminderen en de doeltreffendheid van het gebruik van de bestaande capaciteit van de infrastructuur te vergroten (bijvoorbeeld platooning, coöperatieve intelligente vervoerssystemen (C-ITS), het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS) en Rivier Informatiediensten (RIS));
   (d) het concurrentievermogen te verbeteren door de opkomst van nieuwe spelers, in het bijzonder kmo's en start-ups, te bevorderen, teneinde bestaande monopolies uit te dagen;
   (e) de behoorlijke en geharmoniseerde handhaving van de EU-wetgeving te bevorderen, door de ontwikkeling van verkeersbeheersystemen, intelligente vervoerssystemen, digitale tachografen, elektronische tolsystemen enz., en regelgevingskaders te creëren die geëigend zijn voor reële nieuwe situaties die kunnen ontstaan als gevolg van de toepassing van moderne technologieën;
   (f) de administratieve lasten te verminderen voor kleine en middelgrote vervoersexploitanten en start-ups, bijv. in de sectoren vracht en logistiek, door vereenvoudiging van de administratieve procedures, tracking en tracing van vracht, en optimalisering van roosters en verkeersstromen;
   (g) de rechten van passagiers te blijven garanderen, inclusief gegevensbescherming, ook in geval van multimodale verplaatsingen;
   (h) de problemen in verband met de informatie-asymmetrie op de vervoersmarkt te verminderen;
   (i) de attractiviteit en ontwikkeling te bevorderen van de toeristische sector, die ongeveer 10 % van het Europese bbp helpt te genereren, en van creatieve sectoren in stedelijke, rurale en perifere gebieden, bijvoorbeeld door een betere integratie van mobiliteit en toeristische diensten, inclusief voor minder bekende bestemmingen;

8.  geeft aan dat ononderbroken connectiviteit van hoge kwaliteit een conditio sine qua non is voor snelle, veilige en betrouwbare verbindingen voor alle vervoersmodi en voor verdere digitalisering van de vervoerssector; betreurt de enorme versnippering van de digitale dekking in de EU; is van oordeel dat investeringen in breedband en een billijke toewijzing van spectrum essentieel zijn voor de digitalisering van de vervoerssector; beklemtoont het belang van een sectoroverschrijdende visie, die bijvoorbeeld elektronica, telecommunicatie, vervoer en toerisme omvat; vraagt de Commissie en de lidstaten zich te houden aan hun belofte om uiterlijk in 2025 voor een dergelijke connectiviteit voor de belangrijkste transportroutes en -hubs te zorgen, en het voortouw te nemen voor volledige dekking in de hele EU;

Scheppen van voorwaarden voor succesvolle industriële digitalisering: infrastructuur, investeringen, innovatie en vaardigheden

9.  onderstreept dat een IDS de mogelijkheid biedt om innovatie, doeltreffendheid en duurzame technologieën te bevorderen die de concurrentiekracht versterken, de industriële basis van de EU moderniseren en belemmeringen voor de ontwikkeling van de digitale markt wegnemen; benadrukt dat geïntegreerde industriële digitalisering gebaseerd moet zijn op verscherpte gunstige voorwaarden gaande van een eersteklas, toekomstbestendige digitale infrastructuur, O&O en een klimaat dat investeringen bevordert tot een passend, actueel wetgevingskader dat innovaties aanmoedigt, een uitgediepte digitale interne markt, hoge niveaus van vaardigheden en ondernemerschap en een sterkere sociale dialoog;

10.  benadrukt de noodzaak van meer publieke en particuliere investeringen in hogesnelheidsconnectiviteit, bijvoorbeeld via 5G, optische vezels, navigatie en infrastructuur voor satellietcommunicatie, teneinde te zorgen voor een robuuste digitale infrastructuur in stedelijke en industriegebieden; wijst uitdrukkelijk op het belang van harmonisatie van de spectrumtoewijzing met het oog op de toenemende vraag naar connectiviteit en de verbetering van de voorspelbaarheid van het investeringsklimaat voor netwerken; wijst uitdrukkelijk op de noodzaak te komen tot leiderschap in digitale industriële waardeketens en belangrijke technologieën zoals 5G, kwantumtechnologieën, krachtige computers, kunstmatige intelligentie, cloudcomputing, big data-analyse, het internet der dingen, robotica, automatisering (met inbegrip van in hoge mate geautomatiseerde voertuigen) en de "distributed-ledger"-technologie; steunt in dit verband de werkdocumenten van de Commissie die haar mededeling begeleiden;

11.  erkent de kansen en uitdagingen die aan de digitalisering van het bedrijfsleven verbonden zijn; wijst op de positieve effecten die de digitalisering van het bedrijfsleven heeft door flexibelere arbeidsregelingen die een beter evenwicht tussen werk en privéleven mogelijk maken, meer keuzes bieden via mobiel telewerken, en mensen uit plattelandsgebieden en afgelegen streken in staat stellen de arbeidsmarkt te betreden (mits zij over de nodige infrastructuur beschikken), hetgeen economische groei bevordert; erkent tegelijk dat de door de digitalisering gestimuleerde tendens in de richting van grotere flexibiliteit het risico van onzekere en precaire banen kan vergroten; benadrukt dat nieuwe arbeidsvormen niet mogen worden gebruikt om de bestaande arbeids- en sociale wetgeving wat betreft de bescherming van werknemers- en consumentenrechten te omzeilen; wijst erop dat traditionele bedrijven en bedrijven in de platformeconomie gelijk moeten worden behandeld;

12.  stelt vast dat de digitale transformatie in de sectoren vervoer en toerisme, en met name de ontwikkeling van de "on demand"- en deeleconomieën, bijdraagt tot sterk veranderend passagiers- en consumentengedrag ten aanzien van mobiliteit en toerisme, en wijst op de noodzaak van aanpassing van de infrastructurele voorzieningen; verzoekt de Commissie de effecten van de digitalisering in vervoers-, mobiliteits- en toerismediensten te beoordelen, met bijzondere nadruk op het gedrag en de keuzes van de gebruikers van deze diensten, en ervoor te zorgen dat het potentieel van deze maatschappelijke verandering verder kan worden benut;

13.  stelt vast dat door het feit dat reistickets in toenemende mate digitaal worden afgegeven, de consument via internet snel over meer informatie kan beschikken, maar steeds vaker in een vorm die het vergelijken van aanbiedingen moeilijk maakt; is van mening dat daarom de transparantie- en neutraliteitswaarborgen in de distributie, met name via internet, moeten worden versterkt, zodat de consument zijn keuze kan bepalen op basis van betrouwbare informatie, niet alleen wat de prijs betreft, maar ook ten aanzien van andere parameters, waaronder de kwaliteit van de dienstverlening en bijkomende aanbiedingen; is van mening dat deze transparantie zowel de concurrentie zal stimuleren als de ontwikkeling van het multimodale vervoer zal ondersteunen;

14.  is van mening dat de digitalisering de consument meer keuze, maar ook gebruikersvriendelijkere en meer toegespitste producten en meer informatie moet bieden, in het bijzonder ten aanzien van de kwaliteit van producten en diensten;

15.  wijst erop dat de gevolgen van taalbarrières voor de industrie en de digitalisering ervan onvoldoende zijn bekeken of beoordeeld in documenten over de digitale markt; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de ontwikkeling van taaltechnologieën te bevorderen die, samen met de digitalisering van de industrie, de versnippering van de Europese markt zullen terugdringen;

16.   onderstreept dat speciale steun voor "analoge" meertaligheid in Europa nuttig is voor zowel de digitalisering van de Europese industrie als het aanleren van veelomvattende digitale vaardigheden; onderstreept derhalve dat er veel meer aandacht moet worden besteed aan fundamenteel onderzoek naar statistische, intelligente en computerondersteunde vertaling en leersoftware;

17.  benadrukt dat de regio's zich moeten richten op hun productieve troeven en dat zij hun ontwikkeling via slimme specialisatie, slimme ketens en clusters moeten bevorderen; is van mening dat clusters en synergieën tussen kmo's, industrieactoren en sociale actoren, de ambachtelijke sector, start-ups, de academische wereld, onderzoekscentra, consumentenorganisaties, de creatieve industriesector, de financiële wereld en andere belanghebbenden succesvolle modellen kunnen zijn voor het bevorderen van digitale productie en innovatie; stimuleert onderzoek, innovatie en structurele cohesie in de EU; beklemtoont het belang van versnelprogramma's en durfkapitaal om te helpen bij de opschaling van start-ups; wijst op het belang van het gebruik van digitalisering voor het bevorderen van innovatie op het gebied van bedrijfsmodellen zoals "pay-per-output"-systemen en massa-aanpassing;

18.  is van mening dat er bijzondere aandacht moet uitgaan naar de specifieke problemen van de kmo's waar de winst op het gebied van energie-, hulpbronnen- en productie-efficiëntie, verkregen via inspanningen op het gebied van digitalisering, relatief het hoogst zou zijn; is voorstander van de versterking van kmo-verenigingen en hun activiteiten naar buiten via digitaliseringsprogramma's, de ontwikkeling van centra voor toegepaste wetenschappen met nadruk op digitalisering, en medefinanciering voor eigen O&O van kmo's; is van mening dat er aandacht moet worden besteed aan de eigendom van en toegang tot gegevens, alsmede aan de ontwikkeling van een Europees programma voor digitale stages;

19.  is ingenomen met de oprichting van het platform inzake slimme specialisatie voor industriële modernisering en met name het voorstel van de Commissie, dat is opgenomen in het Actieplan voor de digitalisering van de industrie, om een netwerk van kenniscentra en digitale-innovatiehubs (DIH's) op te zetten om de digitalisering van de industrie en de digitale innovatie van kmo's in alle regio's te versterken; merkt op dat de ambachtelijke sector op dit gebied niet mag worden veronachtzaamd; verzoekt de Commissie intensief werk te maken van de oprichting van DIH's en digitale kenniscentra in minder gedigitaliseerde Europese regio's; verzoekt de Commissie meer financiering beschikbaar te stellen voor DIH's via verschillende Europese middelen (Horizon 2020, structuurfondsen, enz.) om de lidstaten te steunen bij hun inspanningen en strategieën voor de ontwikkeling van een nationaal DIH-netwerk, en te overwegen een "sandbox"-aanpak uit te proberen waarbij grensoverschrijdende experimenten in een gecontroleerde omgeving niet worden geblokkeerd door de bestaande regelgeving; verzoekt de lidstaten de grensoverschrijdende samenwerking tussen hun DIH's te versterken; is van mening dat aangewezen DIH's zich moeten specialiseren in industriële digitale innovaties die bijdragen tot de aanpak van de maatschappelijke uitdagingen waar Europa voor staat; meent in dit verband dat Horizon 2020-financiering voor de DIH's kan worden gecombineerd met financiering uit dat programma voor maatschappelijke uitdagingen; wijst op de mogelijkheid van ICT-innovatiecheques voor kmo's inzake toegang tot advies, de uitwisseling van beste praktijken en DIH-knowhow;

20.  wijst op de belangrijke rol van steden en lokale overheden bij het ontwikkelen van nieuwe bedrijfsmodellen en het leveren van digitale infrastructuur en het verlenen van steun aan kmo's en andere industrie-actoren, alsmede op de enorme mogelijkheden die de digitale en industriële innovatie met zich meebrengt voor steden, bijvoorbeeld via lokale fabricage zonder afval, een sterkere integratie van de industriële productie en de lokale en stedelijke logistiek en het lokale en stedelijke vervoer, alsook energieopwekking, verbruik, fabricage en 3D-printen; is van mening dat steden ook toegang moeten krijgen tot de DIH's; verzoekt de Commissie lokale, nationale en internationale beste praktijken te bestuderen en de uitwisseling ervan te bevorderen; is ingenomen met de publicatie van een Europese index van digitale steden en met initiatieven die de interoperabiliteit van gegevens en systemen tussen de Europese steden bevorderen; merkt op dat het initiatief inzake intelligente steden in dit verband een rol speelt; wijst op de positieve ervaring met regionale adviesfora;

21.  benadrukt de rol die overheidsopdrachten en wettelijke voorschriften voor de registratie van ondernemingen en de verslaggeving over bedrijfsactiviteiten of openbaarmaking kunnen spelen bij de bevordering van nieuwe industriële digitale technologie; verzoekt de Commissie na te gaan hoe overheidsopdrachten kunnen worden aangewend als mechanisme om innovatie te bevorderen; verzoekt de Commissie een digitale controle op te nemen in haar Refit-programma om te waarborgen dat de regelgeving is bijgewerkt voor de digitale context en te zorgen voor een gemakkelijkere uitwisseling van beste praktijken tussen overheden inzake het gebruik van de innovatiecriteria in openbare aanbestedingen; beveelt aan om de aanpassing van het juridische en technologische kader, bijvoorbeeld de IPv6-transitie, aan de behoeften inzake digitalisering van de industrie en de lancering van het internet der dingen te bespoedigen;

22.  benadrukt het belang van het vrijmaken van toereikende publieke en private financiering voor de digitalisering van de Europese industrie, met een beter gebruik van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI); is van mening dat dit fors moet worden opgetrokken en dat de overheid meer moet investeren in digitale infrastructuur; benadrukt de centrale rol van financiering afkomstig van particuliere en samenwerkingsplatforms; vraagt de Commissie een financiële rondetafelconferentie voor de digitalisering van de industrie te organiseren, waar de kwestie zal worden onderzocht en innovatieve financieringsvoorstellen zullen worden gedaan; betreurt dat de middelen die in de EU-begroting aan digitale beleidsmaatregelen worden toegewezen te krap zijn om effect te sorteren; erkent dat de Europese economie moet worden aangezwengeld met productieve investeringen: is van mening dat de beschikbaarheid van de bestaande Europese financiële instrumenten, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen en Horizon 2020, ervoor moet zorgen dat deze doelstelling wordt gehaald; is van mening dat de combinatie van deze fondsen moet samenhangen met nationale middelen en staatssteunregels; erkent de rol van publiek-private partnerschappen en gemeenschappelijke ondernemingen;

23.  verzoekt de lidstaten te voorzien in fiscale prikkels voor ondernemingen die digitale en slimme productiesystemen toepassen, teneinde een doeltreffende digitalisering van de industrie te ondersteunen;

Waarborgen van het Europees leiderschap op het gebied van technologie en de veiligheid van de industriële digitalisering: fusies en overnames, cyberveiligheid, gegevensstromen, normalisatie

24.  erkent dat versterking van O&O dringend noodzakelijk is; verzoekt de Commissie om zowel eigen als externe O&O-inspanningen te ondersteunen, innovatienetwerken te bevorderen en de samenwerking tussen start-ups, gevestigde ondernemingen, kmo's, universiteiten enz. in een digitaal ecosysteem te stimuleren; vraagt de Commissie te onderzoeken hoe de onderzoeksresultaten van Horizon 2020 in de ruimste mate kunnen worden overgedragen naar de markt en door Europese bedrijven kunnen worden toegepast; verzoekt de Commissie het aandeel Horizon 2020-onderzoeksprojecten dat octrooien en intellectuele-eigendomsrechten genereert te verhogen en hierover verslag uit te brengen;

25.  beklemtoont dat het belangrijk is gevoelige Europese technologieën en knowhow veilig te stellen die de grondslag van toekomstige industriële kracht en economische veerkracht vormen; benadrukt de potentiële risico's met betrekking tot strategische buitenlandse directe investeringen (BDI) die door de overheid en het industrieel beleid worden aangestuurd, met name door staatsbedrijven via fusies en overnames; wijst op het feit dat, voor wat BDI betreft, bepaalde externe investeerders steeds meer belangstelling tonen voor de verwerving van gevoelige Europese technologieën via fusies en overnames; is ingenomen met het initiatief van de Commissie om de ervaringen van de commissie voor buitenlandse investeringen in de Verenigde Staten (CFIUS) te bestuderen; onderstreept dat de gelijke markttoegang voor investeringen moet worden gehandhaafd door mondiale regels vast te stellen;

26.  beklemtoont dat ontwikkelingen op het gebied van automatisering, robotica en de toepassing van kunstmatige intelligentie in productie evenals de verregaande integratie van technische onderdelen van verschillende oorsprong nieuwe vragen doen rijzen over de aansprakelijkheid voor producten en productiefaciliteiten; roept de Commissie op zo snel mogelijk de regels inzake veiligheid en aansprakelijkheid voor autonoom handelende systemen, met inbegrip van de testvoorwaarden, te verduidelijken;

27.  erkent dat openheid en connectiviteit mogelijk ook gevolgen hebben voor de kwetsbaarheid voor cyberaanvallen, sabotage, gegevensmanipulatie of industriële spionage, en benadrukt in dit verband het belang van een gemeenschappelijke Europese aanpak van cyberveiligheid; erkent dat moet worden gezorgd voor meer bewustwording ten aanzien van het verbeteren van de cyberveiligheid; acht cyberveerkracht een cruciale verantwoordelijkheid van bedrijfsleiders en degenen die op nationaal en Europees niveau het industrie- en veiligheidsbeleid bepalen; is van mening dat producenten verantwoordelijk zijn voor het waarborgen van normen inzake veiligheid en cyberveiligheid als kernontwerpparameters voor alle digitale innovaties op basis van de meest recente beschikbare technologie en de beginselen van "beveiliging door ontwerp" en "beveiliging door standaardinstellingen", maar dat onder bepaalde voorwaarden en criteria van deze verantwoordelijkheid van de producent kan worden afgeweken; wijst erop dat vereisten inzake cyberveiligheid voor het internet der dingen en IT-veiligheidsnormen, bijvoorbeeld op basis van de referentie-architectuur RAMI4.0 en ICS, de Europese cyberveerkracht zouden versterken; is van mening dat er in dit verband een belangrijke rol is weggelegd voor de Europese normalisatieorganisaties en dat zij niet aan de kant mogen worden gezet; verzoekt de Commissie verschillende modellen te onderzoeken voor de bevordering van cyberveiligheid voor het internet der dingen; roept overheidsinstellingen echter op om voorschriften inzake cyberveiligheid verplicht te stellen voor overheidsopdrachten met betrekking tot IT-apparatuur en producten voor het internet der dingen; is van oordeel dat het aanbieden van controles op de cyberveiligheid en advies aan kmo's betreffende hun gedigitaliseerde industriële producten van groot belang is; is van mening dat de uitwisseling van beste praktijken tussen de EU-lidstaten de Europese cyberveerkracht in dat verband kan versterken;

28.  is van mening dat er gemeenschappelijke criteria moeten komen voor kritieke infrastructuur en de digitale beveiliging daarvan en dat de EU-richtlijn betreffende de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen (NIB-richtlijn) de eerste stap is op weg naar een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie; verzoekt de Commissie zich in te spannen om ervoor te zorgen dat de lidstaten de richtlijn consequent en tijdig omzetten; benadrukt dat de rol die de bestuurslichamen als bedoeld in de NIB-richtlijn vervullen voor het wekken van vertrouwen in toekomstige technologieën moet worden versterkt; merkt op dat toezichtsmechanismen voor cyberdreigingen en het speuren naar toekomstige dreigingen belangrijk moeten worden geacht voor de beveiliging van de digitale industrieën in de EU, met bijzondere nadruk op de bescherming van kmo's en consumenten;

29.  benadrukt dat er specifiek aandacht moet worden besteed aan vraagstukken in verband met de verzameling van en toegang tot industriële of productiegerelateerde gegevens en informatie; onderstreept in dit verband dat er vooral nadruk moet worden gelegd op het beginsel van gegevenssoevereiniteit, open en gestandaardiseerde toegang en beschikbaarheid van gegevens, op de versterking van innovatie en productiviteit, nieuwe diensten en bedrijfsmodellen, en op doorlichting van de beveiliging, waarbij ruimte is voor eerlijke concurrentie; benadrukt dat nieuwe vormen van regelgeving inzake gegevenseigendom en toegang tot gegevens heel voorzichtig moeten worden aangepakt en uitsluitend mogen worden ingevoerd na een uitgebreide raadpleging van alle relevante belanghebbenden; is van mening dat zowel innovatie als de privacybelangen van werknemers en consumenten moeten worden beschermd en gewaarborgd in overeenstemming met de algemene verordening gegevensbescherming; benadrukt voorts dat de openbaarmaking van en toegang tot informatie van algemeen belang en voor wetenschappelijke doeleinden moeten worden bevorderd; neemt in dit verband nota van het voorstel van de Commissie inzake de data-economie om een gemeenschappelijke Europese markt voor gegevens te bevorderen; is van mening dat in het huidige debat over het gegevensregime twee essentiële aspecten moeten worden onderstreept om de ontwikkeling van technische oplossingen voor betrouwbare identificatie en uitwisseling van gegevens te bevorderen, te weten enerzijds standaardcontractvoorschriften en anderzijds de invoering van een controle inzake onbillijkheid in contractuele relaties tussen bedrijven;

30.  benadrukt dat het Europees cloudinitiatief, tezamen met het wetgevingsvoorstel inzake vrij verkeer van gegevens, die bedoeld zijn om ongerechtvaardigde vereisten ten aanzien van gegevenslocatie uit te bannen, in potentie een verdere prikkel kunnen geven aan het proces van digitalisering van de Europese industrie, met name voor kmo's en startende bedrijven, en versnippering van de interne markt van de EU kunnen voorkomen; roept de Commissie op toe te zien op de goedkeuring en coherente uitvoering van het Europees cloudinitiatief teneinde een eerlijk, snel, betrouwbaar en naadloos proces van gegevensverkeer en -gebruik mogelijk te maken; herinnert de Commissie aan de toezegging in haar mededeling om een wetgevingsvoorstel inzake vrij verkeer van gegevens binnen de EU te presenteren met als uiteindelijk doel ongerechtvaardigde lokalisatievereisten in nationale wet- en regelgeving op te heffen of te voorkomen;

31.  is er sterk van overtuigd dat open data, big data en data-analyse, met name in de vervoerssector, essentiële elementen blijven om ten volle de voordelen van de digitale interne markt te plukken en innovatie aan te zwengelen; betreurt het feit dat initiatieven om de gegevensstroom te vergemakkelijken, gefragmenteerd blijven; benadrukt het feit dat meer rechtszekerheid nodig is, met name wat zeggenschap en verantwoordelijkheid betreft, op basis van volledige eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming;

32.  erkent dat de digitalisering van de industrie kan worden ingezet voor de retrieval van sectorale gegevens en voor de uitoefening van bestuur door publieke en semipublieke autoriteiten en marktdeelnemers;

33.  benadrukt de rol van de integratie van openheid van de architectuur als een ontwerpbeginsel van digitale componenten;

34.  erkent het belang van bescherming van de technische knowhow met betrekking tot de uitwisseling en onderlinge samenhang van industriële en digitale componenten, waarbij tegelijkertijd interoperabiliteit en end-to-end-connectiviteit mogelijk worden gemaakt en worden bevorderd;

35.  benadrukt dat een krachtige normalisatiestrategie die met de lidstaten en de Commissie wordt gecoördineerd, met inbegrip van interoperabiliteit in het digitale domein, noodzakelijk is als Europa een leiderschapsrol wil vervullen op het gebied van de industriële digitalisering; benadrukt het belang en de unieke samenstelling van de Europese normalisatieorganisaties, met een inclusieve en op consensus gebaseerde benadering die belanghebbenden uit de samenleving en met name kmo's integreert; dringt er bij de Commissie op aan de ontwikkeling van open normen te bevorderen en is ingenomen met haar intentie om onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden (fair, reasonable, non-discriminatory, FRAND) toegang te bieden tot en doeltreffend licenties toe te kennen aan voor normen wezenlijke octrooien, en erkent dat dit essentieel is voor de bevordering van innovatie en O&O in de EU; is van mening dat de circulaire economie een belangrijke aanjager kan zijn voor een coherente normalisatie van de communicatiestromen langs de industriële waardeketens; verzoekt om een op EU-niveau gecoördineerde aanpak door de Europese normalisatieorganisaties (CEN, Cenelec en ETSI) bij internationale fora en consortia; is van mening dat het wenselijk is te streven naar mondiale en universele normen, maar onderstreept ook dat er bereidheid is om met Europese normen te werken indien de internationale samenwerking op normalisatiefora niet constructief verloopt; acht interoperabiliteit noodzakelijk, in het bijzonder op het gebied van het internet der dingen, om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van nieuwe technologieën de mogelijkheden voor consumenten verbetert, zodat deze niet aan slechts een aantal specifieke aanbieders vastgeklonken zitten;

36.  beklemtoont dat handelsbelemmeringen op het gebied van de digitalisering de internationale activiteiten van de Europese industrie hinderen en de Europese concurrentiekracht schade toebrengen; is van mening dat billijke handelsovereenkomsten tussen de EU en derde landen sterk kunnen bijdragen tot gemeenschappelijke internationale regels op het gebied van gegevensbescherming, gegevensstromen, gegevensgebruik en normalisatie;

De sociale dimensie: vaardigheden, onderwijs en sociale innovatie

37.  is van mening dat er grote inspanningen nodig zijn op het gebied van onderwijs, fiscaliteit en socialezekerheidsstelsels om de gevolgen van de transformatie te integreren in onze Europese maatschappelijke en economische modellen; benadrukt dat de digitale transformatie van de industrie een grote maatschappelijke impact heeft op gebieden variërend van werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden en werknemersrechten tot onderwijs en vaardigheden, e-gezondheid, het milieu en duurzame ontwikkeling; beklemtoont dat bij deze veranderingen veiligheid moet worden nagestreefd; verzoekt de Commissie de maatschappelijke gevolgen van de industriële digitalisering op adequate wijze te beoordelen en te onderzoeken en, zo nodig, verdere maatregelen voor te stellen om de digitale kloof te dichten en een inclusieve digitale samenleving te bevorderen terwijl de Europese concurrentiekracht wordt aangezwengeld;

38.  wijst erop dat het Hof van Justitie van de Europese Unie het concept "werknemer" heeft gedefinieerd als een arbeidsverhouding die wordt gekenmerkt door bepaalde criteria, zoals ondergeschiktheid, beloning en aard van het werk(12); vraagt om rechtszekerheid over wat "in dienst zijn" op de digitale arbeidsmarkt is, om ervoor te zorgen dat de sociale en arbeidswetgeving wordt nageleefd; meent dat wanneer voorrang wordt gegeven aan de feiten, alle werkenden in de platformeconomie hetzij werknemers, hetzij zelfstandigen zijn, en ongeacht de contractuele situatie als zodanig moeten worden geclassificeerd;

39.  benadrukt dat onderwijs, opleiding en een leven lang leren de hoekstenen zijn van maatschappelijke cohesie in een digitale maatschappij; benadrukt dat Europa wordt geconfronteerd met een digitale kloof op dit gebied; verzoekt om de tenuitvoerlegging van een vaardighedengarantie, na overleg met en met deelname van de sociale partners, en verzoekt de lidstaten manieren te vinden om te voldoen aan de behoefte van de burgers aan permanente bij- en nascholing, opleiding en een leven lang leren om te zorgen voor een soepele overgang naar een slimme economie; benadrukt het belang van het bevorderen en erkennen van digitale vaardigheden en van de nieuwe trend in de richting van "multi-skilling"; is van mening dat werkgevers het Europees Sociaal Fonds moeten gebruiken voor dergelijke opleidingen en om een digitale kit voor het verbeteren van vaardigheden te bevorderen in samenwerking met de industrie en de sociale partners; is ingenomen met de ontwikkeling van onderwijsmateriaal en sectorspecifieke lesprogramma's; vraagt de Commissie keuzes te onderzoeken voor het instellen van een certificeringssysteem voor permanente opleidingsprogramma's voor digitale vaardigheden;

40.  benadrukt dat digitale vaardigheden moeten worden opgenomen in de nationale lesprogramma's; merkt op dat voorbeelden van door het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) gesteunde initiatieven, zoals de Europese maand van de cyberveiligheid en de Europese Cyber Security Challenge, met dit doel voor ogen verder moeten worden ontwikkeld; benadrukt het belang van een gespecialiseerde lerarenopleiding voor digitale vaardigheden en dat digitale vaardigheden aan alle kinderen moeten worden aangeleerd; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat alle scholen met wifi en actueel IT-materiaal zijn uitgerust; merkt op dat codering ook een belangrijke rol speelt; verzoekt om de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten om lessen te trekken uit reeds bestaande praktijken zoals het Fit4Coding-programma, initiatieven inzake digitale academies, e-learningprogramma's, of coderingscholen zoals Webforce3; vraagt de Commissie de integratie van het testen van digitale vaardigheden in de IGCU/Pisa-studies te bevorderen om concurrentie en vergelijking tussen EU-lidstaten mogelijk te maken; verzoekt de lidstaten, in samenwerking met de Commissie, interdisciplinaire studieprogramma's te ontwerpen die gericht zijn op de integratie van diverse competenties, zoals IT met bedrijfsbeheer of techniek met gegevenswetenschappen; beklemtoont dat alle lidstaten algemene nationale strategieën inzake digitale vaardigheden met streefcijfers dienen te ontwikkelen, zoals door Commissie werd verzocht; benadrukt de belangrijke rol die de sociale partners en andere belanghebbenden kunnen spelen bij de ontwikkeling en uitvoering van dergelijke strategieën; merkt op dat tot dusver slechts de helft van de EU-lidstaten nationale coalities voor digitale banen heeft opgericht; beklemtoont dat een specifiek begrotingsonderdeel ter ondersteuning van de activiteiten van de Coalitie voor digitale vaardigheden en banen de verspreiding van informatie en verdere activiteiten zou versterken;

41.  benadrukt het belang van investeringen in de digitalisering van beroepsopleidingen en de ambachtelijke sector; benadrukt dat digitale vaardigheden ook moeten worden gecombineerd met technische vaardigheden en de bevordering van het onderwijs in wetenschap, technologie, techniek en wiskunde (STEM-vakken) en de bevordering van zachte vaardigheden zoals communicatie, teamcoördinatie en sectoroverschrijdend denken;

42.  vraagt om het genderperspectief op te nemen in alle digitale initiatieven en ervoor te zorgen dat de huidige digitale transformatie ook een drijvende kracht voor gendergelijkheid wordt; beklemtoont dat de ernstige genderkloof in de ICT-sector moet worden aangepakt, aangezien dit essentieel is voor de groei en welvaart van Europa op de lange termijn;

43.  wijst op de mogelijkheden die de digitalisering biedt voor de toegankelijkheid van sociale diensten en andere openbare diensten, alsook voor de inclusie van personen met een handicap en personen met een beperkte mobiliteit op de arbeidsmarkt; benadrukt in dit verband met name het belang van telewerken;

44.  wijst erop dat, zoals aangetoond door het Europeana-initiatief, de digitalisering van Europese werken een belangrijke gelegenheid biedt om de toegankelijkheid, verspreiding en bevordering ervan te verbeteren en dat digitale innovatie de aanzet kan geven tot een omwenteling inzake de wijze waarop cultuurgoederen worden tentoongesteld en toegankelijk worden gemaakt; onderstreept het belang van het bevorderen van het gebruik van 3D-technologieën voor gegevensverzameling en de reconstructie van vernietigde cultuurgoederen en erfgoederen; benadrukt dat financiële middelen voor de digitalisering, het behoud en de online toegankelijkheid van het Europees cultureel erfgoed moeten worden gewaarborgd;

45.  betreurt het feit dat historische en culturele plaatsen vaak niet gemakkelijk toegankelijk zijn voor mensen met een handicap, en benadrukt de mogelijkheden die een sterker digitaal cultureel platform biedt voor het verbeteren van de betrokkenheid en het toegankelijker maken van culturele ervaringen, plaatsen en artefacten, ongeacht de geografische ligging;

46.  steunt het onderzoek naar en de ontwikkeling van hulptechnologieën die kunnen worden gebruikt voor de inclusie van mensen met een handicap en voor het ontwikkelen van industriële producten met het oog hierop;

47.  pleit voor de instelling van een regelmatige uitwisseling van beste praktijken en de opstelling van een halfjaarlijks voortgangsverslag en aanbevelingen inzake de digitalisering van de industrie;

o
o   o

48.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de lidstaten.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0009.
(2) PB C 199 E van 7.7.2012, blz. 131.
(3) PB C 236 E van 12.8.2011, blz. 57.
(4) PB C 236 E van 12.8.2011, blz. 41.
(5) PB C 482 van 23.12.2016, blz. 89.
(6) PB C 468 van 15.12.2016, blz. 19.
(7) PB C 93 van 9.3.2016, blz. 120.
(8) PB C 332 E van 15.11.2013, blz. 22.
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0486.
(10) PB C 81 E van 15.3.2011, blz. 45.
(11) PB C 236 E van 12.8.2011, blz. 24.
(12) Zie zaak CJEU C-596/12, par. 17, en zaak CJEU C-232, par. 39.

Juridische mededeling