Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2594(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0381/2017

Ingediende teksten :

B8-0381/2017

Debatten :

PV 31/05/2017 - 14
CRE 31/05/2017 - 14

Stemmingen :

PV 01/06/2017 - 7.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0242

Aangenomen teksten
PDF 190kWORD 56k
Donderdag 1 juni 2017 - Brussel Definitieve uitgave
Veerkracht als een strategische prioriteit van het extern beleid van de EU
P8_TA(2017)0242B8-0381/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 1 juni 2017 over veerkracht als een strategische prioriteit van het extern beleid van de EU (2017/2594(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en de artikelen 208, 210 en 214 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU van juni 2016,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 3 oktober 2012 getiteld "De EU-aanpak inzake weerbaarheid: lessen uit de voedselzekerheidscrises" (COM(2012)0586) en het werkdocument van de diensten van de Commissie van 19 juni 2013 getiteld "Action plan for resilience in crisis-prone countries 2013-2020" (SWD(2013)0227),

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 mei 2013 over de EU-aanpak inzake weerbaarheid,

–  gezien resolutie A/RES/70/1 van de Algemene Vergadering van de VN van 25 september 2015 getiteld "Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling",

–  gezien besluit 1/CP.21 van de conferentie van de partijen over de inwerkingtreding van de Overeenkomst van Parijs over klimaatverandering,

–  gezien het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030, dat is goedgekeurd tijdens de derde wereldconferentie van de VN over rampenrisicovermindering, die van 14 tot 18 maart 2015 in Sendai (Japan) is gehouden,

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 16 juni 2016 getiteld: "Action Plan on the Sendai Framework for Disaster Risk Reduction 2015-2030: A disaster risk-informed approach for all EU policies" (SWD(2016)0205),

–  gezien het verslag van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties van 23 augustus 2016 over het eindresultaat van de wereldtop over humanitaire hulp (A/71/353),

–  gezien mededeling van de Commissie van 26 april 2016 getiteld "Waardig leven: van afhankelijkheid van steun tot zelfredzaamheid. Gedwongen ontheemding en ontwikkeling" (COM(2016)0234),

–  gezien zijn eerdere resoluties, met name die van 11 december 2013 over de EU-aanpak inzake weerbaarheid en het beperken van het risico op rampen in ontwikkelingslanden: lessen uit de voedselzekerheidscrises(1), van 16 december 2015 inzake voorbereiding voor de humanitaire wereldtop: uitdagingen en kansen voor humanitaire hulp(2), en van 14 februari 2017 over de herziening van de Europese consensus over ontwikkeling(3),

–  gezien de vraag aan de Commissie over veerkracht als een strategische prioriteit van het extern beleid van de EU (O-000033/2017 – B8-0313/2017),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie ontwikkelingssamenwerking,

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) 1,6 miljard mensen in 56 landen leven die als fragiel zijn aangemerkt(4); overwegende dat deze fragiliteit in de meeste gevallen door mensen is veroorzaakt; overwegende dat fragiele situaties de kwetsbaarheid van de bevolking vergroten vanwege verschillende factoren, waaronder conflicten en onveiligheid, onvoldoende toegang tot gezondheidszorg, gedwongen verplaatsing, extreme armoede, ongelijkheid, voedselonzekerheid, economische schokken, slecht bestuur en zwakke instellingen, corruptie en straffeloosheid, alsook natuurrampen, die nog verergerd worden door de gevolgen van de klimaatverandering; overwegende dat de vergroting van de veerkracht met name belangrijk is in fragiele situaties, die door de OESO aan de hand van vijf verschillende, maar onderling verband houdende dimensies worden gedefinieerd, te weten een economische, milieu-, politieke, veiligheids- en maatschappelijke dimensie;

B.  overwegende dat de EU en andere internationale organisaties het concept "resilience" – in het Nederlands afwisselend vertaald met "veerkracht" en "weerbaarheid" – al diverse jaren hanteren in hun beleid en dat sprake lijkt te zijn van een verbreding ervan; overwegende dat veerkracht in de conclusies van de Raad van 2013 wordt gedefinieerd als "het vermogen van een persoon, een huishouden, een gemeenschap, een land of een regio om zich op stresssituaties en schokken voor te bereiden en deze te weerstaan, op te vangen en snel te boven te komen, zonder langetermijnontwikkelingsperspectieven in het gedrang te brengen";

C.  overwegende dat "veerkracht van staat en samenleving in onze oostelijke en zuidelijke buurlanden" in de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU wordt aangemerkt als een van de vijf prioriteiten van het externe optreden van de EU en dat veerkracht in deze strategie wordt gedefinieerd als "het vermogen van staten en samenlevingen om zich te hervormen, en zodoende weerstand te bieden aan en zich te herstellen van interne en externe crises"; overwegende dat in de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU wordt bekrachtigd dat "een veerkrachtige samenleving, gekenmerkt door democratie, vertrouwen in instellingen en duurzame ontwikkeling, het hart vormt van een veerkrachtige staat";

D.  overwegende dat in de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU verder wordt genoemd dat de EU "een eensgezinde aanpak zal volgen in haar beleid op het gebied van humanitaire kwesties, ontwikkelingssamenwerking, migratie, handel, investeringen, infrastructuur, onderwijs, gezondheid en onderzoek", en onder meer een beleid op maat zal nastreven om inclusieve en verantwoordingsplichtige governance en de mensenrechten te bevorderen, een op lokale inbreng en rechten gestoelde aanpak voor de hervorming van de sectoren justitie, veiligheid en defensie na te streven, kwetsbare staten te steunen, armoede en ongelijkheid te bestrijden, duurzame ontwikkeling te bevorderen, de banden met het maatschappelijk middenveld aan te halen, hervormingen op het gebied van energie en milieu te bevorderen en duurzame antwoorden op vraagstukken inzake voedselproductie en het gebruik van water te ondersteunen;

E.  overwegende dat het externe optreden van de EU een veelzijdige aanpak inzake veerkracht vergt, en verder overwegende dat dit kan worden bevorderd door - overeenkomstig het beginsel van samenhang van het ontwikkelingsbeleid - meer ontwikkelingshulp en, daar waar van toepassing, humanitaire hulp te verstrekken, in combinatie met milieugerelateerde maatregelen, teneinde kwetsbaarheid en risico's op rampen te reduceren, als een essentiële manier om de humanitaire behoeften te verkleinen; overwegende dat het buitenlands beleid van de EU eveneens een centrale rol moet spelen bij het vergroten van de veerkracht, in het bijzonder door duurzame ontwikkeling, mensenrechten en politieke dialoog te bevorderen, systemen voor vroegtijdige waarschuwing te ontwikkelen en te werken aan de preventie van sociale en economische schokken, zoals hongersnood, van een toename van ongelijkheid, mensenrechtenschendingen en gewelddadige conflicten, en aan conflictoplossing, als de noodzaak hiertoe zich voordoet;

F.  overwegende dat de EU ten aanzien van haar extern beleid een geïntegreerde aanpak moet bevorderen en daarbij tegelijkertijd haar bijdrage aan duurzame ontwikkeling moet versterken en de mandaten en doelstellingen van de afzonderlijke beleidslijnen moet erkennen, zoals neergelegd in de Verdragen; overwegende dat dit met name belangrijk is in conflictsituaties en ten aanzien van het humanitair optreden van de EU, dat niet kan worden beschouwd als een middel ten behoeve van crisisbeheersing en ten volle moet berusten op de beginselen van humanitaire hulp, zoals tot uitdrukking gebracht in de Europese Consensus inzake humanitaire hulp, en gericht moet zijn op een coherente, doeltreffende en kwalitatief hoogwaardige humanitaire reactie; overwegende dat de EU zich ervoor moet blijven inzetten dat de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door alle partijen bij conflicten worden geëerbiedigd;

G.  overwegende dat het humanitair optreden moet voldoen aan een reeks internationaal erkende normen en beginselen zoals verwerkt in de Gedragscode van het Internationale Rode Kruis en de Rode Halve Maan en van ngo's voor hulpverlening bij rampen en in ruime mate opgenomen in het "Humanitair Handvest";

H.  overwegende dat onder de vergroting van de veerkracht een langetermijninspanning moet worden verstaan die geïntegreerd is in de bevordering van duurzame ontwikkeling, die alleen duurzaam zal zijn indien deze schok-, stress- en veranderingsbestendig is; overwegende dat, in het kader van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU en programma's voor ontwikkelingssamenwerking, de vergroting van de veerkracht moet worden toegespitst op de desbetreffende context en moet bijdragen tot de versterking van de nationale veerkrachtstrategieën van de regeringen van de partnerlanden, die daarvoor ook rekenschap moet afleggen aan hun bevolking;

I.  overwegende dat het onderkennen van risico's, het versterken van het systeem voor het beheersen van risico's, en investeringen in systemen voor vroegtijdige waarschuwing en snelle reactie, voor de preventie en de bevordering van rampenrisicovermindering, in overeenstemming met de prioriteiten van het kader van Sendai, van essentieel belang zijn om veerkracht te creëren, en derhalve voor de verwezenlijking van de SDG's;

J.  overwegende dat de nadruk op mensen centraal moeten blijven staan in de EU-aanpak inzake veerkracht, onder meer door op nationaal, regionaal en lokaal niveau, waar mogelijk, met instanties samen te werken en capaciteit op te bouwen om deze nadruk te versterken, en door de centrale rol van organisaties uit het maatschappelijk middenveld en plaatselijke gemeenschappen te erkennen en te ondersteunen;

K.  overwegende dat door de natuur of de mens veroorzaakte rampen een verschillend effect hebben op vrouwen, meisjes, jongens en mannen, doordat gendergerelateerde ongelijkheden het effect van spanningen en schokken versterken en duurzame ontwikkeling verhinderen;

L.  overwegende dat vrouwen en meisjes het meest lijden bij crises en conflicten; overwegende dat vrouwen en meisjes tijdens en tijdens de nasleep van rampen onevenredig aan gevaar worden blootgesteld, en vaker niet meer in hun levensonderhoud kunnen voorzien, aan veiligheid inboeten en zelfs het leven laten dan andere groepen; overwegende dat vrouwen en meisjes grotere risico's lopen door verplaatsing en het uiteenvallen van gewone beschermingsstructuren en ondersteuning; overwegende dat in crisissituaties de waarschijnlijkheid van verkrachting, seksuele uitbuiting en risicogedrag de waarschijnlijkheid van ongewenste zwangerschappen, seksueel overdraagbare aandoeningen en complicaties met betrekking tot de reproductieve gezondheid aanzienlijk doet toenemen;

M.  overwegende dat de verbetering van de positie van vrouwen van essentieel belang is om veerkracht te bevorderen; overwegende dat programma's alleen doeltreffend, omvattend en duurzaam kunnen zijn wanneer ze veerkracht opbouwen en versterken en een rol voor vrouwen omvatten, door zich te richten op specifieke bekwaamheden en reddingsmechanismen;

N.  overwegende dat het gezin een belangrijke rol speelt voor de uitvoering van essentiële functies met betrekking tot productie, consumptie, voortplanting en groei die verband houden met de sociale en economische empowerment van personen en maatschappijen; overwegende dat gezinnen en hun leden opvangsystemen bouwen en hun veerkrachtig gedrag kan worden weerspiegeld in de instandhouding van normale ontwikkeling van optimisme, vindingrijkheid en vastberadenheid ondanks tegenspoed; overwegende dat deze krachten en middelen mensen in staat stellen succesvol op crises en uitdagingen te reageren;

O.  overwegende dat bij de aanpak inzake veerkracht in het extern beleid van de EU bijzondere aandacht moet uitgaan naar de kwetsbaarste bevolkingsgroepen, met inbegrip van de armsten, minderheden, ontheemden, vrouwen, kinderen, migranten, mensen met hiv, LGBTI-personen, mensen met een handicap en ouderen;

1.  is verheugd dat het belang van het vergroten van de veerkracht in de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU is erkend doordat het daarin tot een strategische prioriteit van het extern beleid van de EU is gemaakt; is ingenomen met de positieve bijdrage die het in partnerlanden kan hebben om op politiek, diplomatiek en veiligheidsgebied meer aandacht te besteden aan de vergroting van de veerkracht, maar benadrukt dat het niet bij deze dimensies moet blijven;

2.  onderstreept opnieuw dat het noodzakelijk is dat de lidstaten van de EU hun toezeggingen inzake officiële ontwikkelingshulp (ODA) nakomen en de veerkracht versterken via hun strategische en planningsprocessen met betrekking tot ontwikkelingshulp en humanitaire hulp; onderstreept in dit opzicht het belang van het analysekader voor veerkrachtsystemen van de OESO, dat helpt strategieën in meer doeltreffende, sectoroverschrijdende en multidimensionale programma's te vertalen;

3.  is van mening dat de huidige EU-aanpak inzake veerkracht, met inbegrip van verbintenissen om de onderliggende oorzaken van crises en kwetsbaarheid aan te pakken, zoals gedefinieerd in de mededeling van de Commissie van 2012 en de conclusies van de Raad van 2013, grotendeels geldig blijft en moet worden gecontinueerd, en dat daarnaast moet worden erkend dat de lering die uit de uitvoering van dit beleid is getrokken, moet worden opgenomen in de nieuwe gezamenlijke mededeling; vraagt zich af hoe in de mededeling elementen uit evaluaties in beschouwing worden genomen, aangezien pas in 2018 een grote evaluatie op het programma staat; is van mening dat het actieplan 2013-2020 voor weerbaarheid volledig ten uitvoer moet worden gelegd;

4.  wijst op de veelzijdige aard van veerkracht, een concept dat een menselijke, economische, milieu-, politieke, maatschappelijke en veiligheidsdimensie heeft, en is verheugd dat het concept in het buitenlands en veiligheidsbeleid, de ontwikkelingssamenwerking en de humanitaire hulp van de EU aan belang wint; wijst erop dat de afzonderlijke mandaten en doelstellingen van elke beleidslijn moeten worden gerespecteerd, maar dat tegelijkertijd de onderlinge samenhang moet worden bevorderd met het oog op duurzame ontwikkeling; wijst erop hoe belangrijk het is om het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling te waarborgen in elk extern optreden van de EU door erop toe te zien dat EU-beleid de inspanningen van ontwikkelingslanden om de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling te verwezenlijken niet ondermijnt;

5.  wijst met name op de bijzondere positie die humanitaire hulp inneemt, aangezien dergelijke hulp uitsluitend op behoeften moet berusten en ten uitvoer moet worden gelegd met strikte inachtneming van de fundamentele humanitaire beginselen van menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid en met eerbiediging van de mensenrechten die zijn vastgelegd in de verdragen van Genève en de aanvullende protocollen daarvan; benadrukt dat de eerbiediging van humanitaire beginselen essentieel is om noodlijdende bevolkingsgroepen te bereiken en humanitaire actoren te beschermen;

6.  is ingenomen met het feit dat de verlening van humanitaire hulp door de EU en de lidstaten niet mag worden onderworpen aan door andere partnerdonoren opgelegde voorwaarden met betrekking tot noodzakelijke medische behandelingen, met inbegrip van de toegang tot veilige abortus voor vrouwen en meisjes die het slachtoffer zijn geworden van verkrachting in gewapende conflicten, maar dat humanitaire hulp in plaats daarvan volgens het internationaal humanitair recht moet worden verleend;

7.  beklemtoont dat het in partnerlanden opbouwen van veerkracht een langetermijnproces is en dat het derhalve moet worden geïntegreerd in ontwikkelingsprogramma's voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen en in financiële toezeggingen; benadrukt dat dit moet worden erkend in de nieuwe gezamenlijke mededeling en dat de vergroting van de veerkracht, met name in fragiele staten, in de mededeling moet worden ondersteund als een essentieel element van de strategieën van de partnerlanden inzake duurzame ontwikkeling; merkt op dat de strategieën in kwestie op de specifieke context toegesneden moeten zijn en moeten stroken met de op internationaal vlak overeengekomen beginselen inzake de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, te weten eigen verantwoordelijkheid van partnerlanden voor de ontwikkelingsprioriteiten (met inbegrip van samenhang met nationale ontwikkelingsstrategieën), resultaatgerichtheid, inclusieve partnerschappen, en transparantie en verantwoordingsplicht; wijst in dit verband op de belangrijke monitoring- en toezichtrol van het Europees Parlement, de nationale parlementen en het maatschappelijk middenveld;

8.  verzoekt de Commissie veerkracht en het multidimensionale karakter daarvan als een sleutelelement in haar beleidsdialoog met ontwikkelingslanden te integreren;

9.  onderstreept het algemene belang van een gezamenlijke planning van de met veerkracht verband houdende acties van de EU binnen haar humanitaire en ontwikkelingshulp, om complementariteit te optimaliseren en de fragmentatie van hulp te verminderen, en om ervoor te zorgen dat kortetermijnacties de basis leggen voor interventies op lange en middellange termijn;

10.  onderstreept het belang van het verlenen van technische bijstand aan de minst ontwikkelde landen en fragiele staten, met name op het gebied van duurzaam landbeheer, en instandhouding van ecosystemen en watervoorziening, aangezien dit fundamentele zaken zijn die ten goede komen aan zowel het milieu, als de bevolking die ervan afhankelijk is;

11.  herinnert eraan dat de zware gevolgen van rampen voor inkomen en welvaart het sterkst gevoeld worden door de armen; dringt er op aan dat de primaire en overkoepelende doelstelling van de ontwikkelingssamenwerking van de EU de uitroeiing van de armoede tegen de achtergrond van duurzame ontwikkeling is, teneinde waardigheid en een fatsoenlijke levensstandaard voor allen te waarborgen;

12.  onderstreept hoe belangrijk rampenrisicovermindering is voor het opbouwen van veerkracht; vraagt de EU te waarborgen dat haar inspanningen ter vergroting van de veerkracht in het kader van de nieuwe gezamenlijke mededeling in overeenstemming worden gebracht met de verbintenissen en doelstellingen van het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering die via het actieplan van de Commissie inzake het kader van Sendai ter bevordering van een op rampenrisicogegevens gebaseerde aanpak voor al het EU-beleid ten uitvoer worden gelegd, en er voor te zorgen dat er voldoende middelen voor deze prioriteit worden uitgetrokken; beklemtoont dat risicobeheer van essentieel belang is om duurzame ontwikkeling te realiseren, en roept op tot de opzet van inclusieve lokale en nationale strategieën voor rampenrisicovermindering en de ontwikkeling van een op de gehele samenleving en alle risico's gerichte aanpak bij het beheer van rampenrisico's, met als doel om kwetsbaarheid te verminderen en de veerkracht te vergroten; pleit ervoor rampenrisicovermindering, aanpassing aan de klimaatverandering, en stedelijk beleid en initiatieven voor steden sterker aan elkaar te koppelen;

13.  wenst dat de veerkracht van individuen en gemeenschappen, en de nadruk op kwetsbare groepen – met inbegrip van de armsten in de samenleving, minderheden, gezinnen, vrouwen, kinderen, migranten, mensen met hiv, LGBTI-personen, mensen met een handicap en ouderen – centraal blijven staan bij het vergroten van de veerkracht in het extern beleid van de EU; wijst op de centrale rol die organisaties uit het maatschappelijk middenveld en lokale gemeenschappen spelen bij de opbouw van veerkracht; wijst voorts op het belang van de verzameling en verspreiding van uitgesplitste gegevens als het erom gaat inzicht te krijgen in de situatie van kwetsbare groepen en deze situatie aan te pakken;

14.  wijst erop dat bij de opbouw van doeltreffende veerkracht rekening moet worden gehouden met het belang van gezinnen en hun vermogen om schokken op te vangen moet worden ondersteund;

15.  pleit voor gendergevoelige programmering die de deelname van vrouwen versterkt en ingaat op de behoeften van vrouwen door hun veerkracht ten aanzien van rampen en klimaatverandering op te bouwen, en die de rechten van vrouwen, zoals eigendomsrechten en de veiligstelling van grondbezit, met inbegrip van hun rechten ten aanzien van drinkwater, bossen, woningen en andere eigendommen, waarborgt;

16.  dringt aan op bijkomende inspanningen om de toegang van vrouwen en meisjes tot gezondheid en seksuele gezondheidsvoorlichting, gezinsplanning, prenatale zorg, en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten te verbeteren, en in het bijzonder ook op meer aandacht voor de grotendeels niet-verwezenlijkte millenniumdoelstelling voor ontwikkeling nr. 5 inzake de gezondheid van moeders, met inbegrip van het tegengaan van de zuigelingen- en kindersterfte, en het vermijden van risicovolle geboortes;

17.  onderstreept het belang van toegang tot gezondheidszorg en diensten, alsook drinkwater, sanitaire voorzieningen en hygiëne in noodsituaties, alsmede gezondheidsplanning van gemeenschappen op lange termijn;

18.  wijst op de bijzondere uitdaging die gedwongen en langdurige verplaatsing vormt voor tal van fragiele en conflictgevoelige landen en hun buurlanden; benadrukt dat, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie getiteld "Lives in Dignity", de bescherming van ontheemden onvoorwaardelijk moet worden gegarandeerd en dat de vergroting van de veerkracht en de zelfredzaamheid van getroffen bevolkingsgroepen en hun gastgemeenschappen van essentieel belang is; herinnert aan het belang van zelfredzaamheid voor de bevordering van waardigheid en veerkracht;

19.  onderstreept de noodzaak om het vluchtelingenverdrag en het Kampala-verdrag uit te breiden om ontheemden in de hele wereld, alsook mensen die door andere vormen van geweld zoals mensensmokkel en seksueel geweld worden getroffen, te beschermen en te helpen, aangezien zij gegronde redenen kunnen hebben om te vrezen om vervolgd te worden of ernstig gevaar lopen;

20.  erkent dat de veerkracht van landen een belangrijke dimensie van veerkracht vormt, en benadrukt dat de veerkracht en de stabiliteit van landen een rechtstreeks uitvloeisel zijn van de eerbiediging van de mensenrechten, de kracht van de democratie, de rechtsstaat en good governance, het vertrouwen in instituties en de verantwoordingsplicht jegens de eigen burgers, maar vooral van het betrekken van burgers, individueel en in verenigingsverband, bij vinden van mogelijke oplossingen – doelstellingen die allemaal, zonder uitzondering, dienen te worden bevorderd en nagestreefd bij de uitvoering van de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU; benadrukt de noodzaak om essentiële publieke voorzieningen, zoals onderwijs, gezondheidszorg, drinkwater en sanitaire voorzieningen, te bevorderen, teneinde de veerkracht te versterken;

21.  beklemtoont dat het concept van veerkracht in het extern beleid van de EU een mondiale geografische reikwijdte moet blijven houden; merkt op dat de vergroting van de veerkracht een doelstelling van de bevordering van mensenrechten en de duurzame ontwikkeling in partnerlanden moet zijn en niet moet worden beperkt tot geografische gebieden die kampen met veiligheidscrises met directe gevolgen voor de EU; beklemtoont dat bij het bevorderen van veerkracht in ieder geval prioritair aandacht moet worden besteed aan de minst ontwikkelde landen, fragiele landen en landen die met terugkerende en seizoensgebonden crises te kampen hebben, en dat de achterliggende oorzaken van crises moeten worden aangepakt, met name middels steun voor preventie en voorbereidheid;

22.  onderstreept het belang van systemen voor vroegtijdige waarschuwing en van capaciteit op het vlak van vroegtijdige reactie als een mechanisme ter vergroting van de veerkracht, en roept de EU op haar inspanningen op dit gebied op te voeren, voornamelijk door middel van de bevordering van nauwere samenwerking tussen verschillende actoren ter plaatse, met name in delegaties van de EU, en de ontwikkeling van capaciteit voor gezamenlijke analyses in fragiele contexten en uitwisselingen tussen gebieden met een hoog natuurramprisico die met vergelijkbare risico's te maken hebben, hetgeen beter inzicht in en een meer gecoördineerde, sectoroverschrijdende respons van de EU, alsook tussen EU-instellingen en -lidstaten mogelijk zou maken;

23.  wenst dat er voldoende middelen worden bestemd voor de vergroting van de veerkracht, overeenkomstig de positie ervan als een van de strategische prioriteiten van de EU; zou ingenomen zijn met een strategische reflectie - voorafgaand aan het volgend meerjarig financieel kader - over de manier waarop de EU bestaande externe financieringsinstrumenten en innovatieve mechanismen doeltreffender kan gebruiken, en deze kan blijven afstemmen op internationaal overeengekomen beginselen inzake de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, teneinde veerkracht een permanente plaats te geven in strategieën en programma's voor ontwikkeling en bijstand; benadrukt dat maatregelen kunnen worden gefinancierd door middel van verschillende, elkaar aanvullende instrumenten en benadrukt dat armoedebestrijding de kerndoelstelling moet blijven waarvoor middelen uit instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking worden ingezet;

24.  onderstreept de noodzaak van een versterking en verdere ontwikkeling van onderwijs in de context van rampen en crises en van een betere verspreiding, opstelling en doorgifte van informatie en kennis om gemeenschappen zo weerbaarder te maken en een mentaliteitswijziging en een cultuur van paraatheid tot stand te brengen;

25.  dringt aan op meer samenwerking tussen de publieke en de private sectoren op het gebied van veerkracht; herinnert in dit verband aan het belang van de mededeling van de Commissie getiteld "Een sterkere rol voor de particuliere sector bij het streven naar inclusieve en duurzame groei in ontwikkelingslanden"; verzoekt de Commissie om de particuliere sector nauwer bij deze werkzaamheden te betrekken door te voorzien in stimulansen en een bevorderlijk klimaat te scheppen dat privé-entiteiten ertoe aanzet om een rol te spelen in de opbouw van veerkracht en de vermindering van risico's in partnerlanden;

26.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

(1) PB C 468 van 15.12.2016, blz. 120.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0459.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0026.
(4) OESO (2016), States of Fragility 2016: Understanding Violence, OECD publishing, Parijs.

Juridische mededeling