Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2304(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0201/2017

Ingediende teksten :

A8-0201/2017

Debatten :

PV 12/06/2017 - 15
CRE 12/06/2017 - 15

Stemmingen :

PV 13/06/2017 - 5.1
CRE 13/06/2017 - 5.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0245

Aangenomen teksten
PDF 316kWORD 60k
Dinsdag 13 juni 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
De betrokkenheid van de partners en de zichtbaarheid van de resultaten van de Europese structuur- en investeringsfondsen vergroten
P8_TA(2017)0245A8-0201/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 13 juni 2017 over het vergroten van de betrokkenheid van de partners en de zichtbaarheid van de resultaten van de Europese structuur- en investeringsfondsen (2016/2304(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 174, 175 en 177 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad(1) ("Verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen"),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie van 7 januari 2014 betreffende de Europese gedragscode inzake partnerschap in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen(2),

–  gezien zijn resolutie van 16 februari 2017 over investeren in banen en groei – naar een optimale inzet van de Europese structuur- en investeringsfondsen: een evaluatie van het verslag uit hoofde van artikel 16, lid 3, van de GB-verordening(3),

–  gezien zijn resolutie van 16 februari 2017 over de vertraging bij de tenuitvoerlegging van de operationele programma’s van de ESI-fondsen – gevolgen voor het cohesiebeleid en verdere actie(4),

–  gezien zijn resolutie van 10 mei 2016 over nieuwe instrumenten voor territoriale ontwikkeling in het cohesiebeleid 2014-2020: geïntegreerde territoriale investeringen (ITI) en door de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling (CLLD)(5),

–  gezien zijn resolutie van 26 november 2015 over "Naar vereenvoudiging en prestatiegerichtheid van het cohesiebeleid 2014-2020"(6),

–  gezien de conclusies van de Raad van 16 november 2016 over de resultaten en nieuwe elementen van het cohesiebeleid en de Europese structuur- en investeringsfondsen(7),

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Waarborgen van de zichtbaarheid van het cohesiebeleid: voorlichtings- en communicatievoorschriften 2014-2020"(8),

–  gezien de in opdracht van de Commissie uitgevoerde Flash Eurobarometer van september 2015 getiteld "Citizens' awareness and perceptions of EU: Regional Policy"(9),

–  gezien het verslag-Van den Brande van oktober 2014 getiteld "Multilevel governance en partnerschap", voorbereid in opdracht van de commissaris voor regionaal beleid en stadsontwikkeling, Johannes Hahn(10),

–  gezien het communicatieplan 2016 van het Europees Comité van de Regio's getiteld "Regio's en steden verbinden voor een sterker Europa"(11),

–  gezien de door de Commissie bestelde studie getiteld "Implementation of the partnership principle and multi-level governance in the 2014-2020 ESI Funds" van juli 2016(12),

–  gezien de presentatie van het secretariaat van Interreg Europe getiteld "Designing a project communication strategy"(13),

–  gezien het verslag in opdracht van het Pools ministerie voor Economische Ontwikkeling, in het kader van de evaluatie ex-post en de prognose van de voordelen voor EU-15-landen door de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid in Visegradlanden, getiteld "How do EU-15 Member States benefit from the Cohesion Policy in the V4?"(14),

–  gezien het handboek 2014 van het Europees Netwerk voor armoedebestrijding (EAPN) getiteld "Giving a voice to citizens: Building stakeholder engagement for effective decision-making – Guidelines for Decision-Makers at EU and national levels"(15),

–  gezien de studie van zijn directoraat-generaal Intern Beleid (beleidsondersteunende afdeling B: Structuur- en Cohesiebeleid) van november 2014 getiteld "Communicating Europe to its Citizens: State of Affairs and Prospects",

–  gezien de briefing van zijn directoraat-generaal Intern Beleid (beleidsondersteunende afdeling B: Structuur- en Cohesiebeleid) van april 2016 getiteld "Research for REGI Committee: Mid-term review of the MFF and Cohesion Policy",

–  gezien het werkdocument van de Commissie van 19 september 2016 over de ex-post-evaluatie van het EFRO en het Cohesiefonds 2007-13 (SWD(2016)0318 final),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling en de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8‑0201/2017),

A.  overwegende dat het cohesiebeleid aanzienlijk heeft bijgedragen aan de bevordering van de groei en de werkgelegenheid en de vermindering van ongelijkheden tussen EU‑regio's;

B.  overwegende dat de financiering in het kader van het EU-cohesiebeleid een positieve invloed heeft op zowel de economie als het leven van burgers, hetgeen aangetoond wordt in verschillende rapporten en onafhankelijke evaluaties, maar dat de resultaten niet altijd goed gecommuniceerd werden en dat de bekendheid van het positieve effect eerder beperkt is; overwegende dat de toegevoegde waarde van het cohesiebeleid van de EU verder gaat dan de aangetoonde positieve economische, sociale en territoriale impact, in de zin dat het beleid ook impliceert dat de lidstaten en de regio's toegewijd zijn aan de versterking van Europese integratie;

C.  overwegende dat de bekendheid van door de EU gefinancierde plaatselijke programma's onder eindgebruikers en in het maatschappelijk middenveld cruciaal is, ongeacht het financieringsniveau in een bepaalde regio;

D.  overwegende dat het partnerschapsbeginsel en het model van meerlagig bestuur, die gestoeld zijn op een versterkte coördinatie tussen publieke overheden, economische en sociale partners en maatschappelijke organisaties, effectief kunnen bijdragen tot een betere communicatie over de doelstellingen en resultaten van EU-beleid;

E.  overwegende dat een permanente dialoog en de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties essentieel zijn om verantwoordingsplicht en legitimiteit van het overheidsbeleid te verzekeren en een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid en transparantie in het besluitvormingsproces te creëren;

F.  overwegende dat een verhoogde zichtbaarheid van de ESI-fondsen kan helpen om de perceptie van de doeltreffendheid van het cohesiebeleid te verbeteren en het vertrouwen en de interesse van burgers in het Europees project terug te winnen;

G.  overwegende dat een samenhangende communicatielijn van essentieel belang is, niet alleen stroomafwaarts over de concrete resultaten van de ESI-fondsen, maar ook stroomopwaarts om de initiatiefnemers van projecten bewust te maken van financieringsmogelijkheden, teneinde de betrokkenheid van burgers in de tenuitvoerleggingsprocedure te vergroten;

H.  overwegende dat er meer methoden moeten komen om informatie te verstrekken en om de communicatiekanalen te diversifiëren en dat deze methoden moeten worden verbeterd;

Algemene overwegingen

1.  onderstreept dat het cohesiebeleid behoort tot de belangrijkste overheidsinstrumenten voor groei en dat het, via de vijf ESI-fondsen, investeringen in alle EU-regio's verzekert en bijdraagt aan de vermindering van ongelijkheden, de ondersteuning van het concurrentievermogen en slimme, duurzame en inclusieve groei en een verbeterde levenskwaliteit voor Europese burgers;

2.  merkt met bezorgdheid op dat het algemene publieke bewustzijn over en de perceptie van de doeltreffendheid van het regionaal beleid van de EU de afgelopen jaren achteruit zijn gegaan; verwijst naar Eurobarometer 423 van september 2015, waarin iets meer dan een derde van de Europeanen (34 %) beweert reeds gehoord te hebben over door de EU medegefinancierde projecten ter verbetering van de levenskwaliteit in hun regio; merkt op dat het merendeel van de ondervraagden onderwijs, gezondheid, sociale infrastructuur en milieubeleid als belangrijke domeinen noemde; is van oordeel dat niet alleen de kwantiteit maar vooral de kwaliteit van de in het kader van de ESI-fondsen gefinancierde projecten en hun toegevoegde waarde op het vlak van concrete resultaten een voorwaarde zijn voor positieve communicatie; onderstreept daarom dat de beoordeling, selectie, uitvoering en voltooiing van de projecten gericht moeten zijn op het behalen van de verwachte resultaten en het aldus vermijden van ondoeltreffende uitgaven, die kunnen leiden tot negatieve publiciteit voor het cohesiebeleid; benadrukt dat bij de selectie van de communicatiemaatregelen bijzondere aandacht moet worden besteed aan hun inhoud en reikwijdte, en herhaalt dat de beste reclame het belang en het nut van de uitgevoerde projecten illustreert;

3.  merkt op dat het verzekeren van de zichtbaarheid van investeringen in het kader van het cohesiebeleid een gedeelde bevoegdheid van de Commissie en de lidstaten moet blijven, teneinde effectieve Europese communicatiestrategieën te ontwikkelen die gericht zijn op het waarborgen van de zichtbaarheid van de investeringen in het kader van het cohesiebeleid; wijst in dit verband op de rol van de beheersautoriteiten en van de bevoegde lokale en regionale autoriteiten in het bijzonder, via institutionele communicatie en via begunstigden, aangezien zij het meest effectief met burgers kunnen communiceren, in de zin dat zij plaatselijke informatie verstrekken en Europa dichter bij de burger brengen; herhaalt bovendien dat deze autoriteiten het best de lokale en regionale situaties en behoeften kennen, en dat meer inspanningen voor betere voorlichting en transparantie op lokaal niveau vereist zijn om de zichtbaarheid te verbeteren;

4.  benadrukt dat het verzekeren van de zichtbaarheid van het beleid een dubbelzijdig proces van communicatie en interactie met partners is; benadrukt bovendien dat overheden, in de context van complexe uitdagingen en met het oog op legitimiteit en doeltreffende oplossingen op lange termijn, de relevante belanghebbenden moeten betrekken in alle fases van de onderhandelingen over en de tenuitvoerlegging van de partnerschapsovereenkomst en de operationele programma's, in overeenstemming met het partnerschapsbeginsel; benadrukt bovendien de behoefte aan versterking van de institutionele capaciteit van publieke autoriteiten en partners en wijst nogmaals op de mogelijke rol van het Europees Sociaal Fonds (ESF) in dit verband;

5.  wijst in dit verband op de ongelijke vooruitgang tussen de lidstaten bij het stroomlijnen van de administratieve procedures met betrekking tot de bredere mobilisering en betrokkenheid van regionale en lokale partners, waaronder economische en sociale partners en organen uit het maatschappelijk middenveld; herinnert in deze context aan het belang van sociale dialoog;

Uitdagingen

6.  wijst op de toename van euroscepsis en anti-Europese populistische propaganda, waarin een verkeerd beeld wordt gegeven van het beleid van de Unie, en roept de Commissie en de Raad op om de onderliggende oorzaken hiervan te onderzoeken en aan te pakken; onderstreept daarom de dringende behoefte aan de ontwikkeling van meer doeltreffende communicatiestrategieën, die in burgervriendelijke taal zijn opgesteld en die gericht zijn op het dichten van de kloof tussen de EU en haar burgers, met inbegrip van werklozen en personen die risico lopen op sociale uitsluiting, via verschillende mediaplatforms op lokaal, regionaal en nationaal niveau die een correcte en samenhangende boodschap over de toegevoegde waarde van het Europees project voor levenskwaliteit en welvaart aan burgers kunnen overbrengen;

7.  verzoekt de Commissie en de Raad om zowel voor het huidige kader als voor de hervorming van het cohesiebeleid na 2020 te analyseren welke impact de maatregelen om de samenhang met het Europees semester te versterken en om structurele hervormingen uit te voeren via in het kader van de ESI-fondsen gefinancierde programma's hebben op de perceptie van EU-beleidsmaatregelen;

8.  erkent de beperkingen van het rechtskader wat het verzekeren van voldoende zichtbaarheid van het cohesiebeleid betreft; benadrukt dat daardoor communicatie over de concrete verwezenlijkingen niet altijd een prioriteit is geweest voor de verschillende betrokken partijen; is van oordeel dat de aangeraden communicatieactiviteiten over tastbare resultaten voortdurend moeten worden bijgewerkt; herinnert er in dit verband aan dat de technische ondersteuning van de ESI-fondsen niet voorziet in een specifieke financiële enveloppe voor communicatie, noch op EU- noch op lidstaatniveau; benadrukt evenwel de verantwoordelijkheid van de beheersautoriteiten en de begunstigden om regelmatig toezicht uit te oefenen op de naleving van de voorlichtings- en communicatieactiviteiten, zoals bedoeld in artikel 115 en bijlage XII van de Verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen;

9.  herhaalt dat een juist evenwicht gevonden moet worden tussen de behoefte aan vereenvoudiging van de regels voor de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid en de noodzaak om een gedegen en transparant financieel beheer te behouden, fraude te bestrijden en tegelijkertijd een goede communicatie met het publiek te verzekeren; herinnert in dit verband aan de noodzaak van een duidelijk onderscheid tussen onregelmatigheden en fraude, zodat geen publiek wantrouwen in de beheersautoriteiten en de lokale overheden wordt gecreëerd; benadrukt bovendien de behoefte aan vereenvoudiging en verlichting van de administratieve last voor begunstigden, zonder dat daarbij de noodzakelijke controles en audits worden aangetast;

10.  onderstreept dat meer betrokkenheid op het terrein, zowel lokaal als regionaal, essentieel is om een efficiënte verspreiding en communicatie van de resultaten te verzekeren; begrijpt dat het partnerschapsbeginsel zorgt voor toegevoegde waarde bij de tenuitvoerlegging van Europese beleidsmaatregelen, zoals in een recente studie van de Commissie werd bevestigd; wijst er echter op dat het mobiliseren van partners in bepaalde gevallen eerder moeilijk blijft, omdat het partnerschapsbeginsel wel formeel ingevoerd is maar daadwerkelijke deelname aan de governanceprocedure niet mogelijk is; herhaalt dat meer inspanningen en middelen geïnvesteerd moeten worden in het betrekken van partners en het uitwisselen van ervaringen via dialoogplatforms voor partners, zodat zij ook de EU-financieringsmogelijkheden en -successen kunnen verspreiden;

11.  wijst er bovendien op dat de strategische en langdurige aard van cohesiebeleidsinvesteringen impliceert dat er niet altijd onmiddellijk resultaat is, wat nadelig is voor de zichtbaarheid van de cohesiebeleidsinstrumenten, vooral in vergelijking met andere instrumenten van de Unie zoals het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI); dringt er derhalve op aan dat de communicatieactiviteiten, in voorkomend geval, tot vier jaar na de voltooiing van het project voortgezet worden; benadrukt dat de resultaten van bepaalde investeringen (met name in menselijk kapitaal) minder zichtbaar en moeilijker kwantificeerbaar zijn dan "fysieke" investeringen en roept op tot een meer gedetailleerde en gedifferentieerde beoordeling van de langetermijnimpact van het cohesiebeleid op het leven van burgers; is bovendien van oordeel dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan evaluatie achteraf en aan communicatie over de bijdrage van de ESI-fondsen aan de strategie van de Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei, als de Europese ontwikkelingsstrategie op lange termijn;

12.  wijst op de belangrijke rol van de media bij het informeren van de burgers over allerlei EU-beleid en EU-aangelegenheden in het algemeen; betreurt echter de beperkte verslaggeving over EU-cohesiebeleidsinstrumenten in de media; benadrukt de behoefte aan de ontwikkeling van informatiecampagnes en communicatiestrategieën die op de media gericht zijn, die aangepast zijn aan de huidige uitdagingen met betrekking tot informatie en die de informatie in een toegankelijke en aantrekkelijke vorm verstrekken; benadrukt de dat de toenemende invloed van sociale media benut moet worden, evenals de voordelen van de digitale vooruitgang en de mix van de verschillende beschikbare communicatiekanalen, zodat deze beter gebruikt kunnen worden voor de promotie van de mogelijkheden en verwezenlijkingen dankzij de ESI-fondsen;

Verbetering van de communicatie en de betrokkenheid van partners in de tweede helft van de periode 2014-2020

13.  roept de Commissie en de lidstaten op om de coördinatie en de toegankelijkheid van bestaande kanalen en instrumenten voor communicatie op EU-niveau te verbeteren, teneinde onderwerpen met een impact op de EU-agenda aan te pakken; benadrukt in dit verband het belang van het verstrekken van richtsnoeren waarin technieken en methoden worden bepaald met het oog op effectieve communicatie over hoe het cohesiebeleid concrete resultaten in het dagelijkse leven van EU-burgers oplevert; roept de beheersautoriteiten en de begunstigden op om op actieve en systematische wijze de resultaten, voordelen en langetermijngevolgen van het beleid te communiceren, met inachtneming van de verschillende ontwikkelingsfasen van de projecten;

14.  onderstreept dat het, gelet op de kwantiteit en de kwaliteit van de informatie die circuleert via de traditionele en de moderne media, niet langer volstaat om enkel het logo van de Commissie op de borden met projectbeschrijvingen te tonen; verzoekt de Commissie om doeltreffender instrumenten voor de identificatie van de projecten te creëren;

15.  verwelkomt de huidige specifieke communicatie-activiteiten, zoals de campagne "Europa in mijn regio", de onlinetoepassing "EU budget for results" van de Commissie, de samenwerking met CIRCOM Regional(16), het programma "Europa voor de burger" en de mogelijkheden dankzij het recent gecreëerde Europese solidariteitskorps; onderstreept voorts de cruciale rol van de informatiecentra van Europe Direct voor gedecentraliseerde communicatie, om meer bekendheid te geven aan de impact van het cohesiebeleid ter plaatse, zowel lokaal als regionaal; benadrukt bovendien dat de inspanningen gericht moeten worden op het bereiken van studenten en journalisten als potentiële communicatievectoren, en op het verzekeren van een geografisch evenwicht in de communicatiecampagnes;

16.  onderstreept de noodzaak van aanpassing van de communicatieregelingen zoals vastgelegd in de Verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen; verzoekt de Commissie na te denken over de toegevoegde waarde van het creëren van een specifieke financiële enveloppe voor communicatie binnen de technische bijstand, alsook, waar passend, van een verhoging van het aantal bindende publiciteits- en voorlichtingsvereisten voor projecten in het kader van het cohesiebeleid; dringt er bij de Commissie op aan in 2017 duidelijke richtsnoeren te verstrekken over hoe de technische bijstand precies kan worden gebruikt voor communicatie in de huidige financieringsperiode, met het oog op het verzekeren van de rechtszekerheid voor lokale en regionale autoriteiten en andere begunstigden; herhaalt daarnaast dat de normale communicatie- en bekendmakingsnormen weliswaar weldoordacht zijn in het geval van structurele en technologische investeringen maar minder doeltreffend zijn voor immateriële investeringen in menselijk kapitaal;

17.  benadrukt dat er behoefte is aan verdere prioritering van communicatie in de hiërarchie van de prioriteiten van het EU-cohesiebeleid, met name in het kader van de activiteiten van managementmedewerkers die niet direct verantwoordelijk zijn voor communicatie, en dat communicatie opgenomen moet worden in de normale procedure van de ESI-fondsen; verzoekt om verdere professionalisering op het gebied van communicatie, met name op lokaal gebied en door het vermijden van EU-jargon;

18.  verwelkomt de evaluatie achteraf van programma's in het kader van het cohesiebeleid in de periode 2007-2013 door de Commissie, en is van oordeel dat dit een uitstekende bron vormt voor communicatie over de behaalde resultaten en de gerealiseerde impact; neemt nota van het initiatief van de Visegradlanden over de externe effecten van het cohesiebeleid in de EU-15(17) en roept de Commissie op om een bredere studie op niveau van de EU-28 voor te bereiden; roept de Commissie bovendien op om te differentiëren in haar communicatiestrategieën tussen lidstaten die nettobetalers en lidstaten die nettobegunstigden zijn, en daarbij te benadrukken welke specifieke voordelen het cohesiebeleid heeft voor de versterking van de reële economie, de bevordering van ondernemerschap en innovatie, het creëren van groei en werkgelegenheid in alle EU-regio's en het verbeteren van de gemeenschaps- en economische infrastructuur, zowel via directe investeringen als via directe en indirecte export (externe effecten);

19.  roept de Commissie en de beheersautoriteiten op om op zoek te gaan naar manieren om de toegang tot informatie te vergemakkelijken en te standaardiseren en de uitwisseling van kennis en goede praktijken met betrekking tot communicatiestrategieën te bevorderen, teneinde de aanwezige ervaring beter te benutten en de transparantie en zichtbaarheid van financieringsmogelijkheden te verbeteren;

20.  verwelkomt de invoering van e-cohesie in de huidige programmeringsperiode, met het oog op de vereenvoudiging en stroomlijning van de tenuitvoerlegging van de ESI-fondsen; benadrukt dat e-cohesie potentieel heeft om effectief bij te dragen aan het verstrekken van toegang tot informatie, het houden van toezicht op de programma-ontwikkeling en het creëren van interessante verbindingen tussen betrokken partijen;

21.  is van oordeel dat er behoefte is aan een versterkte communicatie via nieuwe mediakanalen, en bijgevolg aan een strategie voor digitale en socialemediaplatforms die tot doel hebben burgers te informeren en hun de gelegenheid te geven hun behoeften te uiten, die gericht zijn op het bereiken van de eindgebruikers aan de hand van verschillende soorten instrumenten, onder meer interactieve onlinemiddelen, die beter toegankelijke en op mobiele apparaten gebaseerde inhoud en toepassingen aanbieden, en die aan verschillende leeftijdsgroepen aangepaste en, waar passend, in verschillende talen beschikbare informatie verzekeren; verzoekt de beheersautoriteiten om de betrokken DG’s actuele informatie over de financiële gegevens en resultaten en investeringen te bezorgen, zodat zij makkelijk leesbare gegevens en grafieken op het open dataplatform van de ESI-fondsen kunnen zetten ten behoeve van journalisten; roept op tot het opzetten van regionale prijzen voor de beste projecten, in navolging van de RegioStars;

22.  raadt daarnaast aan om het toezicht op en de evaluatie van de huidige communicatieactiviteiten te verbeteren en raadt aan regionale taskforces voor communicatie op te zetten en daarbij actoren uit verschillende lagen te betrekken;

23.  benadrukt het belang van de Europese gedragscode inzake partnerschap en de rol van het partnerschapsbeginsel voor het versterken van de collectieve inspanningen voor en het vergroten van de betrokkenheid bij het cohesiebeleid; roept op om de band tussen de overheden, mogelijke begunstigden, de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld en de burgers te versterken via een open dialoog, waarbij de samenstelling van de partnerschappen indien nodig tijdens de tenuitvoerlegging aangepast wordt om de juiste mix van partners te verzekeren en de belangen van de gemeenschap in elke fase van het proces te vertegenwoordigen;

24.  is ingenomen met het innovatieve model van meerlagige samenwerking met meerdere belanghebbende partijen dat in de stedelijke agenda van de EU wordt voorgesteld, en raadt aan dit model waar mogelijk toe te passen bij de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid;

25.  onderstreept de behoefte aan versterking van de communicatiedimensie van grensoverschrijdende en interregionale samenwerking, ook op het niveau van de huidige macroregionale strategieën, die zichtbaarder voor EU-burgers gemaakt moeten worden door middel van de verspreiding van goede praktijken alsook succesverhalen en mogelijkheden met betrekking tot investeringen;

Bevordering van de communicatie over het cohesiebeleid in de periode na 2020

26.  roept de Commissie en de lidstaten op om de aantrekkelijkheid van financiering in het kader van het EU-cohesiebeleid te vergroten via verdere vereenvoudiging en terugdringing van overregulering, en om te overwegen de complexiteit van verordeningen en richtsnoeren te verminderen en, waar passend, hun aantal terug te dringen, in het licht van de recente aanbeveling van de Groep op hoog niveau van onafhankelijke deskundigen die belast is met het monitoren van vereenvoudiging ten behoeve van begunstigden van de ESI-fondsen;

27.  verzoekt de Commissie om, gezien de mate waarin het cohesiebeleid bijdraagt tot een positieve identificatie met het Europese integratieproject, na te denken over een verplicht veld over communicatie in de formulieren voor projectaanvragen, in het kader van een verhoogde gebruikmaking van technische bijstand via een enveloppe specifiek voor communicatie, op programmaniveau, evenwel zonder daarbij het aantal beperkingen te verhogen en met waarborging van de nodige flexibiliteit; verzoekt de beheers- en lokale en regionale autoriteiten voorts om de kwaliteit van hun communicatie over de eindresultaten van projecten te verbeteren;

28.  benadrukt dat een versterking van de dialoog van de Unie met de burger noodzakelijk is, alsook een herziening van de communicatiekanalen en -strategieën en een aanpassing van boodschappen aan de lokale en regionale context in het licht van de mogelijkheden die sociale media en nieuwe digitale technologieën bieden; onderstreept bovendien de potentiële rol van betrokkenen uit het maatschappelijk middenveld als communicatievectoren; herhaalt evenwel dat educatieve inhoud even belangrijk is als mediastrategieën en promotie via verschillende platforms;

29.  benadrukt in het kader van communicatie en zichtbaarheid de noodzaak van verdere vereenvoudiging van het beleid na 2020, onder andere met betrekking tot de systemen voor gedeeld beheer en controles, om zo de juiste balans te vinden tussen de resultaatgerichtheid van het beleid, het aantal controles, en vereenvoudiging van de procedures;

30.  pleit ervoor het partnerschapsbeginsel verder te versterken in het kader van de programmeringsperiode na 2020; is ervan overtuigd dat de actieve betrokkenheid van de belanghebbenden, waaronder organisaties die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen, bij de procedure van onderhandelingen over en tenuitvoerlegging van de partnerschapsovereenkomst en operationele programma's kan bijdragen tot een grotere eigen inbreng en meer transparantie bij de tenuitvoerlegging van het beleid en ook de tenuitvoerlegging van het begrotingsbeleid van de EU kan verbeteren; roept daarom de lidstaten op om te overwegen bestaande modellen van participatief beheer in te voeren, waardoor alle relevante maatschappelijke partners samengebracht worden en de belanghebbende partijen betrokken worden bij een participatieve begrotingsprocedure om middelen voor de nationale, regionale en lokale medefinanciering, waar mogelijk, vast te stellen, teneinde het wederzijdse vertrouwen en de betrokkenheid van burgers bij beslissingen over overheidsuitgaven te vergroten; dringt voorts aan op gezamenlijke beoordelingen van de resultaten met de begunstigden en de verschillende betrokkenen, om relevante gegevens te verzamelen die kunnen helpen om de actieve deelname en de zichtbaarheid van toekomstige maatregelen te vergroten;

31.  dringt daarnaast aan op een versterking van de samenwerking tussen stad en platteland, teneinde territoriale partnerschappen tussen stedelijke en plattelandsgebieden te ontwikkelen aan de hand van een volledige benutting van de mogelijke synergieën op het vlak van EU-financiering en aan de hand van het voortbouwen op de deskundigheid van stedelijke gebieden en hun grotere capaciteit om fondsen te beheren;

32.  spoort de Commissie en de lidstaten aan om in hun respectieve actieplannen voor communicatie aandacht te besteden aan het versterken van de samenwerking tussen de verschillende directoraten-generaal, ministeries en communicatoren op verschillende niveaus, en aan het maken van een overzicht van doelgroepen, teneinde boodschappen die op specifieke doelgroepen zijn toegesneden te ontwikkelen en over te brengen, zodat de burgers ter plaatse rechtstreeks bereikt en beter geïnformeerd worden;

33.  benadrukt in dit verband het belang van een mentaliteitswijziging, in die zin dat communicatie een verantwoordelijkheid is van alle betrokken partijen, en dat de begunstigden zelf de belangrijkste communicatoren worden;

34.  vraagt de Commissie en de lidstaten bovendien om de rol en positie van reeds bestaande nationale communicatie- en informatienetwerken te versterken en om het interactieve e-communicatieplatform van de EU over de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid te gebruiken, zodat alle relevante gegevens over projecten in het kader van de ESI-fondsen worden verzameld en eindgebruikers feedback kunnen geven op het tenuitvoerleggingsproces en de geleverde resultaten zonder zich te moeten beperken tot een summiere beschrijving van het project en de gemaakte kosten; is van oordeel dat dit platform ook de evaluatie van de doeltreffendheid van de communicatie met betrekking tot het cohesiebeleid kan faciliteren;

o
o   o

35.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Comité van de Regio's en de nationale en regionale parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.
(2) PB L 74 van 14.3.2014, blz. 1.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0053.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0055.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0211.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0419.
(7) http://www.consilium.europa.eu/press-releases-pdf/2016/11/47244650399_nl.pdf
(8) http://ec.europa.eu/regional_policy/nl/information/publications/brochures/2014/ensuring-the-visibility-of-cohesion-policy-information-and-communication-rules-2014-2020
(9) http://ec.europa.eu/COMMFrontOffice/publicopinion/index.cfm/ResultDoc/download/DocumentKy/67400
(10) http://ec.europa.eu/regional_policy/sources/informing/dialog/2014/5_vandenbrande_report.pdf
(11) http://cor.europa.eu/en/about/Documents/CoR-communication-plan-2016.pdf
(12) http://ec.europa.eu/regional_policy/sources/policy/how/studies_integration/impl_partner_report_en.pdf.
(13)http://www.interregeurope.eu/fileadmin/user_upload/events/Rotterdam/pdf/Designing_communication_strategy.pdf
(14) https://www.strukturalni-fondy.cz/getmedia/fdc8a04e-590d-47ac-9213-760d4ac76f75/V4_EU15_manazerske-shrnuti.pdf?ext=.pdf
(15) http://www.eapn.eu/images/stories/docs/EAPN-position-papers-and-reports/2014-eapn-handbook-Give-a-voice-to-citizens-Guidelines-for-Stakeholder-Engagement.pdf
(16) Professionele vereniging voor regionale publieke omroepen in Europa.
(17) Verslag in opdracht van het Pools ministerie voor Economische Ontwikkeling, in het kader van de evaluatie ex-post en de prognose van de voordelen voor EU-15-landen door de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid in Visegradlanden, getiteld "How do EU-15 Member States benefit from the Cohesion Policy in the V4".

Juridische mededeling