Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2003(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0195/2017

Ingediende teksten :

A8-0195/2017

Debatten :

PV 14/06/2017 - 20
CRE 14/06/2017 - 20

Stemmingen :

PV 15/06/2017 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0271

Aangenomen teksten
PDF 322kWORD 59k
Donderdag 15 juni 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Europese agenda voor de deeleconomie
P8_TA(2017)0271A8-0195/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 15 juni 2017 over een Europese agenda voor de deeleconomie (2017/2003(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 "Naar een akte voor een digitale interne markt"(1),

–  gezien zijn resolutie van 26 mei 2016 over de strategie voor de interne markt(2),

–  gezien zijn resolutie van 24 november 2016 over nieuwe opportuniteiten voor kleine vervoersondernemingen, met inbegrip van deeleconomiemodellen(3),

–  - gezien de bijeenkomst van de Groep op hoog niveau concurrentievermogen en groei van de Raad op 12 september 2016 en de discussienota over de kwestie van het voorzitterschap(4),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 juni 2016 over een Europese agenda voor de deeleconomie (COM(2016)0356),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 mei 2016 getiteld "Online platforms en de digitale eengemaakte markt – Kansen en uitdagingen voor Europa" (COM(2016)0288),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 oktober 2015 getiteld "Verbetering van de interne markt: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen" (COM(2015)0550),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 getiteld "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192),

–  gezien de bijeenkomst van de Raad over concurrentievermogen op 29 september 2016 en het resultaat ervan,

–  gezien Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt(5) ("dienstenrichtlijn"),

–  gezien Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("richtlijn elektronische handel")(6),

–  gezien Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad ("richtlijn oneerlijke handelspraktijken")(7),

–  gezien Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en ‑diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming(8),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 25 mei 2016 over richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken (SWD(2016)0163),

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG ("algemene verordening gegevensbescherming")(9),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 7 december 2016 getiteld "Deeleconomie en onlineplatforms: een gezamenlijke visie van steden en regio’s"(10),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 15 december 2016 over de deeleconomie(11),

–  gezien artikel 52 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie vervoer en toerisme (A8-0195/2017),

A.  overwegende dat de deeleconomie op het stuk van gebruikers, transacties en inkomsten in de afgelopen jaren een snelle groei heeft doorgemaakt doordat zij opnieuw vorm geeft aan de wijze waarop producten en diensten worden geleverd en doordat zij gevestigde economische modellen op vele gebieden voor uitdagingen heeft gesteld;

B.  overwegende dat de deeleconomie EU-burgers maatschappelijke voordelen oplevert;

C.  overwegende dat de kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) de belangrijkste motor van de Europese economie zijn en dat zij, volgens cijfers uit 2014, 99,8 % van alle ondernemingen buiten de financiële sector vertegenwoordigen en twee van de drie banen voor hun rekening nemen;

D.  overwegende dat slechts 1,7 % van de ondernemingen in de EU volledig gebruikmaakt van de moderne digitale technologieën, terwijl 41 % die in het geheel niet toepast; overwegende dat de digitalisering van alle sectoren cruciaal is om het concurrentievermogen van de EU te handhaven en te verbeteren;

E.  overwegende dat uit een recent onderzoek van de Commissie blijkt dat 17 % van de Europese consumenten gebruik heeft gemaakt van de diensten die worden aangeboden in de deeleconomie, en dat 52 % bekend is met de aangeboden diensten(12);

F.  overwegende dat er geen officiële statistieken bestaan over de omvang van de werkgelegenheid in de deeleconomie;

G.  overwegende dat de deeleconomie mogelijkheden biedt voor jongeren, migranten, deeltijdwerkers en ouderen om tot de arbeidsmarkt toe te treden;

H.  overwegende dat modellen van de deeleconomie kunnen helpen de participatie van vrouwen in de arbeidsmarkt en de economie te bevorderen door mogelijkheden te bieden met betrekking tot flexibele vormen van ondernemerschap en werk;

I.  overwegende dat de recente mededeling van de Commissie over een Europese agenda voor de deeleconomie weliswaar een goed uitgangspunt vormt om deze sector doeltreffend te ondersteunen en te reguleren, maar dat het gendergelijkheidsperspectief moet worden geïntegreerd en dat de bepalingen van de toepasselijke anti-discriminatiewetgeving in aanmerking moeten worden genomen in nadere analyses en aanbevelingen op dit terrein;

J.  overwegende dat de bevordering van sociale rechtvaardigheid en bescherming, zoals gedefinieerd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 9 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, eveneens een doelstelling is van de interne markt van de EU;

Algemene overwegingen

1.  is ingenomen met de mededeling over een Europese agenda voor de deeleconomie en onderstreept dat deze een eerste stap dient te zijn op weg naar een evenwichtige, meer omvattende en ambitieuze EU-strategie inzake de deeleconomie;

2.  is van oordeel dat, indien de deeleconomie op verantwoorde wijze wordt ontwikkeld, zij aanzienlijke kansen voor burgers en consumenten creëert, die profiteren van meer concurrentie, op maat gemaakte diensten, meer keuze en lagere prijzen; onderstreept dat de groei in deze sector door de consumenten wordt bepaald en hen in staat stelt een actievere rol te vervullen;

3.  benadrukt de noodzaak bedrijven in staat te stellen te groeien door hindernissen, verdubbeling en versnippering weg te nemen die de grensoverschrijdende ontwikkeling belemmeren;

4.  spoort de lidstaten ertoe aan juridische duidelijkheid te verschaffen en de deeleconomie niet te zien als een bedreiging voor de traditionele economie; benadrukt dat het belangrijk is de deeleconomie op een faciliterende wijze in plaats van op een beperkende wijze te reguleren;

5.  stemt ermee in dat de deeleconomie nieuwe en interessante ondernemingskansen, banen en groei kan genereren en vaak een belangrijke rol speelt door het economische systeem niet alleen efficiënter, maar ook sociaal en ecologisch duurzaam te maken, zodat een betere allocatie mogelijk is van hulpbronnen en activa die anders onvoldoende benut worden, hetgeen bijdraagt aan de overgang naar een circulaire economie;

6.  erkent tegelijkertijd dat de deeleconomie een aanzienlijke weerslag kan hebben op reeds lang bestaande, gereguleerde bedrijfsmodellen in veel strategische sectoren zoals de vervoerssector, de hotel- en restaurantsector, de dienstensector, de detailhandelsector en de financiële sector; is zich bewust van de uitdagingen die verband houden met uiteenlopende wettelijke normen voor vergelijkbare marktdeelnemers; is van mening dat de deeleconomie de positie van consumenten versterkt, nieuwe werkgelegenheid biedt en het potentieel heeft de belastingnaleving te faciliteren, maar onderstreept niettemin dat het belangrijk is een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, de rechten van werknemers volledig te eerbiedigen en voor belastingnaleving te zorgen; erkent dat de deeleconomie gevolgen heeft voor zowel het stedelijk milieu als voor het plattelandsmilieu;

7.  wijst op het gebruik aan duidelijkheid onder ondernemers, consumenten en instanties over de wijze waarop de huidige regelgeving op een aantal gebieden moet worden toegepast en derhalve op de noodzaak de grijze zones in de regelgeving aan te pakken, en is bezorgd over de versnippering van de interne markt; is zich ervan bewust dat, indien deze veranderingen niet naar behoren worden beheerd, zij kunnen resulteren in rechtsonzekerheid over de toepasselijke regels en beperkingen bij de uitoefening van individuele rechten en bij de consumentenbescherming; is van mening dat regelgeving geschikt moet zijn voor het digitale tijdperk en is zeer verontrust over de negatieve gevolgen van de rechtsonzekerheid en de complexiteit van voorschriften ten aanzien van Europese start-ups en non-profitorganisaties die in de deeleconomie actief zijn;

8.  is van oordeel dat de ontwikkeling van een dynamisch, duidelijk en, waar nodig, geharmoniseerd juridisch kader en gelijke concurrentievoorwaarden een essentiële voorwaarde vormen voor een florerende deeleconomie in de EU;

De deeleconomie in de EU

9.  onderstreept dat het nodig is de deeleconomie niet alleen als een verzameling van nieuwe bedrijfsmodellen voor het aanbieden van goederen en diensten te zien, maar ook als een nieuwe vorm van integratie tussen de economie en de samenleving waarbij de aangeboden diensten zijn gebaseerd op een breed scala van betrekkingen in het kader waarvan de economische betrekkingen in sociale betrekkingen worden ingebouwd en nieuwe vormen van gemeenschapsleven worden gecreëerd;

10.  constateert dat de deeleconomie in Europa een aantal specifieke kenmerken vertoont waarin tevens de Europese bedrijfsstructuur tot uiting komt die voornamelijk uit kmo's en microbedrijven bestaat; onderstreept dat het zaak is voor een bedrijfsklimaat te zorgen waarin deelplatforms in staat zijn op te schalen en zeer goed op de wereldmarkt te concurreren;

11.  constateert dat Europese ondernemers sterk geneigd zijn deelplatforms voor sociale doeleinden in het leven te roepen en erkent dat er een groeiende belangstelling bestaat voor de deeleconomie op basis van coöperatieve bedrijfsmodellen;

12.  onderstreept dat het belangrijk is elke vorm van discriminatie te voorkomen, opdat een doeltreffende en gelijke toegang tot coöperatieve diensten wordt geboden;

13.  is van oordeel dat diensten in de deeleconomie waarvoor openlijk wordt geadverteerd en die met winstoogmerk worden aangeboden, onder het toepassingsgebied vallen van Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten(13), en derhalve in overeenstemming moeten zijn met het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen;

Het EU-regelgevingskader: peers, consumenten, deelplatforms

14.  erkent dat, hoewel bepaalde delen van de deeleconomie onder regelgeving vallen, ook op plaatselijke en nationaal niveau, andere delen in grijze zones in de regelgeving terecht kunnen komen, aangezien niet altijd duidelijk is welke EU-regelgeving van toepassing is, waardoor aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten ontstaan vanwege nationale, regionale en plaatselijke regelgeving, alsmede jurisprudentie, hetgeen een versnippering van de interne markt teweegbrengt;

15.  is ingenomen met het voornemen van de Commissie om de huidige versnippering aan te pakken, maar betreurt dat in haar mededeling niet voldoende duidelijkheid bestaat over de toepasselijkheid van het bestaande EU-recht op de verschillende modellen van de deeleconomie; benadrukt de noodzaak dat de lidstaten de handhaving van bestaande wetgeving verbeteren en doet een beroep op de Commissie te streven naar een handhavingskader waarmee de lidstaten in hun inspanningen worden gesteund, vooral ten aanzien van de dienstenrichtlijn en het consumentenacquis; doet een beroep op de Commissie gebruik te maken van alle, in dit verband beschikbare instrumenten, met inbegrip van inbreukprocedures, wanneer wordt geconstateerd dat de wetgeving onjuist of ontoereikend wordt uitgevoerd;

16.  onderstreept dat de vereisten inzake markttoegang voor deelplatforms en dienstverleners noodzakelijk, gerechtvaardigd en evenredig moeten zijn, overeenkomstig de Verdragen en het afgeleide recht, alsmede eenvoudig en duidelijk; onderstreept dat bij de beoordeling hiervan rekening moet worden gehouden met de vraag of de diensten worden verleend door professionele of particuliere dienstverleners, opdat peers aan minder strenge wettelijke vereisten onderworpen worden, waarbij kwaliteitsnormen en een hoog niveau van consumentenbescherming worden gewaarborgd en tevens rekening wordt gehouden met sectorale verschillen;

17.  erkent de noodzaak voor zowel gevestigde als nieuwe marktdeelnemers en diensten in verband met digitale platforms en de deeleconomie om zich in een bedrijfsvriendelijk klimaat te ontwikkelen, waarin een gezonde concurrentie en transparantie ten aanzien van wetswijzigingen voorhanden zijn; is het ermee eens dat de lidstaten bij de beoordeling van de vereisten inzake markttoegang in het kader van de dienstenrichtlijn rekening moeten houden met de specifieke kenmerken van de bedrijven in de deeleconomie;

18.  verzoekt de Commissie samen met de lidstaten te werken aan verdere richtsnoeren te geven voor het vastleggen van doeltreffende criteria om een onderscheid te maken tussen peers en professionals, hetgeen van cruciaal belang is voor de rechtvaardige ontwikkeling van de deeleconomie; wijst erop dat deze richtsnoeren moeten zorgen voor duidelijkheid en rechtszekerheid en dat hierin onder andere rekening moet worden gehouden met de uiteenlopende wetgeving in de lidstaten en hun economische omstandigheden, zoals het inkomensniveau, de kenmerken van de sectoren, de situatie van de kleine en microbedrijven en het winstoogmerk van de activiteit; is van oordeel dat een reeks algemene beginselen en criteria op EU-niveau en een reeks drempels op nationaal niveau een stap voorwaarts kunnen vormen, en dringt er bij de Commissie op aan in dit verband een studie te verrichten;

19.  vestigt de aandacht op het feit dat, hoewel het vaststellen van drempels tot passende scheidslijnen tussen peers en ondernemingen kan leiden, dit tegelijkertijd kan resulteren in ongelijkheid tussen kleine en microbedrijven enerzijds en peers anderzijds; is van mening dat gelijke concurrentievoorwaarden tussen vergelijkbare categorieën dienstverleners zeer aan te bevelen is; dringt aan op het afschaffen van onnodige regeldruk en ongerechtvaardigde vereisten inzake markttoegang voor alle ondernemers, met name voor kleine en microbedrijven, aangezien hierdoor tevens innovatie in de kiem wordt gesmoord;

20.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie om ervoor te zorgen dat de consumentenwetgeving toereikend is en dat misbruik van de deeleconomie met het oog op het omzeilen van de wetgeving wordt voorkomen; is van oordeel dat consumenten een hoge en doeltreffende mate van bescherming moeten genieten, ongeacht de vraag of diensten door professionele dienstverleners of peers worden verleend, onderstreept vooral dat het belangrijk is consumenten te beschermen in peer-to-peertransacties, en erkent dat enige vorm van bescherming door zelfregulering kan worden geboden;

21.  dringt aan op maatregelen om te zorgen voor de volledige aanwending en aanhoudende naleving van de regels inzake de consumentenbescherming door occasionele dienstverleners op dezelfde of een vergelijkbare basis als de professionele dienstverleners;

22.  constateert dat consumenten er recht op hebben te weten of de beoordelingen van andere afnemers van een dienst mogelijkerwijs door de verstrekker van die dienst zijn beïnvloed, bijvoorbeeld in de vorm van betaalde reclame;

23.  wijst op de noodzaak van meer duidelijkheid ten aanzien van de consumentenbescherming bij geschillen en doet een beroep op de deelplatforms om doeltreffende systemen voor klachtenprocedures en geschillenbeslechting in te voeren waardoor het de consumenten gemakkelijker wordt gemaakt hun rechten uit te oefenen;

24.  onderstreept dat bedrijfsmodellen in de deeleconomie grotendeels gebaseerd zijn op reputatie, en benadrukt dat in dit verband transparantie van essentieel belang is; is van oordeel dat de bedrijfsmodellen in de deeleconomie in vele gevallen de positie van de consumenten versterken en hen in staat stellen een actieve rol te vervullen met ondersteuning van de technologie; onderstreept dat regels voor de consumentenbescherming in de deeleconomie nog steeds nodig zijn, vooral wanneer sprake is van een door bepaalde spelers gedomineerde markt, aanhoudende asymmetrische informatie en een gebrek aan keuze; onderstreept dat het belangrijk is te garanderen dat consumenten adequate informatie krijgen over het toepasselijke juridische kader van iedere transactie en de daaruit voortvloeiende rechten en juridische verplichtingen;

25.  verzoekt de Commissie de aansprakelijkheidsregelingen voor deelplatforms onverwijld verder te verduidelijken ter bevordering van verantwoord gedrag, transparantie en rechtszekerheid en aldus het vertrouwen van de consumenten te versterken; erkent met name het gebrek aan zekerheid, vooral over de vraag of een platform een onderliggende dienst levert of slechts een dienst van de informatiemaatschappij aanbiedt, overeenkomstig de richtlijn elektronische handel; doet derhalve een beroep op de Commissie verdere richtsnoeren over deze aspecten te geven en te overwegen of verdere maatregelen noodzakelijk zijn om het regelgevingskader doeltreffender te maken; spoort de deelplatforms ertoe aan tegelijkertijd vrijwilllige maatregelen in dit verband te treffen;

26.  doet een beroep op de Commissie het EU-recht nader onder de loep te nemen om onzekerheden te verminderen en voor meer rechtszekerheid te zorgen over de regels die van toepassing zijn op bedrijfsmodellen in de deeleconomie en om te evalueren of nieuwe of aangepaste regels passend zijn, met name ten aanzien van actieve tussenpersonen en hun informatie- en transparantievereisten, wanprestatie en aansprakelijkheid;

27.  is van oordeel dat met elk nieuw regelgevingskader de zelfbestuurscapaciteiten en peerreviewmechanismen van platforms moeten worden versterkt, aangezien beide doeltreffend blijken te werken en rekening houden met de tevredenheid van de klanten met coöperatieve diensten; is ervan overtuigd dat deelplatforms bij het creëren van een dergelijk nieuw regelgevingskader zelf een actieve rol kunnen vervullen door asymmetrische informatie te corrigeren, vooral middels digitale reputatiemechanismen om het vertrouwen van de gebruikers te vergroten; merkt tegelijkertijd op dat het zelfregulerend vermogen van deelplatforms de noodzaak van de bestaande regels niet vervangt, zoals de dienstenrichtlijn, de richtlijn elektronische handel, het EU-consumentenrecht en andere mogelijke regels;

28.  is derhalve van oordeel dat de digitale mechanismen voor het opbouwen van vertrouwen een essentieel onderdeel zijn van de deeleconomie; is ingenomen met alle inspanningen en initiatieven van de deelplatforms om vertekeningen te voorkomen, het vertrouwen in en de transparantie van beoordelings- en waarderingsmechanismen te versterken, betrouwbare reputatiecriteria op te stellen, waarborgen of verzekeringen en een identiteitscontrole van peers en prosumenten in te voeren, en veilige en transparante betalingssystemen te ontwikkelen; is van mening dat nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals wederzijdsebeoordelingsmechanismen, onafhankelijke controles van beoordelingen en de vrijwillige vaststelling van certificeringsregelingen goede voorbeelden zijn van initiatieven ter voorkoming van misbruik, manipulatie, fraude en nepfeedback; moedigt deelplatforms aan te leren van optimale praktijken en voorlichting te geven over de juridische verplichtingen van hun gebruikers;

29.  wijst op het cruciale belang van het verduidelijken van de methoden waarmee op algoritmen gebaseerde geautomatiseerde besluitvormingssystemen functioneren om te zorgen voor rechtvaardige en transparante algoritmen; verzoekt de Commissie om deze kwestie tevens te onderzoeken vanuit het perspectief van het mededingingsrecht van de EU; doet een beroep op de Commissie met de lidstaten, de particuliere sector en de betrokken regelgevers contact op te nemen om doeltreffende criteria vast te leggen voor het uitwerken van verantwoordingsbeginselen voor algoritmen voor op informatie gebaseerde deelplatforms;

30.  onderstreept dat het zaak is het gebruik van gegevens te evalueren, wanneer dat verschillende gevolgen voor verschillende segmenten van de samenleving heeft, discriminatie te voorkomen en het potentiële gevaar voor de privacy van big data te verifiëren; herinnert eraan dat de EU reeds een allesomvattend kader voor gegevensbescherming heeft ontwikkeld in de vorm van de algemene verordening gegevensbescherming en doet derhalve een beroep op de platforms in de deeleconomie om het vraagstuk van de gegevensbescherming niet te verwaarlozen door aan de dienstverleners en gebruikers transparante informatie te verschaffen over de verzamelde persoonsgegevens en de wijze waarop deze worden verwerkt;

31.  erkent dat vele regels van het acquis van de EU reeds op de deeleconomie van toepassing zijn; verzoekt de Commissie om de noodzaak van een verdere ontwikkeling van een EU-rechtskader te beoordelen om een verdere versnippering van de interne markt te voorkomen, overeenkomstig de beginselen van betere regelgeving en de ervaringen van de lidstaten; is van mening dat dit kader, waar nodig, geharmoniseerd moet worden en flexibel, technologisch neutraal en toekomstbestendig moet zijn, en moet bestaan uit een combinatie van algemene beginselen en specifieke regels, ter aanvulling op eventueel noodzakelijke sectorspecifieke regelgeving;

32.  benadrukt het belang van coherente wetgeving om de goede werking van de interne markt voor eenieder te waarborgen en verzoekt de Commissie de geldende regels en wetgeving inzake werknemers- en consumentenrechten te vrijwaren voordat nieuwe wetgeving wordt ingevoerd die de interne markt kan versnipperen;

Concurrentie en belastingnaleving

33.  is ingenomen met het feit dat de groei van de deeleconomie heeft gezorgd voor meer concurrentie en gevestigde marktdeelnemers ertoe heeft gebracht zich te richten op de reële wensen van de consumenten; moedigt de Commissie ertoe aan gelijke voorwaarden voor de concurrentie op het stuk van vergelijkbare diensten tussen deelplatforms onderling en met traditionele bedrijven te bevorderen; onderstreept het belang van het opsporen en aanpakken van belemmeringen voor de opkomst en opschaling van bedrijven in de deeleconomie, met name van startende bedrijven; onderstreept in dit verband de noodzaak van het vrije verkeer van gegevens, de overdraagbaarheid en interoperabiliteit van gegevens, die het overstappen tussen platforms vergemakkelijken en klantenbinding voorkomen en die allemaal sleutelfactoren vormen voor een open en eerlijke concurrentie en voor een grotere inbreng van gebruikers van deelplatforms, rekening houdend met de legitieme belangen van alle marktdeelnemers en ter bescherming van gebruikersinformatie en persoonsgegevens;

34.  is ingenomen met de toegenomen traceerbaarheid van economische transacties die door online-platforms mogelijk wordt gemaakt teneinde te zorgen voor belastingnaleving en ‑handhaving, maar is bezorgd over problemen die zich tot dusverre in een aantal sectoren hebben voorgedaan; benadrukt dat de deeleconomie nimmer een manier mag zijn om belastingverplichtingen te ontlopen; onderstreept voorts dat de bevoegde autoriteiten dringend met de deelplatforms moeten samenwerken op het gebied van belastingnaleving en -inning; erkent dat deze problemen in bepaalde lidstaten zijn aangepakt en neemt nota van de succesvolle publiek-private samenwerking op dit gebied; verzoekt de Commissie de uitwisseling van optimale praktijken tussen de lidstaten te vergemakkelijken waarbij de bevoegde autoriteiten en belanghebbenden betrokken moeten zijn, om effectieve en innovatieve oplossingen te ontwikkelen die de belastingnaleving en ‑handhaving versterken teneinde ook het risico van grensoverschrijdende belastingfraude uit te sluiten; verzoekt de deelplatforms om in dit verband een actieve rol te vervullen; moedigt de lidstaten aan tot verduidelijking en samenwerking inzake de informatie die de verschillende betrokken marktdeelnemers in de deeleconomie in het kader van hun fiscale informatieplicht aan de belastingautoriteiten moeten mededelen;

35.  stemt ermee in dat functioneel vergelijkbare fiscale verplichtingen moeten worden opgelegd aan bedrijven die vergelijkbare diensten verlenen, zowel in de traditionele economie als in de deeleconomie, en is van mening dat belastingen moeten worden betaald daar waar winst wordt geboekt en waar het om meer gaat dan alleen bijdragen in de kosten, waarbij het subsidiariteitsbeginsel en de nationale en plaatselijke belastingwetgeving moeten worden nageleefd;

Gevolgen voor de arbeidsmarkt en de rechten van werknemers

36.  onderstreept dat de digitale revolutie aanzienlijke gevolgen heeft voor de arbeidsmarkt en dat opkomende trends in de deeleconomie deel uitmaken van een huidige trend in het kader van de digitalisering van de samenleving;

37.  merkt tegelijkertijd op dat de deeleconomie nieuwe kansen biedt en nieuwe, flexibele wegen vrijmaakt om te komen tot werk voor alle gebruikers, met name voor zelfstandigen en voor werklozen, die momenteel ver van de arbeidsmarkt afstaan of anders niet in staat zouden zijn hieraan deel te nemen, en aldus als eerste opstapje naar de arbeidsmarkt kan dienen, met name voor jongeren en gemarginaliseerde groeperingen; wijst er evenwel op dat deze ontwikkeling in bepaalde omstandigheden ook kan leiden tot precaire situaties; benadrukt dat er enerzijds behoefte is aan arbeidsmarktflexibiliteit en anderzijds aan economische en sociale zekerheid voor werknemers, overeenkomstig de gebruiken en tradities in de lidstaten;

38.  verzoekt de Commissie te onderzoeken in hoeverre de bestaande voorschriften van de Unie toepasbaar zijn op de digitale arbeidsmarkt en te zorgen voor adequate tenuitvoerlegging en handhaving; verzoekt de lidstaten om, in samenwerking met de sociale partners en andere belanghebbenden, proactief en anticiperend te beoordelen of de bestaande wetgeving, met inbegrip van de socialezekerheidsstelsels, moet worden gemoderniseerd, om gelijke tred te houden met de technologische ontwikkelingen en tegelijkertijd de bescherming van werknemers te waarborgen; verzoekt de Commissie en de lidstaten de socialezekerheidsstelsels te coördineren om de exporteerbaarheid van uitkeringen en de cumulatie van perioden te waarborgen overeenkomstig het recht van de Unie en de nationale wetgeving; moedigt de sociale partners ertoe aan de collectieve overeenkomsten indien nodig te actualiseren, zodat de bestaande beschermingsnormen behouden kunnen blijven in de digitale arbeidswereld;

39.  onderstreept het grote belang van het waarborgen van de rechten van werknemers in de coöperatieve dienstverlening - eerst en vooral het recht van werknemers zich te organiseren en het recht collectief te onderhandelen en collectieve actie te voeren, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk; herinnert eraan dat alle werkers in de deeleconomie hetzij werknemers, hetzij zelfstandigen zijn, al naargelang de feitelijke situatie, en als zodanig moeten worden geclassificeerd; doet een beroep op de lidstaten en de Commissie op hun respectieve bevoegdheidsterreinen te zorgen voor billijke arbeidsvoorwaarden en toereikende juridische en sociale bescherming voor alle werkers in de deeleconomie, ongeacht hun positie;

40.  verzoekt de Commissie richtsnoeren te publiceren voor de wijze waarop het Unierecht van toepassing is op de diverse soorten platformbedrijfsmodellen, om indien nodig leemten in de regelgeving op het gebied van arbeid en sociale zekerheid op te vullen; is van mening dat het hoge transparantiepotentieel van de platformeconomie een goede traceerbaarheid mogelijk maakt, en daarmee ook de verwezenlijking van de doelstelling inzake handhaving van de bestaande wetgeving; verzoekt de lidstaten voldoende arbeidsinspecties te verrichten met betrekking tot onlineplatforms en sancties op te leggen wanneer er regels worden overtreden, met name op het gebied van de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden, en specifieke vereisten in te voeren voor kwalificaties; verzoekt de Commissie en de lidstaten speciaal te letten op zwartwerk en schijnzelfstandigheid in deze sector en de platformeconomie op de agenda te zetten van het Europees platform tegen zwartwerk; verzoekt de lidstaten voldoende middelen ter beschikking te stellen voor inspecties;

41.  onderstreept dat het belangrijk is de grondrechten en toereikende sociale bescherming van het groeiend aantal zelfstandigen te waarborgen, die belangrijke spelers in de deeleconomie zijn, met inbegrip van het recht op collectieve onderhandelingen en collectieve actie, mede ten aanzien van hun vergoeding;

42.  dringt er bij de lidstaten op aan te erkennen dat de deeleconomie ook ontwrichting met zich zal meebrengen, derhalve absorptiemaatregelen voor te bereiden voor bepaalde sectoren, en opleiding en ontslagbegeleiding te ondersteunen;

43.  onderstreept dat het belangrijk is dat deelplatformwerkers kunnen profiteren van de overdraagbaarheid van beoordelingen en waarderingen, die hun digitale marktwaarde uitmaken, en benadrukt het belang van de overdraagbaarheid en accumulatie van beoordelingen en waarderingen tussen verschillende platforms, met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming en de privacy van alle betrokken partijen; wijst erop dat oneerlijke en arbitraire online-ratingpraktijken de arbeidsomstandigheden en rechten van deelplatformwerkers en hun kansen om werk te krijgen nadelig kunnen beïnvloeden; is van oordeel dat beoordelings- en waarderingsmechanismen op transparante wijze moeten worden ontwikkeld en dat de werkers op passende niveaus moeten worden geïnformeerd en geraadpleegd, overeenkomstig de wetgeving en praktijken van de lidstaat, over de algemene criteria die voor de ontwikkeling van dergelijke mechanismen worden aangewend;

44.  onderstreept het belang van "up-to-date"-vaardigheden in de veranderende wereld van de werkgelegenheid en dat ervoor moeten worden gezorgd dat alle werkers over de adequate vaardigheden beschikken die de digitale samenleving en economie vereisen; spoort de Commissie, de lidstaten en bedrijven in de deeleconomie ertoe aan om een leven lang leren en de ontwikkeling van digitale vaardigheden mogelijk te maken; is van mening dat openbare en particuliere investeringen en financieringsmogelijkheden voor een leven lang leren en opleiding noodzakelijk zijn, met name voor kleine en microbedrijven;

45.  wijst op het belang van telewerken en "slim werken" in het kader van de deeleconomie en pleit er in dit verband voor dat deze vormen van werk gelijkgesteld worden met traditionele arbeidsvormen;

46.  verzoekt de Commissie te onderzoeken in hoeverre de richtlijn betreffende uitzendwerk (2008/104/EG(14)) van toepassing is op specifieke onlineplatforms; is van mening dat vele als bemiddelaar optredende onlineplatforms structureel te vergelijken zijn met uitzendbureaus (triangulaire contractuele verhouding tussen uitzendkracht/platformwerker; uitzendbureau/onlineplatform; inlenende onderneming/klant);

47.  verzoekt de nationale openbare diensten voor arbeidsvoorziening en het EURES‑netwerk beter te communiceren over de mogelijkheden die de deeleconomie biedt;

48.  verzoekt de Commissie, de lidstaten en de sociale partners aan de platformwerkers adequate informatie te verstrekken over de arbeids- en tewerkstellingsvoorwaarden en de rechten van werknemers en over hun arbeidsbetrekkingen met zowel platforms als gebruikers; is van mening dat platforms een proactieve rol moeten vervullen bij het verstrekken van informatie aan gebruikers en werkers over het toepasselijke regelgevingskader, opdat de wettelijke voorschriften worden nageleefd;

49.  wijst op het gebrek aan gegevens over de door de deeleconomie teweeggebrachte veranderingen in de wereld van de werkgelegenheid; verzoekt de lidstaten en de Commissie, mede in samenwerking met de sociale partners, meer betrouwbare en volledige gegevens in dit verband te verzamelen en spoort de lidstaten ertoe aan een reeds bestaande, bevoegde nationale entiteit aan te stellen om de opkomende trends op de arbeidsmarkt van de deeleconomie te controleren en te evalueren; benadrukt in dit verband het belang van informatie en de uitwisseling van optimale praktijken tussen de lidstaten; onderstreept het belang van toezicht op de arbeidsmarkt en de arbeidsvoorwaarden in de deeleconomie teneinde illegale praktijken te bestrijden;

Plaatselijke dimensie van de deeleconomie

50.  constateert dat een toenemend aantal plaatselijke autoriteiten en regeringen reeds actief zijn bij het reguleren en ontwikkelen van de deeleconomie en zich richten op coöperatieve praktijken als onderwerp van hun beleid en als beginsel voor het organiseren van nieuwe vormen van coöperatief bestuur en de participerende democratie;

51.  constateert dat de nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten over veel speelruimte beschikken om contextspecifieke maatregelen vast te stellen teneinde duidelijk afgebakende doelstellingen van algemeen belang na te streven middels evenredige maatregelen die volledig stroken met het EU-recht; verzoekt de Commissie derhalve de lidstaten te ondersteunen in hun beleidsvorming en bij het vaststellen van regels overeenkomstig het EU-recht;

52.  stelt vast dat de voortrekkers steden waren waar de omstandigheden, zoals de bevolkingsdichtheid en fysieke nabijheid, het mogelijk maken coöperatieve praktijken toe te passen, dat de focus zich uitbreidt van slimme steden naar delende steden en de overgang naar burgervriendelijke infrastructuur wordt vergemakkelijkt; is tevens ervan overtuigd dat de deeleconomie aanzienlijke kansen biedt aan de randgebieden, plattelandsgebieden en achtergestelde gebieden, tot nieuwe en inclusieve vormen van ontwikkeling kan leiden, een positieve sociaal-economische impact kan hebben en gemarginaliseerde gemeenschappen kan helpen met indirecte voordelen voor de toerismesector;

De bevordering van de deeleconomie

53.  wijst op het belang van passende competenties, vaardigheden en opleiding om zoveel mogelijk mensen in staat te stellen een actieve rol in de deeleconomie te vervullen en het potentieel ervan ten volle te benutten;

54.  benadrukt dat ICT het mogelijk maakt innovatieve ideeën binnen de deeleconomie snel en efficiënt te ontwikkelen, zorgt voor de verbinding tussen en de empowerment van deelnemers, of het nu gaat om gebruikers dan wel dienstverleners, hun toegang tot en deelneming aan de markt vergemakkelijkt en afgelegen en plattelandsgebieden toegankelijker maakt;

55.  verzoekt de Commissie proactief publiek-private partnerschappen te bevorderen, met name met het oog op de toename van het gebruik van e-ID's, om het vertrouwen van consumenten en dienstverleners in onlinetransacties te vergroten, voortbouwend op het EU-kader voor wederzijdse erkenning van e-ID's, en andere bestaande belemmeringen voor de groei van de deeleconomie weg te nemen, zoals hindernissen voor het aanbieden van grensoverschrijdende verzekeringen;

56.  wijst erop hoe de invoering van 5G de logica van onze economieën fundamenteel zal veranderen en voor een ruimer en toegankelijker dienstenaanbod zal zorgen; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is om een concurrerende markt voor innovatieve bedrijven te creëren, omdat hun succes uiteindelijk de kracht van onze economie zal bepalen;

57.  wijst erop dat de deeleconomie steeds belangrijker wordt in de energiesector doordat consumenten, producenten, individuele personen en gemeenschappen op een efficiënte manier met elkaar in verbinding worden gebracht in diverse decentrale fasen van de hernieuwbare-energiecyclus, met inbegrip van zelfproductie en zelfconsumptie, opslag en distributie, overeenkomstig de klimaat- en energiedoelstellingen van de Unie;

58.  wijst erop dat deeleconomieën vooral tot volle ontplooiing komen in gemeenschappen die over sterke modellen voor het delen van kennis en onderwijs beschikken, en aldus een cultuur van open innovatie bevorderen en consolideren; benadrukt het belang van coherent beleid en van de introductie van breedband- en ultrabreedband als een voorwaarde om het volledige potentieel van de deeleconomie te benutten en profijt te trekken van de voordelen van de deeleconomie; wijst derhalve op de noodzaak te zorgen voor adequate netwerktoegang voor alle burgers in de EU, vooral in minder bevolkte, afgelegen en plattelandsgebieden waar connectiviteit nog niet voldoende beschikbaar is;

59.  onderstreept dat de deeleconomie steun voor haar ontwikkeling en opschaling nodig heeft en dat zij open moet blijven voor onderzoek, innovatie en nieuwe technologieën om investeringen aan te trekken; doet een beroep op de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat EU-wetgeving en ‑beleid toekomstbestendig zijn, met speciale aandacht voor het openen van niet-exclusieve, experimentgerichte ruimten, het bevorderen van digitale connectiviteit en geletterdheid, het ondersteunen van Europese ondernemers en start-ups, het stimuleren van 4.0-innovatiehubs, clusters en incubators waarbij tegelijkertijd cohabitatiesynergieën met traditionele bedrijfsmodellen worden ontwikkeld;

60.  benadrukt de complexe aard van de vervoerssector binnen en buiten de deeleconomie; wijst erop dat de sector een strenge regelgeving kent; wijst erop dat de deeleconomie het potentieel heeft om de efficiëntie en duurzame ontwikkeling van het vervoerssysteem aanzienlijk te verbeteren (mede via de mogelijkheid om binnen één reis gebruik te maken van naadloze multimodale vervoersbewijzen en reismethoden met behulp van apps voor de deeleconomie), alsook de veiligheid en beveiliging ervan, en de capaciteit heeft afgelegen gebieden beter toegankelijk te maken en de ongewenste externe effecten van files in het verkeer terug te dringen;

61.  doet een beroep op de betrokken autoriteiten om de gunstige co-existentie van collaboratieve vervoersdiensten en het traditionele vervoerssysteem te bevorderen; verzoekt de Commissie de deeleconomie te verwerken in haar op de nieuwe vervoerstechnologieën gerichte werkzaamheden (communicerende voertuigen, autonome voertuigen, geïntegreerde digitale vervoersbewijzen en intelligente vervoerssystemen) gezien de krachtige wisselwerking en natuurlijke synergieën van deze technologieën;

62.  onderstreept de noodzaak van rechtszekerheid voor platforms en de gebruikers ervan om de ontwikkeling van de deeleconomie in de vervoerssector van de EU te waarborgen; merkt op dat het in de mobiliteitssector belangrijk is een duidelijk onderscheid te maken tussen enerzijds i) carpooling en het delen van de kosten in de context van een reis die de bestuurder voor eigen doeleinden al gepland heeft, en anderzijds ii) gereguleerde personenvervoersdiensten;

63.  herinnert eraan dat volgens schattingen van de Commissie peer-to-peer-accommodatie vanuit het oogpunt van gegenereerde handel het grootste deel van de deeleconomie vormt, en peer-to-peer-vervoer de meeste inkomsten per platform genereert;

64.  onderstreept dat in de toerismesector het delen van woningen een zeer efficiënt gebruik van hulpmiddelen en onvoldoende benutte ruimte vormt, met name in gebieden die traditiegetrouw niet van het toerisme profiteren;

65.  veroordeelt in dit opzicht het feit dat bepaalde overheidsinstanties voorschriften opleggen met als doel het aanbod van toeristische accommodatie via de deeleconomie aan banden te leggen;

66.  vestigt de aandacht op de problemen waarmee de Europese deelplatforms te kampen hebben bij het verkrijgen van toegang tot risicokapitaal en bij hun opschalingsstrategieën, hetgeen nog eens wordt toegespitst door de geringe grootte en versnippering van de binnenlandse markten, alsmede door een acuut tekort aan grensoverschrijdende investeringen; verzoekt de Commissie en de lidstaten ten volle gebruik te maken van de bestaande financieringsinstrumenten om te investeren in bedrijven in de deeleconomie en om initiatieven te bevorderen voor een gemakkelijkere toegang tot financiering, met name voor start-ups, kleine en middelgrote ondernemingen en bedrijven;

67.  onderstreept dat stelsels voor coöperatieve financiering - zoals crowdfunding - een belangrijk aanvulling zijn op traditionele financieringskanalen als onderdeel van een doeltreffend financieringsecosysteem;

68.  merkt op dat door kmo's verstrekte diensten in de deeleconomie niet altijd voldoende zijn toegesneden op de behoeften van personen met een beperking en ouderen; verzoekt om instrumenten en programma's die gericht zijn op ondersteuning van deze ondernemers om de behoeften van personen met een beperking in aanmerking te nemen;

69.  verzoekt de Commissie de toegang tot passende financiering te vergemakkelijken en te bevorderen voor Europese ondernemers die in de deeleconomie werkzaam zijn, ook in het kader van het EU-programma voor onderzoek en innovatie, Horizon 2020;

70.  constateert de snelle ontwikkeling en de groeiende verspreiding van innovatieve technologieën en digitale instrumenten, zoals de blockchains en de distributed ledger-technologie, ook in de financiële sector; onderstreept dat het gebruik van deze gedecentraliseerde technologieën effectieve peer-to-peertransacties en -connecties in de deeleconomie mogelijk kunnen maken, hetgeen tot nieuwe onafhankelijke markten of netwerken leidt, welke, in de toekomst, de rol overnemen die tussenpersonen momenteel bij deelplatforms vervullen;

o
o   o

71.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0009.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0237.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0455.
(4) http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11834-2016-INIT/en/pdf
(5) PB L 376 van 27.12.2006, blz.  36.
(6) PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.
(7) PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.
(8) PB L 337 van 18.12.2009, blz. 11.
(9) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(10) ECON-VI/016.
(11) PB C 75 van 10.3.2017, blz. 33.
(12) Flash Eurobarometer 438 (maart 2016) over ‘The use of collaborative platforms’ (het gebruik van deelplatforms).
(13) PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37.
(14) PB L 327 van 5.12.2008, blz. 9.

Juridische mededeling