Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2276(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0204/2017

Ingediende teksten :

A8-0204/2017

Debatten :

PV 14/06/2017 - 20
CRE 14/06/2017 - 20

Stemmingen :

PV 15/06/2017 - 7.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0272

Aangenomen teksten
PDF 223kWORD 65k
Donderdag 15 juni 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Onlineplatforms en de digitale eengemaakte markt
P8_TA(2017)0272A8-0204/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 15 juni 2017 over onlineplatforms en de digitale eengemaakte markt (2016/2276(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 mei 2016 getiteld "Online platforms en de digitale eengemaakte markt – Kansen en uitdagingen voor Europa" (COM(2016)0288) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0172),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 juni 2016 getiteld "Een Europese agenda voor de deeleconomie" (COM(2016)0356) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0184),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "EU-actieplan inzake e-overheid 2016-2020 Voor een snellere digitalisering van overheidsdiensten" (COM(2016)0179) en de begeleidende werkdocumenten van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0108 en SWD(2016)0109),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "De digitalisering van het Europese bedrijfsleven De voordelen van een digitale eengemaakte markt ten volle benutten" (COM(2016)0180) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0110),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 getiteld "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2015)0100),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "Het Europese cloudinitiatief – bouwen aan een concurrerende data- en kenniseconomie in Europa" (COM(2016)0178) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0106),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 januari 2017 getiteld "Bouwen aan een Europese data-economie" (COM(2017)0009) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2017)0002),

–  gezien zijn resolutie van 16 februari 2017 over het Europees cloudinitiatief(1),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 "Naar een akte voor een digitale eengemaakte markt"(2),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2017 over een Europese pijler van sociale rechten(3),

–  gezien Verordening (EU) 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten en Verordening (EU) nr. 531/2012 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie(4),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 531/2012 wat betreft de voorschriften voor wholesaleroamingmarkten (COM(2016)0399),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de Connecting Europe Facility (COM(2016)0590),

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt (COM(2016)0593),

–  gezien Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (richtlijn inzake elektronische handel)(5) ("richtlijn elektronische handel"),

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG ("algemene verordening gegevensbescherming")(6),

–  gezien Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie(7) ("richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging"),

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten in het licht van de veranderende marktsituatie (COM(2016)0287) ("richtlijn audiovisuele mediadiensten"),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (COM(2016)0283),

–  voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud (COM(2015)0634),

–  gezien het interne werkdocument van de Commissie van 25 mei 2016 "Guidance on the implementation/application of Directive 2005/29/EC on unfair commercial practices" (SWD(2016)0163),

–  gezien de door de Commissie in juni 2013 gepubliceerde Gids voor de ICT-sector betreffende de toepassing van de leidende beginselen van de VN op het gebied van zakendoen en mensenrechten ("ICT Sector Guide on Implementing the UN Guiding Principles on Business and Human Rights"),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 15 september 2016 getiteld "Preliminary Report on the E-commerce Sector Inquiry" (SWD(2016)0312),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité inzake de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's met als titel "Onlineplatforms en de digitale eengemaakte markt - Kansen en uitdagingen voor Europa"(8),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het gezamenlijke overleg van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie interne markt en consumentenbescherming overeenkomstig artikel 55 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie interne markt en consumentenbescherming en het advies van de Commissie juridische zaken (A8-0204/2017),

A.  overwegende dat de digitale eengemaakte markt zijn bestaansrecht ontleent aan het voorkomen van fragmentatie tussen nationale wetgevingen en het afschaffen van technische, juridische en fiscale belemmeringen om ondernemingen, burgers en consumenten in staat te stellen ten volle te profiteren van digitale instrumenten en diensten;

B.  overwegende dat de digitalisering en nieuwe technologieën de manieren van communiceren, de toegang tot informatie en het gedrag van burgers, consumenten en bedrijven blijven veranderen en dat e vierde industriële revolutie zal leiden tot de digitalisering van alle facetten van de economie en de maatschappij;

C.  overwegende dat het evoluerende gebruik van internet en mobiele apparaten nieuwe zakelijke mogelijkheden biedt voor bedrijven van elke omvang en nieuwe en alternatieve zakelijke modellen genereert, waarbij geprofiteerd wordt van nieuwe technologieën en toegang tot de mondiale markt, maar dat er ook nieuwe uitdagingen ontstaan;

D.  overwegende dat de evoluerende ontwikkeling en het evoluerende gebruik van internetplatforms voor een brede waaier aan activiteiten, inclusief commerciële activiteiten en het delen van goederen en diensten, de manieren hebben veranderd waarop gebruikers en bedrijven in wisselwerking treden met verstrekkers van inhoud, handelaren en andere personen die goederen en diensten aanbieden;

E.  overwegende dat de richtlijn elektronische handel tussenpersonen alleen vrijstelt van aansprakelijkheid voor inhoud, als zij noch kennis hebben van noch controle hebben over de informatie die zij opslaan en/of doorgeven, maar dat, wanneer tussenpersonen daadwerkelijke kennis hebben van een inbreuk of onwettige activiteit of informatie, bij verkrijging van deze kennis een prompte reactie vereist is om de onwettige informatie of activiteit te verwijderen of de toegang hiertoe te blokkeren;

F.  overwegende dat talrijke onlineplatforms en diensten van de informatiemaatschappij een gemakkelijkere toegang verlenen tot goederen, diensten en digitale inhoud en zich bezighouden met een breder spectrum aan activiteiten in de verhouding met consumenten en andere spelers;

G.  overwegende dat de Commissie een aantal beoordelingen uitvoert van de regels inzake consumentenbescherming en van de b2b-activiteiten van onlineplatforms ten opzichte van hun zakelijke gebruikers;

H.  overwegende dat creativiteit en innovatie de motoren van de digitale economie vormen, en het derhalve van essentieel belang is om een hoog niveau van bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen;

Algemene inleiding

1.  is tevreden met de mededeling getiteld "Online platforms en de digitale eengemaakte markt – Kansen en uitdagingen voor Europa";

2.  is tevreden met de diverse initiatieven die in het kader van de strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa al zijn voorgesteld; benadrukt het feit dat coördinatie en samenhang tussen deze initiatieven belangrijk is; is van mening dat de totstandbrenging van een digitale eengemaakte markt essentieel is voor het bevorderen van het concurrentievermogen van de EU, het creëren van kwalitatief hoogwaardige banen en hooggekwalificeerde banen en het bevorderen van de digitale economie in Europa;

3.  merkt op dat onlineplatforms de digitale economie en maatschappij van vandaag ten goede komen, door ervoor te zorgen dat de consumenten meer keuzemogelijkheden hebben en door het creëren en vormgeven van nieuwe markten; wijst er evenwel op dat onlineplatforms ook zorgen voor nieuwe uitdagingen op het gebied van regelgeving en beleid;

4.  herinnert eraan dat vele beleidsmaatregelen van de EU ook van toepassing zijn op onlineplatforms, maar merkt op dat de wetgeving in sommige gevallen niet behoorlijk wordt gehandhaafd of op uiteenlopende manieren wordt geïnterpreteerd in de lidstaten; benadrukt het feit dat het belangrijk is dat de EU-wetgeving behoorlijk ten uitvoer wordt gelegd en gehandhaafd, alvorens na te gaan of het huidige rechtskader moet worden aangevuld om deze situatie te remediëren;

5.  is tevreden met het werk dat momenteel wordt verricht om het huidige rechtskader te actualiseren en aan te vullen, om ervoor te zorgen dat het geschikt is voor het digitale tijdperk; is van mening dat een doeltreffende en aantrekkelijke omgeving op het gebied van regelgeving in Europa van vitaal belang is voor de ontwikkeling in Europa van online- en digitale bedrijfsactiviteit;

Definitie van platforms

6.  erkent dat het erg moeilijk zou zijn om te komen tot één juridisch relevante en toekomstbestendige definitie van onlineplatforms op het niveau van de EU, door factoren als de grote variëteit aan bestaande onlineplatforms en activiteitenterreinen hiervan, alsmede de snel veranderende omstandigheden van de digitale omgeving; is van mening dat één EU-definitie of één aanpak voor iedereen de EU sowieso niet zou helpen om in de platformeconomie succesvol te zijn;

7.  is zich tegelijk bewust van het feit dat het belangrijk is te voorkomen dat de interne markt van de EU gefragmenteerd raakt, hetgeen kan gebeuren, als er sprake is van een proliferatie aan regionale of nationale regels en definities, en is zich ook bewust van het feit dat zekerheid en een gelijk speelveld moeten worden geboden, zowel aan bedrijven als aan consumenten;

8.  is daarom van mening dat onlineplatforms moeten worden onderscheiden en gedefinieerd in seksespecifieke wetgeving hierover op het niveau van de EU, volgens de kenmerken, classificaties en principes van de platforms, en dat hierbij een probleemgestuurde aanpak moet worden gevolgd;

9.  is tevreden met het lopende werk van de Commissie inzake onlineplatforms, inclusief raadplegingen van belanghebbenden en uitvoering van een effectbeoordeling; acht soort op feiten gebaseerde aanpak essentieel voor het genereren van een algemeen inzicht op dit gebied; verzoekt de Commissie indien nodig regelgeving of andere maatregelen op basis van deze grondige analyse voor te stellen;

10.  merkt op dat b2c- en c2c-platforms actief zijn binnen een zeer diverse reeks activiteiten, bijvoorbeeld e-handel, de media, zoekmachines, communicatie, betaalsystemen, werkverschaffing, besturingssystemen, vervoer, reclame, de distributie van culturele inhoud, de deeleconomie en sociale netwerken; merkt voorts op dat, hoewel bepaalde gemeenschappelijke kenmerken de identificatie van onlineplatforms mogelijk maken, deze entiteiten veel verschillende vormen kunnen aannemen en veel verschillende benaderingen kunnen worden toegepast om een onlineplatform te identificeren;

11.  merkt op dat onlineplatforms in meer of mindere mate worden gekenmerkt door bepaalde gemeenschappelijke elementen, waaronder: opereren in veelzijdige markten; partijen die behoren tot twee of meer verschillende gebruikersgroepen, in staat stellen rechtstreeks met elkaar in contact te treden langs elektronische weg; met elkaar in contact brengen van diverse soorten gebruikers; aanbieden van onlinediensten afgestemd op de voorkeuren van gebruikers, op basis van de door gebruikers verstrekte gegevens; classificeren of referenceren van inhoud, bijvoorbeeld door middel van algoritmen, goederen of diensten die worden voorgesteld of online worden geplaatst door derden; samenbrengen van diverse partijen met het oog op de verkoop van een artikel, de verstrekking van een dienst of de uitwisseling dan wel het delen van inhoud, informatie, goederen of diensten;

12.  wijst erop dat het van cruciaal belang is duidelijkheid te verschaffen over de methoden waarmee op algoritmen gebaseerde besluiten worden genomen en te ijveren voor transparantie in het gebruik van deze algoritmen; verzoekt de Commissie en de lidstaten daarom na te gaan wat de kans is op fouten en vertekeningen bij het gebruik van algoritmen, teneinde iedere vorm van discriminatie, oneerlijke praktijken of inbreuk op de privacy te voorkomen;

13.  is echter van mening dat een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen b2c- en b2b-platforms, gezien de opkomst van online b2b-platforms die cruciaal zijn voor de ontwikkeling van het industriële internet, zoals diensten in de cloud of platforms voor het delen van gegevens die de communicatie tussen producten van het internet der dingen mogelijk maken; verzoekt de Commissie de belemmeringen op de interne markt aan te pakken die de groei van dergelijke platforms tegenhouden;

Facilitering van de duurzame groei van Europese onlineplatforms

14.  merkt op dat onlineplatforms het internet gebruiken als instrument voor interactie en dat zij optreden als faciliteerders tussen de partijen, en dat zij zo voordelen opleveren voor gebruikers, consumenten en bedrijven, door de toegang tot de mondiale markt te faciliteren; merkt op dat onlineplatforms kunnen bijdragen tot aanpassing van de vraag en het aanbod van goederen en diensten, op basis van sentimenten in de gemeenschap, gedeelde toegang, reputatie en vertrouwen;

15.  merkt op dat onlineplatforms en -toepassingen, waarvan er vele zijn ontworpen door Europese ontwikkelaars van toepassingen, de voordelen genieten van het enorme en steeds toenemende aantal mobiele apparaten, pc's, laptops en overige computerapparaten en dat zij steeds meer op deze apparaten beschikbaar zijn;

16.  wijst erop dat topprioriteit moet worden gegeven aan het garanderen van voldoende investeringen voor de uitrol van breedbandnetwerken met hoge snelheid en andere digitale infrastructuur, om de connectiviteitsdoelstellingen te realiseren van de gigabitmaatschappij, omdat deze uitrol van cruciaal belang is om burgers en bedrijven te laten profiteren van de ontwikkeling van de 5G-technologie en, in het algemeen, om te zorgen voor connectiviteit in alle lidstaten;

17.  onderstreept het feit dat het steeds wijder verspreide gebruik van slimme apparaten, waaronder smartphones en tablets, de toegang tot nieuwe diensten, inclusief onlineplatforms nog heeft verruimd en verbeterd, zodat de rol ervan in de economie en de maatschappij is toegenomen, vooral onder jongeren, maar steeds meer onder alle leeftijdsgroepen; merkt op dat de digitalisering nog zal toenemen met de snelle ontwikkeling van het internet der dingen, dat naar verwachting tegen 2020 25 miljard objecten met elkaar zal verbinden;

18.  acht toegang tot onlineplatforms kwalitatief hoogstaande technologie belangrijk voor alle burgers en bedrijven, niet slechts diegene die al online actief zijn; benadrukt het feit dat het belangrijk is het ontstaan te voorkomen van kloven die er kunne komen door een gebrek aan digitale vaardigheden of ongelijke toegang tot technologie; benadrukt het feit dat een toegewijde benadering van de ontwikkeling van digitale vaardigheden vereist is op nationaal en Europees niveau;

19.  vestigt de aandacht op de zich snel ontwikkelende onlineplatformmarkten, die een nieuwe afzetmogelijkheid bieden voor producten en diensten; merkt op dat deze markten een mondiaal en grensoverschrijdend karakter hebben; wijst erop dat mondiale onlineplatformmarkten consumenten een ruime waaier aan keuzemogelijkheden en effectieve prijsconcurrentie bieden; merkt op dat de "roam-like-at-home"-overeenkomst de grensoverschrijdende dimensie van onlineplatforms ondersteunt, door het gebruik van onlinediensten betaalbaarder te maken;

20.  wijst op de toenemende rol van onlineplatforms in het delen van en toegang bieden tot nieuws en overige informatie die waardevol is voor burgers en voor het functioneren van de democratie; is van mening dat onlineplatforms ook kunnen fungeren als faciliteerders van e-governance;

21.  dringt er bij de Commissie op aan de groei van de Europese onlineplatforms en start-ups te blijven bevorderen en de capaciteit hiervan om actief te worden op grotere schaal en mondiaal te concurreren, te versterken; roept de Commissie op om met betrekking tot onlineplatforms een innovatievriendelijk beleid te blijven voeren, om markttoegang te faciliteren; betreurt het lage aandeel van de EU van de marktkapitalisatie op onlineplatforms; benadrukt het feit dat het belangrijk is de belemmeringen te verwijderen die de soepele werking van onlineplatforms over de grenzen heen hinderen en de werking van de Europese digitale eengemaakte markt verstoren; benadrukt het feit dat non-discriminatie belangrijk is en dat omschakelen tussen platforms die met elkaar verenigbare diensten aanbieden, moet worden gefaciliteerd;

22.  benadrukt het feit dat cruciale factoren onder andere een open omgeving, homogene regels, de beschikbaarheid van voldoende connectiviteit, de interoperabiliteit van bestaande toepassingen en de beschikbaarheid van open normen omvatten;

23.  merkt op dat onlineplatforms aanzienlijke voordelen kunnen opleveren voor kmo's en start-ups; merkt op dat onlineplatforms vaak de gemakkelijkste en meest geschikte eerste stap vormen voor kleine ondernemingen die online willen gaan en willen profiteren van online distributiekanalen; merkt op dat onlineplatforms en start-ups kmo's in staat stellen zich op de mondiale markten te begeven zonder dat zij buitensporige investeringen moeten doen in het opbouwen van dure digitale infrastructuur; onderstreept het feit dat transparantie en billijke toegang tot platforms belangrijk zijn en herinnert eraan dat de toenemende dominantie van bepaalde onlineplatforms het vrije ondernemerschap niet mag verminderen;

24.  dringt er bij de Commissie op aan prioriteit te verlenen aan acties die het mogelijk maken dat Europese start-ups en onlineplatforms ontstaan en gaan opereren op grotere schaal; benadrukt het feit dat het faciliteren van de financiering van en investeringen in start-ups, met gebruikmaking van alle bestaande financieringsinstrumenten, van vitaal belang is voor de ontwikkeling van onlineplatforms die hun origine hebben in Europa, met name door toegang tot risicokapitaal en diverse kanalen, zoals bankieren of overheidsmiddelen, of door alternatieve financieringsmogelijkheden, zoals crowdfunding en crowdinvesteringen;

25.  merkt op dat sommige onlineplatforms de deeleconomie faciliteren en bijdragen tot de groei ervan in Europa; is tevreden met de mededeling van de Commissie over de deeleconomie en benadrukt dat deze de eerste stap moet zijn op weg naar een bredere Europese strategie op dit gebied waarmee de ontwikkeling wordt ondersteund van nieuwe zakelijke modellen; benadrukt het feit dat deze nieuwe zakelijke modellen banen creëren, het ondernemerschap bevorderen en nieuwe diensten, een ruimere keuze en betere prijzen bieden voor de consumenten, alsmede flexibiliteit en nieuwe mogelijkheden genereren, maar dat zij ook kunnen leiden tot uitdagingen en risico's voor de werknemers;

26.  wijst erop dat de lidstaten de laatste decennia vooruitgang hebben geboekt op het gebied van arbeids- en sociale normen en van socialebeschermingsstelsels en benadrukt het feit dat de ontwikkeling van de sociale dimensie ook gegarandeerd moet worden in het digitale tijdperk; merkt op dat de toenemende digitalisering een impact heeft op de arbeidsmarkten, het herdefiniëren van banen en de contractuele relaties tussen werknemers en ondernemingen; merkt op dat het belangrijk is naleving te garanderen van de arbeids- en sociale rechten en te zorgen voor een passende handhaving van de bestaande wetgeving, om de socialezekerheidsstelsels en de kwaliteit van banen verder te bevorderen; verzoekt de lidstaten om, in samenwerking met de sociale partners en andere belanghebbenden, te beoordelen of de bestaande wetgeving, met inbegrip van de socialezekerheidsstelsels, moet worden gemoderniseerd, om gelijke tred te houden met de technologische ontwikkelingen en tegelijkertijd de bescherming van werknemers te waarborgen, alsmede behoorlijke arbeidsomstandigheden te garanderen en te zorgen voor algemene voordelen voor de maatschappij als geheel;

27.  verzoekt de lidstaten te zorgen voor voldoende sociale zekerheid voor zelfstandigen, die belangrijke spelers zijn op de digitale arbeidsmarkt; verzoekt de lidstaten ook indien nodig nieuwe beschermingsmechanismen te ontwikkelen, om te zorgen voor een passende dekking van werknemers van onlineplatforms en voor non-discriminatie en gendergelijkheid, en om de beste praktijken op Europees niveau te delen;

28.  merkt op dat online gezondheidsplatforms innovatieve activiteiten kunnen ondersteunen door relevante kennis te creëren en over te dragen van betrokken consumenten van gezondheidsdiensten voor het innoveren van de gezondheidsomgeving; benadrukt dat nieuwe innovatieplatforms de volgende generatie van innovatieve gezondheidsproducten mede zullen ontwerpen en creëren, zodat deze precies aansluiten op behoeften waarin momenteel niet wordt voorzien;

Verduidelijking van de aansprakelijkheid van tussenpersonen

29.  merkt op dat de huidige EU-regeling inzake aansprakelijkheid van tussenpersonen een van de kwesties is die sommige belanghebbenden in het lopende debat over onlineplatforms ter sprake brengen; merkt op dat de raadpleging over het regelgevingskader voor platforms heeft uitgewezen dat er enige steun is voor het bestaande kader dat vervat is in de richtlijn elektronische handel, maar ook dat bepaalde tekortkomingen bij de handhaving ervan moeten worden geremedieerd; is daarom van mening dat de aansprakelijkheidsregeling verder moet worden verduidelijkt, omdat deze een cruciale pijler is voor de digitale economie van de EU; acht richtsnoeren nodig van de Commissie met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het kader inzake de aansprakelijkheid van tussenpersonen, om ervoor te zorgen dat onlineplatforms hun verantwoordelijkheden kunnen opnemen en de aansprakelijkheidsregels kunnen naleven, om de rechtszekerheid te vergroten en om te zorgen voor meer vertrouwen bij de gebruikers; verzoekt de Commissie met het oog hierop bijkomende stappen te ontwikkelen, waarbij het eraan herinnert dat platforms die geen neutrale rol spelen overeenkomstig de definitie in de richtlijn elektronische handel, geen aanspraak kunnen maken op vrijstelling van aansprakelijkheid;

30.  benadrukt dat, hoewel vandaag de dag meer creatieve producten worden verbruikt dan ooit, bijvoorbeeld via platforms waarop gebruikers hun eigen inhoud kunnen uploaden en diensten voor aggregatie van inhoud, de creatieve sector zijn inkomsten niet evenredig heeft zien stijgen; benadrukt dat als een van de belangrijkste redenen hiervoor een overdracht van waarde wordt gezien die is ontstaan als gevolg van een gebrek aan duidelijkheid over de status van deze onlinediensten in het kader van de wetgeving inzake auteursrechten en elektronische handel; benadrukt het feit dat er een oneerlijke markt is gecreëerd, die een bedreiging vormt voor de ontwikkeling van de digitale eengemaakte markt en de belangrijkste actoren hiervan, namelijk de culturele en creatieve sector;

31.  is tevreden met het feit dat de Commissie het op zich heeft genomen om richtsnoeren voor de aansprakelijkheid van tussenpersonen te publiceren, omdat er een gebrek aan duidelijkheid is wat de huidige regels en de tenuitvoerlegging ervan in sommige lidstaten betreft; is van mening dat de richtsnoeren het gebruikersvertrouwen in onlinediensten zal vergroten; dringt er bij de Commissie op aan haar voorstellen in te dienen; verzoekt de Commissie de aandacht te vestigen op de verschillen in regelgeving tussen de online- en de offlinewereld en een gelijk speelveld te creëren voor vergelijkbare diensten online en offline, als dit nodig en realiseerbaar is, rekening houdend met de specifieke kernmerken van elk terrein, de ontwikkeling van de maatschappelijke ontwikkelingen, de behoefte aan meer transparantie en rechtszekerheid en het feit dat de innovatie niet mag worden belemmerd;

32.  is van mening dat digitale platforms een middel zijn om de toegang tot cultureel en creatief werk te vergroten, en dat ze tal van mogelijkheden bieden voor de culturele en creatieve sector om nieuwe zakelijke modellen te ontwikkelen; wijst op het feit dat moet worden nagegaan hoe dit proces kan functioneren met meer rechtszekerheid en respect voor rechthebbenden; onderstreept het belang van transparantie en van het verzekeren van een gelijk speelveld; is in dit opzicht van mening dat de bescherming van rechthebbenden in het kader van copyright en intellectueel eigendom noodzakelijk is om de erkenning van waarde en de bevordering van innovatie, creativiteit, investeringen en productie van inhoud te verzekeren;

33.  dringt er bij onlineplatforms op aan krachtigere maatregelen te nemen om illegale en schadelijke inhoud online aan te pakken; is tevreden met de lopende werkzaamheden aan de richtlijn audiovisuele mediadiensten en de intentie van de Commissie om maatregelen voor te stellen voor videoplatforms om minderjarigen te beschermen inhoud die verband houdt met haattaal, te verwijderen; merkt op dat niet wordt verwezen naar inhoud op het gebied van het aanzetten tot terrorisme; vraagt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan het voorkomen van pesten van en geweld tegen kwetsbare personen;

34.  is van mening dat de aansprakelijkheidsregels voor onlineplatforms het mogelijk moeten maken dat kwesties in verband met illegale inhoud en goederen efficiënt worden aangepakt, bijvoorbeeld door zorgvuldigheidsprocedures toe te passen, terwijl een evenwichtige en innovatievriendelijke aanpak behouden blijft; dringt er bij de Commissie op aan de kennisgevings- en verwijderingsprocedures te definiëren en verder te verduidelijken en richtsnoeren te bieden met betrekking tot vrijwillige maatregelen om deze inhoud aan te pakken;

35.  benadrukt het feit dat het belangrijk is actie te ondernemen tegen de verspreiding van nepnieuws; verzoekt onlineplatforms gebruikers van middelen te voorzien om nepnieuws aan de kaak te stellen, zodat andere gebruikers op de hoogte kunnen worden gebracht van het feit dat de juistheid van de inhoud wordt aangevochten; wijst er tegelijkertijd op dat een vrije uitwisseling van standpunten van fundamenteel belang is voor de democratie en dat het recht op een persoonlijke levenssfeer ook geldt in de sfeer van de sociale media; wijst op de waarde van vrije pers met betrekking tot het voorzien van burgers van betrouwbare informatie;

36.  roept de Commissie op de huidige situatie en het juridisch kader met betrekking tot nepnieuws grondig te analyseren en te onderzoeken of het mogelijk is juridisch in te grijpen om de publicatie en verspreiding van valse inhoud tegen te gaan;

37.  benadrukt het feit dat onlineplatforms illegale goederen en inhoud en oneerlijke praktijken (bijvoorbeeld de wederverkoop van tickets voor amusementsevenementen tegen een buitensporig hoge prijs) moeten bestrijden, door middel van regelgeving, aangevuld met effectieve zelfregulerende maatregelen (bijvoorbeeld duidelijke gebruiksvoorwaarden en passende mechanismen voor het identificeren van recidivisten, of de oprichting van gespecialiseerde teams voor het modereren van inhoud en het opsporen van gevaarlijke producten) of hybride maatregelen;

38.  is tevreden met de in 2016 voor de sector overeengekomen en door de Commissie ondersteunde gedragscode voor het bestrijden van illegale haatzaaiende uitlatingen en verzoekt de Commissie passende en redelijke instrumenten te ontwikkelen waarmee onlineplatforms illegale goederen en inhoud kunnen identificeren en verwijderen;

39.  is van mening dat naleving van de algemene verordening inzake gegevensbescherming en de richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging van essentieel belang is met betrekking tot eigendom van gegeven; merkt op dat er vaak stimulansen zijn voor gebruikers om hun persoonsgegevens te delen met onlineplatforms; benadrukt het feit dat gebruikers geïnformeerd moeten worden over het precieze karakter van de verzamelde gegevens en de manier waarop deze zullen worden gebruikt; onderstreept het feit dat het een dwingende vereiste is dat gebruikers controle hebben over de verzameling en het gebruik van hun persoonsgegevens; benadrukt het feit dat er ook een optie moet zijn om persoonsgegevens niet te delen; merkt op dat de regel inzake het recht om vergeten te worden, ook van toepassing is op onlineplatforms; verzoekt onlineplatforms ervoor te zorgen dat anonimiteit gegarandeerd is, wanneer persoonsgegevens worden verwerkt door derden;

40.  roept de Commissie op snel te beoordelen of er behoefte is aan formele meldings- en actieprocedures als veelbelovende manier om de aansprakelijkheidsregeling in de hele EU op geharmoniseerde wijze aan te scherpen;

41.  spoort de Commissie aan zo snel mogelijk praktische richtsnoeren te verstrekken ten aanzien van het markttoezicht op online verkochte producten;

Creëren van een gelijk speelveld

42.  dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor een gelijk speelveld voor aanbieders van onlineplatforms en andere diensten waarmee zij concurreren, inclusief b2b en c2c; benadrukt het feit dat rechtszekerheid essentieel is voor het creëren van een bloeiende digitale economie; merkt op dat de concurrentiedruk verschilt tussen sectoren en verschillende actoren binnen sectoren; herinnert er daarom aan dat oplossingen met één remedie voor alle situaties daarom zelden geschikt zijn; is van mening dat bij alle op maat gemaakte oplossingen of regelgeving die worden voorgesteld, rekening moet worden gehouden met de specifieke kenmerken van platforms, om te zorgen voor eerlijke mededinging op gelijke voet;

43.  vestigt de aandacht op het feit dat de omvang van onlineplatforms varieert van multinationals tot micro-ondernemingen; benadrukt het feit dat eerlijke en effectieve concurrentie tussen onlineplatforms belangrijk is om een ruimere keuze voor de consumenten te creëren en de totstandkoming te voorkomen van monopolies of dominante posities die door machtsmisbruik de markt verstoren; benadrukt het feit dat facilitering van het overschakelen tussen onlineplatforms of onlinediensten een essentiële maatregel is om marktfalen te voorkomen en lock-insituaties te vermijden;

44.  merkt op dat onlineplatforms de sterk gereguleerde traditionele zakelijke modellen veranderen; onderstreept het feit dat bij eventuele hervormingen van het bestaande regelgevingskader moet worden gefocust op het harmoniseren van de regels en het verminderen van het gefragmenteerde karakter van de regelgeving teneinde een open en concurrerende markt voor onlineplatforms tot stand te brengen en tegelijk strenge normen te garanderen op het gebied van consumentenbescherming; benadrukt het feit dat overregulering moet worden voorkomen en dat het REFIT-proces en de toepassing van het beginsel van betere regelgeving moeten worden voortgezet; benadrukt het feit dat het belangrijk is dat er sprake is van technologieneutraliteit en dat er samenhang bestaat tussen de regels die in gelijkwaardige situaties online en offline worden toegepast, in zoverre dit nodig en realiseerbaar is; benadrukt het feit dat rechtszekerheid het concurrentievermogen, investering en innovatie bevordert;

45.  onderstreept het feit dat investering in infrastructuur belangrijk is in zowel stedelijke als plattelandsgebieden; benadrukt het feit dat eerlijke concurrentie garant staat voor investering in hoogwaardige hogesnelheidsbreedbanddiensten; benadrukt het feit dat betaalbare toegang tot en de volledige uitrol van een betrouwbare hogesnelheidsinfrastructuur, zoals supersnelle verbindingen en telecommunicatie, het aanbieden en gebruiken van onlineplatformdiensten bevordert; benadrukt het feit dat netneutraliteit en eerlijke en niet-discriminerende toegang tot onlineplatforms nodig zijn, als voorwaarde voor innovatie en een daadwerkelijk concurrerende markt; dringt er bij de Commissie op aan de financieringsregelingen voor hiermee verband houdende initiatieven ter facilitering van het digitialiseringsproces te stroomlijnen, om gebruik te maken van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF) en Horizon 2020, alsmede de bijdragen uit de nationale begrotingen van de lidstaten; verzoekt de Commissie het potentieel te beoordelen van publiek-private partnerschappen (PPP's) en gemeenschappelijke technologie-initiatieven (GTI);

46.  verzoekt de Commissie te overwegen een geharmoniseerde benadering tot stand te brengen met betrekking tot het recht op rectificatie, het recht op wederwoord en het recht op respijt voor gebruikers van platforms;

47.  verzoekt de Commissie een gelijk speelveld tot stand te brengen met betrekking tot schadeclaims tegen platforms die het gevolg zijn van het in omloop brengen van feiten om iemand in het diskrediet te brengen, die de gebruiker blijvende schade toebrengen.

Informatie en rechten voor burgers en consumenten

48.  onderstreept het feit dat het internet van de toekomst niet kan slagen zonder vertrouwen van de gebruikers in onlineplatforms, meer transparantie, een gelijk speelveld, bescherming van persoonsgegevens, een betere controle van reclame- en andere geautomatiseerde systemen en eerbiediging door onlineplatforms van alle toepasselijke wetgeving en de legitieme belangen van gebruikers;

49.  benadrukt het feit dat transparantie bij gegevensverzameling en -gebruik belangrijk is en is van mening dat onlineplatforms op adequate wijze tegemoet moeten komen aan de bezorgdheid van de gebruikers door hun naar behoren om toestemming te vragen overeenkomstig de algemene verordening gegevensbescherming en hen effectiever en duidelijker te informeren over de persoonsgegevens die worden verzameld en de manier waarop deze worden gedeeld en gebruikt overeenkomstig het EU-kader inzake gegevensbescherming, waarbij de gebruikers de optie behouden hun toestemming ten aanzien van individuele gegevens in te trekken, zonder de volledige toegang tot een dienst te verliezen;

50.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de nodige maatregelen te treffen om de volledige eerbiediging van de rechten van burgers op privacy en op bescherming van hun persoonsgegevens in de digitale omgeving te waarborgen; benadrukt het belang van de deugdelijke tenuitvoerlegging van de algemene verordening gegevensbescherming, waarbij de volledige toepassing van het beginsel van "gegevensbescherming door ontwerp" moet worden gewaarborgd;

51.  wijst erop dat het belangrijk is om duidelijkheid te geven omtrent de kwesties in verband met gegevenstoegang, gegevenseigendom en aansprakelijkheid met betrekking tot gegevens, en dringt er bij de Commissie op aan het huidige regelgevingskader nader te onderzoeken met betrekking tot deze kwesties;

52.  onderstreept het feit dat het grensoverschrijdende karakter van onlineplatforms een groot voordeel is voor de ontwikkeling van de digitale eengemaakte markt, maar ook betere samenwerking vereist tussen de nationale overheidsinstanties; verzoekt de bestaande diensten en mechanismen op het gebied van consumentenbescherming om samen te werken en efficiënte consumentenbescherming te bieden met betrekking tot de activiteiten van onlineplatforms; wijst in dit opzicht bovendien op het belang van grensoverschrijdende handhaving en samenwerking; is verheugd over het voornemen van de Commissie om na te gaan of er eventueel extra behoefte is aan het bijwerken van bestaande regels inzake consumentenbescherming met betrekking tot platforms in het kader van de REFIT-evaluatie van de EU-consumenten- en marketingwetgeving in 2017;

53.  moedigt onlineplatforms ertoe aan om consumenten duidelijke, volledige en billijke voorwaarden te bieden en te zorgen voor gebruiksvriendelijke methoden voor het presenteren van hun voorwaarden, verwerking van gegevens, wettelijke en commerciële garanties en mogelijke kosten, waarbij zij complexe terminologie moeten vermijden, teneinde de consumentenbescherming te verbeteren en het vertrouwen en het begrip van consumentenrechten te bevorderen, omdat dit van vitaal belang is om ervoor te zorgen dat onlineplatforms slagen;

54.  wijst op het feit dat het hoge niveau van consumentenbescherming met betrekking tot onlineplatforms niet alleen van toepassing is op b2b-praktijken, maar ook op c2c-transacties;

55.  vraagt een evaluatie van de bestaande wetgeving en zelfreguleringsmechanismen om na te gaan of deze gebruikers, consumenten en bedrijven adequate bescherming bieden, gezien het toenemende aantal klachten en de onderzoeken die de Commissie naar een aantal platforms heeft gestart;

56.  benadrukt het feit dat het belangrijk is gebruikers duidelijke, onpartijdige en transparante informatie te verstrekken over de criteria die worden gehanteerd om de aan hun gepresenteerde informatie te filteren, rangschikken, sponsoren, personaliseren of evalueren; onderstreept het feit dat er een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen gesponsorde en alle andere inhoud;

57.  verzoekt de Commissie bepaalde kwesties aan te pakken in verband met de beoordelingssystemen van platforms, bijvoorbeeld nepbeoordelingen of de verwijdering van negatieve beoordelingen, om een concurrentievoordeel te realiseren; benadrukt het feit dat beoordelingen betrouwbaarder en nuttiger voor de consumenten moeten worden gemaakt en dat gegarandeerd moet worden dat platforms de bestaande verplichtingen nakomen en in verband hiermee maatregelen nemen tegen praktijken als vrijwillige regelingen; is tevreden met de richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van de richtlijn over oneerlijke handelspraktijken;

58.  verzoekt de Commissie een beoordeling te maken van de behoefte aan criteria en drempels om de voorwaarden te bepalen waaronder onlineplatforms kunnen worden onderworpen aan extra markttoezicht en richtsnoeren op te stellen om onlineplatforms te helpen bij het tijdig nakomen van de bestaande verplichtingen en richtsnoeren, met name op het gebied van consumentenbescherming en de mededingingsregels;

59.  benadrukt het feit dat de rechten van auteurs en makers ook in het digitale tijdperk beschermd moeten worden en herinnert eraan dat de creatieve sector belangrijk is voor de werkgelegenheid en de economie in de EU; verzoekt de Commissie een evaluatie uit te voeren van de bestaande richtlijn handhaving intellectuele-eigendomsrechten(9), om het opzettelijke misbruik van verslagleggingsprocessen te voorkomen en ervoor te zorgen dat alle spelers in de waardeketen, met inbegrip van tussenpersonen als aanbieders van internetdiensten, effectiever kunnen strijden tegen namaak, door het nemen van actieve, proportionele en effectieve maatregelen om de traceerbaarheid te garanderen en het promoten en distribueren van nagemaakte goederen te voorkomen, omdat namaak een risico inhoudt voor de consumenten;

60.  benadrukt dat er bij de waardeverdeling voor intellectuele eigendom een evenwicht moet worden hersteld, met name op platforms waarop beschermde audiovisuele inhoud wordt verspreid;

61.  dringt aan op nauwere samenwerking tussen platforms en rechthebbenden om te zorgen voor een behoorlijke vereffening van auteursrechten en om online de strijd aan te gaan met inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten; herinnert eraan dat dergelijke inbreuken een wezenlijk probleem kunnen vormen, niet alleen voor bedrijven maar ook voor de gezondheid en veiligheid van de consument, die zich bewust moet zijn van het bestaan van illegale handel in namaakproducten; dringt daarom nogmaals aan op de toepassing van de "follow the money"-aanpak voor desbetreffende betalingsdiensten, zodat namakers verstoken blijven van middelen om hun economische activiteiten te verrichten; onderstreept dat een herziening van de richtlijn handhaving intellectuele-eigendomsrechten een geschikte manier zou zijn om tussen platforms, gebruikers en alle andere marktdeelnemers een hoge graad van samenwerking te bekomen, in combinatie met een correcte toepassing van de richtlijn elektronische handel;

62.  verzoekt de Commissie het platform dat in het leven is geroepen voor de beslechting van geschillen in verband met online aankopen beter bekend te maken bij de consument, en vraagt om het gebruiksvriendelijker te maken en erop toe te zien dat handelaars de verplichting naleven om op hun website een link te plaatsen naar dit platform, zodat verder werk kan worden gemaakt van het groeiende aantal klachten tegen verscheidene online platforms;

Vergroten van het onlinevertrouwen en bevorderen van innovatie

63.  onderstreept het feit dat een effectieve handhaving van gegevensbescherming en van de consumentenrechten op onlinemarkten overeenkomstig de algemene verordening gegevensbescherming en de richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging prioritaire acties zijn, zowel voor het overheidsbeleid als voor het bedrijfsleven, om het vertrouwen te bevorderen; benadrukt het feit dat consumenten- en gegevensbescherming diverse maatregelen en technische middelen vereisen op het gebied van onlineprivacy en internet- en cyberveiligheid; onderstreept het feit dat transparantie belangrijk is met betrekking tot gegevensverzameling en de veiligheid van betalingen;

64.  merkt op dat onlinebetalingen een hoog niveau van transparantie bieden dat helpt de rechten van consumenten en ondernemers te beschermen en de frauderisico's tot een minimum te beperken; is ook tevreden met de nieuwe, innoverende alternatieve betalingsmethoden, bijvoorbeeld virtuele munteenheden en e-portefeuilles; merkt op dat transparantie de vergelijking van prijzen en transactiekosten vergemakkelijkt en de traceerbaarheid van economische transacties vergroot;

65.  benadrukt het feit dat een eerlijke, voorspelbare en innovatievriendelijke omgeving, alsmede investering in onderzoek en ontwikkeling en het bijscholen van werknemers van vitaal belang zijn voor het genereren van nieuwe ideeën en innovaties; onderstreept het feit dat open data en open normen belangrijk zijn voor de ontwikkeling van nieuwe onlineplatforms en innovatie; herinnert eraan dat de evaluatie van de tenuitvoerlegging van de richtlijn inzake het hergebruik van overheidsinformatie(10) gepland is voor 2018; constateert dat open, geavanceerde en gedeelde testnetwerken en open programmeerinterfaces een aanwinst voor Europa kunnen zijn;

66.  benadrukt het feit dat het belangrijk is dat een toegewijde aanpak wordt gevolgd, door de Commissie en met name de lidstaten, met betrekking tot de ontwikkeling van digitale vaardigheden, om een hoogopgeleide beroepsbevolking te vormen, omdat dit een voorwaarde is om te zorgen voor een hoge werkgelegenheidsgraad tegen billijke voorwaarden in de hele EU en tegelijk een einde te maken aan de digitale ongeletterdheid die de digitale kloof en digitale uitsluiting verdiept; onderstreept daarom het feit dat ontwikkeling en verbetering van de digitale vaardigheden plicht is en grootschalige investeringen vereist in onderwijs en een leven lang leren;

67.  is van mening dat platforms waarop een grote hoeveelheid beschermde werken is opgeslagen en beschikbaar is gesteld voor het publiek licentieovereenkomsten moeten sluiten met de desbetreffende rechthebbenden, tenzij ze geen actief karakter hebben en derhalve onder de uitzondering van artikel 14 van de richtlijn elektronische handel vallen, met het oog op een eerlijke winstverdeling met auteurs, makers en de desbetreffende rechthebbenden; onderstreept dat deze licentieovereenkomsten en de uitvoering ervan gebruikers in staat moeten stellen hun grondrechten uit te oefenen;

Eerbiediging van b2b-betrekkingen en het EU-mededingingsrecht

68.  is verheugd over de acties van de Commissie om het mededingingsrecht beter te handhaven in de digitale wereld en onderstreept het feit dat het gezien het snelle tempo van de digitale sector van belang is dat in mededingingszaken snel wordt beslist; merkt evenwel op dat het EU-mededingingsrecht in bepaalde opzichten moet worden aangepast aan de digitale wereld, om ervoor te zorgen dat het zijn doel dient;

69.  maakt zich zorgen over de problematische oneerlijke b2b-handelspraktijken van sommige onlineplatforms, bijvoorbeeld gebrek aan transparantie (bijvoorbeeld in zoekresultaten, datagebruik of prijsstellingen) en unilaterale wijzigingen van de voorwaarden, het promoten in de vorm van reclame of het promoten van gesponsorde resultaten terwijl tegelijkertijd niet-betaalde resultaten minder zichtbaar aangeboden worden, mogelijke onbillijke voorwaarden, bijvoorbeeld wat betalingsoplossingen betreft, en mogelijke gevallen van misbruik van de duale rol van platforms als tussenpersonen en concurrenten; constateert dat deze duale rol economische stimulansen kan creëren voor onlineplatforms op basis waarvan deze platforms onderscheid kunnen maken ten gunste van hun eigen producten en diensten en discriminerende b2b-voorwaarden kunnen opleggen; en verzoekt de Commissie zodoende om adequate maatregelen te treffen;

70.  roept de Commissie op een op groei en consumenten gericht juridisch kader voor b2b-betrekkingen voor te stellen op basis van beginselen die misbruik van marktposities moeten voorkomen en moeten waarborgen dat platforms die als toegangspunt tot een downstreammarkt fungeren niet als poortwachters optreden; is van mening dat dit kader moet dienen om schadelijke effecten op het consumentenwelzijn te voorkomen en het concurrentievermogen en innovatie te bevorderen; raadt daarnaast aan dat dit kader technologisch neutraal moet zijn en bestaande risico's het hoofd moet kunnen bieden, bijvoorbeeld met betrekking tot de markt voor mobiele besturingssystemen, maar ook toekomstige risico's ten aanzien van nieuwe door het internet aangestuurde technologieën, zoals het internet van de dingen of kunstmatige intelligentie, die de positie van platforms nog zal versterken, met een nog stevigere positie tussen onlinebedrijven en consumenten;

71.  is verheugd over het door de Commissie in het voorjaar van 2017 uit te voeren feitenonderzoek inzake b2b-praktijken en dringt aan op het ondernemen van effectieve stappen ter waarborging van eerlijke concurrentie;

72.  onderstreept het feit dat het EU-mededingingsrecht en de EU-autoriteiten indien nodig een gelijk speelveld moeten garanderen, inclusief met betrekking tot consumentenbescherming en belastingkwesties;

73.  neemt kennis van de recente onthullingen onder andere over grote digitale bedrijven en hun praktijken in verband met fiscale planning in de EU; is in verband hiermee tevreden met de inspanningen die de Commissie levert voor het bestrijden van belastingontwijking en verzoekt de lidstaten en de Commissie bijkomende hervormingen voor te stellen om praktijken op het gebied van belastingontwijking in de EU te voorkomen; roept op tot het nemen van maatregelen om ervoor te zorgen dat alle bedrijven, met inbegrip van digitale bedrijven, hun belastingen betalen in de lidstaten waar hun economische activiteiten worden verricht;

74.  wijst op de verschillen in het wettelijke landschap in de 28 lidstaten en op de specifieke kenmerken van de digitale sector, waar de fysieke aanwezigheid van een bedrijf in het land van de markt vaak niet vereist is; verzoekt de lidstaten hun btw-stelsel aan te passen volgens het principe van het land van bestemming(11);

Plaats van de EU in de wereld

75.  wijst erop dat de plaats van de EU op de wereldmarkt teleurstellend laag is, met name door de huidige fragmentatie van de digitale markt, rechtsonzekerheid en het gebrek aan financiering en capaciteit om technologische innovaties op de markt te brengen, hetgeen het moeilijk maakt voor Europese bedrijven om in deze nieuwe, mondiaal concurrerende economie wereldleiders te worden en te concurreren met spelers elders in de wereld; moedigt de ontwikkeling aan van een omgeving voor start-ups en bedrijven die doorgroeien ("scale-ups") die bevorderlijk is voor ontwikkeling en lokale banencreatie;

76.  verzoekt de Europese instellingen te zorgen voor een gelijk speelveld tussen EU- en niet-EU-spelers, bijvoorbeeld met betrekking tot belasting en dergelijke;

77.  is van mening dat de EU een belangrijke speler in de digitale wereld kan worden en dat zij de weg vrij moet maken voor een innovatievriendelijk klimaat in Europa door een waterdicht juridisch kader vast te stellen ter bescherming van alle belanghebbenden;

o
o   o

78.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de Europese Raad en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0052.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0009.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0010.
(4) PB L 310 van 26.11.2015, blz. 1.
(5) PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.
(6) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(7) PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1.
(8) PB C 75 van 10.3.2017, blz. 119.
(9) Richtlijn 2004/48/EG (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45).
(10) Richtlijn 2003/98/EG (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90).
(11) Zie de resolutie van het Europees Parlement van 24 november 2016 over wegen naar een definitief btw-stelsel en bestrijding van btw-fraude (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0453).

Juridische mededeling