Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2576(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0436/2017

Ingediende teksten :

B8-0436/2017

Debatten :

PV 03/07/2017 - 20
CRE 03/07/2017 - 20

Stemmingen :

PV 05/07/2017 - 8.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0301

Aangenomen teksten
PDF 196kWORD 57k
Woensdag 5 juii 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Toename van het aantal besmettingen met hiv, tuberculose en HCV in Europa
P8_TA(2017)0301B8-0436/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 5 juli 2017 over de reactie van de EU op hiv/aids, tuberculose en hepatitis C (2017/2576(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 168 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien Besluit nr. 1082/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 over ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid en houdende intrekking van Beschikking nr. 2119/98/EG(1),

–  gezien het actieplan van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor de aanpak van hiv door de gezondheidssector in de Europese regio van de WHO, waarin aandacht wordt besteed aan de mondiale strategie voor de gezondheidssector inzake hiv voor de periode 2016-2021,

–  gezien het jaarlijks epidemiologisch verslag 2014 van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) over seksueel overdraagbare infecties, waaronder hiv en door bloed overgedragen virussen,

–  gezien het rapport van het ECDC over de prevalentie van hepatitis B en C in de EU/EER (2016),

–  gezien zijn schriftelijke verklaring over hepatitis C van 29 maart 2007(2),

–  gezien de richtsnoeren van het ECDC voor de bestrijding van tuberculose onder kwetsbare en moeilijk bereikbare bevolkingsgroepen,

–  gezien het actieplan van de WHO voor de Europese regio van de WHO ter bestrijding van tuberculose 2016-2020(3),

–  gezien de resultaten van de informele bijeenkomst van de Europese ministers van Volksgezondheid in Bratislava op 3-4 oktober 2016, waarop de lidstaten overeenstemming bereikten over steun voor de ontwikkeling van een geïntegreerd Europees beleidskader voor hiv, tuberculose en virale hepatitis,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 november 2016, getiteld "Volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst - Europese duurzaamheidsmaatregelen", waarin de economische, de maatschappelijke en de milieudimensie van duurzame ontwikkeling onder de aandacht worden gebracht, alsmede governance, zowel binnen de EU als in de rest van de wereld, en waarin de Commissie aangeeft een bijdrage te zullen leveren "door middel van toezicht op, verslaglegging over en evaluatie van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen in EU-verband" (COM(2016)0739),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van Riga inzake tuberculose en multiresistente tuberculose, afgelegd tijdens de eerste ministeriële conferentie van het oostelijk partnerschap die op 30-31 maart 2015 in Riga werd gehouden,

–  gezien de eerste mondiale strategie voor de gezondheidssector inzake virale hepatitis van de WHO voor 2016-2021, die in mei 2016 door de Wereldgezondheidsorganisatie is aangenomen, waarin de cruciale rol van universele gezondheidszorg wordt benadrukt en die als doelstellingen heeft om het aantal nieuwe gevallen van hepatitis met 90 % terug te dringen, het aantal sterfgevallen ten gevolge van virale hepatitis met 65 % terug te dringen, en uiteindelijk virale hepatitis als bedreiging voor de volksgezondheid volledig uit te bannen (in lijn met de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling),

–  gezien het actieplan van de WHO voor de aanpak van virale hepatitis door de gezondheidssector in de Europese regio van de WHO, dat als overkoepelende doelstelling heeft virale hepatitis uiterlijk 2030 uit te bannen als bedreiging voor de volksgezondheid in de Europese regio, door de ziekte- en sterftecijfers in verband met virale hepatitis en de complicaties van die ziekte omlaag te brengen en door ervoor te zorgen dat iedereen billijke toegang heeft tot de aanbevolen preventieve maatregelen, tests, zorg en behandeling,

–  gezien het Europees actieplan inzake hiv/aids 2012-2015 van de WHO,

–  gezien zijn resolutie van 2 maart 2017 over EU-opties voor een betere toegang tot geneesmiddelen(4), waarin de Commissie en de lidstaten wordt gevraagd een beleidsplan aan te nemen om de toegang tot levensreddende geneesmiddelen te verzekeren en wordt gepleit voor een gecoördineerd plan om hepatitis C in de EU uit te bannen, met gebruikmaking van instrumenten zoals gezamenlijke Europese aanbestedingen,

–  gezien de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG) van de VN, in het bijzonder SDG 3, die onder andere betrekking heeft op het beëindigen van de hiv- en de tuberculose-epidemieën tegen 2030, en op het bestrijden van hepatitis,

–  gezien de verklaring van Berlijn over tuberculose getiteld "All Against Tuberculosis" (EUR/07/5061622/5, WHO European Ministerial Forum, 74415) van 22 oktober 2007,

–  gezien de vraag aan de Commissie over de reactie van de EU op hiv/aids, tuberculose en hepatitis C (O-000045/2017 – B8‑0321/2017),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat volgens het ECDC één op de zeven mensen met hiv niet op de hoogte is van zijn/haar serostatus en dat er naar schatting gemiddeld vier jaren verstrijken tussen de infectie met hiv en de diagnose; overwegende dat het hiv-overdrachtsrisico bij niet-gediagnosticeerde patiënten 3,5 maal hoger ligt dan bij personen die wel zijn gediagnosticeerd;

B.  overwegende dat de verklaring van Dublin inzake het partnerschap ter bestrijding van hiv/aids in Europa en Centraal-Azië belangrijk is geweest voor de vaststelling van een geharmoniseerd toezichtskader in de EU en de buurlanden, waardoor de vorderingen in de strijd tegen hiv kunnen worden gevolgd;

C.  overwegende dat er sterke bewijzen zijn dat het gebruik van profylaxe vóór blootstelling daadwerkelijk helpt om infectie te voorkomen en dat antiretrovirale behandelingen het risico op overdracht nagenoeg volledig elimineren, aangezien zij de virusbelasting reduceren tot een niet-detecteerbaar niveau(5);

D.  overwegende dat het aantal nieuwe hiv-infecties onder intraveneuze drugsgebruikers in de meeste landen van de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte (EU/EER) blijft afnemen, maar dat een kwart van alle nieuwe gediagnosticeerde en gemelde hiv-gevallen in vier landen toe te schrijven was aan intraveneus drugsgebruik;

E.  overwegende dat nieuwe hiv-infecties als gevolg van besmetting van kinderen door hun ouders of via bloedtransfusie praktisch niet meer voorkomen in de EU/EER;

F.  overwegende dat tuberculose en multiresistente tuberculose ziekten zijn die via de lucht worden overgedragen en dus in een wereld die gekenmerkt wordt door mondialisering, met een steeds mobielere bevolking, grensoverschrijdende bedreigingen voor de gezondheid vormen;

G.  overwegende dat de epidemiologie van tuberculose in de EU/EER van land tot land verschilt, en onder meer afhangt van de maatregelen die het desbetreffende land neemt ter bestrijding van tuberculose;

H.  overwegende dat van de in totaal tien miljoen sterfgevallen die tussen nu en 2050 mogelijkerwijs zullen kunnen worden toegeschreven aan geneesmiddelenresistentie rond een kwart verband zal houden met geneesmiddelenresistente tbc-stammen, en dat de kosten daarvan voor de wereldeconomie ten minste op 16,7 miljard dollar zullen liggen en de kosten voor Europa ten minste op 1,1 miljard dollar;

I.  overwegende dat aandacht moet worden besteed aan co-infectie, met name met tuberculose en virale hepatitis B en C; overwegende dat tuberculose en virale hepatitis heel veel voorkomen, een sneller verloop kennen en een belangrijke oorzaak van ziekte en overlijden vormen onder seropositieve patiënten;

J.  overwegende dat er dringend behoefte is aan grensoverschrijdende en interdisciplinaire samenwerking bij de bestrijding van deze epidemieën;

K.  overwegende dat virale hepatitis mondiaal één van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid is en dat 240 miljoen mensen aan chronische hepatitis B lijden(6) en ongeveer 150 miljoen mensen aan chronische hepatitis C; overwegende dat in de Europese regio van de WHO naar schatting 13,3 mensen aan chronische hepatitis B lijden en ongeveer 15 miljoen mensen aan hepatitis C; voorts overwegende dat in de Europese regio van de WHO jaarlijks ongeveer 36 000 mensen overlijden aan hepatitis B en ongeveer 86 000 aan hepatitis C;

L.  overwegende dat de WHO heeft vastgesteld dat intraveneus druggebruik een belangrijke oorzaak van de hepatitis C-epidemie in de Europese regio is en dat de meeste nieuwe gevallen worden vastgesteld bij injecterende drugsgebruikers;

M.  overwegende dat, als gevolg van de over de hele linie stijgende nationale inkomensniveaus en de wijzigingen in de voorwaarden voor het in aanmerking komen voor financiering door externe donoren, de beschikbaarheid van financiële steun voor gezondheidsprogramma's in de Europese regio snel minder wordt; overwegende dat dit vooral de landen in Oost-Europa en Centraal-Azië treft, waar de prevalentie van hiv, tuberculose en hepatitis C het hoogst is, en dat het derhalve steeds moeilijker wordt deze ziekten daar doeltreffend te bestrijden; overwegende dat veel landen in de Europese regio van de WHO voor hun gezondheidsprogramma's – en in het bijzonder voor hun programma's voor de kwetsbare en zwaarst getroffen bevolkingsgroepen – nog steeds sterk afhankelijk zijn van externe financiering;

N.  overwegende dat het voor de Commissie moeilijk zal zijn om te controleren of er vooruitgang wordt geboekt bij de verwezenlijking van de SDG's met betrekking tot virale hepatitis, aangezien gegevens hierover in de lidstaten vaak ontbreken of onvolledig zijn;

O.  overwegende dat de aanpak van de bestrijding van virale hepatitis in de EU nog niet coherent is en dat sommige lidstaten helemaal geen nationaal plan hebben, terwijl andere lidstaten aanzienlijke financieringstoezeggingen hebben gedaan, strategieën hebben ingevoerd en nationale plannen hebben ontwikkeld om een omvattend antwoord te bieden op de problemen op het gebied van virale hepatitis;

P.  overwegende dat tussen de 130 en 150 miljoen mensen lijden aan chronische hepatitis C; overwegende dat er naar schatting jaarlijks 700 000 mensen overlijden aan leveraandoeningen ten gevolge van hepatitis C;

Q.  overwegende dat in 2014 in 28 lidstaten van de EU/EER 35 321 gevallen van hepatitis C werden gemeld, wat ruwweg overeenkomt met 8,8 gevallen per 100 000 inwoners(7);

R.  overwegende dat het aantal gediagnosticeerde en gemelde gevallen in alle EU/EER-lidstaten tussen 2006 en 2014 met 28,7 % is gestegen, en dat die stijging zich grotendeels voordeed na 2010(8);

S.  overwegende dat de interpretatie van de gegevens over hepatitis C uit verschillende landen gehinderd wordt door verschillen in de monitoringsystemen, testpraktijken en programma's en doordat een verschillend onderscheid gemaakt wordt tussen acute en chronische gevallen(9);

Een omvattend en geïntegreerd EU-beleidskader

1.  verzoekt de Commissie en de lidstaten een omvattend EU-beleidskader voor de bestrijding van hiv/aids, tuberculose en virale hepatitis te ontwikkelen, en daarbij rekening te houden met de verschillende situaties en uitdagingen in de lidstaten en buurlanden waar de problemen op het gebied van hiv en multiresistente tuberculose het grootst zijn;

2.  verzoekt de lidstaten en de Commissie voldoende geld en middelen ter beschikking te stellen voor het verwezenlijken van SDG 3;

3.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de samenwerking met gemeenschappen en kwetsbare groepen te versterken door in te zetten op multisectorale samenwerking, door middel van participatie van non-gouvernementele organisaties en het verstrekken van diensten aan getroffen bevolkingsgroepen;

4.  verzoekt de Commissie en de Raad een prominente politieke rol te spelen in de dialoog met de buurlanden in Oost-Europa en Centraal-Azië en erop toe zien dat voorbereidingen worden getroffen om over te stappen op duurzame binnenlandse financiering, zodat de programma's voor de bestrijding van virale hepatitis, hiv en tuberculose ook na stopzetting van de steun van de internationale donoren doeltreffend blijven en worden voortgezet en opgevoerd; verzoekt de Commissie en de Raad om nauw met die landen te blijven samenwerken om te bewerkstelligen dat zij hun verantwoordelijkheid nemen en zich sterk maken voor de bestrijding van virale hepatitis, hiv en tuberculose;

5.  verzoekt de Commissie om met de lidstaten en toekomstige voorzitterschappen van de Raad te bespreken of de verklaring van Dublin kan worden geactualiseerd, in die zin dat virale hepatitis en tuberculose daarin een zelfde plaats wordt toebedeeld als hiv;

Hiv/aids

6.  benadrukt dat hiv onverminderd de overdraagbare ziekte is waarop het grootste maatschappelijk stigma rust, en dat dit stigma een enorme invloed kan hebben op de kwaliteit van leven van personen met hiv; wijst erop dat er in 2015 in de 31 EU/EER-landen bijna 30 000 nieuwe gediagnosticeerde gevallen van hiv-infectie zijn gemeld, hetgeen inhoudt dat er geen sprake is van een algehele daling;

7.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om de toegang tot innovatieve behandelingen te vergemakkelijken, onder meer voor kwetsbare groepen, en iets te doen aan het maatschappelijk stigma dat op hiv rust;

8.  benadrukt dat in de landen van de EU/EER geslachtsgemeenschap nog altijd de belangrijkste wijze van overdracht van hiv is, gevolgd door intraveneus gebruik van verdovende middelen; wijst op de kwetsbaarheid van vrouwen en kinderen voor infectie;

9.  verzoekt de Commissie en de Raad niet alleen méér te investeren in onderzoek met het oog op de ontwikkeling van werkzame geneeswijzen en nieuwe instrumenten en innovatieve en patiëntgerichte benaderingen voor het bestrijden van deze ziekten, maar ook te garanderen dat deze instrumenten beschikbaar en betaalbaar zijn, en co-infecties – en met name van tuberculose en virale hepatitis B en C en de complicaties daarvan – doeltreffender aan te pakken;

10.  benadrukt dat preventie het belangrijkste instrument voor het bestrijden van hiv/aids blijft, maar stelt vast dat twee van de drie EU/EER-landen aangeven dat de financiële middelen voor preventie niet volstaan om het aantal nieuwe hiv-infecties omlaag te brengen;

11.  verzoekt de lidstaten, de Commissie en de Raad middels gemeenschappelijke acties en projecten in het kader van het EU-gezondheidsprogramma steun te blijven geven aan hiv-/aidspreventie en -koppeling aan zorg, en succesvolle volksgezondheidsmaatregelen voor de preventie van hiv, zoals alomvattende diensten ter reductie van de nadelige gevolgen voor drugsgebruikers, behandeling als preventie, condoomgebruik, pre-blootstellingsprofylaxe en goede voorlichting op het gebied van seksuele gezondheid, te bevorderen;

12.  verzoekt de lidstaten het aanbod van hiv-tests overeenkomstig de aanbevelingen van de WHO met name te richten op die groepen van de bevolking waar de prevalentie van hiv het grootste is;

13.  verzoekt de lidstaten effectief de strijd aan te binden met de seksueel overdraagbare infecties die het risico op besmetting met hiv vergroten;

14.  verzoekt de lidstaten kosteloos hiv-tests ter beschikbaar te stellen (met name voor kwetsbare groepen), ervoor te zorgen dat infecties in een vroeg stadium worden onderkend, en de rapportage van het aantal infecties te verbeteren, hetgeen belangrijk is met het oog op het bieden van passende voorlichting over en waarschuwingen voor de ziekte;

Tuberculose

15.  benadrukt dat de prevalentie van tuberculose in de Europese Unie tot de laagste in de wereld behoort; benadrukt evenwel dat ongeveer 95 % van alle sterfgevallen ten gevolge van tuberculose voorkomt in landen met een laag of een middeninkomen: beklemtoont verder dat in de Europese regio van de WHO, en met name in de landen van Oost-Europa en Centraal-Azië, multiresistente tuberculose veel voorkomt (ongeveer een kwart van het totale aantal gevallen in de hele wereld); stelt vast dat 15 van de 27 landen op de WHO-lijst met een grote prevalentie van multiresistente tuberculose zich in de Europese regio bevinden;

16.  wijst erop dat tuberculose de belangrijkste doodsoorzaak is onder mensen met hiv, en dat ongeveer een op de drie sterfgevallen van mensen met hiv te wijten is aan tuberculose(10); beklemtoont dat het aantal mensen met tuberculose in de wereld voor het derde achtereenvolgende jaar is gestegen (van 9 miljoen in 2013 naar 9,6 miljoen in 2014); wijst erop dat slechts één op de vier gevallen van multiresistente tuberculose wordt gediagnosticeerd, hetgeen duidt op belangrijke tekortkomingen bij detectie en diagnose;

17.  wijst erop dat antimicrobiële resistentie een steeds grotere medische uitdaging vormt bij de behandeling van infecties en ziektes zoals tuberculose;

18.  herinnert eraan dat onderbreking van de behandeling tot resistentie bijdraagt, de overdracht van tuberculose in de hand werkt, en negatieve gevolgen voor patiënten met zich meebrengt;

19.  beklemtoont dat de Commissie en de lidstaten, teneinde de preventie, detectie en ononderbroken behandeling van tuberculose te verbeteren, specifiek op deze ziekte gerichte programma's moeten ontwikkelen en financiële steun moeten toekennen om de samenwerking met gemeenschappen en kwetsbare groepen te versterken door middel van multisectorale samenwerking, met de participatie van non-gouvernementele organisaties, in het bijzonder in ontwikkelingslanden; beklemtoont daarnaast dat de financiële betrokkenheid van alle actoren bij de financiering van de behandeling van tuberculose cruciaal is om deze zorg op de langere termijn te waarborgen, aangezien de kosten van dergelijke behandelingen buitensporig hoog kunnen zijn;

20.  beklemtoont dat het belangrijk is de om zich heen grijpende antimicrobiële resistentie te bestrijden, onder meer door financiële middelen vrij te maken voor het onderzoek naar en de ontwikkeling van nieuwe vaccins, innovatieve en op de patiënt gerichte benaderingen, en de diagnosticering en behandeling van tuberculose;

21.  verzoekt de Commissie en de Raad zich er hard voor te maken dat het verband tussen antimicrobiële resistentie en multiresistente tuberculose tot uitdrukking komt in zowel de resultaten van de G20-top in juli 2017 in Duitsland, als in het nieuwe Actieplan inzake antimicrobiële resistentie van de EU, dat naar verwachting in 2017 zal worden gepresenteerd;

22.  verzoekt de Commissie en de lidstaten samen te werken bij het ontwikkelen van grensoverschrijdende maatregelen voor het voorkomen van de verspreiding van tuberculose, in concreto middels bilaterale afspraken tussen landen en gemeenschappelijke acties;

23.  verzoekt de Commissie, de Raad en de lidstaten de regionale samenwerking met betrekking tot tuberculose en multiresistente tuberculose op het hoogste politieke niveau en sectoroverschrijdend te formaliseren en te versterken, en met de aankomende voorzitterschappen partnerschappen overeen te komen om dit werk voort te zetten;

Hepatitis C

24.  wijst erop dat in de Europese Unie besmetting met virale hepatitis meestal plaatsvindt door intraveneus drugsgebruik, door het gebruik van besmette naalden of het gebruik van niet-steriel materiaal; benadrukt dat er nog steeds bovengemiddeld veel gezondheidswerkers met hepatitis worden besmet ten gevolge van prikaccidenten; benadrukt dat het aanbieden van diensten ter reductie van de nadelige gevolgen, waaronder opiaatsubstitutietherapie en omruilprogramma’s voor naalden en spuiten, een essentiële strategie is om virale hepatitis te voorkomen, samen met maatregelen om stigmatisering en discriminatie aan te pakken; benadrukt dat anti-HBc- en HBsAg-tests in het kader van medische controles veelal niet voor vergoeding in aanmerking komen; beklemtoont dat de overdracht daarnaast ook (in zeldzame gevallen) geschiedt door geslachtsverkeer, bij gezondheids- en cosmetische zorg als gevolg van ontoereikende praktijken ter voorkoming van infecties, en perinataal (d.w.z. overdracht van moeder op kind);

25.  wijst erop dat meer dan 90 % van de patiënten na besmetting met de ziekte geen symptomen vertoont en dat de ziekte gewoonlijk bij toeval wordt ontdekt bij een analyse of wanneer ze symptomen begint te geven, waardoor er in 55-85 % van de gevallen chronische hepatitis optreedt, en dat het risico om binnen 20 jaar levercirrose te ontwikkelen in die gevallen 15-30 % bedraagt, en dat deze aandoening op haar beurt de belangrijkste oorzaak van hepatocarcinoom is;

26.  onderstreept dat in 75 % van de gevallen van hepatocarcinoom, patiënten een positieve hepatitis C-serologie vertonen;

27.  onderstreept dat er in de lidstaten geen uniform screeningprotocol bestaat voor hepatitis C en dat het aantal getroffen personen mogelijk wordt onderschat;

28.  onderstreept dat de WHO in april 2016 haar richtsnoeren voor de screening, zorg en behandeling van personen met chronische hepatitis C heeft bijgewerkt, als aanvulling op de bestaande richtsnoeren van de organisatie met betrekking tot het voorkomen van de overdracht van virussen zoals hepatitis C via het bloed; wijst erop dat die richtsnoeren essentiële aanbevelingen bevatten op deze gebieden en ook aanwijzingen bevatten omtrent de uitvoering;

29.  beklemtoont dat de infectie met hepatitis C kan worden genezen, met name indien voor een behandeling met een passende combinatie van antivirale geneesmiddelen wordt gekozen; wijst erop dat ongeveer 90 % van de mensen met hepatitis C die een antivirale behandeling ondergaan nu daadwerkelijk geneest; wijst erop dat virale hepatitis B kan worden voorkomen door vaccinatie en onder controle gehouden kan worden; wijst er echter tevens op dat minder dan 50 % van de mensen met chronische virale hepatitis pas tientallen jaren na de infectie een diagnose krijgt;

30.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om te zorgen voor duurzame financiering voor nationale plannen ter uitbanning van virale hepatitis en om ook de structuurfondsen van de EU en andere beschikbare EU-financiering te benutten;

31.  verzoekt de Commissie, de Raad en de lidstaten om een EU-breed geharmoniseerd programma voor de monitoring van infecties in te voeren om uitbraken van virale hepatitis, tuberculose en hiv tijdig op te sporen, trends in de incidentie te beoordelen, geïnformeerde ramingen te maken van de lasten en de doorstroming van diagnose naar behandeling en zorg effectief in realtime te volgen, ook bij specifieke kwetsbare groepen;

32.  verzoekt de Commissie om de leiding te nemen in gesprekken met de lidstaten over hoe eerstelijnszorgverleners het beste kunnen worden toegerust (bijvoorbeeld via de opname van anti-HCV en HBsAg-tests in medische controles, anamnese, follow-uptests, doorverwijzingstrajecten), om zo het diagnosepercentage te verhogen en zorg te waarborgen die strookt met de richtsnoeren;

33.  betreurt dat er momenteel geen vaccin bestaat tegen hepatitis C en wijst erop dat primaire en secundaire preventie daarom van cruciaal belang zijn; onderstreept evenwel dat de ziekte vanwege de kenmerken van de infectie en het gebrek aan screeningprotocollen vaak moeilijk te bestrijden is;

34.  verzoekt de Commissie om onder leiding van het ECDC en in overleg met de lidstaten een multidisciplinair plan in werking te stellen waarin de protocollen voor screening, testen en behandeling worden geharmoniseerd met als doel hepatitis C tegen 2030 in de hele EU uit te bannen;

o
o   o

35.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de Wereldgezondheidsorganisatie en de regeringen van de lidstaten.

(1) PB L 293 van 5.11.2013, blz. 1.
(2) PB C 27 E van 31.1.2008, blz. 247.
(3) "http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0007/283804/65wd17e_Rev1_TBActionPlan_150588_withCover.pdf"
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0061.
(5) https://thinkprogress.org/massive-hiv-treatment-study-found-zero-transmissions-between-mixed-status-couples-73d4a497f77b
(6) http://www.euro.who.int/en/health-topics/communicable-diseases/hepatitis/data-and-statistics
(7) Jaarlijks epidemiologisch verslag – ECDC : http://ecdc.europa.eu/en/healthtopics/hepatitis_C/Documents/aer2016/AER-hepatitis-C.pdf
(8) Ibid.
(9) Ibid.
(10) Mondiaal tuberculoserapport 2015 van de WHO.

Juridische mededeling