Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2754(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0459/2017

Debatten :

PV 06/07/2017 - 8.1
CRE 06/07/2017 - 8.1

Stemmingen :

PV 06/07/2017 - 11.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0308

Aangenomen teksten
PDF 172kWORD 51k
Donderdag 6 juii 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
De gevallen van de Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo en Lee Ming-che
P8_TA(2017)0308RC-B8-0459/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 6 juli 2017 over de specifieke gevallen van Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo en Lee Ming‑che (2017/2754(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in China, met name die van 21 januari 2010 over mensenrechtenschendingen in China, met name het geval van Liu Xiaobo(1), zijn resolutie van 14 maart 2013 over de betrekkingen EU-China(2) en zijn resolutie van 12 maart 2015 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld in 2013 en het beleid van de Europese Unie ter zake(3),

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid Federica Mogherini over de status van Liu Xiaobo van 30 juni 2017,

–  gezien de 35e ronde van de EU-China dialoog over mensenrechten op 22-23 juni 2017 in Brussel, en de verklaring van de voorzitter van de Subcommissie mensenrechten (DROI) ter gelegenheid van de dialoog,

–  gezien de top EU-China die op 1-2 juni 2017 in Brussel is gehouden,

–  gezien de EU-verklaring op de 34e vergadering van de Raad voor de mensenrechten van de Verenigde Naties (UNHRC) op 14 maart 2017,

–  gezien de verklaring van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 9 december 2016 over de Internationale Mensenrechtendag,

–  gezien het in 2003 opgezette strategische partnerschap tussen de EU en China en de gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de EDEO van 22 juni 2016 aan het Europees Parlement en de Raad getiteld "Elementen voor een nieuwe strategie van de EU voor China",

–  gezien 'Handvest 08', een manifest dat is opgesteld door meer dan 350 Chinese politieke activisten, academici en mensenrechtenactivisten die aandringen op sociale, justitiële en bestuurlijke hervormingen, dat is gepubliceerd op 10 december 2008 ter gelegenheid van de 60e verjaardag van de goedkeuring van de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Liu Xiaobo, de prominente Chinese schrijver en mensenrechtenactivist, in de afgelopen dertig jaar vier keer formeel gedetineerd is geweest in de gevangenis; overwegende dat Liu Xiaobo in 2009 veroordeeld werd tot 11 jaar gevangenisstraf wegens 'het aanzetten tot omverwerping van de staatsmacht' nadat hij had meegeholpen aan de opstelling van het manifest dat bekend zou worden als 'Handvest 08'; overwegende dat Liu Xiaobo, volgens de formele procedures die gevolgd zijn bij zijn vervolging, tijdens het formele proces niet vertegenwoordigd mocht worden en dat hij zichzelf niet mocht vertegenwoordigen en dat diplomaten uit een tiental landen, waaronder verscheidene lidstaten, de toegang tot het hof gedurende het proces is geweigerd;

B.  overwegende dat Liu Xiaobo's vrouw Liu Xia, hoewel haar nooit iets ten laste is gelegd, huisarrest heeft gehad sinds hij in 2010 de Nobelprijs voor de Vrede won en dat haar elk menselijk contact is geweigerd met uitzondering van haar naaste familie en enkele vrienden;

C.  overwegende dat het Nobelcomité op 8 oktober 2010 de Nobelprijs voor de Vrede heeft toegekend aan Liu Xiaobo op grond van zijn 'lange en geweldloze strijd voor fundamentele mensenrechten in China';

D.  overwegende dat Liu Xiaobo recentelijk is overgebracht van een gevangenis in de noordoostelijke provincie Liaoning naar een ziekenhuis in de provinciehoofdstad Shenyang, waar hij wordt behandeld voor zijn ernstige aandoening nadat bij hem leverkanker in het laatste stadium is gediagnosticeerd;

E.  overwegende dat de Chinese autoriteiten de verzoeken van Liu Xiaobo en zijn vrouw om zich buiten China te laten behandelen of om hem naar zijn huis in Beijing te laten terugkeren zijn geweigerd;

F.  overwegende dat 154 Nobelprijswinnaars op 29 juni 2017 een gezamenlijke brief hebben geschreven aan de president van de Volksrepubliek China waarin zij er bij de Chinese regering op aandringen Liu Xiaobo en zijn vrouw Liu Xia naar het buitenland te laten reizen om een medische behandeling te ondergaan;

G.  overwegende dat Lee Ming‑che, de vermaarde Taiwanese democratisch gezinde activist die bekendstaat als pleitbezorger van de mensenrechten op sociale media, sinds 19 maart 2017 vermist is, toen hij van Macau naar Zhuhai in de Chinese provincie Guangdong trok; overwegende dat het Chinese Bureau voor Taiwanese Zaken op een persconferentie heeft bevestigd dat de 'relevante' autoriteiten Lee in hechtenis hadden genomen en een onderzoek naar hem hadden ingesteld omdat hij verdacht werd van 'deelname aan activiteiten die de nationale veiligheid ondermijnen';

H.  overwegende dat de Chinese autoriteiten geen overtuigend bewijs hebben geleverd voor de ernstige beschuldigingen tegen Lee Ming‑che; overwegende dat de detentie van Lee plaatsvindt in een kritieke periode waarin de betrekkingen tussen China en Taiwan verslechteren; overwegende dat Lee actief informatie over de democratische politieke cultuur van Taiwan aan zijn vrienden in China verstrekte via online-platforms die naar alle waarschijnlijkheid worden gecontroleerd door de Chinese regering;

I.  overwegende dat China de afgelopen paar jaren vooruitgang heeft geboekt met betrekking tot de realisering van economische en sociale rechten, in overeenstemming met zijn prioriteiten nl. het recht van mensen om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, terwijl de mensenrechtensituatie, sinds 2013, achteruit blijft gaan nu de regering steeds vijandiger optreedt tegen vreedzaam protest, de rechtsstaat, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst zoals in het recente geval van bisschop Peter Shao Zhumin, die op 18 mei 2017 met geweld uit zijn bisdom in Wenzhou werd verwijderd;

J.  overwegende dat de Chinese regering nieuwe wetten heeft aangenomen, met name de Wet inzake staatsveiligheid, de Wet inzake terreurbestrijding, de Wet inzake cyberveiligheid, en de Wet inzake beheer van buitenlandse ngo's, die zijn gebruikt om die mensen te vervolgen die meedoen aan openbaar activisme en vreedzaam protest tegen de regering wegens bedreiging van de staatsveiligheid, om de censuur, de surveillance en controle van individuen en sociale groeperingen te versterken en mensen te ontmoedigen om zich in te zetten voor de mensenrechten en de rechtsstaat;

K.  overwegende dat de Griekse regering afgelopen maand weigerde om zich te scharen achter een EU-verklaring waarin kritiek geuit werd op de aanpak van activisten en dissidenten in China, die op 15 juni 2017 voorgelegd had moeten worden aan de VN-Mensenrechtenraad in Genève; overwegende dat dit de eerste keer was dat de EU er niet in slaagde een dergelijke verklaring af te leggen in dit VN-orgaan;

L.  overwegende dat de bevordering en eerbiediging van de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat de kern moeten blijven uitmaken van de langlopende relatie tussen de EU en China in overeenstemming met het engagement van de EU om deze waarden in haar extern optreden uit te dragen en overwegende dat China interesse heeft geuit om in zijn eigen ontwikkeling en internationale samenwerking zich juist aan deze waarden te houden;

1.  dringt er bij de Chinese regering op aan de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede van 2010 Liu Xiaobo en zijn vrouw Liu Xia onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten en een einde te maken aan haar huisarrest en hem een medische behandeling te laten ondergaan waar zij wensen;

2.  dringt er bij de Chinese autoriteiten op aan Liu Xiaobo onbelemmerd toegang te verlenen tot familie, vrienden en juridische bijstand;

3.  dringt er bij de Chinese autoriteiten op aan Lee Ming‑che onmiddellijk vrij te laten omdat er in zijn zaak geen geloofwaardig bewijs is geleverd, informatie te geven over zijn exacte verblijfplaats, er ondertussen voor te zorgen dat Lee Ming‑che wordt gevrijwaard van marteling en andere wrede behandeling en dat hij toegang heeft tot zijn familie, een advocaat van zijn keuze en adequate medische zorg;

4.  blijft uiterst bezorgd over het feit dat China blijft proberen het maatschappelijk middenveld, inclusief mensenrechtenactivisten, actievoerders en advocaten, het zwijgen op te leggen;

5.  herinnert eraan hoe belangrijk het is dat de EU de kwestie van mensenrechtenschendingen in China tijdens elke politieke en mensenrechtendialoog met de Chinese autoriteiten ter sprake brengt, in overeenstemming met het vaste voornemen van de EU om met één sterke, duidelijke stem te spreken in haar benadering van China, met inbegrip van de regelmatige en meer resultaat‑gerichte mensenrechtendialogen; herinnert er verder aan dat China, in de context van zijn hervormingsproces en zijn steeds prominentere rol op het wereldtoneel, gekozen heeft voor het internationale mensenrechtenkader door een breed scala van internationale mensenrechtenverdragen te ondertekenen; dringt er derhalve op aan de dialoog met China voort te zetten zodat het land zijn verplichtingen nakomt;

6.  moedigt China aan het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten te ratificeren;

7.  betreurt dat de EU er niet in is geslaagd in juni 2017 een verklaring over de mensenrechten in China af te leggen op de vergadering van de VN-Mensenrechtenraad in Genève; dringt er bij alle EU-lidstaten op aan een stevig, op waarden gebaseerd standpunt in te nemen ten opzichte van China en verwacht van hen geen unilaterale initiatieven of handelingen die de coherentie, effectiviteit en consistentie van het EU-optreden ondermijnen;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, en de regering en het parlement van de Volksrepubliek China.

(1) PB C 305 E van 11.11.2010, blz. 9.
(2) PB C 36 van 29.1.2016, blz. 126.
(3) PB C 316 van 30.8.2016, blz. 141.

Juridische mededeling