Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2829(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0506/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/09/2017 - 8.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0348

Aangenomen teksten
PDF 172kWORD 51k
Donderdag 14 september 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Cambodja, met name de zaak Kem Sokha
P8_TA(2017)0348RC-B8-0506/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 14 september 2017 over Cambodja, en met name de zaak van Kem Sokha (2017/2829(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Cambodja,

–  gezien de lokale verklaringen van de EU van 5 september 2017 over de sluiting van de krant Cambodia Daily, van 30 juni 2017 over de vrijlating van vijf mensenrechtenverdedigers en van 22 februari 2017 over de politieke situatie in Cambodja, en de verklaringen van de woordvoerder van de delegatie van de EU van 3 september 2017 en 25 augustus 2017 over de beperkingen van de politieke vrijheid in Cambodja,

–  gezien het verslag van 5 september 2016 en de verklaring van 18 augustus 2017 van de speciale rapporteur van de VN over de mensenrechtensituatie in Cambodja,

–  gezien de slotopmerkingen van het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties van 27 april 2015 over het tweede periodieke verslag over Cambodja,

–  gezien het verslag van maart 2017 van de ASEAN-parlementsleden voor mensenrechten,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers van 2008,

–  gezien de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Cambodja van 1997,

–  gezien het Verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht,

–  gezien de door de Algemene Vergadering van de VN op 8 maart 1999 aangenomen resolutie betreffende het recht en de verantwoordelijkheid van personen, groeperingen en maatschappelijke instanties voor de bevordering en bescherming van universeel erkende mensenrechten en fundamentele vrijheden,

–  gezien de vredesakkoorden van Parijs van 1991, waar de toezegging tot eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in Cambodja, ook door de internationale ondertekenaars, is verankerd in artikel 15,

–  gezien de grondwet van Cambodja, met name artikel 41 waarin de rechten en vrijheden van meningsuiting en vergadering zijn verankerd, artikel 35 over het recht van politieke participatie en artikel 80 over parlementaire onschendbaarheid,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat er in Cambodja steeds meer arrestaties plaatsvinden van politieke oppositieleden, mensenrechtenactivisten en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld;

B.  overwegende dat de Cambodjaanse oppositieleider Kem Sokha op 3 september 2017 werd gearresteerd en dat daarbij blijkbaar geen waarborgen voor een eerlijk proces, met inbegrip van de eerbiediging van zijn parlementaire onschendbaarheid, in acht zijn genomen;

C.  overwegende dat Kem Sokha wordt beschuldigd van "samenzwering met buitenlanders" op grond van artikel 443 van het Cambodjaanse strafwetboek, wat door de stedelijke rechtbank van Phnom Penh als een daad van verraad wordt beschouwd; overwegende dat hij tot 30 jaar gevangenisstraf kan worden veroordeeld;

D.  overwegende dat Kem Sokha naar verluidt zonder aanhoudingsbevel is gearresteerd en geen toegang heeft gehad tot een advocaat; overwegende dat hij is aangeklaagd op basis van een video van een toespraak die hij in 2013 heeft gehouden en die sindsdien voor iedereen toegankelijk is; overwegende dat mensenrechtenorganisaties hun bezorgdheid hebben geuit over het feit dat verklaringen van de Cambodjaanse regering zijn recht op een eerlijk proces en het vermoeden van onschuld in gevaar brengen;

E.  overwegende dat Hun Sen, de voormalige bevelhebber van het Rode Khmer-leger en de huidige premier, al meer dan 30 jaar aan de macht is; overwegende dat Sam Rainsy, de voormalige voorzitter van de belangrijkste oppositiepartij, de Cambodia National Rescue Party (CNRP), zich nog steeds in een zelfopgelegde ballingschap bevindt als gevolg van eerdere vervolgingen op grond van verzonnen, politiek geïnspireerde beschuldigingen;

F.  overwegende dat de CNRP bij de gemeenteraadsverkiezingen van 4 juni 2017 aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt ten opzichte van 2012, ondanks fundamentele tekortkomingen in het verkiezingsproces, met name de intimidatie van vrije media en kritische burgers, het ontbreken van eerlijke toegang tot radio en televisie voor de oppositie, controle van verkiezingsgerelateerde instellingen door de regeringspartij, doodsbedreigingen tegen oppositiekandidaten en het ontbreken van een onafhankelijk mechanisme voor geschillenbeslechting; overwegende dat de parlementsverkiezingen gepland zijn voor juli 2018;

G.  overwegende dat twee andere parlementsleden van de oppositie eveneens gevangen zijn genomen en ten minste acht anderen strafrechtelijk worden vervolgd; overwegende dat elf leden en aanhangers van de oppositiepartij momenteel een gevangenisstraf uitzitten van zeven tot twintig jaar wegens verzonnen aanklachten betreffende het leiden van of deelnemen aan een opstand in het kader van een demonstratie in juli 2014;

H.  overwegende dat het Cambodjaanse parlement in 2017 amendementen heeft aangenomen op de wet inzake politieke partijen, op grond waarvan partijen kunnen worden ontbonden als hun leiders strafrechtelijk zijn veroordeeld; overwegende dat het Cambodjaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken over uitgebreide bevoegdheden beschikt om politieke partijen op grond van vage criteria op te schorten; overwegende dat de Cambodjaanse premier Hun Sen er op 11 september 2017 heeft mee gedreigd de CNRP te ontbinden als zij haar gevangen leider Kem Sokha blijft steunen;

I.  overwegende dat er een aanhoudingsbevel is uitgevaardigd voor de leider van de jongerenafdeling van de CNRP;

J.  overwegende dat de arrestatie van Kem Sokha heeft plaatsgevonden tegen de achtergrond van toenemende beperkingen voor ngo's, mensenrechtenorganisaties en het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van fiscale en regelgevende steekproeven, intimidatie en bedreigingen van geweld; overwegende dat de internationale gemeenschap zware kritiek heeft geuit op de wet inzake verenigingen en niet-gouvernementele organisaties (LANGO) van 2015 omwille van de ruime en willekeurige bevoegdheden om ngo's te onderdrukken;

K.  overwegende dat de afgelopen weken een aanzienlijk aantal radiostations die programma's van andere gerenommeerde radiostations uitzenden, is gesloten; overwegende dat deze stations door de regering zijn gesloten wegens schendingen zoals "het uitzenden van externe programma's zonder hiervoor toestemming te hebben gevraagd"; overwegende dat de sluiting ervan de toegang tot onafhankelijke media-uitzendingen, met name buiten Phnom Penh, sterk beperkt; overwegende dat deze onafhankelijke mediakanalen berichten over politiek gevoelige onderwerpen zoals corruptie, illegale houtkap en schendingen van de mensenrechten;

L.  overwegende dat in april 2016 vijf mensenrechtenverdedigers van de Cambodjaanse mensenrechten- en ontwikkelingsvereniging (ADHOC) meer dan 400 dagen werden vastgehouden op beschuldiging van omkoping in verband met een zaak tegen Kem Sokha, en dat zij momenteel hun proces afwachten; overwegende dat de landeigendomsrechtenactivist Tep Vanny herhaaldelijk door de autoriteiten is aangevallen en lastiggevallen en momenteel een gevangenisstraf uitzit wegens politiek gemotiveerde aanklachten;

M.  overwegende dat de Cambodia Daily, een onafhankelijke krant die in 1993 werd opgericht, op 4 september 2017 noodgedwongen moest sluiten nadat zij een belastingaanslag van 6,3 miljoen USD had ontvangen;

N.  overwegende dat de Cambodjaanse regering op 23 augustus 2017 de uitzetting op grond van de LANGO-wet heeft aangekondigd van het niet-gouvernementele, in de VS gevestigde Nationaal Democratisch Instituut (NDI), en zijn internationaal personeel heeft bevolen het land binnen de zeven dagen te verlaten;

O.  overwegende dat de Cambodjaanse regering onlangs de Situation Room, een consortium van ngo's die als verkiezingswaarnemer hebben samengewerkt, aan een onderzoek heeft onderworpen wegens vermeende schending van de nieuwe wet inzake niet-gouvernementele groepen en omdat het als basis zou dienen voor een mogelijke "kleurrevolutie" om de regering omver te werpen;

1.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het verslechterende klimaat voor politici van de oppositie en mensenrechtenactivisten in Cambodja en veroordeelt alle daden van geweld en politiek gemotiveerde aanklachten tegen hen en de willekeurige detenties, ondervragingen, vonnissen en veroordelingen van deze personen;

2.  veroordeelt met klem de arrestatie van de voorzitter van de CNRP, Kem Sokha, op grond van een aantal beschuldigingen die politiek gemotiveerd lijken te zijn; dringt aan op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Kem Sokha, op de intrekking van alle aanklachten tegen hem en op het beëindigen van de bedreigingen van arrestatie tegen andere parlementsleden van de oppositie;

3.  betreurt de publieke verklaringen van de premier en hoge ambtenaren over de vermeende schuld van Kem Sokha, die het vermoeden van onschuld en het recht op een eerlijk proces, waarop hij volgens de Cambodjaanse en internationale mensenrechtenwetgeving recht heeft, schenden; roept de premier op om de parlementaire onschendbaarheid van parlementsleden te beschermen;

4.  dringt er bij de Cambodjaanse autoriteiten op aan het aanhoudingsbevel en alle aanklachten tegen oppositieleider en parlementslid Sam Rainsy in te trekken, alsook andere oppositieleiders en mensenrechtenverdedigers die zijn veroordeeld, aangeklaagd en opgesloten, met name parlementslid Um Sam An, senator Hong Sok Hour en landeigendomsrechtenactivist Tep Vanny, vrij te laten en de aanklachten tegen hen in te trekken;

5.  dringt er bij de Cambodjaanse regering op aan de vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid in het land te waarborgen, waarbij alle fiscale of andere kwesties via een eerlijke rechtsbedeling moeten worden opgelost; dringt er bij de regering op aan de gesloten radiostations weer in gebruik te nemen; spreekt zijn bezorgdheid uit over de sluiting, zonder een eerlijke rechtsbedeling, van het Nationaal Democratisch Instituut (NDI);

6.  dringt er bij de Cambodjaanse regering op aan bij alle genomen maatregelen een eerlijke rechtsbedeling te waarborgen, met inbegrip van het recht om beroep in te stellen, en het recht op vrijheid van vereniging en meningsuiting te eerbiedigen;

7.  verzoekt de Cambodjaanse regering te werken aan de versterking van de democratie en de rechtsstaat, en de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te eerbiedigen, wat ook inhoudt dat de grondwettelijke bepalingen die pluralisme en vrijheid van vereniging en meningsuiting garanderen, ten volle moeten worden nageleefd;

8.  herinnert de Cambodjaanse regering eraan dat zij haar verplichtingen en verbintenissen met betrekking tot de democratische beginselen en de fundamentele mensenrechten moet nakomen, die een essentieel onderdeel vormen van de samenwerkingsovereenkomst;

9.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de aanhoudende landroof en de recente invoering door de Cambodjaanse regering van een beperkte en gedeeltelijke compensatieregeling; roept de Cambodjaanse regering op de dialoog met partners, waaronder de Europese Unie en het maatschappelijk middenveld, te hervatten teneinde een alomvattende en inclusieve compensatie vast te stellen;

10.  benadrukt dat een geloofwaardig democratisch proces in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van juli 2018 een klimaat vergt waarin politieke partijen, het maatschappelijk middenveld en de media hun legitieme rol zonder angst en zonder te worden blootgesteld aan bedreigingen of willekeurige beperkingen kunnen vervullen;

11.  dringt er bij de Cambodjaanse regering op aan de aanbevelingen van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN uit te voeren en zich op zinvolle wijze in te zetten voor het komende verslag van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Cambodja;

12.  benadrukt het belang van EU- en internationale verkiezingswaarnemingsmissies en de bijdrage die deze leveren aan eerlijke en vrije verkiezingen; verzoekt de Cambodjaanse nationale kiescommissie (NEC) en de bevoegde overheidsinstanties ervoor te zorgen dat alle kiesgerechtigden, met inbegrip van arbeidsmigranten en gedetineerden, toegang hebben tot en voldoende tijd hebben om gebruik te maken van de registratiemogelijkheden;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van Cambodja.

Juridische mededeling