Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2057(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0267/2017

Ingediende teksten :

A8-0267/2017

Debatten :

PV 13/09/2017 - 22
CRE 13/09/2017 - 22

Stemmingen :

PV 14/09/2017 - 8.8

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0354

Aangenomen teksten
PDF 268kWORD 63k
Donderdag 14 september 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Modernisering van de handelspijler van de Associatieovereenkomst EU-Chili
P8_TA(2017)0354A8-0267/2017

Aanbeveling van het Europees Parlement van 14 september 2017 aan de Raad, de Commissie en de EDEO voor de onderhandelingen over de modernisering van de handelspijler van de Associatieovereenkomst EU-Chili (2017/2057(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, die in 2002 werd gesloten, en de handelspijler die op 1 februari 2003 in werking is getreden(1) (hierna "de associatieovereenkomst"),

–  gezien de resultaten van de zesde zitting van de Associatieraad EU-Chili die in april 2015 plaatsvond(2),

–  gezien de slotverklaring van het gemengd raadgevend comité van 5 oktober 2016(3),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld "Handel voor iedereen – Naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid" (COM(2015)0497) en de discussienota's van de Commissie van mei 2017 over het in goede banen leiden van de mondialisering(4) en van april 2017 over de sociale dimensie van Europa(5),

–  gezien de arresten en adviezen van het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-350/12 P, 2/13, 1/09) en het besluit van de Europese ombudsman van 6 januari 2015 om haar onderzoek op eigen initiatief OI/10/2014/RA inzake het omgaan met informatie en toegang tot documenten(6), en gezien advies 2/15 van het Hof van Justitie van 16 mei 2017,

–  gezien zijn resolutie van 3 februari 2016 inzake de aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Commissie voor de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten(7),

–  gezien de amendementen die het op 4 juli 2017(8) heeft aangenomen op het voorstel voor een richtlijn inzake de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren,

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2016 over de uitvoering van de aanbevelingen van 2010 van het Parlement over de sociale en milieunormen, de mensenrechten en maatschappelijk verantwoord ondernemen(9), en zijn resolutie van 25 november 2010 over internationaal handelsbeleid in de context van de klimaatveranderingsvereisten(10),

–  gezien de studie van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS) getiteld "The effects of human rights related clauses in the EU-Mexico Global Agreement and the EU-Chile Association Agreement"(11),

–  gezien de richtsnoeren betreffende multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de leidende beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten van de VN, de tripartiete beginselverklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid en de Agenda voor fatsoenlijk werk van de IAO,

–  gezien het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (overeenkomst van Parijs) dat op 4 november 2016 in werking is getreden(12), en dat ook door Chili is geratificeerd,

–  gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Chili van 3 november 2016(13),

–  gezien artikel 21 van het Verdrag van de Europese Unie (VEU) en de artikelen 8, 207, lid 3, en 217 van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU),

–  gezien de op 24 mei 2017 door de Commissie vastgestelde ontwerp-onderhandelingsrichtsnoeren,

–  gezien het artikel over Chili in het jaarboek van de Internationale werkgroep voor vraagstukken in verband met inheemse bevolkingsgroepen (International Work Group for Indigenous Affairs - IWGIA), getiteld "The Indigenous World 2016"(14),

–  gezien artikel 108, lid 4, en artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A8-0267/2017),

A.  overwegende dat in de strategie "Handel voor iedereen" wordt gesteld dat de "Commissie [een beleid moet] voeren dat de samenleving als geheel ten goede komt en dat zowel de Europese en universele normen en waarden als de zuiver economische belangen bevordert, door meer nadruk te leggen op duurzame ontwikkeling, mensenrechten, belastingontwijking, consumentenbescherming en verantwoorde en eerlijke handel";

B.   overwegende dat de EU en Chili hechte partners met gemeenschappelijke waarden zijn die zich beide inzetten voor de bevordering van effectieve multilaterale handel en de eerbiediging van mensenrechten, evenals gedeelde welvaart en veiligheid binnen een op regels gebaseerd mondiaal systeem; overwegende dat de Unie de op twee na grootste handelspartner van Chili is; overwegende dat Chili op zijn beurt een belangrijke regionale speler is en de afgelopen decennia een van de snelst groeiende economieën van Zuid-Amerika was, terwijl de hervormingsinspanningen in het land nog steeds voortduren;

C.  overwegende dat de huidige associatieovereenkomst, inclusief de bijbehorende handelspijler, in 2002 werd gesloten en sinds de tenuitvoerlegging ervan in 2003 beide partijen veel voordeel heeft gebracht, met een verdubbeling van de handel in goederen en een toename van de handel in diensten en investeringen(15); overwegende dat zowel de EU als Chili sindsdien modernere en ambitieuzere handelsovereenkomsten heeft afgesloten;

D.  overwegende dat de EU in 2016 goederen naar Chili exporteerde met een waarde van meer dan 8,6 miljard EUR, terwijl Chili goederen naar de EU exporteerde ter waarde van 7,4 miljard EUR; overwegende dat de waarde van handel in diensten van de EU met Chili in 2015 3,8 miljard EUR bedroeg, en die van Chili met de EU 2 miljard EUR; overwegende dat het percentage buitenlandse directe investeringen in Chili 42,8 miljard EUR bedroeg(16);

E.  overwegende dat de huidige associatieovereenkomst onder meer geen afzonderlijke hoofdstukken bevat inzake investeringen, kmo's, intellectuele-eigendomsrechten of energie en gender, noch een hoofdstuk Handel en duurzame ontwikkeling met verplichtingen om arbeids- en milieunormen op te leggen en de bevordering van goede praktijken op het gebied van bijvoorbeeld maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) of het verzekeren van duurzaamheid;

F.  overwegende dat tijdens EU-handelsbesprekingen aan alle regeringen het recht en de mogelijkheid voorbehouden moeten blijven om regels op te stellen in het algemeen belang, zoals de bescherming en bevordering van de volksgezondheid, sociale dienstverlening, sociale en consumentenbescherming, openbaar onderwijs, veiligheid, milieu, dierenwelzijn, publieke moraal, privacy en gegevensbescherming, en de bevordering en bescherming van culturele diversiteit;

G.  overwegende dat bij EU-handelsbesprekingen de hoogste niveaus van de door de partijen verwezenlijkte sociale, arbeids- en milieubescherming moeten worden gegarandeerd, en dat zij als instrument kunnen fungeren om een agenda van sociale rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling te bevorderen, zowel in de EU als in de rest van de wereld; overwegende dat de modernisering van de associatieovereenkomst moet worden beschouwd als een gelegenheid voor de EU en haar lidstaten om in hun handelsovereenkomsten gemeenschappelijke hoge normen en afspraken verder te bevorderen, met name op het gebied van arbeidsrechten, milieubescherming, consumentenrechten en publiek welzijn; overwegende dat de Commissie heeft aangekondigd te zullen kijken naar verschillende manieren om deze afspraken te handhaven, waarbij ook de optie van een op sancties gebaseerd mechanisme zal worden overwogen;

H.  overwegende dat het gemengd raadgevend comité EU-Chili, waar maatschappelijke organisaties van beide partijen in zitten, op 4 en 5 oktober 2016 zijn eerste vergadering heeft gehouden teneinde de tenuitvoerlegging van de bestaande associatieovereenkomst en de onderhandelingen over de actualisering ervan te monitoren, door de bijdragen vanuit het maatschappelijk middenveld te kanaliseren en de dialoog en samenwerking tussen de EU en Chili buiten de overheidskanalen om te bevorderen; overwegende dat de aanzienlijke vertraging bij het oprichten van het gemengd raadgevend comité zich niet opnieuw mag voordoen met betrekking tot de gemoderniseerde overeenkomst; overwegende dat vanaf moment dat de gemoderniseerde overeenkomst in werking treedt, de deelname van het maatschappelijk middenveld op duidelijke structuren, evenwichtig lidmaatschap en verslagleggingsmandaten moet zijn gebaseerd;

I.  overwegende dat de EU en Chili betrokken zijn bij multilaterale onderhandelingen om de handel in diensten (TiSA) verder te liberaliseren;

J.  overwegende dat Chili geen partij maar waarnemer is bij de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten, en niet deelneemt aan de multilaterale onderhandelingen over een overeenkomst inzake milieugoederen;

K.  overwegende dat artikel 45 van de associatieovereenkomst EU-Chili van 2002 in het hoofdstuk inzake samenwerking bepalingen bevat waarin staat dat "de samenwerking bijdraagt tot de versterking van beleid dat en programma's die de gelijkwaardige participatie van mannen en vrouwen in alle sectoren van het politieke, economische, maatschappelijke en culturele leven beogen te verbeteren, te garanderen en te verbreden";

L.  overwegende dat Chili zijn handtekening heeft gezet onder de trans-Pacifische partnerschapsovereenkomst (TPP), waarvan de toekomst op dit moment onzeker is, en dat Chili vrijhandelsverdragen heeft ondertekend met alle ondertekenaars van de TPP en breed wordt beschouwd als een stabiele en betrouwbare partner;

M.  overwegende dat Chili in 2010 als eerste Zuid-Amerikaanse land lid werd van de OESO en een gedegen macro-economisch kader heeft;

N.  overwegende dat het belangrijk is om de mogelijkheden die worden geboden door de modernisering van de handelspijler van de associatieovereenkomst op een zo inclusief mogelijke manier te benutten voor ondernemingen, in het bijzonder kmo's, en burgers zowel in de EU als Chili; overwegende dat in dit opzicht meer kan worden gedaan, onder meer door de verspreiding van toegankelijke informatie, wat een aanzienlijk multipliereffect voor de partijen van de associatieovereenkomst in de hand zou kunnen werken;

O.  overwegende dat Chili met 17 EU-lidstaten bilaterale investeringsovereenkomsten heeft, waarvan de inhoud geen recht doet aan de laatste ontwikkelingen en beste praktijken op het gebied van investeringsbeleid, en die zouden kunnen worden vervangen en niet langer toegepast zodra een overeenkomst met een investeringshoofdstuk tussen de Unie en Chili in werking treedt;

P.  overwegende dat onevenredig strenge voorwaarden in de Chileense wetgeving, waar vissersvaartuigen uit de EU aan moeten voldoen, deze vaartuigen ervan weerhouden de havenfaciliteiten in Chili te gebruiken om aan te leggen, over te laden, brandstof te tanken of vistuig aan boord te halen;

Q.  overwegende dat het huidige Chileense exportpatroon in scherp contrast staat met het Europese, aangezien het Chileense patroon sterk gedomineerd wordt door de export van grondstoffen zoals koper, groente en fruit;

1.  beveelt de Raad, de Commissie en de EDEO het volgende aan:

   (a) ervoor te zorgen dat het Europees Parlement gedurende de onderhandelingen volledige, onmiddellijke en accurate informatie ontvangt, zodat het kan besluiten al dan niet toestemming te verlenen voor de sluiting van de gemoderniseerde associatieovereenkomst met Chili, inclusief de handelspijler van de overeenkomst; rekening te houden met het feit dat, hoewel associatieovereenkomsten die overeenkomstig artikel 217 VWEU worden gesloten traditioneel van gemengde aard zijn en ook terreinen buiten gemeenschappelijk handelsbeleid bestrijken, het na het advies van het Hof van Justitie betreffende de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore noodzakelijk is het pad naar de modernisering van de associatieovereenkomst tussen de EU en Chili grondig tegen het licht te houden, teneinde de terreinen van exclusieve en gedeelde bevoegdheden op het gebied van handel te scheiden en te waarborgen, en de verdeling van de bevoegdheden tussen de Unie en haar lidstaten ten volle te respecteren gedurende het volledige onderhandelingsproces, alsook met betrekking tot het sluiten en ondertekenen van de overeenkomsten; derhalve twee afzonderlijke overeenkomsten te sluiten waarbij een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen een handels- en investeringsovereenkomst die enkel zaken bevat die onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen, en een tweede overeenkomst die aangelegenheden bestrijkt waarvoor gedeelde bevoegdheden met de lidstaten gelden;
   (b) nota te nemen van het feit dat de EU en Chili sinds de inwerkingtreding van hun bilaterale associatieovereenkomst modernere, ambitieuzere en uitgebreidere handelsovereenkomsten hebben gesloten, en dat de associatieovereenkomst nog steeds geen betrekking heeft op een aantal gebieden die belangrijk zijn om ervoor te zorgen dat de overeenkomst ten behoeve van burgers aan beide zijden gedeelde groei, gelijke kansen, fatsoenlijke banen en duurzame groei genereert, inclusief de eerbiediging en bevordering van arbeids- en milieunormen, dierenwelzijn en gendergelijkheid;
   (c) het belangrijk en noodzakelijk te achten om in de geest van wederkerigheid, wederzijds voordeel en evenwicht te streven naar modernisering van de associatieovereenkomst EU-Chili, met name de handelscomponent ervan, om rekening te houden met de economische en politieke ontwikkelingen gedurende de voorbije vijftien jaar, en nota te nemen van de consistente steun voor deze modernisering van de gemengde parlementaire commissie EU-Chili en het feit dat het gemengd raadgevend comité verheugd is over de genomen stappen in de richting van een actualisering;
   d) niet te vergeten dat in Europa en elders recentelijk fel is gediscussieerd over de globalisering en het handelsbeleid, vanwege de oneerlijke verdeling van de winsten ervan; te overwegen dat het noodzakelijk is om op trends en mogelijke gevolgen te anticiperen, te zorgen voor een inclusievere verdeling van de voordelen van handel en te voorzien in een adequate bescherming van degenen die niet van de overeenkomst profiteren en wellicht nadelen van het daaropvolgende proces ondervinden; derhalve primair op nationaal maar ook op Unieniveau beleidsmaatregelen op te stellen op andere gebieden die buiten de bepalingen van de handelsovereenkomsten vallen, variërend van industrieel tot begrotings- en sociaal beleid;
   e) oog te houden voor het belang van de multilaterale agenda en het feit dat bilaterale onderhandelingen de ambitie om multilateraal vooruitgang te boeken niet mogen ondermijnen; te overwegen dat sterkere bilaterale betrekkingen en gemeenschappelijke samenwerking de EU en Chili kunnen helpen om meer samenwerking en synergieën te bewerkstelligen tussen de partijen van multilaterale en plurilaterale samenwerkingsverbanden; in dit verband aan te sturen op de volledige deelname van Chili aan de onderhandelingen over de WTO-overeenkomst inzake milieugoederen en de herziening van de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten;
   (f) gedeelde normen centraal te stellen in het moderniseringsproces en een mensenrechtenclausule in de overeenkomst op te nemen zoals in alle andere associatieovereenkomsten;
   (g) te waarborgen dat in een gemoderniseerde associatieovereenkomst, in de gehele tekst, expliciet en onherroepelijk, het recht en de mogelijkheid van de partijen wordt gegarandeerd en vastgelegd om, in het openbaar belang, hun eigen wetten en regels vast te stellen en toe te passen, teneinde legitieme doelen van het overheidsbeleid te verwezenlijken, zoals de bescherming en de bevordering van de mensenrechten, inclusief de toegang tot water, de volksgezondheid, sociale diensten, openbaar onderwijs, veiligheid, het milieu, openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van gegevens en de bevordering en bescherming van culturele diversiteit; ervoor te zorgen dat claims van investeerders deze doelstellingen niet kunnen ondermijnen; in dat opzicht te benadrukken dat de vrijhandelsovereenkomsten van de EU niet zijn gericht op de beperking van de legitieme belangen van de Unie, haar lidstaten of subfederale entiteiten om regels in het openbaar belang vast te stellen;
   (h) bij de onderhandelingen over handel in goederen te streven naar ambitieuze verbeteringen ten aanzien van de markttoegang over tarieflijnen heen, waarbij onnodige obstakels worden weggenomen, onder meer wat betreft de toegang tot havenfaciliteiten voor EU-vaartuigen, terwijl wordt geëerbiedigd dat een aantal gevoelige landbouw- en industriële producten een passende behandeling behoeven, bijvoorbeeld door middel van tariefcontingenten of de instelling van passende overgangsperioden, of zo nodig dienen te worden uitgesloten; een werkbare en doeltreffende bilaterale vrijwaringsclausule in de overeenkomst op te nemen die tijdelijke opschorting van preferenties mogelijk maakt indien, als gevolg van de inwerkingtreding van de gemoderniseerde associatieovereenkomst, een toename van de invoer ernstige schade berokkent of dreigt te berokkenen aan gevoelige sectoren;
   i) in de onderhandelingsrichtsnoeren de doelstelling op te nemen om de oorsprongsregels en douaneprocedures te vereenvoudigen, en deze aan te passen aan de realiteit van in toenemende mate complexe mondiale waardeketens; te waarborgen dat in een gemoderniseerde associatieovereenkomst fraudebestrijdingsbepalingen en -maatregelen worden opgenomen, evenals afspraken om douaneregels- en praktijken te standaardiseren, teneinde de transparantie, doeltreffendheid, rechtszekerheid en samenwerking tussen douaneautoriteiten te verbeteren, en de procedures te moderniseren en te vereenvoudigen, als vastgelegd in de WTO-overeenkomst inzake handelsfacilitatie en de herziene overeenkomst van Kyoto;
   (j) wat betreft de handel in diensten in aanmerking te nemen dat het potentieel van de dienstensector in de huidige associatieovereenkomst niet volledig wordt benut en dat een gemoderniseerde associatieovereenkomst onnodige obstakels voor markttoegang en nationale behandeling moet aanpakken; te overwegen dat bij het maken van afspraken moet worden voortgebouwd op de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten (GATS) en dat regels moeten worden gemoderniseerd om rekening te kunnen houden met nieuwe ontwikkelingen; de audiovisuele diensten uit te sluiten van het toepassingsgebied van de overeenkomst; te waarborgen en expliciet te bepalen dat de gemoderniseerde associatieovereenkomst geen belemmering vormt voor het vermogen van de partijen om in het openbaar belang publieke diensten te definiëren, reguleren en te ondersteunen, regeringen op geen enkele manier dwingt diensten te privatiseren en het regeringen niet belet openbare diensten te verlenen die voorheen door private dienstverleners werden verstrekt of voorheen door regeringen geprivatiseerde diensten opnieuw onder overheidsbeheer te plaatsen, en het regeringen niet belemmert hun dienstverlening aan het publiek uit te breiden door middel van clausules, bepalingen of afspraken die de flexibiliteit ondermijnen die nodig is om huidige en toekomstige diensten van algemeen economisch belang weer onder overheidsbeheer te brengen;
   (k) te waarborgen dat in een gemoderniseerde overeenkomst de stappen worden vastgelegd die nodig zijn om meer transparantie ten aanzien van de regelgeving en wederzijdse erkenning te bewerkstelligen, met inbegrip van bepalingen om onpartijdigheid en eerbiediging van de hoogste beschermingsnormen te waarborgen met betrekking tot vereisten, kwalificaties en vergunningen, en, in dit verband, te zorgen voor institutionele raadplegingsmechanismen waarbij diverse belanghebbenden zoals kmo's en maatschappelijke organisaties worden betrokken;
   (l) te waarborgen dat bij het maken van afspraken over de vereenvoudiging van de toegang en het verblijf van natuurlijke personen voor zakelijke doeleinden, buitenlandse dienstverleners moeten voldoen aan de sociale en arbeidswetgeving van de EU en de lidstaten, alsook aan toepasselijke collectieve overeenkomsten wanneer het werknemers betreft die onder de verbintenissen van Modus 4 van de GATS vallen;
   (m) ervoor te zorgen dat ambitieuze samenwerking inzake regelgeving en de harmonisatie van normen van vrijwillige aard blijven, waarbij de autonomie van de regelgevende instanties wordt geëerbiedigd, en uitsluitend gebaseerd worden op een verbetering van de uitwisseling van informatie en administratieve samenwerking teneinde onnodige obstakels en administratieve lasten te identificeren, met inachtneming van het voorzorgsbeginsel; niet te vergeten dat bij samenwerking op regelgevingsgebied gestreefd moet worden naar een beter beheer van de mondiale economie door middel van sterkere convergentie en samenwerking inzake internationale normen, waarbij het hoogste niveau van consumenten-, milieu- en arbeidsbescherming en sociale bescherming wordt gegarandeerd;
   (n) te overwegen in de associatieovereenkomst een prudentiële uitzonderingsbepaling voor financiële diensten op te nemen, naar het voorbeeld van een dergelijke bepaling in de Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen de EU en Canada, teneinde de beleidsruimte vast te leggen die de partijen hebben om hun financiële en bankensector te reguleren om de stabiliteit en integriteit van het financiële systeem te waarborgen; vrijwaringsmaatregelen en algemene uitzonderingen in de overeenkomst op te nemen ten aanzien van kapitaalverkeer en betalingen, die kunnen worden toegepast wanneer deze ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor de soepele werking van de economische en monetaire unie of de betalingsbalans van de EU;
   (o) bepalingen inzake goed fiscaal bestuur en tranparantienormen in de overeenkomst op te nemen die inhouden dat de partijen zich ertoe verplichten om internationale normen inzake de bestrijding van belastingontduiking en -ontwijking ten uitvoer te leggen, in het bijzonder de desbetreffende aanbevelingen van de OESO inzake grondslaguitholling en winstverschuiving, en die verplichtingen bevatten inzake automatische uitwisseling van inlichtingen en de oprichting van openbare registers van uiteindelijke begunstigden voor trusts, evenals concrete bepalingen in de hoofdstukken over financiële diensten, kapitaalverkeer en -vestiging, met het oog op het uitsluiten van niet-opgemerkte fiscale planning van ondernemingen;
   (p) niet te vergeten dat corruptie mensenrechten, gelijkheid, sociale rechtvaardigheid, handel en eerlijke concurrentie ondermijnt en aldus de economische groei belemmert; expliciet van de partijen te eisen, en hiertoe een specifieke sectie met duidelijke en krachtige verplichtingen en maatregelen op te stellen, dat zij corruptie in al haar vormen zullen bestrijden en internationale normen en multilaterale anticorruptieovereenkomsten ten uitvoer zullen leggen;
   (q) in overweging te nemen dat krachtige bepalingen inzake het openstellen van openbare aanbestedingen, waarbij het principe van de economisch voordeligste inschrijving wordt bevorderd, inclusief sociale, milieu- en innovatieve criteria, vereenvoudigde procedures en transparantie voor inschrijvers, met inbegrip van toegang voor inschrijvers uit andere landen, eveneens doeltreffende instrumenten kunnen zijn om corruptie te bestrijden en de integriteit van het openbaar bestuur te bevorderen, terwijl zij er eveneens voor zorgen dat belastingbetalers waar voor hun geld krijgen; in een gemoderniseerde associatieovereenkomst te zorgen voor betere toegang tot aanbestedingsmarkten, ook op subcentraal niveau, en transparante procedures gebaseerd op nationale behandeling, onpartijdigheid en eerlijkheid;
   (r) te waarborgen dat investeringsbeleid onder meer goed bestuur en bevordering van investeringen omvat en verplichtingen voor investeerders vastlegt, terwijl de bescherming van investeerders wordt verbeterd;
   (s) te waarborgen dat in de onderhandelingsrichtsnoeren de Commissie opdracht wordt gegeven om middels onderhandelingen te komen tot een modern investeringshoofdstuk, waarbij rekening wordt gehouden met internationale beste praktijken, zoals het investeringsbeleidskader voor duurzame ontwikkeling van de Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling (UNCTAD) en het laatste advies van het Hof van Justitie inzake de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore;
   (t) vooruitgang te boeken ten aanzien van een noodzakelijke internationale hervorming van de regeling voor de beslechting van geschillen; van alle partijen te vragen prioriteit te geven aan rechtspraak door bevoegde rechtbanken en de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS) te vervangen door een publiek stelsel van investeringsgerechten (Investment Court System, ICS), met een beroepsmechanisme, strikte regels inzake belangenconflicten en een afdwingbare gedragscode; rekening te houden met de verplichtingen van de investeerders en het recht te waarborgen om regelgeving op te stellen om legitieme openbare beleidsdoelstellingen te realiseren, bijvoorbeeld in verband met gezondheidszorg en watervoorziening, evenals arbeids- en milieubescherming; ernaar te streven lichtvaardig aangespannen rechtsgedingen te voorkomen en alle democratische procedurele waarborgen te garanderen, zoals het recht op non-discriminatoire toegang tot de rechter (met name voor kmo's) en onafhankelijke, transparante en verantwoordelijke rechtspraak, waarbij wordt toegewerkt naar de oprichting van een multilateraal investeringshof (MIC);
   (u) ervoor te zorgen dat de gemoderniseerde associatieovereenkomst een krachtig en ambitieus hoofdstuk Handel en duurzame ontwikkeling omvat waarin bindende en afdwingbare bepalingen zijn opgenomen die onder passende en effectieve mechanismen voor geschillenbeslechting vallen, in het kader waarvan, naast diverse andere handhavingsmethoden, een op sancties gebaseerd mechanisme wordt overwogen, en die de sociale partners en het maatschappelijk middenveld op een adequate manier in staat stellen deel te nemen; in overweging te nemen dat het hoofdstuk Handel en duurzame ontwikkeling onder meer de verplichting van de partijen moet omvatten om in hun nationale wet- en regelgeving de in de belangrijkste IAO-verdragen vastgelegde beginselen op te nemen, en geactualiseerde IAO-instrumenten doeltreffend ten uitvoer te leggen, in het bijzonder de verdragen inzake governance, de agenda voor waardig werk, IAO-verdrag nr. 169 inzake de rechten van inheemse volkeren, het Verdrag betreffende gelijke kansen voor en gelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke arbeiders, het verdrag inzake huishoudelijk personeel, evenals het Verdrag betreffende arbeiders met gezinsverantwoordelijkheid, de arbeidsnormen voor migrerende werknemers, en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), inclusief de toepassing van sectorale OESO-richtsnoeren en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten en een procedure waarmee de in het gemengd raadgevend comité verenigde sociale partners en het maatschappelijk middenveld om openbare raadplegingen door de regering kunnen vragen;
   (v) te waarborgen, onder verwijzing naar de vooruitgang die Chili heeft geboekt in bilaterale handelsbesprekingen met Uruguay en Canada, dat de partijen een speciaal hoofdstuk in de overeenkomst opnemen over handel en gendergelijkheid, waarin, naast de naleving en eerbiediging door de partijen van de internationale mensenrechten en de arbeids- en sociale normen, actieve maatregelen worden vastgelegd ter bevordering van de mogelijkheid van vrouwen om de door de associatieovereenkomst geboden kansen te benutten; te voorzien in maatregelen die onder meer zijn gericht op de bevordering van een beter evenwicht tussen werk en privéleven en op toegang tot sociale en gezondheidsdiensten; onder meer te waarborgen dat de partijen zich inzetten voor de verzameling van uitgesplitste gegevens die het mogelijk maken om vooraf en achteraf een grondige analyse uit te voeren van het effect van de gemoderniseerde associatieovereenkomst op gendergelijkheid; te streven naar een grotere deelname van vrouwelijke ondernemers (in het bijzonder micro-ondernemingen en kmo's) aan openbare aanbestedingen, waarbij wordt voortgebouwd op de ervaringen van het Chileense ministerie van Gendergelijkheid dat in 2015 een steunprogramma heeft opgezet om de deelname van vrouwelijke ondernemers aan de openbare aanbestedingsmarkt van "ChileCompras" te vergroten; zich in te zetten voor de internationalisering van door vrouwen geleide ondernemingen en de deelname van vrouwen in het kader van mogelijkheden uit hoofde van WTO-modus 4; ervoor te zorgen dat in de onderhandelingsteams expertise op het gebied van gendergelijkheid aanwezig is en te waarborgen dat binnen het gemengd raadgevend comité, waarin ook organisaties moeten worden opgenomen die zich inzetten voor gendergelijkheid, geregeld wordt gediscussieerd over de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk;
   (w) voorts een speciaal hoofdstuk in de overeenkomst op te nemen inzake micro-ondernemingen en kmo's met het oog op aanzienlijke vooruitgang wat betreft handelsbevordering, het wegnemen van handelsbelemmeringen en onnodige administratieve lasten, evenals actieve maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegenereerde mogelijkheden voldoende toegankelijk zijn voor en bekend zijn aan alle belangrijke en mogelijke actoren (d.w.z. door de oprichting van speciale loketten, specifieke websites en de publicatie van richtsnoeren per sector met informatie over de procedures en nieuwe handels- en investeringsmogelijkheden);
   (x) in de overeenkomst een hoofdstuk inzake energie op te nemen dat onder meer hernieuwbare energie en grondstoffen bestrijkt; te erkennen dat het noodzakelijk is om multilaterale milieuovereenkomsten ten uitvoer te leggen, met name de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering, om handelsgerelateerde bepalingen en afspraken op te nemen teneinde deel te nemen aan internationale instrumenten, onderhandelingen en handels- en milieubeleidsmaatregelen die elkaar versterken in antwoord op de doelstellingen van de circulaire economie, met inbegrip van verplichtingen op het gebied van groene groei, en handel en investeringen in milieugoederen en -diensten en hernieuwbare energie evenals klimaatvriendelijke technologie, verder te bevorderen;
   (y) onderhandelingsrichtlijnen aan te nemen die de bepalingen inzake dierenwelzijn versterken die in de huidige associatieovereenkomst zijn opgenomen, door het invoeren van effectieve bilaterale samenwerking op dat gebied, en voorwaardelijke liberalisering wanneer het dierenwelzijn gevaar loopt tijdens de productie van bepaalde producten;
   (z) onderhandelingsrichtsnoeren vast te stellen waarin de eis is opgenomen om de naleving van mededingingsrecht en bepalingen betreffende sanitaire en fytosanitaire maatregelen af te dwingen, teneinde de beginselen van transparantie, procedurele rechtvaardigheid en non-discriminatie evenals de regels inzake subsidies te eerbiedigen;
   (aa) in gedachte te houden dat in iedere handelsovereenkomst het welzijn van consumenten als een van de overkoepelende doelstellingen verankerd moet zijn, en te waarborgen dat de associatieovereenkomst de partijen verplicht een hoog niveau van consumentenveiligheid en -bescherming te garanderen, zich te houden aan de hoogste internationale normen, en coherente beste praktijken te ontwikkelen, in het bijzonder wat betreft de bescherming van consumenten op het gebied van financiële diensten, productetikettering en e-handel;
   (ab) te aanvaarden dat de onderhandelingen moeten resulteren in krachtige en afdwingbare bepalingen met betrekking tot de erkenning en de bescherming van alle vormen van intellectuele-eigendomsrechten, inclusief ambitieuze bepalingen inzake geografische aanduidingen, waarbij wordt voortgebouwd op de desbetreffende bepalingen in de huidige associatieovereenkomst, en deze worden uitgebreid, en wordt gezorgd voor betere toegang tot de markt, sterkere naleving en de mogelijkheid nieuwe geografische aanduidingen toe te voegen; te waarborgen dat in de herziene associatieovereenkomst een hoofdstuk inzake intellectuele-eigendomsrechten wordt opgenomen dat de noodzakelijke flexibiliteit garandeert, en dat de bepalingen inzake intellectuele-eigendomsrechten de toegang tot betaalbare elementaire geneesmiddelen en medische behandelingen in het kader van binnenlandse openbare gezondheidszorgprogramma's niet ondermijnen; ervoor te zorgen dat dit hoofdstuk verder gaat dan de bepalingen van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom ("TRIPS-overeenkomst");
   (ac) ervoor te zorgen dat de partijen een maximaal niveau van transparantie en deelname waarborgen, en er daarbij voor zorgen dat de doelstellingen van de onderhandelingen worden verwezenlijkt, onder meer door middel van voortdurende en op voldoende informatie gebaseerde dialogen met alle betrokken partijen, waaronder belanghebbenden zoals zakelijke partners en vakbonden, en het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van vertegenwoordigers van inheemse volkeren; in dit verband structureel samen te werken met de bevoegde parlementaire organen, in het bijzonder het gemengd raadgevend comité EU-Chili en de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Chili, gedurende de volledige levenscyclus van de associatieovereenkomst, van de onderhandelingen tot de tenuitvoerlegging en de evaluatie, en, met het oog op de uitvoeringsfase, steun te verlenen aan de oprichting van een officieel Chileens orgaan voor de deelname van het maatschappelijk middenveld dat een afspiegeling vormt van de pluriforme Chileense samenleving, met bijzondere aandacht voor de inheemse volkeren van Chili; er hiertoe samen met Chili en zonder de onderhandelingsstrategie van de EU te ondermijnen, voor te zorgen dat alle relevante informatie op een voor het publiek zo toegankelijk mogelijke manier wordt gepubliceerd, onder meer via brochures in het Spaans, als gemeenschappelijke officiële taal;
   (ad) rekening te houden met de oproep van het Parlement om mandaten voor handelsbesprekingen openbaar te maken, en om de onderhandelingsrichtsnoeren voor de modernisering van de associatieovereenkomst onmiddellijk na de vaststelling ervan te publiceren;
   (ae) te waarborgen dat de associatieovereenkomst voorziet in de noodzakelijke mechanismen om ervoor te zorgen dat ze tijdens de tenuitvoerlegging in de praktijk wordt nageleefd, met inbegrip van een modern, effectief geschillenbeslechtingsmechanisme tussen staten;

2.  verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de EDEO, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van de Republiek Chili.

(1) PB L 352 van 30.12.2002, blz. 3.
(2) Persbericht 197/15 van de Raad van 21.4.2015.
(3) http://www.eesc.europa.eu/?i=portal.en.events-and-activities-eu-chile-jcc-01-declaration
(4) https://ec.europa.eu/commission/sites/beta-political/files/reflection-paper-globalisation_en.pdf
(5) https://ec.europa.eu/commission/sites/beta-political/files/reflection-paper-social-dimension-europe_en.pdf
(6) https://www.ombudsman.europa.eu/en/cases/decision.faces/en/58668/html.bookmark
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0041.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0284.
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0298.
(10) PB C 99 E van 3.4.2012, blz. 94.
(11) http://www.europarl.europa.eu/thinktank/en/document.html?reference=EPRS_STU%282017%29558764
(12) http://unfccc.int/files/essential_background/convention/application/pdf/english_paris_agreement.pdf
(13) http://www.europarl.europa.eu/cmsdata/113103/1107500EN.pdf
(14) http://www.iwgia.org/publications/search-pubs?publication_id=740
(15) http://ec.europa.eu/trade/policy/countries-and-regions/countries/chile/
(16) http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2006/september/tradoc_113364.pdf

Juridische mededeling