Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/0238(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0263/2017

Ingediende teksten :

A8-0263/2017

Debatten :

PV 13/09/2017 - 20
CRE 13/09/2017 - 20
PV 28/05/2018 - 23
CRE 28/05/2018 - 23

Stemmingen :

PV 14/09/2017 - 8.11
CRE 14/09/2017 - 8.11
PV 29/05/2018 - 7.9
CRE 29/05/2018 - 7.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0357
P8_TA(2018)0212

Aangenomen teksten
PDF 546kWORD 75k
Donderdag 14 september 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Meerjarenplan voor demersale bestanden in de Noordzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren ***I
P8_TA(2017)0357A8-0263/2017

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 14 september 2017 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor demersale bestanden in de Noordzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 676/2007 en (EG) nr. 1342/2008 van de Raad (COM(2016)0493 – C8-0336/2016 – 2016/0238(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  Het GVB heeft onder meer ten doel te garanderen dat visserij en aquacultuur uit ecologisch oogpunt duurzaam zijn op de lange termijn, de voorzorgsbenadering toe te passen bij het visserijbeheer en een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer ten uitvoer te leggen.
(4)  Het GVB heeft onder meer ten doel te garanderen dat visserij en aquacultuur uit ecologisch oogpunt duurzaam zijn op de lange termijn, de voorzorgsbenadering toe te passen bij het visserijbeheer teneinde ervoor te zorgen dat bestanden van geoogste soorten worden hersteld en gehandhaafd boven een niveau dat MSY kan opleveren, en een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer ten uitvoer te leggen.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)  In het kader van Verordening (EU) nr. 1380/2013 wordt er uitdrukkelijk naar gestreefd dat de levende biologische rijkdommen van de zee dusdanig worden geëxploiteerd dat de populaties van de geoogste soorten worden hersteld en gehandhaafd boven een niveau dat MSY kan opleveren. Daarom moet, in overeenstemming met artikel 2, lid 2, van die verordening, het corresponderende exploitatieniveau waar mogelijk tegen 2015 worden bereikt, en, op basis van een geleidelijke toename, uiterlijk 2020 voor alle bestanden, en van dan af worden gehandhaafd.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
(5)  Met het oog op de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen moeten instandhoudingsmaatregelen als meerjarenplannen, technische maatregelen en vangstmogelijkheden (vaststelling en toewijzing), zo nodig met elkaar gecombineerd, worden vastgesteld.
(5)  Met het oog op de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen moeten instandhoudingsmaatregelen als meerjarenplannen, technische maatregelen en vangstmogelijkheden (vaststelling en toewijzing), zo nodig met elkaar gecombineerd, worden vastgesteld in volledige overeenstemming met het best beschikbare wetenschappelijke advies.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
(6)  Overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten meerjarenplannen gebaseerd zijn op wetenschappelijke, technische en economische adviezen en moeten ze doelstellingen, kwantificeerbare streefdoelen met duidelijke tijdschema's, instandhoudingsreferentiepunten en vrijwaringsmaatregelen bevatten.
(6)  Overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten meerjarenplannen gebaseerd zijn op wetenschappelijke, technische en economische adviezen en moeten ze doelstellingen, kwantificeerbare streefdoelen met duidelijke tijdschema's, instandhoudingsreferentiepunten, doelstellingen en vrijwaringsmaatregelen bevatten, en doelen voor de met het oog op het verwezenlijken van de in artikel 15 van die verordening uiteengezette streefdoelen te nemen instandhoudingsmaatregelen en technische maatregelen en maatregelen die beogen ongewenste vangsten zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 bis (nieuw)
(6 bis)   Voorts kan de Commissie overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 in het kader van een meerjarenplan de bevoegdheid worden toegekend gebieden voor herstel van bestanden in te stellen.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 9 bis (nieuw)
(9 bis)   Sommige bestanden van gemeenschappelijk belang worden tevens geëxploiteerd door derde landen, waardoor het van groot belang is dat de Unie met die derde landen overleg pleegt om ervoor te zorgen dat die bestanden op duurzame wijze worden beheerd. Bij gebreke van een formeel akkoord zal de Unie alles in het werk moeten stellen om tot gemeenschappelijke regelingen voor bevissing van deze bestanden te komen teneinde duurzaam beheer mogelijk te maken, waarbij gelijke voorwaarden voor de marktdeelnemers van de Unie worden afgedwongen, gehandhaafd en bevorderd.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
(10)  Dit plan moet erop gericht zijn bij te dragen tot het verwezenlijken van de doelstellingen van het GVB, en met name het bereiken en behouden van MSY voor de betrokken bestanden, door bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de aanlandingsverplichting voor demersale bestanden waarvoor vangstbeperkingen gelden en door bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer.
(10)  Dit plan moet erop gericht zijn bij te dragen tot het verwezenlijken van de doelstellingen van het GVB, en met name het herstellen en behouden van visbestanden boven een niveau van biomassa dat MSY kan opleveren, door bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de aanlandingsverplichting voor demersale bestanden waarvoor vangstbeperkingen gelden, alsmede tot de tenuitvoerlegging en verwezenlijking van de sociaal-economische aspecten van het GVB en door bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer door het tot een minimum beperken van de negatieve gevolgen van visserij voor het mariene ecosysteem.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis)   Dit plan moet ook bijdragen aan het bereiken van een goede milieutoestand zoals vastgelegd in Richtlijn 2008/56/EG en aan een gunstige staat van instandhouding voor leefgebieden en soorten zoals vereist door respectievelijk Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis en Richtlijn 92/43/EEG van de Raad1 ter.
_____________
1 bis Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7).
1 ter Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
(11)  Krachtens artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de vangstmogelijkheden worden vastgesteld overeenkomstig de in de meerjarenplannen bepaalde streefdoelen.
(11)  Krachtens artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de vangstmogelijkheden worden vastgesteld overeenkomstig de doelstellingen opgenomen in artikel 2, lid 2, Verordening (EU) nr. 1380/2013 en overeenstemmen met de streefdoelen, tijdschema's en marges in de meerjarenplannen.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 11 bis (nieuw)
(11 bis)   Overeenkomstig artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 dienen bestanden die samen met derde landen worden beheerd voor zover mogelijk in het kader van gezamenlijke overeenkomsten, conform de in artikel 2, lid 2, daarvan neergelegde doelstellingen te worden beheerd. Voorts moeten de in de artikelen 1 en 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 uiteengezette doelstellingen, alsmede de in artikel 4 daarvan neergelegde definities op dergelijke overeenkomsten van toepassing zijn.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
(14)  Bij gebrek aan streefdoelen in verband met MSY moet de voorzorgsbenadering worden toegepast.
(14)  Bij gebrek aan streefdoelen in verband met de maximale duurzame opbrengst moeten in het meerjarenplan maatregelen worden vastgesteld op basis van de voorzorgsbenadering van het visserijbeheer als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Deze maatregelen moeten een niveau van instandhouding waarborgen dat ten minste vergelijkbaar is met exploitatieniveaus die de maximale duurzame opbrengst opleveren, zoals uiteengezet in artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 14 bis (nieuw)
(14 bis)  Recreatievisserij kan een significante impact hebben op visbestanden. De lidstaten moeten vangstgegevens van de recreatievisserij verzamelen overeenkomstig de wettelijke vereisten inzake gegevensverzameling. Wanneer dergelijke visserij een significante negatieve impact heeft op bestanden moet het plan in de mogelijkheid voorzien van specifieke beheersmaatregelen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Alle beheers- en technische maatregelen inzake recreatievisserij op Unieniveau dienen in verhouding te staan tot de beoogde doelstellingen.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
(16)  Voor functionele eenheden langoustines moeten, waar die beschikbaar zijn, de volgende triggerniveaus voor abundantie worden gebruikt: minimale abundantie (Abundancebuffer) die overeenstemt met het Bbuffer-referentiepunt als gedefinieerd door de adviesraad voor de Noordzee in het langetermijnbeheersplan voor Noordzee-Nephrops42, en grensabundantie (Abundancelimit) die overeenstemt met MSY Btrigger voor abundantie (gelijkwaardig aan Blim) als gedefinieerd door de ICES7.
(16)  Voor functionele eenheden langoustines moeten, waar die beschikbaar zijn, door ICES aanbevolen minimale abundantie (Abundancebuffer) en grensabundantie (Abundancelimit) als triggerniveaus voor abundantie worden gebruikt.
_________________
42 A Long Term Management Plan for North Sea Nephrops
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
(17)  Wanneer de bestandsomvang tot onder die niveaus daalt, moeten passende vrijwaringsmaatregelen worden overwogen. Vrijwaringsmaatregelen moeten onder meer inhouden dat de vangstmogelijkheden worden gereduceerd en dat er specifieke instandhoudingsmaatregelen worden genomen wanneer luidens wetenschappelijk advies herstelmaatregelen vereist zijn. Deze maatregelen moeten worden aangevuld met alle andere passend geachte maatregelen, zoals maatregelen van de Commissie overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 of maatregelen van de lidstaten overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.
(17)  Wanneer de bestandsomvang tot onder die niveaus daalt, moeten passende vrijwaringsmaatregelen worden overwogen. Vrijwaringsmaatregelen moeten onder meer inhouden dat de vangstmogelijkheden worden gereduceerd en dat er specifieke instandhoudingsmaatregelen worden genomen wanneer luidens het best beschikbare wetenschappelijk advies herstelmaatregelen vereist zijn. Deze maatregelen moeten worden aangevuld met alle andere passend geachte maatregelen, zoals maatregelen van de Commissie overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 of maatregelen van de lidstaten overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
(19)  De TAC voor langoustine in de ICES-zones IIa en IV dient te worden vastgesteld als de som van de vangstbeperkingen voor elke functionele eenheid en voor de statistische rechthoeken buiten de functionele eenheden in dat TAC-gebied. Dit sluit het vaststellen van maatregelen ter bescherming van specifieke functionele eenheden evenwel niet uit.
(19)  Voor elke functionele eenheid moet, indien mogelijk, een eigen TAC voor langoustine worden vastgesteld. Eventueel worden ter bescherming van de betreffende functionele eenheid afzonderlijke maatregelen vastgesteld.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
(20)  Met het oog op de naleving van de bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingestelde aanlandingsverplichting dient het plan te voorzien in aanvullende beheersmaatregelen.
(20)  Met het oog op de naleving van de bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingestelde aanlandingsverplichting dient het plan te voorzien in andere instandhoudingsmaatregelen, in het bijzonder maatregelen om teruggooi met inachtneming van het best beschikbare wetenschappelijke advies geleidelijk tot nul terug te brengen, of om de negatieve impact van de visserij op het ecosysteem tot een minimum te beperken, in voorkomend geval nader uit te werken krachtens artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
(25)  Vastgesteld moet worden boven welke drempelwaarde een vissersvaartuig zijn vangsten uit demersale bestanden overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden. Bovendien moeten de lidstaten bij de aanwijzing van die havens of plaatsen dicht bij de kust de criteria van artikel 43, lid 5, van die verordening op zodanige wijze toepassen dat een doeltreffende controle op de onder deze verordening vallende bestanden gewaarborgd is.
(25)  Vastgesteld moet worden boven welke drempelwaarde een vissersvaartuig zijn vangsten uit demersale bestanden overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden. Bovendien moeten de lidstaten bij de aanwijzing van die havens of plaatsen dicht bij de kust de criteria van artikel 43, lid 5, van die verordening op zodanige wijze toepassen dat een doeltreffende controle op het aanlanden van de vangsten waarop deze verordening van toepassing is, gewaarborgd is.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
(26)  Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten bepalingen worden vastgesteld inzake de periodiciteit waarmee de Commissie de toereikendheid en doeltreffendheid van de toepassing van deze verordening dient te evalueren. Voorafgaand aan deze evaluatie moet het plan op basis van wetenschappelijk advies periodiek worden geëvalueerd: die laatstbedoelde evaluatie dient om de vijf jaar plaats te vinden. Een dergelijke periode biedt voldoende ruimte om de aanlandingsverplichting volledig ten uitvoer te leggen, om geregionaliseerde maatregelen vast te stellen en uit te voeren en om zicht te krijgen op de gevolgen voor de bestanden en de visserij. Het is tevens de tijd die de wetenschappelijke instanties op zijn minst nodig hebben.
(26)  Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten bepalingen worden vastgesteld inzake de periodiciteit waarmee de Commissie de toereikendheid en doeltreffendheid van de toepassing van deze verordening dient te evalueren. Voorafgaand aan deze evaluatie moet het plan op basis van het best beschikbare wetenschappelijke advies periodiek worden geëvalueerd: de evaluatie van het plan moet uiterlijk ... [drie jaar na inwerkingtreding van deze verordening] plaatsvinden, en daarna om de vijf jaar. Een dergelijke periode biedt voldoende ruimte om de aanlandingsverplichting volledig ten uitvoer te leggen, om geregionaliseerde maatregelen vast te stellen en uit te voeren en om zicht te krijgen op de gevolgen voor de bestanden en de visserij. Het is tevens de tijd die de wetenschappelijke instanties op zijn minst nodig hebben.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1
1.  Bij deze verordening wordt een meerjarenplan (hierna "het plan") vastgesteld voor de demersale bestanden in wateren van de Unie van de ICES-zones IIa, IIIa en IV (hierna "de Noordzee") en de visserijen die deze bestanden exploiteren.
1.  Bij deze verordening wordt een meerjarenplan (hierna "het plan") vastgesteld voor de demersale bestanden in wateren van de Unie van de ICES-zones IIa, IIIa en IV ("de Noordzee" heeft betrekking op deze drie zones) en de visserijen, waaronder recreatievisserij, die deze bestanden exploiteren.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.   Wanneer de Commissie op basis van wetenschappelijk advies of op verzoek van de betrokken lidstaten van oordeel is dat de in lid 2 bedoelde lijst moet worden gewijzigd, kan zij een voorstel tot herziening van die lijst indienen.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 2 ter (nieuw)
2 ter Deze verordening bevat ook nadere bepalingen ter uitvoering van de aanlandingsverplichting voor alle soorten die in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 worden genoemd, andere dan de reeds in de lid 1 van dit artikel genoemde bestanden.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1
(1)  "demersale bestanden": de rondvis- en platvisssoorten en langoustines die op of in de nabijheid van de bodem van de waterkolom leven;
(1)  "demersale bestanden": de rondvis-, platvis- en kraakbeenvissoorten en langoustines ((Nephrops norvegicus) en Noordse garnalen (Pandalus borealis) die op of in de nabijheid van de bodem van de waterkolom leven;
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)
(1 bis)  "best beschikbare wetenschappelijke advies": wetenschappelijk advies dat door de ICES of WTECV getoetst is en ondersteund wordt door de meest recente beschikbare gegevens die voldoen aan de vereisten van Verordening (EU) nr. 1380/2013, met name artikel 25 daarvan;
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 ter (nieuw)
(1 ter)   "FMSY-bandbreedte": brandbreedte berekend door de ICES die zo bepaald is dat bij toepassing ervan de langetermijnopbrengst ten hoogste 5 procent lager is dan MSY. De adviesregel van de ICES, die inhoudt dat, wanneer de paaibiomassa onder het referentiepunt voor de minimale paaibiomassa (MSY Btrigger) belandt, F moet worden verminderd tot een waarde die niet hoger is dan een bovengrens gelijk aan de FMSY-puntwaarde vermenigvuldigd met de paaibiomassa in het TAC-jaar, gedeeld door MSY Btrigger;
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 quater (nieuw)
(1 quater)   "MSY Flower" en "MSY Fupper": de laagste respectievelijk hoogste waarde binnen de FMSY-bandbreedte;
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2
(2)  "groep 1": de volgende demersale bestanden waarvoor in dit plan FMSY-bandbreedtes en vrijwaringsmaatregelen inzake biomassa zijn vastgesteld:
(2)  de volgende demersale bestanden waarvoor in dit plan FMSY-bandbreedtes en vrijwaringsmaatregelen inzake biomassa zijn vastgesteld, als opgesomd in bijlagen I en II:
a)  kabeljauw (Gadus morhua) in deelgebied IV en de sectoren VIId en IIIa West (Noordzee, oostelijk deel van het Kanaal, Skagerrak) (hierna "Noordzeekabeljauw");
a)  kabeljauw (Gadus morhua) in deelgebied IV (Noordzee) en de sectoren VIId (oostelijk deel van het Kanaal) en IIIa West (Skagerrak), (hierna "Kabeljauw in deelgebied IV en in de sectoren VIId en IIIa West");
b)  schelvis (Melanogrammus aeglefinus) in deelgebied IV en de sectoren VIa en IIIa West (Noordzee, gebied ten westen van Schotland, Skagerrak) (hierna "schelvis");
b)  schelvis (Melanogrammus aeglefinus) in deelgebied IV (Noordzee) en de sectoren VIa (gebied ten westen van Schotland) en IIIa West (Skagerrak) (hierna "schelvis" in deelgebied IV en in de sectoren VIa en IIa West");
c)  schol (Pleuronectes platessa) in deelgebied IV (Noordzee) en sector IIIa (Skagerrak) (hierna "Noordzeeschol");
c)  schol (Pleuronectes platessa) in deelgebied IV (Noordzee) en sector IIIa (Skagerrak) (hierna "schol in deelgebied IV en in deelgebied IIIa");
d)  zwarte koolvis (Pollachius virens) in de deelgebieden IV en VI en sector IIIa (Noordzee, Rockall en gebied ten westen van Schotland, Skagerrak en Kattegat) (hierna "zwarte koolvis");
d)  zwarte koolvis (Pollachius virens) in de deelgebieden IV (Noordzee) en VI (gebied ten westen van Schotland en Rockall) en sector IIIa (Skagerrak en Kattegat), (hierna "zwarte koolvis in de deelgebieden IV en VI en sector IIIa");
e)  tong (Solea solea) in deelgebied IV (Noordzee) (hierna "Noordzeetong");
e)  tong (Solea solea) in deelgebied IV (Noordzee) (hierna "tong in deelgebied IV");
f)  tong (Solea solea) in sector IIIa en de subsectoren 22–24 (Skagerrak en Kattegat, westelijk deel van de Oostzee) (hierna "Kattegattong");
f)  tong (Solea solea) in sector IIIa (Skagerrak en Kattegat) de subsectoren 22–24 (westelijk deel van de Oostzee) (hierna "tong in deelgebied IIIa en subsectoren 22-24");
g)  wijting (Merlangius merlangus) in deelgebied IV en sector VIId (Noordzee, oostelijk deel van het Kanaal) (hierna "Noordzeewijting");
g)  wijting (Merlangius merlangus) in deelgebied IV (Noordzee) en sector VIId (oostelijk deel van het Kanaal) (hierna "wijting in deelgebied IV en in sector VIId");
g bis)  Zeeduivel (Lophius piscatorius) in sector IIIa (Skagerrak en Kattegat) en deelgebieden IV (Noordzee) en VI (gebied ten westen van Schotland en Rockall);
g ter)  Noordse garnaal (Pandalus borealis) in sectoren IVa Oost en IIIa;
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 van de onderhavige verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de lijst van bestanden in groep 1, zoals vermeld in de eerste alinea van dit punt, en in de bijlagen I en II bij deze verordening, in overeenstemming met het beste beschikbare wetenschappelijke advies.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 – inleidende formule
(3)  "groep 2": de volgende functionele eenheden (FU) langoustine (Nephrops norvegicus) waarvoor in dit plan streefdoelen zijn bepaald als FMSY-bandbreedtes en vrijwaringsmaatregelen inzake abundantie:
(3)  "groep 2": de volgende functionele eenheden (FU) langoustine (Nephrops norvegicus) waarvoor in dit plan streefdoelen zijn bepaald als FMSY-bandbreedtes en vrijwaringsmaatregelen inzake abundantie, zoals vermeld in bijlagen I en II:
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 8 bis (nieuw)
(8 bis)   De betreffende bestanden worden uitsluitend gewijzigd op basis van het best beschikbare wetenschappelijke advies.
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 10
10.  "MSY Btrigger": het referentiepunt voor paaibiomassa waaronder specifieke en passende beheersmaatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de exploitatieniveaus in combinatie met natuurlijke variaties de bestanden herstellen boven een niveau dat op de lange termijn MSY kan opleveren.
10.  "MSY Btrigger": het referentiepunt voor paaibiomassa waaronder specifieke en passende beheersmaatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de exploitatieniveaus in combinatie met natuurlijke variaties de bestanden herstellen boven een niveau dat op de lange termijn de maximale duurzame opbrengst kan opleveren.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)
(10 bis)   "recreatievisserij": niet-commerciële visserijactiviteiten waarmee de mariene levende biologische rijkdommen worden geëxploiteerd voor vrijetijdsbesteding, toerisme of sport;
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1
1.  Het plan draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met name door middel van de toepassing van de voorzorgsbenadering bij het visserijbeheer, en beoogt ervoor te zorgen dat de levende mariene biologische rijkdommen zodanig worden geëxploiteerd dat de populaties van de geoogste soorten worden hersteld en gehandhaafd boven een niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren.
1.  Het plan draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met name door middel van de toepassing van de voorzorgsbenadering bij het visserijbeheer, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, alsook tot een redelijke levensstandaard voor degenen die van visserijactiviteiten afhankelijk zijn, met aandacht voor de sociaaleconomische aspecten, en beoogt ervoor te zorgen dat de levende mariene biologische rijkdommen zodanig worden geëxploiteerd dat de populaties van de geoogste soorten worden hersteld en gehandhaafd boven een niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. Het exploitatieniveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk 2020, onder alle omstandigheden en geleidelijk toenemend voor alle bestanden waarop deze verordening van toepassing is, verwezenlijkt, en vanaf die datum gehandhaafd. In geval van bestanden waarvoor geen wetenschappelijke advies en gegevens beschikbaar zijn, worden de in artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 vastgelegde streefdoelen verwezenlijkt. Die streefdoelen waarborgen de instandhouding van de betrokken bestanden op een niveau dat ten minste met de streefdoelen voor de maximale duurzame opbrengst vergelijkbaar is.
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 3
3.  Het plan past de ecosysteemgerichte benadering toe op het visserijbeheer teneinde ervoor te zorgen dat de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten voor het mariene ecosysteem tot een minimum worden beperkt. Het is in overeenstemming met de milieuwetgeving van de Unie, met name met de in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2008/56/EG vastgestelde doelstelling om uiterlijk in 2020 een goede milieutoestand te bereiken.
3.  Het plan past de ecosysteemgerichte benadering toe op het visserijbeheer teneinde ervoor te zorgen dat de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten voor het mariene ecosysteem, in het bijzonder voor bedreigde habitats en beschermde soorten, waaronder zeezoogdieren en zeevogels, tot een minimum worden beperkt. Het plan is een aanvulling op en is in overeenstemming met de ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer in de zin van artikel 4, lid 1, punt 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, met de milieuwetgeving van de Unie, met name met de in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2008/56/EG vastgestelde doelstelling om uiterlijk in 2020 een goede milieutoestand te bereiken, alsook met de streefdoelen en voorschriften van de Richtlijnen 2009/147/EG en 92/43/EEG. Daarnaast voorziet het plan ook in maatregelen om nadelige sociaaleconomische gevolgen te verzachten en exploitanten in staat stellen meer economische zichtbaarheid op de lange termijn te verkrijgen.
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.   Het plan draagt ertoe bij dat de in de zin van artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 samen met derde landen beheerde bestanden overeenkomstig de doelstellingen vermeld in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 worden beheerd en de vangstmogelijkheden de in bijlage I van deze verordening vastgestelde bandbreedtes niet overschrijden.
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 3 ter (nieuw)
3 ter.   Het plan houdt rekening met de bilaterale betrekkingen met derde landen. In toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen wordt rekening gehouden met het plan.
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 4 – letter b
b)  bij te dragen tot de vervulling van de beschrijvende elementen in bijlage I bij Richtlijn 2008/56/EG, in verhouding tot de rol die visserijen voor de vervulling ervan spelen.
b)  dat andere relevante beschrijvende elementen in bijlage I bij Richtlijn 2008/56/EG worden vervuld, in verhouding tot de rol die visserijen voor de vervulling ervan spelen.
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.   Alle maatregelen in het kader van het plan worden op basis van het best beschikbare wetenschappelijke advies in de zin van artikel 2, inleidende zin, punt 1 bis, van deze verordening getroffen. Het best beschikbare wetenschappelijke advies wordt openbaar gemaakt uiterlijk op de datum dat de maatregelen overeenkomstig de artikelen 4, 5, 6 en 18 van deze verordening en artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 door de Commissie worden voorgesteld.
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
1.  De visserijsterfte voor de bestanden van de groepen 1 en 2 bereikt het streefdoel zo spoedig mogelijk en, op basis van een geleidelijke toename, uiterlijk in 2020 en wordt van dan af gehandhaafd binnen de in bijlage I vermelde bandbreedtes.
1.  De visserijsterfte voor de bestanden van de groepen 1 en 2 bereikt het streefdoel zo spoedig mogelijk en, op basis van een geleidelijke toename, uiterlijk in 2020 en wordt vanaf dan gehandhaafd binnen de in bijlage I vermelde bandbreedtes en overeenkomstig de in artikel 3, lid 1, vermelde doelstellingen.
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2
2.  Conform artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 zijn de vangstmogelijkheden in overeenstemming met de streefbandbreedtes voor de visserijsterfte die zijn opgenomen in kolom A van bijlage I bij de onderhavige verordening.
2.  Conform artikel 16, lid 4, en artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 worden de vangstmogelijkheden in overeenstemming met de in het plan vermelde doelstellingen en streefdoelen, alsook het best beschikbare wetenschappelijke advies, vastgelegd en komen zij overeen met de streefbandbreedtes voor de visserijsterfte die zijn opgenomen in kolom A van bijlage I bij de onderhavige verordening.
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 3
3.  Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de vangstmogelijkheden worden vastgesteld op niveaus die overeenkomen met lagere visserijsterfteniveaus dan die welke in kolom A van bijlage I zijn opgenomen.
3.  Onverminderd leden 1 en 2 kunnen de vangstmogelijkheden worden vastgesteld op niveaus die overeenkomen met lagere visserijsterfteniveaus dan die welke in bijlage I zijn opgenomen.
Amendementen 83 en 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4
4.  Onverminderd de leden 2 en 3 kunnen de vangstmogelijkheden voor een bestand worden vastgesteld in overeenstemming met de bandbreedtes voor de visserijsterfte als opgenomen in kolom B van bijlage I, mits het betrokken bestand zich bevindt boven het in kolom A van bijlage II opgenomen referentiepunt voor minimale paaibiomassa:
Schrappen
(a)  indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 3 in het geval van gemengde visserijen;
(b)  indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is om ernstige schade aan een bestand als gevolg van wisselwerkingen binnen of tussen soorten te beperken, of
(c)  om schommelingen in de vangstmogelijkheden tussen opeenvolgende jaren tot ten hoogste 20 % te beperken.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.   De vangstmogelijkheden worden in elk geval zodanig vastgesteld dat de waarschijnlijkheid dat de paaibiomassa onder het grensreferentiepunt voor biomassa (Blim) vermeld in kolom B van bijlage II belandt, minder dan 5 % bedraagt.
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 ter (nieuw)
4 ter.   Wanneer de Commissie op grond van het best beschikbare wetenschappelijk advies van mening is dat de doelstellingen van dit plan niet langer op een correcte manier tot uiting komen in de bandbreedtes voor de visserijsterfte in bijlage I, kan zij met spoed een voorstel voor de herziening van die bandbreedtes indienen.
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1
1.  De vangstmogelijkheden voor de bestanden van de groepen 3 en 4 zijn in overeenstemming met wetenschappelijk advies over de maximale duurzame opbrengst.
1.  De vangstmogelijkheden voor de bestanden van de groepen 3 en 4 zijn in overeenstemming met de best beschikbare wetenschappelijk adviezen over de maximale duurzame opbrengst.
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
2.  Bij gebrek aan wetenschappelijk advies over een visserijsterfte die in overeenstemming is met de maximale duurzame opbrengst, zijn de vangstmogelijkheden in overeenstemming met wetenschappelijk advies ter waarborging van de duurzaamheid van de bestanden overeenkomstig de voorzorgsbenadering.
2.  Bij gebrek aan wetenschappelijk advies en gegevens over de visserijsterfte die in overeenstemming is met de maximale duurzame opbrengst, worden de vangstmogelijkheden en maatregelen vastgesteld overeenkomstig de voorzorgsbenadering van het visserijbeheer in de zin van artikel 4, lid 1, punt 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en in overeenstemming met de in artikel 3, lid 1 van deze verordening vermelde streefdoelen.
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1
De bestanden van groep 5 worden beheerd op basis van de voorzorgsbenadering overeenkomstig wetenschappelijk advies.
De bestanden van groep 5 worden beheerd op basis van de voorzorgsbenadering van het visserijbeheer, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, overeenkomstig het best beschikbare wetenschappelijk advies en de in artikel 3, leden 1 en 3, van onderhavige verordening vastgestelde doelstellingen. Het ontbreken van adequate wetenschappelijke informatie mag niet als reden worden aangevoerd om beheersmaatregelen voor de instandhouding van de mariene biologische hulpbronnen uit te stellen of achterwege te laten.
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1
1.  Wanneer wetenschappelijk advies erop wijst dat de paaibiomassa van een bestand van groep 1 voor een bepaald jaar lager is dan MSY Btrigger of dat de abundantie van een functionele eenheid in groep 2 lager is dan Abundancebuffer als opgenomen in kolom A van bijlage II, worden alle passende herstelmaatregelen vastgesteld om te waarborgen dat het betrokken bestand of de betrokken functionele eenheid snel terugkeert boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. In het bijzonder worden, in afwijking van artikel 4, lid 2, de vangstmogelijkheden vastgesteld op een niveau dat overeenkomt met een visserijsterfte die is teruggebracht op een waarde onder de in kolom A van bijlage I opgenomen bandbreedte, rekening houdend met de afname van de biomassa of de abundantie.
1.  Wanneer het best beschikbare wetenschappelijke advies erop wijst dat de paaibiomassa van een bestand van groep 1 voor een bepaald jaar lager is dan MSY Btrigger of dat de abundantie van een functionele eenheid in groep 2 lager is dan Abundancebuffer als opgenomen in kolom A van bijlage II, worden alle passende herstelmaatregelen vastgesteld om te waarborgen dat het betrokken bestand of de betrokken functionele eenheid snel terugkeert boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. In het bijzonder worden, in afwijking van artikel 4, lid 2, de vangstmogelijkheden, rekening houdend met de afname van de biomassa of de abundantie, op een niveau vastgesteld dat overeenkomt met een visserijsterfte, die in verhouding tot de afname van de biomassa en overeenkomstig de adviesregel van de ICES, op een waarde onder de in kolom A van bijlage I opgenomen bandbreedte is teruggebracht. De adviesregel van de ICES als bedoeld in artikel 2, inleidende zin, punt 1 ter, is van toepassing.
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
2.  Wanneer wetenschappelijk advies erop wijst dat de paaibiomassa van een betrokken bestand lager is dan Blim of dat de abundantie van een functionele eenheid langoustine lager is dan Abundancelimit als opgenomen in kolom B van bijlage II, worden aanvullende herstelmaatregelen genomen om te waarborgen dat het betrokken bestand of de betrokken functionele eenheid snel terugkeert boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. In het bijzonder houden deze herstelmaatregelen, in afwijking van artikel 4, leden 2 en 4, in dat de gerichte visserij op het betrokken bestand wordt opgeschort en de vangstmogelijkheden op passende wijze worden verlaagd.
2.  Wanneer het best beschikbare wetenschappelijke advies erop wijst dat de paaibiomassa van een betrokken bestand lager is dan Blim of dat de abundantie van een functionele eenheid langoustine lager is dan Abundancelimit als opgenomen in kolom B van bijlage II, worden aanvullende herstelmaatregelen genomen om te waarborgen dat het betrokken bestand of de betrokken functionele eenheid snel terugkeert boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. In het bijzonder houden deze herstelmaatregelen, in afwijking van artikel 4, leden 2 en 4, in dat de gerichte visserij op het betrokken bestand wordt opgeschort en de vangstmogelijkheden op passende wijze worden verlaagd.
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.   Wanneer het best beschikbare wetenschappelijke advies erop wijst dat de paaibiomassa van een bestand waarop deze verordening van toepassing is voor een bepaald jaar lager is dan MSY Btrigger worden alle passende herstelmaatregelen vastgesteld om te waarborgen dat het betrokken bestand snel terugkeert boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, en wordt de visserijsterfte in verhouding tot de afname van de biomassa en overeenkomstig de adviesregel van de ICES lineair teruggebracht. De adviesregel van de ICES als bedoeld in artikel 2, inleidende zin, punt 1 ter, is van toepassing.
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 ter (nieuw)
2 ter.   Wanneer het best beschikbare wetenschappelijke advies erop wijst dat de paaibiomassa van een bestand waarop deze verordening van toepassing is, lager is dan Blim of een vergelijkbaar referentiepunt, worden bijkomende herstelmaatregelen vastgesteld om te waarborgen dat het bestand snel terugkeert boven de niveaus die de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. In het bijzonder kunnen deze herstelmaatregelen een passende verlaging van de vangstmogelijkheden alsook de opschorting van gerichte visserij op het betrokken bestand inhouden.
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 quater (nieuw)
2 quater.   De in dit artikel bedoelde herstelmaatregelen kunnen onder meer bestaan in:
a)  noodmaatregelen van de lidstaten overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van Verordening (EU) nr. 1380/2013;
b)  maatregelen krachtens artikelen 11 en 11 bis van deze verordening.
De keuze van in dit artikel bedoelde maatregelen wordt bepaald door de aard, de ernst, de duur en de herhaling van de situatie waarin de paaibiomassa zich onder de in lid 1 bedoelde niveaus bevindt.
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – titel
Specifieke instandhoudingsmaatregelen voor de groepen 3 tot en met 7
Specifieke instandhoudingsmaatregelen
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – alinea 1 – inleidende formule
Wanneer luidens wetenschappelijk advies herstelmaatregelen nodig zijn voor de instandhouding van een demersaal bestand van de groepen 3 tot en met 7 of wanneer de paaibiomassa van een bestand van groep 1 of de abundantie van een functionele eenheid van groep 2 voor een bepaald jaar lager is dan de in kolom A van bijlage II bij de onderhavige verordening opgenomen instandhoudingsreferentiepunten, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 18 van de onderhavige verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:
Wanneer luidens wetenschappelijk advies aanvullende maatregelen nodig zijn om te waarborgen dat alle visserijen waarop deze verordening van toepassing is, overeenkomstig artikel 3 van deze verordening beheerd worden, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 18 van de onderhavige verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen. Onverminderd het bepaalde in artikel 18, leden 1 en 3, kan de Commissie gedelegeerde handelingen vaststellen bij gebreke van een in die leden bedoelde gemeenschappelijke aanbeveling. Die gedelegeerde handelingen omvatten maatregelen met betrekking tot:
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – alinea 1 – letter a
a)  de kenmerken van het vistuig, met name de maaswijdte, de haakgrootte, de constructie van het vistuig, de twijndikte en de afmetingen van het vistuig of het gebruik van voorzieningen voor selectiviteit, om de selectiviteit te waarborgen of te verbeteren;
a)  de vaststelling van de kenmerken en specificaties van het vistuig, met name de maaswijdte, de haakgrootte, de constructie van het vistuig, de twijndikte en de afmetingen van het vistuig of het gebruik van voorzieningen voor selectiviteit, om de selectiviteit te waarborgen of te verbeteren, in het bijzonder met het oog op de beperking van ongewenste bijvangsten;
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 bis (nieuw)
Artikel 9 bis
Aanwijzing van paaigronden en gebieden voor herstel van de bestanden
Tot uiterlijk 2020 wijzen de lidstaten paaigronden en gebieden aan, waarvoor er duidelijke aanwijzingen zijn dat zich daar grote concentraties bevinden van vis die kleiner is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, en stellen zij overeenkomstig artikel 12, lid 2, van deze verordening gemeenschappelijke aanbevelingen op voor de inrichting van gebieden voor herstel van bestanden waarop deze verordening van toepassing is.
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – titel
Totale toegestane vangsten
Vangstmogelijkheden
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.   Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 maken de lidstaten bij de toewijzing van de hun ter beschikking staande vangstmogelijkheden gebruik van objectieve en transparante criteria.
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 ter (nieuw)
1 ter.   Overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 maken de lidstaten bij het gemeenschappelijke beheer van met derde landen gedeelde bestanden de uitwisseling van vangstmogelijkheden mogelijk.
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2
2.  Onverminderd artikel 8 is de TAC voor het langoustinebestand in de ICES-zones IIa en IV de som van de vangstbeperkingen voor de functionele eenheden en voor de statistische rechthoeken buiten de functionele eenheden.
2.  Voor het langoustinebestand in de ICES-zones IIa en IV worden vangstbeperkingen voor de afzonderlijke functionele eenheden alsook een gemeenschappelijke TAC voor de statistische rechthoeken buiten de functionele eenheden, vastgesteld.
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 bis (nieuw)
Artikel 10 bis
Impact van de recreatievisserij
1.  Alle beschikbare gegevens over vangsten door de recreatievisserij worden bestudeerd om de mogelijke impact daarvan op de bestanden van gereglementeerde soorten te beoordelen.
2.  De Raad neemt de in lid 1 bedoelde beoordeling in aanmerking. De Raad houdt met betrekking tot die bestanden waarop de vangsten in de recreatievisserij worden geacht een aanmerkelijke impact te hebben, bij de vaststelling van de vangstmogelijkheden rekening met de vangsten in de recreatievisserij onder meer:
a)  door de som van de ramingen van de vangsten door de recreatievisserij op basis van het best beschikbare wetenschappelijke advies, en het best beschikbare wetenschappelijke advies over de commerciële vangstmogelijkheden, als totale vangst te beschouwen die overeenstemt met het streefdoel voor de visserijsterfte;
b)  door beperkingen op te leggen aan recreatievisserij, inclusief vangstlimieten per dag en gesloten seizoenen, of
c)  door andere middelen die nodig worden geacht.
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – titel
Bepalingen in verband met de aanlandingsverplichting voor de groepen 1 tot en met 7
Bepalingen in verband met de aanlandingsverplichting
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – alinea 1 – letter a
a)  vrijstellingen van de toepassing van de aanlandingsverplichting voor soorten waarvan wetenschappelijk vaststaat dat zij een hoge overlevingskans hebben, rekening houdend met de kenmerken van het vistuig, van de visserijpraktijken en van het ecosysteem, om de uitvoering van de aanlandingsverplichting te faciliteren; en
a)  vrijstellingen van de toepassing van de aanlandingsverplichting voor soorten met een door het best beschikbare wetenschappelijk advies aangetoonde hoge overlevingskans, rekening houdend met de kenmerken van het vistuig, van de visserijpraktijken en van het ecosysteem, om de uitvoering van de aanlandingsverplichting te faciliteren, en
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – alinea 1 – letter c
c)  bijzondere bepalingen betreffende het documenteren van vangsten, in het bijzonder met het oog op het toezicht op de uitvoering van de aanlandingsverplichting; en
c)  bijzondere bepalingen betreffende het documenteren van vangsten, in het bijzonder met het oog op het toezicht en controle, teneinde door het waarborgen van volledige naleving van de aanlandingsverplichting voor een gelijk speelveld te zorgen, en
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – alinea 1 bis (nieuw)
De in lid 1 van dit artikel genoemde maatregelen dragen bij aan de verwezenlijking van de in artikel 3 van deze verordening vermelde doelstellingen, met name de bescherming van jonge vissen en paaiende vissen.
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 bis (nieuw)
Artikel 11 bis
Technische maatregelen
1.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 18 van deze verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de volgende technische maatregelen:
a)  de specificatie van kenmerken van vistuig en voorschriften betreffende het gebruik ervan, om te zorgen voor selectiviteit of deze te verbeteren, ongewenste vangsten te verminderen of de negatieve impact op het ecosysteem tot een minimum te beperken;
b)  de specificatie van aanpassingen van of aanvullende hulpmiddelen voor vistuig, om te zorgen voor selectiviteit of deze te verbeteren, ongewenste vangsten te verminderen of de negatieve impact op het ecosysteem tot een minimum te beperken;
c)  de beperking van of het verbod op het gebruik van bepaald vistuig en visserijactiviteiten in bepaalde gebieden of perioden, om paaiende vis, vis die kleiner is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte of niet-doelvissoorten te beschermen of de negatieve impact op het ecosysteem tot een minimum te beperken, en
d)  de vaststelling van minimuminstandhoudingsreferentiegrootten voor de bestanden waarop deze verordening van toepassing is, om de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen te waarborgen.
2.  De in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen dragen bij tot de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde doelstellingen.
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2
2.   Voor de toepassing van lid 1 van het onderhavige artikel kunnen lidstaten met een rechtstreeks belang bij het beheer gemeenschappelijke aanbevelingen indienen overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, voor de eerste keer niet later dan twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens twaalf maanden na elke indiening van een evaluatie van het plan overeenkomstig artikel 17. De lidstaten kunnen dergelijke aanbevelingen ook indienen wanneer zij dat noodzakelijk achten, met name wanneer de toestand van een van de bestanden waarop deze verordening van toepassing is, plotseling verandert. Gemeenschappelijke aanbevelingen inzake maatregelen betreffende een bepaald kalenderjaar worden uiterlijk op 1 juli van het voorgaande jaar ingediend.
2.  Voor de toepassing van lid 1 van het onderhavige artikel kunnen lidstaten met een rechtstreeks belang bij het beheer gemeenschappelijke aanbevelingen indienen overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, voor de eerste keer niet later dan twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens twaalf maanden na elke indiening van een evaluatie van het plan overeenkomstig artikel 17. De lidstaten kunnen dergelijke aanbevelingen ook indienen wanneer zij dat noodzakelijk achten, met name wanneer de toestand van een van de bestanden waarop deze verordening van toepassing is, plotseling verandert. Gemeenschappelijke aanbevelingen inzake maatregelen betreffende een bepaald kalenderjaar worden uiterlijk op 1 juli van het voorgaande jaar ingediend.
Onverminderd het bepaalde in artikel 18, leden 1 en 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 kan de Commissie gedelegeerde handelingen ook vaststellen wanneer een in die leden bedoelde gemeenschappelijke aanbeveling ontbreekt.
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – alinea 1
Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en daarna om de vijf jaar ziet de Commissie erop toe dat een evaluatie plaatsvindt van de gevolgen van het plan voor de onder deze verordening vallende bestanden en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren. Zij legt de resultaten van deze evaluatie over aan het Europees Parlement en de Raad.
Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en daarna om de vijf jaar ziet de Commissie erop toe dat een evaluatie plaatsvindt van de gevolgen van het plan voor de onder deze verordening vallende bestanden en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren, alsook van de mate waarin de doelstellingen van deze verordening zijn bereikt, met inbegrip van het herstel van visbestanden boven een niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, en de voortgang naar een goede milieutoestand. Zij legt de resultaten van deze evaluatie over aan het Europees Parlement en de Raad. De Commissie kan, waar dit noodzakelijk wordt geacht, op een vroegere datum verslag uitbrengen.
De Commissie brengt jaarlijks, zo vroeg mogelijk na de vaststelling van de jaarlijkse verordening van de Raad tot vaststelling van de vangstmogelijkheden in de Uniewateren en in bepaalde niet-Uniewateren, bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de vorderingen bij het verwezenlijken van de doelstellingen van deze verordening en over de situatie van de visbestanden in de wateren en voor de bestanden die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Dit verslag wordt gevoegd bij het jaarverslag als bedoeld in artikel 50 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.
Dit verslag omvat:
(a)  het wetenschappelijk advies op grond waarvan de vangstmogelijkheden zijn vastgesteld, en
(b)  een wetenschappelijke onderbouwing van de overeenstemming van de vastgestelde vangstmogelijkheden met de doelstellingen en de bepalingen van onderhavige verordening, met name de streefdoelen voor de visserijsterfte.
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 bis (nieuw)
Artikel 18 bis
Steun van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij
Maatregelen voor tijdelijke stopzetting die zijn vastgesteld om de doelstellingen van het plan te verwezenlijken, worden voor de toepassing van artikel 33, lid 1, onder a) en c), van Verordening (EU) nr. 508/2014 als tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten beschouwd.
(Dit artikel moet in hoofdstuk X opgenomen worden.)
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Bijlage I

Door de Commissie voorgestelde tekst

1.  Groep 1

Bestand

Streefbandbreedte voor de visserijsterfte die in samenhang is met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY)

Kolom A

Kolom B

Noordzeekabeljauw

0.22  – 0.33

0.33  – 0.49

Schelvis

0.25  – 0.37

0.37  – 0.52

Noordzeeschol

0.13  – 0.19

0.19  – 0.27

Zwarte koolvis

0.20  – 0.32

0.32  – 0.43

Noordzeetong

0.11  – 0.20

0.20  – 0.37

Kattegattong

0.19  – 0.22

0.22  – 0.26

Noordzeewijting

Niet gedefinieerd

Niet gedefinieerd

2.  Groep 2

Functionele eenheid langoustine (FU)

Streefbandbreedte voor de visserijsterfte die in samenhang is met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY) (als vangstniveau)

Kolom A

Kolom B

Sector IIIa FU 3 en 4

0.056  – 0.079

0.079  – 0.079

Farn Deeps FU 6

0.07  – 0.081

0.081  – 0.081

Fladen Ground FU 7

0.066  – 0.075

0.075  – 0.075

Firth of Forth FU 8

0.106  – 0.163

0.163  – 0.163

Moray Firth FU 9

0.091  – 0.118

0.118  – 0.118

Amendement

1.  Groep 1

Cijfers in de tabel zijn overgenomen uit het meest recente ICES-advies op bijzonder verzoek, het "Verzoek van de EU aan de ICES om FMSY-brandbreedtes te verstrekken voor bepaalde Noordzee- en Oostzeebestanden".

Bestand

Streefbandbreedtes voor de visserijsterfte die consistent zijn met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY)

Kabeljauw in deelgebied IV en in de sectoren VIId en IIIa West

FMSY lower - FMSY

 

Schelvis in deelgebied IV en in de sectoren VIa en IIIa West

FMSY lower - FMSY

 

Schol in deelgebied IV en in sector IIIa

FMSY lower - FMSY

 

Zwarte koolvis in de deelgebieden IV en VI en in sector IIIa

FMSY lower - FMSY

 

Tong in deelgebied IV

FMSY lower - FMSY

 

Tong in sector IIIa en in de subsectoren 22-24

FMSY lower - FMSY

 

Wijting in deelgebied IV en in sector VIId

FMSY lower - FMSY

 

Zeeduivel in sector IIIa en deelgebieden IV en VI

FMSY lower - FMSY

 

Noordse garnaal in sectoren IVa Oost en IIIa

FMSY lower - FMSY

 

2.  Groep 2

Cijfers in de tabel zijn overgenomen uit het meest recente ICES-advies op bijzonder verzoek, het "Verzoek van de EU aan de ICES om FMSY-brandbreedtes te verstrekken voor bepaalde Noordzee- en Oostzeebestanden".

Functionele eenheid langoustine (FU)

Streefbandbreedtes voor de visserijsterfte die consistent zijn met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY) (als vangstniveau)

 

Kolom A

 

Sector IIIa FU 3 en 4

FMSY lower - FMSY

 

Farn Deeps FU 6

FMSY lower - FMSY

 

Fladen Ground FU 7

FMSY lower - FMSY

 

Firth of Forth FU 8

FMSY lower - FMSY

 

Moray Firth FU 9

FMSY lower - FMSY

 

Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Bijlage II
Bijlage II
Bijlage II
Instandhoudingsreferentiepunten
Instandhoudingsreferentiepunten
(als bedoeld in artikel 7)
(als bedoeld in artikel 7)
1.  Groep 1
1.  Groep 1
Bestand
Referentiepunt voor de minimale paaibiomassa (MSY Btrigger)
Referentiepunt voor de grensbiomassa (ton) (Blim)

Bestand
Referentiepunt voor de minimale paaibiomassa (MSY Btrigger)
Referentiepunt voor de grensbiomassa (ton) (Blim)




Kolom A
Kolom B

Noordzeekabeljauw
165 000
118 000

Kabeljauw in deelgebied IV en in de sectoren VIId en IIIa West
165 000
118 000

Schelvis
88 000
63 000

Schelvis in deelgebied IV en in de sectoren VIa en IIIa West
88 000
63 000

Noordzeeschol
230 000
160 000

Schol in deelgebied IV en in de sectoren VIId en IIIa West
230 000
160 000

Zwarte koolvis
200 000
106 000

Zwarte koolvis in de deelgebieden IV en VI en in sector IIIa
150 000
106 000

Noordzeetong
37 000
26 300

Tong in deelgebied IV
37 000
26 300

Kattegattong
2 600
1 850

Tong in sector IIIa en in de subsectoren 22-24
2 600
1 850

Noordzeewijting
Niet gedefinieerd
Niet gedefinieerd

Wijting in deelgebied IV en in sector VIId
Niet gedefinieerd
Niet gedefinieerd





Zeeduivel in sector IIIa en deelgebieden IV en VI
Niet gedefinieerd
Niet gedefinieerd





Noordse garnaal in sectoren IVa Oost en IIIa
Niet gedefinieerd
Niet gedefinieerd

2.  Groep 2
2.  Groep 2
Functionele eenheid langoustine (FU)
Referentiepunt voor de minimale abundantie (miljoen) (Abundancebuffer)
Referentiepunt voor de grensabundantie (miljoen) (Abundancelimit)

Functionele eenheid langoustine (FU)
Referentiepunt voor de minimale abundantie (miljoen) (Abundancebuffer)
Referentiepunt voor de grensabundantie (miljoen) (Abundancelimit)




Kolom A
Kolom B

Sector IIIa FU 3 en 4
n.v.t.
n.v.t.

Sector IIIa FU 3 en 4
n.v.t.
n.v.t.

Farn Deeps FU 6
999
858

Farn Deeps FU 6
999
858

Fladen Ground FU 7
3 583
2 767

Fladen Ground FU 7
3 583
2 767

Firth of Forth FU 8
362
292

Firth of Forth FU 8
362
292

Moray Firth FU 9
262
262

Moray Firth FU 9
262
262

Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Bijlage II bis (nieuw)
Bijlage II bis
Verboden soorten
a)   sterrog (Amblyraja radiata)
b)   de volgende zaagrogsoorten:
i)   mestandzaagrog (Anoxypristis cuspidata);
ii)   dwergzaagrog (Pristis clavata);
iii)   kleintandzaagrog (Pristis pectinata);
iv)   gewone zaagrog (Pristis pristis);
v)   groene zaagrog (Pristis zijsron);
c)   reuzenhaai (Cetorhinus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias);
d)   vleetsoorten-complex (Dipturus batis) beide soorten (Dipturus cf. flossada en Dipturus cf. intermedia);
e)   gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus) in de Uniewateren van ICES-sector IIIa en -deelgebied IV;
f)   rifmanta (Manta alfredi);
g)   reuzenmanta (Manta birostris);
h)   de volgende soorten roggen van het geslacht Mobula:
i)   duivelsrog (Mobula mobular);
ii)   Mobula rochebrunei;
iii)   gestekelde duivelsrog (Mobula japanica);
iv)   gladstaartduivelsrog (Mobula thurstoni);
v)   langvinduivelsrog (Mobula eregoodootenkee);
vi)   dwergduivelsrog (Mobula munkiana);
vii)   sikkelvinduivelsrog (Mobula tarapacana);
viii)   kortvinduivelsrog (Mobula kuhlii);
ix)   Atlantische duivelsrog (Mobula hypostoma);
i)   stekelrog (Raja clavata) in de Uniewateren van ICES-sector IIIa;
j)   gitaarroggen (Rhinobatidae);
k)   zee-engel (Squatina squatina);
l)   zalm (Salmo salar) en zeeforel (Salmo trutta) wanneer wordt gevist met een sleepnet in de wateren buiten de 6-mijlszone vanaf de basislijnen van de lidstaten in de ICES-deelgebieden II en IV (Uniewateren);
m)   vrouwelijke rivierkreeften met eitjes (Palinuridae spp.) en vrouwelijke kreeft met eitjes (Homarus gammarus) behalve wanneer zij worden gebruikt voor rechtstreekse uitzetting of voor overbrenging;

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissies op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0263/2017).

Juridische mededeling