Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2869(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0545/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/10/2017 - 4.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0382

Aangenomen teksten
PDF 175kWORD 53k
Donderdag 5 oktober 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
De zaken van de leiders van de Krim-Tataren, Akhtem Chiygoz en Ilmi Umerov, en journalist Mykola Semena
P8_TA(2017)0382RC-B8-0545/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 5 oktober 2017 over de gevallen van de leiders van de Krim-Tataren Akhtem Chiygoz en Ilmi Umerov en journalist Mykola Semena (2017/2869(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne, met zijn diepe en brede vrijhandelsruimte,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Oekraïne en de Krim, het Europees nabuurschapsbeleid en het Oostelijk partnerschap, met name zijn resolutie van 21 januari 2016 over de associatieovereenkomsten / diepe en brede vrijhandelsruimten met Georgië, Moldavië en Oekraïne(1), zijn resolutie van 4 februari 2016 over de mensenrechtensituatie op de Krim, en met name over de situatie van de Krim-Tataren(2), zijn resolutie van 12 mei 2016 over de Krim-Tataren(3) en zijn resolutie van 16 maart 2017 over de Oekraïense gevangenen in Rusland en de situatie op de Krim(4),

–  gezien het verslag van het bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten van 25 september 2017 over de mensenrechtensituatie in de tijdelijk bezette Autonome Republiek van de Krim en de stad Sebastopol (Oekraïne),

–  gezien resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN van 27 maart 2014 getiteld "Territoriale integriteit van Oekraïne" en resolutie 71/205 van de Algemene Vergadering van de VN van 19 december 2016 getiteld "Mensenrechtensituatie in de Autonome Republiek de Krim en de stad Sebastopol (Oekraïne)",

–  gezien de besluiten van de Raad betreffende de handhaving van de sancties die aan de Russische Federatie zijn opgelegd in verband met de illegale annexatie van het Krimse schiereiland,

–  gezien het internationaal humanitair recht, met name de bepalingen hiervan die betrekking hebben op bezette gebieden en de behandeling en bescherming van burgers,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in een groot aantal geloofwaardige verslagen, inclusief het meest recente van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, bewijzen worden geleverd van de toenemende schending van de mensenrechten op de Krim ten aanzien van vertegenwoordigers van de Krim-Tataren, journalisten, mediawerknemers, bloggers en gewone mensen die opkomen tegen de Russische bezetting of gewoonweg proberen de wreedheden van de de-factoautoriteiten te documenteren;

B.  overwegende dat het verslag van het Bureau van de VN voor de mensenrechten van 25 september 2017 over de mensenrechtensituatie in de tijdelijk bezette Autonome Republiek van de Krim en de stad Sebastopol (Oekraïne) wordt gesteld dat "ernstige schendingen van de mensenrechten, zoals willekeurige arrestaties en opsluiting, gedwongen verdwijningen, mishandeling en foltering en ten minste één buitengerechtelijke executie, zijn gedocumenteerd";

C.  overwegende Ilmi Umerov, leider van de Krim-Tataren en ondervoorzitter van de Mejlis, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar wegens het uiten van protest tegen de illegale annexatie van het Krimse schiereiland op grond van artikel 280, lid 1, van het Russische strafwetboek, dat betrekking heeft op "openbare oproepen tot actie die gericht is tegen op het schenden van de territoriale integriteit van Rusland";

D.  overwegende dat Akhtem Chiygoz, ondervoorzitter van de Mejlis, is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor "het organiseren van massale onlusten" op 26 februari 2014";

E.  overwegende dat journaliste Mykola Semena een voorwaardelijke gevangenisstraf heeft gekregen van tweeënhalf jaar en verbod van drie jaar op het uitvoeren van journalistieke werkzaamheden op grond van artikel 280, lid 1, van het Russische strafwetboek, dat betrekking heeft op "openbare oproepen tot actie die gericht is tegen op het schenden van de territoriale integriteit van Rusland";

F.  overwegende dat de recente rechterlijke uitspraken aantonen dat het justitiële stelsel wordt gebruikt als politiek instrument voor de repressie van tegenstanders van de Russische annexatie van het Krimse schiereiland;

G.  overwegende dat in diverse gevallen melding is gemaakt van ontvoeringen, gedwongen verdwijningen en het gebruik van foltering en wrede en onterende behandeling in gevangenisinstellingen; overwegende dat foltering is gebruikt voor het verkrijgen van onjuiste aanwijzingen van schuld; overwegende dat deze beschuldigingen tot nu toe niet goed zijn onderzocht;

H.  overwegende dat op de Krim op grote schaal publieke en particuliere eigendom is onteigend zonder vergoeding of eerbiediging van de bepalingen van het internationaal humanitair recht ter bescherming van eigendom tegen inbeslagneming of vernietiging;

I.  overwegende dat de ruimte waarin het maatschappelijke middenveld op de Krim actief kan zijn, aanzienlijk is verminderd, doordat de mediakanalen gesloten zijn, met onevenredige gevolgen voor de Krim-Tataarse gemeenschap, haar recht op informatie en haar recht op behoud van haar cultuur en identiteit;

J.  overwegende dat de annexatie van het Krimse schiereiland door de Russische Federatie illegaal is en een schending vormt van het internationaal recht en van de Europese overeenkomsten die door zowel de Russische Federatie, als Oekraïne ondertekend zijn, in het bijzonder het VN-Handvest, de Slotakte van Helsinki, het Memorandum van Boedapest van 1994 en het vriendschaps-, samenwerkings- en partnerschapsverdrag van 1997 tussen Oekraïne en de Russische Federatie;

K.  overwegende dat de Russische Federatie zolang de annexatie duurt verantwoordelijk moet worden gehouden voor de bescherming – door de de-factoautoriteiten in het gebied – van de bevolking en de burgers van de Krim;

1.  veroordeelt het feit dat Ilmi Umerov, leider van de Krim-Tataren en ondervoorzitter van de Mejlis, Akhtem Chiygoz, ondervoorzitter van de Mejlis, en journalist Mykola Semena zijn veroordeeld; eist dat deze veroordelingen worden teruggedraaid en dat de heer Umerov en de heer Chiygoz onmiddellijk en onvoorwaardelijk worden vrijgelaten en dat alle aanklachten tegen de heer Semena onmiddellijk en onvoorwaardelijk worden ingetrokken;

2.  veroordeelt krachtig de strenge straffen die zijn opgelegd aan leiders van de Krim-Tataarse gemeenschap en anderen die zich verzetten tegen de Russische annexatie, zoals Uzair Abdullaev, Teymur Abdullaev, Zevri Abseutov, Rustem Abiltarov, Muslim Aliyev, Refat Alimov, Ali Asanov, Volodymyr Balukh, Enver Bekirov, Oleksiy Bessarabov, Hlib Shabliy, Oleksiy Chirniy, Mustafa Degermenji, Emil Dzhemadenov, Arsen Dzheparov, Volodymyr Dudka, Pavlo Gryb, Rustem Ismailov, Mykola Karpyuk, Stanislav Klykh, Andriy Kolomiyets, Oleksandr Kolchenko, Oleksandr Kostenko, Emir-Usein Kuku, Sergey Litvinov, Enver Mamutov, Remzi Memethov, Yevhen Panov, Yuri Primov, Volodymyr Prisich, Ferat Sayfullayev, Eider Saledinov, Oleg Sentsov, Vadym Siruk, Oleksiy Stogniy, Redvan Suleymanov, Roman Sushchenko, Mykola Shiptur, Dmytro Shtyblikov, Viktor Shchur, Rustem Vaitov, Valentyn Vygovsky, Andriy Zakhtey en Ruslan Zeytullaev, na afloop van absurde gerechtelijke procedures en dubieuze beschuldigingen; eist de intrekking van de rechterlijke beslissingen die tegen hen zijn uitgesproken en de onmiddellijke vrijlating van al wie wordt vastgehouden;

3.  veroordeelt de discriminerende beleidsmaatregelen die de zogenaamde autoriteiten met name aan de autochtone Krim-Tataarse gemeenschap opleggen, het plegen van inbreuk op de eigendomsrechten van deze gemeenschap en de toenemende intimidatie in het politieke, sociale en economische leven van de gemeenschap en van al wie zich verzet tegen de Russische annexatie;

4.  is van mening dat de rechten van de Krim-Tataren ernstig geschonden zijn door het verbod op de activiteiten van de Mejlis en het feit dat deze instantie op 26 april 2016 tot extremistische organisatie is verklaard, en door het verbod voor Krim-Tataarse leiders om naar het schiereiland terug te keren; herhaalt krachtig zijn oproep om de desbetreffende beslissingen en de gevolgen hiervan onmiddellijk terug te draaien en de beschikking na te leven van het Internationale Hof van Justitie met voorlopige maatregelen in het kader van een procedure die Oekraïne heeft ingesteld tegen de Russische Federatie, die op 19 april 2017 is gepubliceerd, waarin wordt geconcludeerd dat de Russische Federatie "zich ervan moet onthouden beperkingen te handhaven of op te leggen met betrekking tot de mogelijkheid van de Krim-Tataarse gemeenschap om haar vertegenwoordigende instellingen te behouden, inclusief de Mejlis";

5.  herinnert eraan dat de realiteit van repressie en de toepassing van wetgeving op het gebied van extremisme, terrorisme en separatisme heeft geleid tot een ernstige verslechtering van de mensenrechtensituatie op het Krimse schiereiland en tot wijdverbreide schendingen van de vrijheid van meningsuiting en vereniging, dat de gedwongen oplegging van het Russische staatsburgerschap een systematisch karakter heeft gekregen en dat de fundamentele vrijheden op het Krimse schiereiland niet gegarandeerd zijn; eist dat discriminerende wetgeving wordt ingetrokken en benadrukt het feit dat dringend rekenschap over de mensenrechtensituatie en de schendingen van de mensenrechten op het schiereiland moet worden afgelegd;

6.  veroordeelt krachtig de wijdverbreide praktijk om gedetineerden te verplaatsten naar afgelegen regio's in Rusland, omdat dit een ernstige belemmering is voor hun communicatie met familie en vrienden en de mogelijkheid van mensenrechtenorganisaties om hun welzijn te controleren; beklemtoont dat deze praktijk schending inhoudt van de geldende Russische wetgeving, met name artikel 73 van het strafwetboek, dat bepaalt dat straffen moeten worden uitgezeten in de regio waar de veroordeelde woont of waar de rechterlijke uitspraak is gedaan;

7.  verzoekt de EDEO en de EU-delegatie in Rusland nauwlettend de lopende processen te volgen en aandacht te besteden aan de behandeling van gevangenen; is met name bezorgd door verslagen over het bij wijze van straf inzetten van psychiatrische behandelingen; verwacht dat de EU-delegatie, de EDEO en de ambassades van de lidstaten de processen in kwestie van nabij volgen en proberen toegang te verkrijgen tot de gedetineerden voor, tijdens en na hun proces;

8.  verzoekt het Europees Hof voor de rechten van de mens om alle verzoeken inzake het opstarten van een verhaalprocedure die worden ingediend door de Krim, met de hoogste prioriteit te behandelen, aangezien het Russische binnenlandse rechtsstelsel niet kan voorzien in en niet voorziet in rechtsmiddelen in deze zaken;

9.  veroordeelt de repressie van onafhankelijke mediakanalen die minderheden vertegenwoordigen en dringt er bij de Russische autoriteiten op aan geen juridische en administratieve belemmeringen voor hun werking te creëren;

10.  vraagt dat internationale waarnemers op het gebied van de mensenrechten, inclusief de gespecialiseerde structuren van de VN, de OVSE en de Raad van Europa, vrije toegang krijgen tot het Krimse schiereiland om de situatie op het schiereiland te onderzoeken en dat onafhankelijke toezichtsmechanismen worden ingesteld; steunt het initiatief van Oekraïne om deze kwesties te laten behandelen door de Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering; verzoekt de EDEO en de speciaal vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de mensenrechten voortdurend aandacht besteden aan de mensenrechtensituatie op het Krimse schiereiland en het Parlement op de hoogte te houden;

11.  verzoekt de Commissie steun te verlenen aan projecten en uitwisselingen ter verbetering van de interpersoonlijke contacten, alsmede aan projecten en uitwisselingen ter bevordering van vredesopbouw, geschillenbeslechting, verzoening en interculturele dialoog, ook binnen de Krim; vraagt dat geen bureaucratische belemmeringen worden gecreëerd en moedigt flexibelere benaderingen aan om de toegang van internationale waarnemers tot het schiereiland te vergemakkelijken, inclusief de toegang van parlementsleden, met instemming van Kiev, zonder dat dit wordt beschouwd als erkenning van de annexatie;

12.  onderstreept het feit dat beperkende maatregelen moeten worden opgelegd aan alle personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten, inclusief de functionarissen van de Krim en van Rusland die rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het aanklagen en veroordelen van Akhtem Chiygoz, Mykola Semena en Ilmi Umerov, inclusief de bevriezing van tegoeden in EU-banken en een reisverbod; spreekt opnieuw zijn steun uit voor het besluit van de EU om import uit de Krim en de export van bepaalde goederen en technologieën, investeringen, handel en diensten naar de Krim te verbieden;

13.  betreurt de benarde situatie van de kinderen op de Krim die opgroeien zonder hun vaders, die op illegale wijze zijn beroofd van hun vrijheid als politiek gevangene de facto, inclusief degene die zijn overgebracht naar afgelegen gebieden in de Russische Federatie; beschouwt dit als een flagrante schending van de internationale mensenrechten, de rechten van het kind en de internationale verplichtingen van de Russische Federatie, bijvoorbeeld op grond van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind; verzoekt de Russische autoriteiten en de de-factoautoriteiten van de Krim om bovengenoemde personen regelmatig contact toe te staan met familieleden, met name wat jongeren betreft;

14.  herinnert de Russische autoriteiten eraan dat zij in hun de-factohoedanigheid van bezettingsmacht die effectieve controle over de Krim uitoefent, volledig verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de burgers van de Krim tegen arbitraire rechterlijke of administratieve maatregelen en dat zij in deze hoedanigheid op grond van het internationaal humanitair recht verplicht zijn de bescherming van de mensenrechten op het schiereiland te garanderen;

15.  steunt de soevereiniteit, onafhankelijkheid, eenheid en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen en veroordeelt nogmaals de illegale annexatie van de Autonome Republiek de Krim en de stad Sebastopol door de Russische Federatie; steunt het beleid van de EU en haar lidstaten om de illegale annexatie van de Krim niet te erkennen en de beperkende maatregelen die in verband hiermee zijn genomen, op te leggen; spreekt zijn ernstige verontrusting uit over de aanhoudende grootschalige militarisering van de Krim door Rusland, die een bedreiging vormt voor de regionale en pan-Europese veiligheid;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de lidstaten, de president van Oekraïne, de regeringen en parlementen van Oekraïne n de Russische Federatie, de parlementaire vergaderingen van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de Mejlis van het Krim-Tataarse volk en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0018.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0043.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0218.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0087.

Juridische mededeling