Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2870(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0549/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/10/2017 - 4.3
CRE 05/10/2017 - 4.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0383

Aangenomen teksten
PDF 174kWORD 52k
Donderdag 5 oktober 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
De situatie op de Maldiven
P8_TA(2017)0383RC-B8-0549/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 5 oktober 2017 over de situatie op de Maldiven (2017/2870(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Maldiven, met name die van 16 september 2004(1), 30 april 2015(2) en 17 december 2015(3),

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), waarbij de Maldiven partij zijn,

–  gezien de Verklaring van de Verenigde Naties over de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie of overtuiging van 1981,

–  gezien de richtsnoeren van de EU inzake de doodstraf,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de Mens, met name de artikelen 2, 7 en 19,

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989,

–  gezien het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen,

–  gezien de verklaring van António Guterres, secretaris-generaal van de VN, van 27 juli 2017,

–  gezien het verslag van de vijfde interparlementaire vergadering EU-Maldiven van 8 en 9 februari 2016,

–  gezien de verklaring over de situatie op de Maldiven die op 25 juli 2017 is afgelegd door de EU-delegatie op de Maldiven, samen met de ambassades van de EU-lidstaten en de bij de Maldiven geaccrediteerde ambassades van Canada, Noorwegen, Zwitserland en de Verenigde Staten,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 14 maart 2016 over de veroordeling van Mohamed Nasheed, voormalig president van de Maldiven,

–  gezien de verklaring van Agnès Callamard, speciaal VN-rapporteur voor buitengerechtelijke, summiere of willekeurige executies, van 3 augustus 2017 over de "op handen zijnde" hervatting van terechtstellingen op de Maldiven,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de EU al lang betrekkingen met de Maldiven onderhoudt en dat elk jaar honderdduizenden Europese toeristen naar de Maldiven reizen;

B.  overwegende dat de mensenrechtensituatie op de Maldiven dramatisch is verslechterd sinds daar in 2008 de eerste democratische verkiezingen zijn gehouden en sinds in 2012 de eerste democratisch verkozen president, Mohamed Nasheed, is afgezet;

C.  overwegende dat de politieke en burgerlijke vrijheden zijn uitgehold, dat oppositieleiders willekeurig zijn gearresteerd, dat de media zijn aangevallen en dat het toenemende religieuze conservatisme verantwoordelijk wordt gesteld voor een afname van de godsdienstvrijheid en de tolerantie nu president Abdulla Yameen, voormalig leider van de progressieve partij van de Maldiven, en zijn regering hun greep op de macht proberen te versterken;

D.  overwegende dat veiligheidstroepen op 22 augustus 2017 het parlement (Majlis) met harde hand hebben gesloten, volgens parlementsleden van de oppositie in een poging om een motie om de voorzitter van het parlement aan te klagen, tegen te houden;

E.  overwegende dat leden van oppositiepartijen, onafhankelijke journalisten en mensenrechtenactivisten melding maken van toegenomen bedreigingen en aanvallen van de kant van de autoriteiten, de politie en extremistische groeperingen;

F.  overwegende dat Mohamed Nasheed, de eerste democratisch gekozen president van de Maldiven, in maart 2015 tot dertien jaar gevangenisstraf is veroordeeld wegens terroristische misdrijven; overwegende dat van de 85 parlementsleden twaalf oppositieleden worden berecht, dat de paspoorten van ten minste drie van hen in beslag zijn genomen en dat ten minste één van hen willekeurig wordt vastgehouden; overwegende dat er in juli 2018 parlementsverkiezingen gepland zijn;

G.  overwegende dat er bezorgdheid is geuit over de sterk gepolitiseerde rechterlijke macht van de Maldiven, die in de loop der jaren misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheden en de heersende partij heeft bevoordeeld en politici van de oppositie heeft tegengewerkt; overwegende dat het recht op een eerlijk proces nog steeds niet gewaarborgd is en dat de betreffende beginselen fundamentele elementen van de rechtsstaat vormen;

H.  overwegende dat het Maldivische parlement op 9 augustus 2016 het "wetsvoorstel betreffende de bescherming van reputatie en goede naam en de vrijheid van meningsuiting" heeft aangenomen, dat een aantal beperkingen van de vrijheid van meningsuiting oplegt en de Maldivische regering de bevoegdheid geeft om de vergunningen van omroepen, publicaties, websites en andere mediabronnen in te trekken of op te schorten;

I.  overwegende dat de president van de Maldiven in augustus 2016 een aantal wijzigingen in de wet op de vrijheid van vergadering heeft bekrachtigd, waardoor de aangewezen plaatsen voor legale betogingen werden beperkt;

J.  overwegende dat de Maldiven door het Comité over de mensenrechten van parlementsleden van de Interparlementaire Unie als een van de ergste landen ter wereld zijn aangemerkt wegens aanvallen op parlementsleden van de oppositie waarbij politici van de oppositie routinematig worden geïntimideerd, aangehouden en gevangengezet; overwegende dat de vrijheid van meningsuiting, de mediavrijheid, de vrijheid van vergadering en het democratische pluralisme steeds meer in gevaar zijn nadat honderden mensen die tegen de regering betoogden, zijn aangehouden en in beschuldiging zijn gesteld; overwegende dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat de aanklachten tegen politieke tegenstanders van president Yameen wellicht politiek gemotiveerd waren;

K.  overwegende dat president Yameen herhaaldelijk heeft verklaard voornemens te zijn om de uitvoering van door de staat goedgekeurde executies te hervatten en daarmee een einde te maken aan een moratorium van 60 jaar; overwegende dat in de regio Azië-Stille Oceaan twintig landen de doodstraf hebben afgeschaft en zeven andere de doodstraf in de praktijk hebben afgeschaft;

L.  overwegende dat op de Maldiven momenteel ten minste twintig mensen ter dood zijn veroordeeld, waarvan er ten minste vijf jonger dan 18 jaar waren op het moment van hun aanhouding; overwegende dat het Maldivische recht, in strijd met het internationale recht, toestaat dat minderjarigen worden veroordeeld tot een uitgestelde doodstraf die wordt uitgevoerd wanneer zij 18 worden; overwegende dat de speciale VN-rapporteur voor buitengerechtelijke, summiere of willekeurige executies er bij de regering van de Maldiven op heeft aangedrongen de terechtstellingen niet te hervatten;

M.  overwegende dat het Hooggerechtshof van de Maldiven in ten minste drie zaken, namelijk die van Hussein Humaam Ahmed Ahmed, Ahmed Murrath en Mohamed Nabeel, doodvonnissen heeft bevestigd na rechtszaken waarbij internationaal erkende normen niet in acht zijn genomen; overwegende dat deze drie nu het risico lopen binnenkort te worden terechtgesteld;

N.  overwegende dat de Internationale Commissie van Juristen onlangs de schorsing heeft veroordeeld van 56 Maldivische advocaten – een derde van de advocaten die in het land werkzaam zijn – die allen betrokken zijn geweest bij oproepen tot justitiële hervormingen om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen;

O.  overwegende dat er ook bezorgdheid bestaat over de toenemende radicale islamistische strijdbaarheid en over het aantal geradicaliseerde jonge mannen en vrouwen die zich zouden hebben aangesloten bij IS/Da'esh;

P.  overwegende dat de blogger Yameen Rasheed, die onomwonden kritiek gaf op de regering, op 23 april 2017 is vermoord; overwegende dat de journalist Ahmen Rilwan sinds augustus 2014 wordt vermist en dat er wordt gevreesd dat hij dood is; overwegende dat de blogger Ismail Rasheed in 2012 is neergestoken en verwond;

1.  betreurt ten zeerste de verslechterende politieke en mensenrechtensituatie op de Maldiven en het steeds autoritairder wordende bewind van president Abdulla Yameen en zijn regering, dat een klimaat van angst heeft gecreëerd en de in de afgelopen jaren in het land geboekte vooruitgang op het gebied van mensenrechten, democratie en de rechtsstaat in gevaar heeft gebracht, met name in het licht van de komende verkiezingen in 2018;

2.  veroordeelt de aanneming van de wet inzake smaad en vrijheid van meningsuiting van 2016, die tot doel heeft de vrijheid van meningsuiting te beknotten, en de wijzigingen die in 2016 in de wet op de vrijheid van vergadering zijn aangebracht, waarmee het recht van vergadering wordt beperkt; vraagt de regering van de Maldiven alle nationale wetten in overeenstemming te brengen met de internationale mensenrechtenwetgeving en bovengenoemde wetten in te trekken of te hervormen;

3.  betreurt het harde optreden tegen politieke tegenstanders op de Maldiven en vraagt de regering van de Maldiven alle aanklachten tegen voormalig president Mohamed Nasheed in te trekken en alle personen die om politieke redenen worden vastgehouden, onder wie de partijleider van de Jumhoory-partij, Qasim Ibrahim, onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten; herinnert de regering van de Maldiven aan haar internationale verplichtingen inzake de eerbiediging van de fundamentele vrijheden en rechten in het kader van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, die minimumwaarborgen voor een eerlijk proces omvatten;

4.  vraagt het Hooggerechtshof van de Maldiven de schorsing van de 56 in september 2017 geschorste advocaten op wie de maatregel nog steeds van toepassing is, onmiddellijk in te trekken; herhaalt zijn oproep aan de regering om de volledige onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht te garanderen en alle burgers het recht op een eerlijke en transparante rechtspraak zonder politieke beïnvloeding te waarborgen;

5.  herhaalt dat de EU sterk gekant is tegen de doodstraf, in alle gevallen en zonder uitzondering; roept op tot wereldwijde afschaffing van de doodstraf; veroordeelt met klem de aankondiging van de herinvoering van de doodstraf op de Maldiven, en dringt er bij de regering en het parlement van de Maldiven op aan om het moratorium op de doodstraf, dat al meer dan 60 jaar van kracht is, te eerbiedigen;

6.  vraagt de Commissie en de lidstaten er publiekelijk bij de president Yameen en de regering van de Maldiven op aan te dringen alle zaken van terdoodveroordeelden opnieuw te onderzoeken om ervoor te zorgen dat het internationaal erkende en grondwettelijk gewaarborgde recht op een eerlijk proces wordt geëerbiedigd; vraagt de regering alle terdoodveroordelingen van minderjarigen onmiddellijk in te trekken en de terechtstelling van minderjarige delinquenten te verbieden;

7.  is van mening dat de achteruitgang van de democratie, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in de Maldiven alleen kan worden verholpen door een echte dialoog met alle politieke partijen en andere leiders van burgerbewegingen;

8.  vraagt de regering van de Maldiven het recht om te betogen, de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering, de vrijheid van geweten en de vrijheid van godsdienst en overtuiging te eerbiedigen en volledig te steunen, ongeacht welke godsdienst de meerderheid uitmaakt;

9.  vraagt de regering van de Maldiven een einde te maken aan de straffeloosheid waarmee burgerwachten geweld hebben gebruikt tegen mensen die voor religieuze verdraagzaamheid opkomen, vreedzame demonstranten, kritische media en het maatschappelijk middenveld;

10.  veroordeelt de gedwongen sluiting van het Maldivische parlement en de intimidatie en aanhouding van verkozen parlementsleden;

11.  veroordeelt de voortdurende intimidatie en bedreiging van journalisten, bloggers en mensenrechtenactivisten op de Maldiven, de aanhouding van verslaggevers en de invallen in en gedwongen sluitingen van nieuwsorganisaties;

12.  vraagt de regering een onpartijdig en onafhankelijk onderzoek naar de dood van Yameen Rasheed en de ontvoering van Ahmed Rilwan te garanderen teneinde alle verantwoordelijken te identificeren en voor de rechter te brengen;

13.  vraagt de Maldivische autoriteiten ervoor te zorgen dat de Mensenrechtencommissie van de Maldiven, de Nationale Integriteitscommissie en de kiescommissies onafhankelijk en zonder inmenging van de regering kunnen functioneren; vraagt de regering van de Maldiven volledig samen te werken met de mensenrechtenmechanismen van de VN, waaronder de speciale procedures en het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten;

14.  vraagt de EU alle instrumenten waarover zij beschikt, ten volle te gebruiken om de eerbiediging van de mensenrechten en de democratische beginselen op de Maldiven te bevorderen, onder meer door te overwegen tijdelijke individuele gerichte sancties op te leggen tegen personen die de mensenrechten ondermijnen;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de OVSE/ODHIR, de Raad van Europa en de regering van de Maldiven.

(1) PB C 140E van 9.6.2005, blz. 165.
(2) PB C 346 van 21.9.2016, blz. 60.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0464.

Juridische mededeling