Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2860(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0574/2017

Ingediende teksten :

B8-0574/2017

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0406

Aangenomen teksten
PDF 243kWORD 48k
Woensdag 25 oktober 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: technische reguleringsnormen inzake indirecte clearingregelingen (aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014)
P8_TA(2017)0406B8-0574/2017

Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 22 september 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake indirecte clearingregelingen (C(2017)06268 – (2017/2860(DEA))

Het Europees Parlement,

–  gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2017)06268),

–  gezien het schrijven van de Commissie van 28 september 2017, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

–  gezien de brief van de Commissie economische en monetaire zaken van 16 oktober 2017 aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters,

–  gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012(1), en met name en artikel 30, lid 2,

–  gezien artikel 13 en artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie(2),

–  gezien de ontwerpen van technische reguleringsnormen voor "indirecte clearingregelingen in het kader van EMIR en MiFIR", door de ESMA ingediend op 26 mei 2016 overeenkomstig artikel 30, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014,

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

–  gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

–  gezien er geen bezwaar werd gemaakt binnen de in artikel 105, lid 6, derde en vierde streepjes, van zijn Reglement gestelde termijn, die op 24 oktober 2017 verstreek,

A.  overwegende dat de Commissie het ontwerp van technische reguleringsnorm pas heeft bevestigd 16 maanden na het te hebben ontvangen van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) op 26 mei 2016; overwegende dat de Commissie de ESMA in de loop van deze periode niet formeel geraadpleegd heeft over haar wijzigingen van dit ontwerp van technische reguleringsnorm, en de medewetgevers of het bedrijfsleven niet op de hoogte heeft gebracht van de redenen voor de vertraging, die de in Verordening (EU) nr. 1095/2010 bepaalde termijn van drie maanden overschrijdt; overwegende dat het onaanvaardbaar is dat de Commissie de termijn voor de bevestiging van het ontwerp van technische reguleringsnorm met meer dan een jaar heeft overschreden zonder de medewetgevers hierover te informeren;

B.  overwegende dat het Parlement van oordeel is dat de vastgestelde technische reguleringsnorm wegens de wijzigingen van de Commissie "niet hetzelfde" is als het ontwerp van technische reguleringsnorm dat door de ESMA is ingediend, en dat het Parlement van mening is dat het over een termijn van drie maanden beschikt om bezwaar aan te tekenen tegen de technische reguleringsnorm ("toetsingstermijn"); overwegende dat de Commissie in haar brief van 28 september 2017 deze toetsingstermijn van drie maanden heeft bevestigd;

C.  overwegende dat de gedelegeerde verordening met ingang van 3 januari 2018, de datum van inwerkingtreding van Richtlijn 2014/65/EU ("MiFID II") en Verordening (EU) nr. 600/2014 ("MiFIR"), van toepassing moet zijn en dat de sector, indien het Parlement de toetsingstermijn van drie maanden waarover het beschikt volledig zou benutten, niet voldoende tijd zou hebben om de wijzigingen door te voeren;

D.  overwegende dat een spoedige publicatie van de gedelegeerde verordening in het Publicatieblad een tijdige tenuitvoerlegging van en rechtszekerheid betreffende de bepalingen met betrekking tot indirecte clearing mogelijk zou maken;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84.
(2) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

Juridische mededeling