Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2859(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0573/2017

Ingediende teksten :

B8-0573/2017

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0407

Aangenomen teksten
PDF 247kWORD 48k
Woensdag 25 oktober 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: technische reguleringsnormen betreffende indirecte clearingregelingen (wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013)
P8_TA(2017)0407B8-0573/2017

Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 22 september 2017 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013 van de Commissie met betrekking tot technische reguleringsnormen betreffende indirecte clearingregelingen (C(2017)06270 – (2017/2859(DEA))

Het Europees Parlement,

–  gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2017)06270),

–  gezien het schrijven van de Commissie van 28 september 2017, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

–  gezien het schrijven van de Commissie economische en monetaire zaken aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters, van 16 oktober 2017,

–  gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters(1), en met name artikel 4, lid 4,

–  gezien artikel 13 en artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie(2),

–  gezien de ontwerpen van technische reguleringsnormen betreffende "indirecte clearingregelingen in het kader van EMIR en MiFIR", ingediend op 26 mei 2016 door de ESMA uit hoofde van artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012,

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

–  gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

–  gezien er geen bezwaar werd gemaakt binnen de in artikel 105, lid 6, derde en vierde streepje, van zijn Reglement gestelde termijn, die op 24 oktober 2017 verstreek,

A.  overwegende dat de Commissie het ontwerp van technische reguleringsnorm pas 16 maanden nadat zij dit op 26 mei 2016 van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) had ontvangen, heeft bevestigd; overwegende dat zij de ESMA in de loop van deze periode niet formeel geraadpleegd heeft over haar wijzigingen van dit ontwerp van technische reguleringsnorm, en de medewetgevers of het bedrijfsleven niet op de hoogte heeft gebracht van de redenen voor de vertraging bij de bevestiging, die de in Verordening (EU) nr. 1095/2010 bepaalde termijn van drie maanden overschrijdt; overwegende dat het onaanvaardbaar is dat de Commissie de termijn voor de vaststelling van het ontwerp van technische reguleringsnorm met meer dan een jaar heeft overschreden zonder de medewetgevers daarvan op de hoogte te brengen;

B.  overwegende dat het Parlement van oordeel is dat de vastgestelde technische reguleringsnorm als gevolg van de wijzigingen van de Commissie niet "identiek" is aan het door de ESMA ingediende ontwerp van technische reguleringsnorm, en dat het Parlement van mening is dat het over een termijn van drie maanden beschikt om bezwaar aan te tekenen tegen de technische reguleringsnorm ("toetsingstermijn"); overwegende dat de Commissie in haar brief van 28 september 2017 deze toetsingstermijn van drie maanden heeft bevestigd;

C.  overwegende dat de gedelegeerde verordening met ingang van 3 januari 2018, de datum van inwerkingtreding van Richtlijn 2014/65/EU ("MiFID II") en Verordening (EU) nr. 600/2014 ("MiFIR"), van toepassing moet zijn en dat het bedrijfsleven niet meer voldoende tijd zou hebben om de wijzigingen door te voeren indien het Parlement de toetsingstermijn van drie maanden waarover het beschikt volledig zou benutten;

D.  overwegende dat een spoedige publicatie van de gedelegeerde verordening in het Publicatieblad een tijdige tenuitvoerlegging van en rechtszekerheid betreffende de bepalingen met betrekking tot indirecte clearing mogelijk zou maken;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.
(2) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

Juridische mededeling