Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2011(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0294/2017

Ingediende teksten :

A8-0294/2017

Debatten :

PV 24/10/2017 - 18
CRE 24/10/2017 - 18

Stemmingen :

PV 25/10/2017 - 7.7
CRE 25/10/2017 - 7.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0413

Aangenomen teksten
PDF 303kWORD 66k
Woensdag 25 oktober 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Grondrechtelijke aspecten bij de integratie van Roma in de EU: bestrijding van zigeunerhaat
P8_TA(2017)0413A8-0294/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 25 oktober 2017 over de grondrechtelijke aspecten bij de integratie van Roma in de EU: bestrijding van zigeunerhaat (2017/2038(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de preambule bij het VEU, in het bijzonder streepje 2 en streepje 4 tot en met 7,

–  gezien onder meer artikel 2, artikel 3, lid 3, tweede streepje, en artikel 6 van het VEU,

–  gezien onder meer artikel 10 en artikel 19, lid 1, van het VWEU,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 7 december 2000 (hierna "het Handvest"), dat op 12 december 2007 in Straatsburg is uitgevaardigd en met het Verdrag van Lissabon in december 2009 in werking is getreden,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die in 1948 werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind dat op 20 november 1989 te New York werd aangenomen, met name artikel 3,

–  gezien de op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering aangenomen VN-resolutie A/70/L.1 getiteld "Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development",

–  gezien de op 1 november 2005 door de Algemene Vergadering aangenomen VN-resolutie A/RES/60/7 over de herdenking van de Holocaust,

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–  gezien de Kaderovereenkomst van de Raad van Europa inzake de bescherming van nationale minderheden,

–  gezien de op 1 februari 2012 aangenomen verklaring van het Comité van Ministers van de Raad van Europa over de toename van zigeunerhaat en racistisch geweld tegenover Roma in Europa,

–  gezien algemene beleidsaanbeveling nr. 13 van de Europese Commissie tegen racisme en intolerantie (ECRI) over de bestrijding van zigeunerhaat en discriminatie van Roma,

–  gezien het Handvest van de politieke partijen voor een maatschappij zonder racisme, goedgekeurd door het Congres van lokale en regionale overheden van de Raad van Europa tijdens zijn 32e zitting in maart 2017,

–  gezien resolutie 1985 (2014) over de situatie en rechten van nationale minderheden in Europa en resolutie 2153 (2017) over de bevordering van de inclusie van Roma en Travellers van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa,

–  gezien de verklaring van Thorbjørn Jagland, de secretaris-generaal van de Raad van Europa, van 11 april 2017 over tien doelstellingen voor de komende tien jaar,

–  gezien het IAO-verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep, 1958 (nr. 111),

–  gezien Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming(1),

–  gezien Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep(2),

–  gezien Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ van de Raad(3),

–  gezien Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels(4),

–  gezien Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht(5),

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 9 december 2013 over doeltreffende maatregelen voor integratie van de Roma in de lidstaten en de conclusies van de Raad van 8 december 2016 over de versnelling van het proces van de integratie van de Roma en van 13 oktober 2016 over speciaal verslag nr. 14/2016 van de Europese Rekenkamer,

–  gezien de conclusies van de Raad van 15 juni 2011 over opvang en onderwijs voor jonge kinderen,

–  gezien de mededelingen van de Commissie over de integratie van Roma (COM(2010)0133, COM(2012)0226, COM(2013)0454, COM(2015)0299, COM(2016)0424), met inbegrip van de mededeling over een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020 (COM(2011)0173),

–  gezien de mededeling van de Commissie over drie jaar jongerengarantie en jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (COM(2016)0646),

–  gezien Aanbeveling 2013/112/EU van de Commissie van 20 februari 2013 over "Investeren in kinderen: de vicieuze cirkel van achterstand doorbreken",

–  gezien zijn eerdere resoluties over Roma(6),

–  gezien zijn resolutie van 15 april 2015 over de Internationale Dag van de Roma – zigeunerhaat en de erkenning door de EU van de herdenkingsdag van de genocide op Roma tijdens WO II(7),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2016 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2015(8), met name de leden 117-122 over de rechten van de Roma,

–  gezien het verslag 2016 over de grondrechten, opgesteld door het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten,

–  gezien de EU-MIDIS-enquêtes I en II van het Bureau voor de grondrechten en diverse andere enquêtes en verslagen over Roma,

–  gezien speciaal verslag nr. 14/2016 van de Rekenkamer over EU-beleidsinitiatieven en financiële steun voor de integratie van de Roma: het afgelopen decennium is er aanzienlijke vooruitgang geboekt, maar ter plaatse zijn extra inspanningen nodig,

–  gezien de Eurobarometerenquête "Discriminatie in de EU in 2015",

–  gezien de verslagen en aanbevelingen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), waaronder het actieplan ter verbetering van de situatie van de Roma en Sinti in het OVSE-gebied,

–  gezien de verslagen en aanbevelingen van organisaties die als waakhond fungeren en maatschappelijke organisaties, met name die van het Europees Centrum voor de rechten van Roma, Fundación Secretariado Gitano, OSF, ERGO en Amnesty International,

–  gezien het referentiedocument over zigeunerhaat van de Alliantie tegen zigeunerhaat (Alliance against Antigypsyism),

–  gezien het verslag van het Centrum voor Europese Beleidsstudies over de bestrijding van institutionele zigeunerhaat: reacties en veelbelovende praktijken in de EU en een aantal lidstaten,

–  gezien het onlangs opgerichte Europese Roma-instituut voor kunst en cultuur (Eriac) in Berlijn, dat de vaststelling van de artistieke en culturele aanwezigheid van de 12 miljoen Roma in Europa ten doel heeft, hun zelfexpressie mogelijk maakt en hiermee bijdraagt aan de bestrijding van zigeunerhaat,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A8-0294/2017),

A.  overwegende dat de Roma in Europa nog steeds hun mensenrechten worden ontzegd;

B.  overwegende dat de Roma deel uitmaken van de Europese cultuur en waarden en dat zij een bijdrage hebben geleverd aan de culturele rijkdom, verscheidenheid, economie en gemeenschappelijke geschiedenis van de EU;

C.  overwegende dat zigeunerhaat een specifieke vorm van racisme is, een ideologie die stoelt op rassuperioriteit, een vorm van ontmenselijking en op historische discriminatie gebaseerd institutioneel racisme, die onder meer tot uiting komt in geweld, haatpropaganda, uitbuiting, stigmatisering en schaamteloze discriminatie(9);

D.  overwegende dat ondanks inspanningen op nationaal, Europees en internationaal niveau dagelijks hardnekkige en structurele zigeunerhaat(10) kan worden waargenomen op alle niveaus van de Europese samenleving, die bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in individuele en institutionele veronachtzaming, discriminatie, ongelijkheid, kleinering, othering, stigmatisering, haatpropaganda en doordat Roma monddood, tot zondebok of tot slachtoffer van geweld, extreme armoede en verregaande sociale uitsluiting worden gemaakt; overwegende dat de zigeunerhaat toeneemt en politieke partijen zich populairder maken met flagrante stemmingmakerij tegen Roma;

E.  overwegende dat verschillende vormen van zigeunerhaat kunnen worden waargenomen in de werkzaamheden en het functioneren van overheidsinstanties en -instellingen op bijna alle terreinen en op alle niveaus in de lidstaten, aangezien Roma meestal geen (gelijke) toegang tot overheidsvoorzieningen en -diensten hebben, hun gelijke rechten en gelijke behandeling wordt onthouden, zij niet participeren in besluitvormings- en kennisontwikkelingsprocessen, zij ondervertegenwoordigd zijn in officiële organen op alle niveaus van de samenleving, er discriminerende programma's worden opgezet en financieringsmogelijkheden ter verbetering van het leven van Roma worden misbruikt;

F.  overwegende dat er zelfs onopzettelijke zigeunerhaat kan worden waargenomen in het functioneren van EU-instellingen, aangezien talrijke EU-programma's en -fondsen die de leefomstandigheden en vooruitzichten van Roma positief zouden kunnen beïnvloeden hen niet bereiken of de Roma symbolisch aanwijzen als begunstigden, zonder rekening te houden met hun omstandigheden en de discriminatie waarmee ze te maken hebben;

G.  overwegende dat er, hoewel onbewust, zigeunerhaat te vinden is in het EU-acquis, aangezien hierin vaak geen rekening wordt gehouden met de omstandigheden en problemen van de Roma die, omdat ze al eeuwenlang met meervoudige discriminatie te maken hebben, niet dezelfde rechten en kansen hebben en niet hetzelfde beschermingsniveau genieten als andere EU-burgers;

H.  overwegende dat de paternalistische behandeling van de Roma, die tot uitdrukking komt in zowel de taal als daden in onze samenleving, blijft voortduren en dat alleen de nadruk wordt gelegd op "inclusie" en "integratie" van de Roma, terwijl er eigenlijk een fundamenteel andere aanpak nodig is; overwegende dat hun toegang tot en volledige uitoefening van hun grondrechten en burgerschap in onze samenleving moeten worden gewaarborgd;

I.  overwegende dat de Roma voortdurend worden aangeduid als een kwetsbaar volk, terwijl het feit dat de Roma hun onvervreemdbare mensenrechten, een gelijke behandeling en toegang tot sociale zekerheid, diensten, informatie, rechtspraak, onderwijs, gezondheidszorg, werkgelegenheid enz. worden ontzegd in feite doet vermoeden dat de door de politieke leiders opgezette en in stand gehouden discriminerende structuren de Roma kwetsbaar maken; overwegende dat dit aantoont dat de betrokken autoriteiten hun verantwoordelijkheid op het gebied van mensenrechten hebben veronachtzaamd;

Verbondenheid en participatie

1.  benadrukt dat het van essentieel belang is reguliere samenlevingen voor te lichten over de verscheidenheid binnen de Romabevolking, hun geschiedenis, cultuur en de vormen, mate en ernst van zigeunerhaat waar ze in hun dagelijks leven mee te maken hebben, teneinde de onbewuste maatschappelijke consensus om Roma uit te sluiten tegen te gaan, discriminatie en sociale uitsluiting van Roma te bestrijden en stereotypen weg te werken die in de loop der eeuwen via volksliteratuur, de media, kunst en taal zijn ontstaan en versterkt; roept de lidstaten in dit verband op volledige verantwoordelijkheid te nemen voor hun Romaburgers en langetermijncampagnes voor bewustmaking en intersectionele sensibilisering op te starten;

2.  is van mening dat actieve en zinvolle sociale, economische, politieke en culturele participatie van Roma van essentieel belang is voor een effectieve bestrijding van zigeunerhaat en de totstandbrenging van het hoognodige wederzijdse vertrouwen dat de hele samenleving ten goede komt; wijst in dit verband op de gedeelde verantwoordelijkheid van de Commissie en de lidstaten; roept de Commissie en de lidstaten daarom op strategieën uit te werken waarin zowel proactieve als reactieve maatregelen worden opgenomen op grond van reële, systematische raadpleging van Romavertegenwoordigers en ngo's, en ze te betrekken bij het leiden, controleren en evalueren van reguliere programma's en projecten op alle niveaus, ook op lokaal niveau; roept de Commissie en de lidstaten op de oprichting van onafhankelijke maatschappelijke organisaties en overheidsinstellingen voor Roma en een versterking van de positie van een jonge progressieve Romaleiding te bevorderen;

Verzoening en opbouw van vertrouwen

3.  dringt er, met het oog op de totstandbrenging van essentieel wederzijds vertrouwen, bij de Commissie op aan een waarheids- en verzoeningscommissie op EU-niveau in te stellen (binnen de bestaande structuren dan wel als een afzonderlijke instantie) om de vervolging, uitsluiting en verstoting van Roma door de eeuwen heen te erkennen, dit in een officieel witboek te documenteren en met het Europees Parlement en Romadeskundigen samen te werken bij de uitvoering van deze taken;

4.  verzoekt de lidstaten nationale waarheids- en verzoeningscommissies in te stellen (binnen de bestaande structuren dan wel als afzonderlijke instanties), in overleg parlementsleden, regeringsambtenaren, advocaten, Romavertegenwoordigers, ngo's en basisorganisaties, om de vervolging, uitsluiting en verstoting van Roma door de eeuwen heen te erkennen en dit in een officieel witboek te documenteren, en moedigt de lidstaten aan de geschiedenis van de Roma op te nemen in de onderwijsprogramma's van scholen;

5.  verzoekt de lidstaten de slachtoffers van de holocaust van de Roma te herdenken, 2 augustus aan te wijzen als herdenkingsdag van de holocaust van de Roma en levende overlevenden van de holocaust onmiddellijk een passende restitutie toe te kennen via een vereenvoudigde procedure die vergezeld gaat van een bewustmakingscampagne; roept de Commissie en de lidstaten op de Romaslachtoffers op te nemen in hun herdenkingen van de Holocaust op 27 januari van elk jaar, en cursussen over de holocaust van de Roma te organiseren waaraan ambtenaren vrijwillig kunnen deelnemen;

Uitvoering van prestatiecontroles

6.  uit zijn bezorgdheid over het feit dat, ondanks de uitvoering van verschillende doelgerichte programma's in de lidstaten, de meeste reguliere programma's – onder meer de door de structuurfondsen gefinancierde programma's – niet openstaan voor de meest benadeelde groepen, met name de Roma; verzoekt de Rekenkamer daarom de prestaties van EU-programma's, bijvoorbeeld de EU-programma's voor werkgelegenheid en onderwijs zoals Erasmus+ en het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, grondiger en regelmatig te controleren;

7.  verzoekt de Commissie:

   te beoordelen of de EU-programma's en -financieringsmogelijkheden voldoen aan de eis van non-discriminatie en participatie en zo nodig onverwijld corrigerende maatregelen te nemen,
   een solide, op kwaliteit gerichte langetermijnregeling voor toezicht en financiële boekhouding toe te passen om de prestaties van de lidstaten wat betreft het gebruik van EU-programma's te controleren,
   de Roma op wie de projecten gericht zijn op doeltreffende, transparante wijze actief te betrekken bij het toezicht op en de evaluatie van de projecten,
   ervoor te zorgen dat het bestaande klachtenmechanisme toegankelijker en transparanter wordt voor inwoners, ngo's en autoriteiten, zodat zij melding kunnen maken van discriminerende EU-fondsen en -programma's;
   financiering op te schorten in geval van misbruik van EU-middelen;
   de ESI-fondsen zodanig te hervormen dat zij op proactievere wijze financiële ondersteuning kunnen bieden aan de bestrijding van zigeunerhaat, en
   de financieringsprogramma's "Europa voor de burger" en "Rechten, gelijkheid en burgerschap" uit te breiden en aldus de belangrijke rol van maatschappelijke organisaties die als waakhond fungeren en andere relevante belanghebbenden bij het toezicht op zigeunerhaat te erkennen en de inachtneming van de grondrechten te waarborgen;

8.  verzoekt de Commissie en de lidstaten:

   ervoor te zorgen dat de relevante door de EU gefinancierde maatregelen met mogelijke gevolgen voor de Romagemeenschap inclusief zijn en dat hiermee segregatie wordt tegengegaan,
   te waarborgen dat segregatiepraktijken duidelijk worden omschreven en expliciet van financiering worden uitgesloten,
   financieringsmogelijkheden te verbeteren om ervoor te zorgen dat de gecreëerde onderwijs- en werkgelegenheidskansen een daadwerkelijke en duurzame ontsnapping uit langdurige werkloosheid mogelijk maken, wat een vereiste is voor een waardig leven,
   ervoor te zorgen dat alle beschikbare middelen effectief worden gebruikt, en
   de absorptiegraad van EU-middelen te verhogen, overeenkomstig de in de nationale strategieën voor integratie van de Roma uiteengezette prioriteiten;

9.  verzoekt de lidstaten de coördinatie tussen lokale en nationale autoriteiten te versterken om administratieve en politieke belemmeringen weg te nemen en effectief gebruik te maken van de EU-fondsen, met het oog op het verbeteren van de situatie van de Romabevolking, in het bijzonder de kinderen;

10.  herinnert aan de aanbeveling van de Raad van 2013 waarin wordt gesteld dat het bevorderen van sociale integratie en het bestrijden van armoede en discriminatie, met inbegrip van onder meer de sociaal-economische integratie van gemarginaliseerde gemeenschappen als de Roma, moeten worden vergemakkelijkt door ten minste 20 % van de totale ESF-middelen in elke lidstaat toe te wijzen voor investeringen in mensen;

Waarborging van gelijke rechten en bestrijding van zigeunerhaat door middel van opleiding

11.  wijst erop dat minderheidsrechten en het verbod op discriminatie integraal deel uitmaken van de grondrechten en als zodanig binnen het bereik van de overeenkomstig artikel 2 VEU in acht te nemen EU-waarden vallen; herinnert eraan dat de EU in overeenstemming met artikel 7 VEU maatregelen kan nemen in het geval van een duidelijk risico op een ernstige schending van die waarden door een lidstaat;

12.  verzoekt de lidstaten op grond van de alarmerende rapporten van ngo's en organisaties die als waakhond fungeren:

   Richtlijn 2000/43/EG ten uitvoer te leggen en te handhaven, teneinde alle vormen van discriminatie van Roma effectief te voorkomen en uit te bannen en ervoor te zorgen dat nationale, regionale en lokale bestuursrechtelijke bepalingen niet-discriminerend zijn en niet leiden tot segregatiepraktijken,
   Kaderbesluit 2008/913/JBZ ten uitvoer te leggen en te handhaven, aangezien dit de middelen biedt voor een succesvolle bestrijding van uitingen van zigeunerhaat en geweld tegen Roma;

13.  verzoekt de Commissie de lidstaten steun te verlenen bij de omzetting en tenuitvoerlegging van de richtlijnen inzake gelijke behandeling en inbreukprocedures te blijven inleiden tegen alle lidstaten, geen enkele uitgezonderd, die richtlijnen inzake gelijke behandeling schenden, niet omzetten of niet ten uitvoer leggen, zoals de richtlijn inzake rassengelijkheid (2000/43/EG), de richtlijn betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf (2004/38/EG)(11), de richtlijn voor de rechten van slachtoffers (2012/29/EU), het kaderbesluit inzake racisme en vreemdelingenhaat (2008/913/JBZ), de richtlijn audiovisuele mediadiensten (2010/13/EU)(12) en de richtlijnen van de Raad over gelijke behandeling van mannen en vrouwen (2004/113/EG)(13) en gelijke behandeling in arbeid en beroep (2000/78/EG);

14.  verzoekt de Commissie en de Raad de impasse te doorbreken en opnieuw onderhandelingen te starten over de antidiscriminatierichtlijn;

15.  veroordeelt het feit dat bepaalde lidstaten ontkennen dat hun Romaburgers ongelijk worden behandeld, niet de politieke wil tonen om een oplossing te zoeken voor het feit dat zij er niet in slagen de toegang van Roma tot en de uitoefening door Roma van hun grondrechten te waarborgen, en de schuld voor de door structureel racisme veroorzaakte sociale uitsluiting van de Roma bij de Roma zelf leggen;

16.  verzoekt de lidstaten:

   verzoekt de lidstaten de ontkenning van de holocaust van de Roma, haatpropaganda en het tot zondebok maken van Roma door politici en overheidsfunctionarissen op alle niveaus en in alle soorten media duidelijk te veroordelen en te bestraffen, omdat hierdoor de zigeunerhaat in de samenleving wordt aangewakkerd,
   verdere maatregelen te treffen om haatpropaganda tegen Roma te voorkomen, te veroordelen en tegen te gaan, ook door de culturele dialoog toe te passen;

17.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan intensiever samen te werken met ngo's om scholing te bieden op het gebied van beste praktijken voor de bestrijding van vooroordelen en voor effectieve campagnes om haatpropaganda tegen te gaan, door de specifieke behoeften en eisen in dit verband van de ngo-partners in kaart te brengen; verzoekt de Commissie het maatschappelijk middenveld op te roepen toe te zien op haatpropaganda, haatmisdrijven en ontkenning van de holocaust in de lidstaten en hiervan melding te maken;

18.  verzoekt zijn Voorzitter de EP-leden die in het Parlement beledigende, racistische of xenofobe taal bezigen of dergelijk gedrag vertonen te veroordelen en te bestraffen;

19.  betreurt de schending van het recht van Roma op vrij verkeer; verzoekt de lidstaten te erkennen dat de grondbeginselen van de EU van toepassing moeten zijn op alle burgers en dat de richtlijn inzake vrij verkeer geen collectieve uitwijzing noch enige vorm van raciale profilering toestaat; verzoekt de lidstaten van herkomst om hun verantwoordelijkheid te nemen voor de bestrijding van armoede en uitsluiting onder al hun burgers en de lidstaten van aankomst om nauwer grensoverschrijdend samen te werken bij de bestrijding van discriminatie en uitbuiting en te voorkomen dat uitsluiting in het land van aankomst blijft voortbestaan;

20.  verzoekt de lidstaten de vooroordelen ten aanzien van Romavluchtelingen en -asielzoekers in de context van migratie te bestrijden; wijst erop dat de lidstaten asielzoekers uit de landen van de Westelijke Balkan ontvangen onder wie zich veel Roma uit Servië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië bevinden, en dat dit in verband kan worden gebracht met de bijzondere factoren die van invloed zijn op de Romagemeenschap aldaar; verzoekt om de opneming van een specifiek hoofdstuk over vervolging als gevolg van zigeunerhaat in de relevante informatie betreffende de landen van herkomst;

21.  is ernstig bezorgd over het aantal staatloze Roma in Europa, aangezien hun de toegang tot sociale, onderwijs- en gezondheidszorgdiensten volledig wordt ontzegd en zij naar de uiterste rand van de samenleving worden gedrongen; verzoekt de lidstaten een einde te maken aan staatloosheid en ervoor te zorgen dat iedereen de fundamentele mensenrechten kan uitoefenen;

22.  verzoekt de lidstaten niet-discriminerend geboorteregistratiebeleid te voeren en erop toe te zien dat al hun burgers worden geïdentificeerd om te voorkomen dat Roma de toegang tot essentiële basisvoorzieningen wordt ontzegd; verzoekt de lidstaten onmiddellijk corrigerende maatregelen te treffen om discriminerende geboorteregistratie een halt toe te roepen en via hun lokale autoriteiten actieve stappen te ondernemen om ervoor te zorgen dat elk kind wordt geregistreerd; verzoekt de Commissie de situatie in de lidstaten te beoordelen en te controleren, beste praktijken uit te wisselen met betrekking tot de identificatie en bescherming van personen wier nationaliteit niet is erkend en die geen toegang tot identiteitsdocumenten hebben, en bewustmakingscampagnes over het belang van geboorteregistratie te lanceren;

23.  is zeer verontrust over de ongelijke toegang van Roma tot gezondheidsinformatie, -diensten en -zorg, het ernstige gebrek aan zorgverzekeringen onder hen en het racistische geweld jegens Roma; verzoekt de lidstaten doeltreffende maatregelen te nemen om alle obstakels voor de toegang tot het gezondheidszorgstelsel weg te nemen; verzoekt de lidstaten waar nodig te zorgen voor middelen voor zorgbemiddelingsprogramma's voor Roma, een beter besef van de gezondheidszorg en betere toegang tot vaccinaties en preventieve gezondheidszorg in Romagemeenschappen;

24.  maakt zich ernstige zorgen over de discriminatie van Romavrouwen, die vaak op afgescheiden kraamafdelingen van inferieure kwaliteit worden geplaatst en bij hun pogingen om toegang te krijgen tot seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten worden geconfronteerd met lichamelijk geweld, verwaarlozing en ontoereikende en slechte behandeling door medisch personeel en vaak geen toegang hebben tot mobiele gezondheidsonderzoeken; dringt er derhalve bij de lidstaten op aan onmiddellijk een controlerend en corrigerend mechanisme in te stellen en ervoor te zorgen dat medisch personeel dat ethische normen schendt aansprakelijk wordt gesteld; verzoekt de Commissie en de lidstaten meer inspanningen te leveren om duurzame en omvattende capaciteitsopbouw voor Romavrouwen te bevorderen, gespecialiseerde structuren in het leven te roepen zoals informatieposten om toegesneden gezondheidsinformatiemateriaal te verstrekken, en te voorzien in de nodige steun voor gemeenschapsinitiatieven op het gebied van de gezondheidszorg;

25.  verzoekt de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van het EU-kader voor de nationale Romastrategieën prioriteit te verlenen aan kinderen, vooral waar het gaat om toegang tot gezondheidszorg, waardige leefomstandigheden en toegang tot onderwijs voor Romakinderen; benadrukt dat bestrijding van analfabetisme onder Romakinderen van essentieel belang is voor een betere integratie en inclusie van de Roma, en dat de toegang van de volgende generaties tot werkgelegenheid hierdoor kan verbeteren;

26.  dringt er bij de lidstaten op aan gedwongen sterilisatie te veroordelen en Romavrouwen te compenseren die zijn onderworpen aan stelselmatige en door de staat gesteunde sterilisatie, en in het openbaar verontschuldigingen aan te bieden aan de slachtoffers van deze misdaad tegen de menselijkheid;

27.  is ernstig bezorgd over het verschijnsel dat Romakinderen onrechtmatig worden weggehaald bij hun ouders; verzoekt de lidstaten onverwijld een onderzoek in te stellen naar dergelijke gevallen en de nodige maatregelen te nemen om ze te voorkomen;

28.  veroordeelt het feit dat de lidstaten de gelijke toegang van Roma tot justitie en hun gelijkheid voor de wet niet waarborgen, wat blijkt uit:

   het falen bij of de onaanvaardbaar trage procedures voor het garanderen van gerechtigheid voor de slachtoffers van haatmisdrijven, vooral als die zijn gepleegd door politieagenten,
   de onevenredige criminalisering van Roma,
   te vergaand politieoptreden (etnische profilering, buitensporige arrestatie- en zoekprocedures, ongegronde invallen in Romaverblijfplaatsen, willekeurige inbeslagneming en vernieling van eigendommen, buitensporig gebruik van geweld bij arrestaties, mishandeling, bedreiging, vernederende behandeling, lichamelijk geweld en ontzegging van rechten tijdens politieverhoren en hechtenis),
   en te zwak politieoptreden bij misdrijven tegen Roma, aangezien bij door Roma gemelde misdrijven weinig tot geen bijstand en bescherming wordt verleend (zoals in geval van mensenhandel of huiselijk geweld) of onderzoek wordt verricht;

29.  verzoekt de lidstaten:

   te garanderen dat alle burgers voor de wet gelijk zijn en ervoor te zorgen dat iedereen gelijke toegang tot justitie en procedurele rechten heeft,
   te voorzien in verplichte, op mensenrechten gebaseerde en op dienstverlening gerichte opleidingen tijdens het werk voor rechtshandhavingsambtenaren en ambtenaren in het justitiële stelsel op alle niveaus,
   haatmisdrijven te onderzoeken en te vervolgen en beste praktijken aan te reiken voor het opsporen en onderzoeken van haatmisdrijven, ook die welke specifiek voortkomen uit zigeunerhaat,
   eenheden voor de bestrijding van haatmisdrijven met kennis over zigeunerhaat in te stellen bij de politie,
   gepast politieoptreden aan te moedigen en sancties toe te passen in geval van wangedrag van de politie,
   professionals op het gebied van geschillenbeslechting aan te werven bij de politie,
   de actieve aanwerving van Roma als leden van het politiekorps aan te moedigen,
   ervoor te zorgen dat de programma's voor slachtofferhulp beantwoorden aan de specifieke behoeften van Roma en dat zij hulp krijgen bij het melden van misdrijven en het indienen van klachten,
   het programma Justrom – een gezamenlijk programma van de Commissie en de Raad van Europa betreffende de toegang van Romavrouwen tot justitie – voort te zetten en de geografische reikwijdte ervan uit te breiden,
   de EU-richtlijn voor de bestrijding van mensenhandel volledig ten uitvoer te leggen en hun politiële en justitiële samenwerking bij de bestrijding van mensenhandel te intensiveren, en
   Richtlijn 2011/93/EU(14) volledig ten uitvoer te leggen om seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen te voorkomen en te bestrijden en slachtoffers te beschermen;

30.  verzoekt de Europese Politieacademie (Cepol) om opleidingscursussen te blijven aanbieden op het gebied van de grondrechten en de daaraan gekoppelde intersectionele bewustmaking van de politie;

31.  is zeer bezorgd over de wijdverspreide discriminatie van Roma op het gebied van huisvesting die wordt gekenmerkt door een discriminerende huur- en onroerendgoedmarkt en sociale huisvesting, gedwongen uitzettingen en afbraak van woningen van Roma zonder dat in behoorlijke alternatieve huisvesting wordt voorzien, de plaatsing van Roma in afgezonderde kampen en noodopvangkampen zonder basisvoorzieningen, de plaatsing van muren rond Romanederzettingen en de nalatigheid van de overheid wat betreft het bieden van volledige toegang van Roma tot dagelijks drinkbaar kraanwater en rioolstelsels;

32.  roept de lidstaten op doeltreffende maatregelen te nemen om te zorgen voor gelijke behandeling van Roma bij de toegang tot huisvesting en ten volle gebruik te maken van de EU-middelen voor de verbetering van de huisvestingssituatie van Roma, met name door bevordering van desegregatie, uitbanning van ruimtelijke segregatie, stimulering van door de gemeenschap geleide lokale ontwikkelingen en geïntegreerde territoriale investeringen die door de ESI-fondsen worden ondersteund, alsook door middel van een consequent beleid voor volkshuisvesting; dringt er bij de lidstaten op aan te zorgen voor toegang tot openbare voorzieningen, zoals water, elektriciteit en gas, en infrastructuur voor huisvesting overeenkomstig nationale wettelijke voorschriften;

33.  verzoekt de Commissie haar bevoegdheid bij door rassenhaat ingegeven gedwongen uitzettingen te erkennen; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat gedwongen uitzettingen volledig stroken met het recht van de Unie en andere internationale verplichtingen op het vlak van de mensenrechten, zoals die welke voortvloeien uit het Europees Verdrag voor de rechten van de mens; roept voorts op tot een verhoging van het aantal en de beschikbaarheid van desegregatiedeskundigen in de lidstaten die het meest met deze problematiek te maken hebben, teneinde de autoriteiten te ondersteunen bij het waarborgen van een doeltreffende bevordering van desegregatie door de Europese structuur- en investeringsfondsen, en roept ertoe op het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (ESF-EFRO) te reserveren voor ruimtelijke desegregatiemaatregelen;

34.  verwelkomt proactieve initiatieven waarmee wordt beoogd de huisvestingssituatie van Roma in steden te verbeteren; is ingenomen met het initiatief van Eurocities in het kader waarvan bewijs wordt verzameld door de kenmerken van stedelijke Romagemeenschappen, de uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd en de reacties hierop van de steden in kaart te brengen;

35.  betreurt de voortdurende segregatie in het onderwijs, waaronder de oververtegenwoordiging van Romakinderen op "speciale scholen", scholen alleen voor Roma, afzonderlijke klassen, "containerscholen" enz.; verzoekt de lidstaten specifieke schooldesegregatiemaatregelen en andere effectieve maatregelen op te stellen en toe te passen, teneinde gelijke behandeling en de volledige toegang van Romakinderen tot regulier onderwijs van hoge kwaliteit te waarborgen en ervoor te zorgen dat alle Romakinderen ten minste het verplichte onderwijs afmaken; benadrukt in dit verband dat er een onderzoek moet worden ingesteld naar de redenen voor vroegtijdig schoolverlaten, waarbij vooral moet worden bestudeerd welke rol zigeunerhaat hierbij speelt; moedigt de lidstaten bovendien aan onderzoek te doen naar nieuwe manieren om de bestaande onderwijskloof dichten door middel van volwasseneneducatie, beroepsonderwijs en -opleiding en informeel en niet-formeel leren; dringt erop aan hierbij ook aandacht te besteden aan intersectionele discriminatie, in samenwerking met Romadeskundigen en schoolbemiddelaars, en te zorgen voor voldoende middelen voor dergelijke maatregelen;

36.  acht de discriminatie van Roma op het gebied van werkgelegenheid, meestal gekenmerkt door langdurige werkloosheid, nulurencontracten, onzekere arbeidsomstandigheden zonder ziektekosten- en sociale verzekering of pensioenvoorziening, arbeidsmarktbelemmeringen (die zelfs bestaan voor Roma die hoger onderwijs hebben genoten) en het gebrek aan omscholingsmogelijkheden verontrustend en onaanvaardbaar; dringt er daarom bij de lidstaten op aan doeltreffende maatregelen te nemen om de gelijke behandeling van Roma wat betreft toegang tot de arbeidsmarkt en werkgelegenheidskansen te waarborgen en directe en indirecte belemmeringen weg te nemen, met inbegrip van discriminatie;

37.  roept de lidstaten op samen te werken met de private sector om opleidings-, werkgelegenheids- en zakelijke mogelijkheden voor Roma te ondersteunen, met name in de groeiende technologiesectoren; verzoekt de lidstaten grondig te onderzoeken op welke manier nieuwe technologieën kunnen helpen bij en bijdragen aan de sociale en economische inclusie van Roma en de bestrijding van zigeunerhaat; benadrukt het belang van regionale ontwikkeling voor het scheppen van duurzame werkgelegenheid in de minst ontwikkelde gebieden;

38.  roept de lidstaten op beleidsmaatregelen te bevorderen waarvan is bewezen dat zij een aanzienlijk positief effect hebben, zoals beroeps- en praktijkopleidingen, diensten voor persoonlijk advies, activiteiten als zelfstandige, sociaal ondernemerschap en programma's voor eerste werkervaringen, met het oog op het bevorderen van de arbeidsparticipatie van Roma en het voorkomen van de intergenerationele overdracht van armoede in Romagemeenschappen;

39.  veroordeelt de meervoudige en intersectionele vormen van discriminatie van Roma, die vaak verkapt of verborgen zijn; benadrukt dat bij beleid ter bestrijding van één discriminatiegrond rekening moet worden gehouden met de situatie van specifieke groepen die het slachtoffer zouden kunnen zijn van meervoudige discriminatie; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan bijzondere aandacht te besteden aan de verbetering van het opleidingsniveau, de participatie, de toegang tot werkgelegenheid, de huisvesting, de gezondheidszorg en de preventie van discriminatie van Roma die te maken hebben met meervoudige en intersectionele discriminatie en ongelijkheid, en speciale programma's voor hen op te nemen in het EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma na 2020;

40.  stelt met bezorgdheid vast dat Romavrouwen worden blootgesteld aan meervoudige en intersectionele discriminatie omdat ze vrouw zijn en tot de etnische minderheidsgroep van de Roma behoren, en dat zij daarom in een ongunstige positie verkeren als het gaat om de participatie in de samenleving op alle niveaus en de toegang tot elementaire diensten en hulpbronnen; benadrukt dat discriminatie nog schrijnender is voor Romavrouwen en -meisjes zonder identiteitsdocumenten; benadrukt dat voor de verbetering van de situatie van Romavrouwen en -meisjes een specifiek en gericht antidiscriminatiebeleid vereist is, dat zorgt voor gelijke toegang tot werk en onderwijs, met inbegrip van een leven lang leren, alsook voor hoogwaardige huisvesting, wat een belangrijke factor is voor de verbetering van hun leefomstandigheden en de bestrijding van armoede en uitsluiting;

41.  verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat in hun nationale strategieën voor integratie van de Roma een specifiek hoofdstuk over vrouwenrechten en gendergelijkheid wordt opgenomen en dat in elke sectie daarvan gendermainstreamingmaatregelen worden toegepast die gericht zijn op het bevorderen van vrouwenrechten en het gendergelijkheidsperspectief, met name voor wat de toewijzing van middelen betreft, in overeenstemming met de conclusies van de Raad met betrekking tot een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma, waarin erop wordt aangedrongen dat in alle beleidsmaatregelen en acties ter bevordering van de integratie van Roma een genderperspectief wordt opgenomen; verzoekt de regeringen en lokale autoriteiten van de lidstaten Romavrouwen te betrekken bij de voorbereiding, tenuitvoerlegging, evaluatie en monitoring van de nationale strategieën voor integratie van de Roma; benadrukt dat er systematisch naar geslacht uitgesplitste gegevens moeten worden verzameld en dat deze regelmatig moeten worden geanalyseerd, en verzoekt de Commissie en de lidstaten te beoordelen of beleidsmaatregelen leiden tot de gewenste verbeteringen voor Romavrouwen en -meisjes en actie te ondernemen indien er te weinig vooruitgang wordt geboekt; verzoekt de Commissie de bevordering van gendergelijkheid bij de tenuitvoerlegging van alle aspecten van de Europa 2020-strategie te ondersteunen, in overeenstemming met de strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2010-2015;

42.  verzoekt de lidstaten aandacht te besteden aan de specifieke problemen van Romavrouwen en -meisjes in verband met kindhuwelijken en gedwongen huwelijken en aanvallen op hun fysieke integriteit, en spoort de lidstaten aan tot bevordering en ondersteuning van het verzamelen en verspreiden van gegevens over juridische en andere maatregelen op nationaal niveau ter preventie en bestrijding van geweld tegen Romavrouwen en -meisjes;

43.  moedigt bedrijven en lokale autoriteiten aan opleidingsregelingen en arbeidskansen voor Romavrouwen te creëren;

44.  verzoekt regeringen de daadwerkelijke participatie van Romavrouwen in het openbare en politieke leven aan te moedigen en te ondersteunen;

45.  acht instanties voor de bevordering van gelijkheid van essentieel belang om Roma voor te lichten over hun rechten, hen bij te staan bij de uitoefening van hun rechten en discriminatie te melden; verzoekt de Commissie en de lidstaten normen vast te stellen om te waarborgen dat instanties voor de bevordering van gelijkheid over voldoende bevoegdheden en middelen beschikken om toezicht te houden op gevallen van zigeunerhaat en in voorkomend geval actie te ondernemen; verzoekt de lidstaten het werk en de institutionele capaciteit van instanties die ijveren voor gelijke behandeling te ondersteunen door hen passende middelen toe te kennen, zodat zij effectieve rechtsbijstand kunnen verlenen en juridisch advies kunnen geven, en hun samenwerking met juridische adviseurs van Roma te versterken om het melden van misbruik te vergemakkelijken;

46.  is bezorgd over de geringe participatie van de Romabevolking als gesprekspartners of zittende vertegenwoordigers van lokale, regionale en nationale overheden, en over het feit dat overheden er niet voor zorgen dat zij het volledige burgerschap kunnen uitoefenen; erkent de cruciale rol van het maatschappelijk middenveld in dit verband; verzoekt om bredere samenwerking tussen de betrokken nationale en lokale autoriteiten, de EU, de Raad van Europa en ngo's; moedigt de instellingen en politieke partijen van de EU en de lidstaten aan de politieke participatie en versterking van de positie van Roma en de aanwerving van Roma voor overheidsdiensten actief te bevorderen; verzoekt om empowermentprogramma's voor Roma, met inbegrip van programma's gericht op het verbeteren en waarborgen van de langdurige participatie van Roma vanuit een intersectioneel perspectief als vertegenwoordigers van lokale, regionale en nationale overheden; verzoekt de Commissie en de lidstaten maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de participatie van Romavrouwen in beleids- en besluitvorming wordt versterkt;

47.  verzoekt de lidstaten te voorzien in verplichte, praktische en intersectionele opleidingen op het gebied van de grondrechten en non-discriminatie voor alle overheidsfunctionarissen, die garant moeten staan voor de mensenrechten en van essentieel belang zijn voor de juiste tenuitvoerlegging van EU- en nationale wetgeving, teneinde hen uit te rusten met de vereiste kennis en vaardigheden om alle burgers te kunnen dienen vanuit een op mensenrechten gebaseerde benadering;

48.  verzoekt de lidstaten, gezien de invloed die de media kan uitoefenen op de publieke perceptie van etnische minderheden:

   te voorzien in verplichte opleidingen voor werknemers van de publieke omroep en openbare media om ze bewust te maken van de moeilijkheden en discriminatie waarmee Roma te kampen hebben en van schadelijke stereotypen,
   de aanwerving van Roma in de openbare media te bevorderen, en
   de vertegenwoordiging van Roma in de bestuurslichamen van openbare media te bevorderen;

49.  moedigt de lidstaten aan verplichte opleidingen op het gebied van mensenrechten, democratisch burgerschap en politiek bewustzijn op te nemen in hun schoolprogramma's op alle niveaus, teneinde zigeunerhaat eens en voor altijd een halt toe te roepen en zo een einde te maken aan de onzekerheid over de identiteit van Roma, hun zelfvertrouwen te versterken en hun mogelijkheden om hun gelijke rechten uit te oefenen en op te eisen te vergroten;

50.  is zeer bezorgd over de bezuinigingen in de publieke sector, die dramatische effecten hebben gehad op de activiteiten van de staat en door de staat gefinancierde ngo's ter bevordering van de gelijkheid van de Roma en die het bereik van deze projecten hebben verkleind; benadrukt dat de staat en zijn instellingen een fundamentele rol moeten spelen in de bevordering van gelijkheid en dat deze rol door niemand anders kan worden vervuld;

Nationale strategieën voor integratie van de Roma

51.  merkt bezorgd op dat de inspanningen en geïnvesteerde financiële middelen, alsook de talrijke op de Romagemeenschap gerichte Europese en nationale programma's en fondsen, niet aanzienlijk hebben bijgedragen tot de verbetering van hun leefomstandigheden en evenmin de integratie van de Roma, met name op lokaal niveau, hebben bevorderd; verzoekt de lidstaten daarom, met het oog op de strijd tegen de marginalisatie, discriminatie en uitsluiting van Roma en de bevordering van het integratieproces van Roma en de bestrijding van zigeunerhaat:

   ambitieuze doelen na te streven bij de vaststelling van hun nationale strategieën voor integratie van de Roma, meer onderzoek te doen naar succesvolle lokale praktijken en programma's met actieve betrokkenheid van Roma teneinde hun situatie, omstandigheden en problemen aan het licht te brengen, en bijzondere aandacht te besteden aan zigeunerhaat en de gevolgen daarvan om een verbeterde, omvattende en holistische aanpak te ontwikkelen waarbij niet alleen de sociale en economische aspecten aan bod komen, maar ook de strijd tegen racisme en de opbouw van wederzijds vertrouwen;
   hun nationale strategieën voor integratie van de Roma volledig ten uitvoer te leggen,
   de doeltreffendheid ervan te beoordelen en ze regelmatig bij te werken, duidelijke acties en op maat gemaakte maatregelen te formuleren en meetbare doelen en mijlpalen vast te stellen,
   nauw samen te werken met alle belanghebbenden, onder meer regionale en lokale entiteiten, de academische wereld, de private sector, basisorganisaties en ngo's, en Roma er actief bij te betrekken,
   de gegevensverzameling, het op veldwerk gebaseerde, financiële en kwaliteitsgerichte toezicht en de verslagleggingsmethoden verder te ontwikkelen, aangezien die de basis vormen voor doeltreffend, wetenschappelijk onderbouwd beleid en kunnen bijdragen tot het verbeteren van de doeltreffendheid van strategieën, acties en maatregelen en het bepalen waarom de programma's en strategieën niet tot de langverwachte resultaten leiden,
   de positie van hun nationale Romacontactpunten te versterken door hun een passend mandaat, de nodige middelen en geschikte arbeidsomstandigheden te bieden voor de uitoefening van hun coördinatietaken;

Prioritering van zigeunerhaat in een verbeterde strategie voor de periode na 2020

52.  is ingenomen met de geleverde inspanningen en het brede scala aan door de Commissie ontwikkelde nuttige mechanismen en fondsen ter bevordering van de sociale en economische inclusie van Roma en het feit dat zij een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020 in het leven heeft geroepen, waarin de lidstaten worden verzocht nationale strategieën vast te stellen;

53.  verzoekt de Commissie:

   het EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma na 2020 op te waarderen, voortbouwend op de resultaten en aanbevelingen van de Rekenkamer, het Bureau voor de grondrechten (FRA), ngo's, organisaties die als waakhond fungeren en alle relevante betrokkenen, teneinde te beschikken over een verbeterde, bijgewerkte en nog bredere aanpak,
   in het EU-kader voor de periode na 2020 niet alleen bijzondere aandacht te besteden aan sociale inclusie, maar ook aan zigeunerhaat, en indicatoren ter bestrijding van discriminatie in te voeren op de gebieden onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting, gezondheid, enz., aangezien zigeunerhaat de tenuitvoerlegging van de nationale strategieën voor integratie van de Roma ondermijnt,
   zigeunerhaat als een horizontale kwestie te beschouwen en een inventaris van praktische stappen voor de lidstaten ter bestrijding van zigeunerhaat te ontwikkelen – samen met de lidstaten, het FRA en ngo's,
   de taskforce voor de Roma van de desbetreffende diensten van de Commissie aan te vullen door een projectteam op het niveau van commissarissen inzake Romavraagstukken op te richten, waarin alle betrokken commissarissen die werkzaam zijn op het gebied van gelijke rechten en non-discriminatie, burgerschap, sociale rechten, werkgelegenheid, onderwijs en cultuur, gezondheid, huisvesting en de externe dimensie daarvan worden bijeengebracht, teneinde de opzet van niet-discriminerende en aanvullende EU-fondsen en -programma's te waarborgen,
   het werk van de coördinatie-eenheid voor non-discriminatie en de Roma van de Commissie te intensiveren en aan te vullen door het team te versterken, voldoende middelen beschikbaar te stellen en meer personeel in dienst te nemen, teneinde over voldoende capaciteit te beschikken om zigeunerhaat te bestrijden, bewustzijn te creëren omtrent de holocaust van de Roma en de herdenking van de holocaust te bevorderen;

54.  roept de EU-instellingen op de rechten van de Roma te integreren in het kader van de externe betrekkingen; wijst er met klem op dat in de (potentiële) kandidaat-lidstaten zigeunerhaat moet worden bestreden en de rechten van de Roma moeten worden bevorderd;

55.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de door de ECRI vastgestelde werkdefinitie van zigeunerhaat toe te passen en actief te verspreiden om de autoriteiten van de lidstaten duidelijke richtsnoeren te verstrekken;

56.  verzoekt alle fracties in het Parlement en de politieke partijen in de lidstaten het herziene handvest van de politieke partijen voor een maatschappij zonder racisme te eerbiedigen, en vraagt ze hun engagement regelmatig te hernieuwen en haatpropaganda te veroordelen en te bestraffen;

57.  verzoekt het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten een studie te verrichten naar zigeunerhaat in de EU en de kandidaat-lidstaten, bij zijn werkzaamheden op het gebied van Romavraagstukken aandacht te besteden aan zigeunerhaat en er op alle relevante terreinen toezicht op te houden;

o
o   o

58.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de kandidaat-lidstaten, de Raad van Europa en de Verenigde Naties.

(1) PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22.
(2) PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16.
(3) PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57.
(4) PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1.
(5) PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55.
(6) PB C 4 E van 7.1.2011, blz. 7; PB C 308 E van 20.10.2011, blz. 73; PB C 199 E van 7.7.2012, blz. 112; PB C 468 van 15.12.2016, blz. 36; PB C 468 van 15.12.2016, blz. 157.
(7) PB C 328 van 6.9.2016, blz. 4.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0485.
(9) Algemene beleidsaanbeveling nr. 13 van de ECRI over de bestrijding van zigeunerhaat en discriminatie van Roma.
(10) Voor het woord "zigeunerhaat" worden in de verschillende lidstaten soms enigszins verschillende termen gebruikt.
(11) PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77.
(12) PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1.
(13) PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37.
(14) PB L 335 van 17.12.2011, blz. 1.

Juridische mededeling