Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2192(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0311/2017

Ingediende teksten :

A8-0311/2017

Debatten :

PV 25/10/2017 - 15
CRE 25/10/2017 - 15

Stemmingen :

PV 26/10/2017 - 10.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0419

Aangenomen teksten
PDF 192kWORD 58k
Donderdag 26 oktober 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Onderhandelingsmandaat voor de handelsbesprekingen tussen de EU en Australië
P8_TA(2017)0419A8-0311/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 26 oktober 2017 met de aanbeveling van het Parlement aan de Raad betreffende het voorgestelde onderhandelingsmandaat voor de handelsbesprekingen met Australië (2017/2192(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld "Handel voor iedereen – Naar een meer verantwoordelijk handels- en investeringsbeleid" (COM(2015)0497),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 15 november 2015 van de voorzitter van de Commissie, Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, en de eerste minister van Australië, Malcolm Turnbull,

–  gezien het partnerschapskader EU-Australië van 29 oktober 2008 en de op 5 maart 2015 gesloten kaderovereenkomst EU-Australië,

–  gezien andere bilaterale overeenkomsten tussen de EU en Australië, met name de overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordeling, certificaten en markeringen en de overeenkomst inzake de handel in wijn,

–  gezien het op 14 september 2017 gepubliceerde handelspakket van de Commissie waarin de Commissie toezegde alle toekomstige onderhandelingsmandaten voor handelsovereenkomsten openbaar te maken,

–  gezien zijn eerdere resoluties, met name die van 25 februari 2016 over de opening van onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten met Australië en Nieuw-Zeeland(1) en zijn wetgevingsresolutie van 12 september 2012 over het ontwerpbesluit van de Raad tot sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Australië tot wijziging van de overeenkomst inzake wederzijdse erkenning(2),

–  gezien het communiqué naar aanleiding van de G20-vergadering van de staatshoofden of regeringsleiders in Brisbane van 15 en 16 november 2014,

–  gezien de gemeenschappelijke verklaring van 22 april 2015 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de minister van Buitenlandse Zaken van Australië getiteld "Towards a closer EU-Australia Partnership",

–  gezien Advies 2/15 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) van 16 mei 2017 over de bevoegdheid van de Unie om de vrijhandelsovereenkomst met Singapore te ondertekenen en te sluiten(3),

–  gezien de studie van de Commissie van 15 november 2016 over de cumulatieve effecten van toekomstige handelsakkoorden op de EU-landbouw,

–  gezien artikel 207, lid 3, en artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien artikel 108, lid 3, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8-0311/2017),

A.  overwegende dat de EU en Australië de handen ineenslaan bij het aanpakken van gemeenschappelijke uitdagingen op zeer uiteenlopende gebieden, en samenwerken binnen een aantal internationale fora, onder meer wat betreft beleidskwesties op multilateraal niveau;

B.  overwegende dat de EU de op twee na grootste handelspartner van Australië is en dat de handel tussen de EU en Australië in 2015 meer dan 45,5 miljard EUR bedroeg, met een positieve handelsbalans van ruim 19 miljard EUR voor de EU;

C.  overwegende dat de directe buitenlandse investeringen van de EU in Australië in 2015 145,8 miljard EUR bedroegen;

D.  overwegende dat Australië zich in het toetredingsproces bevindt voor de overeenkomst inzake overheidsopdrachten;

E.  overwegende dat de EU de onderhandelingen over de kaderovereenkomst EU-Australië op 22 april 2015 heeft afgesloten;

F.  overwegende dat de Europese landbouwsector en bepaalde landbouwproducten, zoals rund- en lamsvlees, zuivelproducten, granen en suiker – met inbegrip van bijzondere suikers – zeer gevoelig liggen in het kader van deze onderhandelingen;

G.  overwegende dat Australië wereldwijd de op twee na grootste exporteur van rundvlees en suiker is en een belangrijke rol speelt op de wereldmarkt wat betreft de uitvoer van zuivelproducten en granen;

H.  overwegende dat de EU en Australië plurilaterale onderhandelingen voeren om de handel in groene goederen (overeenkomst inzake milieugoederen) en de handel in diensten (overeenkomst betreffende de handel in diensten) verder te liberaliseren;

I.  overwegende dat Australië partij is bij de afgesloten onderhandelingen over een trans-Pacifische partnerschapsovereenkomst (TTP), waarvan de toekomst voorlopig onzeker blijft, en bij de lopende onderhandelingen over een regionaal alomvattend economisch partnerschap (RCEP) in de regio Azië/Stille Oceaan, waaraan ook de belangrijkste handelspartners van Australië deelnemen; overwegende dat Australië sinds 2015 over een vrijhandelsovereenkomst met China beschikt;

J.  overwegende dat Australië in het kader van het TPP belangrijke toezeggingen heeft gedaan om de instandhouding van bepaalde soorten op lange termijn te bevorderen en de illegale handel in in het wild levende dieren en plantensoorten aan te pakken door middel van aangescherpte instandhoudingsmaatregelen, en overwegende dat het ook vereisten heeft vastgesteld om toe te zien op de doeltreffende handhaving van milieubeschermingsmaatregelen en om nauwere regionale samenwerkingsverbanden aan te gaan; overwegende dat deze verbintenissen als ijkpunt moeten dienen voor de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Australië;

K.  overwegende dat Australië tot de oudste en meest naaste partners van de EU behoort, gemeenschappelijke waarden deelt en zich ook toelegt op de bevordering van welvaart en veiligheid binnen een mondiaal, op regels gebaseerd systeem;

L.  overwegende dat Australië de belangrijkste internationale verdragen over mensenrechten, sociale en arbeidsrechten, en milieubescherming heeft geratificeerd en ten uitvoer gelegd en de rechtsstaat ten volle eerbiedigt;

M.  overwegende dat Australië een van slechts zes WTO-landen is die nog geen preferentiële toegang hebben tot de EU-markt en daarover ook niet in onderhandeling zijn;

N.  overwegende dat er na de gezamenlijke verklaring van 15 november 2015 een verkennend onderzoek is opgezet naar de haalbaarheid en de gedeelde ambitie om onderhandelingen op te starten over een vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Australië; overwegende dat dit verkennende onderzoek is afgerond;

O.  overwegende dat het Parlement moet beslissen of het zijn goedkeuring hecht aan de mogelijke vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Australië;

De strategische, politieke en economische context

1.  onderstreept dat de verdieping van de betrekkingen tussen de EU en de regio Azië/Stille Oceaan een van de belangrijke manieren is om economische groei binnen Europa te bevorderen, en benadrukt dat dit tot uiting moet komen in het handelsbeleid van de EU; stelt dat Australië een essentiële rol speelt in deze strategie en dat het uitbreiden en verdiepen van de handelsbetrekkingen met Australië kan bijdragen aan dit doel;

2.  looft Australië voor zijn overtuigde en aanhoudende engagement met betrekking tot de multilaterale handelsagenda;

3.  is van oordeel dat het volledige potentieel van de bilaterale en regionale samenwerkingsstrategieën van de Unie enkel kan worden benut door handel te drijven op basis van regels en waarden en dat de sluiting van een kwalitatief hoogwaardige, ambitieuze, evenwichtige en billijke vrijhandelsovereenkomst met Australië, in een geest van wederkerigheid en wederzijdse voordelen en zonder daarbij afbreuk te doen aan de wens om op multilateraal niveau vooruitgang te boeken of aan de toepassing van reeds gesloten multi- en bilaterale overeenkomsten, een essentieel onderdeel van die strategieën vormt; is van mening dat nauwere bilaterale samenwerking een opstapje kan zijn voor verdere multi- en plurilaterale samenwerking;

4.  is van mening dat onderhandelingen over een moderne, diepe, ambitieuze, evenwichtige, billijke en uitgebreide vrijhandelsovereenkomst een geschikte manier vormen om de bilaterale partnerschappen te verdiepen en de nu al goede bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen verder te versterken; is van mening dat deze onderhandelingen als voorbeeld kunnen dienen voor een nieuwe generatie van vrijhandelsovereenkomsten, en onderstreept het belang om de lat steeds hoger te leggen, en daarbij de inhoudelijke grenzen van een moderne vrijhandelsovereenkomst te verleggen, rekening houdend met de sterk ontwikkelde economie en het geavanceerde regelgevingskader van Australië;

Het verkennend onderzoek

5.  stelt vast dat het verkennend onderzoek betreffende een vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Australië op 6 april 2017 tot wederzijdse tevredenheid van de Commissie en de regering van Australië is afgesloten;

6.  is ingenomen met de tijdige conclusie en de publicatie van de effectbeoordeling van de Commissie, zodat er een uitvoerige evaluatie kan plaatsvinden van de mogelijke voor- en nadelen van intensievere handels- en investeringsbetrekkingen tussen de EU en Australië, in het belang van de bevolking en bedrijven in beide territoria, inclusief de ultraperifere regio's en de overzeese landen en gebieden, met bijzondere aandacht voor de sociale en ecologische gevolgen, zo ook voor de arbeidsmarkt van de EU, en zodat er kan worden ingespeeld op en rekening kan worden gehouden met het effect dat de brexit zou kunnen hebben op de handels- en investeringsstromen uit Australië naar de EU, vooral wat de voorbereiding van de onderhandelingen en de berekening van contingenten betreft;

Een onderhandelingsmandaat

7.  verzoekt de Raad de Commissie de volmacht te geven om op basis van de bevindingen van het verkennend onderzoek, de in deze resolutie genoemde aanbevelingen, de effectbeoordeling en duidelijke doelstellingen onderhandelingen aan te gaan voor een handels- en investeringsovereenkomst met Australië;

8.  is ingenomen met het besluit van de Commissie om te benadrukken dat groenedoosbetalingen de handel niet verstoren en niet getroffen mogen worden door antidumping- en antisubsidiemaatregelen;

9.  verzoekt de Raad om de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en haar lidstaten in zijn besluit over de vaststelling van de onderhandelingsrichtsnoeren ten volle te eerbiedigen, conform Advies 2/15 van het HvJ-EU van 16 mei 2017;

10.  verzoekt de Commissie en de Raad zo spoedig mogelijk een voorstel in te dienen over de algemene toekomstige vorm van handelsovereenkomsten, rekening houdend met Advies 2/15 van het HvJ-EU over de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore, en een duidelijk onderscheid aan te brengen tussen een handelsovereenkomst voor de liberalisering van directe buitenlandse investeringen, waarin het uitsluitend om zaken gaat die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen, en een tweede overeenkomst over onderwerpen waarover de bevoegdheden worden gedeeld met de lidstaten; benadrukt dat een dergelijk onderscheid gevolgen zou hebben voor het ratificatieproces in het Parlement en dat het niet bedoeld is om de nationale democratische processen te omzeilen, maar een kwestie is van democratische delegatie van verantwoordelijkheden op basis van de Europese verdragen; pleit ervoor dat het Parlement nauw wordt betrokken bij alle lopende en toekomstige onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten in alle stadia van het proces;

11.  doet een beroep op de Commissie om bij het voorleggen van de definitieve overeenkomsten ter ondertekening en sluiting, en op de Raad om bij het nemen van een beslissing over de ondertekening en sluiting, ten volle rekening te houden met de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en haar lidstaten;

12.  verzoekt de Commissie zo transparant mogelijk te onderhandelen zonder daarbij de onderhandelingspositie van de Unie te ondermijnen, en ten minste evenveel transparantie en openbare raadpleging te garanderen als bij de onderhandelingen met de VS over het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) via een constante dialoog met de sociale partners en het maatschappelijk middenveld, en de optimale werkwijzen die tijdens andere onderhandelingen zijn vastgesteld, volledig in acht te nemen; is verheugd met het initiatief van de Commissie om al haar aanbevelingen voor onderhandelingsrichtsnoeren met het oog op handelsovereenkomsten te publiceren, en beschouwt dit als een positief precedent; dringt er bij de Raad op aan dit voorbeeld te volgen en de onderhandelingsrichtsnoeren meteen te publiceren zodra deze zijn aangenomen;

13.  benadrukt dat een vrijhandelsovereenkomst moet leiden tot een betere markttoegang en betere handelsmogelijkheden ter plaatse, het scheppen van fatsoenlijke banen, gegarandeerde gendergelijkheid ten behoeve van de burgers aan beide zijden, de bevordering van duurzame ontwikkeling, handhaving van de EU-normen, bescherming van diensten van algemeen belang, eerbiediging van de democratische procedures en stimulering van de exportmogelijkheden van de EU;

14.  onderstreept dat in een ambitieuze overeenkomst op zinvolle wijze moet worden ingegaan op investeringen, handel in goederen en diensten (voortbordurend op de recente aanbevelingen van het Europees Parlement betreffende het behoud van beleidsruimte en kwetsbare sectoren), douane- en handelsfacilitering, digitalisatie, e-handel en gegevensbescherming, technologisch onderzoek en ondersteuning van innovatie, openbare aanbestedingen, energie, overheidsbedrijven, concurrentie, duurzame ontwikkeling, regelgevende kwesties zoals hoogwaardige sanitaire en fytosanitaire normen en andere normen voor landbouwproducten en levensmiddelen, zonder de strenge EU-normen af te zwakken, stevige en afdwingbare toezeggingen op het gebied van arbeids- en milieunormen, en de bestrijding van belastingontwijking en corruptie, maar wel binnen het toepassingsgebied van de exclusieve bevoegdheden van de Unie, en door vooral stil te staan bij de behoeften van micro-ondernemingen en kmo's;

15.  verzoekt de Raad de verplichtingen van de andere partij jegens inheemse volkeren uitdrukkelijk te erkennen in de onderhandelingsrichtsnoeren en in dit verband voorbehouden toe te staan voor binnenlandse preferentiestelsels; benadrukt dat in de overeenkomst opnieuw moet worden bevestigd dat beide partijen zich zullen houden aan IAO-Verdrag 169 inzake de rechten van inheemse volkeren;

16.  benadrukt dat een gebrekkig visserijbeheer en illegale, ongemelde en ongereglementeerde (IOO) visserij aanzienlijke negatieve gevolgen kunnen hebben voor de handel, de ontwikkeling en het milieu, en dat de partijen zinvolle verbintenissen moeten aangaan om haaien, roggen, schildpadden en zeezoogdieren te beschermen en overbevissing, overcapaciteit en IOO-visserij te voorkomen;

17.  onderstreept dat het beginsel van de 3 V's om het gebruik van dieren voor wetenschappelijke doeleinden te vervangen, te verminderen en te verfijnen, stevig verankerd is in de EU-wetgeving; benadrukt dat het van essentieel belang is dat de bestaande EU-maatregelen inzake dierproeven niet worden afgeschaft of afgezwakt, dat toekomstige regelgeving inzake het gebruik van dieren niet wordt ingeperkt en dat onderzoeksinstellingen in de EU geen concurrentienadeel ondervinden; betoogt dat de partijen hun regelgeving moeten aanpassen aan de optimale werkmethoden op het gebied van de 3 V's teneinde de proeven efficiënter te maken, de kosten te verlagen en het gebruik van dieren minder noodzakelijk te maken;

18.  benadrukt dat het noodzakelijk is maatregelen op te nemen ter bestrijding van namaak van agrovoedingsproducten;

19.  beklemtoont dat de volgende aspecten in de onderhandelingsrichtsnoeren moeten worden opgenomen opdat een vrijhandelsovereenkomst werkelijk gunstig kan zijn voor de economie van de EU:

   a) liberalisering van de handel in goederen en diensten en reële mogelijkheden voor beide partijen om toegang te hebben tot elkaars goederen- en dienstenmarkt door onnodige regelgevingsbelemmeringen op te heffen, maar wel zonder dat de overeenkomst een van de partijen belet om op evenredige wijze regelgeving vast te stellen teneinde legitieme beleidsdoelstellingen te verwezenlijken; deze overeenkomst mag (i) geen belemmering vormen voor de partijen om diensten van algemeen belang te definiëren, te reguleren, te verlenen en te ondersteunen en moet daarover expliciete bepalingen omvatten; (ii) regeringen er niet toe verplichten diensten te privatiseren en hen niet beletten het scala van diensten dat zij aan het publiek aanbieden, te verruimen; (iii) regeringen niet beletten voorheen geprivatiseerde diensten opnieuw onder overheidsbeheer te plaatsen, zoals water, onderwijs, gezondheidszorg en sociale diensten, of over te gaan tot een verlaging van de hoge Europese normen op het vlak van gezondheid, levensmiddelen, consumentenzaken, milieu, werk en veiligheid, noch tot een verlaging van de overheidssubsidies voor kunst en cultuur, onderwijs, gezondheidszorg en sociale diensten, zoals het geval was bij eerdere handelsovereenkomsten; verbintenissen moeten worden aangegaan op basis van de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten (GATS); wijst er in dit verband op dat moet worden vastgehouden aan de normen waaraan Europese producenten moeten voldoen;
   b) voor zover de overeenkomst een hoofdstuk over binnenlandse regelgeving kan bevatten, mogen de onderhandelaars geen noodzakelijkheidstoetsing opnemen;
   c) verbintenissen betreffende antidumping- en compenserende maatregelen die verder gaan dan de WTO-regels op dit gebied, die niet hoeven te worden toegepast als er sprake is van toereikende gemeenschappelijke concurrentienormen en samenwerking;
   d) beperking van onnodige niet-tarifaire belemmeringen en intensivering en uitbreiding van de dialoog over samenwerking op regelgevingsgebied op vrijwillige basis, als dat uitvoerbaar is en tot wederzijds nut strekt, zonder de mogelijkheid van beide partijen te beknotten om eigen regelgevings-, wetgevings- en beleidsmaatregelen uit te voeren, aangezien samenwerking op regelgevingsgebied erop gericht moet zijn om de governance van de wereldeconomie ten goede te komen door sterkere convergentie en samenwerking op het vlak van internationale normen en harmonisatie van regelgeving, bijvoorbeeld door het overnemen en toepassen van de normen van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (VN-ECE), waarbij het hoogste niveau van consumentenbescherming (bijv. voedselveiligheid), milieubescherming (bijv. diergezondheid en dierenwelzijn, gezondheid van planten), sociale bescherming en arbeidsbescherming wordt gegarandeerd;
   e) aanzienlijke concessies inzake openbare aanbestedingen op alle overheidsniveaus, waaronder overheidsbedrijven en ondernemingen met bijzondere of exclusieve rechten waarmee markttoegang voor Europese bedrijven tot strategische sectoren wordt gegarandeerd, en dezelfde mate van openheid als bij openbare aanbestedingen in de EU het geval is, aangezien vereenvoudigde procedures en transparantie voor inschrijvers, ook voor inschrijvers uit andere landen, eveneens doeltreffende instrumenten kunnen zijn om corruptie te bestrijden en de integriteit van het openbaar bestuur te bevorderen, terwijl zij er eveneens voor zorgen dat belastingbetalers waar voor hun geld krijgen wat betreft de kwaliteit van leveringen, efficiëntie, doeltreffendheid en verantwoordingsplicht; waarborgen dat ecologische en sociale criteria worden gehanteerd bij de gunning van overheidsopdrachten;
   f) een apart hoofdstuk waarin rekening wordt gehouden met de behoeften en belangen van micro-ondernemingen en kmo's wat markttoegangskwesties betreft, met inbegrip van maar niet beperkt tot, compatibelere technische normen, en gestroomlijnde douaneprocedures teneinde concrete kansen voor bedrijven te creëren en hun internationalisering te bevorderen;
   g) gezien Advies 2/15 van het HvJ-EU over de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore op grond waarvan handel en duurzame ontwikkeling onder de exclusieve bevoegdheden van de EU vallen en duurzame ontwikkeling een integrerend bestanddeel van het gemeenschappelijk handelsbeleid van de EU is, vormt een robuust en ambitieus hoofdstuk inzake duurzame ontwikkeling een onmisbaar onderdeel van iedere potentiële handelsovereenkomst; bepalingen over doeltreffende instrumenten voor dialoog, monitoring en samenwerking, inclusief bindende en afdwingbare bepalingen die onder passende en doeltreffende mechanismen voor geschillenbeslechting vallen, in het kader waarvan, naast diverse andere handhavingsmethoden, een op sancties gebaseerd mechanisme wordt overwogen, en die de sociale partners en het maatschappelijk middenveld op een adequate manier in staat stellen deel te nemen, waarbij nauw samengewerkt wordt met de deskundigen van relevante multilaterale organisaties; bepalingen in het hoofdstuk over arbeids- en milieuaspecten van handel en het belang van duurzame ontwikkeling in een context van handel en investeringen, waaronder bepalingen ter bevordering van de inachtneming en de doeltreffende toepassing van internationaal overeengekomen beginselen en regels, zoals fundamentele arbeidsnormen, de vier prioritaire ILO-verdragen inzake governance en multilaterale milieuovereenkomsten, onder andere met betrekking tot de klimaatverandering;
   h) de eis dat de partijen maatschappelijk verantwoord ondernemerschap bevorderen, onder meer ten aanzien van internationaal erkende instrumenten, en de overname van de sectorale OESO-richtsnoeren en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten;
   i) alomvattende bepalingen inzake de liberalisering van investeringen binnen de bevoegdheden van de Unie, rekening houdend met recente beleidsontwikkelingen, bijvoorbeeld Advies 2/15 van het HvJ-EU over de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore van 16 mei 2017;
   j) krachtige en afdwingbare maatregelen betreffende de erkenning en bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, inclusief geografische aanduidingen voor wijn en gedistilleerde dranken en andere landbouwproducten en levensmiddelen, waarbij de bepalingen van de overeenkomst tussen de EU en Australië over de wijnsector als ijkpunt worden genomen en de doelstelling wordt nagestreefd om het bestaande rechtskader te verbeteren en een hoog beschermingsniveau voor alle geografische aanduidingen te bereiken; vereenvoudigde douaneprocedures en eenvoudige en flexibele oorsprongsregels die geschikt zijn voor een complexe wereld van mondiale waardeketens, ook met het oog op meer transparantie en verantwoordingsplicht binnen de ketens, waarbij waar mogelijk multilaterale oorsprongsregels en in andere gevallen niet al te omslachtige oorsprongsregels zoals "verandering van tariefpostonderverdeling" worden toegepast;
   k) evenwichtig en ambitieus opgestelde landbouw- en visserijhoofdstukken die alleen dan het concurrentievermogen kunnen aanwakkeren en voor zowel consumenten als producenten van voordeel kunnen zijn als er naar behoren rekening wordt gehouden met de belangen van alle Europese producenten en consumenten, waarbij wordt ingezien dat een aantal gevoelige landbouwproducten een passende behandeling moet krijgen, bijvoorbeeld door tariefcontingenten of adequate overgangsperioden, en er voldoende rekening wordt gehouden met de cumulatieve impact van handelsovereenkomsten op het gebied van landbouw en de meest gevoelige sectoren mogelijk buiten beschouwing worden gelaten bij de onderhandelingen; de opname van een werkbare, doeltreffende, passende en snelle bilaterale vrijwaringsclausule in de overeenkomst, die tijdelijke opschorting van preferenties mogelijk maakt indien, als gevolg van de inwerkingtreding van de handelsovereenkomst, een toename van de invoer ernstige schade berokkent of dreigt te berokkenen aan gevoelige sectoren;
   l) ambitieuze bepalingen die het digitale ecosysteem volledig laten functioneren en grensoverschrijdende gegevensstromen bevorderen, met inbegrip van beginselen zoals eerlijke mededinging en ambitieuze regels voor grensoverschrijdende gegevensoverdracht, overeenkomstig en behoudens de huidige en toekomstige EU-regels inzake gegevensbescherming en privacy, aangezien gegevensstromen cruciale aanjagers van de diensteneconomie en een essentieel element van de mondiale waardeketen van traditioneel producerende ondernemingen zijn, als gevolg waarvan de vereisten van ongerechtvaardigde lokalisering zoveel mogelijk moeten worden beperkt; gegevensbescherming en privacy zijn geen handelsbelemmeringen maar grondrechten die zijn vastgelegd in artikel 39 VEU en in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;
   m) specifieke en eenduidige bepalingen over de behandeling van overzeese landen en gebieden en ultraperifere regio's, zodat er bij de onderhandelingen voldoende aandacht wordt geschonken aan hun speciale behoeften;

De rol van het Parlement

20.  benadrukt dat op grond van Advies 2/15 van het HvJ-EU inzake de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore de rol van het Parlement in elk stadium van de onderhandelingen moet worden versterkt, van de vaststelling van het mandaat tot de definitieve sluiting van de overeenkomst; ziet uit naar de opening van de onderhandelingen met Australië en wenst deze nauwgezet te volgen en een bijdrage te leveren aan het welslagen ervan; herinnert de Commissie aan haar verplichting om het Parlement gedurende alle stadia van de onderhandelingen (voorafgaand aan en na afloop van de onderhandelingsronden) onverwijld en volledig op de hoogte te houden; verplicht zich ertoe om de wet- en regelgevende kwesties te onderzoeken die mogelijk aan de orde komen in het kader van de onderhandelingen en de toekomstige overeenkomst, onverminderd zijn prerogatieven als medewetgever; wijst nogmaals op zijn fundamentele verantwoordelijkheid om de burgers van de EU te vertegenwoordigen, en ziet ernaar uit om gedurende het onderhandelingsproces inclusieve en open discussies te bevorderen;

21.  wijst erop dat het Parlement uit hoofde van het VWEU verzocht zal worden zijn goedkeuring te hechten aan de toekomstige overeenkomst, en dat derhalve in alle stadia terdege rekening moet worden gehouden met zijn standpunten; roept de Commissie en de Raad op het Parlement om goedkeuring van de overeenkomst te verzoeken alvorens deze toe te passen, en deze praktijk ook deel te laten uitmaken van de interinstitutionele overeenkomst;

22.  wijst erop dat het Parlement zal toezien op de uitvoering van de toekomstige overeenkomst;

o
o   o

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van Australië.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0064.
(2) PB C 353 E van 3.12.2013, blz. 210.
(3) ECLI:EU:C:2017:376.

Juridische mededeling