Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2066(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0326/2017

Ingediende teksten :

A8-0326/2017

Debatten :

PV 13/11/2017 - 20
CRE 13/11/2017 - 20

Stemmingen :

PV 14/11/2017 - 5.7
CRE 14/11/2017 - 5.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0428

Aangenomen teksten
PDF 292kWORD 60k
Dinsdag 14 november 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Actieplan voor financiële retaildiensten
P8_TA(2017)0428A8-0326/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 14 november 2017 over het actieplan over financiële diensten voor consumenten (2017/2066(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Groenboek van de Commissie van 30 april 2007 over financiële diensten voor consumenten in de interne markt (COM(2007)0226),

–  gezien Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van de Raad(1) (richtlijn consumentenkrediet),

–  gezien Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid(2) (richtlijn motorrijtuigenverzekering),

–  gezien Verordening (EG) nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2560/2001(3),

–  gezien het Groenboek van de Commissie van 11 januari 2012 met als titel 'Naar een geïntegreerde Europese markt voor kaart-, internet- en mobiele betalingen' (COM(2011)0941),

–  gezien het verslag "Goede praktijken bij vergelijkingswebsites" van 2014 van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen,

–  gezien het in april 2016 aan de EU-instellingen gerichte advies "Een gemeenschappelijk kader voor risicobeoordeling en transparantie voor IBPV's" van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen,

–  gezien Richtlijn 2014/17/ЕU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010(4) (richtlijn hypothecair krediet),

–  gezien Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU(5),

–  gezien Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG(6),

–  gezien Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties(7) (richtlijn betaalrekeningen),

–  gezien het verslag van de Commissie van 8 augustus 2014 betreffende de werking van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) en het Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS) (COM(2014)0509),

–  gezien Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties(8),

–  gezien Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG(9),

–  gezien Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie(10) (richtlijn verzekeringsdistributie),

–  gezien het Groenboek van de Commissie van 10 december 2015 over financiële retaildiensten – betere producten, meer keuze en meer mogelijkheden voor consumenten en bedrijven (COM(2015)0630),

–  gezien de reactie van de Europese Bankenautoriteit van 21 maart 2016 op het Groenboek van de Commissie over financiële retaildiensten,

–  gezien de "Special Eurobarometer 446: Financial Products and Services" van juli 2016,

–  gezien zijn resolutie van 22 november 2016 over het Groenboek over financiële retaildiensten(11),

–  gezien het rapport van 2016 van Better Finance getiteld "Pension Savings: The Real Return",

–  gezien zijn resolutie van 17 mei 2017 over FinTech: de invloed van technologie op de toekomst van de financiële sector(12),

–  gezien het raadplegingsdocument van de Commissie inzake de herziening van de ETA's van 21 maart 2017,

–  gezien het Actieplan van de Commissie van 23 maart 2017 getiteld "Actieplan inzake financiële diensten voor de consument: Beter producten, meer keuze" (COM(2017)0139),

–   gezien het onderzoek naar de markt voor vermogensbeheer van juni 2017 van de Financial Conduct Authority in het Verenigd Koninkrijk,

–  gezien Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

–  gezien Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8‑0326/2017),

A.  overwegende dat de EU-markt voor financiële retaildiensten nog altijd vrij onderontwikkeld en sterk gefragmenteerd is, terwijl er in verschillende lidstaten maatregelen worden genomen; overwegende dat er dan ook snel doeltreffende actie moet worden ondernomen om innovatie te stimuleren die eindgebruikers ten goede komt, en het volledige potentieel van de interne markt voor financiële retaildiensten te gebruiken, en die bevorderlijk zou zijn voor de concurrentie, waardoor de prijzen zouden dalen, en het aanbod en de verscheidenheid aan producten zou toenemen;

B.  overwegende dat we ambitieus moeten blijven bij het wegnemen van nationale obstakels en het beteugelen van bestaande tendensen, die innovatie bij financiële retaildiensten tegenhouden; vraagt de Commissie en de Raad ambitieuzer te zijn op het gebied van grensoverschrijdende retailbeleggingen in het kader van de kapitaalmarktenunie door niet alleen betrekkelijk eenvoudige problemen, maar ook de belangrijkste obstakels op deze markt aan te pakken, waaronder taalverschillen, zorgen in verband met fraude en criminaliteit, onzekerheid over de fiscale gevolgen, verschillen in effecten- en ondernemingsrecht, onbekendheid met schadeloosstellings- en insolventieprocedures, alsook onvoldoende vertrouwen in consumentenbeschermingsregelingen;

C.  overwegende dat een Europese markt voor financiële retaildiensten slechts denkbaar is als deze een echte meerwaarde voor de consument en aanbieders van financiële diensten biedt, door voor effectieve concurrentie en consumentenbescherming te zorgen, met name in verband met producten die nodig zijn voor deelname aan het economische leven en voor kwetsbare consumenten;

D.  overwegende dat Special Eurobarometer 446 tot de slotsom komt dat Europeanen financiële producten of diensten nog steeds overwegend in eigen land afnemen en vaak niet eens behoefte zeggen te hebben aan toegang tot deze diensten in het buitenland, hoewel er wel degelijk ook sprake is van obstakels op dit gebied; overwegende dat er maar weinig mensen zijn die zelfs in hun eigen lidstaat op zoek gaan naar aantrekkelijker aanbiedingen en van aanbieder veranderen; overwegende dat het hieruit voortvloeiende gebrek aan (grensoverschrijdende) concurrentie erin kan resulteren dat consumenten en kleine beleggers bij het afnemen van financiële producten en diensten niet de beste deal krijgen;

E.  overwegende dat overeenkomstig de resolutie van het Parlement van 17 mei 2017 onder fintech financiering moet worden verstaan die mogelijk wordt gemaakt door of wordt verstrekt door middel van nieuwe technologieën, met een effect op de gehele financiële sector in al zijn onderdelen, van het bank- en verzekeringswezen tot pensioenfondsen, beleggingsadvies, betalingsdiensten en marktinfrastructuur; overwegende dat de toepassing van technologieën voor de levering van financiële retaildiensten kan helpen om een aantal obstakels voor de interne markt te overkomen en om de operationele efficiëntie van de sector te verbeteren; overwegende dat digitalisering an sich niet volstaat om deze obstakels te overwinnen; overwegende dat een betere integratie van de grensoverschrijdende financiële retaildiensten en een betere communicatie van de kansen die deze markt biedt, kunnen bijdragen aan de versterking van een "bewuste vraag" die bevorderlijk is voor het bewerkstelligen van betere kwaliteitsnormen op dit gebied;

1.  stelt vast dat in het Actieplan van de Commissie inzake financiële diensten voor de consument in wordt gegaan op een aantal van de uitdagingen die werden genoemd in het verslag van het Parlement over het Groenboek over financiële retaildiensten, met als doel het waarborgen van consumentenbescherming in het kader van het streven van het tot stand brengen van een daadwerkelijke op technologie gebaseerde interne markt voor financiële retaildiensten, in combinatie met consumentenbescherming, het bevorderen van de mededinging, het waarborgen van gegevensbescherming, lagere prijzen, en bestrijding van belastingfraude, belastingontduiking, belastingontwijking en het witwassen van geld; is desalniettemin van oordeel dat het actieplan achterblijft bij de ambitie om regelgeving in te voeren die bevorderlijk is voor transparantie, groei en innovatie, waarbij bedrijven en consumenten een grote mate van vertrouwen hebben in financiële retailproducten; wijst erop dat de provisies en commissies in verband met particuliere pensioenen, beleggingsfondsen en andere retailproducten nog steeds hoog en weinig transparant zijn, wat zeer nadelig is voor het rendement van retailbeleggers; deelt overigens de zienswijze van de Commissie dat de omzetting en implementatie van wetgevingshandelingen die de afgelopen jaren op het gebied van financiële diensten zijn ontwikkeld, waaronder MiFID 2 en IDD, moet worden voortgezet en prioriteit moet krijgen, met – indien noodzakelijk – nieuwe wetgevingsinitiatieven;

2.  verwelkomt de ontwikkeling van nieuwe financiële diensten en instellingen, hetgeen bijdraagt aan de concurrentie op de financiële markten en nieuwe mogelijkheden voor consumenten; stelt overigens vast dat het volume van de fintech-financiering in Europa in 2016 slechts 2,2 miljard USD bedroeg, in vergelijking met 12,8 miljard USD in de VS en 8,6 miljard USD in China, hetgeen duidelijk maakt dat de technologische ontwikkelingen een snelle mentaliteitsverandering en een passend regelgevingsantwoord behoeven, wil Europa op het gebied van innovatie een voortrekkersrol innemen; benadrukt dat een daadwerkelijke interne markt voor financiële retaildiensten die een hoog niveau van consumentenbescherming en een gelijk speelveld voor nieuwkomers garandeert, de EU aantrekkelijk zal maken als knooppunt voor innovatieve financiële diensten en consumenten een grotere keuze en betere kwaliteit tegen lagere prijzen zal verschaffen; beklemtoont dat nieuwe technologieën wat regelgeving betreft weliswaar een uitdaging vormen, maar ook grote kansen inhouden voor innovatie, ten gunste van de eindgebruiker, en economische groei en werkgelegenheid bevorderen;

3.  acht het onontbeerlijk dat de mogelijkheid om grensoverschrijdend alle soorten financiële diensten af te nemen, met inbegrip van, maar niet uitsluitend, betaal- en spaarrekeningen, betaal- en creditkaarten, consumenten- en hypothecaire leningen, verzekeringen en staatsschuldinstrumenten, wordt zekergesteld;

4.  acht dat het niet strookt met de interne markt voor financiële retaildiensten om een woonadres in de lidstaat waar het financiële product, zoals een staatsschuldinstrument, wordt aangeboden, of een nationaal identiteitsdocument dat is afgegeven door die lidstaat, te vereisen om dergelijke diensten te kunnen afnemen;

5.  vindt het een positieve zaak dat het grensoverschrijdend afnemen van staatsschuldinstrumenten op retailniveau wordt vergemakkelijkt;

6.  is, overeenkomstig punt 135 van zijn resolutie van 14 februari 2017 over het jaarverslag over het mededingingsbeleid van de EU(13), van mening dat gebruikers geen commissielonen horen te betalen voor giro-/zichtrekeningen en spaarrekeningen tenzij daar specifieke diensten aan verbonden zijn;

7.  benadrukt dat de toegang tot contanten via geldautomaten een essentiële dienst is die zonder discriminatie en wanpraktijken moet worden verleend en bijgevolg niet buitensporig veel mag kosten;

8.  wijst de Commissie erop dat het nog altijd gangbaar is dat betaalkaarten buiten gebruik worden gesteld wanneer de houder naar een andere lidstaat verhuist, en vraagt dat er op dit vlak maatregelen worden getroffen, waaronder waarschuwing van de nationale autoriteiten;

9.  juicht het toe dat het Actieplan een aantal belangrijke kwesties beoogt aan te pakken en dat het ten aanzien van een aantal kwesties specifieke, door de Commissie te nemen maatregelen bevat, mét een duidelijk tijdschema;

10.  is van oordeel dat de Commissie zich proactiever moet opstellen bij het gebruiken van de kapitaalmarktenunie, en het Parlement nauw moet betrekken bij de tenuitvoerlegging van de overeenkomst van Parijs inzake ondersteuning van de groeiende markt voor duurzame en verantwoorde investeringen door duurzame investeringen te bevorderen, door ervoor te zorgen dat beursgenoteerde vennootschappen en financiële tussenpersonen doeltreffende en gestandaardiseerde milieu-, sociale en governance-informatie verschaffen en dat dergelijke criteria op passende wijze worden verwerkt in beleggingsbeheersystemen en informatienormen; vraagt de Commissie daarnaast met klem milieu-, sociale en governance-ratingdiensten te bevorderen en te werken aan een consistent kader voor de markt voor groene obligaties, voortbouwend op de desbetreffende studie van de Commissie en het werk van de studiegroep van de G20 over groene financiering; vraagt de Commissie met een voorstel te komen voor de ontwikkeling van een EU‑spaarrekening, teneinde de langetermijnfinanciering aan te zwengelen en ter ondersteuning van een ecologische transformatie in Europa;

11.  onderstreept dat het van groot belang is dat de belangrijke financiële centra uitgroeien tot dynamische markten voor retaildiensten;

12.  is van oordeel dat een hoog niveau van consumentenbescherming en transparantie essentieel zijn voor de ontwikkeling van een interne markt voor financiële retaildiensten; wijst met klem op de noodzaak de bescherming van kwetsbare consumenten te waarborgen door de richtlijn inzake de basisbetaalrekening doeltreffend uit te voeren en op het feit dat aanvullende maatregelen moeten worden getroffen, bijvoorbeeld in de vorm van beleid op het gebied van financiële educatie; is van oordeel dat de Europese en de nationale wetgeving inzake de bescherming van de consument op financieel gebied in alle lidstaten moet worden versterkt en goed gehandhaafd en, waar nodig, verder geharmoniseerd;

13.  verzoekt de Commissie toe te zien op de toepassing van het beginsel van de gelijkheid van diensten, risico's, regels en toezicht, teneinde verstoringen van de mededinging, met name als gevolg van de opkomst van nieuwe spelers, te voorkomen; benadrukt dat deze regels geen belemmering voor de innovatie mogen vormen; vraagt de Commissie om verduidelijking van het concept "algemeen belang", dat op dit moment door de lidstaten oneigenlijk kan worden gebruikt om nieuwe producten van hun markten te weren, en de ETA's de bevoegdheid te geven actief te bemiddelen tussen de lidstaten in het geval van verschillen van interpretatie van dit concept;

14.  onderstreept dat een Europese markt voor financiële retaildiensten kmo's aan zowel de aanbod- als de vraagzijde ten goede moet komen; verduidelijkt dat dit aan de aanbodzijde betekent dat kmo's beter toegang moeten krijgen tot financiering, en aan de vraagzijde dat ze in staat moeten worden gesteld gemakkelijk te opereren op grensoverschrijdende markten; onderstreept dat meer mededinging niet ten koste mag gaan van de kmo's die financiële retaildiensten aanbieden en vooral plaatselijk gevestigd zijn;

15.  dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de Europese financiële toezichthouders (EBA, ESMA en EIOPA) van de passende middelen en bevoegdheden worden voorzien om al hun regelgevende en toezichthoudende taken te vervullen in het belang van de consumentenbescherming;

16.  vraagt de Commissie te onderzoeken of het mogelijk is om een 29e regeling voor financiële retailproducten te ontwikkelen; vraagt de Commissie eveneens zich te buigen over de mogelijkheid van de uitwerking van een geharmoniseerd wetgevingskader voor uniforme standaardopties voor de financiële producten die in de EU het meest worden gebruikt, naar analogie met de basisbankrekening en de pan-Europese pensioenproducten (PEPP);

Actie 1 – Lagere kosten voor niet-eurotransacties

17.  wijst erop dat vergoedingen voor grensoverschrijdende betalingen buiten de eurozone nog altijd hoog zijn; verzoekt de Commissie daarom snel te komen met een voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 teneinde de kosten voor grensoverschrijdende transacties in alle lidstaten te verlagen; betreurt in dit verband het gebrek aan een gemeenschappelijk Europees instrument voor onlinebetalingen, zoals een EU-brede krediet- of betaalkaart in Europese handen;

Actie 2 – Transparantie bij valuta-omrekening

18.  beklemtoont dat het handhaven van de bestaande wetgeving cruciaal is voor het aanpakken van het gebrek aan transparantie in verband met het verschijnsel ″dynamische valuta-omrekening″; herinnert eraan dat Richtlijn (EU) 2015/2366 (RBD2) handelaars verplicht duidelijk aan te geven wat voor de consument de uiteindelijke kosten van de dynamische valuta-omrekening zijn, waaronder in situaties waarin de consument geld opneemt uit een geldautomaat waarbij ook valuta-omrekening plaatsvindt; benadrukt evenwel dat consumenten in staat moeten zijn te kiezen voor de beste tarieven, en in het geval van transacties in/met of betalingen naar het buitenland en het gebruik van geldautomaten, ook wanneer daarbij sprake is van dynamische valuta-omrekening, moeten worden geïnformeerd over de vergoedingen en de bijkomende kosten; vraagt de Commissie te waarborgen dat aanbieders een eventuele opslag ten opzichte van de wisselkoersen in het kader van de openbaarmaking van de kosten en lasten krachtens de RBD2 openbaar maken, en dat de door de diverse aanbieders van financiële diensten gehanteerde tarieven op transparante wijze worden aangeboden; wijst erop dat vergroting van de financiële kennis van de consument hiervoor van het allergrootste belang is; beveelt aan op EU-niveau "mysteryshoppingactiviteiten" uit te voeren, teneinde de obstakels voor grensoverschrijdende toegang, de kwaliteit van de dienstverlening en de naleving van EU-wetgeving te beoordelen en daarover verslag uit te brengen, alsook de ontwikkelingen op het gebied van producten en diensten te volgen;

Actie 3 – Gemakkelijker veranderen van product

19.  vestigt er de aandacht op dat slechts weinig consumenten van aanbieder veranderen voor de meeste bancaire en niet-levensverzekeringsproducten, hetgeen een belemmering is voor het betreden van grensoverschrijdende retailmarkten, en verzoekt de Commissie dan ook het voor consumenten eenvoudiger te maken grensoverschrijdend van aanbieder van financiële retaildiensten te veranderen en financiële contracten op te zeggen, en leningen en andere financiële producten over grenzen heen aan te bieden; wijst met nadruk op het grote potentieel voor het verstrekken van grensoverschrijdende verzekeringsproducten, zoals motorrijtuigenverzekeringen; wijst evenwel op het beginsel van contractvrijheid, hetgeen inhoudt dat het financiële instellingen vrijstaat zelf te beslissen met wie zij een contract wensen af te sluiten; dringt er in dit verband bij de Commissie op aan het belang te erkennen van de controle op wurg- en flitskredieten, die hebben geleid tot de uitbuiting van kwetsbare consumenten en kmo's;

20.  juicht het voornemen van de Commissie toe om de verworvenheden van de richtlijn betaalrekeningen te integreren, teneinde het eenvoudiger te maken van aanbieder van financiële diensten en van producten te veranderen; vraagt de Commissie specifiek op de financiële sector gerichte wetgevingsinitiatieven te ontplooien om een eind te maken aan ongerechtvaardigde geoblocking, teneinde de consument in staat te stellen eenvoudiger over te stappen op gunstiger financiële retaildiensten in andere lidstaten; wijst erop dat adequate informatie en consumentenbescherming hierbij een belangrijke rol spelen;

Actie 4 – Kwaliteitvergelijkingswebsites

21.  beklemtoont het nut van een goed georganiseerd en gebruiksvriendelijk EU-portal waarop alle Europese financiële retailmarkten met elkaar kunnen worden vergeleken; moedigt de Commissie aan te onderzoeken wat er in de lidstaten reeds bestaat aan onafhankelijke portals zoals hierboven bedoeld; beklemtoont dat vergelijkingsinstrumenten nauwkeurig en relevant voor de consument moeten zijn en niet alleen gericht moeten zijn op de prijs, maar ook op de kwaliteit van producten, met inachtneming van andere criteria, zoals de beschikbaarheid van netwerken van filialen, de mogelijkheid van persoonlijk contact en de duurzaamheid van de bedrijfsvoering, en zonder uit het oog te verliezen dat alleen vergelijkbare producten met elkaar mogen worden vergeleken; wijst erop dat alleen gelijksoortige producten met elkaar mogen worden vergeleken om te voorkomen dat er verwarring ontstaat bij consumenten;

22.  vraagt de Commissie met klem instrumenten als éénloketten te stimuleren, die bevorderlijk zijn voor de concurrentie en hulp bieden aan bedrijven die financiële retaildiensten aanbieden;

Actie 5 – Betere motorrijtuigenverzekering

23.  is van oordeel dat na de toetsing van de richtlijn motorrijtuigbelasting in het kader van Refit wijzigingen aan de tekst in kwestie essentieel zijn om te garanderen dat verkeersslachtoffers worden gecompenseerd, alsook om ervoor te zorgen dat no‑claim bonussen grensoverschrijdend meegenomen en erkend (kunnen) worden, mede gezien de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat het toepassingsgebied van de richtlijn motorrijtuigbelasting zo snel mogelijk moet worden herzien teneinde het niet erkennen van no‑claim bonussen aan te pakken en ervoor te zorgen dat deze richtlijn betrekking heeft op de door de medewetgevers bedoelde gevallen;

Actie 6 – Transparante prijsstelling voor autoverhuur

24.  vraagt de Commissie te bekijken of er aanvullende wetgevingsvoorstellen nodig zijn met betrekking tot autoverhuurbedrijven die verzekeringen verkopen, teneinde ten aanzien van alle autoverhuurbedrijven in de hele EU tot transparantie met betrekking tot hun prijzen te komen;

Actie 7 – Een diepere eengemaakte markt voor consumentenkrediet

25.  beklemtoont dat indien de Commissie de grensoverschrijdende toegang tot leningen wil vereenvoudigen, prioriteit moet worden toegekend aan maatregelen voor het aanpakken van het probleem van consumenten met te hoge schulden; dringt erop aan te onderzoeken hoe de informatievoorziening omtrent schulden, met volledige inachtneming van de Europese wetgeving, waaronder de gegevens- en de consumententenbeschermingswetgeving, zo kan worden gecoördineerd dat elke kredietgever kan weten hoeveel schulden een klant heeft alvorens nieuw krediet te verlenen, hetgeen leidt tot een efficiëntere markt waarop kredietaanbieders met elkaar kunnen concurreren; vraagt in dit verband een algemeen onderzoek in te stellen naar de oorzaken van de overmatige schuldenlast van consumenten; wijst erop dat financiële educatie een doeltreffende methode is om consumenten te beschermen tegen het risico van te grote schulden; vraagt de Commissie dan ook met klem financiële educatie te bevorderen en samenwerking tussen groepen van belanghebbenden op dit belangrijke gebied te stimuleren; herinnert, nu financiële instellingen steeds vaker consumentengegevens of big data gebruiken, aan de algemene verordening gegevensbescherming, die de betrokkene het recht geeft om uitleg te krijgen over een op geautomatiseerde verwerking gebaseerd besluit en dat besluit aan te vechten; benadrukt dat er moet worden gegarandeerd dat onjuiste gegevens kunnen worden gewijzigd en dat alleen verifieerbare en relevante gegevens worden gebruikt; vraagt alle belanghebbenden meer te doen om de handhaving van deze rechten te garanderen; is van mening dat toestemming voor het gebruik van persoonsgegevens dynamisch moet zijn en dat de betrokkenen hun toestemming moeten kunnen wijzigen en aanpassen;

Actie 8 – Rechtvaardige consumentenbeschermingsregels

26.  vraagt de Commissie goed te onderzoeken of nationale regels en praktijken inzake consumentenbescherming niet fungeren als oneerlijke obstakels voor grensoverschrijdende investeringen en of deze, overeenkomstig bestaande internemarktwetgeving en jurisprudentie, wel hun rechtvaardiging vinden in dwingende redenen van algemeen belang en noodzakelijk zijn en in verhouding staan tot de doelstellingen; beklemtoont dat de desbetreffende consumentenbeschermingsregels in het Europees recht de landen vaak met opzet een zekere flexibiliteit bieden bij de tenuitvoerlegging op nationaal niveau, zodat Europees recht in bestaande nationale regels kan worden ingebed; beklemtoont niettemin dat het ontmantelen van nationale obstakels niet ten koste mag gaan van de consumentenbescherming en dat de consumentenbescherming een leidende prioriteit moet blijven bij het opstellen van wetgeving; is bezorgd dat veel van het papierwerk dat naar aanleiding van EU-wetgeving door aanbieders van financiële producten en diensten voor particulieren wordt opgesteld, strikt genomen niet bij wet vereist is en weinig of geen nut oplevert voor de consument, maar wel kan leiden tot onnodige extra kosten voor diezelfde consument; vraagt de Commissie dergelijke documentatie tegen het licht te houden, teneinde deze te vereenvoudigen zonder af te doen aan de voordelen die consumentenbescherming oplevert; beklemtoont dat consumenten alleen met kennis van zaken financiële besluiten kunnen nemen als zij toegang hebben tot relevante en begrijpelijk opgestelde informatie; wijst er tegelijkertijd op dat de kwaliteit en niet de kwantiteit van de aangeboden informatie de doorslaggevende factor is; beklemtoont dat de in de Europese wetgeving vervatte verplichtingen inzake de informatieverstrekking aan de klant zo goed mogelijk in overeenstemming met elkaar moeten worden gebracht; beklemtoont dat dubbele of conflicterende openbaarmakingsverplichtingen vermeden moeten worden, teneinde onnodige bureaucratie en kosten te voorkomen en klanten niet te verwarren;

27.  vraagt de Commissie zich te beraden op omnibuswetgeving om van de huidige lappendeken op basis van verschillende regelingen, zoals de MiFID-richtlijn, de IDD-richtlijn, de AIFM-richtlijn, enz., over te stappen op een robuust en coherent kader voor transparantie voor consumenten, met inbegrip van convergentie tussen de lidstaten op het gebied van toezicht, en onnodige complexiteit voor aanbieders van financiële diensten weg te nemen; vraagt de Commissie te bevorderen dat er in de sectorale wetgeving meer gebruikgemaakt wordt van de bevoegdheid op het gebied van consumentenbescherming van de ETA's en deze in acht te nemen in het kader van de aanstaande herziening van de financiering en governance van de ETA's; vraagt de Commissie de ETA's opdracht te geven het initiatief te nemen bij de werkzaamheden in verband met het op elkaar afstemmen van de praktijken op het gebied van gedragstoezicht tussen de lidstaten;

28.  is ingenomen met het voornemen van de Commissie een campagne voor te bereiden om het bewustzijn te vergroten omtrent FIN-NET, een netwerk dat consumenten helpt hun rechten te handhaven, zonder de tussenkomst van een rechter, door het vinden van een bevoegde instantie voor alternatieve geschillenbeslechting; is van mening dat FIN-NET zijn diensten verder moet uitbreiden, zijn rol moet verduidelijken en zijn website moet verbeteren;

Actie 9 – Betere kredietwaardigheidsbeoordeling

29.  vraagt de Commissie verplichte, geharmoniseerde normen en beginselen inzake beoordeling van de grensoverschrijdende kredietwaardigheid in te voeren, teneinde het risico van te hoge schulden bij het faciliteren van pan-Europese onlinekredieten beter in te dammen, en daarbij terdege rekening te houden met de conclusies van gepubliceerde verslagen over de tenuitvoerlegging van de richtlijn hypothecair krediet en de richtlijn consumentenkrediet;

Actie 10 – Fintech voor financiële retaildiensten

30.  erkent dat consumenten het recht hebben software te gebruiken om betalingsopdrachten te geven en informatie over zichzelf te delen;

31.  juicht het voornemen van de Commissie toe om in het kader van haar strategieën voor de kapitaalmarktenunie en de digitale interne markt een alomvattend actieplan voor fintech op te stellen en aldus een bijdrage te leveren aan een efficiënte en goed functionerende, geïntegreerde en op technologie stoelende interne markt voor financiële diensten ten bate van alle Europese eindgebruikers tot stand te brengen, mét waarborgen betreffende gelijke randvoorwaarden; is voorstander van de oprichting door de Europese Commissie van een taskforce fintech; wijst erop dat de nieuwe situatie die ontstaat als gevolg van de opkomst van fintech-bedrijven vraagt om de ontwikkeling van verschillende passende nieuwe waarborgen, waaronder consumenteneducatie over nieuwe producten of regels in verband met het witwassen van geld en hefboomeffecten op fintech-kredietplatforms;

32.  verzoekt de Commissie goed te kijken naar zijn resolutie "FinTech: de invloed van technologie op de toekomst van de financiële sectoren", en consumentenbescherming, veiligheid, innovatie en eerlijke concurrentie te bevorderen, en ervoor te zorgen dat het beginsel van "dezelfde diensten, dezelfde risico's, dezelfde regels en hetzelfde toezicht" geldt voor alle bedrijven, ongeacht de sector of plaats van vestiging; beklemtoont dat onder FinTech financiering moet worden verstaan die mogelijk wordt gemaakt door of wordt verstrekt door middel van nieuwe technologieën, met een effect op de gehele financiële sector in al zijn onderdelen, van het bank- en verzekeringswezen tot pensioenfondsen, beleggingsadvies, betalingsdiensten en marktinfrastructuur;

33.  vraagt de Commissie met klem een omgeving tot stand te brengen die bevorderlijk is voor innovatieve oplossingen; merkt op dat innovatieve bedrijven uit de fintech-sector zorgen voor de concurrentie waar een effectieve markt voor financiële retaildiensten bij gebaat is;

34.  benadrukt dat de verschillende nieuwe financiële instellingen onder de naam fintech dezelfde verantwoordelijkheden jegens consumenten en voor de financiële stabiliteit hebben als andere, traditionele instellingen en diensten op dit gebied;

Actie 11 – Digitale identiteitscontroles

35.  beklemtoont het potentieel van de e‑handtekening en e‑identificatie voor de vereenvoudiging van transacties, en verzoekt de Commissie voort te bouwen op de werkzaamheden betreffende de eIDAS-verordening; onderstreept dat het belangrijk is rekening te houden met personen die de e‑handtekening niet kunnen of willen gebruiken; steunt de interoperabiliteit van grensoverschrijdende e‑identificatie in de sector van de financiële diensten, en dringt aan op een gelijk speelveld in alle lidstaten (en mogelijk ook daarbuiten, namelijk in de EER-landen en Zwitserland); vraagt de Commissie voorts dringend de huidige belemmeringen in de regelgeving voor e‑identificatietechnieken te evalueren, en beklemtoont dat elk initiatief op dit vlak technologieneutraal moet zijn;

36.  herhaalt dat de Commissie de obstakels op regelgevingsgebied voor het gebruik van pan-Europese elektronische handtekeningsystemen voor toegang tot financiële diensten in kaart moet brengen en elimineren, teneinde EU-brede grensoverschrijdende digitale aanmeldingsprocessen te bevorderen, zonder afbreuk te doen aan de veiligheid van de bestaande systemen of aan hun vermogen te voldoen aan het bepaalde in de vierde antiwitwasrichtlijn;

Actie 12 – Online verkoop van financiële diensten

37.  beklemtoont dat het belangrijk is het bestaande Europese wettelijke kader voor de digitale wereld aan te passen om een tegengewicht te bieden tegen de consumentenbeschermingsrisico's in verband met onlineverkopen op afstand, waarmee nieuwe kansen worden gecreëerd voor Europese start‑ups en fintech-bedrijven; wijst op de risico's voor de consument in verband met online gokdiensten die in de vorm van financiële producten worden aangeboden, de zogeheten binaire opties; meent dat sterk en geharmoniseerd Europees toezicht noodzakelijk is om de consument te beschermen en mazen in de regelgeving te voorkomen; beklemtoont dat Europese normen op het vlak van de consumentenbescherming gelden, ongeacht of het traditionele of moderne distributiekanalen betreft;

38.  beklemtoont het belang van cyberveiligheid en betreurt het dat de Commissie in haar actieplan niet op cyberveiligheidsaspecten ingaat; verzoekt de Commissie dan ook te waarborgen dat de taskforce ook aandacht besteed aan dit aspect;

39.  beklemtoont dat het mogelijk moet blijven om een beroep te doen op reële bankkantoren, die een essentiële openbare dienst verlenen en vooral van nut zijn voor kmo's, bejaarde en kwetsbare consumenten, die minder geneigd zijn e‑banking te gebruiken en liever persoonlijk contact hebben; erkent dat de sluiting van bankkantoren de financiële infrastructuur op lokaal niveau aantast en uiterst schadelijk kan zijn voor gemeenschappen;

40.  merkt op dat het toenemende gebruik van consumentengegevens of big data door financiële instellingen voordelen voor de consument kan opleveren, zoals de ontwikkeling van een meer op maat gemaakt, gesegmenteerd en goedkoper aanbod op basis van een efficiëntere verdeling van risico en kapitaal; maakt zich anderzijds zorgen over de ontwikkeling van dynamische prijsstelling en is bevreesd dat dit voor de consument slechter kan uitpakken wat betreft de vergelijkbaarheid van aanbiedingen en daarmee de effectiviteit van de mededinging, de onderlinge verdeling van risico's en verliezen in de krediet- en verzekeringssector;

o
o   o

41.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 133 van 22.5.2008, blz. 66.
(2) PB L 263 van 7.10.2009, blz. 11.
(3) PB L 266 van 9.10.2009, blz. 11.
(4) PB L 60 van 28.2.2014, blz. 34.
(5) PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349.
(6) PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73.
(7) PB L 257 van 28.8.2014, blz. 214.
(8) PB L 123 van 19.5.2015, blz. 1.
(9) PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35.
(10) PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19.
(11) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0434.
(12) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0211.
(13) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0027.

Juridische mededeling