Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2130(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0308/2017

Ingediende teksten :

A8-0308/2017

Debatten :

PV 14/11/2017 - 14
CRE 14/11/2017 - 14

Stemmingen :

PV 15/11/2017 - 13.14
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0440

Aangenomen teksten
PDF 203kWORD 61k
Woensdag 15 november 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Oostelijk Partnerschap: top in november 2017
P8_TA(2017)0440A8-0308/2017

Aanbeveling van het Europees Parlement van 15 november 2017 aan de Raad, de Commissie en de EDEO over het Oostelijk Partnerschap, in aanloop naar de top in november 2017 (2017/2130(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 2,3 en 8, en gezien Titel V, met name de artikelen 21, 22, 36 en 37 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), evenals deel vijf van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de oprichting van het Oostelijk Partnerschap in Praag op 7 mei 2009 als een gemeenschappelijk initiatief van de EU en haar Oostelijke partners Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, Moldavië en Oekraïne,

–  gezien de gezamenlijke verklaringen van de toppen van het Oostelijk Partnerschap van 2011 in Warschau, van 2013 in Vlinius en van 2015 in Riga,

–  gezien de Verklaring van de leiders van 27 lidstaten en van de Europese Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie die op 25 maart 2017 in Rome werd aangenomen,

–  gezien de aanbevelingen door en de activiteiten van de Parlementaire Vergadering Euronest, het Forum van het maatschappelijk middenveld van het Oostelijk Partnerschap, het Comité van de Regio's en de Conferentie van Regionale en Lokale overheden voor het Oostelijk partnerschap (CORLEAP),

–  gezien de mededelingen van de Europese Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) inzake het Europees nabuurschapsbeleid (ENB), met name het verslag van 2017 betreffende de evaluatie van het ENB(JOIN(2017)0018) en het in 2017 herziene werkdocument getiteld "Oostelijk Partnerschap - 20 resultaten voor 2020": aandacht voor kernprioriteiten en concrete resultaten" (SWD(2017)0300), evenals de mededeling van 2016 over de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over het ENB en het Oostelijk Partnerschap,

–  gezien zijn aanbeveling van 5 juli 2017 aan de Raad over de 72e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(1), zijn resoluties met name die van 15 juni 2017 over de zaak van Afgan Mukhtarli en de situatie van de media in Azerbeidzjan(2), van 6 april 2017(3) en 24 november 2016(4) over de situatie in Belarus, van 16 maart 2017 over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017(5), van 13 december 2016 over de rechten van vrouwen in de landen van het Oostelijk Partnerschap(6), van 21 januari 2016 over de associatieovereenkomsten / diepe en brede vrijhandelsruimten met Georgië, Moldavië en Oekraïne(7), en van 9 juli 2015 over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid(8),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de parlementen van Georgië, Moldavië en Oekraïne van 3 juli 2017,

–  gezien artikel 113 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0308/2017),

A.  overwegende dat het Oostelijk Partnerschap is gebaseerd op een gedeelde verplichting tussen Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, Moldavië, Oekraïne en de Europese Unie met betrekking tot de verdieping van hun betrekkingen en de naleving van het internationaal recht en fundamentele vrijheden, met inbegrip van de democratie, de rechtsstaat, de eerbiediging van mensenrechten, fundamentele vrijheden en gendergelijkheid, evenals de markteconomie, duurzame ontwikkeling en goed bestuur;

B.  overwegende dat het Oostelijk Partnerschap zich inzet voor de gemeenschappelijke doelstellingen, namelijk de bevordering van stabiliteit, het opbouwen van vertrouwen en samenwerking, ondersteuning van democratische hervormingen, goede nabuurschapsbetrekkingen, vreedzame conflictoplossing en regionale samenwerking, versterking van betrekkingen tussen mensen en de bevordering van handel, teneinde de politieke dialoog en associatie te intensiveren en de economische samenwerking en integratie te versterken;

C.  overwegende dat de EU er, door middel van haar integrale strategie en het herziene ENB, naar streeft haar partners dichter bij te brengen via versnelde politieke associatie en economische integratie met de EU, terwijl zij er tegelijkertijd naar streeft in haar nabuurschap politieke stabilisatie, maatschappelijke veerkracht en economische welvaart te bevorderen, en mogelijkheden te bieden voor geprivilegieerde politieke en economische betrekkingen overeenkomstig de mate van ambitie van ieder partnerland;

D.  overwegende dat aangezien de EU samenwerking als een op zichzelf staande waarde beschouwt die naar haar stellige overtuiging leidt tot win-winsituaties voor alle betrokken partijen, de EU zich ertoe verplicht samen te werken met alle landen van het Oostelijk Partnerschap zolang de Europese kernwaarden niet in twijfel worden getrokken of worden ondermijnd;

E.  overwegende dat de EU en haar partners middelen en instrumenten op de aangegane verplichtingen moeten afstemmen en overwegende dat de partners meer nadruk moeten leggen op de tenuitvoerlegging van bestaande overeenkomsten;

F.  overwegende dat de deelnemers aan de Riga-top in 2015 erop hebben aangedrongen vóór de volgende top voortgang te boeken op de volgende terreinen: 1) versterking van instellingen en goed bestuur, 2) mobiliteit en contacten tussen mensen, 3) economische ontwikkeling en marktmogelijkheden, en 4) connectiviteit, energie-efficiëntie, het milieu en klimaatverandering;

G.  overwegende dat sinds de laatste top aanzienlijke vorderingen zijn geboekt, met name met de sluiting en inwerkingtreding van drie associatieovereenkomsten, met inbegrip van een diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA) met Georgië en Oekraïne sinds 2017 (en met Moldavië sinds 2014), de afronding van de onderhandelingen over een brede en versterkte partnerschapsovereenkomst met Armenië (waarmee wordt aangetoond hoe het lidmaatschap van de Euraziatische Economische Unie kan worden gecombineerd met deelname aan Europese initiatieven op het gebied van nabuurschap), de start van onderhandelingen over een nieuwe brede overeenkomst met Azerbeidzjan, de vaststelling van grootschalige hervormingen in een aantal van deze landen met de politieke, technische en financiële steun van de Europese Unie, en de voortzetting van het beleid van kritische betrokkenheid ten aanzien van Belarus;

H.  overwegende dat sinds de oprichting van het Oostelijk Partnerschap in Praag sommige oprichtende leden een algemene verslechtering van de mensenrechtensituatie en een omkering van democratiseringstrends hebben ondervonden; overwegende dat een van de grootste uitdaging zal zijn de huidige overgang naar inclusieve, verantwoordingsplichtige, stabiele en levensvatbare democratieën te vergemakkelijken;

I.  overwegende dat meer mobiliteit en de versterking van betrekkingen tussen mensen tussen de partnerlanden en de EU een essentieel instrument blijven voor de bevordering van Europese waarden;

J.  overwegende dat een door de Commissie en de EDEO voorgesteld nieuw strategisch werkplan waarin bilaterale en regionale samenwerking worden gecombineerd, bedoeld is als leidraad voor de toekomstige werkzaamheden van de EU en de zes partnerlanden door de aandacht te richten op de voor 2020 te behalen resultaten;

K.  overwegende dat de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van de Oostelijke partners van de EU nog altijd bedreigd worden door onopgeloste regionale conflicten, inclusief enkele conflicten die werden begonnen en nog steeds actief in stand worden gehouden door de Russische Federatie, in strijd met haar internationale toezeggingen om de internationale rechtsorde te handhaven; overwegende dat de EU een actievere rol zou moeten spelen bij de vreedzame oplossing van conflicten in haar nabuurschap; overwegende dat de Russische agressie jegens Oekraïne, de annexatie van de Krim en de voortdurende bezetting van twee Georgische regio's, evenals Russische hybride bedreigingen, waaronder destabiliserende activiteiten en propaganda, de Europese veiligheid in haar geheel in gevaar brengen;

L.  overwegende dat het Oostelijk Partnerschap is gebaseerd op het soevereine recht van iedere partner om het ambitieniveau te kiezen dat hij in zijn betrekkingen met de EU nastreeft; overwegende dat partners die nauwere betrekkingen met de EU nastreven, overeenkomstig het "meer voor meer"-beginsel op meer steun en bijstand bij het behalen van onderling overeengekomen doelstellingen moeten kunnen rekenen, indien zij aan bestaande hervormingsverplichtingen voldoen;

1.  beveelt de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden het volgende aan:

Inzake de toekomst van het Oostelijk partnerschap

Inzake de tenuitvoerlegging van het Oostelijk Partnerschap

   (a) te waarborgen dat de top in november 2017 toekomstgericht zal zijn, aanleiding zal geven tot een nieuwe dynamiek en zal resulteren in een duidelijke politieke visie op de toekomst van het Oostelijk Partnerschap als beleid voor de lange termijn; ervoor te zorgen dat de uitkomsten van deze top, als eerste prioriteit, een basis bieden voor de handhaving van de kernwaarden van de Europese Unie, in het bijzonder de eerbiediging van democratie, mensenrechten, fundamentele vrijheden, de rechtsstaat, non-discriminatie en gendergelijkheid, waar het Oostelijk Partnerschap op is gebaseerd, waarbij moet worden onderstreept dat deze waarden de kern van de associatieovereenkomsten vormen en moet worden erkend dat de desbetreffende partners zich ertoe verplichten deze waarden ten uitvoer te leggen en te bevorderen;
   (b) de hoge verwachtingen van burgers in alle partnerlanden waar te maken ten aanzien van de uitroeiing van corruptie, de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en de versterking van de rechtsstaat en goed bestuur; daarom te streven naar een nieuwe toezegging van de partners om hervormingen met betrekking tot de rechtelijke macht, het openbaar bestuur en de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit vast te stellen en volledig ten uitvoer te leggen, op basis van adequate stappenplannen met duidelijk omschreven doelstellingen en termijnen;
   (c) het maatschappelijk middenveld in de partnerlanden en de cruciale rol ervan binnen het Oostelijk Partnerschap als onmisbare speler in het proces van consolidering van de democratie en als een platform voor regionale samenwerking te versterken door onvoorwaardelijk alle wetgeving en maatregelen af te wijzen die gericht zijn op de inperking van de legitieme activiteiten van het maatschappelijk middenveld en door een grotere rol van het maatschappelijk middenveld te bevorderen in de controle en het toezicht op de tenuitvoerlegging van aan het Partnerschap gerelateerde hervormingen, alsook door de transparantie en verantwoordingsplicht van publieke instellingen te vergroten;
   (d) aan te sporen tot hervormingen van het kiesrecht die waarborgen dat rechtskaders in overeenstemming zijn met internationale normen, de aanbevelingen van de door de OVSE geleide internationale waarnemingsmissies en de adviezen van de Commissie van Venetië, en die worden verwezenlijkt middels een transparant proces met een brede raadpleging en waarover, voor zover mogelijk consensus bestaat met de oppositie en het maatschappelijk middenveld, teneinde de kieswetten te verbeteren zonder vooringenomenheid in het voordeel van de regerende partijen; ervoor te zorgen dat de EU bestaande voorwaarden in verband met hervormingen van het kiesrecht strikt toepast;
   (e) ervoor te zorgen dat in de uitkomsten van de top van november 2017 de balans wordt opgemaakt van wat reeds is gerealiseerd, de noodzaak wordt benadrukt om alle reeds gedane toezeggingen na te komen en een nieuwe aanzet wordt gegeven voor de toekomst van het partnerschap, met inbegrip van de verwezenlijking van concrete resultaten voor burgers, met name in termen van werkgelegenheid, verkleining van de sociaaleconomische ongelijkheden, vervoer, connectiviteit, energieonafhankelijkheid, mobiliteit en onderwijs, waarbij moet worden opgemerkt dat een nieuw plan voor externe investeringen in dit verband een belangrijk instrument is;
   (f) maatregelen te nemen die zijn gericht op de aanpak van werkloosheid, met name jeugdwerkloosheid, onder meer door middel van een pakket aan steunmaatregelen voor jonge mensen, zoals het EU4Youth-programma, alsook op de ontwikkeling van vaardigheden die aansluiten op de veranderende behoeften op de arbeidsmarkt, onder meer door middel van beroepsopleidingen en trainingen, de bevordering van ondernemerschap en het lokale bedrijfsleven, de ondersteuning van duurzame landbouw, de ontwikkeling van toerisme en de digitale economie en de uitbreiding van de sociale infrastructuur en de publieke en private dienstensector in onder meer de gezondheids- en welzijnszorg;
   (g) de tenuitvoerlegging van antidiscriminatiebeleid in alle maatschappelijke sectoren te bevorderen en actief te ondersteunen; te zorgen voor gendergelijkheid in al het overheidsbeleid, en de inzetbaarheid en het ondernemerschap van vrouwen te ondersteunen, waarbij ook na de streefdatum van 2020 beleidscontinuïteit moet worden gegarandeerd;
   (h) zich ertoe te verplichten om gezamenlijk te werken aan een betere mobiliteit tussen de EU en de partnerlanden; Moldavië, Georgië en Oekraïne te ondersteunen bij de tenuitvoerlegging van de visumliberaliseringsovereenkomst en ervoor te zorgen dat opschortingsmechanismen in de toekomst niet in gang worden gezet, onder meer door nauwe samenwerking van politie en douane bij de bescherming tegen veiligheidsdreigingen, criminaliteit en overschrijding van de toegestane verblijfsduur; visumdialogen te openen met Armenië, Azerbeidzjan aan te sporen tot voortgang bij de tenuitvoerlegging van de visumversoepelings- en overnameovereenkomsten teneinde in de toekomst een visumdialoog te openen, en de onderhandelingen over een visumversoepelings- en overnameovereenkomst met Belarus af te ronden in het belang van de burgers van het land, mits deze landen aanzienlijke vorderingen boeken op het gebied van fundamentele waarden en precies aan de voorwaarden voldoen die zijn vastgelegd in de actieplannen voor visumliberalisering;
   (i) meer kansen te creëren voor nauwere samenwerking op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie, met name door middel van het vergemakkelijken van deelname aan programma's als Erasmus+, "Topkwaliteit verspreiden en deelname verbreden" en EU4Innovation, evenals de verstrekking van leninggaranties door de Europese Investeringsbank Groep als onderdeel van haar InnovFin-programma; steun te verlenen voor het hervormen van het onderwijs en de onderzoeks- en innovatiekloof aan te pakken;
   (j) te waarborgen dat de uitkomsten van de top van november 2017 eveneens een nieuwe impuls zullen geven aan duurzame economische groei, de modernisering van bestaande sectoren, handel en investeringsmogelijkheden, met inbegrip van intraregionale mogelijkheden voor grensoverschrijdende samenwerking en met bijzondere aandacht voor ondernemerschap en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's);
   (k) aan te dringen op aangepaste EU-steun voor de associatieagenda's en voor de daaraan verbonden structurele hervormingen, met name de hervormingen die zorgen voor een beter concurrentievermogen, een gunstiger ondernemingsklimaat en voldoende toegang tot financieringsbronnen, onder meer via het EU4Business-initiatief; de uitvoering van DCFTA's nauwlettend te volgen, teneinde sociale en milieudumping te vermijden; gerichte bijstand voor kmo's op te zetten om hen te helpen het potentieel van de DCFTA's volledig te benutten; een echte hervorming van het economische stelsel te bevorderen en te ondersteunen die is gericht op het afschaffen van monopolies en waarbij de rol van oligarchen wordt beperkt middels de invoering van adequate wetgeving evenals een diepgaande hervorming van het bankwezen en de financiële sector die is gericht op de bestrijding van het witwassen van geld en belastingontduiking;
   (l) de ontwikkeling te ondersteunen van de noodzakelijke vervoers- en connectiviteitsinfrastructuur, onder meer door middel van een ambitieus investeringsplan voor het TEN-V-kernnetwerk, en daarnaast intraregionale handel te ondersteunen; infrastructuurprojecten te ondersteunen die nieuwe kansen voor handel zullen bieden en meer communicatie en uitwisseling tussen de EU en de partnerlanden, alsook tussen de partnerlanden onderling, mogelijk zullen maken;
   (m) zowel de energieonafhankelijkheid als de energie-efficiëntie te verbeteren door middel van gerichte investeringen, evenals de diversifiëring van energiebronnen, in het bijzonder wat betreft hernieuwbare energie en de vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, door middel van intensievere samenwerking op alle onder de energie-unie van de EU vallende prioriteitsterreinen en nauwere integratie van de energiemarkten van de partnerlanden met de Europese energiemarkt, waarbij met name aandacht moet worden besteed aan interconnectiviteit en infrastructuur; ervoor te zorgen dat offshore- en onshoredelen van pijpleidinginfrastructuur in de regio, inclusief de Nord Stream 2-gaspijpleiding, volledig in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving en de strategie voor de energie-unie en de regionale energiezekerheid niet ondermijnen; samen met de oostelijke partners de huishoudens te ondersteunen die het meest geraakt worden door de stijging van de energieprijzen;
   (n) te zorgen voor volledige naleving van internationale overeenkomsten en verplichtingen inzake nucleaire veiligheid en milieubescherming; zich intensiever in te zetten voor de naleving van verplichtingen op het gebied van klimaatverandering, onder meer door het bewustzijn onder het publiek te vergroten, en voor de geleidelijke en duurzame sluiting van verouderde energiecentrales in Armenië en Oekraïne; de ontwikkeling van nieuwe projecten zoals de Wit-Russische kerncentrale in Ostrovets nauwlettend te volgen;
   (o) ervoor te zorgen dat in de uitkomsten van de top van november 2017 ook aandacht wordt besteed aan de veiligheidsdreigingen en conflicten die betrekking hebben op de onafhankelijkheid, soevereiniteit, territoriale integriteit, fundamentele mensenrechten en politieke, sociale en economische stabiliteit en ontwikkeling van de partners en van de regio als geheel;
   (p) te streven naar eendrachtig optreden van de EU-lidstaten om de collectieve druk op Rusland te handhaven, wiens militaire aanwezigheid in de regio de afgelopen jaren niettemin is toegenomen, met name door middel van gerichte restrictieve maatregelen, naar een oplossing voor het conflict in het oosten van Oekraïne middels de volledige en daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de Minsk-akkoorden en voortzetting van de waarnemingsmissie van de OVSE, naar een oplossing voor het conflict tussen Rusland en Georgië middels concrete resultaten in het internationaal overleg van Genève en de volledige tenuitvoerlegging door Rusland van de staakt-het-vuren-overeenkomst van 2008, naar het herstel van de volledige soevereiniteit van Oekraïne over de Krim, van Georgië over zijn bezette regio's Abchazië en Zuid-Ossetië en van Moldavië over Transnistrië, naar voldoende aandacht voor de gevaarlijke ecologische situatie in Oost-Oekraïne, naar ondersteuning van onze partners bij de versterking van hun weerbaarheid en naar de beëindiging van bijkomende dreigingen van door de staat gesponsorde moorden, cyberoorlogsvoering, desinformatie en andere destabiliserende activiteiten;
   (q) te onderstrepen dat de deelname van een oostelijke partner aan militaire oefeningen die gericht zijn tegen de EU en sommige van haar partners, zoals de door Rusland geleide Zapad 2017-oefening in Belarus, onaanvaardbaar is; te waarborgen dat in de toekomst geen van de partners aan dergelijke oefeningen deelneemt;
   (r) aan te dringen op een onmiddellijke beëindiging van de militaire vijandigheden tussen Armeense en Azerbeidzjaanse strijdkrachten waarbij onnodig burgers en soldaten om het leven komen, terwijl zij een belemmering voor de sociaaleconomische ontwikkeling vormen; opnieuw steun uit te spreken voor de inspanningen van de covoorzitters van de Minsk-groep van de OVSE om het conflict in Nagorno-Karabach op te lossen en voor hun basisbeginselen uit 2009, die onder meer betrekking hebben op territoriale integriteit, zelfbeschikking en het niet gebruiken van geweld; er bij Armenië en Azerbeidzjan op aan te dringen in goed vertrouwen de onderhandelingen te hervatten teneinde deze beginselen ten uitvoer te leggen en een oplossing voor het conflict, dat niet via de militaire weg kan worden opgelost, te bewerkstelligen; aan te dringen bij de regeringen van Armenië en Azerbeidzjan op hoog niveau besprekingen te houden en zich te verbinden tot echte vertrouwenwekkende maatregelen en tot een dialoog tussen het Armeense en Azerbeidzjaanse maatschappelijk middenveld; de ratificatie van nieuwe overeenkomsten tussen de EU en elk van beide partijen afhankelijk te maken van wezenlijke afspraken en aanzienlijke voortgang om het conflict op te lossen, bijvoorbeeld door het staakt-het-vuren te handhaven en de tenuitvoerlegging van de basisbeginselen van 2009 te ondersteunen;
   (s) aan te dringen op voortzetting van de steun voor de werkzaamheden van de EU- en OVSE-missies in Georgië, Moldavië en het oosten van Oekraïne, aangezien dit essentiële operaties zijn om vrede en veiligheid te waarborgen, eerst en vooral voor de burgers ter plaatse; te zorgen voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van het mandaat van deze missies en bij Rusland aan te dringen op het waarborgen van onbelemmerde toegang; te overwegen steun te bieden bij de totstandbrenging van een gewapende OVSE-politiemissie in het oosten van Oekraïne; samen met de partnerlanden na te denken over een grotere rol van de EU bij het oplossen van deze conflicten, onder meer door ambitieuze, volledig uitgeruste missies in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) op te zetten die als taak hebben de veiligheid en stabiliteit te versterken;
   (t) er bij de partners van de EU op aan te dringen volledig met de EU samen te werken bij de aanpak van uitdagingen zoals illegale migratie, terrorisme, cybercriminaliteit, mensenhandel en -smokkel en illegale handel;
   (u) na te denken, in het kader van het EaP-beleid, over een aantrekkelijk "EaP+"-model op langere termijn voor geassocieerde landen die aanzienlijke vorderingen hebben geboekt bij het uitvoeren van aan de associatieovereenkomst of aan de diepe en brede vrijhandelsruimte gerelateerde hervormingen, die eventueel zouden kunnen leiden tot toetreding tot de douane-unie, de energie-unie, de digitale unie en de Schengenzone, meer toegang tot de interne markt van de EU, integratie in Europese vervoersnetten, industriële partnerschappen, intensievere deelname aan andere EU-programma's en -agentschappen, verdere samenwerking op het gebied van het GVDB en acutere maatregelen zoals aanvullende unilaterale tariefpreferenties, een concreet tijdschema voor de afschaffing van roamingtarieven tussen de partners en de EU en de ontwikkeling van breedbandnetwerken met zeer hoge capaciteit; het "EaP+"-model open te stellen voor andere landen van het Oostelijk Partnerschap zodra zij klaar zijn voor dergelijke extra verplichtingen en aanzienlijke vorderingen hebben geboekt bij het uitvoeren van onderling overeengekomen hervormingen;
   (v) wat betreft niet-geassocieerde landen na te denken over nieuwe manieren om het maatschappelijk middenveld, het bedrijfsleven, de academische gemeenschap, onafhankelijke media en jongeren te ondersteunen, onder meer door middel van extra financiering en mobiliteitspartnerschappen;
   (w) in beide gevallen te waarborgen dat de gemeenschappelijke doelstellingen zowel voor de middellange als, indien nodig, de lange termijn gelden, om zo enkele van de partnerlanden aan te sporen om de logica van verkiezingscycli te doorbreken en over te stappen op een strategischere visie;
   (x) opnieuw te wijzen op het beginsel van differentiatie en op het feit dat de reikwijdte en diepte van de samenwerking met de EU wordt bepaald door de ambities van de EU en die van de partners, alsook door het tempo en de kwaliteit van de hervormingen die moeten worden geëvalueerd op grond van de volledige en doeltreffende tenuitvoerlegging ervan, met name wat betreft de eerbiediging van democratie, mensenrechten, fundamentele vrijheden, de rechtsstaat en goed bestuur;
   (y) te benadrukken dat het Oostelijk Partnerschap erop is gericht de noodzakelijke omstandigheden te scheppen voor nauwe politieke associatie en economische integratie, met inbegrip van deelname aan EU-programma's; er nogmaals op te wijzen dat associatieovereenkomsten met Georgië, Moldavië en Oekraïne niet het einddoel vormen in hun betrekkingen met de EU; de Europese aspiraties van deze landen nogmaals te erkennen; erop te wijzen dat, uit hoofde van artikel 49 VEU en in overeenstemming met de Verklaring van Rome van 25 maart 2017, elke Europese staat een aanvraag kan indienen om lid te worden van de EU, op voorwaarde dat hij de criteria van Kopenhagen en de democratische beginselen in acht neemt, de fundamentele vrijheden en de mensenrechten inclusief de rechten van minderheden eerbiedigt, en het functioneren van de rechtsstaat garandeert; de lidstaten in dit opzicht aan te sporen op de top in 2017 overeenstemming te bereiken over een ambitieuze verklaring waarin relevante langetermijndoelstellingen worden vastgesteld;
   (z) Georgië, Moldavië en Oekraïne te verzoeken zich te richten op de tenuitvoerlegging van de associatieagenda's, teneinde alle beschikbare mogelijkheden die de associatieovereenkomsten bieden te ontsluiten, en eveneens deel te nemen aan de gezamenlijke discussies over de voortgang, mogelijkheden en uitdagingen die samenhangen met de aan de associatieovereenkomst/de diepe en brede vrijhandelsruimte gerelateerde hervormingen; nogmaals te wijzen op het belang van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van bovengenoemde hervormingen voor de toekomstige stabiliteit en de ontwikkeling van de landen en het welzijn van hun samenlevingen; opnieuw te benadrukken dat voor het versterken van betrekkingen binnen het EaP+-model alsook voor een perspectief op EU-lidmaatschap aanzienlijke vorderingen nodig zijn ten aanzien van de tenuitvoerlegging van deze hervormingen, met name wat betreft de rechtsstaat, de eerbiediging van mensenrechten en goed bestuur;
   (aa) te waarborgen dat de huidige en verdere niveaus van samenwerking met en steun aan de partners altijd aan strikte voorwaarden verbonden zijn en dat deze voorwaarden ook worden nageleefd; te onderstrepen dat de financiële steun van de EU aan haar partners afhankelijk zal zijn van concrete hervormingsstappen en de daadwerkelijke tenuitvoerlegging ervan en dat de op stimulansen gebaseerde benadering het meeste voordelen blijft bieden aan de partners die zich het meeste inzetten voor ambitieuze hervormingen; te overwegen subsidies in kortere termijnen uit te betalen, teneinde de EU in staat te stellen beter in te springen op onverwachte crises of een gebrek aan hervormingen; in het bijzonder te benadrukken dat er geen brede overeenkomst wordt geratificeerd met een land dat de EU-waarden niet eerbiedigt, onder meer door besluiten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens niet ten uitvoer te leggen en mensenrechtenactivisten, ngo's en journalisten te treiteren, te intimideren en te vervolgen; er eveneens op te wijzen dat aan duidelijke criteria moet worden voldaan alvorens een nieuwe dialoog over regelingen inzake visumvrij verkeer kan worden geopend en voltooid; te herhalen dat een terugval ten aanzien van eerder bereikte resultaten systematisch zal leiden tot de opschorting van overeenkomsten, ook op het gebied van regelingen inzake visumvrij verkeer en EU-financiering;
   (ab) de multilaterale dimensie van het Oostelijk Partnerschap te ondersteunen als een manier om in toenemende mate multilateraal vertrouwen op te bouwen, met name in door conflicten getroffen gebieden, en kansen voor regionale samenwerking te creëren, onder meer door middel van transnationale platforms van het maatschappelijk middenveld, samenwerking tussen lokale en regionale autoriteiten, en grensoverschrijdende projecten zoals programma's voor contacten tussen mensen waarbij interculturele dialoog en de jongere generatie factoren voor verandering vormen;
   (ac) te benadrukken dat het belangrijk is om beleid in verband met het Oostelijk Partnerschap op coherente en effectieve wijze zowel intern als extern te communiceren, en om te voorzien in communicatieactiviteiten die zijn aangepast aan specifieke regio's, met name om het gebrek aan kennis over de EU en de betrekkingen met haar partners te verhelpen; te erkennen dat de East StratCom Task Force tot nog toe uitstekend werk heeft verricht en de activiteiten van de taskforce te steunen met aanvullende financiering; zich in te zetten voor betere informatie over de concrete voordelen en doelstellingen van het Oostelijk Partnerschap, de desinformatie aan te pakken door te voorzien in op feiten gebaseerde en toegankelijke kwalitatief hoogwaardige voorlichting in alle talen van de partnerlanden en de volledige eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting te waarborgen;
   (ad) te blijven pleiten voor EU-steun op maat zodat deze past bij het gedeelde ambitieniveau van samenwerking met iedere partner, volgens de "meer voor meer"- en "minder voor minder"-beginselen; er in het bijzonder bij de EU op aan te dringen begrotingsinstrumenten, zoals het Europees nabuurschapsinstrument en het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling, af te stemmen op politieke taakomschrijvingen en uitvoeringsstrategieën, met name binnen haar jaarlijkse en meerjarige begrotingsprocedures;
   (ae) zich te verheugen over de voorstellen van de Commissie om macrofinanciële steun aan de partners te verlenen, maar te blijven benadrukken dat aan deze voorstellen strikte en effectieve voorwaarden moeten worden verbonden, met name wat betreft de eerbiediging van de rechtsstaat (inclusief een onafhankelijke rechtelijke macht en een parlementair stelsel met meerdere partijen), het waarborgen van goed bestuur (inclusief effectieve corruptiebestrijding) en verdediging van de mensenrechten en de vrijheid van de media; iedere zes maanden een gedetailleerd schriftelijk verslag aan het Parlement en de Raad te zenden over de voortgang die op deze drie terreinen is geboekt door de partners die reeds dergelijke steun ontvangen; er bij de Commissie op aan te dringen nieuwe programma's voor macrofinanciële steun op te stellen voor partnerlanden die de eerdere programma'ssuccesvol hebben afgerond, systematisch te voorzien in bovengenoemde voorwaarden bij toekomstige voorstellen voor dergelijke steun en ervoor te zorgen dat deze strikt worden toegepast, met name in het geval van Moldavië;
   (af) de Commissie, de Europese Investeringsbank en andere multilaterale financiële instellingen te verzoeken zich in te zetten voor de succesvolle tenuitvoerlegging van het investeringsplan voor Europa en van een speciaal steunmechanisme voor landen van het Oostelijk Partnerschap gericht op de tenuitvoerlegging van de associatieverdragen; aan te dringen op de oprichting van een trustfonds voor Oekraïne, Georgië en Moldavië gebaseerd op de beste praktijken van multidonorinstrumenten, waarbij moet worden benadrukt dat dit trustfonds zich moet concentreren op private en publieke investeringen, in het bijzonder investeringen in sociale en economische infrastructuur en investeringen die zijn gericht op versterking van de investeringsabsorptiecapaciteit, en op de coördinatie van internationale financiële instellingen en internationale donorsteun ter plaatse; te overwegen een donorconferentie voor Oekraïne te organiseren om te helpen te voorzien in de humanitaire behoeften van het land die het gevolg zijn van het conflict in Oost-Oekraïne en de annexatie van de Krim; ervoor te zorgen dat het gebruik van alle deze fondsen eveneens streng wordt gecontroleerd om iedere vorm van misbruik te voorkomen;
   (ag) nogmaals krachtige steun uit te spreken voor parlementaire inbreng over en parlementaire controle op het beleid inzake het Oostelijk Partnerschap, met name wat betreft het effect van het beleid op het leven van burgers; in dit verband de rol van de Parlementaire Vergadering Euronest te versterken binnen de nieuwe multilaterale structuur van het Oostelijk Partnerschap, en eveneens te zorgen voor een grotere rol van de Parlementaire associatie- en samenwerkingscommissies binnen de associatie- of samenwerkingsraden; de programma's van de alomvattende democratieondersteunende aanpak te verwelkomen die ten uitvoer worden gelegd; parlementariërs uit de partnerlanden te verzoeken samen te werken bij de controle op de tenuitvoerlegging en uitwisseling van beste praktijken; de betrokkenheid van het Forum van het maatschappelijk middenveld van het Oostelijk Partnerschap bij dit proces te vergroten;
   (ah) nota te nemen van het besluit van het Parlement om meer toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van internationale overeenkomsten met de oostelijke partners en de controle op EU-steun in dit verband te vergroten; te voldoen aan de oproep van het Parlement aan de partners en de Commissie om de transparantie ten aanzien van alle begunstigden van EU-financiering te vergroten; er bij de Commissie en de EDEO op aan te dringen het Parlement en de Raad iedere zes maanden een gedetailleerd schriftelijk verslag over de tenuitvoerlegging van deze overeenkomsten te doen toekomen;
   (ai) nota te nemen van het besluit van het Parlement om meer toezicht te houden op de onderhandelingen over toekomstige internationale overeenkomsten met de oostelijke partners; er bij de Raad op aan te dringen het Parlement onverwijld alle relevante onderhandelingsmandaten te doen toekomen, overeenkomstig het desbetreffende Interinstitutioneel Akkoord(9); zich te verheugen over de effectieve samenwerking van de Commissie en de EDEO met het Parlement wat betreft het verstrekken van informatie over deze onderhandelingen, maar er bij hen op aan te dringen eveneens onverwijld de ontwerponderhandelingsteksten en geparafeerde overeenkomsten over te leggen, in overeenstemming met de desbetreffende kaderovereenkomst(10);

2.  verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad, de Europese Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden en, ter informatie, aan de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië, de Parlementaire Assemblee van de OVSE, de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa en de regeringen en parlementen van de landen van het Oostelijk Partnerschap.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0304.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0267.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0126.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0456.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0089.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0487.
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0018.
(8) PB C 265 van 11.8.2017, blz. 110.
(9) PB C 95 van 1.4.2014, blz. 1.
(10) PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47.

Juridische mededeling