Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2931(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0595/2017

Ingediende teksten :

B8-0595/2017

Debatten :

PV 15/11/2017 - 7
CRE 15/11/2017 - 7

Stemmingen :

PV 15/11/2017 - 13.16
CRE 15/11/2017 - 13.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0442

Aangenomen teksten
PDF 187kWORD 53k
Woensdag 15 november 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Rechtsstaat en democratie in Polen: stand van zaken
P8_TA(2017)0442B8-0595/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 15 november 2017 over rechtsstaat en democratie in Polen: stand van zaken (2017/2931(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de EU-Verdragen, en in het bijzonder de artikelen 2, 3, 4, 6 en 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de grondwet van de Republiek Polen,

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 11 maart 2014: "Een nieuw EU-kader voor het versterken van de rechtsstaat" (COM(2014)0158),

–  gezien zijn resolutie van 13 april 2016 over de situatie in Polen(1),

–  gezien zijn resolutie van 14 september 2016 over de recente ontwikkelingen in Polen en hun impact op de grondrechten als vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie(2),

–  gezien de aanbeveling van de Commissie inzake de rechtsstaat van 21 december 2016(3) ter aanvulling op haar aanbeveling van 27 juli 2016, waarin rekening wordt gehouden met de jongste ontwikkelingen in Polen in het licht van de benoeming van een nieuwe voorzitter van het Constitutioneel Hof,

–  gezien de derde aanbeveling van de Commissie inzake de rechtsstaat van 26 juli 2017(4), waarin zij uiting geeft aan haar ernstige bezorgdheid over de geplande hervorming van de rechterlijke macht in Polen, die naar het oordeel van de Commissie de systematische bedreiging van de rechtsstaat in Polen die al geconstateerd was in de rechtsstaatprocedure die de Commissie in januari 2016 had ingeleid, nog verder vergroot,

–  gezien het antwoord van de Poolse regering van 20 februari 2017, waarin zij tegenspreekt dat er sprake is van een systematische bedreiging van de rechtsstaat in Polen, en het antwoord van de Poolse regering van 29 augustus 2017, waarin zij de bezwaren van de Commissie tegen hervormingen van de rechterlijke macht van de hand wijst en verklaart dat de Commissie niet bevoegd is om het rechtsstelsel te beoordelen,

–  gezien de inbreukprocedures die de Commissie heeft ingeleid tegen Polen, waaronder de procedure van 29 juli 2017 en het met redenen omkleed advies van 12 september 2017 inzake de wet op de organisatie van de gewone rechtbanken, waarin verklaard werd dat het Poolse recht onverenigbaar is met het EU-recht, met name met artikel 157 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), Richtlijn 2006/54/EG betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep en artikel 19, lid 1, van het VEU in samenhang met artikel 47 van het EU-Handvest van de grondrechten,

–  gezien de gedachtewisselingen die op 22 maart, 31 augustus en 6 november 2017 in zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken hebben plaatsgevonden met de eerste vicevoorzitter van de Commissie, Frans Timmermans,

–  gezien de gedachtewisselingen over de rechtsstaat in Polen die op de vergaderingen van de Raad algemene zaken van 16 mei 2017 en 25 september 2017 hebben plaatsgevonden,

–  gezien het advies van 14 oktober 2016 van de Commissie van Venetië over de wet op het Constitutioneel Hof en de verklaring van 24 januari 2017 van de voorzitter van de Commissie van Venetië, waarin hij uiting geeft aan zien ernstige bezorgdheid over de "verslechterende situatie" in Polen,

–  gezien het feit dat op 18 mei 2017 de uitspraken in de volgende zaken verwijderd werden van de website van het Constitutioneel Hof en uit diens databank op internet: K 47/15 van 9 maart 2016 (waarin verklaard wordt dat de wijzigingen die het Poolse parlement heeft aangebracht in de wet op het Constitutioneel Hof ongrondwettig zijn), K 39/16 van 11 augustus 2016 (waarin de wettigheid van de voornaamste bepalingen van de tweede wet houdende wijziging van de werking van het Constitutioneel Hof wordt aangevochten) en K 44/16 van 7 november 2016 (betreffende de wettigheid van de benoeming van de voorzitter en de vicevoorzitter van het Constitutioneel Hof),

–  gezien het feit dat het Poolse parlement in juni en juli 2017 vier wetten tot hervorming van de rechterlijke macht heeft goedgekeurd, te weten de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale School voor de magistratuur en het Openbaar Ministerie, de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken en diverse andere wetten ("wet inzake de Nationale School voor de magistratuur"), de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie en bepaalde andere wetten ("wet inzake de Nationale Raad voor Justitie"), de wet tot wijziging van de organisatie van de gewone rechtbanken ("wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken"), en de wet inzake het Hooggerechtshof, wat tot ernstige bezorgdheid leidde met betrekking tot schending van de scheiding der machten en het einde van de onafhankelijkheid van de rechtspraak,

–  gezien het schrijven d.d. 18 juli 2017 van de Voorzitter van het Europees Parlement waarin hij uiting geeft aan de bezorgdheid van de grote meerderheid van de fractieleiders in het Parlement over de aangenomen wetten tot hervorming van de rechterlijke macht,

–  gezien het besluit van de Poolse president van 27 juli 2017 om zijn veto uit te spreken over twee controversiële wetten die het Poolse parlement eerder die maand had aangenomen en die een ernstige bedreiging vormden voor de onafhankelijke rechtspraak in Polen,

–  gezien de twee voorstellen van de Poolse president inzake de Nationale Raad voor Justitie en het Hooggerechtshof, waarvan gevreesd wordt dat zij niet stroken met de Poolse grondwet en waarin de problemen in verband met de scheiding der machten of de onafhankelijkheid van de rechtspraak niet aan de order worden gesteld,

–  gezien de uitspraak van het Poolse Constitutioneel Hof van 24 oktober 2017 dat de regels voor de verkiezing van de voorzitters van het Hooggerechtshof en de Algemene vergadering van de rechters van het Hooggerechtshof ongrondwettelijk zijn,

–  gezien de voorlopige beschikking van het Hof van Justitie van de EU van 27 juli 2017 in de zaak C-441/17 waarin stopzetting van de grootschalige houtkap in het oerbos van Bialowieza wordt gelast maar waaraan de Poolse regering geen gevolg heeft gegeven, en de vrees dat voortzetting van de kap het bos ernstig en onherstelbaar zal beschadigen terwijl het Hof aan de zaak werkt,

–  gezien de voorlopige arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 8 juni 2017 waarin beëindiging van onmiddellijke uitzettingen naar Wit-Rusland wordt gelast; gezien de voorstellen die in januari 2017 door de Poolse minister van binnenlandse zaken zijn gedaan tot wijziging van de vreemdelingenwet, die vragen oproepen omtrent de verenigbaarheid met het Europees en het internationaal recht,

–  gezien de wet betreffende publieke bijeenkomsten als gewijzigd in december 2016, die het mogelijk maakt het recht van vergadering op buitensporige wijze te beperken en prioriteit te geven aan zogenaamde "regelmatige/cyclische bijeenkomsten" die gewijd zijn aan patriottische, religieuze en historische evenementen, en die de autoriteiten de mogelijkheid geeft om tegendemonstraties te verbieden,

–  gezien de wet op het Nationaal Instituut voor Vrijheid – Centrum voor de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld van 15 september 2017, waarmee de toegang tot overheidsfinanciering voor maatschappelijke organisaties, ook uit EU-fondsen, onder de controle van de regering wordt gebracht, wat doet vrezen voor een adequate financiering van ngo's, en onder andere van vrouwenrechtenorganisaties,

–  gezien de verslagen van internationale ngo's over de rechtsstaat en de grondrechten in Polen, zoals het verslag van Amnesty International van 19 oktober 2017 getiteld "Poland: On the streets to defend human rights" en het verslag van Human Rights Watch van 24 oktober 2017 getiteld "Eroding Checks and Balances – Rule of Law and Human Rights Under Attack in Poland",

–  gezien de adviezen van de OVSE/ODIHR van 5 mei 2017 over ontwerpwijzigingen in de wet op de Nationale Raad voor Justitie en diverse andere Poolse wetten, van 22 augustus 2017 over het Poolse wetsontwerp inzake het Nationaal Instituut voor vrijheid – Centrum voor de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld, en van 30 augustus 2017 over bepaalde bepalingen uit de ontwerpwet betreffende het Hooggerechtshof van Polen, waarin erop wordt gewezen dat de voorgestelde bepalingen inherent onverenigbaar zijn met internationale normen en OVSE-verbintenissen,

–  gezien de slotopmerkingen over het zevende periodiek verslag over Polen, op 31 oktober 2016 aangenomen door de VN-Commissie voor de rechten van de mens, waarin Polen wordt opgeroepen stappen te ondernemen om de onafhankelijkheid van het Constitutioneel Hof en de rechterlijke macht te beschermen en om het misdrijf "terrorisme" nauwkeuriger te definiëren teneinde het te vrijwaren van misbruik,

–  gezien de interventie van Canada van 9 mei 2017 in de VN-Raad voor de rechten van de mens in de context van de universele periodieke doorlichting van Polen en het schrijven dat de hoge VN-commissaris voor de rechten van de mens op 23 oktober 2017 aan Polen heeft gericht,

–  gezien de preliminaire bevindingen van 27 oktober 2017 van het officiële bezoek aan Polen van de speciaal rapporteur van de VN over de onafhankelijkheid van rechters en advocaten, waarin bezorgdheid wordt geuit over de situatie op het gebied van de onafhankelijke rechtspraak in Polen,

–  gezien Resolutie 2188 (2017) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 11 oktober 2017 getiteld "New threats to the rule of law in Council of Europe member States: selected examples",

–  gezien de herhaalde massale protesten tegen het regeringsbeleid en de wetgeving, waaronder het "Zwarte protest" van oktober 2016, waarmee een wijziging van de huidige abortuswetgeving werd voorkomen, de "Vrijheidsmars" van 6 mei 2017, en de protesten in juli 2017 naar aanleiding van de goedkeuring van de wetten tot hervorming van de rechterlijke macht,

–  gezien de wet van juni 2017 die de toegang tot de morning-afterpil voor vrouwen en meisjes beperkt; gezien het WHO factsheet van juni 2017 waarin de morning-afterpil als veilig wordt beschouwd en de beschikbaarheid ervan wordt aanbevolen als onmisbaar onderdeel van de reproductieve gezondheidszorg; gezien het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 7 januari 2015 tot wijziging van de bij Beschikking C(2009)4049 verleende vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor menselijk gebruik "ellaOne - ulipristalacetaat";

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de EU berust op de waarden van eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren; overwegende dat deze waarden door alle lidstaten gedragen worden in een samenleving waarin pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, gerechtigheid, solidariteit en gelijkheid van mannen en vrouwen prevaleren; overwegende dat de naleving van deze waarden door het Poolse volk werd goedgekeurd bij het in 2003 gehouden referendum;

B.  overwegende dat in artikel 9 van de Poolse grondwet wordt bepaald dat de Republiek Polen het internationaal recht waaraan zij gehouden is, dient te eerbiedigen;

C.  overwegende dat de EU functioneert op grond van de veronderstelling van wederzijds vertrouwen, d.w.z. dat de lidstaten handelen in overeenstemming met de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, als vervat in het EVRM en het Handvest van de grondrechten;

D.  overwegende dat de rechtsstaat een van de gemeenschappelijke waarden is waarop de EU is gegrondvest en dat de Commissie, samen met het Parlement en de Raad, krachtens de Verdragen verantwoordelijk is om ervoor te zorgen dat de rechtsstaat wordt geëerbiedigd als fundamentele waarde van de Unie en dat de EU-wetgeving, -waarden en -beginselen worden geëerbiedigd;

E.  overwegende dat deze beginselen het volgende inhouden: wettigheid, wat een transparant, controleerbaar, democratisch en pluriform wetgevingsproces impliceert, rechtszekerheid, een verbod op willekeur van de uitvoerende macht, onafhankelijke en onpartijdige rechters, effectieve rechterlijke toetsing, met inbegrip van de volledige eerbiediging van de grondrechten, en gelijkheid voor de wet;

F.  overwegende dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht is verankerd in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten en artikel 6 van het EVRM, en een essentiële vereiste is van het democratische beginsel van de scheiding der machten, dat ook in artikel 10 van de Poolse grondwet tot uiting komt;

G.  overwegende dat de vrijheid van vereniging beschermd moet worden; overwegende dat een levendig maatschappelijk middenveld en pluralistische media een vitale rol spelen bij de bevordering van een open en pluralistische samenleving, inspraak in het democratische proces en versterking van de verantwoordingsplicht van regeringen; overwegende dat ngo's naar behoren moeten worden gefinancierd;

H.  overwegende dat de weigering van de Poolse regering om gevolg te geven aan de beschikking van het Hof van Justitie van de EU inzake de houtkap in het oerbos van Bialowieza en aan de voorlopige arresten van het EHRM inzake uitzettingen naar Belarus een duidelijk teken is dat Polen zich niet aan de EU-Verdragen houdt;

I.  overwegende dat tientallen demonstranten zijn gedagvaard op grond van de wet op lichte vergrijpen en in sommige gevallen strafrechtelijk zijn vervolgd; overwegende dat volgens berichten meer dan 300 mensen door de politie zijn opgeroepen in verband met hun deelname aan protesten in oktober 2017;

J.  overwegende dat, volgens het Handvest van de grondrechten, het EVRM en de jurisprudentie van het EHRM, de seksuele en reproductieve gezondheid van vrouwen verband houdt met meerdere mensenrechten, inclusief het recht op leven en waardigheid, de vrijheid om niet te worden blootgesteld aan onmenselijke of vernederende behandeling, het recht op toegang tot gezondheidszorg, en het verbod op discriminatie, zoals dat verwoord is in de Poolse grondwet;

K.  overwegende dat het weigeren van toegang tot dienstverlening op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van veilige en legale abortus, een schending is van de grondrechten van vrouwen; overwegende dat de VN-Mensenrechtencommissie Polen heeft opgeroepen om af te zien van elke wetswijziging die zou neerkomen op een verslechtering van de reeds restrictieve wetgeving inzake de toegang van vrouwen tot veilige en legale abortus; overwegende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich in verschillende zaken tegen Polen heeft uitgesproken wegens de restrictieve interpretatie van dit recht;

1.  benadrukt dat het van fundamenteel belang is dat de gemeenschappelijke waarden die zijn opgenomen in artikel 2 van het VEU en in de Poolse grondwet worden geëerbiedigd en dat de grondrechten als vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden gewaarborgd;

2.  herhaalt het standpunt dat het in zijn resoluties van 13 april 2016 en 14 september 2016 heeft verwoord; uit met name opnieuw zijn bezorgdheid over de snelle wetgevingsontwikkelingen die zich op veel gebieden voltrekken zonder behoorlijk overleg of de mogelijkheid van een onafhankelijke en gewettigde toetsing aan de grondwet, waardoor het gevaar bestaat van systematische ondergraving van de grondrechten, de democratische controlemechanismen en de rechtsstaat; geeft in het bijzonder nogmaals uiting aan zijn bezorgdheid over de veranderingen op het gebied van de openbare media, het strafrecht, de politiewet, de ambtenarenwet, de wet terrorismebestrijding, de ngo-wet, de asielwet, de vrijheid van vergadering en de rechten van vrouwen;

3.  betreurt het ten zeerste en met toenemende bezorgdheid dat er geen compromis is gevonden voor het fundamentele probleem van de goede werking van het Constitutioneel Hof (de onafhankelijkheid en legitimiteit ervan en de publicatie en tenuitvoerlegging van al zijn uitspraken), waardoor de Poolse grondwet en democratie en de rechtsstaat in Polen ernstig aangetast worden; betreurt het ten zeerste dat de Poolse regering weigert rekening te houden met opbouwende kritiek van de Poolse burgers en van nationale, internationale en EU-instellingen en dat er geen maatregelen zijn aangekondigd om hun bezorgdheid weg te nemen;

4.  maakt zich ernstig zorgen over de herziene wetgeving inzake de Poolse rechterlijke macht, met name omdat die kan leiden tot structurele ondergraving van de onafhankelijkheid van de rechtspraak en tot verzwakking van de rechtsstaat in Polen;

5.  wijst erop dat president Duda op 27 juli 2017 zijn veto heeft uitgesproken over twee controversiële, door het Poolse parlement goedgekeurde wetten wegens onverenigbaarheid met de Poolse grondwet, betogend dat ze een serieuze bedreiging vormden voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Polen; roept op tot een uitvoerig debat op nationaal niveau met alle belanghebbenden over de hervorming van de rechterlijke macht, dat ertoe moet leiden dat de rechtsstaat geëerbiedigd wordt en dat het Europees recht en de Europese normen inzake onafhankelijke rechtspraak worden nageleefd; roept de Poolse president op om geen nieuwe wetten te ondertekenen als die de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht niet volledig waarborgen;

6.  schaart zich achter de aanbevelingen van de Commissie inzake de rechtsstaat en steunt de inbreukprocedures die de Commissie tegen Polen heeft ingeleid wegens inbreuken op het EU-recht; onderkent de vastberadenheid waarmee de Commissie, als hoedster van de Verdragen, toeziet op de situatie in Polen en het gevolg dat de Poolse autoriteiten aan haar aanbevelingen geven, terwijl zij Polen volledige steun blijft aanbieden bij het zoeken naar passende oplossingen om de rechtsstaat te versterken;

7.  verzoekt het Poolse parlement en de Poolse regering met klem alle aanbevelingen van de Commissie en de Commissie van Venetië onverkort op te volgen en zich te onthouden van hervormingen die de eerbiediging van de rechtsstaat, en in het bijzonder de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, in gevaar kunnen brengen; verzoekt in dit verband de vaststelling van wetten uit te stellen totdat ze naar behoren geëvalueerd zijn door de Commissie en de Commissie van Venetië;

8.  verzoekt de Poolse regering zich te houden aan de voorlopige beschikking van het Hof van Justitie van de EU van 27 juli 2017 in Zaak C-441/17 en de grootscheepse houtkap in het oerbos van Bialowieza, die tot ernstige en onomkeerbare schade aan dit Unesco-werelderfgoed dreigt te leiden, onmiddellijk op te schorten; verzoekt de Poolse regering een eind te maken aan de onmiddellijke uitzettingen naar Belarus en zo gevolg te geven aan de bindende voorlopige arresten van het EHRM van 8 juni 2017, en ervoor te zorgen dat eenieder die voornemens is asiel aan te vragen of om internationale bescherming te verzoeken aan de Poolse grenzen volledige toegang geniet tot de Poolse asielprocedure, in overeenstemming met internationale verplichtingen en het EU-recht;

9.  verzoekt de Poolse regering het recht van vrijheid van vergadering te eerbiedigen door de bepalingen op grond waarvan door de regering goedgekeurde "cyclische" vergaderingen geprioriteerd worden, uit de huidige wet te schrappen; verzoekt de autoriteiten met klem geen strafrechtelijke sancties op te leggen aan personen die deelnemen aan vreedzame bijeenkomsten of tegendemonstraties en aanklachten tegen vreedzame betogers te laten vallen;

10.  verzoekt de Poolse regering de wet tot oprichting van een Nationaal Instituut voor Vrijheid – Centrum voor de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld in te trekken, omdat die een belemmering vormt voor het verlenen van subsidie aan kritische maatschappelijke organisaties, en ervoor te zorgen dat overheidsgeld op eerlijke, onpartijdige en transparante wijze verdeeld wordt over maatschappelijke organisaties, zodat pluralistische vertegenwoordiging gewaarborgd wordt;

11.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over berichten in de media over politietoezicht op leiders van de oppositie en maatschappelijke organisaties en verzoekt de Poolse autoriteiten met klem deze berichten na te trekken en de privacy van alle burgers volledig te eerbiedigen;

12.  dringt er bij de Poolse regering op aan om een krachtig standpunt in te nemen ten aanzien van de rechten van vrouwen en meisjes door gratis en toegankelijke anticonceptie zonder discriminatie te bieden, en om de morning-afterpil zonder medisch recept beschikbaar te stellen; roept in dit verband op tot intrekking van de wet die de toegang tot de morning-afterpil voor vrouwen en meisjes beperkt;

13.  is sterk gekant tegen elk wetgevingsvoorstel dat abortus verbiedt in geval van ernstige of dodelijke aantasting van de foetus; benadrukt dat universele toegang tot gezondheidzorg, waaronder tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg en tot de daarmee verband houdende rechten, een fundamenteel mensenrecht is; bevestigt nogmaals nadrukkelijk zijn steun aan vrouwenrechtenorganisaties, aangezien zij onlangs het doelwit zijn geweest van gerechtelijke vervolging;

14.  verzoekt de Poolse regering zich te houden aan alle bepalingen inzake de rechtsstaat en de grondrechten die vervat zijn in de Verdragen, het Handvest van de grondrechten, het EVRM en de internationale mensenrechtennormen, en rechtstreeks in overleg te treden met de Commissie;

15.  verzoekt de Commissie het Parlement regelmatig en nauwgezet op transparante wijze te informeren over geboekte vorderingen en ondernomen actie;

16.  is van mening dat er momenteel in Polen een duidelijk risico bestaat van ernstige inbreuk op de waarden als bedoeld in artikel 2 VEU; verzoekt zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken een specifiek verslag op te stellen overeenkomstig artikel 83, lid 1, onder a), van zijn Reglement, met het oog op een stemming in de plenaire vergadering over een met redenen omkleed voorstel waarin de Raad wordt verzocht om overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie op te treden;

17.  herhaalt dat een regelmatig monitoringproces en een regelmatige dialoog waarbij alle lidstaten worden betrokken noodzakelijk zijn om de fundamentele waarden van de EU, zijnde democratie, de grondrechten en de rechtsstaat, te vrijwaren, en stelt dat de Raad, de Commissie en het Parlement hierbij moeten worden betrokken, zoals verwoord in zijn resolutie van 25 oktober 2016 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten(5) (DRG-pact);

18.  verzoekt de Poolse regering passende maatregelen te nemen en de xenofobe en fascistische betoging die op zaterdag 11 november 2017 in Warschau plaatsvond scherp te veroordelen;

19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, aan de president, de regering en het parlement van Polen, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa en de OVSE.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0123.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0344.
(3) Aanbeveling (EU) 2017/146 van de Commissie van 21 december 2016 over de rechtsstaat in Polen ter aanvulling van Aanbeveling (EU) 2016/1374 (PB L 22 van 27.1.2017, blz. 65).
(4) Aanbeveling (EU) 2017/1520 van de Commissie van 26 juli 2017 over de rechtsstaat in Polen ter aanvulling van de Aanbevelingen (EU) 2016/1374 en (EU) 2017/146 (PB L 228 van 2.9.2017, blz. 19).
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0409.

Juridische mededeling