Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2035(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0335/2017

Ingediende teksten :

A8-0335/2017

Debatten :

PV 11/12/2017 - 20
CRE 11/12/2017 - 20

Stemmingen :

PV 12/12/2017 - 5.12

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0485

Aangenomen teksten
PDF 300kWORD 63k
Dinsdag 12 december 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Kazachstan (resolutie)
P8_TA(2017)0485A8-0335/2017

Niet-wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 december 2017 over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Unie, van de versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds (12409/2016 – C8-0469/2016 – 2016/0166(NLE)2017/2035(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (12409/2016),

–  gezien het ontwerp van de versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds (09452/2015),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 31, lid 1, en artikel 37 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en artikel 91, artikel 100, lid 2, en de artikelen 207 en 209 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 218, lid 6, onder a) (C8-0469/2016),

–  gezien de ondertekening van de versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (EPCA) op 21 december 2015 in Astana, in aanwezigheid van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini,

–  gezien de voorlopige toepassing, met ingang van 1 mei 2016, van de delen van de EPCA die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen,

–  gezien de lopende uitvoering, sinds de inwerkingtreding ervan op 1 juli 1999, van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de EU en Kazachstan, die op 23 januari 1995 werd ondertekend,

–  gezien zijn resolutie van 22 november 2012 met de aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden over de onderhandelingen voor een versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Kazachstan(1),

–  gezien zijn eerdere resoluties over Kazachstan, waaronder die van 10 maart 2016(2), 18 april 2013(3), 15 maart 2012(4) en 17 september 2009 over de zaak Yevgeny Zhovtis in Kazachstan(5),

–  gezien zijn resoluties van 15 december 2011 over de staat van de uitvoering van de EU-strategie voor Centraal-Azië(6) en van 13 april 2016 over de tenuitvoerlegging en herziening van de EU-strategie voor Centraal-Azië(7),

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 19 januari 2017 over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst tot voortzetting van het Internationaal Centrum voor wetenschap en technologie(8), gevestigd in Astana, Kazachstan,

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 12 december 2017 over het ontwerp van besluit(9),

–  gezien de conclusies van de Raad van 22 juni 2015 en 19 juni 2017 over de EU-strategie voor Centraal-Azië,

–  gezien het vierde voortgangsverslag van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de diensten van de Commissie van 13 januari 2015 over de tenuitvoerlegging van de in 2007 aangenomen EU-strategie voor Centraal-Azië,

–  gezien de jaarlijkse mensenrechtendialogen tussen de EU en Kazachstan,

–  gezien de diverse vergaderingen tussen de EU en Centraal-Azië,

–  gezien artikel 99, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en het advies van de Commissie internationale handel (A8-0335/2017),

A.  overwegende dat de EPCA moet leiden tot een waarneembare verdieping en versterking van de politieke en economische banden tussen beide partijen, waarbij de bestaande verschillen en de specifieke politieke, economische en sociale omstandigheden van de partijen in overweging moeten worden genomen en moeten worden geëerbiedigd, ten behoeve van de inwoners van Kazachstan en de EU;

B.  overwegende dat de EPCA (artikel 1) het kader voor de naleving van een aantal reeds in de PSO genoemde essentiële elementen, zoals de eerbiediging van de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de beginselen van de markteconomie, zou kunnen versterken, mits de tenuitvoerlegging van alle bepalingen wordt onderworpen aan een strikt en effectief toezichtsmechanisme gebaseerd op duidelijke criteria en termijnen; overwegende dat de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens is toegevoegd als nieuw essentieel element (artikel 11);

C.  overwegende dat Kazachstan het eerste Centraal-Aziatische land is dat een EPCA met de EU heeft ondertekend; overwegende dat de EPCA, zodra ze is geratificeerd door alle lidstaten en het Europees Parlement, de PSO van 1999 zal vervangen, en dat de tekst van de EPCA op 15 juli 2015 openbaar werd gemaakt;

D.  overwegende dat in de EPCA een brede reeks aan nieuwe samenwerkingsterreinen is vastgelegd, hetgeen niet alleen in het politieke en economische belang van de EU is, doch ook ten goede komt aan de ondersteuning van Kazachstan gedurende de volgende moderniseringsfase die het land nastreeft, terwijl tegelijkertijd wordt gezorgd voor samenwerking op het gebied van de aanpak van mondiale uitdagingen, in het bijzonder wat betreft duurzame sociale en economische ontwikkeling voor alle burgers, behoud van culturele diversiteit, milieubeheer en beheersing van de gevolgen van de klimaatverandering, overeenkomstig de vereisten van de Overeenkomst van Parijs, en de waarborging van vrede en regionale samenwerking;

E.  overwegende dat twee derde van de EPCA sinds mei 2016 voorlopig wordt toegepast;

F.  overwegende dat het Europees Parlement bereid is om, binnen het kader van zijn bevoegdheden, actief mee te werken aan de ontwikkeling en uitwerking van de specifieke samenwerkingsterreinen met Kazachstan, inclusief parlementaire samenwerking;

G.  overwegende dat Kazachstan op 1 januari 2016 is toegetreden tot de WTO;

H.  overwegende dat Kazachstan in maart 2012 is toegetreden tot de Europese Commissie voor democratie middels het recht (Commissie van Venetië);

Algemene bepalingen inzake de betrekkingen tussen de EU en Kazachstan en inzake de EPCA

1.  benadrukt dat de versterking van de politieke, economische en culturele betrekkingen tussen de EU en Kazachstan gebaseerd moet zijn op gemeenschappelijke inzet voor universele waarden, in het bijzonder met betrekking tot democratie, de rechtsstaat, goed bestuur en de eerbiediging van mensenrechten, en geleid moet worden door wederzijds belangen;

2.  merkt op dat Kazachstan een consistente strategie van toenadering tot de EU hanteert; wijst op de essentiële bijdrage van het land aan de uitvoering van de EU-strategie voor Centraal-Azië, die in 2019 aan een grondige herziening zal worden onderworpen;

3.  is ingenomen met het feit dat met de EPCA een solide basis wordt gelegd voor een verdieping van de betrekkingen; merkt op dat Kazachstan het eerste Centraal-Aziatische partnerland is waarmee de EU over een EPCA heeft onderhandeld en waarmee de EU een EPCA heeft ondertekend; is van mening dat deze overeenkomst van een nieuwe generatie een goed model is dat in de toekomst ook in andere landen in de regio kan worden toegepast;

4.   is ingenomen met het in de EPCA verwoorde streven naar intensivering van de samenwerking en naar een aanzienlijke versterking van de economische betrekkingen tussen de EU en Kazakstan op diverse gebieden van zorg en gemeenschappelijk belang, zoals democratie en de rechtsstaat, de mensenrechten en fundamentele vrijheden, duurzame ontwikkeling, buitenlands en veiligheidsbeleid, handel, justitie, vrijheid en veiligheid, alsook 29 andere belangrijke sectorale beleidsgebieden, zoals economische en financiële samenwerking, energie, vervoer, milieu en klimaatverandering, werkgelegenheid en sociale zaken, cultuur, onderwijs en onderzoek; spoort beide zijden aan hun afspraken actief na te komen;

5.  verwacht dat de EPCA zal bijdragen tot versterking van de rechtsstaat, democratische participatie door alle burgers, een diverser politiek landschap, een beter functionerende, onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke macht, meer transparantie en verantwoordingsplicht van de regering, verbetering van de arbeidswetgeving in overeenstemming met de IAO-vereisten, meer bedrijfskansen voor kleine en middelgrote ondernemingen en duurzame ontwikkeling van het milieu, het waterbeheer en andere hulpbronnen, zoals efficiënt energiegebruik en de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen;

6.  benadrukt het belang en de blijvende geldigheid van de aanbevelingen van het Parlement van 22 november 2012 voor de onderhandelingen over een EPCA tussen de EU en Kazachstan;

7.  herinnert eraan dat het Parlement heeft benadrukt dat de vorderingen van de onderhandelingen over de EPCA moeten worden gekoppeld aan de vooruitgang die met de politieke hervormingen wordt geboekt en aan de werkelijke vooruitgang met betrekking tot de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat, goed bestuur en democratisering, waarbij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de Commissie van Venetië een bevorderende rol zou kunnen spelen; vindt het zeer zorgwekkend dat de rechten op vrijheid van meningsuiting, vreedzame vergadering en vereniging nog altijd beperkt zijn; dringt er bij het land op aan volledige uitvoering te geven aan de aanbevelingen die de speciale rapporteur van de VN voor de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging heeft gedaan in het slotverslag van zijn bezoek aan Kazachstan in januari 2015;

8.  benadrukt dat verdere stappen moeten worden gebaseerd op de toepassing van een "meer-voor-meer"-beginsel;

9.  is verheugd dat met de EPCA de mogelijkheid is geïntroduceerd om onderhandelingen te voeren over een visumversoepelingsovereenkomst tussen de EU en Kazachstan, parallel met de mogelijke onderhandelingen over een overeenkomst inzake de specifieke verplichtingen met betrekking tot terug- en overname; wijst erop dat het met name van belang is uitwisselingen, in het bijzonder tussen jongeren en op academisch niveau, te intensiveren, en dringt in dit verband aan op een wezenlijke uitbreiding van het Erasmus+-programma voor Kazachstan;

10.  herhaalt zijn oproep aan de Raad, de Commissie en de VV/HV:

   om ervoor te zorgen dat beide zijden de essentiële elementen van de EPCA eerbiedigen, aangezien niet-eerbiediging ervan zou leiden tot geschillenbeslechting (artikel 278) of zelfs schorsing in het geval van ernstige schendingen (artikel 279);
   om benchmarks en termijnen voor de uitvoering van de EPCA te ontwikkelen;
   om, zodra de EPCA volledig in werking treedt, te voorzien in een omvattend controlemechanisme waarbinnen het Parlement en de EDEO samenwerken, met inbegrip van de in zijn resolutie van 22 november 2012 vermelde elementen;

11.  wijst er nogmaals op dat artikel 218, lid 10, VWEU en de relevante arresten van het Hof van Justitie met betrekking tot de onmiddellijke en volledige toegang van het Parlement tot alle onderhandelingsdocumenten en daarmee verband houdende informatie nog steeds maar ten dele worden geëerbiedigd door de VV/HV, de Raad en de Commissie;

12.  verzoekt de parlementaire samenwerkingscommissie (PSC) EU-Kazachstan haar reglement te actualiseren om te zorgen voor democratische controle van de voorlopige toepassing op de gebieden die reeds in werking zijn getreden, haar bevoegdheden aan te wenden om aanbevelingen aan te nemen en de controle van de volledige EPCA voor te bereiden zodra deze ten volle in werking treedt;

Politieke dialoog en samenwerking, democratie, de rechtsstaat, goed bestuur en fundamentele vrijheden

13.   dringt er bij de EU op aan in haar politieke dialoog met Kazachstan consequent prioriteit te geven aan de problemen met betrekking tot de rechtsstaat en de democratie, de fundamentele vrijheden en de mensenrechten;

14.  vraagt Kazachstan om, in het licht van de soms gewelddadige sociale protesten, bij de tenuitvoerlegging van het "Kazachstan 2050"-programma proactieve en concrete stappen te nemen op het gebied van politieke, democratische en sociale hervormingen, onder meer in de vorm van een duidelijke scheiding van bevoegdheden tussen de uitvoerende en de wetgevende macht en de invoering van meer checks-and-balances in het constitutionele bestel, in overeenstemming met de internationale verbintenissen van het land in het kader van diverse instrumenten van de VN, de OVSE en de Raad van Europa; benadrukt opnieuw dat de transitie die Kazachstan nastreeft, naar een nieuw soort groei met een intensief wetenschappelijk element, niet mogelijk lijkt te zijn zonder kwalitatief hoogwaardig onderwijs, toegang voor het merendeel van de bevolking tot essentiële moderne diensten, een inclusief sociaal beleid en een systeem van gereguleerde sociale betrekkingen, met name in de economie; is ingenomen met het honderdstappenprogramma, waarmee getracht wordt in te spelen op de dringende noodzaak om hervormingen door te voeren in het land;

15.  is ingenomen met een aantal recente positieve ontwikkelingen op het gebied van constitutionele en bestuurlijke hervormingen en met de oprichting van een raadgevingsplatform voor het maatschappelijk middenveld; is evenwel ernstig bezorgd over de beperkende gevolgen van het wetboek van strafrecht en het wetboek bestuursrecht, die in 2015 in werking zijn getreden, voor maatschappelijke organisaties en hun activiteiten;

16.  dringt er bij Kazachstan op aan volledig uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de internationale OVSE/ODIHR-waarnemingsmissie bij de verkiezingen van 20 maart 2016, volgens welke het land nog een lange weg te gaan heeft bij het nakomen van zijn OVSE-verbintenissen ten aanzien van democratische verkiezingen; dringt er bij de Kazachse autoriteiten op aan te voorkomen dat de activiteiten van onafhankelijke kandidaten worden ingeperkt; verlangt voorts dat de kiesrechten van burgers worden geëerbiedigd;

17.  is verheugd over de Kazachse samenwerking met de Commissie van Venetië en verzoekt om volledige tenuitvoerlegging van de relevante door haar gedane aanbevelingen, met name op het gebied van democratische hervormingen en hervormingen van het gerechtelijk apparaat;

18.  is ingenomen met de lopende bestuurlijke hervormingen en pleit voor verdere hervormingen om te zorgen voor een daadwerkelijk onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke macht en efficiëntere inspanningen in de strijd tegen corruptie op alle niveaus; dringt niettemin aan op een sterker bestuur en hervormingen, met een daadwerkelijk onafhankelijke rechterlijke macht die vrij is van corruptie en die het recht op een eerlijk proces en verdedigingsrechten waarborgt, en op meer en efficiëntere inspanningen om corruptie, georganiseerde misdaad en drugshandel te bestrijden; dringt aan op de verbetering en modernisering van en investeringen in belangrijke sociale sectoren; wijst erop dat meer aandacht voor de economische en sociale ontwikkeling in de perifere regio's buiten de belangrijkste steden van belang zal zijn voor de stabiliteit van het land op de lange termijn;

19.  wijst op het bestaan van dialoogplatforms van het maatschappelijk middenveld; spreekt nogmaals zijn bezorgdheid uit over de wetgeving inzake ngo's, waardoor hun onafhankelijkheid en capaciteit om activiteiten te ontplooien worden ondermijnd; benadrukt nogmaals hoe belangrijk een actief en onafhankelijk maatschappelijk middenveld is voor de duurzame toekomst van Kazachstan; dringt er bij de Kazachse overheid op aan in alle omstandigheden te waarborgen dat alle mensenrechtenactivisten en ngo's in Kazachstan hun legitieme mensenrechtenactiviteiten kunnen uitvoeren zonder wraakacties te moeten vrezen en vrij van alle beperkingen, en aldus kunnen bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van de samenleving en de versterking van de democratie; is van mening dat de EPCA eveneens meer steun inhoudt voor de ontwikkeling van een daadwerkelijk maatschappelijk middenveld en roept de Kazachse autoriteiten op dienovereenkomstig te handelen; verzoekt de Commissie haar programma's gericht op de versterking en consolidering van het optreden van onafhankelijke ngo's te intensifiëren;

20.  merkt op dat de gerechtelijke vervolging, intimidatie en gevangenneming van onafhankelijke journalisten, maatschappelijke activisten, vakbondsleiders, verdedigers van de mensenrechten, politici die tot de oppositie behoren en andere uitgesproken personen als vergelding voor hun uitoefening van de vrijheid van meningsuiting en andere fundamentele vrijheden, de afgelopen jaren zijn toegenomen, en dringt erop aan deze praktijken een halt toe te roepen; dringt aan op volledig eerherstel en onmiddellijke vrijlating van alle activisten en politieke gevangenen die momenteel vastzitten alsook op de opheffing van de beperkingen van de bewegingsvrijheid van anderen; verlangt dat er een einde komt aan het misbruik van de uitwijzingsprocedures van Interpol en aan de intimidatie van leden van de politieke oppositie in het buitenland;

21.  is ingenomen met de voorwaardelijke vrijlating van de prominente Kazachse activist en leider van oppositiepartij Alga!, Vladimir Kozlov, in augustus 2016;

22.  is bezorgd over de inperking van de vrijheid van de media, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en vereniging en de vrijheid van godsdienst, die onder meer tot uiting komt in restrictieve wetgeving, druk, censuur en strafrechtelijke vervolging van activisten; wijst erop dat vrijheid van meningsuiting voor onafhankelijke media, bloggers en individuele burgers een universele waarde is die moet worden geëerbiedigd; beveelt Kazachstan aan de normen van de Raad van Europa toe te passen in zijn rechtsstelsel; neemt kennis van de inspanningen van Kazachstan om het internationale imago van het land te verbeteren, zoals bleek tijdens de recente opening van de EXPO-2017 in Astana; wijst er niettemin op dat deze inspanningen teniet worden gedaan door de onderdrukking van dissidente geluiden en de druk op het maatschappelijk middenveld die de afgelopen maanden onverminderd zijn voortgegaan;

23.  vreest dat een aantal bepalingen van het onlangs hervormde wetboek van strafrecht en wetboek van strafvordering de vrijheid van meningsuiting inperken; spoort Kazachstan aan deze bepalingen te herzien, met name voor wat de strafbaarstelling van smaad betreft;

24.  benadrukt dat de vrijheid van de media en de vrijheid van meningsuiting van essentieel belang zijn voor de totstandbrenging en consolidatie van democratie, de rechtstaat en mensenrechten; betreurt dat het klimaat voor de onafhankelijke mediakanalen nog vijandiger is geworden; spreekt zijn zorgen uit over de ontwerpmediawetgeving die uitvoeringsvoorschriften bevat op grond waarvan journalisten hun informatie bij overheidsautoriteiten moeten verifiëren; dringt er bij de Kazachse autoriteiten op aan dergelijke wijzigingen uit de ontwerpwetgeving te schrappen en te waarborgen dat journalisten volledig onafhankelijk onderzoek kunnen doen en onafhankelijk kunnen berichten; dringt er voorts bij de Kazachse autoriteiten op aan de toegang tot overheidskritische online- en offlinemedia in het land zelf en in het buitenland, niet te beperken; betreurt het dat smaad eveneens strafbaar blijft in Kazachstan, en onderstreept dat dit een probleem is geworden gezien de vrijheid van meningsuiting in het land; is bezorgd over het grote aantal smaadrechtszaken dat tegen een paar nieuwsmedia en andere websites – die op ongunstige wijze over overheidsbeleid berichten en routinematig worden geblokkeerd – is aangespannen door overheidsfunctionarissen en andere publieke persoonlijkheden die bijzondere bescherming genieten en die, wegens artikelen inzake aantijgingen van corruptie, vermeend wangedrag of andere zaken die hen onwelgevallig zijn, grote sommen geld eisen voor morele genoegdoening;

25.  dringt aan op ombuiging van de negatieve tendensen op het gebied van de vrijheid van de media, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en vereniging en de vrijheid van godsdienst; beveelt Kazachstan aan de normen van de Raad van Europa toe te passen in zijn wetgeving; neemt in dit verband kennis van het feit dat alle Kazachse ngo's sinds 2016 wettelijk verplicht zijn zich bij de autoriteiten te registreren en jaarlijks informatie over hun activiteiten te verstrekken, die wordt opgenomen in een databank van de regering inzake ngo's; onderstreept dat deze stap wellicht kan leiden tot meer transparantie in de sector; vindt het echter zorgwekkend dat de nieuwe bepalingen bovenop de reeds uitgebreide rapportageverplichtingen van de non-gouvernementele sector aan de staat komen, en dat terwijl het transparantiebeleid disproportioneel wordt toegepast op de non-profitsector en de non-gouvernementele sector, en niet van toepassing is op andere wettelijke entiteiten; is bezorgd over het feit dat betrokkenheid bij niet-geregistreerde verenigingen strafbaar is en dat het niet-verstrekken van informatie voor de nieuwe databank of het verstrekken van "incorrecte" informatie kan leiden tot sancties voor organisaties; betreurt dat de activiteiten van geregistreerde publieke verenigingen wegens een schending van de nationale wetgeving, hoe klein ook, door de rechter kunnen worden opgeschort of beëindigd;

26.  stelt bezorgd vast dat de goedkeuring van recente antiterrorismewetten, met inbegrip van een wetsvoorstel tot intrekking van het burgerschap van terreurverdachten, kan leiden tot het verdwijnen van de vreedzame en legitieme politieke oppositie; vraagt de Kazachse autoriteiten met klem om uit te sluiten dat deze wetgeving wordt gebruikt om de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst of overtuiging of de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te beperken of de activiteiten van de oppositie te verbieden;

27.  neemt kennis van het feit dat de VN-Mensenrechtenraad in zijn in de zomer van 2016 aangenomen concluderende opmerkingen over Kazachstan uiting gaf aan zijn bezorgdheid over breed geformuleerde bepalingen in artikel 174 van het Wetboek van Strafrecht, waarin "het aanzetten" tot sociale, nationale of andersoortige verdeeldheid wordt verboden, en over artikel 274, dat "de verspreiding van informatie waarvan het bekend is dat zij vals is" verbiedt, alsook over het gebruik van deze artikelen om de vrijheid van meningsuiting en andere krachtens het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) beschermde rechten op ongeoorloofde wijze te beperken; betreurt dat verschillende maatschappelijke activisten en journalisten in staat van beschuldiging zijn gesteld en gevangen zijn gezet op grond van bovengenoemde artikelen van het Wetboek van Strafrecht; merkt op dat het onder meer Maks Bokayev en Talgat Ayan betreft, die een gevangenisstraf van vijf jaar uitzitten wegens hun rol in de vreedzame landhervormingsprotesten die in de lente van 2016 in Kazachstan plaatsvonden; dringt er bij de regering van Kazachstan op aan hen allemaal vrij te laten en de aanklachten tegen hen te laten vallen;

28.  verzoekt Kazachstan zijn vakbondswet van 2014 en de arbeidswet van 2015 te herzien om deze in overeenstemming te brengen met de IAO-normen; herinnert Kazachstan aan zijn verplichting om volledig te voldoen aan de (in 2017, 2016 en 2015) door het IAO-comité inzake de toepassing van normen aangenomen conclusies;

29.  keurt het af dat de Confederatie van Onafhankelijke Vakbonden van Kazachstan (CITUK) op bevel van de rechter in januari 2017 haar activiteiten moest staken omdat zij haar status niet zou hebben bevestigd, terwijl dit verplicht is op grond van de restrictieve wet van het land inzake vakbonden uit 2014; herinnert de Kazachse autoriteiten aan de noodzaak om te zorgen voor een onafhankelijk en onpartijdig gerechtelijk apparaat en om een daadwerkelijke sociale dialoog mogelijk te maken, onder meer door het bestaan en het functioneren van onafhankelijke vakbonden, zoals de CITUK en daaraan gelieerde organisaties, te stimuleren; verwijst naar de conclusies van het IAO-comité inzake de toepassing van normen over de situatie in Kazachstan in juni 2017; betreurt dat Larisa Kharkova, voorzitter van de CITUK, op 25 juli 2017 door een rechtbank schuldig werd bevonden aan verduistering en fraude in verband met het gebruik van middelen van de vakbond, een aanklacht die naar verluidt op politieke motieven berustte; betreurt dat zij willekeurig werd veroordeeld tot vier jaar door de rechtbank opgelegde beperkingen van haar bewegingsvrijheid, naast een taakstraf van 100 uur en een verbod op het bekleden van leidende functies in openbare verenigingen voor de duur van vijf jaar; dringt er bij Kazachstan op aan de veroordeling jegens haar nietig te verklaren en de aanklachten te laten vallen;

30.  betreurt dat in april en mei 2017 twee andere vakbondsleiders, Nurbek Kushakbayev en Amin Yeleusinov, tot twee jaar en tweeënhalf jaar gevangenisstraf zijn veroordeeld op grond van beschuldigingen die eveneens als politiek gemotiveerd worden beschouwd; wijst erop dat de veroordeling van de drie vakbondsleiders een zware klap is voor de onafhankelijke vakbondsactiviteiten in het land;

31.  wijst op het multi-etnische en multireligieuze karakter van Kazachstan en benadrukt dat minderheden en hun rechten moeten worden beschermd, met name wat betreft het gebruik van talen, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, non-discriminatie en gelijke kansen; is verheugd over de vreedzame co-existentie van verschillende gemeenschappen in Kazachstan;

32.  dringt aan op een wezenlijke herziening van de jaarlijkse mensenrechtendialoog tussen de EU en Kazachstan teneinde deze effectiever en resultaatgerichter te maken; verzoekt de Kazachse autoriteiten volledig deel te nemen aan deze mensenrechtendialogen en alle andere fora teneinde concrete vooruitgang te boeken met betrekking tot de mensenrechtensituatie in het land, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan individuele gevallen; herinnert eraan dat de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij deze dialogen en raadplegingen moet worden gewaarborgd;

33.  wijst op de noodzaak van voortdurende inzet voor de cyclus van het universeel periodiek herzieningsmechanisme van de Mensenrechtenraad van de VN (UNHRC), met name ten aanzien van de daadwerkelijke uitvoeringen van de aanbevelingen ervan;

34.  dringt er bij Kazachstan op aan te voldoen aan de aanbevelingen van het VN-Comité tegen foltering en de aanbevelingen uit 2009 van de speciale VN-rapporteur voor foltering;

35.  betreurt dat Kazachstan tot dusver heeft geweigerd een onafhankelijk internationaal onderzoek in te stellen naar de gebeurtenissen in Zjanaozen van 2011, ondanks de oproepen van de UNHRC;

36.  is verheugd over het verzoek van het land om toetreding tot diverse verdragen van de Raad van Europa;

37.  betreurt dat Kazachstan geen partij is bij noch zijn handtekening heeft gezet onder het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, en roept het land op dit statuut alsnog te ondertekenen en toe te treden;

Internationale betrekkingen, regionale samenwerking en mondiale uitdagingen

38.  is ingenomen met de constructieve houding van Kazachstan als het gaat om samenwerking op het gebied van internationale betrekkingen en is van mening dat het land op zowel regionaal als mondiaal niveau een belangrijke bijdrage levert aan vrede en stabiliteit, bijvoorbeeld door de onderhandelingen over een nucleair akkoord met Iran in goede banen te leiden, evenals de onderhandelingen in Astana om een alomvattende oplossing voor de oorlog in Syrië te vinden, door diplomatieke inspanningen te leveren met betrekking tot het conflict in Oekraïne en door het initiatief te nemen voor de conferentie inzake interactie en vertrouwenwekkende maatregelen in Azië; spoort Kazachstan aan op internationaal vlak een constructieve rol te blijven spelen; is in dit verband ingenomen met zijn oproep tot de geleidelijke uitbanning van gewapende conflicten door middel van nucleaire non-proliferatie en ontwapening en tot de opstelling van een Universele Verklaring voor een atoomwapenvrije wereld; is in het bijzonder verheugd over het besluit van Kazachstan niet mee te doen aan de Russische boycot van landbouwproducten uit de EU, en ziet dit als een concreet en bemoedigend teken van de bereidheid van dit land om zijn dialoog en samenwerking met de EU te intensifiëren;

39.  wijst op het geostrategisch belang van Kazachstan en uit begrip voor het veelzijdige buitenlandse beleid van het land, dat gericht is op de bevordering van vriendschappelijke en voorspelbare betrekkingen, met inbegrip van de ontwikkeling en het in balans brengen, als prioriteit, van goede nabuurschapsbetrekkingen met Rusland, China, de Centraal-Aziatische landen waarmee het een grens deelt en andere partners, waaronder de VS en de EU;

40.  erkent dat Kazachstan een belangrijke speler is op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, niet in de laatste plaats vanwege de grote rol die het land speelt bij wereldwijde nucleaire ontwapening en veiligheid, en vanwege zijn niet-permanente lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad in 2017-2018;

41.  erkent dat Kazachstan zich voor een veiligheidsprobleem gesteld ziet als gevolg van Da'esh en andere door de VN-Veiligheidsraad als zodanig aangeduide terreurorganisaties; merkt op dat een groot aantal Kazachse burgers is gerekruteerd als buitenlandse strijders in het Midden-Oosten; erkent dat het voortdurende conflict in Afghanistan tot verdere destabilisering van Kazachstan zou kunnen leiden, onder meer via religieus extremisme, drugshandel en terrorisme; dringt aan op nauwere samenwerking in de strijd tegen gewelddadig extremisme en terrorisme, en onderstreept dat voorrang moet worden gegeven aan de aanpak van de onderliggende oorzaken van radicalisering; wijst erop dat artikel 13 van de EPCA betrekking heeft op terreurbestrijdingsmaatregelen en een belangrijke rol speelt, met name gezien het huidige internationale klimaat;

42.  wijst erop dat Kazachstan deel uitmaakt van alle belangrijke regionale organisaties; beschouwt de internationale reputatie die Kazachstan zeer recent heeft opgebouwd als voorzitter van internationale organisaties variërend van de OVSE, de Organisatie van Islamitische Samenwerking (OIS), het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), de Shanghai-samenwerkingsorganisatie en de Organisatie van het verdrag voor collectieve veiligheid, als een goed uitgangspunt voor gezamenlijke activiteiten met het oog op de stabilisatie van de veiligheidssituatie in de Centraal-Aziatische regio en de totstandbrenging van multilaterale oplossingen voor mondiale problemen; is in dit verband ingenomen met de duidelijke boodschap van Kazachstan dat zijn lidmaatschap van de Euraziatische Economische Unie (EEU) de versterking van de betrekkingen met de EU niet in de weg zal staan;

43.  beveelt de EU aan haar steun voor de regionale samenwerking in Centraal-Azië voort te zetten, met name wat betreft de rechtsstaat, vertrouwenwekkende maatregelen, water- en hulpbronnenbeheer, grensbeheer, stabiliteit en veiligheid; steunt in dit verband de inspanningen van Kazachstan om goede betrekkingen met de buurlanden te bevorderen en zich te ontwikkelen tot hoeder van de stabiliteit in de regio; dringt aan op een duurzame Centraal-Aziatische regeling inzake waterbeheer en energie- en veiligheidsvraagstukken, waarin alle belangen tot uitdrukking komen;

44.  erkent dat Kazachstan een toonaangevende mogendheid in de Centraal-Aziatische regio is; dringt er bij Kazachstan op aan deze positie aan te wenden als basis om op een positieve manier met de buurlanden in de regio samen te werken en stappen te zetten op het gebied van verdere regionale samenwerking;

Duurzame ontwikkeling, energie en milieu

45.  is verheugd over de derde moderniseringsstrategie van Kazachstan die in januari 2017 is aangekondigd en die ten doel heeft van Kazachstan een van de 30 meest ontwikkelde landen ter wereld te maken;

46.  is ingenomen met het uitgebreide hoofdstuk over samenwerking op het gebied van grondstoffen en energie, dat in grote mate kan bijdragen aan de energiezekerheid van de EU; herinnert eraan dat Kazachstan een belangrijke rol speelt als energieleverancier van de EU; wenst dat de EU op het gebied van energie actiever gaat samenwerken met Kazachstan en andere Centraal-Aziatische landen en haar dialoog met deze landen versterkt, teneinde de energiezekerheid van de EU te verbeteren;

47.  is verheugd dat in de EPCA een hoofdstuk over samenwerking op het gebied van klimaatverandering is opgenomen; verzoekt de EU met de regering van Kazachstan te blijven samenwerken en haar bij te staan bij het afbakenen en ontwikkelen van innoverend en duurzaam ecologisch en milieubeleid; herinnert eraan dat Kazachstan zwaar is getroffen door de gevolgen van twee van de meest vernietigende door de mens veroorzaakte milieurampen ter wereld, namelijk het opdrogen van het Aralmeer en de nucleaire testlocatie van Semey/Semipalatinsk die uit de Sovjettijd dateert; dringt er bij de Commissie op aan de Kazachse autoriteiten meer technische en financiële steun te bieden teneinde het waterbeheer en waterbehoud met betrekking tot het Aralmeer aanzienlijk te verbeteren in het kader van het actieprogramma van het Internationale Fonds voor het behoud van het Aralmeer, en een effectief actieplan op te stellen om het voormalige nucleaire testgebied op te ruimen; is verheugd over de deelname van Kazachstan aan het vrijwillige partnerschapsprogramma "Green Bridge"; is van mening dat dit programma een stabiele langetermijnbasis kan bieden voor groene investeringen, de overdracht van nieuwe technologieën en innovaties en de totstandbrenging van een koolstofvrije samenleving;

48.  benadrukt dat de beginselen van ecologisch duurzame ontwikkeling in Kazachstan met betrekking tot de winning en verwerking van zijn omvangrijke natuurlijke rijkdommen moeten worden toegepast; juicht het in dit verband toe dat het land voldoet aan de normen van het initiatief inzake transparantie van winningsindustrieën (EITI);

Handel en economie

49.  herinnert eraan dat de EU de belangrijkste handels- en investeringspartner van het land is en dat Kazachstan de belangrijkste handelspartner van de EU in Centraal-Azië is; wenst te dien einde dat deze betrekkingen verder worden ondersteund; wijst erop dat 80% van de Kazachse export naar de EU olie en gas betreft; herinnert aan het belang van meer diversificatie van de handel van het land met de EU; benadrukt dat handel en mensenrechten elkaar op een positieve manier kunnen versterken mits de rechtsstaat wordt gewaarborgd; herinnert eraan dat het bedrijfsleven een belangrijke rol heeft te vervullen waar het gaat om het bieden van positieve prikkels om mensenrechten, democratie en maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen; wijst erop dat de mondiale waardeketens bijdragen aan de versterking van de fundamentele internationale arbeids-, milieu-, sociale en mensenrechtennormen, en de vaststelling en handhaving van maatregelen op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, onderwijskansen, onpartijdige instellingen en bestrijding van corruptie;

50.  is verheugd dat Kazachstan op 1 januari 2016 is toegetreden tot de WTO, hetgeen de economische en bestuurlijke modernisering van het land heeft bevorderd; wijst erop dat de economie van Kazachstan grotendeels is gebaseerd op de exploitatie en uitvoer van grondstoffen en koolwaterstoffen; wenst dat het ambitieuze programma inzake de diversificatie van de economie en de hervorming van het land, dat onder andere voorziet in de professionalisering van het openbaar bestuur en de invoering van maatregelen ter bestrijding van de corruptie, en waarin de EU een belangrijke rol zou kunnen vervullen, volledig en daadwerkelijk wordt uitgevoerd; dringt er in het bijzonder bij de Commissie op aan Kazachstan te ondersteunen bij het milieuvriendelijk en duurzaam maken van zijn economie;

51.  wijst op de inzet van Kazachstan om het verkeer van kapitaal in de vorm van directe investeringen volledig te liberaliseren, en betreurt dat het Handel en Bedrijven-deel van de EPCA geen anticorruptiebepalingen bevat; is van mening dat bij het toezicht op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst met name aandacht moet worden besteed aan ondernemingsbestuur en corruptie, teneinde het groeiende risico op witwaspraktijken te voorkomen;

52.  is verheugd dat Kazachstan, zoals tijdens het eerste jaar van de toepassing van de EPCA is gebleken, vastberaden is om zijn verbintenissen in het kader van de EPCA en de WTO na te komen; vraagt Kazachstan zijn verbintenissen in het kader van de EPCA met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten (IER) na te komen op basis van een regionale-uitputtingsregeling;

53.  vraagt Kazachstan zijn invoerrechten volledig af te stemmen op zijn verplichtingen uit hoofde van de WTO en de EPCA, ongeacht zijn deelname aan de Euraziatische Economische Unie (EEU), teneinde dure compensatiebetalingen aan zijn WTO-handelspartners te vermijden;

54.  verzoekt Kazachstan zich bij het geïntegreerd veterinair computersysteem (Traces) aan te sluiten om doeltreffende sanitaire en fytosanitaire controles mogelijk te maken, en de bilaterale sanitaire en fytosanitaire certificaten van de EU en Kazachstan te gebruiken;

55.  neemt kennis van de algemene overgangsperiode van vijf jaar voor overheidsopdrachten en de overgangsperiode van acht jaar voor de bouwsector waarin de EPCA voorziet, en kijkt uit naar een intensievere handel na afloop van deze perioden; wijst erop dat overheidsopdrachten in Kazachstan een belangrijk beleidsinstrument van de overheid vormen;

o
o   o

56.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor Centraal-Azië, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van Kazachstan.

(1) PB C 419 van 16.12.2015, blz. 159.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0083.
(3) PB C 45 van 5.2.2016, blz. 85.
(4) PB C 251 E van 31.8.2013, blz. 93.
(5) PB C 224 E van 19.8.2010, blz. 30.
(6) PB C 168 E van 14.6.2013, blz. 91.
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0121.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0007.
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0484.

Juridische mededeling