Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/3001(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0685/2017

Debatten :

PV 14/12/2017 - 5.1
CRE 14/12/2017 - 5.1

Stemmingen :

PV 14/12/2017 - 8.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0496

Aangenomen teksten
PDF 169kWORD 50k
Donderdag 14 december 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Vrijheid van meningsuiting in Vietnam, met name het geval van Nguyen Van Hoa
P8_TA(2017)0496RC-B8-0685/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 14 december 2017 over de vrijheid van meningsuiting in Vietnam, met name de zaak van Nguyen Van Hoa (2017/3001(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Vietnam,

–  gezien de zevende mensenrechtendialoog tussen de EU en Vietnam op 1 december 2017,

–  gezien de op 27 juni 2012 ondertekende partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Vietnam,

–  gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenactivisten van 2008,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten waarbij Vietnam partij is sinds 1982,

–  gezien de beslissing van de Europese Ombudsman van 26 februari 2016 in zaak 1409/2014/MHZ over het niet uitvoeren door de Europese Commissie van een voorafgaande effectbeoordeling inzake mensenrechten voor de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de EU Vietnam als een belangrijke partner in Azië beschouwt; overwegende dat het in 2015 25 jaar geleden is dat de betrekkingen tussen de EU en Vietnam zijn aangeknoopt; overwegende dat deze betrekkingen zich snel hebben uitgebreid van handel en hulp naar andere beleidsterreinen;

B.  overwegende dat de 22 jaar oude videograaf en blogger Nguyen Van Hoa op 11 januari 2017 door zijn familie als vermist werd gemeld en dat later werd ontdekt dat hij zonder officieel arrestatiebevel door de politie werd vastgehouden;

C.  overwegende dat Nguyen Van Hoa aanvankelijk werd gearresteerd op grond van artikel 258 van het Vietnamese wetboek van strafrecht en werd beschuldigd van "misbruik van democratische vrijheden om inbreuk te maken op de belangen van de staat"; overwegende dat deze beschuldigingen in april 2017 werden opgewaardeerd tot overtredingen van artikel 88; overwegende dat artikel 88 van het wetboek van strafrecht op grote schaal is gebruikt tegen mensenrechtenverdedigers die misstanden in Vietnam aan het licht hebben gebracht;

D.  overwegende dat Nguyen Van Hoa op 27 november 2017 is veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens verspreiding van online-informatie, waaronder video's, over de milieuramp in de provincie Ha Tinh in april 2016, toen Formosa Ha Tinh, een Taiwanese staalonderneming, een illegale lozing van giftig industrieel afval in de oceaan heeft veroorzaakt met verwoestende milieueffecten langs 200 kilometer kustlijn, met sterfte van het mariene leven en ziekte onder de bevolking tot gevolg;

E.  overwegende dat deze ramp heeft geleid tot brede verontwaardiging onder de Vietnamese bevolking, een omvangrijke mobilisatie op sociale netwerken en massale vreedzame demonstraties in alle grote steden van Vietnam; overwegende dat de arrestatie van Nguyen Van Hoa deel uitmaakte van een reeks arrestaties door de Vietnamese autoriteiten in de dagen voor de Vietnamese nieuwjaarsviering;

F.  overwegende dat de Volksrechtbank van de provincie Ha Tinh Nguyen Van Hoa na een proces van tweeënhalf uur schuldig heeft bevonden aan het produceren van propaganda tegen de staat op grond van artikel 88 van het wetboek van strafrecht; overwegende dat Nguyen Van Hoa geen toegang heeft gekregen tot een advocaat om hem tijdens de hoorzitting te vertegenwoordigen;

G.  overwegende dat de veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf van een andere blogger, Nguyen Ngoc Nhu Quynh, voor anti-staatspropaganda omdat zij kritische berichten had gepubliceerd over milieuvervuiling, politiek en sterfgevallen tijdens hechtenis door de politie, door een Vietnamese rechtbank op 30 november 2017 is bekrachtigd;

H.  overwegende dat het VN-Mensenrechtenbureau en de speciale procedures en mechanismen van de VN artikel 88 van het wetboek van strafrecht, samen met diverse andere bepalingen van dat wetboek, herhaaldelijk hebben veroordeeld als zijnde in strijd met de internationale mensenrechtenwetgeving;

I.  overwegende dat de meeste mediakanalen eigendom zijn van en gecontroleerd worden door de staat; overwegende dat de persvrijheid ernstig wordt beperkt; overwegende dat de wereldpersvrijheidindex 2017 van Verslaggevers zonder Grenzen 180 landen omvat en dat Vietnam op plaats 175 staat; overwegende dat als reactie op de brede verontwaardiging onder de Vietnamese bevolking na de ramp in de provincie Ha Tinh, de autoriteiten de toegang tot sociale netwerken tijdelijk hebben geblokkeerd, demonstraties met geweld hebben onderdrukt en demonstranten hebben gearresteerd;

J.  overwegende dat Vietnam in april 2016 een wet inzake de toegang tot informatie en een gewijzigde perswet heeft aangenomen die de vrijheid van meningsuiting beperken en de censuur versterken, alsmede bepalingen die demonstraties buiten de rechtbank tijdens rechtszaken verbieden;

K.  overwegende dat de vrijheid van godsdienst en overtuiging wordt onderdrukt en de katholieke kerk en niet-erkende godsdiensten, zoals de Verenigde Boeddhistische Kerk van Vietnam, verschillende protestante kerken en andere groeperingen, waaronder de etnische minderheidsgroep de Montagnards (Degar), nog steeds het slachtoffer zijn van ernstige vervolgingen op grond van religie;

L.  overwegende dat tijdens de zevende mensenrechtendialoog tussen de EU en Vietnam de vrijheid van meningsuiting, vereniging, vergadering, godsdienst en overtuiging en de toegang tot informatie werden besproken; overwegende dat de EU de verslechtering van de burgerrechten en politieke rechten in Vietnam heeft benadrukt; overwegende dat de EU Vietnam heeft aangemoedigd om permanente uitnodigingen te richten aan de speciale VN-procedures;

1.  hekelt de veroordeling van Nguyen Van Hoa tot zeven jaar gevangenisstraf; onderstreept dat Nguyen Van Hoa zijn recht op vrijheid van meningsuiting heeft uitgeoefend; dringt er bij de Vietnamese autoriteiten op aan Nguyen Van Hoa onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten;

2.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de toename van het aantal opsluitingen, arrestaties en veroordelingen van Vietnamese burgers omdat zij hun mening geuit hebben;

3.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de steeds restrictievere aanpak van de autoriteiten met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting en andere vrijheden; veroordeelt in dit verband het gebruik door de autoriteiten van fysieke en psychologische intimidatie, buitengerechtelijk huisarrest, druk op advocaten, werkgevers, verhuurders en familieleden van activisten en opdringerige controle; uit voorts zijn bezorgdheid over de beperkingen van het vrije verkeer om te voorkomen dat bloggers en activisten deelnemen aan openbare evenementen zoals mensenrechtendiscussies en het bijwonen van processen tegen medeactivisten;

4.  vraagt de Vietnamese autoriteiten alle burgers vrij te laten die worden vastgehouden omdat zij hun vrijheid van meningsuiting op vreedzame wijze hebben uitgeoefend;

5.  verzoekt de Vietnamese autoriteiten alle beperkingen voor en intimidatie van mensenrechtenverdedigers te beëindigen en in alle omstandigheden te garanderen dat zij hun legitieme mensenrechtenactiviteiten kunnen uitvoeren zonder angst voor represailles en zonder enige beperking, met inbegrip van gerechtelijke intimidatie;

6.  geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de verreikende toepassing van de nationale veiligheidsbepalingen in het Vietnamese wetboek van strafrecht;

7.  veroordeelt Vietnam voor het toepassen van de doodstraf voor bepaalde misdrijven tegen de nationale veiligheid, zoals vastgelegd in het gewijzigde wetboek van strafrecht, alsmede voor het blijven uitspreken van veroordelingen tot de doodstraf; herhaalt dat de EU sterk gekant is tegen de doodstraf, in alle gevallen en zonder uitzondering; herhaalt de oproep aan de Vietnamese autoriteiten om een moratorium op de doodstraf in te stellen als eerste stap naar de afschaffing van de doodstraf voor alle wetsovertredingen;

8.  dringt er bij de Vietnamese regering op aan de artikelen van het wetboek van strafrecht te wijzigen, met inbegrip van artikel 88 over propaganda en artikel 79 over activiteiten om de overheid omver te werpen, die door het OHCHR zijn veroordeeld als zijnde in strijd met de internationale mensenrechtenwetgeving, en ervoor te zorgen dat nationale veiligheidsoverwegingen niet worden gebruikt als voorwendsel voor de onderdrukking van de mensenrechten, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst en overtuiging; geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de nieuwe wet inzake verenigingen en de wet inzake geloof en godsdienst, die onverenigbaar zijn met de internationale normen;

9.  dringt er bij Vietnam op aan een permanente uitnodiging te richten aan de speciale procedures van de VN, met name aan de speciale rapporteur voor vrijheid van meningsuiting en de speciale rapporteur voor de situatie van mensenrechtenverdedigers, en hen vrije en onbelemmerde toegang te verlenen tot alle partijen die zij willen raadplegen;

10.  is verheugd over de ratificatie door Vietnam van het VN-Verdrag tegen foltering en dringt er bij Vietnam op aan zich op zinvolle wijze in te zetten en regelmatig gedetailleerde informatie te verstrekken overeenkomstig de bepalingen van het VN-Verdrag; dringt erop aan dat geen enkele verklaring die onder foltering of andere vormen van mishandeling is ingewonnen als bewijs wordt aangevoerd tegen veroordeelden die worden beschuldigd van propaganda of andere politiek gemotiveerde beschuldigingen;

11.  is ingenomen met het versterkte partnerschap en de mensenrechtendialoog tussen de EU en Vietnam en herinnert aan het belang van de mensenrechtendialoog als een belangrijk instrument dat op efficiënte wijze kan worden gebruikt om Vietnam te begeleiden en aan te moedigen bij de tenuitvoerlegging van de noodzakelijke hervormingen;

12.  is ingenomen met het feit dat de EU tijdens de zevende mensenrechtendialoog tussen de EU en Vietnam de kwestie van de vrijheid van meningsuiting en vereniging, alsmede het toenemende aantal opsluitingen, arrestaties en veroordelingen aan de orde heeft gesteld; dringt er bij de Commissie sterk op aan de vooruitgang in het kader van de dialoog te volgen door de invoering van benchmarks en toezichtmechanismen; dringt er bij de Commissie en de VV/HV op aan de kwestie van de vrijheid van meningsuiting in haar regelmatige dialoog met Vietnam aan de orde te blijven stellen, onder meer tijdens de volgende bijeenkomst van de top Azië-Europa (ASEM) in 2018 in Brussel;

13.  roept de Vietnamese autoriteiten op de milieuramp in de provincie Ha Tinh aan te pakken, die heeft geleid tot massale sterfte van vis in de regio en gevolgen heeft gehad voor de levens van duizenden mensen, door middel van wetgevende maatregelen die gericht zijn op herstel en wederopbouw van de lokale economie;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de secretaris-generaal van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN) en de regering en de Nationale Assemblee van Vietnam.

Juridische mededeling