Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2040(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0389/2017

Ingediende teksten :

A8-0389/2017

Debatten :

PV 15/01/2018 - 15
CRE 15/01/2018 - 15

Stemmingen :

PV 16/01/2018 - 5.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0002

Aangenomen teksten
PDF 196kWORD 58k
Dinsdag 16 januari 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Uitvoering van de macroregionale strategieën van de EU
P8_TA(2018)0002A8-0389/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 16 januari 2018 over de uitvoering van de macroregionale strategieën van de EU (2017/2040(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name titel XVIII,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad(1) (hierna "de GB-verordening" genoemd,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking"(2),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1302/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1082/2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS), wat de verduidelijking, vereenvoudiging en verbetering van de oprichting en werking van dergelijke groeperingen betreft(3),

–  gezien de conclusies van de Raad van 25 april 2017 over de uitvoering van de macroregionale strategieën van de EU,

–  gezien het verslag van de Commissie van 16 december 2016 betreffende de uitvoering van de macroregionale strategieën van de EU (COM(2016)0805) en het begeleidende werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0443),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 juni 2009 inzake de strategie van de Europese Unie voor het Oostzeegebied (COM(2009)0248),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 8 december 2010 getiteld "Strategie van de Europese Unie voor de Donau-regio" (COM(2010)0715),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 17 juni 2014 betreffende de strategie van de Europese Unie voor de Adriatische en Ionische regio (COM(2014)0357),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 juli 2015 betreffende een strategie van de Europese Unie voor het Alpengebied (COM(2015)0366),

–  gezien het verslag van de Commissie van 20 mei 2014 betreffende het bestuur van macroregionale strategieën (COM(2014)0284),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 december 2015 getiteld "Investeren in banen en groei – naar een optimale inzet van de Europese structuur- en investeringsfondsen" (COM(2015)0639),

–  gezien zijn resolutie van 17 februari 2011 over de tenuitvoerlegging van de EU-strategie voor het Donaugebied(4),

–  gezien zijn resolutie van 3 juli 2012 over de ontwikkeling van de macroregionale strategieën van de EU: huidige praktijk en vooruitzichten, vooral in het Middellandse Zeegebied(5),

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2012 over de EU-strategie voor het Atlantisch gebied van het cohesiebeleid(6),

–  gezien zijn resolutie van 28 oktober 2015 over een strategie van de EU voor de Adriatische en Ionische regio(7),

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2016 over een EU-strategie voor het Alpengebied(8),

–  gezien de studie van januari 2015 getiteld "New role of macro-regions in European Territorial Cooperation" (De nieuwe rol van macroregio's in de Europese territoriale samenwerking) die gepubliceerd werd door zijn directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling B: Structuur- en Cohesiebeleid,

–  gezien het verslag van INTERact van februari 2017 getiteld "Added value of macro-regional strategies – programme and project perspective" (Toegevoegde waarde van macroregionale strategieën – programma- en projectperspectief),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement alsmede artikel 1, lid 1, onder e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 inzake de procedure voor het verlenen van toestemming voor de opstelling van initiatiefverslagen,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8‑0389/2017),

A.  overwegende dat een macroregio gedefinieerd kan worden als een geografisch gebied dat bestaat uit regio's die zich uitstrekken over een aantal verschillende landen met een of meer gemeenschappelijke kenmerken of uitdagingen(9);

B.  overwegende dat de macroregionale strategieën (MRS) gesitueerd zijn in gebieden die kenmerkend zijn voor de natuurlijke ontwikkeling van de EU op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking; overwegende dat zij van belang zijn, omdat zij publieke en particuliere actoren, het maatschappelijk middenveld en de academische wereld kunnen mobiliseren, en middelen kunnen vrijmaken voor gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen van de EU;

C.  overwegende dat MRS een platform bieden voor diepere en bredere interactie op sectoroverschrijdend, regionaal en grensoverschrijdend niveau tussen de EU-lidstaten en buurlanden om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken, een gezamenlijke planning te maken, de samenwerking tussen en integratie van verschillende partners en beleidssectoren te bevorderen, onder meer op het vlak van de bescherming van het milieu en de biodiversiteit, de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering, afvalverwerking en watervoorziening, maritieme ruimtelijke ordening en systemen voor geïntegreerd kustbeheer; verheugt zich in dit verband over de gedane pogingen om de samenwerking tussen de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI) en het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) te bevorderen;

D.  overwegende dat macroregio's betrokken zijn bij de uitvoering van onderling samenhangende, horizontale politieke activiteiten op lange termijn, aangezien macroregio's verbonden zijn aan het cohesiebeleid via de in hun operationele programma's ingebedde MRS-doelstellingen en zij projecten opzetten door middel van slimme synergieën; overwegende dat macroregio's daardoor doeltreffender bijdragen aan het verwezenlijken van MRS-doelstellingen, het aantrekken van particuliere investeringen, het aantonen van vertrouwen, en het aangaan van dialoog, grensoverschrijdende samenwerking en solidariteit;

E.  overwegende dat MRS gebaseerd zijn op het beginsel van de "drie negatieven" (geen nieuwe fondsen, structuren of wetgeving) binnen het bestaande beleidskader van de EU;

F.  overwegende dat reeds bestaande samenwerkingsmechanismen, op EU-niveau en tussen de lidstaten, de uitvoering van MRS bevorderen, met name in de vroege fasen;

G.  overwegende dat de Commissie om de twee jaar één enkel verslag goedkeurt over de uitvoering van alle vier momenteel bestaande MRS van de EU, waarin zowel de geboekte successen als de verbeterpunten worden besproken, en dat het volgende verslag eind 2018 klaar moet zijn; overwegende dat het Parlement in dit kader van oordeel is dat onderzoek nodig is naar aspecten die betrekking hebben op het milieu, als een van de pijlers van duurzame ontwikkeling;

Macroregionale strategieën als platform voor samenwerking en coördinatie

1.  meent dat het belang van de MRS is beklemtoond door de globalisering, die de onderlinge afhankelijkheid van afzonderlijke landen heeft vergroot en oplossingen voor de betrokken grensoverschrijdende problemen noodzakelijk maakt;

2.  erkent dat elementen als engagement, eigen verantwoordelijkheid, middelen en bestuur, waarvan de kwaliteit van de tenuitvoerlegging afhangt, in verschillende mate blijven zorgen voor moeilijk op te lossen problemen bij het verwezenlijken van de vooraf bepaalde doelstellingen;

3.  benadrukt dat MRS een onschatbare en innovatieve bijdrage blijven leveren aan grens-, sector- en niveauoverschrijdende samenwerking in Europa, waarvan het potentieel nog onvoldoende is verkend, met het oog op de bevordering van de connectiviteit en de consolidatie van de economische banden en de overdracht van kennis tussen regio's en landen; wijst er echter op dat de toegang tot EU-middelen voor MRS-projecten – als gevolg van het overleg over gezamenlijke actie op verschillende niveaus en in meer dan één land/regio – een uitdaging blijft;

4.  is van mening dat de MRS en de daaraan verbonden milieuprogramma's adequate instrumenten zijn om de voordelen van Europese samenwerking voor de burgers zichtbaar te maken, en dringt er daarom bij alle partijen op aan zich volledig voor de strategieën in te zetten en hun rol te spelen bij de uitvoering ervan;

5.  is van mening dat diverse bestuursniveaus met een passende rol voor de betrokken regio's van meet af aan een hoeksteen moeten vormen van alle MRS, en dat ook regionale en plaatselijke gemeenschappen, publieke en private spelers en belanghebbenden uit de derde sector bij dat proces moeten worden betrokken; spoort de betrokken lidstaten en regio's er daarom toe aan adequate beheersstructuren en praktische regelingen op te zetten om de samenwerking te bevorderen, met inbegrip van gezamenlijke planning, het bevorderen van financieringsmogelijkheden en een bottom‑upbenadering;

6.  spoort aan tot betere coördinatie en betere partnerschappen, zowel verticaal als horizontaal, tussen de verschillende publieke en private actoren, universiteiten, ngo's, internationale organisaties die actief zijn op dit gebied, en de diverse beleidsmaatregelen op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau om de uitvoering van de MRS en de grensoverschrijdende samenwerking te vergemakkelijken en verbeteren; verzoekt de Commissie de deelname van deze belanghebbenden aan onder meer de raden van bestuur van de MRS te bevorderen, en de algemene toepassing van de EU-beginselen daarbij te eerbiedigen;

7.  benadrukt het belang van voldoende personele middelen en bestuurlijke capaciteit voor de bevoegde nationale en regionale instanties om te waarborgen dat het politieke engagement wordt vertaald naar een doeltreffende uitvoering van de strategieën; beklemtoont in dit verband de waarde van het steunprogramma voor structurele hervormingen, waarmee op verzoek van een lidstaat bijstand kan worden verleend bij de capaciteitsopbouw en doeltreffende steun kan worden geboden voor de ontwikkeling en financiering van MRS-projecten; verzoekt de Commissie en de lidstaten voorts de verspreiding en toepassing van goede bestuurlijke methoden en ervaringen op het gebied van een succesvolle tenuitvoerlegging van de MRS actief te bevorderen;

8.  onderstreept dat MRS voldoende flexibel moeten zijn om doeltreffend te worden aangepast aan en in te spelen op onvoorziene gebeurtenissen en behoeften die zich in de betrokken regio's, de lidstaten en de EU in het algemeen kunnen voordoen; meent dat bij de uitvoering van de MRS rekening moet worden gehouden met de specifieke regionale en plaatselijke situaties; benadrukt dat de Commissie in dit verband een coördinerende rol moet spelen, ook met het oog op een verfijning van de specifieke doelstellingen van elke strategie;

De EU-strategie voor het Oostzeegebied (EUSBSR)

9.  uit zijn voldoening over de resultaten die sinds de lancering van de strategie in 2009 zijn verwezenlijkt, met name in verband met de samenwerkingsmechanismen, niet alleen tussen (binnen de Raad tijdens de desbetreffende ministeriële bijeenkomsten) maar ook in de betrokken regio's en landen, bijvoorbeeld binnen het parlement of de regering; merkt op dat de EUSBSR een stabiel samenwerkingskader is met meer dan 100 vlaggenschipinitiatieven en nieuwe netwerken;

10.  benadrukt de overblijvende uitdagingen, met name die in verband met het milieu en de connectiviteit; dringt erop aan dat de deelnemende landen hun inspanningen intensiveren om de vervuiling (de kwaliteit van water en lucht en eutrofiëring) van de Oostzee aan te pakken, aangezien het een van de meest vervuilde zeeën ter wereld is; merkt op dat het bereiken van een goede milieutoestand tegen 2020 hier een van de belangrijkste doelstellingen van de beleidsmaatregelen is;

11.  hecht belang aan de mogelijkheid om de Oostzeeregio met energienetwerken te verbinden om de energiearmoede te verminderen en te beëindigen en de energieveiligheid en de voorzieningszekerheid te vergroten;

De EU-strategie voor het Donaugebied (EUSDR)

12.  benadrukt de positieve impact die de strategie heeft gehad op de samenwerking tussen de deelnemende landen en regio's doordat ze de mobiliteit en de verbindingen voor alle vormen van vervoer heeft verbeterd, schone energie, cultuur en duurzaam toerisme heeft bevorderd en vooral ook rechtstreekse contacten tussen mensen heeft verbeterd en grotere cohesie tussen de aan de strategie deelnemende regio's en landen heeft bewerkstelligd;

13.  beschouwt het project "Euro Access", het initiatief "Keep Danube Clean" en de financieringsdialoog voor het Donaugebied als duidelijk positieve voorbeelden van manieren om de financiële obstakels uit de weg te ruimen die vaak voorkomen bij projecten van transnationaal en grensoverschrijdend belang; is van mening dat de verschillen in ontwikkeling tussen de regio's in het Donaugebied via deze dialoog verder kunnen worden verkleind; meent voorts dat het heropenen van een Donau-strategiepunt zou kunnen bijdragen aan een soepeler uitvoering van de strategie;

14.  benadrukt dat het voorkomen van schade door zware overstromingen een van de grote milieu-uitdagingen voor de landen van de macroregio van het Donaugebied blijft; benadrukt dat aanvullende gezamenlijke maatregelen ter voorkoming van grensoverschrijdende vervuiling moeten worden overwogen;

15.  brengt in herinnering dat er behoefte is aan strategische projecten en benadrukt dat het essentieel is ruime politieke steun te behouden en de middelen en de capaciteit van de bevoegde overheidsinstanties te verhogen om de overblijvende uitdagingen aan te pakken; benadrukt daarom dat het politieke momentum voor de EUSDR moet worden gehandhaafd en dat moet worden gewaarborgd dat de EUSDR-stuurgroep goed werk verricht;

16.  verzoekt de deelnemende landen, gezien de natuurlijke verbinding tussen de Donau en de Zwarte Zee, de EUSDR en de grensoverschrijdende samenwerking in het Zwarte Zeegebied beter op elkaar af te stemmen, en nauw samen te werken om gemeenschappelijke sociaaleconomische, milieu- en vervoersuitdagingen het hoofd te bieden;

17.  benadrukt dat een meer geïntegreerde aanpak van mobiliteit en multimodaliteit in het Donaugebied ook aan het milieu ten goede zal komen;

De EU-strategie voor het Adriatische en Ionische gebied (EUSAIR)

18.  benadrukt de specifieke aard van de EUSAIR wegens het aantal landen die aan de strategie kunnen deelnemen of kandidaat zijn om deel te nemen, en is van mening dat deze vorm van samenwerking grote kansen biedt voor de hele regio; is van oordeel dat de EUSAIR een nieuwe impuls kan geven aan het uitbreidings- en integratieproces;

19.  wijst met bezorgdheid op de aanhoudende problemen inzake de gebrekkige binding tussen de beschikbaarheid van middelen, bestuur en eigen verantwoordelijkheid, waardoor de EUSAIR-doelstellingen niet volledig kunnen worden verwezenlijkt; roept de deelnemende landen op de bevoegde instanties te steunen en toe te rusten voor de tenuitvoerlegging van de strategie;

20.  benadrukt dat de regio de afgelopen jaren een vooraanstaande rol heeft gespeeld in de migratiecrisis; is van mening dat de EUSAIR met de noodzakelijke instrumenten en middelen kan helpen dergelijke problemen aan te pakken; is in dit verband ingenomen met de inspanningen van de Commissie om financiële middelen vrij te maken voor migratiegerelateerde activiteiten, waaronder samenwerking met derde landen;

21.  beschouwt de pijler inzake duurzaam toerisme van de Adriatische en Ionische regio als een positief instrument om duurzame economische groei in de regio te scheppen en om het bewustzijn ten aanzien van milieuproblemen en de MRS te verhogen;

22.  verzoekt de betrokken landen prioriteit te verlenen aan capaciteitsopbouw ten behoeve van de belangrijkste uitvoerders van EUSAIR en van programma-autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor EUSAIR-gerelateerde operationele programma's;

De EU-strategie voor de Alpenregio (EUSALP)

23.  is van mening dat de EUSALP aantoont dat het macroregionale concept ook met succes op meer ontwikkelde regio's kan worden toegepast; vraagt de belanghebbenden van deze strategie zich in te zetten voor milieugerelateerde investeringen waarmee het hoofd kan worden geboden aan de gevolgen van klimaatverandering; wijst er voorts op dat het Alpengebied een belangrijk regionaal vervoersknooppunt is en tegelijk een van de grootste unieke natuur- en recreatiegebieden dat beschermd moet worden; benadrukt dat daarom gestreefd moet worden naar duurzame en onderling afgestemde vervoersstrategieën;

24.  uit zijn voldoening over de bestuursstructuur van de strategie die momenteel wordt opgezet, aangezien de eerste stappen in de uitvoering van de strategie moeizaam zijn verlopen en werden beheerst door verschillende structuren, kaders en termijnen; verzoekt de deelnemende landen daarom hun engagement en steun ten aanzien van de leden van de EUSALP-actiegroep te handhaven;

25.  benadrukt dat de EUSALP een goed voorbeeld van een modelstrategie voor territoriale cohesie kan zijn, omdat zij tegelijkertijd verschillende specifieke gebieden, productieve gebieden, berg- en plattelandsgebieden en enkele van de belangrijkste en meest ontwikkelde steden van de EU omvat, en een platform biedt om gezamenlijk hun uitdagingen aan te gaan (klimaatverandering, demografie, biodiversiteit, migratie, globalisatie, duurzaam toerisme, duurzame landbouw, energievoorziening, vervoer en mobiliteit, en de digitale kloof); roept de deelnemende landen en regio's op bij het aanpakken van gemeenschappelijke prioriteiten voldoende aandacht te besteden aan het gebruik van het Interreg-programma voor het Alpengebied en van andere relevante fondsen;

26.  benadrukt dat de Alpenregio door vele grenzen wordt omsloten en dat het wegnemen van deze obstakels een fundamentele voorwaarde is voor een goed functionerende samenwerking, in het bijzonder op het vlak van de arbeidsmarkt en economische activiteiten die verband houden met kmo's; is van mening dat de EUSALP eveneens de mogelijkheid kan bieden om de grensoverschrijdende samenwerking tussen aangrenzende regio's, steden en plaatselijke gemeenschappen te versterken en om banden en netwerken tussen volkeren tot stand te brengen, ook op het vlak van vervoersverbindingen en internetdekking; wijst bovendien op de kwetsbaarheid van het milieu in deze regio;

Macroregionaal Europa na 2020?

27.  wijst erop dat MRS hun vruchten afwerpen als zij zijn geworteld in een politiek langetermijnperspectief en zo worden georganiseerd dat alle openbare – met name regionale en lokale autoriteiten – en particuliere belanghebbenden evenals het maatschappelijk middenveld vanaf het begin doeltreffend zijn vertegenwoordigd, waarvoor een doeltreffende uitwisseling van informatie, optimale werkmethoden, technische kennis en ervaring tussen de macroregio's is vereist; acht het noodzakelijk het meerlagig bestuur van de MRS, dat transparant moet zijn, te versterken met behulp van meer doeltreffende coördinatie- en openbarecommunicatiemechanismen om de MRS bekendheid te geven en ze ingang te doen vinden bij de plaatselijke en regionale gemeenschappen;

28.  is van mening dat strategieën alleen met succes kunnen worden uitgevoerd als zij gebaseerd zijn op een langetermijnvisie en efficiënte coördinatie- en samenwerkingsstructuren met de nodige bestuurlijke capaciteit, alsook op gezamenlijk langdurig politiek engagement tussen de betrokken institutionele niveaus, en ondersteund worden met voldoende financiële middelen; wijst er daarom op dat de doeltreffendheid van de investeringen moet worden verhoogd door rechtstreekse financiering en door te streven naar onderlinge afstemming, synergie en complementariteit tussen regionale en nationale financiering en de bestaande financieringsinstrumenten van de EU, die niet alleen de ETS-programma's verbeteren maar ook grensoverschrijdende projecten in het kader van de EFSI-fondsen en het EFSI promoten;

29.  is van mening dat een vereenvoudiging van de middelen en de procedures achter de MRS de doeltreffendheid ervan zou verhogen;

30.  stelt voor dat de deelnemende landen vanaf het begin duidelijke toezeggingen doen op het gebied van financiering en van de in te zetten personele middelen voor de uitvoering van de MRS; verzoekt de Commissie te helpen voor een betere coördinatie binnen de MRS te zorgen, optimale werkwijzen te promoten en maatregelen uit te werken om de actieve deelname van en coördinatie tussen alle betrokken partijen te stimuleren, ook met het oog op een grotere samenhang tussen het EU-beleid en de tenuitvoerlegging van de MRS; pleit er bovendien voor om bij de MRS gebruik te maken van groene overheidsopdrachten om eco-innovatie, de bio-economie, de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsmodellen en het gebruik van secundaire grondstoffen te stimuleren, zoals in de kringloopeconomie, met het oog op een hoger niveau van milieu- en gezondheidsbescherming en de ontwikkeling van een nauwe band tussen producenten en consumenten;

31.  benadrukt dat een meer resultaatgerichte aanpak vereist is en dat er concrete problemen moeten worden overwonnen, onder meer op het gebied van milieubescherming, om plannen te kunnen ontwikkelen die werkelijk effect hebben op het betrokken gebied om de investering van de middelen te rechtvaardigen die op hun beurt in verhouding moeten staan tot de vastgelegde doelstellingen en moeten stroken met de werkelijke behoeften van de betrokken gebieden;

32.  dringt erop aan dat op de vragen over de MRS, bijvoorbeeld die over de eigen verantwoordelijkheid en de nodige politieke stimulansen, moet worden ingegaan op een vooraf door de betrokken regio's overeengekomen wijze;

33.  is van mening dat de activiteiten van de macroregio's zichtbaarder moeten worden en dat het publiek meer bewust moet worden gemaakt van de activiteiten in de betrokken regio's en van de behaalde resultaten, door middel van informatiecampagnes en uitwisseling van optimale werkwijzen, onder meer via online platforms en sociale netwerken, zodat het publiek er gemakkelijk toegang toe heeft;

34.  beklemtoont dat de aanstaande herziening van het meerjarig financieel kader (MFK) de gelegenheid biedt om ook de doelstellingen van de MRS te herzien, teneinde de band tussen die strategieën te versterken en de prioriteiten van de EU en de desbetreffende financiële verbintenissen te consolideren;

35.  verzoekt de Commissie om in het kader van de volgende herziening van de cohesiebeleidverordeningen voorstellen in te dienen die een betere tenuitvoerlegging van de MRS in de hand kunnen werken;

36.  verzoekt de Commissie in het kader van het volgende verslag over de uitvoering van de MRS, dat in 2018 klaar moet zijn, een grondiger analyse uit te voeren van met name onder meer:

   (a) de doeltreffendheid van transnationale ETS-programma's bij het verstrekken van financiering en het bieden van een strategische stimulans voor de MRS;
   (b) indicatoren die in elke MRS kunnen worden geïntegreerd om een meer resultaatgerichte aanpak en betere monitoring en evaluatie mogelijk te maken;
   (c) maatregelen om de band met de EU-prioriteiten te versterken;
   (d) een vereenvoudiging van de uitvoering en integratie van financieringsregelingen;
   (e) de kwaliteit van de betrokkenheid van regionale en lokale instanties bij de tenuitvoerlegging van de MRS;

37.  beklemtoont dat de oproep om nieuwe strategieën te ontwikkelen, bijvoorbeeld voor de Karpaten, het Atlantisch of Middellandse Zeegebied of de Iberische regio, de aandacht niet mag afleiden van de voornaamste doelstelling, namelijk een verbeterde, diepere tenuitvoerlegging van de bestaande MRS;

38.  ondersteunt het beginsel van de "drie negatieven" voor de MRS (geen nieuwe EU-wetgeving, EU-fondsen, of EU-structuren); stelt echter voor dat de Commissie de weerslag van deze negatieven op programma's in het kader van de ESI-fondsen in haar volgende uitvoeringsverslag over de MRS evalueert;

39.  onderstreept de noodzaak van een territoriale benadering per geval wat samenwerkingsactiviteiten betreft, aangezien MRS geschikt zijn om territoriale problemen aan te pakken die samen op doeltreffender wijze kunnen worden opgelost; benadrukt het belang van synergie en convergentie tussen de verschillende elementen van territoriale samenwerking in ETS-programma's en de macroregio's om de effecten van de transnationale programma's te versterken, middelen te bundelen, de financiering van de MRS te vereenvoudigen, en de resultaten van de uitvoering en de efficiëntie van de geïnvesteerde middelen te verbeteren;

40.  wijst andermaal op het engagement van de EU ten aanzien van de verwezenlijking van de SDG; onderstreept hoe belangrijk het is dat de MRS-doelstellingen worden afgestemd op de vlaggenschipinitiatieven van de EU, zoals de energie-unie, de Klimaatovereenkomst van Parijs en blauwe groei in mariene macroregio's; vestigt de aandacht op het beheer van milieurisico's, zoals het behoud van de natuur, biodiversiteit en visbestanden en de strijd tegen zwerfvuil op zee, alsook op de ontwikkeling van duurzaam en groen toerisme; pleit voor samenwerking op het gebied van hernieuwbare energie; is in dit verband voorstander van het toepassen van strategieën voor slimme specialisatie (S3), het versterken van kmo's en het scheppen van hoogwaardige werkgelegenheid;

41.  benadrukt dat het Parlement de macroregio's vanaf het prille begin heeft gesteund via proefprojecten en voorbereidende acties; wijst voorts op de door de Oostzeeregio opgedane ervaring waaruit blijkt dat macroregionale samenwerking gebaseerd moet blijven op een langetermijnvisie;

42.  verzoekt de Commissie het Parlement uit te nodigen om als waarnemer deel te nemen aan de werkzaamheden van de groep op hoog niveau voor macroregionale strategieën;

o
o   o

43.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Europees Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de regeringen en nationale en regionale parlementen van de lidstaten en de derde landen die aan de MRS deelnemen.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259.
(3) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 303.
(4) PB C 188 E van 28.6.2012, blz. 30.
(5) PB C 349 E van 29.11.2013, blz. 1.
(6) PB C 353 E van 3.12.2013, blz. 122.
(7) PB C 355 van 20.10.2017, blz. 23.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0336.
(9)6 Schmitt et al. (2009), EU macro-regions and macro-regional strategies – A scoping study (Macroregio's en macroregionale strategieën van de EU – Een verkennende studie), NORDREGIO, elektronisch werkdocument 2009:4.

Laatst bijgewerkt op: 27 september 2018Juridische mededeling