Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2562(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0100/2018

Debatten :

PV 08/02/2018 - 8.3
CRE 08/02/2018 - 8.3

Stemmingen :

PV 08/02/2018 - 12.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0036

Aangenomen teksten
PDF 175kWORD 51k
Donderdag 8 februari 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kinderslavernij in Haïti
P8_TA(2018)0036RC-B8-0100/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 8 februari 2018 over kinderslavernij in Haïti (2018/2562(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Haïti,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de commissaris voor Ontwikkeling van 12 juni 2017 ter gelegenheid van de Werelddag tegen kinderarbeid,

–  gezien het jaarverslag van de VN-Mensenrechtenraad, waarin de vorderingen en uitdagingen op het gebied van de mensenrechten in Haïti in 2017 worden belicht,

–  gezien de in het kader van de ACS-EU-migratieactie verrichte studie van 20 juli 2017 over mensenhandel in Haïti,

–  gezien het uitvoeringsverslag van Haïti dat op 15 januari 2016 door het VN-Comité voor de rechten van het kind is besproken,

–  gezien de universele periodieke doorlichting van Haïti die van 31 oktober tot en met 11 november 2016 is verricht door de UNHCR,

–  gezien het Facultatief Protocol van de VN bij het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten,

–  gezien het Internationaal Verdrag van de VN inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijningen,

–  gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind,

–  gelet op het Aanvullend Verdrag van de VN inzake de afschaffing van de slavernij, de slavenhandel en met slavernij gelijk te stellen instellingen en praktijken van 7 september 1956, en met name artikel 1, onder d),

–  gelet op Verdrag 182 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende de ergste vormen van kinderarbeid en Verdrag 138 van de IAO betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces,

–  gezien de 34e zitting van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van december 2017 in Port-au-Prince (Haïti),

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Haïti een van de armste landen ter wereld is en dat ernstige corruptie, slechte infrastructuur, gebrek aan gezondheidszorg, lage opleidingsniveaus en historische politieke instabiliteit de voornaamste oorzaken zijn van zijn verlammende armoede;

B.  overwegende dat het gebruik van kinderen als huishoudelijk personeel, in het creools vaak "restavek" genoemd, in heel Haïti systematisch voorkomt en voornamelijk te wijten is aan barre economische omstandigheden en culturele attitudes ten aanzien van kinderen;

C.  overwegende dat "restavek" een vorm van binnenlandse mensenhandel en moderne slavernij is, waarvan ongeveer 400 000 kinderen in Haïti het slachtoffer zijn, waarvan 60 % meisjes; overwegende dat veel Haïtiaanse kinderen geen geboorteakte hebben en het risico lopen het slachtoffer te worden van mensenhandel en misbruik; overwegende dat de blootstelling van kinderen aan geweld en misbruik, waaronder lijfstraffen en gendergerelateerd geweld, volgens Unicef een groot probleem is; overwegende dat een op de vier vrouwen en een op de vijf mannen vóór hun 18e het slachtoffer zijn van seksueel misbruik; overwegende dat 85 % van de kinderen tussen 2 en 14 jaar thuis met geweld wordt getuchtigd, 79 % het slachtoffer is van lijfstraffen en 16 % het slachtoffer is van extreme lijfstraffen; overwegende dat naar schatting 30 000 kinderen in ongeveer 750 meestal door particulieren gerunde en gefinancierde weeshuizen wonen;

D.  overwegende dat restavek-kinderen meestal worden geboren in arme gezinnen op het platteland die weinig of geen bestaansmiddelen hebben en een kind aan een ander gezin verkopen in ruil voor voedsel of geld;

E.  overwegende dat de regering van Haïti enige inspanningen heeft gedaan om de uitbuiting van restavek-kinderen tegen te gaan, zoals de vaststelling van een alomvattende wet ter bestrijding van mensenhandel, maatregelen om kinderen in huishoudelijke slavernij te identificeren en te helpen, en bewustmaking; overwegende dat het de plicht van de staat is ouders te steunen zodat zij hun verantwoordelijkheden kunnen vervullen;

F.  overwegende dat veel Haïtiaanse kinderen onvoldoende onderwijs en scholing krijgen; overwegende dat volgens Unicef 18 % van de kinderen tussen 6 en 11 jaar in Haïti niet naar de basisschool gaat; overwegende dat ongeveer de helft van alle Haïtianen van 15 jaar en ouder analfabeet is omdat 85 % van de scholen door particuliere organisaties wordt bestuurd en onbetaalbaar is voor gezinnen met een laag inkomen; overwegende dat orkaan Matthew zware gevolgen heeft gehad voor de toegang tot onderwijs en in de zwaarst getroffen gebieden 1 633 van de 1 991 scholen heeft beschadigd;

G.  overwegende dat ruim 175 000 mensen, onder wie tienduizenden kinderen, die in oktober 2016 door orkaan Matthew ontheemd zijn geraakt, nog steeds in uiterst precaire en onveilige omstandigheden leven; overwegende dat bij de aardbeving van 2010 meer dan 220 000 mensen zijn omgekomen en ongeveer 800 000 kinderen ontheemd zijn geraakt, waardoor veel van hen tot slavernij zijn gedwongen;

H.  overwegende dat Haïti een land van herkomst, transitland en land van bestemming is voor gedwongen arbeid en kinderhandel; overwegende dat het restavek-fenomeen ook een internationale dimensie heeft, aangezien veel Haïtiaanse kinderen naar de naburige Dominicaanse Republiek worden gesmokkeld;

I.  overwegende dat Haïti door de recente verkiezings- en politieke impasse na de presidentsverkiezingen van 2016 de grootste moeite had om belangrijke wetten en een nationale begroting aan te nemen om de dringende sociale en economische uitdagingen het hoofd te bieden;

J.  overwegende dat de straffeloosheid in Haïti wordt veroorzaakt door een gebrek aan verantwoordingsplicht van overheidsfunctionarissen, en met name het uitblijven van systematische onderzoeken naar het gebruik van geweld en wijdverbreide wederrechtelijke of willekeurige arrestaties door de politie; overwegende dat Haïti op plaats 159 van de 176 landen op de corruptie-index van Transparency International staat;

K.  overwegende dat Haïti op de menselijke ontwikkelingsindex van de UNDP op de 163e plaats staat en voortdurend behoefte heeft aan humanitaire hulp en ontwikkelingshulp;

L.  overwegende dat het Haïtiaanse parlement in september 2017 zijn goedkeuring heeft gehecht aan een nationale begroting voor het jaar 2018 met een onevenredige belastingverhoging voor de toch al verarmde bevolking, wat heeft geleid tot gewelddadige demonstraties en rellen in de hoofdstad Port-au-Prince; overwegende dat de minister van Economische Zaken en Financiën, Patrick Salomon, een begroting heeft ingediend waarin bijvoorbeeld prioriteit wordt gegeven aan het schoonmaken van overheidsinstellingen boven volksgezondheidsprogramma's;

M.  overwegende dat de EU in het kader van het elfde Europees Ontwikkelingsfonds 420 miljoen EUR aan Haïti heeft toegewezen, met bijzondere nadruk op voeding voor kinderen en onderwijs om kinderen in hun ontwikkeling te steunen;

N.  overwegende dat de EU in 2017 een oproep tot het indienen van voorstellen onder de Franse titel "La promotion des droits des enfants et la protection des enfants victimes d'exploitation, de discrimination, de violence et d'abandon" heeft gedaan, die voornamelijk tot doel had kinderen in gevangenschap naar hun biologische familie terug te brengen of in pleeggezinnen te plaatsen;

1.  betreurt dat grote aantallen kinderen in Haïti in de context van het restavek-fenomeen onder dwang bij hun familie worden weggehaald en gedwongen arbeid moeten verrichten; vraagt dat er een eind wordt gemaakt aan deze praktijk;

2.  is zeer bezorgd over de aanhoudende schendingen van de mensenrechten in Haïti, waaronder gendergerelateerd geweld, illegale detentie en restavek-kinderslavernij; vraagt de Haïtiaanse regering prioriteit te geven aan wetgevingsmaatregelen – met name een hervorming van het wetboek van strafrecht – om deze kwesties aan te pakken, en belangrijke instellingen in het land die door de recente politieke impasse zijn vastgelopen, een doorstart te laten maken om dringende hervormingen door te voeren;

3.  vraagt de regering van Haïti dringend maatregelen te nemen om de zwakke punten die tot huishoudelijke kinderslavernij leiden, aan te pakken, onder meer door kinderen te beschermen die het slachtoffer zijn van verwaarlozing, misbruik, geweld en kinderarbeid;

4.  vraagt de EU en haar lidstaten Haïti verder te helpen bij de uitvoering van maatregelen om kinderen te beschermen, zoals programma's en partnerschappen ter bestrijding van geweld, misbruik en uitbuiting van kinderen; vraagt de regering van Haïti het beëindigen van de restavek-praktijken tot prioriteit te maken en daartoe in de nodige procedures en voldoende middelen te voorzien, onder meer door sociale diensten op te leiden zodat ze restavek-kinderen kunnen helpen weghalen bij families waar ze misbruikt worden, en hun rehabilitatieprogramma's kunnen aanbieden om in hun fysieke en psychologische behoeften te voorzien;

5.  vraagt de Haïtiaanse regering een administratief systeem op te zetten dat ervoor zorgt dat alle nieuwgeboren kinderen bij de geboorte worden geregistreerd, en maatregelen te nemen om mensen die niet bij de geboorte zijn geregistreerd, te registreren met vermelding van hun verblijfplaats;

6.  moedigt de Haïtiaanse autoriteiten en donoren aan om aanzienlijke middelen die momenteel aan dure, maar kwalitatief slechte weeshuizen worden besteed, over te hevelen naar gemeenschapsgerichte diensten die gezinnen en gemeenschappen beter in staat stellen adequaat voor hun eigen kinderen te zorgen;

7.  vraagt de regering van Haïti en de resterende EU-lidstaten, indien van toepassing, de volgende verdragen, die essentieel zijn voor de bestrijding van kinderhandel en kinderslavernij, zonder voorbehoud te ratificeren:

   Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en opt‑in voor de onderzoeksprocedures en procedures tussen staten,
   Internationaal Verdrag ter bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning,
   Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,
   Statuut van Rome;

8.  vraagt dat de EU bij haar ontwikkelingshulp bijzondere aandacht besteedt aan bijstand bij de dringende hervorming van het gerechtelijk apparaat en het opleiden van openbare aanklagers en rechters om gevallen van verkrachting en seksueel geweld te behandelen, waarbij politie en justitie moeten leren onpartijdig om te gaan met vrouwen en meisjes die gendergerelateerd geweld melden;

9.  neemt er nota van dat het Haïtiaanse parlement in september 2017 een jaarlijkse begroting heeft aangenomen; wijst op de vooruitgang die onlangs is geboekt wat het recht op onderwijs betreft, met name dankzij het programma voor gratis en verplicht onderwijs voor iedereen, waarvoor zowel een systeem van effectieve monitoring en handhaving als een aanhoudende financiële inspanning uit de nationale begroting van Haïti en de ontwikkelingshulp van de EU nodig is; vraagt dat er in het kader van het volgende Europees Ontwikkelingsfonds en het nationale indicatieve programma voor Haïti meer aandacht wordt besteed aan het welzijn en de rehabilitatie van restavek-kinderen, ook de meest kansarme, die met een handicap, die met leermoeilijkheden en die in plattelandsgebieden, onder andere door middel van een regelmatig gezamenlijk voortgangsverslag over de maatregelen die zijn genomen en de doeltreffendheid daarvan bij de bestrijding van het restavek-fenomeen;

10.  verwacht dat de EU en haar lidstaten, die na orkaan Matthew hulp hebben toegezegd aan Haïti, hun beloften nakomen en het land helpen de uitdagingen op lange termijn het hoofd te bieden;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de ACS-EU-Raad van ministers, de instellingen van het Cariforum, de regering en het parlement van Haïti en de Dominicaanse Republiek en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

Laatst bijgewerkt op: 28 september 2018Juridische mededeling