Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2559(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0078/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/02/2018 - 12.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0041

Aangenomen teksten
PDF 176kWORD 52k
Donderdag 8 februari 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Situatie in Venezuela
P8_TA(2018)0041RC-B8-0078/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 8 februari 2018 over de situatie in Venezuela (2018/2559(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Venezuela partij is,

–  gezien de grondwet van Venezuela,

–  gezien zijn talrijke resoluties over de situatie in Venezuela, met name die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela(1), van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela(2), van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela(3), van 8 juni 2016 over de situatie in Venezuela(4), van 27 april 2017 over de situatie in Venezuela(5) en van 13 september 2017 over de politieke betrekkingen van de EU met Latijns-Amerika(6),

–  gezien de verklaring van 12 juli 2017 van de voorzitters van de Commissie buitenlandse zaken, de Mercosur-delegatie en de Parlementaire Vergadering van EuroLat, over de huidige situatie in Venezuela,

–  gezien het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest, goedgekeurd op 11 september 2001,

–  gezien de verklaring van 31 maart 2017 van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al Hussein, over het besluit van het Venezolaanse Hooggerechtshof om de wetgevende bevoegdheden van de Nationale Vergadering over te nemen,

–  gezien de verklaring van de VN-Mensenrechtenraad (UNHCR) ter veroordeling van de arrestatie van Enrique Aristeguieta op 2 februari 2018,

–  gezien de waarschuwingen in de verslagen van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) van 30 mei 2016 en 14 maart 2017 over Venezuela en de oproepen van de secretaris-generaal van de OAS om, overeenkomstig artikel 20 van het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest, de Permanente Raad in een dringende vergadering bijeen te roepen om de politieke crisis in Venezuela te bespreken,

–  gezien de brief van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 27 maart 2017 over de steeds diepere politieke, economische en humanitaire crisis waarin Venezuela zich bevindt,

–  gezien de verklaring van de OAS die op 13 maart 2017 door 14 van haar lidstaten is ondertekend en waarin Venezuela met klem wordt opgeroepen om onmiddellijk verkiezingen uit te schrijven, politieke gevangenen vrij te laten, de in de grondwet vastgelegde scheiding der machten te erkennen en nog een aantal andere maatregelen te nemen,

–  gezien de resolutie van de Permanente Raad van de OAS van 3 april 2017 over de recente gebeurtenissen in Venezuela,

–  gezien de verklaring van de Groep van Lima van 23 januari 2018 over het besluit van de Nationale Grondwetgevende Vergadering om presidentsverkiezingen te houden,

–  gezien de conclusies van de Raad van 13 november 2017 en 22 januari 2018 over Venezuela, waarmee een wapenembargo en sancties worden opgelegd,

–  gezien de verklaring van de VV/HV namens de EU over het zich aansluiten van bepaalde derde landen bij de beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Venezuela van 7 december 2017,

–  gezien de verklaring van 26 januari 2018 van de VV/HV namens de EU over de jongste ontwikkelingen in Venezuela, waarin zij het besluit van de Venezolaanse autoriteiten om de Spaanse ambassadeur in Caracas uit te zetten, veroordeelt,

–  gezien zijn besluit om de Sacharovprijs 2017 toe te kennen aan de democratische oppositie in Venezuela,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de onwettige Nationale Grondwetgevende Vergadering, die noch op internationaal niveau, noch door de Europese Unie is erkend, heeft besloten vóór eind april 2018 presidentsverkiezingen te houden; overwegende dat volgens de Venezolaanse grondwet de Nationale Kiesraad bevoegd is voor het uitschrijven van verkiezingen; overwegende dat artikel 298 van de Venezolaanse grondwet, waarin duidelijk het volgende staat: "De wet waarbij verkiezingsprocessen geregeld worden mag op geen enkele wijze worden gewijzigd in de periode tussen de dag van de verkiezingen en de zes maanden die daaraan onmiddellijk voorafgaan.", zeer recentelijk verscheidene malen is geschonden;

B.  overwegende dat dit besluit is genomen buiten de sinds december 2017 lopende nationale dialoog om en zonder rekening te houden met eventuele vorderingen tijdens de bijeenkomst in Santo Domingo tussen de Venezolaanse regering en de oppositie; overwegende dat de datum en het proces ter voorbereiding van de verkiezingen twee van de voornaamste thema's waren bij de besprekingen in Santo Domingo; overwegende dat deze aankondiging van verkiezingen in strijd is met zowel de democratische beginselen als de goede trouw die ten grondslag dient te liggen aan de dialoog tussen de regering en de oppositie;

C.  overwegende dat het Hooggerechtshof op 25 januari 2018 heeft besloten de MUD (Mesa de la Unidad Democrática) van de presidentsverkiezingen uit te sluiten; overwegende dat de Nationale Kiesraad de partij Primero Justicia op 4 februari 2018 van het verkiezingsproces heeft uitgesloten; overwegende dat leiders zoals Leopoldo López en Henrique Capriles zich niet kandidaat mogen stellen; overwegende dat deze besluiten een ernstige inbreuk op het beginsel van rechtvaardige verkiezingen vormen, waardoor kandidaten van de oppositie niet vrij en onder gelijke voorwaarden aan de verkiezingen mogen deelnemen;

D.  overwegende dat de MUD in 2017 de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken van het Europees Parlement heeft gewonnen;

E.  overwegende dat deze op ongrondwettelijke wijze uitgeschreven vervroegde verkiezingen ertoe hebben geleid dat Mexico en Chili zich hebben teruggetrokken uit de nationale politieke onderhandelingen tussen de Venezolaanse regering en een deel van de oppositie;

F.  overwegende dat de Raad van de Europese Unie op 13 november 2017 heeft besloten een wapenembargo aan Venezuela op te leggen, alsook een embargo op aanverwant materiaal dat voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt;

G.  overwegende dat de Raad van de Europese Unie op 22 januari 2018 heeft besloten zeven Venezolaanse overheidsambtenaren sancties in de vorm van beperkende maatregelen op te leggen, zoals een reisverbod en een bevriezing van tegoeden, wegens het niet eerbiedigen van de democratische beginselen, de rechtsstaat en de democratie;

H.  overwegende dat Venezuela als vergelding voor de vaststelling van de EU-sancties de Spaanse ambassadeur in Caracas heeft uitgezet en tot persona non grata heeft verklaard en Spanje heeft beschuldigd van inmenging in de interne aangelegenheden van het land; overwegende dat de EU dit besluit krachtig heeft veroordeeld en zich volledig solidair met Spanje heeft verklaard, ervan uitgaand dat besluiten van de EU op het gebied van buitenlands beleid, waaronder het opleggen van sancties, met eenparigheid van stemmen worden genomen;

I.  overwegende dat de situatie op het gebied van mensenrechten, democratie en de rechtsstaat in Venezuela blijft verslechteren; overwegende dat Venezuela met een ongeziene politieke, economische, maatschappelijke en humanitaire crisis wordt geconfronteerd, waarbij al veel doden zijn gevallen; overwegende dat het houden van vrije en eerlijke verkiezingen, met alle bijbehorende waarborgen en voldoende tijd voor de voorbereiding ervan, van fundamenteel belang is om een begin te kunnen maken met het oplossen van de vele problemen waar Venezuela voor staat; overwegende dat bijna twee miljoen Venezolanen het land zijn ontvlucht; overwegende dat het verlenen van bijstand en diensten aan nieuw aangekomenen een steeds grotere belasting vormt voor de gastlanden;

J.  overwegende dat de opstandige politieofficier Óscar Pérez en zes anderen buitengerechtelijk zijn geëxecuteerd hoewel ze zich al hadden overgegeven;

K.  overwegende dat de inlichtingendiensten Enrique Aristeguieta Gramcko in de nacht van 2 februari 2018 uit zijn huis hebben ontvoerd, zonder mededelingen te doen over zijn verblijfplaats, en hem de volgende dag weer hebben vrijgelaten;

L.  overwegende dat steeds meer mensen in Venezuela, ook kinderen, aan ondervoeding lijden door de beperkte toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg, geneesmiddelen en voedsel; overwegende dat de Venezolaanse regering het probleem helaas nog altijd ontkent en blijft weigeren internationale humanitaire hulp te ontvangen en de distributie ervan te faciliteren; overwegende dat vele Venezolanen voedsel en andere essentiële goederen probeerden te kopen op de Caribische eilanden vanwege de ernstige tekorten in het land;

1.  betreurt het unilaterale besluit van de onwettige Nationale Grondwetgevende Vergadering, die noch op internationaal niveau, noch door de EU is erkend, om vóór eind april 2018 vervroegde presidentsverkiezingen te houden; betreurt ten zeerste het besluit van het Venezolaanse Hooggerechtshof om vertegenwoordigers van de MUD te verbieden deel te nemen aan de komende verkiezingen; wijst erop dat veel potentiële kandidaten niet aan de verkiezingen zullen kunnen deelnemen omdat ze verbannen zijn, om administratieve redenen uitgesloten zijn, in de gevangenis zitten of onder huisarrest staan; hamert erop dat de deelname van politieke partijen niet belemmerd of aan voorwaarden gebonden mag worden en roept de Venezolaanse autoriteiten op hun recht om zich verkiesbaar te stellen volledig te herstellen;

2.  hamert erop dat alleen verkiezingen die gebaseerd zijn op een uitvoerbare verkiezingskalender die is overeengekomen in het kader van de nationale dialoog met alle relevante actoren en politieke partijen, met inachtneming van gelijke, eerlijke en transparante voorwaarden voor deelname – waaronder de opheffing van het verbod op deelname voor politieke tegenstanders, de vrijlating van politieke gevangenen, een evenwichtige samenstelling en onpartijdigheid van de Nationale Kiesraad en voldoende waarborgen, zoals toezicht door onafhankelijke internationale waarnemers – door de EU en haar instellingen, waaronder het Europees Parlement, zullen worden erkend; verklaart nogmaals bereid te zijn een verkiezingswaarnemingsmissie te sturen indien aan alle noodzakelijke voorwaarden is voldaan;

3.  veroordeelt met klem het besluit van de Venezolaanse autoriteiten om de Spaanse ambassadeur in Caracas uit te zetten en hem tot persona non grata te verklaren, en dringt er bij de Venezolaanse regering op aan de diplomatieke betrekkingen met Spanje onmiddellijk te normaliseren; herinnert eraan dat alle besluiten van de EU op het gebied van buitenlands beleid, waaronder het opleggen van sancties, met eenparigheid van stemmen worden genomen; verzoekt in dit verband om volledige solidariteit met Spanje;

4.  is van mening dat de instelling van een wapenembargo door de Raad van de Europese Unie en de sancties tegen zeven Venezolaanse overheidsambtenaren passende maatregelen zijn in reactie op ernstige schendingen van de mensenrechten en de democratie, maar vraagt dat deze worden uitgebreid tot diegenen die de hoofdverantwoordelijkheid dragen voor de toegenomen politieke, economische, maatschappelijke en humanitaire crisis, namelijk de president, de vicepresident, de minister van Defensie, de hoogste legerleiders en hun vertrouwelingen, met inbegrip van familieleden; stelt voor om verdere diplomatieke en economische maatregelen – ook ten aanzien van de oliemaatschappij Petróleos de Venezuela, S.A. (PDVSA) die staatseigendom is – te onderzoeken en vast te stellen indien de mensenrechtensituatie verder verslechtert;

5.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de voortdurende schending van de democratische orde in Venezuela; betuigt nogmaals zijn volledige steun aan de Nationale Vergadering als enige op wettige wijze geconstitueerde en erkende parlement in Venezuela, en vraagt de Venezolaanse regering nogmaals de volledige grondwettelijke autoriteit van de Nationale Vergadering te herstellen; verwerpt besluiten van de Nationale Grondwetgevende Vergadering als strijdig met alle democratische normen en regels; spreekt zijn steun uit voor een politieke oplossing met betrokkenheid van alle relevante actoren en politieke partijen; herinnert eraan dat de scheiding van en de niet-inmenging tussen de staatsmachten een essentieel principe is van op de rechtsstaat gebaseerde democratische staten;

6.  verzoekt de aanklager van het ICC op grond van het Statuut van Rome een onderzoek in te stellen naar de mensenrechtenschendingen door het Venezolaanse regime, en vraagt de EU in dit verband een actieve rol te spelen;

7.  herhaalt zijn verzoek om onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen, eerbiediging van democratisch gekozen lichamen en de naleving van de mensenrechten;

8.  geeft uiting aan zijn volledige solidariteit met en steun aan het volk van Venezuela, dat zucht onder de gevolgen van een ernstige humanitaire crisis; roept op tot het onmiddellijk sluiten van een akkoord over een plan voor toegang tot humanitaire hulp voor het land, en verzoekt de Venezolaanse autoriteiten dringend ongehinderd humanitaire hulp toe te laten en toegang te verschaffen aan internationale organisaties die de bevolking bijstand willen bieden; vraagt dat er snel kortetermijnmaatregelen worden genomen om de ondervoeding bij de meest kwetsbare groepen, zoals kinderen, tegen te gaan; verzoekt de EU de buurlanden en met name Colombia te helpen bij het oplossen van de situatie van de Venezolaanse vluchtelingen; verzoekt de Venezolaanse regering erop toe te zien dat Venezolanen die in het buitenland wonen en recht hebben op socialezekerheidsuitkeringen hun pensioen ontvangen;

9.  herhaalt zijn verzoek om zo spoedig mogelijk een delegatie van het Europees Parlement naar Venezuela te sturen en in dialoog te treden met alle bij het conflict betrokken partijen;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

(1) PB C 285 van 29.8.2017, blz. 145.
(2) PB C 294 van 12.8.2016, blz. 21.
(3) PB C 316 van 30.8.2016, blz. 190.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0269.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0200.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0345.

Laatst bijgewerkt op: 28 september 2018Juridische mededeling