Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2568(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0122/2018

Ingediende teksten :

B8-0122/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 01/03/2018 - 8.9

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0051

Aangenomen teksten
PDF 285kWORD 57k
Donderdag 1 maart 2018 - Brussel Definitieve uitgave
Genetisch gemodificeerde mais DAS-59122-7
P8_TA(2018)0051B8-0122/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 1 maart 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais 59122 (DAS-59122-7), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (D054772-02 – 2018/2568(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais 59122 (DAS-59122-7), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (D054772-02),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders(1), en met name artikel 11, lid 3, en artikel 23, lid 3,

–  gezien de stemming van 16 januari 2018 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, die geen advies heeft opgeleverd,

–  gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(2),

–  gezien het advies dat op 18 mei 2017 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid werd goedgekeurd en op 29 juni 2017 werd gepubliceerd(3),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (COM(2017)0085, COD(2017)0035),

–  gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemanipuleerde organismen(4),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 106, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat bij Beschikking 2007/702/EG van de Commissie een vergunning werd verleend voor het in de handel brengen van levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais 59122 (hierna: "gg-mais 59122"); overwegende dat de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) op 23 maart 2007, voorafgaand aan deze beschikking van de Commissie, overeenkomstig de artikelen 6 en 18 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 een gunstig advies heeft uitgebracht, dat op 3 april 2007 is gepubliceerd(5) (hierna: "het eerste EFSA-advies");

B.  overwegende dat Pioneer Overseas Corporation en Dow AgroSciences Ltd. (hierna: "de aanvrager") op 19 juli 2016 gezamenlijk een aanvraag hebben ingediend voor de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met gg-mais 59122, overeenkomstig de artikelen 11 en 23 van Verordening (EG) nr. 1829/2003; overwegende dat deze aanvraag ook betrekking had op het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde mais 59122 in producten die er geheel of gedeeltelijk uit bestaan, voor andere toepassingen dan als levensmiddel of als diervoeder die ook voor andere maissoorten zijn toegelaten, met uitzondering van de teelt;

C.  overwegende dat de EFSA op 18 mei 2017 overeenkomstig de artikelen 6 en 18 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 een gunstig advies heeft uitgebracht, dat op 29 juni 2017 is gepubliceerd(6) (hierna: "het tweede EFSA-advies");

D.  overwegende dat gg-mais 59122 de Cry34Ab1- en Cry35Ab1-eiwitten tot expressie brengt, die resistentie geven tegen schadelijke coleoptera die behoren tot het geslacht Diabrotica, zoals de larven van de maiswortelkever, alsook het PAT-eiwit, dat tolerantie geeft voor herbiciden die glufosinaat bevatten;

E.  overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1829/2003 wordt bepaald dat genetisch gemodificeerde levensmiddelen of diervoeders geen negatieve effecten op de menselijke gezondheid, op de diergezondheid of op het milieu mogen hebben en dat de Commissie bij het opstellen van haar besluit alle desbetreffende bepalingen van het Unierecht en andere ter zake dienende factoren in aanmerking moet nemen;

F.  overwegende dat de lidstaten tijdens de drie maanden durende overlegperiode tal van kritische opmerkingen hebben ingediend met betrekking tot het eerste EFSA-advies(7), onder meer betreffende het ontoereikende toezichtsplan, het risico dat niet-doelorganismen worden blootgesteld aan Bt-toxinen, het ontbreken van een grond voor de conclusie dat "diervoeders op basis van gg-mais 59122 substantieel gelijkwaardig aan, nutritioneel gelijkwaardig aan en even veilig zijn als diervoeders op basis van commerciële mais", en – in verband met de 90-dagenstudie met ratten – het feit dat gg-mais 59122 slechts in één dosisniveau is toegediend voor de hele studie, hetgeen in strijd is met de aanbevelingen van de desbetreffende OESO-richtsnoeren;

G.  overwegende dat de EFSA, nadat de aanvrager om een verlenging van de vergunning had verzocht, is gevraagd om gegevens te beoordelen die door de aanvrager waren ingediend, waaronder de milieumonitoringverslagen na het in de handel brengen en elf tussen 2007 en 2016 gepubliceerde primaire onderzoeksstudies; overwegende dat de EFSA op basis van haar beoordeling van de ingediende gegevens een gunstig advies heeft uitgebracht (het tweede EFSA-advies waarnaar eerder in de tekst is verwezen), met de conclusie dat er "geen nieuwe gevaren of gewijzigde blootstelling en geen nieuwe wetenschappelijke onzekerheden waren vastgesteld die tot een verandering van de conclusies van de oorspronkelijke risicobeoordeling van mais 59122 zouden leiden";

H.  overwegende dat de lidstaten tijdens de overlegperiode van drie maanden tal van kritische opmerkingen hebben ingediend met betrekking tot het tweede EFSA-advies(8), waarin ze onder meer aankaarten "dat de voor gg-mais 59122 uitgevoerde monitoring niet in staat is betekenisvolle resultaten aan te dragen voor de huidige beoordeling en er niet in slaagt de onzekerheden weg te nemen in verband met de risicobeoordeling die voorafgaand aan de verlening van de vergunning is verricht, bijv. wat blootstelling van het milieu betreft" en dat "de monitoringmethode die is gehanteerd voor gg-mais 59122 niet strookt met de voorschriften van bijlage VII bij Richtlijn 2001/18/EG";

I.  overwegende dat één lidstaat zich afvroeg waarom de aanvrager verschillende openbare studies waarin de immunogeniteit van Cry-eiwitten bij muizen wordt aangetoond, heeft weggelaten uit zijn aanvraag, waardoor deze dus ook niet zijn beoordeeld door de EFSA, en dat deze lidstaat ervoor pleitte dat de vergunning pas zou worden verlengd als de bezorgdheid in verband met de immunogeniteit en de adjuvans capaciteit van de Cry-eiwitten die tot expressie worden gebracht in gg-mais 59122 wordt weggenomen;

J.  overwegende dat één lidstaat opmerkte dat de Unie het Verdrag inzake biologische diversiteit heeft goedgekeurd, uit hoofde waarvan exporterende en importerende landen zich moeten houden aan een aantal internationale verantwoordelijkheden met betrekking tot biodiversiteit, en dat het daarom van belang is rekening te houden met de gevolgen van het invoeren van gg-mais 59122 naar de Unie, zowel wat biodiversiteit in de Unie als biodiversiteit in de landen waar de gewassen worden geteeld betreft;

K.  overwegende dat glufosinaat is ingedeeld als toxisch voor de voortplanting en derhalve onder de uitsluitingscriteria valt van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad(9); overwegende dat de goedkeuring van glufosinaat op 31 juli 2018 verstrijkt(10);

L.  overwegende dat het gebruik van complementaire herbiciden tot de gangbare landbouwpraktijken behoort bij de teelt van herbicideresistente gewassen en dat daarom te verwachten valt dat de oogst steeds residuen van besproeiing zal bevatten en dat deze er een onvermijdelijk bestanddeel van uitmaken; overwegende dat is aangetoond dat voor herbicideresistente genetisch gemodificeerde gewassen meer van dit soort complementaire herbiciden worden gebruikt dan voor hun conventionele tegenhangers(11);

M.  overwegende dat er in geen van beide EFSA-adviezen een beoordeling is verricht van de residuen van besproeiing met glufosinaat; overwegende dat er residuen van glufosinaat aanwezig zullen zijn op gg-mais 59122 die in de Unie wordt ingevoerd om te worden gebruikt als levensmiddel en diervoeder;

N.  overwegende dat het vanuit het oogpunt van voedselveiligheid onaanvaardbaar en ook uiterst inconsistent zou zijn om een vergunning te verlenen voor de invoer van genetisch gemodificeerde mais die tolerantie geeft voor glufosinaat terwijl de goedkeuring voor het gebruik van glufosinaat in de Unie op 31 juli 2018 verstrijkt vanwege de voortplantingstoxiciteit(12);

O.  overwegende dat de stemming op 16 januari 2018 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 geen advies heeft opgeleverd; overwegende dat twaalf lidstaten tegen stemden en dat twaalf lidstaten, die samen slechts 38,83 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, vóór stemden, terwijl vier lidstaten zich van stemming onthielden;

P.  overwegende dat de Commissie meermaals haar ongenoegen heeft laten blijken over het feit dat ze sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1829/2003 vergunningsbesluiten heeft moeten vaststellen die niet werden gesteund door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, en dat de terugzending van het dossier naar de Commissie voor het nemen van een definitief besluit – bedoeld als uitzondering voor de procedure in zijn geheel – de norm is geworden bij de besluitvorming over vergunningen betreffende genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders; overwegende dat ook Commissievoorzitter Juncker deze praktijk heeft afgekeurd en als ondemocratisch heeft bestempeld(13);

Q.  overwegende dat het Parlement het wetgevingsvoorstel van 22 april 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 op 28 oktober 2015 in eerste lezing(14) heeft verworpen en de Commissie heeft verzocht het voorstel in te trekken en een nieuw voorstel in te dienen;

R.  overwegende dat in overweging 14 van Verordening (EU) nr. 182/2011 wordt gesteld dat de Commissie zoveel mogelijk dusdanig moet handelen dat wordt voorkomen dat wordt ingegaan tegen een eventueel meerderheidsstandpunt binnen het comité van beroep dat afwijzend staat tegenover de gepastheid van een uitvoeringshandeling, met name op gevoelige terreinen zoals gezondheid van de consument, voedselveiligheid en milieubescherming;

1.  is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie een overschrijding inhoudt van de uitvoeringsbevoegdheden waarin is voorzien in Verordening (EG) nr. 1829/2003;

2.  is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie niet in overeenstemming is met het recht van de Unie, doordat het niet verenigbaar is met het doel van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om overeenkomstig de algemene beginselen die in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad(15) zijn vastgesteld de basis te leggen voor het waarborgen van een hoog beschermingsniveau voor het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt wordt gewaarborgd;

3.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken;

4.  verzoekt de Commissie elk uitvoeringsbesluit met betrekking tot vergunningsaanvragen voor genetisch gemodificeerde organismen op te schorten totdat de vergunningsprocedure zodanig is herzien dat de tekortkomingen van de huidige procedure, die inadequaat is gebleken, zijn weggewerkt;

5.  verzoekt de bevoegde wetgevers dringend vooruitgang te boeken met betrekking tot het voorstel van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011 en er onder andere voor te zorgen dat, als het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid geen advies uitbrengt over de toelating van een ggo, hetzij voor de teelt, hetzij voor levensmiddelen en diervoeders, de Commissie het voorstel intrekt;

6.  dringt er in het bijzonder bij de Commissie op aan geen vergunningen te verlenen voor de invoer van genetisch gemodificeerde gewassen die bedoeld zijn om als levensmiddel of als diervoeder te worden gebruikt en die tolerantie geven voor een complementair herbicide dat verboden is of in de nabije toekomst zal worden verboden in de Unie;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.
(2) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(3) http://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/4861
(4)–––––––––––––––––––– – Resolutie van 16 januari 2014 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het in de handel brengen voor de teelt, overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad, van een maisproduct (Zea mays L., lijn 1507), genetisch gemodificeerd met het oog op resistentie tegen bepaalde schadelijke schubvleugelige insecten (PB C 482 van 23.12.2016, blz. 110).Resolutie van 16 december 2015 over Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2279 van de Commissie van 4 december 2015 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais NK603 × T25 (PB C 399 van 24.11.2017, blz. 71).Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87705 × MON 89788 (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 19).Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87708 × MON 89788 (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 17).Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja FG72 (MST-FGØ72-2) (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 15).Resolutie van 8 juni 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × MIR604 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee of drie van de "events" Bt11, MIR162, MIR604 en GA21 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0271).Resolutie van 8 juni 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen van een genetisch gemodificeerde anjer (Dianthus caryophyllus L., lijn SHD-27531-4) (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0272).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van genetisch gemodificeerde mais MON 810 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0388).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten van genetisch gemodificeerde mais MON 810 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0389).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van genetisch gemodificeerde mais Bt11 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0386).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor de teelt van zaden van genetisch gemodificeerde mais 1507 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0387).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd katoen 281-24-236 × 3006-210-23 × MON 88913 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0390).Resolutie van 5 april 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee, drie of vier van de events Bt11, 59122, MIR604, 1507 en GA21, ingevolge Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0123).Resolutie van 17 mei 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais DAS-40278-9, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0215).Resolutie van 17 mei 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd katoen GHB119 (BCS-GHØØ5-8) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0214).Resolutie van 13 september 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja DAS-68416-4, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0341).Resolutie van 4 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja FG72 × A5547-127, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0377).Resolutie van 4 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja DAS-44406-6, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0378).Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais 1507 (DAS-Ø15Ø7-1), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0396).Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja 305423 × 40-3-2 (DP-3Ø5423-1 × MON-Ø4Ø32-6), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0397).Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd koolzaad MON 88302 × Ms8 × Rf3 (MON-883Ø2-9 × ACSBNØØ5-8 × ACS-BNØØ3-6), MON 88302 × Ms8 (MON-883Ø2-9 × ACSBNØØ5-8) en MON 88302 × Rf3 (MON-883Ø2-9 × ACS-BNØØ3-6), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0398).
(5) https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/470
(6) http://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/4861
(7) Bijlage G – Opmerkingen van de lidstaten en antwoorden van het ggo-panel: http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/questionLoader?question=EFSA-Q-2016-00526
(8) Bijlage G – Opmerkingen van de lidstaten en antwoorden van het ggo-panel: http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/questionLoader?question=EFSA-Q-2016-00526
(9) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.
(10) Punt 7 van de Bijlage bij de Uitvoeringsverordening van de Commissie (EU) 2015/404 (PB L 67 van 12.3.2015, blz. 6).
(11) https://link.springer.com/article/10.1007%2Fs00267-015-0589-7
(12) Bijlage G – Opmerkingen van de lidstaten en antwoorden van het ggo-panel: http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/questionLoader?question=EFSA-Q-2013-01002
(13) Hij deed dit onder meer in zijn openingstoespraak voor de plenaire zitting van het Europees Parlement, opgenomen in de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie (Straatsburg, 15 juli 2014) of in zijn State of the Union van 2016 (Straatsburg, 14 september 2016).
(14) PB C 355 van 20.10.2017, blz. 165.
(15) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 1 oktober 2018Juridische mededeling