Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2569(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0124/2018

Ingediende teksten :

B8-0124/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 01/03/2018 - 8.10

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0052

Aangenomen teksten
PDF 299kWORD 59k
Donderdag 1 maart 2018 - Brussel Definitieve uitgave
Genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × NK603
P8_TA(2018)0052B8-0124/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 1 maart 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × NK603 (MON-87427-7 × MON-89Ø34-3 × MON-ØØ6Ø3-6) en genetisch gemodificeerde mais die twee van de transformatiestappen MON 87427, MON 89034 en NK603 combineert, en tot intrekking van Besluit 2010/420/EU (D054771-02 – 2018/2569(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × NK603 (MON-87427-7 × MON-89Ø34-3 × MON-ØØ6Ø3-6) en genetisch gemodificeerde mais die twee van de transformatiestappen MON 87427, MON 89034 en NK603 combineert (D054771-02),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders(1), en met name artikel 7, lid 3, en artikel 19, lid 3,

–  gezien de stemming van 16 januari 2018 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, die geen advies heeft opgeleverd,

–  gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(2),

–  gezien het advies dat op 28 juni 2017 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) werd goedgekeurd en op 1 augustus 2017 werd gepubliceerd(3),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (COM(2017)0085, COD(2017)0035),

–  gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen(4),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 106, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Monsanto Europe S.A. op 13 september 2013 bij de nationale bevoegde instantie van België een aanvraag heeft ingediend om levensmiddelen, levensmiddeleningrediënten en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × NK603 in de handel te brengen, overeenkomstig de artikelen 5 en 17 van Verordening (EG) nr. 1829/2003; overwegende dat deze aanvraag ook betrekking had op het in de handel brengen van producten die bestaan uit genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × NK603, voor andere toepassingen dan als levensmiddel of als diervoeder die ook voor andere maissoorten zijn toegelaten, met uitzondering van de teelt;

B.  overwegende dat de aanvraag met betrekking tot die toepassingen gold voor alle drie de subcombinaties van genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × NK603;

C.  overwegende dat genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × NK603 twee genen bevat voor resistentie tegen glyfosaat, en de eiwitten Cry1A.105 en Cry2Ab2 produceert die resistentie bieden tegen specifieke schubvleugelige insecten;

D.  overwegende dat de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) op 28 juni 2017 overeenkomstig de artikelen 6 en 18 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 een gunstig advies heeft uitgebracht, dat op 1 augustus 2017 is gepubliceerd(5);

E.  overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1829/2003 wordt bepaald dat genetisch gemodificeerde levensmiddelen of diervoeders geen negatieve effecten op de menselijke gezondheid, op de diergezondheid of op het milieu mogen hebben en dat de Commissie bij het opstellen van haar besluit alle relevante bepalingen van het Unierecht en andere ter zake dienende factoren in aanmerking neemt;

F.  overwegende dat de lidstaten gedurende de overlegperiode van drie maanden talrijke kritische opmerkingen hebben ingediend(6); overwegende dat een van de meest kritische opmerkingen is dat in de analyse van de samenstelling geen residuen van de complementaire herbiciden en de metabolieten daarvan zijn opgenomen; dat er vanwege twijfels over onder andere studies waarin melding wordt gemaakt van een toename van het aantal gevallen van blaasstenen bij muizen die zich voeden met MON 89034, geen conclusies kunnen worden getrokken over de risico's in verband met het gebruik van dit genetisch gemodificeerde organisme (ggo) in menselijke of dierlijke voeding; dat er meer informatie nodig is voordat de risicobeoordeling kan worden afgerond en dat er geen conclusies mogelijk zijn met betrekking tot subchronische (er is geen 90-dagenstudie uitgevoerd), langetermijn-, reproductieve of ontwikkelingseffecten van de volledige levensmiddelen- en/of diervoederketen;

G.  overwegende dat de bevoegde autoriteit van één lidstaat de aandacht heeft gevestigd op het feit dat er voor genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × NK603 (behandeld met glyfosaat) statistisch significante verschillen met het niet-genetisch gemodificeerde referentiemiddel zijn vastgesteld voor 16 graanbestanddelen(7) en 2 bestanddelen van voedergewassen(8), dat er statistisch nog sterker afwijkende bestanddelen van graan (42) zijn ontdekt bij een vergelijking van de genetisch gemodificeerde mais die niet was behandeld met glyfosaat en het niet-genetisch gemodificeerde referentiemiddel daarvan, en dat een significante afname in het vitaminen- en mineralengehalte van gewassen een grote bron van zorg is voor de gezondheid van mens en dier aangezien ondervoeding van het type B een wereldwijd probleem is;

H.  overwegende dat een van de bevindingen in een onafhankelijke studie(9) was dat vanwege die statistische verschillen kan worden aangenomen dat de genetisch gemodificeerde mais wezenlijk verschilt van het referentiemiddel wat betreft een groot aantal kenmerken van de samenstelling en biologische eigenschappen en dat de veranderingen als op zich staande gegevens misschien geen veiligheidsrisico vormen, maar dat alle effecten samen en het feit dat ze zo beduidend zijn als uitgangspunt hadden moeten worden genomen voor grondiger onderzoek; overwegende dat de EFSA geen nadere studies heeft uitgevoerd;

I.  overwegende dat de aanvrager geen experimentele gegevens heeft verstrekt voor de subcombinaties MON 87427 × MON 89034 en MON 87427 × NK603; overwegende dat het ggo-panel van de EFSA na extrapolatie van de experimentele gegevens die verstrekt zijn voor de andere subcombinaties en uit één transformatiestap bestaande modificaties, weliswaar verwacht dat de twee subcombinaties even veilig zijn als de beoordeelde, uit één transformatiestap bestaande modificaties van mais, MON 89034 × NK603 en MON 87427 × MON 89034 × NK603, maar dat er geen evaluatie is uitgevoerd van de onzekerheid in verband met de extrapolatie; overwegende dat deze tekortkoming de algemene conclusie van het EFSA-advies kan ondergraven en mogelijk zelfs indruist tegen de "Guidance on Uncertainty Analysis in Scientific Assessment" (Richtsnoeren voor de onzekerheidsanalyse bij wetenschappelijke evaluaties) van de EFSA, gepubliceerd in januari 2018(10); overwegende dat een vergunning niet mag worden overwogen zonder een grondige beoordeling van de experimentele gegevens voor elke subcombinatie van een modificatie die bestaat uit meerdere transformatiestappen;

J.  overwegende dat het ggo-panel van de EFSA vaststelde dat het door de aanvrager ingediende milieumonitoringplan na het in de handel brengen voor de in drie transformatiestappen gemodificeerde mais geen bepalingen omvat voor de twee subcombinaties MON 87427 × MON 89034 en MON 87427 × NK603, en daarom de aanvrager adviseerde het plan dienovereenkomstig aan te passen; overwegende dat uit het door de aanvrager ingediende monitoringplan blijkt dat dit advies niet is opgevolgd(11);

K.  overwegende dat een van de voornaamste doeleinden van modificaties die uit meer dan één transformatiestap bestaan, is om de tolerantie van het gewas voor glyfosaat te vergroten (zowel NK603 als MON 87427 vormen EPSPS-enzymen die tolerantie voor glyfosaat vertonen); overwegende dat er dan ook van uitgegaan moet worden dat het gewas zal worden blootgesteld aan hogere en ook herhaaldelijke doses glyfosaat, wat niet alleen zal leiden tot een grotere aanwezigheid van residuen in de oogst maar ook van invloed kan zijn op de samenstelling van de gewassen en hun agronomische eigenschappen; overwegende dat dit aspect niet aan bod kwam in de risicobeoordeling; overwegende dat er in het EFSA-advies ook geen beoordeling is uitgevoerd van de residuen na besproeiing met glyfosaat;

L.  overwegende dat de kankerverwekkende eigenschappen van glyfosaat nog steeds vragen doen rijzen; overwegende dat de EFSA in november 2015 tot de conclusie is gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat glyfosaat kankerverwekkend is en dat het Europees Agentschap voor chemische stoffen in maart 2017 heeft besloten dat het niet gerechtvaardigd is de stof als zodanig in te delen; overwegende dat het Internationaal Agentschap voor kankeronderzoek van de WHO daarentegen glyfosaat in 2015 heeft ingedeeld als waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen; overwegende dat het Parlement een bijzondere commissie heeft ingesteld voor de goedkeuringsprocedure van de Unie voor pesticiden, die mede zal onderzoeken of het bedrijfsleven ongepaste invloed heeft uitgeoefend op de conclusies van de agentschappen van de Unie over kankerverwekkende eigenschappen;

M.  overwegende dat er volgens het pesticidenpanel van de EFSA op basis van de tot dusver verstrekte gegevens geen conclusies kunnen worden getrokken over de veiligheid van residuen die afkomstig zijn van het besproeien van genetisch gemodificeerde gewassen met glyfosaatmengsels(12); overwegende dat toevoegingsmiddelen en mengsels daarvan die in commerciële glyfosaatsproeistoffen worden gebruikt, giftiger kunnen zijn dan de werkzame stof alleen(13); overwegende dat de Unie al een toevoegingsmiddel dat bekend staat als POE-tallowamine van de markt gehaald heeft vanwege bezorgdheid over de giftige eigenschappen ervan; overwegende dat problematische toevoegingsmiddelen en mengsels echter nog steeds toegestaan kunnen zijn in de landen waar deze genetisch gemodificeerde mais wordt verbouwd;

N.  overwegende dat ingevoerde genetisch gemodificeerde mais in de Unie op grote schaal wordt gebruikt voor diervoeder; overwegende dat er volgens een collegiaal getoetste wetenschappelijke studie een verband kan bestaan tussen glyfosaat in voeder voor drachtige zeugen en een toename van het aantal gevallen van ernstige aangeboren afwijkingen bij hun biggen(14);

O.  overwegende dat de ontwikkeling van genetisch gemodificeerde gewassen die tolerantie geven voor verschillende selectieve herbiciden vooral te wijten is aan de snelle ontwikkeling van onkruidresistentie tegen glyfosaat in landen die sterk hebben ingezet op genetisch gemodificeerde gewassen;

P.  overwegende dat insectresistente eigenschappen van de modificatie die bestaat uit meer dan één transformatiestap het gevolg zijn van MON 89034 die Bt-eiwitten vormt (Cry1A.105 en Cry2Ab2) die resistent zijn tegen specifieke schubvleugelige insecten (bijv. de Europese maisboorder (Ostrinia nubilalis)); overwegende dat volgens een onafhankelijke studie, in het kader van de risicobeoordeling van de EFSA, de residuen van glyfosaat ook hadden moeten worden meegewogen als een belangrijke stressfactor aangezien de impact op cellen en organismen die tegelijkertijd blootgesteld worden aan diverse stressfactoren van groot belang kan zijn voor de doeltreffendheid van Bt-toxinen(15); overwegende dat in een wetenschappelijke studie uit 2017 over de mogelijke gevolgen voor de gezondheid van Bt-toxinen en residuen die afkomstig zijn van besproeiing met complementaire herbiciden is geconcludeerd dat er speciale aandacht moet worden besteed aan de residuen van herbiciden en de interactie daarvan met Bt-toxinen(16); overwegende dat dit niet onderzocht was door de EFSA;

Q.  overwegende dat de stemming op 16 januari 2018 van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 geen advies heeft opgeleverd; overwegende dat 14 lidstaten tegen stemden en slechts 11 lidstaten, waarmee slechts 38,75 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigd was, vóór stemden, terwijl drie lidstaten zich van stemming onthielden;

R.  overwegende dat de Commissie meermaals haar ongenoegen heeft laten blijken over het feit dat ze sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1829/2003 vergunningsbesluiten heeft moeten vaststellen die niet werden gesteund door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, en dat de terugzending van het dossier naar de Commissie voor het nemen van een definitief besluit – bedoeld als uitzondering voor de procedure in zijn geheel – de norm is geworden bij de besluitvorming over vergunningen betreffende genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders; overwegende dat ook Commissievoorzitter Juncker deze praktijk heeft afgekeurd en als ondemocratisch heeft bestempeld(17);

S.  overwegende dat het Parlement het wetgevingsvoorstel van 22 april 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 op 28 oktober 2015 in eerste lezing(18) heeft verworpen en de Commissie heeft verzocht het voorstel in te trekken en een nieuw voorstel in te dienen;

T.  overwegende dat in overweging 14 van Verordening (EU) nr. 182/2011 wordt gesteld dat de Commissie zoveel mogelijk dusdanig moet handelen dat wordt voorkomen dat wordt ingegaan tegen een eventueel meerderheidsstandpunt binnen het comité van beroep dat afwijzend staat tegenover de gepastheid van een uitvoeringshandeling, met name op gevoelige terreinen zoals gezondheid van de consument, voedselveiligheid en het milieu;

1.  is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie een overschrijding inhoudt van de uitvoeringsbevoegdheden waarin is voorzien in Verordening (EG) nr. 1829/2003;

2.  is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie niet in overeenstemming is met het recht van de Unie, doordat het niet verenigbaar is met het doel van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om overeenkomstig de algemene beginselen die in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad zijn vastgesteld de basis te leggen voor het waarborgen van een hoog beschermingsniveau voor het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt wordt gewaarborgd;

3.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken;

4.  verzoekt de Commissie elk uitvoeringsbesluit met betrekking tot vergunningsaanvragen voor ggo's op te schorten totdat de vergunningsprocedure zodanig is herzien dat de tekortkomingen van de huidige procedure, die inadequaat is gebleken, zijn weggewerkt;

5.  verzoekt de bevoegde wetgevers dringend vooruitgang te boeken met betrekking tot het voorstel van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011 en er onder andere voor te zorgen dat, als het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid geen advies uitbrengt over de toelating van een ggo, hetzij voor teelt, hetzij voor levensmiddelen en diervoeders, de Commissie het voorstel intrekt;

6.  verzoekt de Commissie geen enkele vergunning te verlenen voor herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen zonder dat er een volledige beoordeling is verricht van de residuen die afkomstig zijn van besproeiing met de complementaire herbiciden en hun commerciële toepassingen in de landen waar ze worden geteeld;

7.  verzoekt de Commissie te eisen dat er veel nauwkeuriger wordt getest op gezondheidsrisico's die modificaties met meerdere transformatiestappen zoals genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × NK603 met zich meebrengen;

8.  verzoekt de Commissie strategieën uit te werken voor de beoordeling van gezondheidsrisico's, voor toxicologie en voor toezicht na het in de handel brengen, die gericht zijn op de volledige levensmiddelen- en diervoederketen;

9.  verzoekt de Commissie de risicobeoordeling van de toepassing van complementaire herbiciden en hun residuen volledig op te nemen in de risicobeoordeling van herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen, ongeacht of het genetisch gemodificeerde gewas bestemd is voor teelt in de Unie of bedoeld is voor de invoer voor levensmiddelen en diervoeders;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.
(2) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(3) https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/4922
(4)–––––––––––––––––––– – Resolutie van 16 januari 2014 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het in de handel brengen voor de teelt, overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad, van een maisproduct (Zea mays L., lijn 1507), genetisch gemodificeerd met het oog op resistentie tegen bepaalde schadelijke schubvleugelige insecten (PB C 482 van 23.12.2016, blz. 110).Resolutie van 16 december 2015 over Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2279 van de Commissie van 4 december 2015 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais NK603 × T25 (PB C 399 van 24.11.2017, blz. 71).Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87705 × MON 89788 (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 19).Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87708 × MON 89788 (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 17).Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja FG72 (MST-FGØ72-2) (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 15).Resolutie van 8 juni 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × MIR604 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee of drie van de "events" Bt11, MIR162, MIR604 en GA21 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0271).Resolutie van 8 juni 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen van een genetisch gemodificeerde anjer (Dianthus caryophyllus L., lijn SHD-27531-4) (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0272).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van genetisch gemodificeerde mais MON 810 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0388).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten van genetisch gemodificeerde mais MON 810 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0389).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van genetisch gemodificeerde mais Bt11 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0386).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor de teelt van zaden van genetisch gemodificeerde mais 1507 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0387).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd katoen 281-24-236 × 3006-210-23 × MON 88913 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0390).Resolutie van 5 april 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee, drie of vier van de events Bt11, 59122, MIR604, 1507 en GA21, ingevolge Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0123).Resolutie van 17 mei 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais DAS-40278-9, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0215).Resolutie van 17 mei 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd katoen GHB119 (BCS-GHØØ5-8) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0214).Resolutie van 13 september 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja DAS-68416-4, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0341).Resolutie van 4 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja FG72 × A5547-127, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0377).Resolutie van 4 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja DAS-44406-6, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0378).Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais 1507 (DAS-Ø15Ø7-1), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0396).Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja 305423 × 40-3-2 (DP-3Ø5423-1 × MON-Ø4Ø32-6), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0397).Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd koolzaad MON 88302 × Ms8 × Rf3 (MON-883Ø2-9 × ACSBNØØ5-8 × ACS-BNØØ3-6), MON 88302 × Ms8 (MON-883Ø2-9 × ACSBNØØ5-8) en MON 88302 × Rf3 (MON-883Ø2-9 × ACS-BNØØ3-6), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0398).
(5) https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/4922
(6) Bijlage G – opmerkingen van de lidstaten en antwoorden van het ggo-panel: http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/questionLoader?question=EFSA-Q-2013-00765
(7) ADF (zuurtolerante vezel), as, calcium, magnesium, fosfor, zink, arginine, glycine, stearinezuur, niacine, α-tocoferol, ferulazuur en ρ-cumarinezuur. Zie blz. 94 van Bijlage G – opmerkingen van de lidstaten en antwoorden van het ggo-panel (http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/questionLoader?question=EFSA-Q-2013-00765) en blz. 13 van het advies van de EFSA (https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/4922).
(8) Vocht en calcium.
(9) https://www.testbiotech.org/sites/default/files/Testbiotech_Comment_Maize%20MON%2087427%20%C3%97%20MON%2089034%20%C3%97%20NK603%20.pdf
(10) https://www.efsa.europa.eu/en/press/news/180124-0
(11) Bijlage F – Post-market environmental monitoring plan ("milieumonitoringplan na het in de handel brengen") http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/questionLoader?question=EFSA-Q-2013-00765
(12) Conclusie van de EFSA over de intercollegiale toetsing van de pesticide-risicobeoordeling van de werkzame stof glyfosaat. EFSA Journal 2015; 13(11):4302: http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.2903/j.efsa.2015.4302/epdf
(13) https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3955666
(14) https://www.omicsonline.org/open-access/detection-of-glyphosate-in-malformed-piglets-2161-0525.1000230.php?aid=27562
(15) https://www.testbiotech.org/sites/default/files/Testbiotech_Comment_Maize%20MON%2087427%20%C3%97%20MON%2089034%20%C3%97%20NK603%20.pdf
(16) https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5236067/
(17) Hij deed dit onder meer in zijn openingstoespraak voor de plenaire zitting van het Europees Parlement, opgenomen in de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie (Straatsburg, 15 juli 2014) of in zijn State of the Union van 2016 (Straatsburg, 14 september 2016).
(18) PB C 355 van 20.10.2017, blz. 165.

Laatst bijgewerkt op: 1 oktober 2018Juridische mededeling