Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2194(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0022/2018

Ingediende teksten :

A8-0022/2018

Debatten :

PV 01/03/2018 - 5
CRE 01/03/2018 - 5

Stemmingen :

PV 01/03/2018 - 8.18
CRE 01/03/2018 - 8.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0060

Aangenomen teksten
PDF 270kWORD 58k
Donderdag 1 maart 2018 - Brussel Definitieve uitgave
EU-prioriteiten voor de 62e zitting van de VN-Commissie voor de Status van de Vrouw
P8_TA(2018)0060A8-0022/2018

Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad van 1 maart 2018 over de EU‑prioriteiten voor de 62e zitting van de VN-commissie voor de status van vrouwen (2017/2194(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de 62e zitting van de VN-commissie voor de status van vrouwen, haar prioritaire thema "uitdagingen en kansen bij het verwezenlijken van gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen en meisjes op het platteland" en haar evaluatiethema "deelname van vrouwen aan en toegang van vrouwen tot media en informatie- en communicatietechnologieën, en het effect en gebruik ervan als een instrument voor de bevordering van de positie van de vrouw",

–  gezien de in september 1995 in Peking gehouden vierde Wereldvrouwenconferentie, de Verklaring en het Actieprogramma van Peking voor de versterking van de positie van de vrouw en de daaropvolgende slotdocumenten betreffende verdere acties en initiatieven voor de tenuitvoerlegging van de Verklaring en het Actieprogramma van Peking die tijdens de speciale VN-vergaderingen Peking+5, +10, +15 en +20, respectievelijk op 9 juni 2000, 11 maart 2005, 2 maart 2010 en 9 maart 2015 werden aangenomen,

–  gezien artikel 157, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien zijn resolutie van 9 september 2015 over meisjes mondig maken door middel van onderwijs in de EU(1),

–  gezien zijn resolutie van 8 maart 2016 over de situatie van vrouwelijke vluchtelingen en asielzoekers in de EU(2),

–  gezien zijn resolutie van 14 februari 2017 over de bevordering van gendergelijkheid in de geestelijke gezondheid en het klinisch onderzoek(3),

–  gezien zijn resolutie van 4 april 2017 over vrouwen en hun rol in plattelandsgebieden(4),

–  gezien de VN-resolutie "Onze wereld transformeren: de 2030-Agenda voor duurzame ontwikkeling", die op 25 september 2015 werd goedgekeurd op de VN-wereldtop inzake duurzame ontwikkeling te New York,

–  gezien Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad(5),

–  gezien het VN-verdrag van 1979 inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen,

–  gezien algemene aanbeveling nr. 34 (2016) van het Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen inzake de rechten van vrouwen op het platteland,

–  gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul), en zijn resolutie van 12 september 2017(6) over de toetreding van de EU tot dit verdrag,

–  gezien de Overeenkomst van Parijs van 12 december 2015,

–  gezien artikel 113 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A8‑0022/2018),

A.  overwegende dat gelijkheid van vrouwen en mannen een fundamenteel beginsel van de Unie is dat in de Verdragen en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wordt erkend;

B.  overwegende dat met de vijfde duurzame-ontwikkelingsdoelstelling (SDG5) wordt beoogd overal ter wereld gendergelijkheid en versterking van de positie van alle vrouwen en meisjes te bereiken, en dat SDG5 volledig moet worden geïntegreerd in de Agenda 2030 om vooruitgang te boeken met alle doelstellingen en streefcijfers voor duurzame ontwikkeling; overwegende dat in de SDG's de doelstelling is vastgelegd om de landbouwproductiviteit en het inkomen van kleine voedselproducenten, met name vrouwen, te verdubbelen;

C.  overwegende dat de Unie en haar lidstaten een voortrekkersrol moeten vervullen bij het versterken van de positie van vrouwen en meisjes en de plicht hebben zich in te zetten voor de verwezenlijking van volledige gendergelijkheid in de Unie, en dit doel te bevorderen in alle buitenlandse betrekkingen;

D.  overwegende dat de economische situatie en levensomstandigheden de laatste decennia grondig veranderd zijn en aanzienlijk afwijken tussen de verschillende landen;

E.  overwegende dat de huidige en toekomstige verworvenheden met betrekking tot gendergelijkheid door het uitblijven van overheidsacties op dit vlak in gevaar worden gebracht; overwegende dat het aanpakken van traditionele machtsverhoudingen tussen de seksen, stereotypen en overtuigingen van cruciaal belang is om te bewerkstelligen dat vrouwen een sterkere positie genieten en dat armoede wordt uitgeroeid;

F.  overwegende dat de soms door vrouwen geleden discriminatie ook op het platteland voorkomt; overwegende dat de meerderheid van de vrouwen in de wereld op het platteland woont en daarom een groter risico loopt op meervoudige discriminatie op grond van leeftijd, klasse, etniciteit, ras, handicap en genderidentiteit;

G.  overwegende dat de arbeidsparticipatie van vrouwen in plattelandsgebieden betrekking heeft op een breed scala aan banen die zich tot ver buiten de conventionele landbouw uitstrekken;

H.  overwegende dat plattelandsvrouwen vaak minder betaald krijgen dan mannen voor hetzelfde werk, en hun werk – zoals onbetaalde zorgtaken – vaak formeel niet erkend wordt en niet tot uitdrukking komt in het aantal vrouwen dat eigenaar van een landbouwbedrijf is; overwegende dat vrouwen echter essentiële actoren zijn voor de verwezenlijking van de economische, ecologische en maatschappelijke transformaties die vereist zijn voor duurzame ontwikkeling;

I.  overwegende dat vrouwen, die vaak de primaire zorgverlener zijn in hun gezin en gemeenschap, te kampen hebben met talloze beperkingen wat betreft de toegang tot kinderopvang en bejaardenzorg, wat ertoe leidt dat vrouwen een onevenredige last dragen en hun integratie op de arbeidsmarkt wordt belemmerd; overwegende dat de verlening van kwaliteitszorg van essentieel belang is voor vrouwen en de evenwicht tussen werk en privéleven bevordert;

J.  overwegende dat vrouwen op het platteland beperkte toegang hebben tot openbare gezondheidsdiensten vanwege beperkte mobiliteit en een gebrekkige toegang tot vervoer of middelen om contact op te nemen met vervoersdiensten (zoals een mobiele telefoon); overwegende dat er behoefte is aan alomvattende gezondheidsdiensten die gericht zijn op het lichamelijk, geestelijk en emotioneel welzijn van vrouwen op het platteland (bijvoorbeeld om gendergerelateerd geweld het hoofd te bieden); overwegende dat toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidsrechten en voorlichting in plattelandsgebieden beperkter is;

K.  overwegende dat het voor de samenleving als geheel essentieel is de bevolking in plattelandsgebieden te handhaven, en daarbij bijzondere aandacht te schenken aan gebieden met natuurlijke beperkingen, aangezien het behoud van het milieu en het landschap daarvan afhangt;

L.  overwegende dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen genderongelijkheid en milieuschade;

M.  overwegende dat klimaatverandering en de gevolgen daarvan specifieke en onevenredig negatieve gevolgen hebben voor vrouwen en meisjes in plattelandsgebieden; overwegende dat plattelandsvrouwen de overgang naar een duurzamere en ecologisch verantwoorde landbouw kunnen aanjagen en een belangrijke rol kunnen spelen bij het scheppen van groene banen; overwegende dat gelijke toegang voor vrouwelijke landbouwers tot grond en andere productiemiddelen van essentieel belang is voor het bereiken van gendergelijkheid, voedselzekerheid en een doeltreffend klimaatbeleid;

N.  overwegende dat jonge vrouwen in plattelandsgebieden nog altijd met ongelijkheid en talrijke vormen van discriminatie worden geconfronteerd; overwegende dat er maatregelen nodig zijn om daadwerkelijke gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen zodat er meer arbeidsmogelijkheden zijn, met inbegrip van zelfstandig ondernemerschap en in de STEM-sector, die hen in staat stellen op het platteland te blijven en daardoor de generatiewissel te waarborgen, en zo de toekomst van de sector zeker te stellen;

O.  overwegende dat de landbouwsector, waarin vrouwen een belangrijke rol spelen, van cruciaal belang is voor de vitaliteit van de plattelandsgebieden en voor de bevordering van de generatiewissel, de sociale samenhang en de economische groei; overwegende dat de landbouw in veilig, voedzaam en gezond voedsel moet voorzien; overwegende dat de landbouw ook moet bijdragen aan de diversiteit van het landschap, het beperken van de klimaatverandering en het behouden van biodiversiteit en cultureel erfgoed;

P.  overwegende dat voeding een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling en het welzijn van meisjes; overwegende dat slechte voeding leidt tot lichamelijke en geestelijke problemen zoals een verminderde groei, onvruchtbaarheid, lusteloosheid, vermoeidheid en slechte concentratie, waardoor het economische potentieel van vrouwen wordt verminderd en het welzijn van het gezin en de gemeenschap in ruimere zin wordt aangetast;

Q.  overwegende dat plattelandsvrouwen moeten kunnen deelnemen in besluitvormingsorganen in de publieke sfeer; overwegende dat een evenwichtige vertegenwoordiging onontbeerlijk is om gelijkheid te bewerkstelligen;

R.  overwegende dat, voor wat de preventie van arbeidsrisico's betreft, mannen en vrouwen aan verschillende factoren zijn blootgesteld; overwegende bijvoorbeeld dat berekeningen om de schadelijke effecten van chemische stoffen te beoordelen vaak gebaseerd zijn op de lichaamsbouw van mannen, die over het algemeen meer spiermassa hebben, en daarbij zelfs geen rekening wordt gehouden met specifieke aanbevelingen voor zwangere of borstvoeding gevende vrouwen; overwegende dat het derhalve noodzakelijk is verschillende factoren in aanmerking te nemen bij het vaststellen van maatregelen om de gezondheid van vrouwen in de landbouw te waarborgen;

S.  overwegende dat discriminatie ook vrouwen in de mediasector treft; overwegende dat de media een cruciale rol spelen binnen de hele samenleving en het daarom wenselijk is dat vrouwen – die ten minste 50 % van de samenleving vertegenwoordigen – op een eerlijke manier betrokken worden bij het creëren van mediacontent en besluitvorming in mediaorganisaties;

T.  overwegende dat de rol van de mediasector van cruciaal belang is voor de bevordering van gendergelijkheid, aangezien de media niet alleen rolmodellen en gedragsnormen laten zien, maar deze ook vormgeven, waardoor de publieke opinie en cultuur op een significante manier gestalte krijgen;

U.  overwegende dat berichtgeving in de media bijdraagt tot een breed begrip onder alle lagen van de samenleving van de complexiteit van de situaties van vrouwen en mannen;

V.  overwegende dat vrouwen en kinderen, die het grootste deel uitmaken van de vluchtelingen in kampen en de vluchtelingen die onderweg zijn op zoek naar veiligheid, onevenredig zwaar worden getroffen door conflicten;

W.  overwegende dat vrouwen in veel samenlevingen niet in gelijke mate recht hebben op land en eigendom via wettelijke middelen, waardoor de armoede toeneemt en de economische ontwikkeling van vrouwen wordt beperkt;

X.  overwegende dat transvrouwen worden geconfronteerd met onevenredige discriminatie op grond van hun genderidentiteit;

Y.  overwegende dat een betere ondersteuning van de kwestie van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten een randvoorwaarde is voor gendergelijkheid en een sterkere positie van vrouwen;

Z.  overwegende dat vrouwen ten gevolge van de sociale normen met betrekking tot de rol van vrouwen en mannen zich in een veel kwetsbaardere situatie bevinden, voornamelijk met betrekking tot hun seksuele en reproductieve gezondheid, en wanneer er sprake is van schadelijke praktijken zoals genitale verminking of kinder-, tiener- en gedwongen huwelijken;

1.  beveelt de Raad het volgende aan:

Algemene voorwaarden voor het versterken van de positie van vrouwen en meisjes

Versterking van de positie van vrouwen op het platteland

Deelname van vrouwen aan en toegang van vrouwen tot media en informatie- en communicatietechnologieën, en het effect en gebruik ervan als een instrument voor de bevordering van de positie van de vrouw

   (a) zijn niet-aflatende inzet voor het Actieprogramma van Peking nogmaals te bevestigen;
   (b) moeders te ondersteunen die in plattelandsgebieden actief zijn als ondernemer, omdat zij met bijzondere uitdagingen te maken hebben; benadrukt dat het bij de bevordering van het ondernemerschap onder deze vrouwen niet alleen mag gaan om het geslaagd combineren van werk en privéleven, maar ook om het bevorderen van nieuwe arbeidskansen en een betere levenskwaliteit in plattelandsgebieden, en om het aanmoedigen van andere vrouwen om hun eigen project op poten te zetten;
   (c) een einde te maken aan alle vormen van discriminatie tegen alle vrouwen en meisjes overal ter wereld en de strijd aan te gaan met alle vormen van geweld, die ernstige schendingen van hun grondrechten inhouden – schendingen die op hun beurt een rechtstreeks gevolg zijn van deze discriminatie;
   (d) alle regeringen te betrekken bij en op te roepen tot de ontwikkeling van programma's die gericht zijn op de uitbanning van seksueel en gendergerelateerd geweld en schadelijke praktijken, zoals huwelijken op jonge leeftijd, gedwongen huwelijken, genitale verminking bij vrouwen en mensenhandel;
   (e) de lidstaten te verzoeken om genderstereotypen tegen te gaan en te investeren in de toegang van vrouwen en meisjes tot op maat gemaakt onderwijs, een leven lang leren en beroepsopleiding, met name in plattelandsgebieden en in de STEM-sector, alsook tot ondernemerschap en innovatie, aangezien dit belangrijke instrumenten zijn voor de verwezenlijking van de SDG's en de bevordering van gelijkheid in de landbouw- en voedingssector, alsmede in het toerisme en andere bedrijfstakken in plattelandsgebieden;
   (f) beleid te ontwerpen dat gericht is op het uitbannen van armoede en het waarborgen van een toereikende levensstandaard voor bijzonder kwetsbare groepen, waaronder vrouwen en meisjes, met name via socialebeschermingsstelsels;
   (g) voorlichting, maatregelen voor technische bijstand en de uitwisseling van optimale werkwijzen tussen de lidstaten te bevorderen wat betreft de invoering van een beroepsstatus voor meewerkende echtgenotes in de landbouw, die hun individuele rechten toekent zoals met name het recht op moederschapsverlof, sociale bescherming in geval van arbeidsongevallen, toegang tot opleiding en recht op pensioen;
   (h) een einde te maken aan de loonkloof tussen mannen en vrouwen, de levenslange inkomenskloof en de pensioenkloof;
   (i) de lidstaten en de regionale en lokale autoriteiten te verzoeken de universele toegang tot adequate kinderopvang en bejaardenzorg te waarborgen in plattelandsgebieden;
   (j) de lidstaten en de regionale en lokale autoriteiten te verzoeken om te zorgen voor betaalbare, kwaliteitsvolle voorzieningen en openbare en particuliere diensten voor het dagelijks leven, in het bijzonder in plattelandsgebieden en vooral op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en zorg; erop te wijzen dat in dit kader op het platteland behoefte is aan infrastructuur voor kinderopvang, diensten voor gezondheidszorg, onderwijsvoorzieningen, zorginstellingen voor ouderen en andere zorgbehoevenden, diensten voor plaatsvervanging in geval van ziekte of zwangerschap, alsook culturele diensten;
   (k) gendermainstreaming toe te passen, als instrument voor de integratie van het beginsel van gelijkheid van vrouwen en mannen en de bestrijding van discriminatie, op alle beleidsgebieden en in alle programma's met behulp van voldoende financiële en personele middelen;
   (l) de middelen vrij te maken die nodig zijn om gelijkheid te bewerkstelligen door gendermainstreaming toe te passen, op alle beleidsgebieden en in alle beleidsmaatregelen, onder meer door middel van genderbudgettering, als instrument voor de integratie van het beginsel van gelijkheid van vrouwen en mannen en de bestrijding van discriminatie;
   (m) de volledige betrokkenheid van het Parlement en zijn Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid te waarborgen bij het besluitvormingsproces met betrekking tot het standpunt van de Unie tijdens de 62e zitting van de VN‑commissie voor de status van vrouwen;
   (n) eraan te herinneren dat bij het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen de verplichting wordt ingevoerd om directe en indirecte discriminatie van vrouwen op alle gebieden uit te bannen aan de hand van juridische, politieke en beleidsmaatregelen, en dat artikel 14 van het verdrag de enige internationale verplichting is die betrekking heeft op de specifieke behoeften van vrouwen op het platteland;
   (o) ervoor te zorgen dat meisjes en vrouwen op het platteland beschikken over toegankelijk, betaalbaar en hoogwaardig formeel en informeel onderwijs dat ze in staat stelt nieuwe vaardigheden op te doen of bestaande vaardigheden te ontwikkelen op het gebied van management, financiën, economie, marketing en ondernemerschap, alsook over burgerschaps-, civiele en politieke vorming en technische en duurzame landbouwopleidingen; ervoor te zorgen dat vrouwen dezelfde kansen en keuzevrijheid hebben wat betreft de loopbaan die zij willen nastreven;
   (p) ervoor te zorgen dat meisjes en vrouwen op het platteland eenvoudig toegang hebben tot krediet en productiemiddelen, en dat zij steun krijgen voor hun innovatieve en ondernemingsinitiatieven;
   (q) toe te zien op het recht op en de toegang tot kwaliteitsvolle universele gezondheidszorg waarin rekening wordt gehouden met de fysiologische verschillen tussen mannen en vrouwen en die is afgestemd op de behoeften van vrouwen en meisjes op het platteland, met name voor wat seksuele en reproductieve gezondheid en rechten betreft;
   (r) alle vormen van geweld tegen vrouwen te veroordelen en ervoor te zorgen dat slachtoffers in plattelands- en afgelegen gebieden een gelijke toegang tot hulp niet wordt ontzegd;
   (s) de doeltreffendheid, transparantie en democratische aard te verbeteren van internationale, nationale, regionale en lokale instellingen die de rol van vrouwen op het platteland ondersteunen en versterken door hun aanwezigheid te waarborgen middels gelijke deelname;
   (t) de overgang van vrouwen op het platteland van de informele naar de formele economie te vergemakkelijken en te erkennen dat vrouwen in plattelandsgebieden op verschillende terreinen werkzaam zijn en vaak de drijvende kracht zijn achter verandering in de richting van duurzame en ecologisch verantwoorde landbouw, voedselzekerheid en het scheppen van groene banen;
   (u) klimaatbestendig landbouwbeleid te ontwikkelen en ten uitvoer te leggen, waarin terdege rekening wordt gehouden met de specifieke bedreigingen waarmee vrouwen op het platteland te maken hebben als gevolg van door de mens veroorzaakte of natuurrampen;
   (v) toe te zien op de deelname van vrouwen en meisjes op het platteland aan de besluitvorming over de planning van en reactie op alle fasen van rampen en andere crises, van vroegtijdige waarschuwing tot noodhulp, herstel, rehabilitatie en wederopbouw, en hun bescherming en veiligheid in geval van rampen en andere crises te garanderen;
   (w) alle maatregelen te treffen die vereist zijn om een veilige, schone en gezonde omgeving te garanderen voor vrouwen op het platteland;
   (x) kwaliteitsvolle en toegankelijke infrastructuur en openbare diensten aan te bieden voor vrouwen en gemeenschappen op het platteland en te investeren in de ontwikkeling en het onderhoud ervan;
   (y) digitale ontwikkeling te vergemakkelijken, aangezien zij in belangrijke mate kan bijdragen tot het scheppen van nieuwe banen, de toegang tot zelfstandig ondernemerschap kan vereenvoudigen, het concurrentievermogen en de ontwikkeling van het toerisme kan stimuleren en een beter evenwicht tussen werk en privéleven kan creëren;
   (z) steun te bieden voor de oprichting en lopende activiteiten van lokale groeperingen, die regelmatig bijeen moeten komen om ontwikkelingsgerelateerde problemen en uitdagingen te bespreken en constructieve maatregelen te nemen;
   (aa) de lidstaten, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld te verzoeken de deelname van vrouwen aan besluitvorming en in de bestuursorganen van beroeps-, bedrijfs- en vakbondsverenigingen en -organisaties op het gebied van plattelandsbeleid, gezondheidszorg, onderwijs en landbouw, alsook in beheers- en vertegenwoordigingsorganen, te ondersteunen en te bevorderen door middel van een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen;
   (ab) de actieve rol van vrouwen in plattelandsgebieden en hun bijdrage aan de economie als ondernemers, hoofden van familiebedrijven en bevorderaars van duurzame ontwikkeling te erkennen en te steunen;
   (ac) toe te zien op de eigendomsrechten van vrouwen op het platteland, met name ten aanzien van landbouwbedrijven en erfenis van grond, wat een belangrijk instrument is voor hun economische empowerment en om hen in staat te stellen ten volle deel te nemen aan en te profiteren van plattelandsontwikkeling;
   (ad) de toegang van vrouwen op het platteland tot productiemiddelen, e-platforms, markten, afzetfaciliteiten en financiële diensten te garanderen; lokale, regionale en traditionele markten – met inbegrip van voedselmarkten – te bevorderen, aangezien deze plekken vrouwen gewoonlijk de meeste mogelijkheden bieden om hun producten rechtstreeks te verkopen, wat bevorderlijk is voor hun economische empowerment;
   (ae) de werkgelegenheid van vrouwen in de STEM-sector te bevorderen, met name in functies die bijdragen aan de circulaire economie en de strijd tegen klimaatverandering;
   (af) werkgelegenheidsbeleid, diensten en programma's te ontwikkelen om de precaire situatie aan te pakken van vrouwen op het platteland, die vaak in de informele sector werken en te maken hebben met meervoudige intersectionele discriminatie op grond van geslacht, leeftijd, klasse, religie, etnische afkomst, handicap of genderidentiteit; hulp op maat en ondersteuning te bieden met betrekking tot hun behoeften en belangen;
   (ag) programma's op te zetten om te waarborgen dat vrouwen en hun gezinnen toegang hebben tot universele socialebeschermingsstelsels die van invloed kunnen zijn op hun toekomstige pensioen en zo de pensioenkloof, die vele facetten heeft, kunnen verkleinen;
   (ah) naar geslacht uitgesplitste gegevens te verzamelen en statistieken op te stellen over de waarden, situaties, omstandigheden en behoeften van vrouwen op het platteland, aan de hand waarvan passend beleid kan worden ontwikkeld; de situatie van vrouwen in plattelandsgebieden periodiek te monitoren;
   (ai) aan te dringen op de ratificering en tenuitvoerlegging van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, met inbegrip van artikel 6 over "Vrouwen met een handicap"; de toegankelijkheid van producten, infrastructuren en diensten te waarborgen;
   (aj) de Commissie, de lidstaten, de regionale en lokale overheden op te roepen om betaalbare en kwalitatief hoogwaardige voorzieningen te bieden, alsook gerichte openbare en particuliere diensten voor het dagelijkse leven in plattelandsgebieden, en de nodige voorwaarden te scheppen om het evenwicht tussen werk en privéleven van vrouwen in plattelandsgebieden te verbeteren, met name door te zorgen voor adequate opvangvoorzieningen voor zorgbehoevenden, toegankelijke gezondheidszorg en openbaar vervoer;
   (ak) te benadrukken hoe belangrijk het is waarborgen op te nemen in het EU-beleid inzake de levens- en arbeidsomstandigheden van vrouwen die als seizoenarbeiders in de landbouw worden ingezet, met name wat betreft de noodzaak van sociale bescherming, ziektekostenverzekering en gezondheidszorg; regionale, lokale en nationale autoriteiten en andere instanties aan te moedigen de fundamentele mensenrechten van migrerende en seizoenarbeiders en hun gezinnen te waarborgen, in het bijzonder die van vrouwen en kwetsbare personen, en hun integratie in de lokale gemeenschap te bevorderen;
   (al) te zorgen voor toegang tot betrouwbare en snelle breedbandinternetinfrastructuur en -diensten; te investeren in en te werken aan het gebruik van nieuwe technologieën in plattelandsgebieden en in de landbouw; de belangrijke sociale, psychologische en economische voordelen hiervan te erkennen; aan te dringen op de ontwikkeling van een holistische benadering (het "digitale dorp"); gelijke kansen betreffende toegang tot en opleiding in het gebruik van deze technologieën te bevorderen;
   (am) aandacht te besteden aan de aanwezigheid en vooruitgang van vrouwen in de mediasector en aan niet-stereotiepe mediacontent;
   (an) de publieke mediaorganisaties aan te moedigen hun eigen beleid inzake gelijke kansen vast te stellen en zo te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de besluitvormingsorganen;
   (ao) erop toe te zien dat de toenemende seksualiserende afbeelding van vrouwen en meisjes in de media doeltreffend wordt bestreden, met gepaste eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting;
   (ap) mediaorganisaties aan te sporen tot het vermijden van procedures van een organisatiecultuur die vaak niet bevorderlijk is voor het evenwicht tussen werk en privéleven;
   (aq) de loonkloof tussen mannen en vrouwen in de mediasector aan te pakken door middel van antidiscriminatiemaatregelen die gelijke beloning voor gelijk werk van vrouwen en mannen garanderen;
   (ar) alle nodige maatregelen te treffen tegen uitingen van geweld tegen onderzoeksjournalisten, met bijzondere aandacht voor vrouwelijke journalisten, die vaak kwetsbaarder zijn;

2.  verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Commissie.

(1) PB C 316 van 22.9.2017, blz. 182.
(2) PB C 50 van 9.2.2018, blz. 25.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0028.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0099.
(5) PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0329.

Laatst bijgewerkt op: 1 oktober 2018Juridische mededeling