Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2226(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0047/2018

Ingediende teksten :

A8-0047/2018

Debatten :

PV 13/03/2018 - 20
CRE 13/03/2018 - 20

Stemmingen :

PV 14/03/2018 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0077

Aangenomen teksten
PDF 273kWORD 56k
Woensdag 14 maart 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2018
P8_TA(2018)0077A8-0047/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 14 maart 2018 over het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2018 (2017/2226(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 121, lid 2, artikel 136 en artikel 148,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1175/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid(1),

–  gezien Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten(2),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1174/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied(3),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1177/2011 van de Raad van 8 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten(4),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden(5),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied(6),

–  gezien Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone(7),

–  gezien Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 21 mei 2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit(8),

–  gezien de beoordeling van het Europees Begrotingscomité van 20 juni 2017 met betrekking tot de prospectieve begrotingskoers die passend is voor de eurozone,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 25-26 maart 2010 en 17 juni 2010 en de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010 getiteld "Europa 2020: Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

–  gezien Aanbeveling (EU) 2015/1184 van de Raad van 14 juli 2015 betreffende de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie(9),

–  gezien Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 – het Europees Fonds voor strategische investeringen(10),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 januari 2015 over het optimaal benutten van de flexibiliteit binnen de bestaande regels van het stabiliteits- en groeipact (COM(2015)0012),

–  gezien zijn resolutie van 24 juni 2015 over de evaluatie van het kader voor economische governance: balans en uitdagingen(11),

–  gezien het verslag over de voltooiing van de economische en monetaire unie ("verslag van de vijf voorzitters"),

–  gezien het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 21 oktober 2015 getiteld "Stappen naar de voltooiing van de economische en monetaire unie" (COM(2015)0600),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 december 2017 betreffende verdere stappen naar de voltooiing van de economische en monetaire unie – COM(2017)0821,

–  gezien de Europese economische najaarsprognose 2017 van de Commissie,

–  gezien de studies en grondige analyses over de coördinatie van het economisch beleid in de eurozone in het kader van het Europees semester die in opdracht van de Commissie economische en monetaire zaken zijn opgesteld (november 2015),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 november 2015 over de jaarlijkse groeianalyse 2016 (COM(2015)0690), het waarschuwingsmechanismeverslag 2016 (COM(2015)0691) en het ontwerp van het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid (COM(2015)0700),

–  gezien de interinstitutionele afkondiging van de Europese pijler van sociale rechten die werd getekend en afgekondigd op 17 november 2017 in Göteborg,

–  gezien Verordening (EU) 2017/825 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van het steunprogramma voor structurele hervormingen voor de periode 2017–2020 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 1305/2013,

–  gezien zijn resolutie van 17 december 2015 over de voltooiing van Europa's economische en monetaire unie(12),

–  gezien zijn aanbeveling van 13 december 2017 aan de Raad en de Commissie na het onderzoek naar witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking(13),

–  gezien de aanbeveling van de Commissie aan de Raad van 22 november 2017 over het economisch beleid van de eurozone (COM(2017)0770),

–  gezien het debat met de vertegenwoordigers van de nationale parlementen over de prioriteiten van het Europees semester van 2018,

–  gezien het debat met de Commissie in het Europees Parlement over het pakket betreffende het Europees semester – Jaarlijkse groeianalyse 2018,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken, de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie regionale ontwikkeling, en het standpunt in de vorm van amendementen Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A8‑0047/2018),

A.  overwegende dat volgens de prognoses van de Commissie, hoewel de expansie van de Europese economie zal blijven voortduren, uit het tempo waarin nieuwe banen worden gecreëerd en waarin de koopkracht van de gezinnen toeneemt, kan worden afgeleid dat de dynamiek de komende twee jaar enigszins verloren gaat: de groei bereikte in 2017 in de EU 2,4 %, gevolgd door een geringe vertraging tot 2,2 % in 2018 en 2,0 % in 2019; overwegende dat niettemin verdere beleidsmaatregelen nodig zijn om onopgeloste problemen als gevolg van de mondiale economische crisis aan te pakken;

B.  overwegende dat de huidige situatie van de economie van de EU vraagt om ambitieuze en sociaal evenwichtige structurele hervormingen en investeringen in de lidstaten om te zorgen voor aanhoudende groei, werkgelegenheid, concurrentievermogen en een opwaartse convergentie;

C.  overwegende dat de groei van de particuliere consumptie dit jaar naar verwachting licht zal dalen en vervolgens in 2019 zal afvlakken en dat dit het gevolg is van de inflatie die hoger is dan in 2017, maar nog steeds lager dan, maar dichtbij de door de ECB nagestreefde 2 % ligt;

D.  overwegende dat de Europese investeringsbank en het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), in aanvulling op de Europese structuur- en investeringsfondsen, de investeringen in de EU aanzienlijk hebben ondersteund; overwegende echter dat de particuliere investeringen nog steeds onder het niveau van 2008 liggen, hetgeen negatieve gevolgen heeft voor mogelijke groei, het scheppen van banen en de productiviteit;

E.  overwegende dat de werkgelegenheid naar verwachting zal blijven toenemen, met in het tweede kwartaal van 2017 een record van 235,4 miljoen werkenden; overwegende dat sommige arbeidsmarktindicatoren wijzen op hardnekkige problemen, zoals de toenemende versnippering van de arbeidsmarkt, die de ongelijkheid in de hand werken, met name ten aanzien van jongeren en personen met een laag opleidingsniveau; overwegende dat de werkloosheid in de EU 7,5 % en in de eurozone 8,9 % bedraagt, percentages die weliswaar de laagste niveaus in respectievelijk negen en acht jaar zijn, maar die nog te hoog zijn, vooral onder jongeren; overwegende dat tussen vele lidstaten aanzienlijke verschillen blijven bestaan en dat de arbeidsparticipatiegraad nog steeds moet herstellen van de crisis en vooral de nationale streefcijfers van de Europa 2020-strategie nog niet heeft bereikt; overwegende dat de verborgen werkloosheid (van mensen die werkloos zijn, bereid zijn te werken, maar niet actief op zoek zijn naar een baan) in 2016 20 % bedroeg;

F.  overwegende dat verschillende lidstaten miljarden euro's aan inkomsten voor het beheer van de overheidsfinanciën zijn misgelopen door belastingontwijking, belastingontduiking en belastingfraude ten voordele van bepaalde grote bedrijven en ten nadele van de kmo's en andere belastingbetalers;

G.  overwegende dat de verbeterde economische situatie kansen biedt voor het doorvoeren van ambitieuze en sociaal evenwichtige structurele hervormingen, met name maatregelen ter bevordering van investeringen, aangezien het niveau van investeringen als aandeel van het bbp momenteel nog altijd lager ligt dan in de periode direct voorafgaand aan de financiële crisis, en ter verbetering van de situatie van de overheidsfinanciën, rekening houdend met de last die de demografische ontwikkelingen leggen op de schuldhoudbaarheid;

1.  neemt nota van de publicatie van het pakket rond de jaarlijkse groeianalyse 2018 en de voorgestelde beleidsmix van investeringen, ambitieuze en sociaal evenwichtige structurele hervormingen en verantwoorde overheidsfinanciën, die wordt gepresenteerd als een manier om de groei verder te bevorderen en het Europees herstel, de opwaartse convergentie en het concurrentievermogen te versterken; deelt de mening dat verdere vooruitgang moet worden geboekt bij de doorvoering van structurele hervormingen teneinde resultaten te boeken op het gebied van groei en banen, alsmede bij de voortzetting van de strijd tegen ongelijkheden die economische groei belemmeren;

Hoofdstuk 1 – Investeringen en groei

2.  onderstreept het hardnekkige structurele probleem dat potentiële productie, productiviteit en concurrentievermogen niet voldoende toenemen, in combinatie met een te laag niveau van particuliere en overheidsinvesteringen en het ontbreken van ambitieuze en sociaal evenwichtige structurele hervormingen in sommige lidstaten;

3.  herinnert eraan dat sommige lidstaten nog steeds over grote overschotten op de lopende rekening beschikken die zouden kunnen worden aangewend om particuliere en overheidsinvesteringen te stimuleren en de economische groei te bevorderen;

4.  herinnert aan het belang van een combinatie van particuliere en overheidsinvesteringen en structurele hervormingen om de economische groei te bevorderen en ten volle te benutten;

5.  onderstreept dat het belangrijk is overheidsinvesteringen in de EU te bevorderen teneinde een oplossing te bieden voor de huidige teruggang van de overheidsinvesteringen; dringt voorts aan op de voltooiing van de kapitaalmarktenunie teneinde particuliere investeringen in de gehele interne markt te bevorderen; is van mening dat het regelgevingskader voor particuliere investeringen verder moet worden verbeterd;

6.  benadrukt in dit verband de noodzaak van meer investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie alsook in technologische modernisering om de productiviteit te bevorderen; herinnert eraan dat investeringen in sectoren zoals infrastructuur, kinderopvang, sociale woningbouw, onderwijs, opleiding, gezondheidszorg onderzoek, digitale innovatie en de circulaire economie de productiviteit en/of de werkgelegenheid kunnen vergroten; dringt er bij de Commissie op aan landspecifieke aanbevelingen op te stellen met betrekking tot energie-efficiëntie en hulpbronnenconsumptie, en te waarborgen dat de landspecifieke aanbevelingen volledig stroken met de klimaatovereenkomst van Parijs;

7.  verzoekt de Commissie om de huidige belemmeringen voor belangrijke groeibevorderende infrastructuurprojecten te evalueren gedurende de gehele levenscyclus van dergelijke investeringen, en met het Parlement en de Raad manieren te bespreken om dergelijke belemmeringen in het bestaande rechtskader aan te pakken;

Hoofdstuk 2 – Verantwoorde overheidsfinanciën

8.  neemt nota van de in de aanbevelingen voor de eurozone voorgestelde algemene neutrale begrotingskoers en stelt vast dat de begrotingskoers in 2018 in een aantal lidstaten naar verwachting enigszins expansief zal zijn; herinnert eraan dat een consequente uitvoering en naleving van de belastingregels van de Unie, met inbegrip van de volledige naleving van de bestaande flexibiliteitsclausules, van essentieel belang zijn voor de werking van de EMU;

9.  benadrukt het feit dat de begrotingskoers op nationaal niveau en het niveau van de eurozone moet zorgen voor evenwicht tussen de duurzaamheid op de lange termijn van de overheidsfinanciën en -investeringen enerzijds, met volledig naleving van het stabiliteits- en groeipact, en de macro-economische stabilisatie op de korte termijn anderzijds;

10.  is ingenomen met de verbetering van de overheidsfinanciën, die van essentieel belang is om een sterkere, duurzamere en efficiëntere groei te realiseren, in het bijzonder de geleidelijk dalende schuld-bbp-verhouding in de EU en de eurozone en de dalende nominale begrotingstekorten; benadrukt tegelijkertijd dat de brutoschuldquote in de eurozone nog steeds rond de 90 % schommelt, terwijl diverse lidstaten ruim boven dit niveau zitten; onderstreept dat deze lidstaten hun hoge brutoschuldquote zo snel mogelijk moeten verlagen, aangezien dit veel gemakkelijker is in tijden van economisch herstel; herinnert eraan dat de vergrijzing van de samenleving en andere demografische ontwikkelingen een enorme last betekenen voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën; doet derhalve een beroep op de lidstaten om hun verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van de toekomstige generaties;

11.  onderstreept dat meer aandacht moet worden besteed aan de samenstelling en het beheer van de nationale begrotingen; is derhalve ingenomen met de toegenomen praktijk van uitgavenevaluaties en spoort de lidstaten aan de kwaliteit van hun begrotingen te beoordelen;

Hoofdstuk 3 – Structurele hervormingen

12.  herinnert eraan dat sommige lidstaten sociaal duurzame, milieuvriendelijke en groeibevorderende structurele hervormingen moeten blijven doorvoeren, vooral in het licht van een verbeterde economische situatie in de gehele EU en de groei van het bbp in bijna alle lidstaten teneinde het concurrentievermogen, het creëren van banen, de groei en de opwaartse convergentie te bevorderen;

13.  dringt erop aan de O&O-uitgaven dichter in de buurt van de EU 2020-doelstellingen te brengen; verzoekt de lidstaten adequaat beleid in te voeren en voor investeringen te zorgen, te (blijven) zorgen voor gelijke toegang tot hoger onderwijs en opleiding met inachtneming van de ontwikkeling van de arbeidsmarkt, met inbegrip van de opkomst van nieuwe beroepen;

14.  onderstreept dat digitalisering, globalisering en technologische veranderingen een radicale verandering van onze arbeidsmarkten teweegbrengen, die onder andere gepaard gaat met ingrijpende veranderingen in arbeidsvormen- en status die een aangepaste; overgang vergen; beklemtoont derhalve het belang van dynamische arbeidsmarkten met toegankelijke en hoogwaardige socialezekerheidsstelsels die kunnen inspringen op de nieuwe realiteit op de arbeidsmarkten;

15.  is van mening dat hervormingen die knelpunten voor investeringen wegnemen, onmiddellijke steun mogelijk maken voor economische activiteiten en tegelijkertijd de voorwaarden scheppen voor groei op de lange termijn;

16.  dringt aan op belastingherzieningen waarmee wordt gestreefd naar een billijker evenwicht bij de belastingen op kapitaal, arbeid en consumptie;

Hoofdstuk 4 – Investeringen en inclusie

17.  onderstreept dat het Europees Semester en de landspecifieke aanbevelingen moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, met inbegrip van die van de pijler van sociale rechten, en resultaten moeten boeken ten aanzien van groei en banen; is derhalve ingenomen met het "sociale scorebord" als een instrument om toe te zien op de tenuitvoerlegging van de sociale pijler;

18.  benadrukt dat in de afgelopen periode de reële loongroei is achtergebleven bij de groei van de productiviteit, terwijl zich op de arbeidsmarkt verbeteringen hebben voorgedaan; onderstreept tegen deze achtergrond dat er ruimte kan zijn voor loonsverhogingen in bepaalde sectoren en gebieden in gelijke tred met productiviteitsdoelstellingen teneinde een goede levensstandaard te waarborgen met inachtneming van het concurrentievermogen en de noodzaak ongelijkheden aan te pakken;

19.  wijst erop dat in het begrotingsbeleid rekening moet worden gehouden met het monetair beleid waarbij de onafhankelijkheid van de ECB moet worden gerespecteerd;

20.  dringt er bij de Commissie op aan een brede strategie ter ondersteuning van investeringen te ontwikkelen waarmee de ecologische duurzaamheid wordt bevorderd, en te zorgen voor een gedegen verband tussen de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN en het Europees Semester;

21.  is ingenomen met het feit dat in de jaarlijkse groeianalyse 2018 wordt erkend dat efficiënte en billijke belastingstelsels die deugdelijke stimulansen voor economische activiteit bieden, noodzakelijk zijn; steunt de initiatieven van de Commissie om te komen tot meer transparantie en een hervormd btw-stelsel, en neemt nota van het werk dat is verricht om te komen tot een gemeenschappelijke geconsolideerde belastinggrondslag voor vennootschappen; is ingenomen met de internationale inspanningen ter bestrijding van belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking; wijst erop dat de verbetering van de doeltreffendheid van nationale belastingstelsels de overheidsinkomsten aanzienlijk kan vergroten;

22.  verzoekt de lidstaten om gepaste maatregelen goed te keuren om jongeren die niet werken en geen onderwijs of opleiding volgen (NEET), evenals vluchtelingen te helpen en te integreren, en om in een vroeg stadium te anticiperen op de voorwaarden die hun vlotte overgang naar de arbeidsmarkt vergemakkelijken, teneinde te voorkomen dat zij in de zwarte economie terechtkomen en ervoor te zorgen dat overheidsdiensten beschikken over toereikende middelen; benadrukt dat de sociale partners een cruciale rol moeten spelen om de integratie van NEET en vluchtelingen te vergemakkelijken en te waarborgen dat ze op de arbeidsmarkt niet worden gediscrimineerd;

23.  is bezorgd over het feit dat kloven en discriminatie nog steeds de arbeidsmarkten in een aantal lidstaten bepalen hetgeen bijdraagt tot verschillen tussen mannen en vrouwen op het gebied van beloning, pensioen en participatie in de besluitvorming;

Hoofdstuk 5 – Europees Semester: eigen inbreng en uitvoering

24.  is ingenomen met de toegenomen aandacht voor de geaggregeerde begrotingskoers van de eurozone, en wijst op de verplichtingen van de afzonderlijke lidstaten om te voldoen aan het stabiliteits- en groeipact, met inbegrip van de volledige naleving van de daarin opgenomen flexibiliteitsclausules; benadrukt dat het concept van een geaggregeerde begrotingskoers niet inhoudt dat overschotten en tekorten in verschillende lidstaten tegen elkaar kunnen worden weggestreept;

25.  is bezorgd over de geringe naleving van de landspecifieke aanbevelingen, met inbegrip van de aanbevelingen die zijn gericht op de bevordering van de convergentie en het concurrentievermogen en de terugdringing van de macro-economische onevenwichtigheden; is van mening dat meer nationale eigen inbreng door middel van daadwerkelijke publieke debatten op nationaal niveau zou leiden tot een betere tenuitvoerlegging van de landspecifieke aanbevelingen; acht het belangrijk ervoor te zorgen dat de nationale parlementen over landverslagen en landspecifieke aanbevelingen debatteren; is van mening dat regionale en plaatselijke autoriteiten beter moeten worden betrokken bij het proces van het Europees Semester; verzoekt de Commissie alle bestaande instrumenten te gebruiken om de naleving af te dwingen van de landspecifieke aanbevelingen die gericht zijn op de aanpak van deze uitdagingen, die een bedreiging vormen voor de houdbaarheid van de monetaire unie;

26.  beklemtoont dat alle verdere stappen in de richting van een verdieping van de EMU gepaard moeten gaan met sterkere democratische controles; dringt erop aan dat, met het oog hierop, de rol van het Europees Parlement en de nationale parlementen wordt versterkt overeenkomstig het aansprakelijkheidsbeginsel; vraagt dat de sociale partners zowel op nationaal als Europees niveau worden geraadpleegd tijdens het onderhandelingsproces;

27.  is ingenomen met de erkenning door de Commissie dat corruptie in sommige lidstaten nog steeds een obstakel voor investeringen vormt en dat de eerbiediging van de rechtsstaat en onafhankelijke gerechtelijke en wetshandhavingsautoriteiten noodzakelijk zijn om een deugdelijke economische ontwikkeling te waarborgen; betreurt niettemin de afschaffing door de Commissie van het jaarlijkse corruptiebestrijdingsverslag en roept de Commissie op deze jaarlijkse analyse van corruptie in de lidstaten opnieuw in te voeren en methoden vast te stellen om deze te bestrijden;

Sectorale bijdragen aan het verslag over de jaarlijkse groeianalyse 2018

Begrotingen

28.  is van mening dat de EU-begrotingen een stimulans moeten vormen voor duurzame groei, convergentie, investeringen en hervormingen, via oplossingen en synergie ten aanzien van de nationale begrotingen; is daarom van mening dat de jaarlijkse groeianalyse als richtsnoer dient voor de lidstaten en voor de opstelling van de nationale en EU-begrotingen, met name bij de voorbereiding van het meerjarig financieel kader voor de periode na 2020;

29.  herhaalt in dit verband dat er meer synergie moet zijn tussen de nationale begrotingen en de EU-begroting; wijst erop dat de Commissie vanwege haar betrokkenheid bij het Europees semester en bij de voorbereiding en uitvoering van de EU-begroting in dit opzicht een sleutelrol te vervullen heeft;

30.  is ingenomen met het voorstel voor meer synergie en tegen versnippering van de EU‑begroting, zoals uiteengezet in de aanbevelingen in het eindverslag van de Groep op hoog niveau inzake eigen middelen van december 2016 getiteld "De toekomstige financiering van de EU";

Milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid

31.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie om een webportaal over gezondheidsbevordering en ziektepreventie te lanceren, dat actuele informatie over onderwerpen in verband met de bevordering van gezondheid en welzijn biedt en een belangrijke bron van duidelijke, betrouwbare informatie voor het brede publiek is; benadrukt dat dit portaal volledig toegankelijk moet zijn voor alle EU-burgers, inclusief mensen met dyslexie en andere soortgelijke problemen;

32.  dringt aan op een grotere coherentie met ander EU-beleid op het gebied van rampenpreventie en paraatheid, zoals de EU-strategie voor de aanpassing aan de klimaatverandering, de Europese structuur- en investeringsfondsen, het Solidariteitsfonds, de milieuwetgeving en het onderzoeks- en innovatiebeleid;

o
o   o

33.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en nationale parlementen van de lidstaten en de Europese Centrale Bank.

(1) PB L 306 van 23.11.2011, blz. 12.
(2) PB L 306 van 23.11.2011, blz. 41.
(3) PB L 306 van 23.11.2011, blz. 8.
(4) PB L 306 van 23.11.2011, blz. 33.
(5) PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.
(6) PB L 306 van 23.11.2011, blz. 1.
(7) PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11.
(8) PB L 140 van 27.5.2013, blz. 1.
(9) PB L 192 van 18.7.2015, blz. 27.
(10) PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1.
(11) PB C 407 van 4.11.2016, blz. 86.
(12) PB C 399 van 24.11.2017, blz. 149.
(13) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0491.

Laatst bijgewerkt op: 6 november 2018Juridische mededeling